2017-05-24 | BWBR0039569 | Inkomstenbelasting, kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning, beleggingsrecht eigen woning en vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen in box 3

This commit is contained in:
Coornhert 2017-05-24 12:00:00 +00:00
parent d98ec5dbac
commit 0471c7a350

View file

@ -62,13 +62,13 @@ Gebruikte begrippen en afkortingen
- *Brede Herwaardering* Wet IB 1964; regime 1992 t/m 2000
- *Pré Brede Herwaardering* Wet IB 1964; regime vóór 1992
### 2. Voorwaarden KEW
## 2. Voorwaarden KEW
#### 2.1. Eigenwoningschuld, partnerbegrip en clausules; Gevolgen aanpassingen wetgeving
### 2.1. Eigenwoningschuld, partnerbegrip en clausules; Gevolgen aanpassingen wetgeving
Met ingang van 1 maart 2005 en 1 januari 2011 zijn in de Wet IB 2001 de begrippen eigenwoningschuld en gezamenlijke huishouding geïntroduceerd en is het begrip partner aangepast.
##### 2.1.1. KEW-clausule voor kapitaalverzekeringen van vóór 1 oktober 2005
#### 2.1.1. KEW-clausule voor kapitaalverzekeringen van vóór 1 oktober 2005
Per 1 maart 2005 is in het toenmalige artikel 3.116 van de Wet IB 2001 het begrip schulden die zijn aangegaan ter verwerving van de eigen woning vervangen door het begrip eigenwoningschuld. Ook is het begrip gemeenschappelijke huishouding vervangen door gezamenlijke huishouding. Als overgangsregel geldt op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) de volgende goedkeuring voor kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 1 oktober 2005.
@ -76,19 +76,19 @@ Ik keur goed dat een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 oktober 200
Deze goedkeuring laat onverlet dat voor een op of na 1 maart 2005 ontvangen kapitaalsuitkering de tekst van artikel 10bis.6 van de Wet IB 2001 met ingang van die datum van toepassing is. Dit betekent dat van de kapitaalsuitkering geen hoger bedrag kan zijn vrijgesteld dan het bedrag van de eigenwoningschuld op het tijdstip van uitkering. Dit houdt ook in dat met ingang van 1 maart 2005 met de uitkering ten hoogste het bedrag van de eigenwoningschuld hoeft te worden afgelost en dus niet langer de schulden ter zake van de eigen woning.
##### 2.1.2. Aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011; Overgangsrecht
#### 2.1.2. Aanpassing partnerbegrip met ingang van 1 januari 2011; Overgangsrecht
Gelijktijdig met de introductie van een nieuw partnerbegrip in artikel 1.2 van de Wet IB 2001 zijn de bepalingen met het begrip duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding aangepast aan het nieuwe partnerbegrip. Met ingang van 1 januari 2011 is verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert vervangen door verzekeringnemer of zijn partner. Dit kan betekenen dat een KEW vanaf 1 januari 2011, na inwerkingtreding van het nieuwe partnerbegrip, niet aan de eisen van artikel 10bis.4 of 10bis.5 van de Wet IB 2001 voldoet. De partners zouden dan moeten afrekenen over het rentebestanddeel dat op 1 januari 2011 is begrepen in de waarde van de KEW. Ook zouden bepaalde versoepelingen voor partners in het vrijstellingsregime voor de KEW (artikelen 10bis.6 en 10bis.7 van de Wet IB 2001) niet meer gelden. Om dit te voorkomen geldt de volgende overgangsmaatregel.
Voor contracten die op basis van het tot 1 januari 2011 geldende partnerbegrip als KEW kwalificeren (dus inclusief het begrip duurzaam voeren van een gezamenlijke huishouding) en vanaf 1 januari 2011 niet meer, geldt eerbiedigende werking (artikel XXVIA van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010). Dergelijke contracten worden nog behandeld volgens de regels zoals die tot en met 31 december 2010 golden. Dit houdt in dat degene die tot en met 2010 voor de KEW partner was, dat na 2010 ook is. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving.
##### 2.1.3. KEW-clausule
#### 2.1.3. KEW-clausule
Als in de polis van een kapitaalverzekering de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze verzekering in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een KEW worden gesteld (artikel 10bis.4, tweede lid, onderdeel *a*, van de Wet IB 2001): De begunstigde zal de verzekerde uitkering (...) aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de verzekeringnemer en/of zijn partner. Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven is het fiscaal geen probleem als de clausule in de polis niet aan het gewijzigde partnerbegrip is aangepast en er nog verwezen wordt naar de eigenwoningschuld (...) van de verzekeringnemer, van de echtgeno(o)t(e) of van degene met wie de verzekeringnemer duurzaam een gezamelijke huishouding voert. Het is dus niet nodig om de tekst van contracten afgesloten uiterlijk 31 december 2010 aan te passen aan de gewijzigde wetgeving.
Als in de voorwaarden van een spaarrekening of een beleggingsrecht de volgende clausule is opgenomen, voldoet deze spaarrekening of dit beleggingsrecht in ieder geval aan de formele eisen die op dit punt aan een SEW of BEW worden gesteld (artikel 10bis.5, tweede lid, onderdeel *b*, van de Wet IB 2001): De rekeninghouder zal het opgebouwde tegoed aanwenden ter aflossing van zijn eigenwoningschuld in de zin van de Wet IB 2001 of van zijn partner. Andere formuleringen waarin inhoudelijk dezelfde elementen worden genoemd, voldoen uiteraard ook.
#### 2.2. Begrip levensverzekering voor een KEW
### 2.2. Begrip levensverzekering voor een KEW
Eén van de voorwaarden die wordt gesteld aan een KEW is dat er een kapitaalsuitkering uit levensverzekering moet zijn (artikel 10bis.4, eerste lid, van de Wet IB 2001). Een levensverzekering is een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft (artikel 1.6a van de Wet IB 2001). Hierna geef ik aan welke (fiscale) inhoud het begrip levensverzekering heeft en welke nadere criteria daarvoor zijn opgesteld.
@ -100,7 +100,7 @@ De Nederlandsche Bank hanteert de nadere criteria voor overeenkomsten die zijn g
Voor de toepassing van de Wet IB 2001 sluit ik aan bij de uitleg die De Nederlandsche Bank geeft aan het begrip levensverzekering. Dit standpunt brengt mee dat op of na 1 januari 2001 gesloten of omgezette overeenkomsten van levensverzekering dienen te voldoen aan de door De Nederlandsche Bank gehanteerde nadere criteria zoals opgenomen in het eerder genoemde rapport. Het is dus niet voldoende als de afhankelijkheid van leven en/of sterven (slechts) formeel in de overeenkomst wordt opgenomen.
#### 2.3. Eenmalige kapitaalsuitkering
### 2.3. Eenmalige kapitaalsuitkering
Eén van de voorwaarden die wordt gesteld aan een KEW is dat in de polis tot uitdrukking moet zijn gebracht dat er recht bestaat op een eenmalige uitkering bij leven of overlijden (artikel 10bis.4, tweede lid, onderdeel *c*, van de Wet IB 2001). Dit houdt in dat de verzekering in beginsel in zijn geheel tot uitkering moet komen. Bij een gedeeltelijke uitkering wordt de verzekering geacht in zijn geheel tot uitkering te zijn gekomen.
@ -114,9 +114,9 @@ Er zijn verzekeringen waarbij het moment waarop de volgtijdelijke uitkeringen zu
Met ingang van 1 april 2017 bestaat alleen nog de eerdergenoemde hoge vrijstelling. Als op 1 april 2017 in de polis het moment waarop de volgtijdelijke uitkeringen zullen plaatsvinden niet is vastgelegd is een tussentijds gedeeltelijke uitkering niet meer aan de orde. In dat geval wordt bij een gedeeltelijke uitkering na 1 april 2017 de KEW geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen.
#### 2.4. Verzekering gesplitst in een KEW die uitkeert bij in leven zijn en een overlijdensuitkering die behoort tot de grondslag van box 3
### 2.4. Verzekering gesplitst in een KEW die uitkeert bij in leven zijn en een overlijdensuitkering die behoort tot de grondslag van box 3
##### 2.4.1. Premiesplitsing
#### 2.4.1. Premiesplitsing
In het algemeen hebben kapitaalverzekeringen die worden gesloten in verband met de financiering van de eigen woning, een verzekerde uitkering bij in leven zijn op een bepaalde datum en een verzekerde uitkering ten gevolge van eerder overlijden. Het overlijdensgedeelte van een dergelijke verzekering kan daarbij behoren tot de grondslag van box 3 (zie paragraaf 2.4.2), terwijl de uitkering bij leven een KEW vormt. De beide verzekerde uitkeringen moeten in dat geval worden vormgegeven als zelfstandige overeenkomsten, ook als beide verzekeringen worden opgenomen in één polis. Dit houdt in dat de premies in beginsel afzonderlijk moeten worden berekend.
@ -128,17 +128,17 @@ Voor de bandbreedte-eis van de premies voor de KEW hoogste premie niet meer
Bij een verzekering op beleggingsbasis (unit-linked) mogen voor de box-3-overlijdensrisicoverzekering uitsluitend premies worden onttrokken aan de beleggingswaarde van die overlijdensrisicoverzekering. Dus niet aan de beleggingswaarde van de KEW die uitkeert bij in leven zijn op een bepaalde datum.
##### 2.4.2. Vrijstelling in box 3 voor het overlijdensdeel
#### 2.4.2. Vrijstelling in box 3 voor het overlijdensdeel
Als de kapitaalverzekering is gesplitst in een levendeel (box 1) en een overlijdensdeel (box 3) (zie paragraaf 2.4.1) kan op het laatste deel de vrijstelling van artikel 5.10, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet IB 2001 van toepassing zijn. Het overlijdensdeel heeft dan immers de kenmerken van een zelfstandige verzekering waardoor deze *uitsluitend* voorziet in een uitkering bij overlijden van de verzekerde(n). Als het overlijdensdeel echter tevens recht geeft op een (mogelijke) uitkering bij in leven zijn op de einddatum, wordt niet aan die voorwaarde van artikel 5.10, onderdeel *a*, van de Wet IB 2001 voldaan. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een verzekering die uitkeert bij overlijden in combinatie met een winst- of overrentedeling als het overlijden niet plaatsvindt in de verzekerde periode.
#### 2.5. SEW of BEW; Doorschuiven bij overlijden; redelijke termijn
### 2.5. SEW of BEW; Doorschuiven bij overlijden; redelijke termijn
Als de rekeninghouder van een SEW of BEW overlijdt, wordt zijn rekening op grond van de Wet IB 2001 in beginsel gedeblokkeerd. Als de partner de rekening continueert, blijft de rekening geblokkeerd (artikel 10bis.5, vierde lid, onderdeel *f*, juncto onderdeel *b*, van de Wet IB 2001). De rekening wordt gecontinueerd als de instelling waar de rekening wordt aangehouden, de rekening op naam heeft gezet van de partner.
De partner moet de instelling binnen een redelijke termijn mededelen dat hij de rekening wenst te continueren. Deze termijn bedraagt in ieder geval 12 maanden vanaf het tijdstip van overlijden. Als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor het niet mogelijk was het verzoek binnen die termijn te doen, is een langere termijn mogelijk. In een dergelijke situatie moet degene die de rekening wil continueren de bijzondere omstandigheid aannemelijk maken bij de inspecteur die bevoegd is voor de overleden rekeninghouder.
#### 2.6. Stroomlijning voorwaarden voor BEW
### 2.6. Stroomlijning voorwaarden voor BEW
Tussen 2008 en 1 april 2013 kon een belastingplichtige een nieuwe BEW aangaan (sindsdien is alleen nog oversluiten van een bestaande KEW, SEW of BEW mogelijk). De voorwaarden waaraan een BEW en de aanbieders daarvan moeten voldoen, zijn opgenomen in artikel 10bis.5, derde lid, van de Wet IB 2001. Over de uitleg van deze bepaling blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Dit kan belemmerend werken bij het aanbieden van BEWs.
@ -148,7 +148,7 @@ Redelijke wetstoepassing houdt ook in dat de belastingplichtige de gelden die hi
Eén van de andere wettelijke voorwaarden is dat de belastingplichtige geblokkeerde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verkrijgt. Het moet hierbij gaan om rechten van deelneming in de beleggingsinstelling die door de beheerder zelf wordt beheerd. Met andere woorden, de rechten van deelneming kunnen geen betrekking hebben op beleggingsinstellingen die door een andere instelling worden beheerd. Het is overigens mogelijk dat de wel zelf beheerde beleggingsinstelling subfondsen heeft die ieder beleggen in specifieke waarden, waaronder rechten in andere beleggingsinstellingen.
#### 2.7. Herstel administratieve fout met terugwerkende kracht
### 2.7. Herstel administratieve fout met terugwerkende kracht
Herstel van een polis is mogelijk als op grond van een aanvraagformulier, een offerte, de hoogte van de betaalde premies en dergelijke aannemelijk is dat de polis niet de juiste weergave is van wat partijen beoogden overeen te komen. De tussenpersoon of de aanbieder heeft dan een administratieve fout gemaakt. Na het herstel wordt de polis geacht met inachtneming van de correctie te zijn opgemaakt vanaf het oorspronkelijke tijdstip van sluiten van de overeenkomst. Met andere woorden, het herstel heeft fiscaal terugwerkende kracht.
@ -428,20 +428,6 @@ Ik stel hierbij de volgende voorwaarden:
Als de kapitaalverzekering of de KEW in het kader van de beëindiging van het partnerschap tot uitkering komt of is gekomen, kunnen de gewezen partners zich wenden tot de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen/Team Brieven en beleidsbesluiten. Ik zal dan beoordelen of in die situatie ook de hiervoor genoemde tegemoetkoming kan worden verleend. Dit geldt ook voor een kapitaalverzekering of een KEW die na 1 januari 2016 tot uitkering komt of is gekomen.
### 4.8. Aflossing voormalige eigenwoningschuld na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek
De uitkeringsvrijstelling is van toepassing als de uitkering uit een KEW heeft gediend als aflossing van een eigenwoningschuld en aan de overige voorwaarden is voldaan. De rente over een bestaande eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 10bis.1, eerste lid, Wet IB 2001 is maximaal 30 jaar aftrekbaar. De rente over een eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 3.119a, eerste lid, Wet IB 2001 is maximaal 360 maanden aftrekbaar. Bij bijvoorbeeld omzettingen van een box 3-product in een KEW of bij opeenvolgende eigen woningen kan zich de situatie voordoen dat de maximale periode van renteaftrek al is verstreken vóórdat de KEW tot uitkering komt.
Vóór 1 januari 2013 verhuisde de schuld - voor zover deze niet werd afgelost - na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3. In de praktijk was onduidelijk of de uitkeringsvrijstelling van toepassing was, als in die situatie met de KEW-uitkering de voormalige eigenwoningschuld werd afgelost. Daarom heb ik in 2009 in een persbericht1Nieuwsbericht 30 november 2009, Aflossing spaarhypotheek blijft onbelast, V-N 2009/62.11 aangegeven dat in die situatie de uitkeringsvrijstelling ook van toepassing kan zijn. Eenzelfde situatie kan zich voordoen na de wetswijzigingen per 1 januari 2013 waarbij het eigenwoningregime is gewijzigd. De schuld verhuist voor zover deze nog niet is afgelost na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek eveneens naar box 3.
De wetgever heeft ook met de wetswijzigingen per 1 januari 2013 niet beoogd in dit soort gevallen de uitkeringsvrijstelling niet van toepassing te laten zijn voor aflossing van een schuld, die uitsluitend door het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3 is verhuisd. Daarom keur ik op grond van de hardheidsclausule (artikel 63 AWR) het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat de uitkeringsvrijstelling van toepassing is als met de KEW-uitkering een voormalige eigenwoningschuld wordt afgelost die door het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3 is verhuisd.
Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat de KEW aan de overige voorwaarden van de uitkeringsvrijstelling (artikel 10bis.6 Wet IB 2001) voldoet.
A koopt in 2003 een woning. A financiert de aankoop van die woning met een aflossingsvrije lening. In 2012 sluit A een KEW af met een looptijd van 30 jaar. De rente voor de eigenwoningschuld is maximaal 30 jaar aftrekbaar en eindigt dus in 2033. Als A de aflossingsvrije lening in 2033 niet aflost, verhuist deze naar box 3. In 2042 komt de KEW tot uitkering, waarmee A de aflossingsvrije lening aflost. In deze situatie is de KEW-vrijstelling van toepassing, omdat de KEW aan de voorwaarden voldoet (zoals bandbreedte en maximale looptijd) en omdat er een voormalige eigenwoningschuld mee wordt afgelost die door het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek naar box 3 is verhuisd.
## 5. Omzetting KEW
### 5.1. Omzetting in twee soortgelijke producten; toerekening premies