2018-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet
This commit is contained in:
parent
404fe03191
commit
047392f0aa
1 changed files with 14 additions and 14 deletions
|
|
@ -156,7 +156,7 @@ a. hoger is dan € 710,68 per maand als:
|
|||
2º. de huurder, diens partner of de medebewoner jonger dan 23 jaar is, en een handicap heeft
|
||||
|
||||
of
|
||||
b. hoger is dan € 414,02 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
b. hoger is dan € 417,34 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,10 +178,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa
|
|||
|
||||
Het norminkomen bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 22.200 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 30.150 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 21.216,55 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 28.085,51 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
a. € 22.400 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 30.400 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 21.399,02 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 28.327,05 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
|
||||
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
|
|
@ -217,7 +217,7 @@ b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het twaalfvoud van
|
|||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 340;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: de uitkomst van twee maal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, en twee maal de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van die wet, per kalenderjaar, zoals die inkomensondersteuning naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 512.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 206,48.
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 208,14.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -234,14 +234,14 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
|||
|
||||
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 22.900;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 29.775;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 23.050;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 30.600.
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 23.275;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 30.275;
|
||||
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 23.450;
|
||||
d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 31.100.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het derde lid en van artikel 19, tweede lid, worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 419,74.
|
||||
**3.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 423,10.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,14 +278,14 @@ Y: het rekeninkomen.
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 414,02 per maand.
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 417,34 per maand.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aftoppingsgrens is:
|
||||
|
||||
a. € 592,55 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. € 635,05 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
a. € 597,30 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. € 640,14 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue