From 047642b98ccce4aa97ba340ed22a87bf6a327cb5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-07-01 | BWBR0002505 | Ontgrondingenwet --- wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md | 4 ++-- 1 file changed, 2 insertions(+), 2 deletions(-) diff --git a/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md b/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md index 4854cb912f6..582b0972b68 100644 --- a/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md +++ b/wet/ontgrondingenwet/BWBR0002505/README.md @@ -46,8 +46,8 @@ d. dat de kosten van het beheer van de onroerende zaken die zijn ontgrond geheel e. dat de kosten in verband met de aanpassingsinrichting van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken, alsmede van het beheer van de aangepaste omgeving, voor zover zij het gevolg zijn van de ontgronding, geheel of gedeeltelijk moeten worden betaald; f. dat financiƫle zekerheid moet worden gesteld voor het nakomen van krachtens de vergunning geldende verplichtingen; g. dat moet worden voldaan aan door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan gestelde nadere eisen; -h. dat de vergunninghouder verplicht is technische maatregelen te treffen waardoor monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Monumentenwet 1988 in de bodem kunnen worden behouden; -i. dat de vergunninghouder verplicht is opgravingen te doen als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Monumentenwet 1988; +h. dat de vergunninghouder verplicht is technische maatregelen te treffen waardoor archeologische vondsten als bedoeld in de Erfgoedwet in de bodem kunnen worden behouden; +i. dat de vergunninghouder verplicht is een opgraving als bedoeld in de Erfgoedwet te verrichten; j. dat de vergunninghouder verplicht is de ontgronding te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het vergunningverlenende bestuursorgaan te stellen kwalificaties. **4.** Een financiƫle zekerheid als bedoeld in het derde lid, onder f, kan niet worden gevorderd van publiekrechtelijke lichamen. Op de toestemming, bedoeld in het derde lid, onder a, zijn de artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.