From 048b93708f63d123150fe43f13eb45a892a2eee5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0002063 | Wet op de economische delicten --- .../BWBR0002063/README.md | 60 +++++++++---------- 1 file changed, 27 insertions(+), 33 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md index 5ee40e9e4cd..15b03ef18b3 100644 --- a/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md +++ b/wet/wet-op-de-economische-delicten/BWBR0002063/README.md @@ -22,7 +22,9 @@ de Aanpassingswet Algemene douanewet, artikel XLIX, eerste lid; de Algemene douanewet, de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1, voorzover betrekking hebbend op goederen die ingevolge regelingen van internationaal of nationaal recht worden aangemerkt als strategische goederen; -de Diergeneesmiddelenwet, de artikelen 2, eerste lid, 7, 13, 17, eerste lid, 18, 21, eerste lid, 24, tweede lid, 30, eerste lid, 31, eerste lid, 32, 33, 37, eerste lid, 38, 44, eerste lid, en 49; +de Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, 28, zesde lid, 28a, zesde lid, 32, en – voor zover aangewezen als strafbare feiten – de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid; + +de Arbeidstijdenwet, de artikelen 8:3, eerste lid, 8:3a, zesde lid, en een niet naleven als bedoeld in artikel 11:3; de Distributiewet, de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 15, tweede, vierde en vijfde lid, 16 en 17; @@ -34,8 +36,6 @@ de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 17 tot en met 21, 25, 2 de Hamsterwet, de artikelen 3 en 4; -de Kaderwet diervoeders, de artikelen 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 16, 26, 27, 28, 29, 31, 32, 33, onderdelen a, b, c en e, 34, 37 en 39; - de Landbouwwet, artikel 19; de Noodwet financieel verkeer, de artikelen 3, 4, 5, 6, 11, 12, 17, 18, 26 en 28, tweede lid; @@ -56,12 +56,18 @@ de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens, de artikelen 2, eerste en derde li de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, de artikelen 2 en 3, eerste lid; -de Visserijwet 1963, artikel 54c, voor zover de gedragingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf; +de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, artikel 22, zesde lid; + +de Wet arbeid vreemdelingen, artikel 17b, zesde lid; + +de Wet dieren, de artikelen 2.2, vijfde lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen a en e, 2.7, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, 2.8, eerste lid, onderdeel b en c, 2.10, tweede tot en met vierde lid, 2.12, 2.17, 2.18, eerste en tweede lid, 2.19, eerste lid, 2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 1°, b, c, e en f, 2.21, eerste en derde lid, 2.22, eerste en derde lid, 2.25, eerste en derde lid, 3.1, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b, d, f, i, j, k, l, m en n, 3.2, 5.1, derde lid, tweede volzin, 5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.11, eerste lid, 5.12, eerste lid, 5.15, eerste en vierde lid, 8.4, en artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, artikel 5.10, eerste lid, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; de Wet goedkeuring en uitvoering Markham-overeenkomstartikel 6; de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, artikel 5, eerste lid; +de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 18g, zesde lid; + de Wet ruimtevaartactiviteiten, de artikelen 3, eerste en derde lid, 7, derde lid, en 10; de Wet strategische diensten, de artikelen 2, eerste, tweede en vierde lid, 3, eerste lid, 4, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 7, eerste, tweede en derde lid, 8, 9, eerste lid, 10, eerste lid, 11, 15 en 22; @@ -73,14 +79,10 @@ de Algemene douanewet, de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1, voorzover de Bodemproductiewet 1939, artikel 3; -de Diergeneesmiddelenwet, de artikelen 19, 35, 36, 41, 42 en 45, derde lid; - Drinkwaterwet, de artikelen 15 en 17, tweede lid; de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 3 tot en met 13, 59, 59a, 59b, eerste en tweede lid, 66, 68, 73, eerste lid, 77 tot en met 80, 96, 97, 99, 101, 102 tot en met 105, 107, 111 en 120; -de Kaderwet diervoeders, de artikelen 10, 22 en 35; - de Landbouwwet, de artikelen 17, 18, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 47, en 51; de Mijnbouwwet, de artikelen 6, 13, tweede lid, 22, vijfde lid, 23, 25, artikel 29, eerste en derde lid, 31d, eerste lid, 31i, 34, eerste en derde lid, 36, tweede en derde lid, 39, 40, 41, 42, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 91, tweede lid, 102, 120, 123, 130 en 151; @@ -95,6 +97,8 @@ de verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni de Wet tot behoud van cultuurbezit, de artikelen 7, 8, 9, 14a en 14b; +de Wet dieren, de artikelen 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen f, g, h, i, j, k, l, m, n, o en p, 2.3, eerste lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, 2.7, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel a, onder 1°, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel f, 2.11, eerste en tweede lid, artikel 2.16, eerste, derde en vierde lid, 2.20, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 2°, d, g, h, i, j, k, en l, 2.23, en artikel 2.2, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, voor zover deze overtredingen plaatsvinden in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; + de Wet explosieven voor civiel gebruik, de artikelen 3, 10 en 17, eerste lid; de Wet op het financieel toezicht, de artikelen 1:10, 1:74, eerste lid, 2:3a, eerste lid, 2:3e, eerste lid, 2:3f, eerste lid, 2:4, eerste lid, 2:6, eerste lid, 2:8, eerste lid, 2:10a, eerste lid, 2:10e, eerste lid, 2:10f, eerste lid, 2:11, eerste lid, 2:15, tweede lid, 2:16, eerste en derde lid, 2:18, tweede lid, 2:20, 2:25, tweede lid, 2:26, 2:27, eerste lid, 2:36, eerste en tweede lid, 2:40, 2:48, eerste lid, 2:50, eerste lid, 2:54i, eerste lid, 2:54l, eerste lid, 2:54n, eerste lid, 2:55, eerste lid, 2:60, eerste lid, 2:65, eerste en tweede lid, 2:75, eerste lid, 2:80, eerste lid, 2:86, eerste lid, 2:92, eerste lid, 2:96, 2:106a, eerste lid 2:121a, eerste lid, 3:5, eerste lid, 3:6, eerste lid, artikel 3:7, eerste en vierde lid, 3;19a, 3:20a, 3:29a, eerste en tweede lid, 3:29b, 3:29c, eerste lid, 3:30, eerste lid, 3:35a, eerste lid, 3:44, eerste lid, 3:51, 3:53, eerste lid, 3:54, derde lid, 3:55, tweede lid, 3:57, eerste en vijfde lid, 3:59, 3:62, tweede lid, 3:63, eerste tot en met derde lid, 3:67, eerste tot en met vierde lid, 3:68, eerste en derde lid, artikel 3:69 eerste lid, 3:74b, eerste en tweede lid, 3:77, 3:88, eerste en tweede lid, 3:89, eerste lid, 3:95, eerste lid, 3:96, eerste lid, 3:104, derde lid, 3:132, eerste en derde lid, 3:136, eerste en tweede lid, 3:135, eerste lid, 3:137, 3:138, eerste lid, 3:139, eerste lid, 3:143, 3:144, eerste lid, 3:155, tweede lid, 3:158, derde en vierde lid, 3:175, derde lid, 3:196, 3:267a, 3:267b, eerste tot en met het derde lid, 3:279, eerste en vierde lid, 3:285, eerste en tweede lid, 3:286, eerste en tweede lid, 3:296, eerste, tweede, derde, vierde en achtste, 3:297, eerste, tweede en vijfde lid, 3:298, eerste en tweede lid, 4:3, eerste lid, 4:4, eerste lid, 4:4a, 4:24, tweede lid, 4:26, eerste lid, 4:27, eerste, tweede en vierde lid, 4:31, eerste tot en met derde lid, 4:49, eerste tot en met vierde lid, 4:50, tweede lid, 4:52, eerste lid, 4:53, 4:59c, vierde lid, 4:60, vierde lid, 4:62, eerste lid, 4:71, 4:71b, tweede en derde lid, 4:71c, eerste en tweede lid, 4:71d, 4:90b, vierde tot en met het zesde lid, 4:91a, negende lid, 4:91b, derde en vierde lid, 4:100c, 5:26, eerste lid, 5:28, tweede lid, 5:30, 5:32, eerste en vierde lid, 5:32d, eerste lid, 5:34, eerste en tweede lid, 5:35, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:38, eerste en tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste en tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:48, derde tot en met achtste lid, 5:59, eerste en tweede lid, 5:60, eerste en derde lid, 5:63, derde lid, 5:64, eerste en derde tot en met zevende lid, 5:65, 5:68, eerste lid, 5:79; @@ -120,12 +124,12 @@ Wet voorkoming misbruik chemicaliën, artikel 2, onder b; de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, de artikelen 39, 40, 41, 42, 46, 48, derde lid, 57 tot en met 60, 85 en 87. 3°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: -de Arbeidstijdenwet, artikel 8:3, eerste lid, en een niet naleven als bedoeld in artikel 11:3, eerste tot en met derde lid; - de Prijzenwet, de artikelen 2, 3, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 11; de Warenwet, artikel 21, tweede lid, 27, derde lid, 30, derde lid; +de Wet dieren, artikelen 3.3 tot en met 3.6, al dan niet in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; + de Wet op het financieel toezicht, de artikelen 5:53, eerste en tweede lid, 5:56, 5:57, 5:58, 5:70, eerste lid, 5:72, 5:74, eerste en vierde lid, 5:76 en 5:77; de Wet luchtvaart, artikel 6.52; @@ -133,17 +137,13 @@ de Wet luchtvaart, artikel 6.52; de Wet op de kansspelen, de artikelen 1, eerste lid, onder a, b en d, 7c, tweede lid, 13, 14, 27, 30b, eerste lid, 30h, eerste lid, 30m, eerste lid, en 30t, eerste, tweede en vijfde lid; de Wet personenvervoer 2000, de artikelen 4, 11, tweede en derde lid, 76, eerste en zesde lid, voor zover in laatstbedoeld lid wordt verwezen naar artikel 11, tweede en derde lid; - -de Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, 10, 28, zesde lid, 32 en de handeling of het nalaten, bedoeld in artikel 33, derde lid alsmede– voorzover aangewezen als strafbare feiten – de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid. 4°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Binnenvaartwet, de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid en zesde lid, 7, eerste lid, 8, derde lid, 10, tweede lid, 11, 12, 13, vierde lid, 17, vijfde lid, 21, eerste lid, 22, negende lid, 23, eerste lid, 25, vierde lid en vijfde lid, 28, zevende lid, 31, vierde lid, 33, tweede lid, 36, vierde lid, 37, tweede lid, 39c, derde lid, 39e, en 43, tweede lid, voor zover deze overtredingen niet strafbaar zijn op grond van artikel 32 van de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte (Trb. 1955, 161); het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, artikel 8; -de Diergeneesmiddelenwet, de artikelen 14, eerste en tweede lid, 20, tweede lid, 39, 40, 43, eerste lid, en 58, derde lid; - -de Drank- en Horecawet, de artikelen 2, 3, 12 tot en met 25, 35, tweede lid, en 38; +de Drank- en Horecawet, de artikelen 2, 3, 4, 12 tot en met 19, 20, eerste tot en met zevende lid, 21, 22, 24, 25, 25a tot en met 25d, 29, derde lid, 35, tweede en vierde lid, en 38; Drinkwaterwet, de artikelen 14, 36, 37, 42, eerste lid, 43, 44 en 47; @@ -151,8 +151,6 @@ de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 34, 35, voorzover deze de Handelsregisterwet 2007, de artikelen 27 en 47; -de Kaderwet diervoeders, de artikelen 12, onderdelen c en d, 20, 22, 33, onderdeel d, en 36; - de Landbouwkwaliteitswet, de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, tweede lid en 4, vierde lid; de Landbouwuitvoerwet 1938, de artikelen 2, 4 en 7; @@ -181,10 +179,6 @@ de Verordening nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 jul de Verordening (EG) Nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294), artikel 12, vierde lid; -de Visserijwet 1963, de artikelen 3, 3a, 4, 5 en 9; - -de Visserijwet 1963, artikel 54c, voor zover de gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf; - de Waarborgwet 1986, de artikelen 7a, 12, 30, 31, 35, 36, 37, 39, 44, 46, 57, 58 en 58a; de Warenwet, de artikelen 1a, 4 tot en met 11, 11a, 13 tot en met 20, 21, eerste lid, 21b, 22, 26, tweede lid, 27, eerste lid, laatste volzin, 31 en 32k; @@ -197,8 +191,6 @@ de Wet aansprakelijkheid olietankschepen, de artikelen 11, 12, 18, eerste lid, 2 de Wet agrarisch grondverkeer, de artikelen 61en 64, derde lid; -de Wet arbeid vreemdelingen, artikel 19c; - Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting, artikel 15; de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot, artikel 6 alsmede - voor zover aangeduid als strafbare feiten - overtredingen van voorschriften krachtens die wet gegeven; @@ -207,6 +199,8 @@ de Wet op de Bedrijfsorganisatie, - voor zover aangewezen als strafbare feiten - de Wet op het consumentenkrediet, de artikelen 34, 36, 38, 47 en 48, tweede lid, voor zover artikel 69 van die wet niet anders bepaalt; +de Wet dieren artikelen 2.2, zevende lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdeel q, 2.6, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, onder 1°, b, c, d, e en f en het derde lid, 2.7, derde lid, 2.13, 3.1, eerste en tweede lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c, e, g en h, 5.10, eerste lid, 10.2 of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid; + de Wet energiedistributie, de artikelen 10, 11, 12, zesde lid, en 13; de Wet explosieven voor civiel gebruik, de artikelen 7, 14, 15, derde lid, 16 en 21; @@ -300,12 +294,12 @@ Economische delicten zijn eveneens: de Flora- en faunawet, artikel 13, eerste lid; -de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 81b, 81c, 81d, 81m, 81n en 81o; - de Kernenergiewet, de artikelen 15, 15f, eerste en zesde lid, 21, 21a, 21e, eerste lid, 29, eerste lid, 31, 32, eerste lid, 34, eerste, vijfde en zesde lid, 37b, 38a, 46, eerste lid, 47, eerste lid, 49b, eerste lid, 49d, 75, tweede lid, en 76a; de Meststoffenwet, de artikelen 7, 14, eerste lid, 19, 20, eerste lid, 21, 22, derde lid, en 26, zesde lid; +de Visserijwet 1963, de artikelen 3a, voor zover de overtreding van die voorschriften in de EU-verordening ter uitvoering waarvan zij strekken als ernstige inbreuk wordt aangemerkt, 5, 7, voor zover wordt gevist anders dan met de hengel of de peur, en 21, voor zover wordt gevist anders dan met de hengel of de peur, dan wel overtreding van voorschriften verbonden aan op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7 en 21 van de Visserijwet 1963 verleende schriftelijke toestemmingen en huurovereenkomsten; + de Waterwet, de artikelen 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.6, eerste en tweede lid, 6.7, 6.8, 6.10, eerste lid, 6.20, derde lid, tenzij de desbetreffende vergunning uitsluitend berust op een verordening van een waterschap, en 10.1; de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, en artikel 2.3, aanhef en onder a; @@ -364,12 +358,12 @@ de Woningwet, de artikelen 1a, 1b, 7b, 14a, 16, 103 en 120, tweede lid; de Flora- en faunawet, de artikelen 10, 16, 37, eerste en tweede lid, 38, eerste lid, 50, eerste, tweede en derde lid, 51, 52, 53, 54, eerste lid, 58, 59, tweede lid, 60, vijfde lid, 62, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, zesde lid, 72, vijfde lid, 74, eerste lid, 74a, eerste lid, 81, eerste lid, en 111, eerste lid; -de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 81f, 81g en 81h; - de Kernenergiewet, de artikelen 36, eerste lid, en - voor zover aangeduid als strafbare feiten - 73; de Meststoffenwet, de artikelen 4, 5, 6, 9, tweede en derde lid, 11, vijfde lid, 13, vierde lid, 15, 16, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, en 40; +de Visserijwet 1963, de artikelen 2a, 3 en 3a, voor zover de overtreding van die voorschriften in de EU- verordening ter uitvoering waarvan zij strekken niet als ernstige inbreuk wordt aangemerkt, 4, 7, voor zover wordt gevist met meer dan twee hengels of de peur, 9, 16 en 21, voor zover wordt gevist met de hengel of de peur, dan wel overtreding van voorschriften, verbonden aan op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7 en 21 van de Visserijwet 1963 verleende schriftelijke toestemmingen en huurovereenkomsten; + de Waterwet, artikel 6.24, tweede lid, tenzij de desbetreffende vergunning uitsluitend berust op een verordening van een waterschap; de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.2 en artikel 2.3, aanhef en onder c; @@ -633,7 +627,7 @@ b. zorg te dragen, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke vatbaar zijn vo **3.** -De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht, totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen tussentijds door de officier van justitie bij aan de verdachte te betekenen kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken of door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, of op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: +De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht, totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen tussentijds door de officier van justitie bij aan de verdachte te betekenen kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken of door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, of op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: 1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; 2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. @@ -644,7 +638,7 @@ Het gerecht beslist op een verzoek van de verdachte binnen vijf dagen, nadat het **1.** -Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, kan het gerecht in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, vóór de behandeling ter terechtzitting, op de vordering van het openbaar ministerie, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, en, indien de zaak te zijner zitting wordt behandeld, mede ambtshalve, als voorlopige maatregel bevelen: +Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, kan het gerecht in alle zaken, economische delicten betreffende, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, vóór de behandeling ter terechtzitting, op de vordering van het openbaar ministerie, en, indien de zaak te zijner zitting wordt behandeld, mede ambtshalve, als voorlopige maatregel bevelen: a. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; b. onderbewindstelling van de onderneming van de verdachte, waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan; @@ -656,7 +650,7 @@ e. dat de verdachte zorg drage, dat in het bevel aangeduide voorwerpen, welke va **3.** -De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd en worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de voordracht van de rechter-commissaris, met het gerechtelijk vooronderzoek belast, op de vordering van het openbaar ministerie en, voor wat betreft wijziging of opheffing van de bevelen, tevens op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: +De vorengenoemde bevelen verliezen hun kracht door een tijdsverloop van zes maanden en blijven uiterlijk van kracht totdat de rechterlijke einduitspraak in de zaak, waarin zij zijn gegeven, onherroepelijk is geworden. Zij kunnen door het gerecht, waarvoor de zaak wordt vervolgd, eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd en worden gewijzigd of opgeheven. Het gerecht kan dit doen ambtshalve, op de vordering van het openbaar ministerie en, voor wat betreft wijziging of opheffing van de bevelen, tevens op het verzoek van de verdachte; deze wordt steeds gehoord, althans behoorlijk opgeroepen, tenzij: 1°. het gerecht reeds aanstonds tot wijziging overeenkomstig het verzoek van de verdachte dan wel tot opheffing besluit; 2°. nog geen twee maanden zijn verstreken sedert op een vorig verzoek van de verdachte van gelijke strekking is beslist. @@ -725,7 +719,7 @@ Het opzettelijk, al dan niet door middel van een ander, onttrekken van vermogens Vervallen -## Titel VII. Van de bevoegdheid en de samenstelling der arrondissements-rechtbanken +## Titel VII. De berechting in eerste aanleg ### Artikel 38 @@ -751,7 +745,7 @@ Vervallen ### Artikel 43 -De economische kamers kunnen ook zitting houden buiten de plaats, waar de zetel van de rechtbank gevestigd is. +Vervallen ### Artikel 44 @@ -761,7 +755,7 @@ Vervallen De bepalingen van deze titel brengen geen wijziging in de bevoegdheden van de kinderrechter, behoudens het bepaalde in artikel 38. -## Titel VIII. Van de berechting in eerste aanleg +## Titel VIII ### Artikel 46