2005-01-01 | BWBR0002691 | Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2a313f3c5c
commit 04a43910c2

View file

@ -20,7 +20,7 @@ citeertitel: Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
**2.** Voor zover de voor uitkering en pensioen in aanmerking komende tijd kalenderjaren of kalendermaanden omvat, wordt deze tijd uitgedrukt in jaren, onderscheidenlijk maanden voor uitkering en pensioen in aanmerking komende tijd. De overige tijd wordt uitgedrukt in gedeelten van jaren, onderscheidenlijk gedeelten van maanden, waarbij het jaar op 12 maanden en de maand op 30 dagen wordt gesteld.
**3.** Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden onder pensioen tevens begrepen de toeslagen bedoeld in de artikelen 14b, 22a, 25a, 27a, 27b, 59b, 67a, 70a, 73, 73a, 139b, 145a, 148a, 150a en 150b, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt.
**3.** Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden onder pensioen tevens begrepen de toeslagen bedoeld in de artikelen 14b, 25a, 27a, 27b, 59b, 70a, 73, 73a, 139b, 148a, 150a en 150b, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt.
### Artikel 2
@ -453,15 +453,15 @@ d. bij overlijden van een gepensioneerd minister voorzover de pensioengeldige ti
### Artikel 18
Na het overlijden van een minister, gewezen minister of gepensioneerd minister hebben recht op wezenpensioen zijn kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn dan wel niet partij zijn of partij geweest zijn bij een aanmelding, mits zij zijn geboren of geadopteerd voor zijn ontslag is ingegaan of in de periode waarin hij recht heeft op uitkering ter zake van het ontslag. Artikel 15, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Na het overlijden van een minister, gewezen minister of gepensioneerd minister hebben recht op wezenpensioen zijn kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn dan wel niet partij zijn of partij geweest zijn bij een aanmelding, mits zij zijn geboren of geadopteerd voor zijn ontslag is ingegaan of in de periode waarin hij recht heeft op uitkering ter zake van het ontslag.
### Artikel 19
Kinderen ten opzichte van welke aan een mannelijke minister, gewezen of gepensioneerde minister ten tijde van zijn overlijden een onderhoudsplicht krachtens artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek was opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte een dergelijke verplichting was erkend, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 18 recht op wezenpensioen. Artikel 15, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Kinderen ten opzichte van welke aan een mannelijke minister, gewezen of gepensioneerde minister ten tijde van zijn overlijden een onderhoudsplicht krachtens artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek was opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte een dergelijke verplichting was erkend, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 18 recht op wezenpensioen.
### Artikel 20
**1.** Kinderen voor welke de minister, gewezen minister of gepensioneerde minister ten tijde van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 18, recht op wezenpensioen met dien verstande dat in plaats van het tijdstip van geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang van de pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt genomen. Artikel 15, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**1.** Kinderen voor welke de minister, gewezen minister of gepensioneerde minister ten tijde van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 18, recht op wezenpensioen met dien verstande dat in plaats van het tijdstip van geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang van de pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt genomen.
**2.** Onder pleegouderlijke zorg bedoeld in het vorige lid wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
@ -809,7 +809,7 @@ Het eerste lid vindt geen toepassing:
a. indien de belanghebbende daarom verzoekt, of indien hij zonder onderbreking weer als kamerlid optreedt;
b. indien aan de belanghebbende rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
**4.** Tenzij de omstandigheid bedoeld in het tweede lid, onder b, te rekenen vanaf de dag van ingang van het ontslag even lang als of langer heeft geduurd dan de duur van de uitkering berekend volgens artikel 52, eerste, tweede of derde lid, wordt de uitkering alsnog toegekend met ingang van de dag dat die omstandigheid zich niet meer voordoet, voor de resterende duur.
**3.** Tenzij de omstandigheid bedoeld in het tweede lid, onder b, te rekenen vanaf de dag van ingang van het ontslag even lang als of langer heeft geduurd dan de duur van de uitkering berekend volgens artikel 52, eerste, tweede of derde lid, wordt de uitkering alsnog toegekend met ingang van de dag dat die omstandigheid zich niet meer voordoet, voor de resterende duur.
### Artikel 52
@ -1126,15 +1126,15 @@ d. bij overlijden van een gepensioneerd kamerlid, voorzover de pensioengeldige t
### Artikel 63
Na het overlijden van een kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerd kamerlid hebben recht op wezenpensioen zijn kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn dan wel niet partij zijn of partij zijn geweest bij een aanmelding, mits zij zijn geboren of geadopteerd voor zijn aftreden is ingegaan of in de periode waarin hij recht heeft op uitkering ter zake van het aftreden. Artikel 60, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Na het overlijden van een kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerd kamerlid hebben recht op wezenpensioen zijn kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn dan wel niet partij zijn of partij zijn geweest bij een aanmelding, mits zij zijn geboren of geadopteerd voor zijn aftreden is ingegaan of in de periode waarin hij recht heeft op uitkering ter zake van het aftreden.
### Artikel 64
Kinderen ten opzichte van welke aan een mannelijk kamerlid ten tijde van zijn overlijden een onderhoudsplicht krachtens artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek was opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte een dergelijke verplichting was erkend, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 63 recht op wezenpensioen. Artikel 60, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Kinderen ten opzichte van welke aan een mannelijk kamerlid ten tijde van zijn overlijden een onderhoudsplicht krachtens artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek was opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte een dergelijke verplichting was erkend, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 63 recht op wezenpensioen.
### Artikel 65
**1.** Kinderen voor welke het kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerde kamerlid ten tijde van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 63, recht op wezenpensioen met dien verstande dat in plaats van het tijdstip van geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang van de pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt genomen. Artikel 60, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**1.** Kinderen voor welke het kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerde kamerlid ten tijde van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, hebben onder dezelfde voorwaarden als genoemd in artikel 63, recht op wezenpensioen met dien verstande dat in plaats van het tijdstip van geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang van de pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt genomen.
**2.** Onder pleegouderlijke zorg bedoeld in het vorige lid wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
@ -1526,7 +1526,7 @@ Het bepaalde in de vorige volzin geldt met dien verstande, dat indien het betref
### Artikel 102
**1.** Op verzoek van degene die aantoont, dat uit hoofde van zijn recht op algemeen pensioen een vermindering plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld in artikel 101, vijfde lid, wordt het bedrag van die vermindering voor zoveel mogelijk in mindering gebracht op het inbouwbedrag. De vorige volzin is slechts van toepassing voor zover bedoelde vermindering betrekking heeft op tijd die gelijktijdig in de desbetreffende betrekkingen is of geacht kan worden te zijn vervuld. Aan diensttijd die niet daadwerkelijk in dienstverhouding of als politiek ambtsdrager is doorgebracht wordt een plaats toegekend overeenkomstig het bepaalde bij artikel 99, onder *g*.
**1.** Op verzoek van degene die aantoont, dat uit hoofde van zijn recht op algemeen pensioen een vermindering plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld in artikel 101, vijfde lid, wordt het bedrag van die vermindering voor zoveel mogelijk in mindering gebracht op het inbouwbedrag. De vorige volzin is slechts van toepassing voor zover bedoelde vermindering betrekking heeft op tijd die gelijktijdig in de desbetreffende betrekkingen is of geacht kan worden te zijn vervuld. Aan diensttijd die niet daadwerkelijk in dienstverhouding of als politiek ambtsdrager is doorgebracht wordt een plaats toegekend overeenkomstig het bepaalde bij artikel 99, onderdeel h.
**2.** De vermindering van het inbouwbedrag bedoeld in het vorige lid gaat in met de dag waarop de in dat lid bedoelde omstandigheid is opgetreden, met dien verstande dat deze niet vroeger ingaat dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin het desbetreffende verzoek werd ingediend.
@ -1789,7 +1789,7 @@ Het eerste lid vindt geen toepassing:
a. indien de belanghebbende daarom verzoekt, of indien hij zonder onderbreking weer als lid van gedeputeerde staten optreedt, tenzij hij als zodanig een betrekking in een mindere omvang is gaan uitoefenen;
b. indien aan de belanghebbende rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
**4.** Tenzij de omstandigheid bedoeld in het tweede lid, onder b, te rekenen vanaf de dag van ingang van het ontslag even lang als of langer heeft geduurd dan de duur van de uitkering berekend volgens artikel 132, eerste tweede of derde lid, wordt de uitkering alsnog toegekend met ingang van de dag dat die omstandigheid zich niet meer voordoet, voor de resterende duur.
**3.** Tenzij de omstandigheid bedoeld in het tweede lid, onder b, te rekenen vanaf de dag van ingang van het ontslag even lang als of langer heeft geduurd dan de duur van de uitkering berekend volgens artikel 132, eerste tweede of derde lid, wordt de uitkering alsnog toegekend met ingang van de dag dat die omstandigheid zich niet meer voordoet, voor de resterende duur.
##### Paragraaf . Duur van de uitkering
@ -1978,7 +1978,7 @@ c. de vaste vergoeding die wordt genoten als lid van provinciale staten.
De uitkering vervalt:
a. met ingang van de dag waarop de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt;
b. met ingang van de dag waarop de belanghebbende opnieuw lid van gedeputeerde staten wordt in de provincie ten laste waarvan de uitkering wordt genoten, tenzij hij als zodanig een betrekking is gaan uitoefenen in een mindere omvang dan voor het aftreden waaraan hij het recht op uitkering ontleent.
b. met ingang van de dag waarop de belanghebbende opnieuw lid van gedeputeerde staten wordt in de provincie ten laste waarvan de uitkering wordt genoten, tenzij hij als zodanig een betrekking is gaan uitoefenen in een mindere omvang dan voor het aftreden waaraan hij het recht op uitkering ontleent;
c. wanneer tijdens de duur van de uitkering zich de omstandigheid voordoet, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onder b. Zodra die omstandigheid zich niet langer voordoet is het daar bepaalde van overeenkomstige toepassing.
**3.** De uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de belanghebbende herhaaldelijk niet of niet op de voorgeschreven wijze voldoet aan zijn verplichtingen op grond van artikel 134a.
@ -2025,9 +2025,9 @@ Provinciale staten onderscheidenlijk de raad kunnen bepalen dat voor de toepassi
**4.** Een lid van gedeputeerde staten en een gewezen lid van gedeputeerde staten hebben bij ingang van het pensioen eenmalig de keuzemogelijkheid het pensioen met 12 percent te verhogen, voorzover het is berekend over tijd als lid van gedeputeerde staten die is gelegen na 30 juni 1999 en die overeenkomt met de tijd die krachtens artikel 145 voor de berekening van het nabestandenpensioen in aanmerking wordt genomen.
**5.** Met de verhoging van het pensioen, bedoeld in het vijfde lid, vervalt de aanspraak op nabestaandenpensioen, voorzover opgebouwd na 30 juni 1999.
**5.** Met de verhoging van het pensioen, bedoeld in het vierde lid, vervalt de aanspraak op nabestaandenpensioen, voorzover opgebouwd na 30 juni 1999.
**6.** De keuze, bedoeld in het vijfde lid, kan slechts worden gedaan met toestemming van de echtgenoot of de aangemelde partner. De regels, bedoeld in artikel 13a, zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**6.** De keuze, bedoeld in het vierde lid, kan slechts worden gedaan met toestemming van de echtgenoot of de aangemelde partner. De regels, bedoeld in artikel 13a, zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** De verhoging van het pensioen gaat in met ingang van de dag waarop het recht op pensioen ontstaat en is onherroepelijk.
@ -2062,7 +2062,7 @@ b. voor het gepensioneerde lid van gedeputeerde staten dat voor de toepassing va
### Artikel 139aa
Artikel 139a, eerste lid, is van toepassing op tijd na 31 december 1994, met dien verstande dat de franchise het bedrag is dat op grond van een reglement als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP als zodanig geldt voor de berekening van een ouderdomspensioen van een gepensioneerd overheidswerknemer in de zin van die wet. Artikel 139a, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing
Artikel 139a, eerste lid, is van toepassing op tijd na 31 december 1994, met dien verstande dat de franchise het bedrag is dat op grond van een reglement als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering ABP als zodanig geldt voor de berekening van een ouderdomspensioen van een gepensioneerd overheidswerknemer in de zin van die wet. Artikel 139a, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing
### Artikel 139b
@ -2074,7 +2074,7 @@ Tijd, doorgebracht als lid van gedeputeerde staten, gedurende welke de belangheb
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als echtgenoot aangemerkt degene die voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet als echtgenoot van het gepensioneerde lid van gedeputeerde staten wordt aangemerkt.
**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt voor elk voor de berekening van het pensioen meetellend jaar binnen de samenlopende kalendertijd 0,525 percent van de franchise bedoeld in artikel 139a, vierde lid, onder a.
**3.** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt voor elk voor de berekening van het pensioen meetellend jaar binnen de samenlopende kalendertijd 0,525 percent van de franchise bedoeld in artikel 139a, derde lid, onderdeel a.
**4.** De toeslag wordt slechts toegekend op verzoek en gaat in de op de dag waarop de in het eerste lid bedoelde omstandigheid is opgetreden, met dien verstande dat de toeslag niet vroeger ingaat dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin het verzoek is ingediend.
@ -2127,8 +2127,8 @@ In afwijking van het het eerste en het tweede lid bestaat geen recht op bijzonde
a. indien het lid van gedeputeerde staten, gewezen lid van gedeputeerde staten of gepensioneerde lid van gedeputeerde staten en de desbetreffende vrouw of man dat zijn overeengekomen bij huwelijkse voorwaarden, bij geschrift met het oog op het einde van het huwelijk of de aanmelding, en gedeptuteerde staten daarmee instemmen;
b. indien de onder a bedoelde vrouw of man als gevolg van hertrouwen met of aanmelding door hetzelfde lid van gedeputeerde staten wegens diens overlijden recht op nabestaandenpensioen heeft;
c. bij overlijden van een lid van gedeputeerde staten of gewezen lid van gedeputeerde staten voor de leeftijd van 65 jaar, voorzover de pensioengeldige tijd van de overledene is gelegen na 30 juni 1999;
d. bij overlijden van een gepensioneerd lid van gedeputeerde staten, voorzover de pensioengeldige tijd van de overledene is gelegen na 30 juni 1999 en de keuze is gedaan, bedoeld in artikel 138a, vijfde lid.
c. bij overlijden van een lid van gedeputeerde staten of gewezen lid van gedeputeerde staten voor de leeftijd van 65 jaar, voorzover de pensioengeldige tijd van de overledene is gelegen na 31 juli 2003;
d. bij overlijden van een gepensioneerd lid van gedeputeerde staten, voorzover de pensioengeldige tijd van de overledene is gelegen na 30 juni 1999 en de keuze is gedaan, bedoeld in artikel 138a, vierde lid.
### Artikel 143
@ -2140,9 +2140,7 @@ a. de kinderen, van hem die overlijdt als lid, gewezen of gepensioneerde lid van
b. de kinderen ten opzichte van welke aan een mannelijk lid, gewezen of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten ten tijde van zijn overlijden een onderhoudsplicht krachtens artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek was opgelegd, dan wel door hem bij authentieke akte een dergelijke verplichting was erkend, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in onderdeel *a*, en
c. de kinderen voor welke het lid, gewezen lid of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten ten tijd van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in onderdeel *a*, met dien verstande dat in plaats van het tijdstip van geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang van de pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt genomen.
**2.** Artikel 140, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het gestelde onder *a* van het eerste lid.
**3.** Onder pleegouderlijke zorg bedoeld in het eerste lid, onder *c*, wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
**2.** Onder pleegouderlijke zorg bedoeld in het eerste lid, onder *c*, wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor.
### Artikel 144
@ -2165,7 +2163,7 @@ b. als gewezen lid van gedeputeerde staten in de periode, waarover hem een uitke
**3.** Indien wegens eenzelfde sterfgeval voor een nabestaande recht ontstaat op meer dan een nabestaandenpensioen op de voet van deze afdeling dan wel op een nabestaandenpensioen op de voet van deze afdeling en op een nabestaandenpensioen krachtens de tweede of derde afdeling van deze wet, wordt voor de berekening van de eigen pensioenen, waarvan de nabestaandenpensioenen zijn afgeleid, tijd die zowel voor de berekening van eerstbedoeld pensioen als voor de berekening van het andere pensioen medetelt en niet daadwerkelijk gelijktijdig in de verschillende ambten is doorgebracht, slechts medegeteld voor de berekening van het pensioen, waarbij die tijd het hoogste bedrag oplevert.
**4.** Bij de toepassing van de voorgaande leden wordt ten aanzien van het eigen pensioen voor zover artikel 139a daarop van toepassing is, in alle gevallen gerekend met de franchise bedoeld in artikel 139a, vierde lid, onder *a*.
**4.** Bij de toepassing van de voorgaande leden wordt ten aanzien van het eigen pensioen voor zover artikel 139a daarop van toepassing is, in alle gevallen gerekend met de franchise bedoeld in artikel 139a, derde lid, onderdeel a.
**5.** Het nabestaandenpensioen wordt verminderd indien de nabestaande meer dan tien jaar jonger was dan de overledene en het huwelijk dan wel de aanmelding op de dag van overlijden nog geen vijf jaar heeft geduurd. De vermindering bedraagt drie procent voor elk vol jaar dat het leeftijdsverschil meer dan tien jaar bedraagt.
@ -2324,7 +2322,7 @@ Hoofdstuk 7 van deze wet is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in
### Artikel 154
Hoofdstuk 16 van deze wet is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in deze afdeling bedoelde pensioenen.
Vervallen
##### Paragraaf 3. Samenloop van pensioen en algemeen pensioen
@ -2374,7 +2372,7 @@ Het bepaalde in artikel 116 is ten aanzien van de in deze afdeling bedoelde pens
**2.** Op de uitkering van het gewezen lid van gedeputeerde staten worden, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen, bedragen ingehouden overeenkomstig de inhouding van bedragen, terzake van aanspraken als bedoeld in het eerste lid, op een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een voor overheidspersoneel getroffen regeling.
**3.** Geen inhouding van bedragen ter zake van aanspraken bij ouderdom en overlijden vindt plaats voor zover tijd niet meetelt als pensioendiensttijd en op uitkeringen bedoeld in de artikelen 133a, alsmede in de gevallen bedoeld in de laatste volzin van artikel 139, vierde lid.
**3.** Geen inhouding van bedragen ter zake van aanspraken bij ouderdom en overlijden vindt plaats voor zover tijd niet meetelt als pensioendiensttijd en op uitkeringen bedoeld in de artikelen 133a, alsmede in de gevallen bedoeld in artikel 139, vierde lid.
### Artikel 160a