2024-07-05 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit
This commit is contained in:
parent
3a1e6e88e1
commit
04ab58d428
1 changed files with 41 additions and 12 deletions
|
|
@ -890,16 +890,25 @@ b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,3
|
|||
|
||||
**9.** De power park module is op grond van het vijfde tot en met het achtste lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde P-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
**10.** Tenzij anders overeengekomen is de power park module in staat om snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG).
|
||||
|
||||
De power park module is in staat snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), onder de volgende voorwaarden:
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting als bedoeld in het tiende lid, is de power park module die is aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger in staat om in bedrijf te zijn in één of twee van de volgende regelmodi:
|
||||
|
||||
a. de snelle foutstroomregelmodus zonder voorgeschreven foutstroom waarbij de power park module in staat is om in het geval van symmetrische (driefasen) en asymmetrische storingen de spanningsverandering op het overdrachtspunt van de aansluiting van de power park module tegen te werken; of
|
||||
b. de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom, waarbij het twaalfde lid van toepassing is op de power park module.
|
||||
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
De power park module aangesloten op een net met een spanningsniveau lager dan 110 kV en de power park module die is aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger die de foutregelmodus als bedoeld in het elfde lid, onderdeel b toepast, is in staat snelle foutstroom te leveren in de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom, als bedoeld in het elfde lid onderdeel b, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. additionele blindstroominjectie wordt geactiveerd indien op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module:
|
||||
|
||||
1°. een afwijking van meer dan 10% van de effectieve waarde van de nominale spanning plaatsvindt; of
|
||||
2°. een sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning vóór het optreden van de fout ter grootte van tenminste 5% van de piekwaarde van de nominale spanning plaatsvindt;
|
||||
b. de spanningsregeling zorgt ervoor dat de aanvoer van additionele blindstroom, afkomstig van de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module, met minimaal 2% en maximaal 6% van de nominale stroom per procent spanningsafwijking verzekerd is;
|
||||
c. de stijgtijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom voor het eerst een waarde van 90% van de stabiele eindwaarde bereikt) is maximaal 30 ms; de inslingertijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom blijvend tussen 90% en 110% van de stabiele eindwaarde is) is maximaal 60 ms;
|
||||
c. de stijgtijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom voor het eerst een waarde van 90% van de stabiele eindwaarde bereikt) is maximaal 30 ms; de inslingertijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom blijvend tussen 90% en 110% van de stabiele eindwaarde is) is maximaal 60 ms;
|
||||
d. additionele blindstroominjectie wordt geleverd met een spanningslimiet van ten minste 120% van de nominale spanning op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module;
|
||||
e. de te injecteren additionele blindstroom ΔI_B (gedefinieerd als het verschil van de blindstroom tijdens de storing (I_B) en de blindstroom voor de storing (I_B0)) is evenredig aan de spanningsafwijking als volgt: ΔI_B = ((U-U_0) / U_N) * I_N * k
|
||||
|
||||
|
|
@ -917,8 +926,8 @@ I_N: nominale stroom;
|
|||
|
||||
k: helling voor de additionele blindstroominjectie;
|
||||
f. het aanpassingsbereik van k is: 2 ≤ k ≤ 6;
|
||||
g. de aanpassingsstap van k is kleiner dan of gelijk aan 0,5 pu;
|
||||
h. de standaardwaarde van k is: 2 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning lager dan 66 kV en de standaardwaarde van k is 5 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning van 66 kV en hoger; indien een andere waarde dan de standaardwaarde wordt overeengekomen, wordt deze vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
|
||||
g. de aanpassingsstap van k is kleiner dan of gelijk aan 0,5 pu;
|
||||
h. de standaardwaarde van k is: 2 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning lager dan 66 kV en de standaardwaarde van k is 5 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning van 66 kV en hoger; indien een andere waarde dan de standaardwaarde wordt overeengekomen, wordt deze vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
|
||||
i. in geval van wijziging van het instelpunt geeft de netbeheerder twee weken van tevoren een kennisgeving aan de aangeslotene;
|
||||
j. de additionele blindstroominjectie mag worden beëindigd bij terugkeer van de spanningsafwijking (van een waarde van meer dan 10%) naar een waarde van minder dan 10% van de effectieve nominale waarde op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module of na een tijdsbestek van vijf seconden na het begin van de fout; een herhaald activeren van de additionele blindstroominjectie nadat deze vanwege het bereiken van het einde van de fout is beëindigd, moet conceptueel worden vermeden;
|
||||
k. de te injecteren blindstroom bedraagt minimaal I_N bij maximale spanningsdaling; een hogere waarde van de blindstroom dan I_N wordt niet geëist;
|
||||
|
|
@ -928,7 +937,9 @@ l. de tolerantie voor de grootte van de blindstroominjectie bij een spanningsver
|
|||
2°. de ondergrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k gelijk aan de ingestelde waarde en met een verlaging van 20% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met dezelfde hellingshoek;
|
||||
m. bij een spanning lager dan 15% Uc is het leveren van stroom niet verplicht.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
**13.** De netbeheerder en de aangeslotene die beschikt over een power park module komen de reqelmodus of regelmodi, alsmede ingeval van de in het elfde lid, onderdeel a, bedoelde reqelmodus, het principe en de prestatieparameters van de regelmodus, overeen, en leggen dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
|
||||
**14.**
|
||||
|
||||
De power park module is in staat in het geval van asymmetrische storingen de snelle foutstroom als volgt te leveren:
|
||||
|
||||
|
|
@ -944,9 +955,9 @@ h. de tolerantie voor de grootte van de inverse component van de blindstroominje
|
|||
1°. de bovengrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k_2 gelijk aan 6 en met een verhoging van 20% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met de zelfde hellingshoek;
|
||||
2°. de ondergrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k_2 gelijk aan de ingestelde waarde en met een verlaging van 10% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met de zelfde hellingshoek.
|
||||
|
||||
**12.** Indien in overleg tussen de relevante netbeheerder en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeengekomen, wordt de eis tot het leveren van snelle foutstroom door een power park module in geval van symmetrische storingen vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
**15.** Indien in overleg tussen de relevante netbeheerder en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeengekomen, wordt de eis tot het leveren van snelle foutstroom door een power park module in geval van symmetrische storingen vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
|
||||
**13.**
|
||||
**16.**
|
||||
|
||||
De power park module is in staat om na een fout het werkzame vermogen zo snel mogelijk te herstellen. De minimale eisen zijn:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1234,7 +1245,7 @@ b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,
|
|||
|
||||
**2.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.13, eerste tot en met vijfde lid, en artikel 3.15, achtste lid, gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.17, met uitzondering van het eerste en zevende lid, artikel 3.19, tiende tot en met dertiende lid, en artikel 3.20, eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
|
||||
**3.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.17, met uitzondering van het eerste en zevende lid, artikel 3.19, tiende tot en met zestiende lid, en artikel 3.20, eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**4.** Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in artikel 3.24, met uitzondering van het zevende lid, en artikel 3.26, met uitzondering van het eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1268,7 +1279,7 @@ c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4
|
|||
|
||||
**4.** De offshore-power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram:
|
||||
|
||||
**5.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.19, tiende tot en met dertiende lid, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules.
|
||||
**5.** Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is artikel 3.19, tiende tot en met zestiende tot en met dertiende lid, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.34
|
||||
|
||||
|
|
@ -1617,7 +1628,7 @@ De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert het maximumverli
|
|||
Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting als bedoeld in het eerste lid, is het HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in een of twee van de volgende regelmodi:
|
||||
|
||||
a. de snelle foutstroomregelmodus zonder voorgeschreven foutstroom waarbij het HVDC-convertorstation in staat is om in het geval van symmetrische (driefasen) en asymmetrische storingen de spanningsverandering op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-convertorstation tegen te werken; of
|
||||
b. de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom waarbij artikel 3.19, tiende lid tot en met dertiende lid, van overeenkomstige toepassing op het HVDC-convertorstation, waarbij “overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-convertorstation” gelezen dient te worden in plaats van “aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheid van de power park module”.
|
||||
b. de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom waarbij artikel 3.19, tiende lid, twaalfde lid, en veertiende tot en met zestiende lid, van overeenkomstige toepassing is op het HVDC-convertorstation, waarbij “overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-convertorstation” gelezen dient te worden in plaats van “aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheid van de power park module”.
|
||||
|
||||
**3.** De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de reqelmodus of regelmodi alsmede ingeval van de in onderdeel a bedoelde reqelmodus het principe en de prestatieparameters van de regelmodus, overeen, en leggen dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1866,7 +1877,7 @@ f. stabiliteit bij harmonischen en resonanties.
|
|||
|
||||
**4.** De DC-aangesloten power park module is in staat zich automatisch te ontkoppelen, als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), bij lage frequenties en bij hoge frequenties. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet komt de voorwaarden en instellingen voor automatische ontkoppeling overeen met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module en neemt deze op in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
|
||||
**5.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.13, vierde lid, artikel 3.17, derde en achtste tot en met elfde lid, artikel 3.19, tiende tot en met dertiende lid, artikel 3.20 en artikel 3.28, derde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Op de DC-aangesloten power park module is artikel 3.13, vierde lid, artikel 3.17, derde en achtste tot en met elfde lid, artikel 3.19, tiende tot en met zestiende lid, artikel 3.20 en artikel 3.28, derde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de LFSM-O.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5995,6 +6006,24 @@ Aansluitingen, aangelegd voor 1 juli 2017 die niet beschikken over een meetinri
|
|||
|
||||
**2.** Vanaf zes maanden na inwerkingtreding van dit besluit voor invoedings-congestiegebieden en vanaf twaalf maanden na inwerkingtreding van dit besluit voor afname-congestiegebieden zijn de onderzoeksrapporten als bedoeld in artikel 9.10, derde lid, in overeenstemming met de bepaling van de technische grens, als bepaald op grond van artikel 9.10, tweede lid onderdeel d, en de definitie van regelbaar vermogen, als bedoeld in artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 15.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert eenmalig voor de 60 kalendermaanden voorafgaand aan 1 januari 2025, per kalendermaand de gemiddelde gewogen day-ahead-clearingprijs voor normaaluren en laaguren die hij voor normaaluren en laaguren afzonderlijk heeft berekend volgens de formule:
|
||||
|
||||
Gemiddelde gewogen clearingprijs_N,maand1 = (LD_profielen,uur1 * clearingprijs_uur1 + LD_profielen,uur2 * clearingprijs_uur2 + etc) / Σ LD_profielen,maand1
|
||||
|
||||
waarbij LD_uur het landelijk debiet van profielafnemers op een bepaald uur is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert eenmalig voor de 60 kalendermaanden voorafgaand aan 1 januari 2025 per kalendermaand de gemiddelde gewogen day-ahead-clearingprijs, zonder onderscheid naar normaaluren en laaguren die hij heeft berekend volgens de formule:
|
||||
|
||||
Gemiddelde gewogen clearingprijs_N,maand1 = (LD_profielen,uur1 * clearingprijs_uur1 + LD_profielen,uur2 * clearingprijs_uur2 + etc) / Σ LD_profielen,maand1
|
||||
|
||||
waarbij LD_uur het landelijk debiet van profielafnemers op een bepaald uur is.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. bij
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue