2006-10-22 | BWBR0019971 | Verordening vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006

This commit is contained in:
Coornhert 2006-10-22 12:00:00 +00:00
parent aedcedc1fe
commit 04bc6cd3f7

View file

@ -16,39 +16,22 @@ citeertitel: Verordening vaccinatie Newcastle Disease (PPE) 2006
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. a.
productschap: Productschap Pluimvee en Eieren;
b. b.
bestuur: bestuur van het productschap;
c. c.
voorzitter: voorzitter van het productschap;
d. d.
NCD: Newcastle Disease (pseudovogelpest);
e. e.
vleeskuikens: kippen, waarvan de punt van het borstbeen nog niet is verbeend, die worden gehouden voor de vleesproductie;
f. f.
vleeskalkoenen: kalkoenen die worden gehouden voor de vleesproductie;
g. g.
vermeerderingsdieren: kippen of kalkoenen die worden gehouden voor de productie van broedeieren, alsmede kippen of kalkoenen die voor dit doel worden opgefokt;
h. h.
leghennen: kippen die worden gehouden voor de productie van andere eieren dan broedeieren, alsmede kippen die voor dit doel worden opgefokt;
i. i.
pluimvee: vleeskuikens, vleeskalkoenen, vermeerderingsdieren of leghennen;
j. j.
pluimveebedrijf: voorziening die een inrichting kan omvatten die wordt gebruikt voor het op een locatie (op)fokken of houden van pluimvee en die als zodanig bij het productschap is geregistreerd, dan wel geregistreerd had moeten zijn;
k. k.
koppel: groep pluimvee met dezelfde gezondheidsstatus en van dezelfde leeftijd, die een epidemiologische eenheid vormt;
l. l.
ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een pluimveebedrijf uitoefent;
m. m.
dierenarts: diegene die is ingeschreven in het register van praktizerende dierenartsen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990;
n. n.
paraveterinair: een op aanwijzing van en onder een dierenarts handelende dierenartsassistent als bedoeld in artikel 9 van het Besluit paraveterinairen (Stb. 1991, 526);
o. o.
richtlijn 92/66/EEG: richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG L 260);
p. p.
HAR-test: Hemagglutinatieremmingstest.
a. productschap: Productschap Pluimvee en Eieren;
b. bestuur: bestuur van het productschap;
c. voorzitter: voorzitter van het productschap;
d. NCD: Newcastle Disease (pseudovogelpest);
e. vleeskuikens: kippen, waarvan de punt van het borstbeen nog niet is verbeend, die worden gehouden voor de vleesproductie;
f. vleeskalkoenen: kalkoenen die worden gehouden voor de vleesproductie;
g. vermeerderingsdieren: kippen of kalkoenen die worden gehouden voor de productie van broedeieren, alsmede kippen of kalkoenen die voor dit doel worden opgefokt;
h. leghennen: kippen die worden gehouden voor de productie van andere eieren dan broedeieren, alsmede kippen die voor dit doel worden opgefokt;
i. pluimvee: vleeskuikens, vleeskalkoenen, vermeerderingsdieren of leghennen;
j. pluimveebedrijf: voorziening die een inrichting kan omvatten die wordt gebruikt voor het op een locatie (op)fokken of houden van pluimvee en die als zodanig bij het productschap is geregistreerd, dan wel geregistreerd had moeten zijn;
k. koppel: groep pluimvee met dezelfde gezondheidsstatus en van dezelfde leeftijd, die een epidemiologische eenheid vormt;
l. ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een pluimveebedrijf uitoefent;
m. dierenarts: diegene die is ingeschreven in het register van praktizerende dierenartsen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990;
n. paraveterinair: een op aanwijzing van en onder een dierenarts handelende dierenartsassistent als bedoeld in artikel 9 van het Besluit paraveterinairen (Stb. 1991, 526);
o. richtlijn 92/66/EEG: richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG L 260);
p. HAR-test: Hemagglutinatieremmingstest.
### Paragraaf 2. Vaccineren en bloedonderzoek
@ -70,16 +53,11 @@ p. p.
Ter uitvoering van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde vaccinatieverplichting zorgt de ondernemer ervoor dat:
a. a.
het op het pluimveebedrijf aanwezige pluimvee met een leeftijd vanaf 72 uur na de geboorte tot en met een leeftijd van 18 dagen, uiterlijk de 18e levensdag ten minste eenmaal wordt gevaccineerd;
b. b.
indien het onder a. bedoelde pluimvee afkomstig is van vermeerderingsdieren die niet zijn gevaccineerd tegen NCD, de onder a. bedoelde vaccinatie in ieder geval onmiddellijk na plaatsing op het pluimveebedrijf wordt uitgevoerd;
c. c.
het op het pluimveebedrijf aanwezige pluimvee dat ouder is dan 18 dagen, afkomstig van een buiten Nederland gelegen bedrijf en dat niet is gevaccineerd tegen NCD, onmiddellijk na plaatsing op het pluimveebedrijf wordt gevaccineerd;
d. d.
de op het pluimveebedrijf aanwezige leghennen of vermeerderingsdieren, niet zijnde kalkoenen, onverminderd de onder b. of c. bedoelde vaccinatie, voordat zij de leeftijd van 22 weken hebben bereikt, door middel van een injectie worden gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin; en
e. e.
voor wat betreft kalkoenen, de op het pluimveebedrijf aanwezige vermeerderingsdieren, onverminderd de onder b. of c. bedoelde vaccinatie, voordat zij de leeftijd van 30 weken hebben bereikt, door middel van een injectie worden gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin.
a. het op het pluimveebedrijf aanwezige pluimvee met een leeftijd vanaf 72 uur na de geboorte tot en met een leeftijd van 18 dagen, uiterlijk de 18e levensdag ten minste eenmaal wordt gevaccineerd;
b. indien het onder a. bedoelde pluimvee afkomstig is van vermeerderingsdieren die niet zijn gevaccineerd tegen NCD, de onder a. bedoelde vaccinatie in ieder geval onmiddellijk na plaatsing op het pluimveebedrijf wordt uitgevoerd;
c. het op het pluimveebedrijf aanwezige pluimvee dat ouder is dan 18 dagen, afkomstig van een buiten Nederland gelegen bedrijf en dat niet is gevaccineerd tegen NCD, onmiddellijk na plaatsing op het pluimveebedrijf wordt gevaccineerd;
d. de op het pluimveebedrijf aanwezige leghennen of vermeerderingsdieren, niet zijnde kalkoenen, onverminderd de onder b. of c. bedoelde vaccinatie, voordat zij de leeftijd van 22 weken hebben bereikt, door middel van een injectie worden gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin; en
e. voor wat betreft kalkoenen, de op het pluimveebedrijf aanwezige vermeerderingsdieren, onverminderd de onder b. of c. bedoelde vaccinatie, voordat zij de leeftijd van 30 weken hebben bereikt, door middel van een injectie worden gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin.
### Artikel 4
@ -99,12 +77,9 @@ e. e.
Van een koppel:
a. a.
vermeerderingsdieren of leghennen dat is gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin voldoet, vanaf zes weken na de datum waarop de vaccinatie met het geïnactiveerde vaccin heeft plaatsgevonden, ten minste 83% van het aantal onderzochte bloedmonsters aan de waarde van 1:8 of hoger;
b. b.
vermeerderingsdieren of leghennen, dat nog niet is gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin of waarvan de vaccinatie met een geïnactiveerd vaccin minder dan zes weken geleden heeft plaatsgevonden, voldoet vanaf een leeftijd van 70 dagen ten minste 83% van het aantal onderzochte bloedmonsters aan de waarde van 1:8 of hoger, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds, met tussenpozen van ten hoogste 6 weken, door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties via een spray of aërosol zijn uitgevoerd en ten minste één van de onderzochte bloedmonsters als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voldoet aan de waarde 1:8 of hoger;
c. c.
vleeskalkoenen en vleeskuikens vanaf een leeftijd van 70 dagen, voldoet ten minste 83% van het aantal onderzochte monsters aan de waarde van 1:8 of hoger, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds, met tussenpozen van ten hoogste 6 weken, door een dierenarts door middel van een spray of aerosol is gevaccineerd met een levende entstof en ten minste één van de onderzochte bloedmonsters als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voldoet aan de waarde 1:8 of hoger.
a. vermeerderingsdieren of leghennen dat is gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin voldoet, vanaf zes weken na de datum waarop de vaccinatie met het geïnactiveerde vaccin heeft plaatsgevonden, ten minste 83% van het aantal onderzochte bloedmonsters aan de waarde van 1:8 of hoger;
b. vermeerderingsdieren of leghennen, dat nog niet is gevaccineerd met een geïnactiveerd vaccin of waarvan de vaccinatie met een geïnactiveerd vaccin minder dan zes weken geleden heeft plaatsgevonden, voldoet vanaf een leeftijd van 70 dagen ten minste 83% van het aantal onderzochte bloedmonsters aan de waarde van 1:8 of hoger, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds, met tussenpozen van ten hoogste 6 weken, door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties via een spray of aërosol zijn uitgevoerd en ten minste één van de onderzochte bloedmonsters als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voldoet aan de waarde 1:8 of hoger;
c. vleeskalkoenen en vleeskuikens vanaf een leeftijd van 70 dagen, voldoet ten minste 83% van het aantal onderzochte monsters aan de waarde van 1:8 of hoger, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds, met tussenpozen van ten hoogste 6 weken, door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en ten minste één van de onderzochte bloedmonsters als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voldoet aan de waarde 1:8 of hoger.
### Paragraaf 4. Maatregelen bij te lage weerstand
@ -114,20 +89,15 @@ c. c.
Onverminderd de in artikel 2, eerste lid, bedoelde vaccinaties zorgt de ondernemer ervoor dat, indien de met het in artikel 2, tweede lid, bedoelde onderzoek vastgestelde immuniteit van:
a. a.
een koppel vermeerderingsdieren of leghennen niet voldoet aan de in artikel 5, tweede of derde lid bedoelde waarde, het betreffende koppel terstond wordt gevaccineerd en dat het koppel uiterlijk vier weken na deze vaccinatie, overeenkomstig artikel 2, tweede lid, wordt onderzocht tenzij het voordien is geslacht;
b. b.
een koppel vleeskuikens niet voldoet aan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde, de eerstvolgende twee koppels vleeskuikens op zijn bedrijf worden gevaccineerd;
c. c.
de onder b. bedoelde eerstvolgende twee koppels niet voldoen of als één van deze twee koppels niet voldoet, aan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde, de eerstvolgende zes koppels vleeskuikens op zijn bedrijf worden gevaccineerd;
d. d.
een koppel vleeskalkoenen van een leeftijd van ten minste 70 dagen, niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder c., bedoelde waarde, de eerstvolgende twee koppels vleeskalkoenen worden gevaccineerd;
e. e.
de onder d. hedoelde eerstvolgende twee koppels, niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder c., bedoelde waarde, de eerstvolgende drie koppels vleeskalkoenen (die op zijn pluimveebedrijf worden gehouden) worden gevaccineerd.
a. een koppel vermeerderingsdieren of leghennen niet voldoet aan de in artikel 5, tweede of derde lid bedoelde waarde, het betreffende koppel terstond wordt gevaccineerd en dat het koppel uiterlijk vier weken na deze vaccinatie, overeenkomstig artikel 2, tweede lid, wordt onderzocht tenzij het voordien is geslacht;
b. een koppel vleeskuikens niet voldoet aan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde, de eerstvolgende twee koppels vleeskuikens op zijn bedrijf worden gevaccineerd;
c. de onder b. bedoelde eerstvolgende twee koppels niet voldoen aan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde, de eerstvolgende zes koppels vleeskuikens op zijn bedrijf worden gevaccineerd;
d. een koppel vleeskalkoenen van een leeftijd van ten minste 70 dagen, niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder c., bedoelde waarde, de eerstvolgende twee koppels vleeskalkoenen worden gevaccineerd;
e. de onder d. hedoelde eerstvolgende twee koppels, niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder c., bedoelde waarde, de eerstvolgende drie koppels vleeskalkoenen (die op zijn pluimveebedrijf worden gehouden) worden gevaccineerd.
**2.** Vaccinatie als bedoeld in het eerste lid, onder a. tot en met e., vindt, op kosten van de ondernemer, plaats overeenkomstig het in artikel 2, eerste lid, bedoelde besluit.
**3.** De in het eerste lid, onder a. tot en met e. bedoelde vaccinaties, worden uitgevoerd door een dierenarts. Indien de vaccinaties van de eerstvolgende zes koppels vleeskuikens, bedoeld in het eerste lid, onder c. worden uitgevoerd via het drinkwater, dient de dierenarts op het bedrijf aanwezig te zijn vanaf het moment dat het drinkwater wordt onthouden aan het te vaccineren pluimvee, tot het moment dat alle entstof is toegediend.
**3.** De in het eerste lid, onder a. tot en met e. bedoelde vaccinaties, worden uitgevoerd door een dierenarts.
**4.** De ondernemer is verplicht een kopie van de vaccinatieverklaringen van de in artikel 6, eerste lid, onder a. tot en met e., bedoelde vaccinaties binnen twee weken nadat de vaccinaties zijn verricht te zenden naar de het bestuur bij besluit aangewezen uitvoerende instantie.
@ -141,16 +111,11 @@ e. e.
Onverminderd de in artikel 2, eerste lid, bedoelde vaccinaties zorgt de ondernemer ervoor dat indien op zijn pluimveebedrijf aanwezig pluimvee verplaatst wordt naar een ander pluimveebedrijf, in het geval:
a. a.
het koppel pluimvee jonger is dan 28 dagen, dit koppel ten minste 7 dagen vóór de verplaatsing door middel van een spray of aërosol is gevaccineerd met een levend vaccin;
b. b.
het koppel pluimvee ouder is dan 28 dagen doch jonger dan 70 dagen, dit koppel slechts wordt verplaatst indien de immuniteit van het koppel aantoonbaar voldoet aan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde en het ten minste 7 en ten hoogste 42 dagen vóór de datum van de verplaatsing door middel van een spray of aërosol is gevaccineerd met een levend vaccin;
c. c.
het een koppel vermeerderingsdieren of leghennen betreft dat ouder is dan 70 dagen, dit koppel voldoet aan artikel 5, derde lid, onder a. of b.;
d. d.
het koppel vermeerderingsdieren of leghennen dat ouder is dan 70 dagen en waarvan de immuniteit niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder a. of b. bepaalde waarde, maar dat sinds de geboorte met tussenpozen van ten hoogste zes weken door middel van een spray of aërosol is gevaccineerd met een levende entstof, de laatste vaccinatie met een levende entstof ten minste zeven dagen vóór de verplaatsing is uitgevoerd;
e. e.
het koppel vleeskalkoenen of vleeskuikens ouder is dan 70 dagen, de immuniteit voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder c., bepaalde waarde.
a. het koppel pluimvee jonger is dan 28 dagen, dit koppel ten minste 7 dagen vóór de verplaatsing door middel van een spray of aërosol is gevaccineerd met een levend vaccin;
b. het koppel pluimvee ouder is dan 28 dagen doch jonger dan 70 dagen, dit koppel slechts wordt verplaatst indien de immuniteit van het koppel aantoonbaar voldoet aan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde waarde en het ten minste 7 en ten hoogste 42 dagen vóór de datum van de verplaatsing door middel van een spray of aërosol is gevaccineerd met een levend vaccin;
c. het een koppel vermeerderingsdieren of leghennen betreft dat ouder is dan 70 dagen, dit koppel voldoet aan artikel 5, derde lid, onder a. of b.;
d. het koppel vermeerderingsdieren of leghennen dat ouder is dan 70 dagen en waarvan de immuniteit niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder a. of b. bepaalde waarde, maar dat sinds de geboorte met tussenpozen van ten hoogste zes weken door middel van een spray of aërosol is gevaccineerd met een levende entstof, de laatste vaccinatie met een levende entstof ten minste zeven dagen vóór de verplaatsing is uitgevoerd;
e. het koppel vleeskalkoenen of vleeskuikens ouder is dan 70 dagen, de immuniteit voldoet aan de in artikel 5, derde lid, onder c., bepaalde waarde.
**2.** Het eerste lid, onder a., is niet van toepassing op koppels pluimvee die jonger zijn dan 8 dagen en afkomstig zijn van ouderdieren die aantoonbaar gevaccineerd zijn tegen NCD.
@ -184,14 +149,10 @@ De ondernemer is verplicht de daartoe bevoegde ambtenaren alsmede de door of nam
Ondernemers zijn verplicht:
a. a.
Aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. b.
Aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. c.
Aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden (waaronder begrepen pluimvee, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
d. d.
Te gedogen dat de door het bestuur aangewezen dienst en personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen pluimvee, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
a. Aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. Aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. Aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden (waaronder begrepen pluimvee, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
d. Te gedogen dat de door het bestuur aangewezen dienst en personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen pluimvee, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
**3.** De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen.
@ -205,14 +166,10 @@ d. d.
De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:
a. a.
een berisping;
b. b.
een geldboete tot ten hoogste het bedrag van de derde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
c. c.
het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten, voor ten hoogste 2 jaren;
d. d.
openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de betrokkene.
a. een berisping;
b. een geldboete tot ten hoogste het bedrag van de derde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
c. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten, voor ten hoogste 2 jaren;
d. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de betrokkene.
### Paragraaf 9. Bijzondere bepalingen