2000-07-28 | BWBR0003833 | Besluit trekkende bevolking WPO

This commit is contained in:
Coornhert 2000-07-28 12:00:00 +00:00
parent 5e308be94f
commit 04c76bc767

View file

@ -18,23 +18,27 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
*wet*: Wet op het primair onderwijs;
*school*: een basisschool als bedoeld in de titels B en C van dit besluit, tenzij het tegendeel blijkt;
*school*:een basisschool als bedoeld in de titels B en C van dit besluit, tenzij het tegendeel blijkt;
*schooljaar*: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend voor zover in dit besluit niet anders is bepaald.
leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling:
a. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep,
b. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije,
c. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba,
d. van wie ten minste een van de ouders of voogden door Onze Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 15 van de Vreemdelingenwet,
e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië;
### Artikel A 2
**1.** Artikel 4 van de wet is niet van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit. Artikel 2 van de wet is niet van toepassing op de school, bedoeld in titel C van dit besluit.
**1.** De artikelen 1, voor zover daarvan in artikel A 1 niet is afgeweken, en 3, 5, 6 en 7 van de wet zijn van toepassing op een school als bedoeld in dit besluit.
**2.** De artikelen 8, 10 tot en met 16, behoudens de in artikel 13 bedoelde algemene maatregel van bestuur, 29 tot en met 36, 38a, 40, eerste, tweede en negende tot en met elfde lid, 40b, 41, 42, 45a, 50 tot en met 63, 66, 67, 69, zesde lid, 120, 152, 155, 165 tot en met 179, 181, 182, 183, 187 tot en met 191 en 194 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts is het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO van overeenkomstige toepassing.
**2.** De artikelen 8, 10 tot en met 12, 14 tot en met 16, 29 tot en met 37, 40 tot en met 46, 50 tot en met 64, 66, 67, 123, tweede lid, 126 tot en met 128, 138, 164, 172, 173, eerste lid, 175, eerste en tweede lid, 177, 178, 182, 183, 186 en 187 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Voorts zijn het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel en het Besluit kerndoelen primair onderwijs 1998 van overeenkomstige toepassing.
### Artikel A 3
Vervallen
### Artikel A 4
De artikelen 12 en 20 van de Wet register onderwijsdeelnemers zijn van overeenkomstige toepassing.
De artikelen 2, vierde lid, 17, 17a, 17b, 18 en 19 van het Formatiebesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
## Titel B. Rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers
@ -42,11 +46,9 @@ De artikelen 12 en 20 van de Wet register onderwijsdeelnemers zijn van overeenko
### Artikel B 1
**1.** Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf of het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in daartoe ingerichte voertuigen die standplaats kiezen bij daarvoor in aanmerking komende kermissen of circussen.
**1.** Het onderwijs aan kinderen van wie de ouders in het kermisbedrijf, onderscheidenlijk het circusbedrijf werkzaam zijn, wordt gegeven in daartoe ingerichte voertuigen die in het kermisseizoen of circusseizoen standplaats kiezen bij daarvoor in aanmerking komende kermissen of circussen.
**2.** Gedurende een aantal maanden in het jaar kunnen de scholen een vaste standplaats innemen die wordt bepaald door het bevoegd gezag in overeenstemming met de inspecteur. Indien de inspecteur bedenkingen heeft tegen de standplaats en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan het onderwijs ook gedeeltelijk op afstand worden gegeven.
**2.** Gedurende de maanden november tot en met februari nemen de scholen een vaste standplaats in die wordt bepaald door het bevoegd gezag in overeenstemming met de inspecteur. Indien de inspecteur bedenkingen heeft tegen de standplaats en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.
### Afdeling 2. Onderwijs
@ -60,15 +62,19 @@ Artikel 9, eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid, van de wet is van o
### Artikel B 3a
Vervallen.
Het plan inzake onderwijs in allochtone levende talen, bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de wet, kan mede betrekking hebben op scholen als bedoeld in deze titel.
### Artikel B 4
Vervallen.
Artikel 13 van de wet is van overeenkomstige toepassing, behoudens voorzover het betreft de in dat artikel bedoelde algemene maatregel van bestuur.
### Artikel B 5
Vervallen
**1.** Elk jaar in de maanden maart en mei zendt het bevoegd gezag van een bijzondere school aan de inspecteur een gedeelte van een reisplan, waarin is vermeld bij welke kermissen of circussen elke van dat bevoegd gezag uitgaande school gedurende de eerstkomende periode standplaats zal kiezen. Het reisplan bestaat uit twee gedeelten welke gezamenlijk het kermisseizoen dan wel het circusseizoen omvatten.
**2.** Indien van het reisplan wordt afgeweken, wordt de inspecteur daarvan tevoren in kennis gesteld.
**3.** Indien de inspecteur tegen het reisplan of tegen een voorgenomen afwijking daarvan bedenkingen heeft en het bevoegd gezag weigert daaraan tegemoet te komen, besluit Onze Minister.
### Afdeling 3. Personeel
@ -112,7 +118,7 @@ Vervallen
### Artikel B 12
De artikelen 1, 2, 4, 9 tot en met 12, 23, 24 en 26 van het Besluit bekostiging WPO 2022 zijn van overeenkomstige toepassing.
De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.
#### Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging
@ -147,69 +153,94 @@ d. de voorgenomen voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens n
**5.** Artikel B 13, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 4. Bekostiging
### Artikel B 15
**1.**
Vervallen
De kosten die voor vergoeding uit 's Rijks kas in aanmerking kunnen komen, zijn:
a. de kosten, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen a tot en met d, f tot en met i en k, van de wet;
b. het onderhoud en de schoonmaak van het voertuig, bedoeld in artikel B 14;
c. de kosten voor verplaatsing en inneming van standplaats;
d. de kosten voor noodzakelijk vervoer van leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek; en
e. de reiskosten en andere noodzakelijke kosten verbonden aan het ononderbroken meerdaagse verblijf van het personeel.
**2.** De bekostiging is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
**3.** De bekostiging bestaat uit een jaarlijks bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per school.
#### Paragraaf 4. Materiële instandhouding
### Artikel B 16
**1.** In geval van bijzondere ontwikkelingen in het basisonderwijs, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel B 15, bekostiging verstrekken.
De kosten van materiële instandhouding die voor vergoeding uit 's Rijks kas in aanmerking kunnen komen, zijn:
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid.
a. onderhoud,
b. energie- en waterverbruik,
c. publiekrechtelijke heffingen,
d. middelen,
e. administratie, beheer en bestuur,
f. de kosten voor verplaatsing en inneming van standplaats,
g. de kosten voor noodzakelijk vervoer van leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek, en
h. de reiskosten en andere noodzakelijke kosten verbonden aan het ononderbroken meerdaagse verblijf van het voor rekening van het Rijk komende personeel.
**3.** Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling.
#### Paragraaf 4A. Bekostiging personeel
#### Paragraaf 4A. Formatie personeel
### Artikel B 16a
Vervallen
**1.**
De formatie voor een school omvat de formatie
a. voor de vervulling van reguliere taken van de school, en
b. voor speciale doeleinden.
De formatie, bedoeld in onderdeel a, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen B 16b tot en met B 16m wordt vastgesteld.
### Artikel B 16b
Vervallen
**1.** De totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel B 16a, die voor een school wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Indien krachtens artikel B 16j kan worden voorzien in formatie voor speciale doeleinden, maakt deze formatie uitsluitend deel uit van het formatiebudget indien de desbetreffende formatierekeneenheden worden besteed voor die speciale doeleinden. Het formatiebudget wordt in de vorm van formatierekeneenheden aan het bevoegd gezag van een school toegekend.
**2.** De omvang van het formatiebudget wordt bepaald door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor een school berekend op grond van de artikelen B 16d tot en met B 16m.
### Artikel B 16c
Vervallen
De formatie voor de vervulling van de reguliere taken van de school, bedoeld in artikel B 16a, eerste lid onderdeel a, bestaat uit:
a. de normatieve formatie,
b. een opslag in verband met formatieve fricties,
c. een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting,
d. een opslag vanwege herbezetting in verband met toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, en
e. een opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995.
### Artikel B 16d
Vervallen
De normatieve formatie van een school, bedoeld in artikel B 16c onderdeel a, omvat de basisformatie, de formatie voor vakonderwijs, en de formatie voor de schoolleiding.
### Artikel B 16e
Vervallen
De basisformatie wordt berekend op 1 formatieplaats ingeval het aantal leerlingen 16 of minder bedraagt. Tot en met telkens 16 leerlingen boven het aantal van 16 wordt de basisformatie met 1 formatieplaats verhoogd.
### Artikel B 16f
Vervallen
**1.** De formatie voor vakonderwijs in de onderwijsactiviteiten zintuiglijke en lichamelijke oefening, tekenen, muziek en handvaardigheid genoemd in artikel 9 van de wet, of, met toepassing van artikel 9, zesde lid, van de wet, ten behoeve van vakonderwijs in een of meer niet in artikel 9 van de wet genoemde onderwijsactiviteiten, wordt berekend op 4 uur.
**2.** Het aantal uren vakonderwijs, genoemd in het eerste lid, wordt besteed aan het geven van vakonderwijs in de in het eerste lid bedoelde onderwijsactiviteiten.
### Artikel B 16g
Vervallen
**1.** De formatie voor de schoolleiding wordt deels berekend in een aantal uren en deels uitgedrukt in formatierekeneenheden.
**2.** De formatie voor zover berekend in uren, omvat 16 uren.
**3.**
De formatie voor zover uitgedrukt in formatierekeneenheden, wordt berekend aan de hand van onderstaand schema:
| Aantal leerlingen | Aantal formatierekeneenheden |
| --- | --- |
| tot en met 99 | 54 |
| 100 tot en met 199 | 86 |
### Artikel B 16h
Vervallen
De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij vermindering van de formatie bedraagt 12 formatierekeneenheden.
### Artikel B 16i
Vervallen
**1.** De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16*m*, worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
**2.** Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16m en verhoogd op grond van het eerste lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in hoofdstuk I-V van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.
### Artikel B 16i.1
@ -221,11 +252,11 @@ Vervallen
### Artikel B 16i.3
Vervallen
De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16e en B 16k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, worden ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1993-1994 verhoogd met 0,783% en voor het schooljaar 1994-1995 verhoogd met 1,284%. Per schooljaar wordt de uitkomst van de berekening op grond van de vorige volzin vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
### Artikel B 16j
Vervallen
De formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel B 16*a*, eerste lid onderdeel *b*, omvat de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie.
### Artikel B 16k
@ -233,15 +264,30 @@ Vervallen
### Artikel B 16k.1
Vervallen
**1.**
De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie wordt vastgesteld door het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel B 16e, te vermenigvuldigen:
a. met 2,7% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel B 16e, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4; of
b. met 5,0% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel B 16e, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4.
**2.** De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
### Artikel B 16l
Vervallen
**1.** Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in de artikelen B16e en B16g, is het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden maart tot en met oktober van het voorafgaande jaar.
**2.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, geldt het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de 3 maanden volgende op de maand waarin de school is geopend, doch uiterlijk tot en met de maand oktober. Voor het daaropvolgende schooljaar wordt als grondslag genomen het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden volgende op de maand waarin de school is geopend tot en met oktober daaraanvolgend.
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder "schooljaar" verstaan het tijdvak van 1 maart tot 1 maart daaraanvolgend.
### Artikel B 16m
Vervallen
**1.** Voor zover de berekening van de formatie geschiedt in formatieplaatsen, wordt voor de omrekening in formatierekeneenheden dat aantal formatieplaatsen vermenigvuldigd met 179.
**2.** Voor zover de berekening van de formatie geschiedt in uren, wordt voor de omrekening in formatierekeneenheden dat aantal uren vermenigvuldigd met 179/40.
**3.** De berekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats op 4 decimalen nauwkeurig. De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste en tweede lid, wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
#### Paragraaf 5. Wijze van bekostiging
@ -251,33 +297,61 @@ Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de kosten van
### Artikel B 18
Vervallen
**1.** Het Rijk vergoedt jaarlijks aan het bevoegd gezag van een bijzondere school de uitgaven voor de materiële instandhouding.
**2.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de begroting op voor het eerstvolgende jaar. De begroting is voorzien van een toelichting en wordt jaarlijks voor 1 oktober ter toestemming bij Onze Minister ingediend.
**3.** Eveneens jaarlijks voor 1 oktober dient het bevoegd gezag ter toestemming bij Onze Minister een raming van inkomsten en uitgaven in voor de 4 jaren volgend op het jaar bedoeld in het tweede lid. De raming is voorzien van een toelichting.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen richtlijnen worden gegeven voor de inrichting van de begroting en de meerjarenraming.
**5.** Onze Minister stelt de vergoeding vast. Deze omvat het bedrag van de kosten voor zover Onze Minister daaraan zijn toestemming heeft gehecht.
### Artikel B 19
Vervallen
**1.** Het bevoegd gezag van een bijzondere school stelt jaarlijks een rekening en verantwoording op over het afgelopen jaar en dient deze jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister in.
**2.**
De rekening en verantwoording omvatten in elk geval:
a. de gemaakte kosten;
b. de genoten inkomsten uit verhaal van wettelijk verschuldigde bijdragen en premies;
c. de door Onze Minister vast te stellen waarde van de roerende zaken die door vervreemding of op andere wijze met toestemming van Onze Minister worden onttrokken aan de bestemming waartoe zij met vergoeding uit s Rijks kas zijn aangeschaft;
d. andere inkomsten, voortvloeiende uit de instandhouding van de school;
e. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de juistheid van de gegevens bedoeld onder *a*, *b* en *d*.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen richtlijnen worden gegeven voor de inrichting van de rekening en verantwoording en de over te leggen bescheiden.
**4.** Onze Minister besluit binnen twee jaren na 1 juli van het jaar waarin de rekening en verantwoording is ingediend.
### Artikel B 20
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 januari, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel B 15 vast. De bedragen hebben betrekking op een kalenderjaar.
**1.**
**2.** De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen gedurende het kalenderjaar door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
Met inachtneming van de artikelen B 16a tot en met B 16m van dit besluit, vergoedt het Rijk aan het bevoegd gezag van een bijzondere school:
a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget, en
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen, bedoeld in artikel 126 van de wet.
**2.** Artikel 137, tweede en derde lid, van de wet alsmede artikel 30 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel B 20a
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel *a*, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
**2.** De vergoeding, bedoeld in artikel B 20, eerste lid onderdeel *b*, wordt besteed aan personele uitgaven.
### Artikel B 21
De betaling van de bekostiging vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
Onze Minister verstrekt maandelijks voorschotten op de vergoeding en bepaalt de wijze van verrekening van de uitgekeerde voorschotten met het bedrag van de vastgestelde vergoeding.
#### Paragraaf 6. Beëindiging van de bekostiging
### Artikel B 21a
**1.** In deze paragraaf wordt onder het aantal leerlingen van de school verstaan: het aantal unieke leerlingen als bedoeld in artikel B 10, eerste lid, tot 1 oktober van het schooljaar, geteld over de periode vanaf 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
**2.** Het bevoegd gezag vermeldt het aantal leerlingen van de school in het jaarverslag, bedoeld in artikel 165, eerste lid, van de wet.
### Artikel B 22
**1.** De bekostiging van een school onder het bevoegd gezag wordt beëindigd op 1 augustus indien het aantal leerlingen van alle scholen onder dat bevoegd gezag gedurende drie achtereenvolgende jaren per school gemiddeld telkens minder heeft bedragen dan 10.
**1.** De bekostiging wordt beëindigd op 1 maart volgend op het tweede jaar waarin het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden maart tot en met oktober minder heeft bedragen dan 10.
**2.** De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
@ -287,54 +361,37 @@ De betaling van de bekostiging vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële
**2.** Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
## Titel C. Het onderwijs aan varende kinderen
## Titel C. Scholen voor ligplaatsonderwijs aan varende kinderen
### Afdeling 1. Algemeen
### Afdeling 1. Onderwijs
### Artikel C 1
**1.** Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd door de school voor varende kinderen.
**1.** Het ligplaatsonderwijs aan varende kinderen is het onderwijs bestemd voor kinderen van 3½ tot omstreeks 7 jaar die bij hun ouders, die het schippersbedrijf uitoefenen, aan boord wonen. Het legt mede de grondslag voor het volgen van onderwijs aan een basisschool.
**2.** Het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen houdt een hoofdvestiging in stand en kan in een of meer andere gemeenten een vestiging in stand houden waar onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd.
### Afdeling 2. Onderwijs
**2.** De inspecteur kan toestemming verlenen dat andere kinderen dan bedoeld in het eerste lid, van wie de ouders een trekkend bestaan leiden, tot de school worden toegelaten.
### Artikel C 2
**1.** Het onderwijs aan varende kinderen is het onderwijs bestemd voor kinderen van 3,5 tot omstreeks 7 jaar die aan boord wonen bij hun ouders, die het schippersbedrijf uitoefenen.
**2.** De inspecteur kan toestemming verlenen dat andere kinderen dan bedoeld in het eerste lid, van wie de ouders een trekkend bestaan leiden, tot het onderwijs aan varende kinderen worden toegelaten.
**3.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verzoek om toestemming, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 9 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verplichting tot het geven van onderwijs in de Engelse en de Friese taal niet bestaat.
### Artikel C 2a
Vervallen
Het plan inzake onderwijs in allochtone levende talen, bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de wet, kan mede betrekking hebben op scholen als bedoeld in deze titel.
### Artikel C 3
**1.** Artikel 9 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verplichting tot het geven van onderwijs in de Engelse en Friese taal niet bestaat. Het onderwijs aan varende kinderen legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend basisonderwijs.
**2.**
Het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd:
a. in onderwijsruimten op plaatsen waar de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school in stand wordt gehouden;
b. aan boord, door middel van:
1 ^e boordbezoek,
2 ^e afstandsonderwijs door middel van vormen van telecommunicatie, dan wel
3 ^e speelwerkpakketten
**3.** Een leerling is gehouden het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, te volgen indien de afstand tussen de ligplaats van het schip waar de leerling aan boord woont en de school voor varende kinderen of een vestiging van deze school minder bedraagt dan 5 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
Artikel 13 van de wet is van overeenkomstige toepassing, behoudens voorzover het betreft de in dat artikel bedoelde algemene maatregel van bestuur.
### Artikel C 4
Vervallen
### Afdeling 2. Personeel
### Artikel C 5
Vervallen
Artikel 29 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 6
@ -352,83 +409,285 @@ Vervallen
### Artikel C 9
**1.** Een kind kan als leerling tot de school voor varende kinderen worden toegelaten indien het de leeftijd van 3,5 jaar heeft bereikt.
**1.** Om als leerling tot een school te worden toegelaten, moeten kinderen de leeftijd van 3½ jaar hebben bereikt.
**2.** Een leerling verlaat de school voor varende kinderen in elk geval na afloop van het schooljaar waarin deze de leeftijd van 7 jaar heeft bereikt.
**2.** De leerlingen verlaten de school in elk geval na afloop van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 7 jaar hebben bereikt.
### Afdeling 4. Bekostiging
### Afdeling 4. Overige bepalingen
### Artikel C 9a
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Afdeling 5. Bekostiging
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel C 10
De artikelen 7, tweede, derde en vierde lid, en 9 tot en met 12 van het Besluit bekostiging WPO 2022 zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Bekostiging
### Artikel C 11
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks de bekostiging voor de school voor varende kinderen vast.
De artikelen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van artikel 7, eerste lid, onder b, de bepaling inzake de termijn van 6 maanden buiten toepassing blijft.
**2.** De bekostiging bestaat uit een bedrag per school en een bedrag per leerling.
### Artikel
**3.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks de bedragen, bedoeld in het tweede lid vastgesteld en worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt berekend.
Vervallen
**4.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel C 2, dat op 1 februari van het voorafgaande jaar, aan de school voor varende kinderen is ingeschreven.
### Artikel C 12
**1.** In geval van bijzondere ontwikkelingen in het basisonderwijs, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in artikel C 11 bekostiging verstrekken.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling.
#### Paragraaf 3. Wijze van bekostiging
#### Paragraaf 2. Aanvang van de bekostiging
### Artikel C 13
**1.** Het Rijk bekostigt ten behoeve van elk kalenderjaar de uitgaven voor voorzieningen in de huisvesting.
**1.** Het bevoegd gezag kan Onze Minister verzoeken de school voor bekostiging in aanmerking te brengen. De bekostiging kan slechts aanvangen per 1 augustus van een schooljaar.
**2.** De bekostiging van voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van een kalenderjaar, bestaat uit een vast bedrag, verhoogd met een bedrag voor elke leerling, bedoeld in artikel C 11, derde lid.
**2.** Het verzoek gaat vergezeld van een opgave van het verwachte aantal leerlingen en de voorgestelde datum van aanvang van de bekostiging. Voorts vermeldt het bevoegd gezag van een bijzondere school naam en adres van het bevoegd gezag en de richting van de school.
**3.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
**3.** Onze Minister willigt het verzoek in elk geval in, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school zal worden bezocht door ten minste 20 leerlingen.
**4.** Onze Minister besluit binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien Onze Minister niet binnen 3 maanden heeft besloten, is het verzoek ingewilligd.
#### Paragraaf 3. Voorziening in de huisvesting
### Artikel C 14
Vervallen
**1.** Het bevoegd gezag dat een voorziening in de huisvesting voor een school gehuisvest in een gebouw wenst met inbegrip van de eerste inrichting, dient een daartoe strekkende aanvraag in bij Onze Minister. Het bevoegd gezag vermeldt de reden voor en de omvang van de voorziening.
**2.** Onder een voorziening in de huisvesting wordt verstaan een voorziening als bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de wet.
**3.** Artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 14a
**1.**
Onze Minister weigert inwilliging van het in artikel C 14, eerste lid, bedoelde verzoek, in voorkomende gevallen na overleg met de desbetreffende gemeente, indien hij van oordeel is dat:
a. de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van artikel 92 van de wet,
b. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en de omvang van de voorzieningen waarover de school reeds beschikt, voor zover deze uit de openbare kas zijn bekostigd,
c. de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen of onderwijskundige ontwikkelingen,
d. op andere wijze dan is gevraagd redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting van de school kan worden voorzien, of
e. de gewenste voorziening op grond van de hem ten dienste staande gegevens niet noodzakelijk is.
**2.** Een voorziening in de huisvesting kan tevens worden geweigerd, indien de voorziening als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud in een slechte bouwkundige staat verkeert of indien de voorziening nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of toedoen van het bevoegd gezag.
**3.** Alvorens Onze Minister een besluit neemt dat afwijkt van hetgeen in het verzoek is aangegeven, pleegt hij overleg met het bevoegd gezag.
**4.** Artikel C 13, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 14b
Artikel 106 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor vervreemding of bezwaring toestemming van Onze Minister is vereist.
#### Paragraaf 3A. Materiële instandhouding van een school gehuisvest in een gebouw.
### Artikel C 15
**1.** Indien de school is gehuisvest in een gebouw zijn de artikelen 113, 114, 116, 119, 134, eerste, derde, zevende en achtste lid, en 135 van de wet van overeenkomstige toepassing.
**2.**
Onze Minister stelt jaarlijks de vergoeding vast per school voor de kosten van:
a. het noodzakelijk vervoer van de leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek;
b. het zwemonderwijs en het daaraan verbonden noodzakelijke vervoer van de leerlingen;
c. de vergoeding van de belastingen ter zake van onroerende zaken.
### Artikel C 15a
De grondslag voor de vergoeding van de in artikel C 15 bedoelde kosten zijn:
a. het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen leerlingen dat gelijk wordt gesteld aan het aantal formatieplaatsen berekend overeenkomstig artikel C 15f, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen bepaald overeenkomstig onderdeel b, en
b. het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en metde maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
#### Paragraaf 4. Voorziening in de huisvesting en materiële instandhouding van een school gehuisvest op een vaartuig
### Artikel C 15a.1
**1.** Een school gehuisvest op een vaartuig ontvangt jaarlijks van het Rijk een vergoeding bestemd voor voorzieningen in de huisvesting en voor de materiële instandhouding.
**2.** De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor een kalenderjaar wordt vastgesteld per formatieplaats, berekend overeenkomstig artikel C 15f, waarbij aan de eerste formatiepats f 50 000, wordt toegekend en aan elke volgende formatieplaats f 30 000,. Bij de berekening van het aantal formatieplaatsen op grond van de eerste volzin wordt uitgegaan van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt, tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
**3.** De in het tweede lid bedoelde vergoeding wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het kalenderjaar waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld en het prijsniveau in het daaraan voorafgaande jaar.
**4.** Artikel C 14b is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Artikel C 15, tweede lid, onderdelen a en b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaststelling geschiedt op basis van het rekenkundig afgeronde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van het aantal leerlingen van de maand september van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt tot en met de maand april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover de vergoeding plaatsvindt.
#### Paragraaf 4A. Formatie personeel
### Artikel C 15b
**1.**
De formatie voor een school omvat de formatie
a. voor de vervulling van de reguliere taken van de school, en
b. voor speciale doeleinden.
De formatie, bedoeld in onderdeel *a*, is redelijkerwijs voldoende voor het leiden en beheren van de school, voor het geven van onderwijs aan de school en voor de overige werkzaamheden die verband houden met het onderwijs aan de school.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag op grond van bijzondere omstandigheden meer formatie toekennen aan een school dan op grond van het eerste lid juncto de artikelen C 15*c* tot en met C 15*m* wordt vastgesteld.
### Artikel C 15c
**1.** De totale omvang van de formatie, bedoeld in artikel C 15*b*, die voor een school wordt vastgesteld, is het formatiebudget. Indien op grond van artikel C 15j kan worden voorzien in formatie voor speciale doeleinden, maakt deze formatie uitsluitend deel uit van het formatiebudget indien de desbetreffende formatierekeneenheden worden besteed voor die speciale doeleinden. Het formatiebudget wordt in de vorm van formatierekeneenheden aan het bevoegd gezag van een school toegekend.
**2.** De omvang van het formatiebudget wordt bepaald door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor de school berekend op grond van de artikelen C 15*e* tot en met C 15*m*.
### Artikel C 15d
De formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school, bedoeld in artikel C 15*b*, eerste lid onderdeel *a*, bestaat uit:
a. de normatieve formatie,
b. een opslag in verband met formatieve fricties,
c. een opslag vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting,
d. een opslag vanwege herbezetting in verband met toepassing regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, en
e. een opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor de schooljaren 1993-1994 en 1994-1995.
### Artikel C 15e
De normatieve formatie van een school, bedoeld in artikel C 15*d* onderdeel *a*, omvat de basisformatie en de formatie voor de schoolleiding.
### Artikel C 15f
De basisformatie wordt berekend op 1 formatieplaats ingeval het aantal leerlingen 16 of minder bedraagt. Tot en met telkens 16 leerlingen boven het aantal van 16 wordt de basisformatie met 1 formatieplaats verhoogd.
### Artikel C 15g
De formatie voor de schoolleiding wordt uitgedrukt in formatierekeneenheden. De berekening van de formatie vindt plaats aan de hand van onderstaand schema:
### Artikel C 15h
De opslag in verband met rechtspositionele aanspraken van personeel bij vermindering van de formatie bedraagt 12 formatierekeneenheden.
### Artikel C 15i
**1.** De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15*m*, worden verhoogd met 8,11% vanwege herbezetting in verband met arbeidsduurverkorting. De uitkomst wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
**2.** Het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15m en verhoogd op grond van het eerste lid, wordt tevens verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in hoofdstuk I-V van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.
### Artikel C 15i.1
Vervallen
### Artikel C 15i.2
Vervallen
### Artikel C 15i.3
De aantallen formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15f en artikel C 15k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, worden ten behoeve van schoolspecifiek formatie en personeelsbeleid voor het schooljaar 1993-1994 verhoogd met 0,783% en voor het schooljaar 1994-1995 verhoogd met 1,284%. Per schooljaar wordt de uitkomst van de berekening op grond van de vorige volzin vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
### Artikel C 15j
De formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel C 15*b*, eerste lid onderdeel *b*, omvat de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie.
### Artikel C 15k
Vervallen
### Artikel C 15k.1
**1.**
De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie wordt vastgesteld door het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van artikel C 15f, te vermenigvuldigen:
a. met 2,7% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel C 15f, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4; of
b. met 5,0% indien het aantal formatieplaatsen op de school, berekend op grond van artikel C 15f, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4.
**2.** De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid wordt vervolgens afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
### Artikel C 15l
**1.** Grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in de artikelen C15f en C15g, is het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april van het voorafgaande schooljaar.
**2.** Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, geldt het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met november volgend op de aanvang van de bekostiging.
### Artikel C 15m
**1.** Voor de omrekening in formatierekeneenheden wordt het aantal formatieplaatsen vermenigvuldigd met 179.
**2.** De berekening, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats op 4 decimalen nauwkeurig. De uitkomst van de som van het aantal formatierekeneenheden, berekend op grond van het eerste lid, wordt afgerond op een geheel getal. Bij de afronding worden de decimalen verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5, en worden de decimalen verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5.
#### Paragraaf 5. Wijze van bekostiging
### Artikel C 16
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 1 januari, de bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel C 11 vast. De bedragen hebben betrekking op een kalenderjaar.
Het Rijk vergoedt aan het bevoegd gezag van een school gehuisvest in een gebouw de kosten van de voorzieningen bedoeld in artikel C 14.
**2.** De in het eerste lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
### Artikel C 16a
### Artikel C 16.1
Artikel 15 van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw of op een vaartuig.
De betaling van de bekostiging vindt maandelijks plaats in een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor verschillende delen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld.
### Artikel C 16b
### Artikel C 17
Artikel 13, eerste en derde lid, van het Bekostigingsbesluit WPO is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding voor de materiële instandhouding van een school, gehuisvest in een gebouw en op de vergoeding voor de huisvesting en de materiële instandhouding van een school, gehuisvest op een vaartuig.
De artikelen 128 tot en met 134 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 130, vierde en vijfde lid, «nevenvestiging» wordt gelezen als: vestiging, bedoeld in artikel C 1, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO.
### Artikel C 18
### Artikel C 16c
Vervallen
### Artikel C 16d
Vervallen
### Artikel
Vervallen
### Artikel C 18
**1.**
Met inachtneming van de artikelen C 15*b* tot en met C 15*m* van dit besluit vergoedt het Rijk aan het bevoegd gezag van de openbare en bijzondere scholen:
a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget, en
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen, bedoeld in artikel 96*d* van de wet.
**2.** Artikel 137, tweede en derde lid, van de wet alsmede artikel 30 van het Bekostigingsbesluit WPO zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel C 18a
De artikelen 139 tot en met 147 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. in artikel 144, eerste lid onderdeel d 1° van de wet “artikel 137, derde lid" wordt vervangen door: artikel C 18, eerste lid onderdeel *a* van dit besluit, en
b. in artikel 144, eerste lid onderdeel d 2° van de wet "artikel 104, eerste lid onder *b*" wordt vervangen door: artikel C 18, eerste lid onderdeel *b*, van dit besluit.
### Artikel C 18b
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel *a*, wordt besteed aan de kosten van het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget.
**2.** De vergoeding, bedoeld in artikel C 18, eerste lid onderdeel *b*, wordt besteed aan personele uitgaven.
**3.** Artikel 150 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 6. Beëindiging van de bekostiging
### Artikel C 19
Indien een andere school voor basisonderwijs tijdelijk het onderwijs verzorgt aan een of meer leerlingen die zijn ingeschreven bij de school voor varende kinderen, ontvangt die andere school voor basisonderwijs ondersteuning door de school voor varende kinderen en kan die andere school voor basisonderwijs een vergoeding ontvangen volgens een regeling die het bevoegd gezag van de school voor varende kinderen met het bevoegd gezag van die andere school voor basisonderwijs overeenkomt.
**1.** De bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd aan het einde van het tweede schooljaar volgend op het schooljaar waarin het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april minder heeft bedragen dan 10.
#### Paragraaf 4. Beëindiging van de bekostiging
**2.** De bekostiging van een bijzondere school wordt niet beëindigd binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
### Artikel C 20
De bekostiging van de school voor varende kinderen wordt beëindigd indien het aantal ingeschreven leerlingen in het eerste en derde schooljaar van 3 achtereenvolgende schooljaren telkens minder heeft bedragen dan 50.
**1.** De gemeenteraad besluit tot opheffing van een openbare school aan het einde van het tweede schooljaar volgend op het schooljaar waarin het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden september tot en met april minder heeft bedragen dan 10.
**2.** Een openbare school wordt niet opgeheven binnen de eerste 5 jaren van bekostiging van de school.
### Artikel C 21
**1.** Indien gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Het bevoegd gezag kan, buiten het geval van vervreemding, in plaats van betaling van dit bedrag de eigendom van die gebouwen, terreinen of roerende zaken, binnen 4 maanden aan het Rijk overdragen.
**2.** Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de gebouwen, terreinen of roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
### Artikel C 21a
**1.** Indien vaartuigen of andere roerende zaken van scholen, ten behoeve waarvan een vergoeding is genoten, geheel of gedeeltelijk aan hun bestemming worden onttrokken of met toestemming van Onze Minister worden vervreemd, anders dan bedoeld in artikel 56 van de wet, dan wel indien de bekostiging wordt beëindigd, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd. Indien het andere roerende zaken betreft, kan het bevoegd gezag buiten het geval van vervreemding in plaats van betaling binnen 4 maanden de eigendom van die roerende zaken aan het Rijk overdragen.
**2.** Onze Minister stelt na overleg met het bevoegd gezag het bedrag bedoeld in het eerste lid, vast op de grondslag van de waarde van de vaartuigen of andere roerende zaken en de door het bevoegd gezag daarvoor ontvangen vergoedingen en uit eigen middelen bestede gelden.
## Titel D
@ -962,15 +1221,41 @@ Vervallen
### Artikel G 1
Dit besluit berust op artikel 193 van de wet.
De verplichte formatie voor het schooljaar 1985-1986 wordt vastgesteld aan de hand van:
a. het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september 1984 tot en met april 1985 voor scholen als bedoeld in titel B en titel C;
b. de som van het gemiddeld aantal leerlingen van de hoogste dagtellingen van de maanden september 1984 tot en met april 1985 van de kernafdeling en de afdeling zeer jeugdigen bedoeld in het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 (*Stb.* 1978, 582) voor scholen als bedoeld in titel D, en afdelingen als bedoeld in titel E;
c. het aantal leerlingen op 16 april 1985 voor scholen als bedoeld in titel F.
### Artikel G 1.a
Vervallen
In afwijking van artikel B 16*k*.1, eerste lid, geldt:
a. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel B 16e en artikel B 16k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4:
1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 1,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel B 16*k*.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel B 16*i*.3,
2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 2,0%,
3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 2,6%, of
b. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel B 16e en artikel B 16k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4:
1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 2,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel B 16*k*.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel B 16*i*.3,
2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 3,8%,
3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 4,9%.
### Artikel G 1.b
Vervallen
In afwijking van artikel C 15*k*.1, eerste lid, geldt:
a. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel C 15f en artikel C 15k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar kleiner is dan 7,4:
1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 1,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel C 15*k*.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel C 15*i*.3,
2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 2,0%,
3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 2,6%, of
b. indien de som van de aantallen formatieplaatsen op de school berekend op grond van artikel C 15f en artikel C 15k, zoals dat artikel luidde tot 1 augustus 1998, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar gelijk is aan of groter is dan 7,4:
1°. voor het schooljaar 1994-1995 een percentage van 2,5%, met dien verstande dat na de afronding op grond van artikel C 15*k*.1, tweede lid, de uitkomst van deze berekening wordt verminderd met de opslag ten behoeve van schoolspecifiek formatie- en personeelsbeleid voor het schooljaar 1994-1995 als bedoeld in artikel C 15*i*.3,
2°. voor het schooljaar 1995-1996 een percentage van 3,8%,
3°. voor het schooljaar 1996-1997 een percentage van 4,9%.
### Artikel G 2