From 04d6267dc0dba0f49cc22543e1c6ac472abb65d1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Apr 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-04-01 | BWBR0025577 | Postbesluit 2009 --- amvb/postbesluit-2009/BWBR0025577/README.md | 113 ++++++++++++-------- 1 file changed, 71 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/amvb/postbesluit-2009/BWBR0025577/README.md b/amvb/postbesluit-2009/BWBR0025577/README.md index c7a4113eb11..97e80a9dd70 100644 --- a/amvb/postbesluit-2009/BWBR0025577/README.md +++ b/amvb/postbesluit-2009/BWBR0025577/README.md @@ -46,32 +46,6 @@ Poststukken komen voor vervoer binnen de universele postdienst in aanmerking ind ### Paragraaf 3. Kwaliteit universele postdienstverlening -### Artikel 4a - -Een verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat de brieven, die overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden aan hem worden aangeboden voor postvervoer binnen Nederland met de standaard overnight service, per kalenderjaar in ten minste gemiddeld 95% van de gevallen worden besteld op de dag, niet zijnde een zon- of maandag of officiële feestdag, volgend op de dag van aanbieding, met dien verstande dat rouwbrieven en medische brieven per kalenderjaar in ten minste gemiddeld 95% van de gevallen worden besteld op de dag, niet zijnde een zondag of officiële feestdag, volgend op de dag van aanbieding. - -### Artikel 4b - -De verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat het net van dienstverleningspunten voor het aanbieden van postzendingen en voor het verrichten van andere met het postvervoer samenhangende handelingen voldoet aan de volgende spreidingsmaatstaven: - -a. de spreiding over Nederland van dienstverleningspunten met een volledig assortiment van diensten resulteert in een beschikbaarheid van een volledig assortiment van diensten binnen een straal van vijf kilometer voor ten minste 95% van de inwoners; -b. de spreiding van dienstverleningspunten met een volledig assortiment van diensten buiten woonkernen met meer dan 5.000 inwoners resulteert in een beschikbaarheid van een volledig assortiment van diensten binnen een straal van vijf kilometer voor ten minste 85% van de betrokken inwoners. - -### Artikel 4c - -**1.** - -De verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat: - -a. in woonkernen met meer dan 5.000 inwoners binnen een straal van 1.000 meter een voor het publiek bestemde brievenbus is, en -b. buiten de woonkernen, bedoeld in onderdeel a binnen een straal van 2.500 meter een voor het publiek bestemde brievenbus is. - -**2.** De verlener van de universele postdienst kan in afwijking van de in het eerste lid, onderdeel b, gestelde eis, wanneer deze eis redelijkerwijs niet haalbaar is, afwijken van die eis indien hij de betrokken gebruikers de gelegenheid biedt om bij de bestelling poststukken ten vervoer aan te bieden. - -### Artikel 4d - -De verlener van de universele postdienst houdt bij de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 4b en 4c rekening met een advies als bedoeld in artikel 18a, van de wet ten aanzien van de belangen van kwetsbare gebruikers van de universele postdienst. - ### Artikel 5 **1.** Een verlener van de universele postdienst hanteert algemene voorwaarden bij de uitvoering van de universele postdienst, waarin de waarborgen voor de uitvoering van de goede postale dienstverlening en de kwaliteit van die dienstverlening voor een ieder kenbaar zijn opgenomen. @@ -91,25 +65,25 @@ d. de voorwaarden met betrekking tot de aansprakelijkheid van de verlener van de **1.** Een verlener van de universele postdienst draagt er zorg voor dat de voor het postvervoer binnen de universele postdienst verschuldigde porten op verschillende manieren kunnen worden voldaan, maar in elk geval door middel van postzegels of postzegelafdrukken. -**2.** Postzegels worden door de verlener van de universele postdienst ten minste op alle dienstverleningspunten als bedoeld in artikel 4b verkrijgbaar gesteld. +**2.** Postzegels worden door de verlener van de universele postdienst ten minste op alle dienstverleningspunten als bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de wet verkrijgbaar gesteld. ### Artikel 7 **1.** Poststukken die zijn bestemd voor postvervoer binnen de universele postdienst worden in voor het publiek bestemde brievenbussen van de verlener de universele postdienst gedeponeerd of bij daartoe bestemde dienstverleningspunten van de verlener van de universele postdienst afgegeven. -**2.** Een verlener van de universele postdienst stelt in de algemene voorwaarden de voorwaarden vast waaraan verzenders van poststukken moeten voldoen om ervoor te zorgen dat de aangeboden poststukken worden vervoerd met de standaard overnight service, bedoeld in artikel 4a. +**2.** Een verlener van de universele postdienst stelt in de algemene voorwaarden de voorwaarden vast waaraan verzenders van poststukken moeten voldoen om ervoor te zorgen dat de aangeboden poststukken worden vervoerd met de standaard overnight service, bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de wet. **3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid. ### Artikel 8 -**1.** Een verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat voor het publiek bestemde brievenbussen als bedoeld in artikel 4c zodanig worden geplaatst en uitgevoerd, dat deze goed herkenbaar en bereikbaar zijn en dat deze in goede staat worden gehouden. +**1.** Een verlener van de universele postdienst zorgt ervoor dat voor het publiek bestemde brievenbussen als bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de wet, zodanig worden geplaatst en uitgevoerd, dat deze goed herkenbaar en bereikbaar zijn en dat deze in goede staat worden gehouden. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toegankelijkheid van brievenbussen van een verlener van de universele postdienst. ### Artikel 9 -**1.** Een verlener van de universele postdienst voldoet in het kader van het postvervoer ten aanzien van brieven en andere poststukken van en naar een andere lidstaat van de Europese Unie of van en naar andere staten die partij zijn bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte aan de kwaliteitsnormen die in de bijlage bij de richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PbEG 1998 L 15). +**1.** Een verlener van de universele postdienst voldoet in het kader van het postvervoer ten aanzien van brieven en andere poststukken van en naar een andere lidstaat van de Europese Unie of van en naar andere staten die partij zijn bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte aan de kwaliteitsnormen die in de bijlage bij de richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (PbEG 1998 L 15). **2.** Een verlener van de universele postdienst voldoet aan de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen geplaatste technische normen, bedoeld in artikel 20 van de richtlijn, genoemd in het eerste lid, voor zover de normen betrekking hebben op postvervoerdiensten. @@ -117,7 +91,7 @@ d. de voorwaarden met betrekking tot de aansprakelijkheid van de verlener van de ### Artikel 10 -**1.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke diensten en activiteiten zijn opgenomen in een volledig assortiment van diensten als bedoeld in artikel 4b. +**1.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke diensten en activiteiten zijn opgenomen in een volledig assortiment van diensten als bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de wet. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de universele postdienst. @@ -130,33 +104,88 @@ De bedragen, bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de wet, zijn: a. € 50,– bij registratie van een poststuk als aangetekend stuk; b. € 5500,– bij registratie van een poststuk als poststuk met aangegeven waarde. -### Paragraaf 5. Vergoeding kosten Autoriteit Consument en Markt binnen de universele postdienst +### Paragraaf 5. Vergoeding kosten college binnen de universele postdienst ### Artikel 12 -Vervallen +**1.** Het college stelt jaarlijks een raming op van de kosten die verband houden met de werkzaamheden van het college in het volgende kalenderjaar ter uitvoering van de wet in verband met de universele postdienst en stelt Onze Minister in kennis van de raming. -### Paragraaf 6. Vergoeding kosten Autoriteit Consument en Markt buiten universele postdienst +**2.** De verlener van de universele postdienst is ter dekking van de kosten die verband houden met de werkzaamheden van het college ter uitvoering van de wet in verband met de universele postdienst, jaarlijks een vergoeding verschuldigd ter hoogte van die kosten minus de kosten verbonden aan de behandeling van bezwaar- en beroepschriften. + +**3.** De artikelen 13, tweede tot en met het vierde lid, en 15, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 6. Vergoeding kosten college buiten universele postdienst ### Artikel 13 -Vervallen +**1.** Het college stelt jaarlijks een raming op van de kosten die verband houden met de werkzaamheden van het college in het volgende kalenderjaar ter uitvoering van de wet, met uitzondering van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en stelt Onze Minister in kennis van de raming. + +**2.** + +Ter zake van de kosten, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de wet gelden als uitgangspunten dat: + +a. de kosten worden geraamd voor het kalenderjaar waarvoor de vergoeding geldt; +b. de directe kosten rechtstreeks worden toegerekend aan categorieën van gelijksoortige werkzaamheden; +c. de indirecte kosten worden toegerekend aan categorieën van gelijksoortige werkzaamheden naar rato van hun beslag op de onderscheiden werkzaamheden of diensten; +d. voor zover de kosten bestaan uit afschrijvingskosten, deze kosten worden toegerekend door middel van een evenredige afschrijving op de aanschafwaarden van de investeringsgoederen per kalenderjaar op basis van de economische levensduur; +e. de kosten op bedrijfseconomische wijze worden berekend door middel van een door het college toe te passen kostencalculatiemodel dat zodanig is ingericht dat daaruit op elk moment op eenduidige en inzichtelijke wijze de kosten van de desbetreffende categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten kunnen worden afgeleid. + +**3.** Het college legt het kostencalculatiemodel ter inzage. + +**4.** Het college neemt, ter compensatie van een door het college vastgesteld verschil tussen de werkelijke kosten voor een kalenderjaar en de in dat kalenderjaar ontvangen vergoedingen als bedoeld in artikel 64 van de wet, een bedrag op in de ramingen van de kosten in de jaren, volgend op een verschil. ### Artikel 14 -Vervallen +**1.** De minister stelt jaarlijks een verdeelsleutel voor het komende kalenderjaar vast voor de verdeling van de kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, in de vorm van een uniform percentage van de relevante omzet van elk postvervoerbedrijf. + +**2.** + +De verdeelsleutel, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van: + +a. de totale kosten van het college in het komende kalender jaar, geraamd met inachtneming van artikel 13, minus + +1°. de kosten van het college voor de registratie, bedoeld in artikel 42, derde lid, van de wet, en +2°. de kosten van de behandeling van bezwaar- en beroepschriften, + +en +b. de totale omzet van het voorafgaande jaar van de postvervoerbedrijven die ingevolge artikel 64 van de wet een vergoeding verschuldigd zijn. ### Artikel 15 -Vervallen +**1.** Het college berekent de vergoeding voor een kalenderjaar per postvervoerbedrijf door de relevante omzet van het postvervoerbedrijf in het kalenderjaar dat twee jaar voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de vergoeding wordt vastgesteld te vermenigvuldigen met de op basis van artikel 14 vastgestelde verdeelsleutel. + +**2.** De vergoeding wordt aan het college betaald binnen een termijn van 30 dagen na dagtekening van het verzoek tot betaling. + +**3.** Tenzij bij ministeriële regeling anders wordt bepaald, wordt de vergoeding door degene die de vergoeding is verschuldigd, bij vooruitbetaling voldaan. ### Artikel 16 -Vervallen +**1.** De berekening van de omzet van het vervoer van poststukken geschiedt op de voet van artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet. + +**2.** Indien een postvervoerbedrijf behoort tot een groep van ondernemingen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden voor de berekening van de omzet van het vervoer van poststukken van die postvervoerbedrijf de omzetten van het vervoer van poststukken van alle tot die groep behorende ondernemingen opgeteld. Bij deze berekening worden transacties tussen de tot die groep behorende ondernemingen buiten beschouwing gelaten. + +**3.** Indien een postvervoerbedrijf door het college is geregistreerd op grond van artikel 41 van de wet in verband met het verrichten van activiteiten die voorheen werden verricht door één of meer andere postvervoerbedrijven waarvan de registratie is beëindigd, vindt de berekening van de omzet plaats met inachtneming van de omzet van dat postvervoerbedrijf of postvervoerbedrijven overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels. + +**4.** Indien een postvervoerbedrijf verlener van de universele postdienst is, wordt uitsluitend de omzet van vervoer van poststukken buiten de universele postdienst als omzet voor de vaststelling van de verdeelsleutel, bedoeld in artikel 14, gebruikt. + +**5.** Voor gevallen waarin berekening van de omzet van het vervoer van poststukken niet mogelijk is omdat de desbetreffende activiteiten zijn verweven met andere activiteiten, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bij de berekening nader genoemde opbrengsten geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing blijven. ### Artikel 17 -Vervallen +**1.** + +Een postvervoerbedrijf dat ingevolge artikel 64 van de wet een vergoeding verschuldigd is, verstrekt jaarlijks voor 1 september aan het college: + +a. een opgave van de relevante omzet die is gerealiseerd in het voorafgaande kalenderjaar, onder bijvoeging van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat de opgave voldoet aan artikel 16, of +b. een opgave van de netto-omzet die op grond van artikel 377, derde lid, onder a, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is vermeld in de jaarrekening, onder bijvoeging van een kopie van de jaarrekening en van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + +**2.** Een postvervoerbedrijf kan elk jaar een beroep doen op de omstandigheid dat de relevante omzet, die is gerealiseerd in het voorafgaande kalenderjaar, lager is dan het criterium met betrekking tot de relevante omzet, bedoeld in artikel 64, derde lid, van de wet. + +**3.** In elk jaar dat een postvervoerbedrijf een beroep doet op de omstandigheid, bedoeld in het tweede lid, doet het postvervoerbedrijf voor 1 september aan het college een onderbouwde opgave over zijn omzet op grond waarvan naar het oordeel van het college aannemelijk is dat de omzet minder bedraagt dan het in het tweede lid bedoelde criterium. + +**4.** Indien het postvervoerbedrijf aan de in het eerste of derde lid bedoelde verplichting niet tijdig heeft voldaan of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan en dit verzuim niet heeft hersteld na daartoe door het college in de gelegenheid te zijn gesteld, kan het college een schatting doen van zijn omzet en op basis daarvan de vergoeding voor het postvervoerbedrijf vaststellen. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de opgave van de relevante omzet door het postvervoerbedrijf en over de verklaring van de accountant. ### Paragraaf 7. Aanwijzingsprocedure verlener universele postdienst @@ -169,7 +198,7 @@ Vervallen Bij de aanvraag overlegt een postvervoerbedrijf: a. een plan voor de uitvoering van de universele postdienst, voor zover die blijkens de mededeling, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet, wordt ingetrokken; -b. een bij de beoogde uitvoering behorend financieel plan, waaruit blijkt hoe de kosten worden gedekt. +b. een bij de beoogde uitvoering behorend financieel plan, waaruit blijkt hoe de kosten worden gedekt en of er in de eerste vijf jaar van de aanwijzing sprake is van nettokosten. **3.** Onze Minister neemt bij zijn besluit tot aanwijzing in elk geval in aanmerking de geboden kwaliteit en duurzaamheid van de dienstverlening en aannemelijkheid van de verwachte opbrengsten of kosten ervan. @@ -191,10 +220,10 @@ De vergoeding, bedoeld in artikel 15, eerste lid, voor het kalenderjaar waarin d In het kalenderjaar van de inwerkingtreding van de wet: -a. worden de ramingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en 13, eerste lid, in afwijking van artikel 13, tweede lid, binnen zes weken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit voor de werkzaamheden van de Autoriteit Consument en Markt ter uitvoering van de wet in dat kalenderjaar of het resterende gedeelte van dat kalenderjaar vastgesteld; +a. worden de ramingen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, en 13, eerste lid, in afwijking van artikel 13, tweede lid, binnen zes weken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit voor de werkzaamheden van het college ter uitvoering van de wet in dat kalenderjaar of het resterende gedeelte van dat kalenderjaar vastgesteld; b. wordt de verdeelsleutel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, in afwijking van artikel 14, tweede lid, onderdeel a, voor het eerste kalenderjaar waarin de wet van kracht is, berekend op grond van de in onderdeel a bedoelde ramingen. -**2.** Postvervoerbedrijven delen binnen zes weken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de Autoriteit Consument en Markt de relevante omzet mee, die gerealiseerd is in het kalenderjaar dat twee jaar voorafgaat aan het kalenderjaar van inwerkingtreding. +**2.** Postvervoerbedrijven delen binnen zes weken na de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan het college de relevante omzet mee, die gerealiseerd is in het kalenderjaar dat twee jaar voorafgaat aan het kalenderjaar van inwerkingtreding. ### Artikel 21