2005-07-31 | BWBR0018203 | Besluit erkenningsvoorwaarden laboratoria monitoring Aviaire influenza (PPE) 2005
This commit is contained in:
parent
8bc65d0bc9
commit
04f872daf9
1 changed files with 8 additions and 16 deletions
|
|
@ -26,10 +26,8 @@ Dit besluit neemt de begripsbepalingen over van de Verordening monitoring Aviair
|
|||
|
||||
De erkenning, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening, wordt door de voorzitter verleend, indien:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
het laboratorium in het bezit is van een erkenning van de RvA op basis van de norm ISO/IEC 17025; deze norm omvat in ieder geval het onderzoek van bloedmonsters van pluimvee op de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza met toepassing van de AGP- en de Elisa-test, en
|
||||
b. b.
|
||||
het laboratorium onder toezicht staat van het CIDC-Lelystad.
|
||||
a. het laboratorium in het bezit is van een erkenning van de RvA op basis van de norm ISO/IEC 17025; deze norm omvat in ieder geval het onderzoek van bloedmonsters van pluimvee op de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza met toepassing van de AGP- en de Elisa-test, en
|
||||
b. het laboratorium onder toezicht staat van het CIDC-Lelystad.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag tot erkenning wordt door het laboratorium ingediend bij de voorzitter.
|
||||
|
||||
|
|
@ -37,18 +35,12 @@ b. b.
|
|||
|
||||
Het laboratorium dat overeenkomstig artikel 2, eerste lid, is erkend, voert het in artikel 2, eerste lid, van de verordening, bedoelde onderzoek uit met inachtneming van de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
indien overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de verordening, de bloedmonsters van vleeskuikens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, tweede, derde of vierde lid, van de verordening, worden aangeleverd worden deze onderzocht met toepassing van de AGP-test;
|
||||
b. b.
|
||||
indien overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de verordening, de bloedmonsters van pluimvee, niet zijnde vleeskuikens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met h, tweede, derde of vierde lid, van de verordening, worden aangeleverd, worden deze onderzocht met toepassing van de Elisa-test;
|
||||
c. c.
|
||||
na het bekend worden van de resultaten van het onderzoek van de onder a en b bedoelde bloedmonsters, zendt het laboratorium onverwijld een afschrift van de resultaten naar de betrokken ondernemer;
|
||||
d. d.
|
||||
het laboratorium zendt alle ingezonden bloedmonsters die naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, een positieve uitslag geven, onverwijld naar het CIDC-Lelystad;
|
||||
e. e.
|
||||
het laboratorium rapporteert per kwartaal schriftelijk aan de voorzitter hoeveel onderzoeken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, zijn uitgevoerd en op welke pluimveebedrijven deze onderzoeken betrekking hebben; en
|
||||
f. f.
|
||||
het laboratorium zendt per kwartaal een afschrift van de resultaten van de verrichte onderzoeken, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de verordening, naar het CIDC- Lelystad.
|
||||
a. indien overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de verordening, de bloedmonsters van vleeskuikens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, tweede, derde of vierde lid, van de verordening, worden aangeleverd worden deze onderzocht met toepassing van de AGP-test;
|
||||
b. indien overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de verordening, de bloedmonsters van pluimvee, niet zijnde vleeskuikens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met h, tweede, derde of vierde lid, van de verordening, worden aangeleverd, worden deze onderzocht met toepassing van de Elisa-test;
|
||||
c. na het bekend worden van de resultaten van het onderzoek van de onder a en b bedoelde bloedmonsters, zendt het laboratorium onverwijld een afschrift van de resultaten naar de betrokken ondernemer;
|
||||
d. het laboratorium zendt alle ingezonden bloedmonsters die naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, een positieve uitslag geven, onverwijld naar het CIDC-Lelystad;
|
||||
e. het laboratorium rapporteert per kwartaal schriftelijk aan de voorzitter hoeveel onderzoeken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, zijn uitgevoerd en op welke pluimveebedrijven deze onderzoeken betrekking hebben; en
|
||||
f. het laboratorium zendt per kwartaal een afschrift van de resultaten van de verrichte onderzoeken, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de verordening, naar het CIDC- Lelystad.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue