From 052b795fd64c9a393e2aab01f18cf3228a70d17f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Mar 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-03-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 1101 +++++++---------- 1 file changed, 453 insertions(+), 648 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 146cce6bddf..b11a3f53e90 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -370,7 +370,7 @@ Tussen de Wav en de Vw bestaat een nauwe samenhang. Toetreding tot de arbeidsmar Het verbod is niet van toepassing ten aanzien van vreemdelingen die behoren tot: – de categorie als genoemd in artikel 3 Wav (onder andere gemeenschapsonderdanen); en -– vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vw afgegeven vergunning die is voorzien van een aantekening van de Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid (zie artikel 4 Wav). +– vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vw afgegeven vergunning die is voorzien van een aantekening van de Minister waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid (zie artikel 4 Wav). Zie in dit verband ook B5. @@ -378,25 +378,18 @@ Ingevolge artikel 9, eerste lid, Vw verschaft de Minister aan de vreemdeling die Het document of de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 Vw, bevat tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt van de vreemdeling. -Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. - -In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’, wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de Korpschef verstrekt. +a. In de situatie dat de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, dan wel in de situatie dat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend. Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. +b. In de situatie dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld aangifte te doen van overtreding van artikel 273f WvSr (mensenhandel). In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’, wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de Korpschef verstrekt. NB. Indien de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingewilligd, wordt het verblijfsdocument conform de hoofdregel uitgereikt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. Deze wijst de vreemdeling op de rechten die voortvloeien uit de daarop vermelde informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt van de vreemdeling. - -In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’ wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de IND verstrekt. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt de IND het verzoek om verkrijging van het bescheid af. - -Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. - -Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. - -In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’ wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de IND verstrekt. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt de IND het verzoek om verkrijging van het bescheid rechtmatig verblijf af. - -Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. - -In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’ wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de IND verstrekt. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een medewerker van de IND het verzoek om verkrijging van het bescheid af. - -Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. +c. In de situatie dat de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 Vw. In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’ wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de IND verstrekt. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt de IND het verzoek om verkrijging van het bescheid af. +d. In de situatie dat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is verleend, als bedoeld in artikel 20 Vw. Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. +e. In de situatie dat de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het wijzigen van de verblijfsvergunning, dan wel in de situatie dat de aanvraag tot het wijzigen van de verblijfsvergunning is ingewilligd. Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. +f. In de situatie dat de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’ wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de IND verstrekt. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt de IND het verzoek om verkrijging van het bescheid rechtmatig verblijf af. +g. In de situatie dat de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier wordt verlengd. Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. +h. In de situatie dat de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift én uitzetting gedurende deze periode achterwege dient te blijven. In afwijking van de hoofdregel vermeld onder ‘a’ wordt het document of de schriftelijke verklaring in deze situatie door de IND verstrekt. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND het verzoek om verkrijging van het bescheid af. +i. In de situatie dat de vreemdeling in de vrije termijn als bedoeld in artikel 12 Vw hier te lande verblijft. Het document of de schriftelijke verklaring wordt verstrekt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. +j. In de situatie dat uitzetting van de vreemdeling ingevolge artikel 64 Vw gelet op zijn gezondheidstoestand of die van één van zijn gezinsleden achterwege dient te blijven, zie A4/7.3. De vreemdeling dient op zijn uit de aantekening voortvloeiende rechten te worden gewezen. @@ -408,9 +401,9 @@ Op het document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, kunnen verschillende arb De vreemdeling is met deze aantekening volledig vrij op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat hij dit recht behoudt gedurende de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur of tijdens de bezwaar- of beroepsprocedure. Wanneer de beperking wijzigt waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan hem is verleend, blijft de arbeidsmarktaantekening ongewijzigd (bijv. indien de beperking van een verblijfsvergunning bij Nederlandse echtgenoot wijzigt in een verblijfsvergunning voor studie). -EU/EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat mogen op grond van het EG-Verdrag vrij in Nederland werken. Daarom mag voor het laten werken van een EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat geen TWV worden verlangd. +EU/EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland mogen op grond van het EG-Verdrag vrij in Nederland werken. Daarom mag voor het laten werken van een EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitsland geen TWV worden verlangd. -Op het af te geven bewijs van rechtmatig verblijf aan gemeenschapsonderdanen die zelf geen EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat zijn, dient de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ te worden geplaatst (zie B10/2.7). +Op het af te geven bewijs van rechtmatig verblijf aan gemeenschapsonderdanen die zelf geen EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn, dient de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ te worden geplaatst (zie B10/2.7). De vreemdeling heeft hiermee een beperkt recht om zich op de arbeidsmarkt te begeven. Slechts indien zijn (feitelijke) werkgever beschikt over een TWV ten behoeve van zijn tewerkstelling is het de vreemdeling toegestaan om arbeid te verrichten (bijvoorbeeld vreemdelingen die in het kader van het verrichten van arbeid in loondienst tot Nederland worden toegelaten alsmede hun gezinsleden krijgen deze aantekening). Deze aantekening kan echter wijzigen. @@ -490,7 +483,7 @@ Aan de verblijfsvergunning kan als voorschrift worden verbonden het deponeren va In verband met de beperkte geldigheidsduur van passagebiljetten wordt van deze mogelijkheid slechts gebruik gemaakt ten aanzien van vreemdelingen die een verblijf beogen van korter dan één jaar. De duur waarvoor de verblijfsvergunning wordt verleend, is in deze gevallen steeds korter dan de geldigheidsduur van het passagebiljet. De vreemdeling wordt geacht aan dit voorschrift te hebben voldaan, indien hij reeds in verband met verblijf in de vrije termijn een passagebiljet heeft gedeponeerd dat geldig is tot na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. -Indien het deponeren van een passagebiljet als voorschrift aan een verblijfsvergunning regulier wordt verbonden – en het biljet is niet reeds gedeponeerd in verband met verblijf in de vrije termijn – dient het alsnog te worden gedeponeerd bij één van de visumloketten, welke door de IND zijn ingericht in Rijswijk en Zwolle. Afhankelijk van de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling stelt de medewerker van de IND middels een kopie van de beschikking hetzij het visumloket in Rijswijk, hetzij het visumloket in Zwolle, op de hoogte van het feit dat aan de verblijfsvergunning een dergelijk voorschrift is verbonden. De vreemdeling ontvangt vervolgens een schriftelijke uitnodiging van het betreffende visumloket om het passagebiljet aldaar in persoon te deponeren. Ten bewijze van het feit dat het passagebiljet is gedeponeerd ontvangt de vreemdeling een ontvangstbewijs. Het visumloket bericht vervolgens de medewerker dat het biljet is gedeponeerd. +Indien het deponeren van een passagebiljet als voorschrift aan een verblijfsvergunning regulier wordt verbonden – en het biljet is niet reeds gedeponeerd in verband met verblijf in de vrije termijn – dient het alsnog te worden gedeponeerd bij één van de visumloketten, welke door de IND zijn ingericht in Rijswijk en Zwolle. Afhankelijk van de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling stelt de ambtenaar van de IND middels een kopie van de beschikking hetzij het visumloket in Rijswijk, hetzij het visumloket in Zwolle, op de hoogte van het feit dat aan de verblijfsvergunning een dergelijk voorschrift is verbonden. De vreemdeling ontvangt vervolgens een schriftelijke uitnodiging van het betreffende visumloket om het passagebiljet aldaar in persoon te deponeren. Ten bewijze van het feit dat het passagebiljet is gedeponeerd ontvangt de vreemdeling een ontvangstbewijs. Het visumloket bericht vervolgens de ambtenaar dat het biljet is gedeponeerd. Teruggave van het passagebiljet geschiedt bij één van de visumloketten. Hiertoe zal de vreemdeling schriftelijk worden opgeroepen teneinde het passagebiljet in persoon in ontvangst te nemen. Bij de teruggave van het passagebiljet tekent de vreemdeling een ontvangstbewijs, ten bewijze van het feit dat het biljet aan hem is geretourneerd. @@ -502,9 +495,9 @@ De uitvoering van de vorenstaande regels geschiedt als volgt. Indien het deponeren van een waarborgsom als voorschrift aan de verblijfsvergunning wordt verbonden, wordt een factuur vervaardigd die aan de vreemdeling wordt toegezonden. De vreemdeling krijgt de gelegenheid om binnen vier weken het op de factuur vermelde bedrag te voldoen. Indien hij na ommekomst van deze periode het bedrag nog niet heeft betaald, wordt hem een aanmaning toegezonden om het bedrag alsnog binnen twee weken te betalen. Deze aanmaning geldt als het bieden van gelegenheid tot herstel van verzuim. Het bedrag kan overigens zowel per bank als per giro worden voldaan. -De vreemdeling ontvangt na betaling een bevestiging. De betreffende medewerker van de IND wordt eveneens op de hoogte gesteld van het feit dat de waarborgsom is gedeponeerd. +De vreemdeling ontvangt na betaling een bevestiging. De betreffende ambtenaar van de IND wordt eveneens op de hoogte gesteld van het feit dat de waarborgsom is gedeponeerd. -Indien de vreemdeling zich in Nederland bevindt, vindt de terugbetaling van de waarborgsom en de uitbetaling van de toekomende rente bij voorschot plaats door de Minister. Het bedrag wordt door de de IND gestort op het aldaar bekende bank- of girorekeningnummer van de vreemdeling. De vreemdeling wordt tevens bij brief bericht dat het bedrag is teruggestort. +Indien de vreemdeling zich in Nederland bevindt, vindt de terugbetaling van de waarborgsom en de uitbetaling van de toekomende rente bij voorschot plaats door de Minister. Het bedrag wordt door de IND gestort op het aldaar bekende bank- of girorekeningnummer van de vreemdeling. De vreemdeling wordt tevens bij brief bericht dat het bedrag is teruggestort. Een aanvraag om wijziging of opheffing van het aan de verblijfsvergunning verbonden voorschrift tot het stellen van zekerheid komt voor inwilliging in aanmerking, indien op andere wijze zekerheid wordt gesteld of indien de redenen die hebben geleid tot het verbinden van het voorschrift aan de vergunning zijn vervallen. @@ -522,11 +515,11 @@ Een voorschrift als hier bedoelt, kan aan de verblijfsvergunning worden verbonde ### 3. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd -Ingevolge artikel 14, derde lid, Vw wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren en worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Deze regels zijn neergelegd in artikel 3.57 tot en met 3.70 Vb. +Ingevolge artikel 14, derde lid, Vw wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren en worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. Deze regels zijn neergelegd in de artikelen 3.57 tot en met 3.67, 3.69 en 3.70 Vb. -De hoofdregels voor de geldigheidsduur waarvoor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend of verlengd, zijn neergelegd in artikel 3.57 en 3.68 Vb. +De hoofdregels voor de geldigheidsduur waarvoor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend of verlengd, is neergelegd in artikel 3.57 Vb. -Van deze hoofdregel wordt, afhankelijk van het verblijfsdoel, afgeweken in artikel 3.58 tot en met 3.70 Vb. Tenzij de vergunning wordt verleend of verlengd met vrijstelling van het vereiste bezit van een geldig document voor grensoverschrijding, geldt in alle gevallen de tweede hoofdregel van artikel 3.68 Vb. +Van deze hoofdregel wordt, afhankelijk van het verblijfsdoel, afgeweken in de artikelen 3.58 tot en met 3.67, 3.69 en 3.70 Vb. #### 3.1. Uitzonderingsregels bij eerste toelating @@ -538,7 +531,7 @@ Als de vreemdeling niet reeds bij het indienen van de aanvraag heeft aangetoond Ingevolge artikel 3.67, tweede lid, Vb kan de verblijfsvergunning worden verleend of verlengd met een langere geldigheidsduur, indien de geldigheidsduur van de te verlenen of te verlengen verblijfsvergunning op het moment waarop deze wordt verstrekt ingevolge artikel 3.57 Vb alweer zou zijn geëindigd. Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt indien op het moment van beoordeling door de IND de te verlenen of verlengen verblijfsvergunning nog minder dan drie maanden geldig zou zijn. In die gevallen wordt de te verlenen of verlengen verblijfsvergunning één jaar langer geldig gemaakt, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning zou zijn verstreken. -De bevoegdheid van artikel 3.67, tweede lid, Vb kan alleen worden gebruikt in afwijking van artikel 3.57 Vb. Deze bevoegdheid kan dan ook niet worden gebruikt om af te wijken van andere artikelen Vb, zoals artikelen 3.59, 3.65, 3.66, 3.68 of 3.69, 3.70 Vb. Evenmin wordt deze bevoegdheid gebruikt om in het beleid neergelegde maximale verblijfsduren op te rekken (bijvoorbeeld de maximale verblijfsduur voor studenten, stagiaires, practicanten, onbezoldigd wetenschappelijk onderzoekers, vreemdelingen die arbeid in loondienst verrichten in het kader van een actieprogramma van de EU), of om de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning te verlengen terwijl niet meer aan het verblijfsdoel of de voorwaarden wordt voldaan. +De bevoegdheid van artikel 3.67, tweede lid, Vb kan alleen worden gebruikt in afwijking van artikel 3.57 Vb. Deze bevoegdheid kan dan ook niet worden gebruikt om af te wijken van andere artikelen van het Vb, zoals de artikelen 3.59, 3.65, 3.66, 3.69, of 3.70 Vb. Evenmin wordt deze bevoegdheid gebruikt om de in het beleid neergelegde maximale verblijfsduren op te rekken (bijvoorbeeld de maximale verblijfsduur voor studenten, stagiaires, practicanten, onbezoldigd wetenschappelijk onderzoekers en vreemdelingen die arbeid in loondienst verrichten in het kader van een actieprogramma van de EU), of om de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning te verlengen terwijl niet meer aan het verblijfsdoel of de voorwaarden wordt voldaan. #### 3.2. Afwijkende bepalingen bij verlenging na gezinshereniging @@ -588,13 +581,13 @@ Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wor a. de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één der door de Minister van BuZa aan te wijzen landen; -Deze landen zijn: Australië, België, Canada, Cyprus Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zweden en Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein). +Deze landen zijn: Australië, België, Canada, Cyprus Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zweden en Zwitserland. Voor vreemdelingen uit deze landen staat echter wel de mogelijkheid open om bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen ten einde hun verblijfsaanspraken vooraf te laten toetsen, zodat ook zij vroegtijdig weten of hun verblijfsrecht toekomt. b. de gemeenschapsonderdaan, voorzover niet reeds vrijgesteld op grond van een aanwijzing, als bedoeld onder a; -Een gemeenschapsonderdaan heeft geen verblijfsvergunning nodig om rechtmatig in Nederland te verblijven. Een gemeenschapsonderdaan ontleent zijn verblijfsrecht immers rechtstreeks aan het gemeenschapsrecht. Ook van belang is dat de vreemdeling die niet zelf onderdaan is van een lidstaat van de EU, EER of Zwitserse Bondsstaat, maar die wel rechtstreeks verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontleent, bijvoorbeeld als echtgeno(o)t(e), kind, partner of (schoon)ouder van een gemeenschapsonderdaan, vrijgesteld is van het mvv-vereiste (zie de definitiebepaling van gemeenschapsonderdaan in artikel 1 Vw). +Een gemeenschapsonderdaan heeft geen verblijfsvergunning nodig om rechtmatig in Nederland te verblijven. Een gemeenschapsonderdaan ontleent zijn verblijfsrecht immers rechtstreeks aan het gemeenschapsrecht. Ook van belang is dat de vreemdeling die niet zelf onderdaan is van een lidstaat van de EU, EER of Zwitserland, maar die wel rechtstreeks verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontleent, bijvoorbeeld als echtgeno(o)t(e), kind, partner of (schoon)ouder van een gemeenschapsonderdaan, vrijgesteld is van het mvv-vereiste (zie de definitiebepaling van gemeenschapsonderdaan in artikel 1 Vw). c. de vreemdeling voor wie het gelet op diens gezondheidstoestand niet verantwoord is om te reizen; @@ -618,56 +611,56 @@ Het ontbreken van een mvv wordt evenmin tegengeworpen aan de vreemdeling die een Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, Vb kan van het vereiste van een geldige mvv vrijgesteld worden, de vreemdeling: -a. die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. +g. die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. De vreemdeling die voor diens negentiende levensjaar ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot Nederland. Indien de vreemdeling minderjarig is kan een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Indien de vreemdeling meerderjarig is kan een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen. Dit onderdeel komt grotendeels overeen met artikel 52a, onderdeel g, van het voormalige Vb, met dien verstande dat toegevoegd is de categorie vreemdelingen die in diezelfde periode geheel of gedeeltelijk als Nederlander in Nederland hebben verbleven. Het is redelijk laatstgenoemde vreemdelingen niet anders te behandelen om de enkele reden dat het rechtmatig verblijf geheel of gedeeltelijk als Nederlander in Nederland is doorgebracht. -b. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van de Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die: +h. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van de Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die: -– sedert het moment van geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander, of +– sedert het moment van geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander; of – op het moment van de geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van artikel 8, onder f tot en met k, Vw en die sedertdien aansluitend rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw heeft, voor zover geen van beiden het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Kinderen van twaalf jaar of jonger die in Nederland zijn geboren, vanaf dat moment onafgebroken in Nederland woonachtig zijn en naar het oordeel van de Minister feitelijk zijn blijven behoren tot het gezin van een van de ouders die sinds de geboorte van het kind in Nederland verblijft op grond van een verblijfsvergunning, komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning indien zij feitelijk (zijn blijven) behoren tot het gezin van die ouder. Als hoofdregel geldt dat één van de ouders binnen drie dagen na de geboorte van het kind een aanvraag ten behoeve van het kind moet indienen bij de burgemeester van de gemeente waar zij woon- of verblijfplaats hebben, om het verblijfsrecht mede geldig te maken voor het kind. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar worden deze kinderen ook feitelijk in het bezit gesteld van een vreemdelingendocument waaruit het verblijfsrecht blijkt. Is het kind evenwel niet direct na de geboorte aangemeld dan kan tot en met de leeftijd van twaalf jaar alsnog een aanvraag worden ingediend. In dat geval kan de verblijfsvergunning worden verleend indien naar het oordeel van de Minister genoegzaam is aangetoond dat het kind vanaf de geboorte onafgebroken in Nederland heeft verbleven en feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder die houder is van een verblijfsvergunning. Gelet op het feit dat deze kinderen in Nederland zijn geboren, is het niet rechtvaardig om de aanvraag af te wijzen omdat het kind niet in het bezit is van een geldige mvv. Hetzelfde geldt ten aanzien van kinderen die in Nederland zijn geboren uit een ouder die op het moment van die geboorte rechtmatig in Nederland verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt evenmin verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Tot de hier bedoelde categorie behoren onder meer de kinderen die tijdens de procedure in Nederland worden geboren uit een ouder die aansluitend op die procedure in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning. Tevens zijn vrijgesteld andere kinderen die in Nederland zijn geboren op een moment waarop de ouder op een der andere in artikel 8 Vw genoemde gronden rechtmatig in Nederland verbleef, bijvoorbeeld in verband met de aangifte van mensenhandel, of tijdens de vrije termijn, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. -c. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 Vw; +i. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 Vw; -Onderdeel c ziet op feitelijk in Nederland verblijvende afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie in Nederland. +Onderdeel i ziet op feitelijk in Nederland verblijvende afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie in Nederland. -Geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status op grond van het op 18 april 1961 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake diplomatiek verkeer (Trb. 1962, 101) of het op 24 april 1963 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1965, 40). De verblijfsstatus van de hoofdpersoon is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt daarmee tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden. De afhankelijke gezinsleden die tien jaar of langer bij de hoofdpersoon in Nederland verblijven komen – evenals de hoofdpersoon – onder omstandigheden in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). +Geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status op grond van het Diplomatenverdrag of het Consulaire verdrag. De verblijfsstatus van de hoofdpersoon is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt daarmee tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden. De afhankelijke gezinsleden die tien jaar of langer bij de hoofdpersoon in Nederland verblijven komen – evenals de hoofdpersoon – onder omstandigheden in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Na beëindiging van de bijzondere geprivilegieerde status van de hoofdpersoon kan het voorkomen dat de geprivilegieerde hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Dit kan het geval zijn indien één of meer van de afhankelijke gezinsleden nog minderjarig is of als één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet minimaal tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven op basis van een bijzondere geprivilegieerde status. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Deze vrijstelling houdt verband met het feit dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, het feit dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en het feit dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Gelet hierop is het niet redelijk van deze afhankelijke gezinsleden een mvv te verlangen. -Geaccrediteerde personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel c ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een mvv te verlangen. Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel 3.71, vierde lid, Vb. +Geaccrediteerde personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel i ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een mvv te verlangen. Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel 3.71, vierde lid, Vb. -d. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; +j. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; -Onderdeel d ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vw is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 tot en met 3.38 Vb en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wav en de Vw wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste. +Onderdeel j ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vw is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 tot en met 3.38 Vb en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wav en de Vw wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste. -e. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije; +k. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije; -Dit onderdeel heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het besluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het besluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het besluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige mvv hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortzetting van verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit kunnen voortvloeien +Dit onderdeel heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het Associatiebesluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het Associatiebesluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het Associatiebesluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige mvv hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortzetting van verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit 1/80 kunnen voortvloeien. -f. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, of +l. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, of Dit onderdeel heeft betrekking op de vreemdeling die met gebruikmaking van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet een verblijfsvergunning aanvraagt. Hierbij gaat het zowel om de ouder als het (meerderjarige) kind die eerder in Nederland hebben verbleven. Door de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet (en daarmee tevens naar het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet) is verzekerd dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de vreemdeling die voor de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking komt. Deze bepaling ziet derhalve niet op de vreemdeling die op grond van eerdere of andere remigratieregelingen is teruggekeerd naar zijn land van herkomst en die wil terugkeren naar Nederland. De vreemdeling die binnen één jaar na remigratie uit Nederland op grond van de Remigratiewet een aanvraag om verblijf in Nederland indient en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning, komt op grond van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Uit artikel 10, eerste lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet volgt dat alleen voor de terugkeeroptie in aanmerking komt, de vreemdeling die drie jaar in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning onder een beperking van niet-tijdelijke aard. De beperkingen van tijdelijke aard zijn voor het bepaalde bij en krachtens de Remigratiewet geregeld in de Regeling Aanwijzing vreemdelingen wegens verblijf voor een tijdelijk doel (Stcrt. 2000, 62). Uiteraard is de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet alleen van belang voorzover daaruit het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voortvloeit. In andere gevallen kan de vreemdeling op grond van deze terugkeeroptie een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. In het laatste geval kan de desbetreffende aanvraag niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een mvv. Overigens verdient het de voorkeur dat deze vreemdelingen vóór hun terugkeer naar Nederland een mvv aanvragen. Artikel 8 van de Remigratiewet heeft ook betrekking op kinderen van vreemdelingen. Ook deze kinderen kunnen van de terugkeeroptie gebruikmaken en zijn daarmee vrijgesteld van het mvv-vereiste. Concreet betekent dit, dat vrijgesteld is de vreemdeling die direct voorafgaande aan de remigratie als minderjarig kind van de ouder in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning of als Nederlander en binnen een jaar na de remigratie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet met de ouder naar Nederland terugkeert. Tevens is vrijgesteld de vreemdeling die binnen een jaar na de remigratie meerderjarig is geworden en vervolgens zelfstandig naar Nederland terugkeert. -g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. +m. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. De persoon die feitelijk in Nederland verblijft en bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek ingevolge artikel 17, eerste lid, Rwn heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet uitgezet indien dat verzoek naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de betrokkene, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, in afwachting van de beslissing op het verzoek. Gelet op het feit dat de verzoeken van deze personen niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot zijn en zij veelal lange tijd in Nederland verblijven voordat twijfels over de Nederlandse nationaliteit ontstonden, is het niet redelijk van hen te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen en kunnen zij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning. -h. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31 Vb. +n. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31 Vb. -Dit onderdeel h is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn nr. 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen (PbEG L 212). Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de Overeenkomst betreffende de EER, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een mvv afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van artikel 3.71 Vb: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is (in afwijking van artikel 3.71, derde lid, Vb) eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste. +Dit onderdeel n is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn nr. 2001/55 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen (PbEG L 212). Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de EER overeenkomst, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een mvv afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van artikel 3.71 Vb: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is (in afwijking van artikel 3.71, derde lid, Vb) eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste. De vreemdeling is echter niet vrijgesteld indien hij in Nederland wil verblijven voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger (zie artikel 3.71, derde lid, Vb en B5). Deze uitzondering voor de vreemdeling die als godsdienstleraar of geestelijke voorganger wil verblijven, dient er mede toe om vooraf te onderzoeken of er vanuit het oogpunt van openbare orde bedenkingen bestaan tegen het verblijf van de vreemdeling en of de groepering op wier verzoek de desbetreffende vreemdeling zijn werkzaamheden zal uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de vreemdeling handhaaft. De aanwezigheid en het functioneren van godsdienstleraren en geestelijk voorgangers hier te lande, in verband met de bijzondere positie die zij innemen binnen de alhier gevestigde gemeenschappen, kan van zodanige invloed zijn op de openbare orde en nationale veiligheid, dat onderzoek vooraf gewenst is. In deze gevallen wordt niet voorbijgegaan aan het mvv-vereiste; ook niet indien de vreemdeling behoort tot de in artikel 3.71, tweede lid, Vb genoemde vrijgestelde categorieën. De enige uitzondering hierop vormt artikel 3.71, tweede lid, onder h, Vb (zie hiervoor de toelichting van onderdeel h). -Vanzelfsprekend kan het ontbreken van een geldige mvv niet leiden tot afwijzing van de aanvraag, indien een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich daartegen verzet, waarbij in dit verband met name kan worden gedacht aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. +Vanzelfsprekend kan het ontbreken van een geldige mvv niet leiden tot afwijzing van de aanvraag, indien een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich daartegen verzet, waarbij in dit verband met name kan worden gedacht aan het Associatiebesluit 1/80. Indien een vreemdeling een beroep doet op een van de hierboven genoemde vrijstellingscategorieën dient hij aan te tonen dat hij behoort tot één van de vrijstellingscategorieën. -In beginsel dient de vreemdeling reeds bij het indienen van de aanvraag het beroep op één van de vrijstellingscategorieën te onderbouwen. In het aanvraagformulier dat ziet op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd waarbij de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv – zie bijlage 13 VV – worden de vrijstellingscategorieën op grond van het Vb met name genoemd. Per categorie wordt een korte toelichting op de vrijstellingsgrond gegeven. Indien de vreemdeling bij het indienen van een aanvraag het beroep op één van de vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de IND hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund. +In beginsel dient de vreemdeling reeds bij het indienen van de aanvraag het beroep op één van de vrijstellingscategorieën te onderbouwen. In het aanvraagformulier dat ziet op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd waarbij de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv (zie bijlage 13 VV) worden de vrijstellingscategorieën op grond van het Vb met name genoemd. Per categorie wordt een korte toelichting op de vrijstellingsgrond gegeven. Indien de vreemdeling bij het indienen van een aanvraag het beroep op één van de vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de IND hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund. De vreemdeling dient, indien hij zich beroept op een van de vrijstellingscategorieën, aanstonds aan te tonen dat hij behoort tot een vrijstellingscategorie. Op het aanvraagformulier staan de vrijstellingscategorieën ingevolge de Vw en het Vb vermeld voorzien van een korte toelichting per vrijstellingsgrond. Indien de vreemdeling bij het indienen van de aanvraag bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft het beroep op één van deze vrijstellingscategorieën niet of niet afdoende middels bescheiden heeft onderbouwd, stelt de IND hem in de gelegenheid het beroep alsnog afdoende te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund. @@ -675,15 +668,13 @@ Indien geen (afdoende) bewijs kan worden overgelegd ter staving van het beroep o De vreemdeling die zich erop beroept dat het stellen van het vereiste bezit van een geldige mvv ten aanzien van hem getuigt van een onbillijkheid van overwegende aard (zie artikel 3.71, vierde lid, Vb) dient bij het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een onderbouwing voor het beroep op deze vrijstellingscategorie te overleggen. Het aanvraagformulier vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een mvv in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen. -Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste geldt dat hierbij uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet ten volle aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie veelal voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Zo wordt bijvoorbeeld voor een beroep op de vrijstelling genoemd onder artikel 3.71, tweede lid, onder a, Vb getoetst of de vreemdeling vóór zijn negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Dit valt voor een deel samen met de toetsing aan de voorwaarden van artikel 3.54, eerste lid, onder b, Vb. Eerst nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, dient ten behoeve van de verblijfsvergunning ten volle aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening hiervan getoetst te worden. In het bovengenoemde voorbeeld wordt de verblijfsaanvraag dan ook aan de overige verblijfsvoorwaarden van artikel 3.54 Vb getoetst. +Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv- vereiste geldt dat hierbij uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet ten volle aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie veelal voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Zo wordt bijvoorbeeld voor een beroep op de vrijstelling genoemd onder artikel 3.71, tweede lid, onder a, Vb getoetst of de vreemdeling vóór zijn negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Dit valt voor een deel samen met de toetsing aan de voorwaarden van artikel 3.54, eerste lid, onder b, Vb. Eerst nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, dient ten behoeve van de verblijfsvergunning ten volle aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening hiervan getoetst te worden. In het bovengenoemde voorbeeld wordt de verblijfsaanvraag dan ook aan de overige verblijfsvoorwaarden van artikel 3.54 Vb getoetst. -In het vierde lid van artikel 3.71 Vb is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausule. - -Ook indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën is het mogelijk dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het enkele feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv, indien de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van de Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B1/4.1.1). +In het vierde lid van artikel 3.71 Vb is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausule. Ook indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën is het mogelijk dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het enkele feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv, indien de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van de Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B1/4.1.1). De vreemdeling die zich erop beroept dat het toepassen van het mvv-vereiste ten aanzien van hem leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, zal dit beroep op de zogeheten hardheidsclausule reeds bij het indienen van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier moeten motiveren en zo veel als mogelijk met bewijsstukken onderbouwen. Het aanvraagformulier (zie bijlage 13 VV) vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een mvv in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen. Indien het beroep op de hardheidsclausule bij het indienen van de aanvraag niet of niet afdoende middels bescheiden dan wel anderszins is onderbouwd wordt de vreemdeling door de Minister in de gelegenheid gesteld het beroep alsnog (nader) te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund. -Het is – net als onder de werking van artikel 16 a Vw (oud) – de bedoeling dat van de bevoegdheid tot toepassing van de hardheidsclausule over te gaan alleen gebruik wordt gemaakt in zeer bijzondere gevallen. Onder de Vw is het wel mogelijk om categorieën vreemdelingen onder de werking van de hardheidsclausule te brengen. +Het is, net als onder de werking van artikel 16 a Vw (oud), de bedoeling dat van de bevoegdheid tot toepassing van de hardheidsclausule over te gaan alleen gebruik wordt gemaakt in zeer bijzondere gevallen. Onder de Vw is het wel mogelijk om categorieën vreemdelingen onder de werking van de hardheidsclausule te brengen. Een van de categorieën waarvoor vrijstelling van het mvv-vereiste in ieder geval geldt op grond van artikel 3.71 vierde lid, Vb, is de groep vreemdelingen die valt onder de toezegging van de Minister gedaan tijdens het terugkeerdebat van 9 februari 2004 dat het mvv-vereiste niet zal worden tegengeworpen aan de vreemdelingen die voldoen aan de onderstaande criteria: @@ -691,14 +682,14 @@ Een van de categorieën waarvoor vrijstelling van het mvv-vereiste in ieder geva – de vreemdeling beoogt gezinshereniging (geen gezinsvorming) met een vreemdeling die hier te lande verblijft op grond van een verblijfsvergunning regulier dan wel asiel of met een Nederlander; – de vreemdeling voldoet, behoudens het mvv-vereiste, aan alle voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning, zoals vermeld in B2. -In het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 27 oktober 2004 heeft de Minister deze toezegging uitgebreid en bepaalt dat indien er sprake is van een gezin waarvan de gezinsleden deels wel en deels niet onder de bovengenoemde toezegging vallen en die allen verblijf beogen in het kader van gezinshereniging (geen gezinsvorming) bij hetzelfde gezinslid met een verblijfsvergunning of met de Nederlandse nationaliteit, alle gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Onverkort blijft staan dat, behoudens het mvv-vereiste, zij voorts aan alle overige voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning zoals vermeld in B2 moeten voldoen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de situatie dat de vader een verblijfsvergunning heeft, de moeder en twee kinderen aan de drie hierboven genoemde voorwaarden voldoen, en er nog een derde kind is dat na 1 april 2001 is ingereisd. Het derde kind kan onder deze omstandigheden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. +In het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 27 oktober 2004 heeft de Minister deze toezegging uitgebreid en bepaald dat indien er sprake is van een gezin waarvan de gezinsleden deels wel en deels niet onder de bovengenoemde toezegging vallen en die allen verblijf beogen in het kader van gezinshereniging (geen gezinsvorming) bij hetzelfde gezinslid met een verblijfsvergunning of met de Nederlandse nationaliteit, alle gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Onverkort blijft staan dat, behoudens het mvv-vereiste, zij voorts aan alle overige voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning zoals vermeld in B2 moeten voldoen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de situatie dat de vader een verblijfsvergunning heeft, de moeder en twee kinderen aan de drie hierboven genoemde voorwaarden voldoen, en er nog een derde kind is dat na 1 april 2001 is ingereisd. Het derde kind kan onder deze omstandigheden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer op 26 april 2005 aangenomen motie geldt voorts op grond van artikel 3.71, vierde lid, Vb vrijstelling van het mvv-vereiste voor de vreemdeling: – die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vw (oud) heeft ingediend; en – in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. -Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan alle volgende drie kenmerken: +Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan de volgende drie kenmerken: – het verzoek is rechtstreeks ingediend bij de Minister (dan wel de IND); en – het verzoek is niet ingediend met het in het VV voorgeschreven formulier; en @@ -720,21 +711,17 @@ In deze gevallen kan geen recht op vrijstelling van het mvv-vereiste worden ontl Indien de aanvraag wordt ingediend door een vreemdeling die de afgelopen vijf jaren geen verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of onder l, Vw en die geen gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan, wordt de uitzetting op voorhand niet achterwege gelaten. Ingevolge artikel 62, eerste lid, Vw dient de vreemdeling nadat het rechtmatig verblijf is beëindigd Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. Indien een eerste verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, mag de beslissing hierop uitsluitend worden afgewacht als het binnen twee weken na bekendmaking van het besluit is ingediend. In bepaalde gevallen kan evenwel een kortere vertrektermijn geïndiceerd zijn. Artikel 62, vierde lid, Vw biedt de mogelijkheid om in het belang van de uitzetting een kortere vertrektermijn te hanteren. Hierbij kan blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel gedacht worden aan de situatie dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken dient te verlaten, echter de eerste reismogelijkheid dient zich ofwel direct, ofwel na zes weken aan. In die situatie kan beslist worden om een kortere vertrektermijn te geven. -Dat een aantal categorieën vreemdelingen is vrijgesteld van het vereiste van het bezit van een mvv, betekent niet dat vreemdelingen die tot deze categorie behoren, geen mvv kunnen aanvragen. Indien een vreemdeling die behoort tot een van de hieronder genoemde (van het mvv-vereiste vrijgestelde) categorieën een aanvraag tot afgifte van een mvv indient, wordt die aanvraag uiteraard in behandeling genomen. Vreemdelingen die op grond van artikel 3A Regeling op de consulaire tarieven zijn vrijgesteld van het legesvereiste van een mvv zijn dat ook bij de aanvraag van een onverplichte mvv. De onder artikel 3a, derde lid, genoemde uitzonderingen zijn de uitzonderingen als opgenomen in de GVI, hoofdstuk VII, paragraaf 4 in BNL-kader, namelijk familieleden van EU-onderdanen die gebruik maken van het vrij verkeer van personen EN onderdanen van Israël en San Marino (zie ook A2/4.3.5). +Dat een aantal categorieën vreemdelingen is vrijgesteld van het vereiste van het bezit van een mvv, betekent niet dat vreemdelingen die tot deze categorie behoren, geen mvv kunnen aanvragen. Indien een vreemdeling die behoort tot een van de hieronder genoemde (van het mvv-vereiste vrijgestelde) categorieën een aanvraag tot afgifte van een mvv indient, wordt die aanvraag uiteraard in behandeling genomen. Vreemdelingen die op grond van artikel 3A Regeling op de consulaire tarieven zijn vrijgesteld van het legesvereiste van een mvv zijn dat ook bij de aanvraag van een onverplichte mvv. De onder artikel 3a, derde lid, genoemde uitzonderingen zijn de uitzonderingen als opgenomen in de GVI, hoofdstuk VII, paragraaf 4 in BNL-kader, namelijk familieleden van EU-onderdanen die gebruik maken van het vrij verkeer van personen en onderdanen van Israël en San Marino (zie ook A2/4.3.5). #### 4.2. Geldig document voor grensoverschrijding -Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Uit het document blijken de identiteit van de vreemdeling en diens relatie tot het land van afgifte van dat document. Veelal blijkt uit het document ook de nationaliteit van de vreemdeling. Voorts kan het document inzicht geven in de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling in het land van afgifte, dat verplicht is tot terugname van de houder van het document. Indien een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend, is de geldigheidsduur daarvan altijd ten minste één maand korter dan de termijn gedurende welke de vreemdeling op grond van een geldig document voor grensoverschrijding kan terugkeren naar het land door welks autoriteiten het is afgegeven. +Als hoofdregel geldt dat iedere vreemdeling in het bezit dient te zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Uit het document blijken de identiteit van de vreemdeling en diens relatie tot het land van afgifte van dat document. Veelal blijkt uit het document ook de nationaliteit van de vreemdeling. Voorts kan het document inzicht geven in de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling in het land van afgifte, dat verplicht is tot terugname van de houder van het document. -Zie voor de algemene bepalingen inzake een geldig document voor grensoverschrijding artikel 3, eerste lid, Vw, artikel 2.3 Vb en A2/4.2.1. - -In de meeste gevallen geldt als geldig document voor grensoverschrijding een geldig nationaal paspoort dat door Nederland wordt erkend. +Zie voor de algemene bepalingen inzake een geldig document voor grensoverschrijding artikel 3, eerste lid, Vw, artikel 2.3 Vb en A2/4.2.1. In de meeste gevallen geldt als geldig document voor grensoverschrijding een geldig nationaal paspoort dat door Nederland wordt erkend. Er zijn gevallen bekend waarin op (al dan niet schriftelijk) verzoek van de vreemdeling of van een familielid een paspoort wordt toegezonden zonder dat de beoogde houder zich in persoon voor de autoriteiten heeft moeten melden. Aangezien in deze gevallen geen deugdelijke toetsing van de identiteit van de betrokken vreemdeling heeft plaatsgevonden, worden deze zogenoemde blanco paspoorten niet aangemerkt als geldig document voor grensoverschrijding. -Het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding is een zelfstandige voorwaarde (zie artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, Vw). - -Van de bevoegdheid om een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding zal steeds gebruik worden gemaakt, behalve in gevallen ten aanzien waarvan in het Vb anders is bepaald (zie de artikelen 3.19, 3.72 en 3.83 Vb) en met inachtneming van hetgeen hierna is vermeld inzake het geven van een termijn om het verzuim te herstellen. +Het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding is een zelfstandige voorwaarde (zie artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, Vw). Van de bevoegdheid om een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen wegens het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding zal steeds gebruik worden gemaakt, behalve in gevallen ten aanzien waarvan in het Vb anders is bepaald (zie de artikelen 3.19, 3.72 en 3.83 Vb) en met inachtneming van hetgeen hierna is vermeld inzake het geven van een termijn om het verzuim te herstellen. Bij de aanvraag tot het verlenen van de reguliere verblijfsvergunning legt de vreemdeling in persoon in ieder geval een geldig document voor grensoverschrijding over (zie artikel 3.102, eerste lid, Vb). Indien de vreemdeling bij de aanvraag geen geldig document voor grensoverschrijding overlegt, wordt hij in de gelegenheid gesteld gedurende een redelijke termijn de aanvraag aan te vullen voordat daarop wordt beslist. @@ -772,9 +759,7 @@ De vreemdeling die stelt Somalisch onderdaan te zijn dient daartoe de documenten De vreemdeling afkomstig uit Somalië wordt daarmee derhalve niet ontheven van de verplichting zijn identiteit en nationaliteit door middel van documenten aan te tonen. -Voorts worden identificerende vragen gesteld. In daarvoor in aanmerking komende gevallen vindt DNA-onderzoek plaats om een gestelde afstammingsrelatie vast te stellen, een en ander overeenkomstig B2/8.5 en B2/8.6. - -Tevens wordt als voorwaarde gesteld dat door betrokkene een verklaring wordt ondertekend in de eigen taal en het Nederlands waarin deze verklaart dat hij of zij de gestelde identiteit en nationaliteit bezit. +Voorts worden identificerende vragen gesteld. In daarvoor in aanmerking komende gevallen vindt DNA-onderzoek plaats om een gestelde afstammingsrelatie vast te stellen, een en ander overeenkomstig B2/8.5 en B2/8.6. Tevens wordt als voorwaarde gesteld dat door betrokkene een verklaring wordt ondertekend in de eigen taal en het Nederlands waarin deze verklaart dat hij of zij de gestelde identiteit en nationaliteit bezit. Deze voorwaarden worden gesteld om een succesvolle intrekking van de verleende verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens te bevorderen (fraudebestrijding), in gevallen waarin later mocht blijken dat de betrokkene een andere identiteit of nationaliteit bezit. @@ -1064,9 +1049,9 @@ Ingevolge de Vw kan het verblijf van een vreemdeling in Nederland worden geweige Afwijkende bepalingen met betrekking tot de openbare orde bij de verlening, verlenging, wijziging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zijn opgenomen voor: -– gemeenschapsonderdanen en Turkse onderdanen die rechten ontlenen aan het Associatieverdrag: in B10 en B11; +– gemeenschapsonderdanen en Turkse onderdanen die rechten ontlenen aan het Associatieovereenkomst EG-Turkije: in B10 en B11; – vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het feit dat niet binnen drie jaren onherroepelijk op een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is beslist: in B1/4.10; -– de verblijfsvergunning asiel: in C1/5.13. +– de verblijfsvergunning asiel: in C5.13. Bepalingen met betrekking tot de openbare orde bij: @@ -1084,13 +1069,9 @@ Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder d, Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen, indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Op grond van artikel 16, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.77 en 3.78 Vb. -De aanvraag wordt afgewezen, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C1/5.13.3. +De aanvraag wordt afgewezen, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor gevallen waarin gezinsleden van een vreemdeling die zich heeft schuldig gemaakt aan bedoelde gedragingen op zelfstandige gronden aanspraak maken op vluchtelingrechtelijke bescherming, zie C2/6.2.3. -Voor gevallen waarin gezinsleden van een vreemdeling die zich heeft schuldig gemaakt aan bedoelde gedragingen op zelfstandige gronden aanspraak maken op vluchtelingrechtelijke bescherming zie C1/4.6.4. - -De aanvraag wordt afgewezen, indien de vreemdeling terzake van een misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard, of sprake is van een veroordeling of oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel, een taakstraf of een onvoorwaardelijke geldboete. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie artikel 37, WvSr) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie artikel 38m WvSr) dan wel in een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h, vierde lid, onder a, WvSr) alsook de terbeschikkingstelling (zie artikel 37a WvSr) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend. - -De veroordeling hoeft niet onherroepelijk te zijn geworden. Ook indien hoger beroep is ingesteld tegen een veroordeling in eerste aanleg, of cassatieberoep is ingesteld tegen een veroordeling in hoger beroep, wordt de aanvraag afgewezen. +De aanvraag wordt afgewezen, indien de vreemdeling terzake van een misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard, of sprake is van een veroordeling of oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel, een taakstraf of een onvoorwaardelijke geldboete. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie artikel 37, WvSr) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie artikel 38m WvSr) dan wel in een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h, vierde lid, onder a, WvSr) alsook de terbeschikkingstelling (zie artikel 37a WvSr) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend. De veroordeling hoeft niet onherroepelijk te zijn geworden. Ook indien hoger beroep is ingesteld tegen een veroordeling in eerste aanleg, of cassatieberoep is ingesteld tegen een veroordeling in hoger beroep, wordt de aanvraag afgewezen. Indien een strafzaak terzake van misdrijf openstaat en bekendheid met de uitkomst van de strafzaak voor de te nemen beslissing noodzakelijk is, wordt contact opgenomen met het OM. De termijn voor het geven van de beschikking wordt met toepassing van artikel 25, tweede lid, Vw schriftelijk met maximaal zes maanden verlengd. De vreemdeling wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld. @@ -1106,9 +1087,7 @@ Een eens gepleegd misdrijf wordt niet blijvend tegengeworpen. Indien de vreemdeling wegens misdrijf is veroordeeld of een transactievoorstel heeft aanvaard, betekent dat niet dat zijn aanvraag nimmer meer kan worden ingewilligd. Indien er geen sprake is van het meermalen plegen van strafbare feiten en de vreemdeling ook niet ongewenst is verklaard, wordt de veroordeling of transactie na verloop van tijd niet meer gebruikt om de aanvraag af te wijzen. Bij de termijn gedurende welke een gesanctioneerd misdrijf reden blijft vormen om de aanvraag tot het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning af te wijzen, wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds drugs- en geweldsmisdrijven en anderzijds andere misdrijven. Daarbij is aangesloten bij de termijnen die worden gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen om opheffing van de maatregel van ongewenstverklaring (zie A5/4.1). -Ingeval van een veroordeling of transactie wegens drugs- dan wel geweldsmisdrijven bedraagt die termijn tien jaren. Ingeval van een veroordeling of transactie wegens een ander misdrijf bedraagt die termijn vijf jaren. - -De termijn vangt aan op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden of het transactievoorstel is aanvaard. Indien de tenuitvoerlegging van de sanctie pas later heeft plaatsgevonden, vangt de termijn aan op de dag waarop de sanctie volledig ten uitvoer is gelegd. Daarmee wordt voorkomen dat de termijn (bijvoorbeeld tijdens een langdurige gevangenisstraf) kan verstrijken voordat de straf ten uitvoer is gelegd. De sanctie is ten uitvoer gelegd: +Ingeval van een veroordeling of transactie wegens drugs- dan wel geweldsmisdrijven bedraagt die termijn tien jaren. Ingeval van een veroordeling of transactie wegens een ander misdrijf bedraagt die termijn vijf jaren. De termijn vangt aan op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden of het transactievoorstel is aanvaard. Indien de tenuitvoerlegging van de sanctie pas later heeft plaatsgevonden, vangt de termijn aan op de dag waarop de sanctie volledig ten uitvoer is gelegd. Daarmee wordt voorkomen dat de termijn (bijvoorbeeld tijdens een langdurige gevangenisstraf) kan verstrijken voordat de straf ten uitvoer is gelegd. De sanctie is ten uitvoer gelegd: a. ingeval van vrijheidsbenemende straf of maatregel: de datum van invrijheidstelling; b. ingeval van taakstraf: de datum waarop de taakstraf is voltooid; @@ -1152,9 +1131,7 @@ Dat betekent dat, indien wordt geoordeeld dat niet redelijkerwijs kan worden of Met een redelijke termijn wordt blijkens de toelichting op dit artikel gedoeld op een termijn van zes maanden na het einde van het rechtmatig verblijf of als Nederlander. -Idealiter heeft de vreemdeling die zich bij de burgemeester van de gemeente van zijn woon- of verblijfplaats meldt om aldaar fysiek een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier in te dienen, reeds bij de GG&GD een onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen ondergaan. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de vreemdeling zich in een eerder stadium reeds bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfplaats heeft vervoegd ter verkrijging van het aanvraagformulier waarmee hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier kan indienen. - -Veelal zal de vreemdeling dat onderzoek nog niet hebben ondergaan. In die situatie verwijst de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD. Voor deze verwijzing maakt hij gebruik van het TBC formulier (zie bijlage 13 VV). +Idealiter heeft de vreemdeling die zich bij de burgemeester van de gemeente van zijn woon- of verblijfplaats meldt om aldaar fysiek een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier in te dienen, reeds bij de GG&GD een onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen ondergaan. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de vreemdeling zich in een eerder stadium reeds bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfplaats heeft vervoegd ter verkrijging van het aanvraagformulier waarmee hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier kan indienen. Veelal zal de vreemdeling dat onderzoek nog niet hebben ondergaan. In die situatie verwijst de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD. Voor deze verwijzing maakt hij gebruik van het TBC formulier (zie bijlage 13 VV). Op het formulier vult de burgemeester alle persoonsgegevens in die uit het document voor grensoverschrijding en eventuele andere bescheiden kenbaar zijn. Het formulier wordt vervolgens als verwijzingsformulier aan de te onderzoeken vreemdeling gegeven. @@ -1168,41 +1145,9 @@ Uit het feit dat de vreemdeling zich inderdaad bij de onderzoeker heeft gemeld e De bereidheid van de vreemdeling om een medische behandeling te ondergaan en daaraan medewerking te verlenen, blijkt uit de ondertekening van de daartoe strekkende verklaring op het TBC-formulier. -Het enkele feit dat bij de vreemdeling TBC aan de ademhalingsorganen is geconstateerd, leidt er overigens niet toe dat de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning wordt afgewezen. Indien de verklaring is ondertekend, wordt de vergunning verleend. Gelet op de duur van de TBC-behandeling is het immers niet opportuun om de bereidheid om mee te werken aan die behandeling eerst na voltooiing van de behandeling vast te stellen. +Het enkele feit dat bij de vreemdeling TBC aan de ademhalingsorganen is geconstateerd, leidt er overigens niet toe dat de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning wordt afgewezen. Indien de verklaring is ondertekend, wordt de vergunning verleend. Gelet op de duur van de TBC-behandeling is het immers niet opportuun om de bereidheid om mee te werken aan die behandeling eerst na voltooiing van de behandeling vast te stellen. Indien na verlening van de vergunning blijkt dat de vreemdeling ondanks bedoelde ondertekening niet daadwerkelijk bereid is gebleken de behandeling te ondergaan of daaraan mee te werken, wordt de vergunning ingetrokken op grond van het feit dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt. -Indien na verlening van de vergunning blijkt dat de vreemdeling ondanks bedoelde ondertekening niet daadwerkelijk bereid is gebleken de behandeling te ondergaan of daaraan mee te werken, wordt de vergunning ingetrokken op grond van het feit dat er onjuiste gegevens zijn verstrekt. - -Indien de vreemdeling bij wie TBC is geconstateerd, niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, kan dat een reden vormen om de uitzetting van die vreemdeling en diens eventuele gezinsleden achterwege te laten, omdat het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is om te reizen (zie artikel 64 Vw). Voor de specifieke uitwerking hiervan wordt verwezen naar A4/7.7. - -In de situatie als bedoeld onder “1” stelt de IND vast of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw, of dat een situatie zal ontstaan waarin de vreemdeling rechtmatig verblijf zal verkrijgen in de zin van artikel 8, onder j, Vw. Indien dat het geval is vult een medewerker van de IND ten behoeve van de aanmelding van de betreffende vreemdeling bij het COA het aanvraagformulier voor Rva-verstrekkingen in, waarin tevens wordt verklaard dat de uitzetting van de betreffende vreemdeling op grond van artikel 64 Vw achterwege blijft dan wel dat de vreemdeling in een medisch vergelijkbare situatie verkeert maar nog in procedure is over zijn verblijfsrecht. De vreemdeling verzendt het volledig ingevulde aanvraagformulier naar het Centraal Bureau van het COA te Rijswijk, t.a.v. de Afdeling Spreiding en Plaatsing, Postbus 3002, 2280 ME te Rijswijk. Het Centraal Bureau zorgt voor de administratieve inschrijving van de vreemdeling en of zijn gezinsleden in het dichtstbijzijnde opvangcentrum, alsmede voor de inschrijving in de WA-verzekering en ziektekostenregeling. De inschrijvingsbewijzen voor de ziektekostenregeling en de beslissing tot toekenning Rva-verstrekkingen worden door het Centraal Bureau naar de aanvrager of diens gemachtigde gezonden. Voor de verstrekking van de wekelijkse financiële toelage kan de betreffende vreemdeling zich periodiek moeten melden. Het COA zorgt voor de betaling van de financiële toelage en zonodig voor de plaatsing van betrokkene en zijn eventuele gezinsleden in een opvangvoorziening. - -Het medisch onderzoek wordt uitgevoerd door de forensisch arts of de medisch adviseur van de IND. De medisch adviseur van de IND wordt slechts geraadpleegd, indien daartoe aanleiding bestaat gelet op de diagnose van een andere arts. - -Indien vanwege ziekenhuisopname of besmettingsgevaar geen medisch onderzoek door een van deze artsen kan worden uitgevoerd, kan worden volstaan met een ondertekende medische verklaring van de TBC-arts van de GGD of de behandelend arts of specialist. - -In de situatie als bedoeld onder “2” stelt de Korpschef vast of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Indien dat het geval is, voorziet de Korpschef de sticker voor verblijfsaantekeningen van de aantekening ‘uitzetting blijft achterwege tot …… (datum)’. De Korpschef vult ten behoeve van de aanmelding van de betreffende vreemdeling bij het COA het aanvraagformulier voor Rva-verstrekkingen in, waarin tevens wordt verklaard dat de uitzetting van de betreffende vreemdeling op grond van artikel 64 Vw achterwege blijft. De vreemdeling verzendt het volledig ingevulde aanvraagformulier naar het Centraal Bureau van het COA te Rijswijk, t.a.v. de Afdeling Spreiding en Plaatsing, Postbus 3002, 2280 ME te Rijswijk. Het Centraal Bureau zorgt voor de administratieve inschrijving van de vreemdeling en of zijn gezinsleden in het dichtstbijzijnde opvangcentrum, alsmede voor de inschrijving in de WA-verzekering en ziektekostenregeling. De inschrijvingsbewijzen voor de ziektekostenregeling en de beslissing tot toekenning Rva-verstrekkingen worden door het Centraal Bureau naar de aanvrager of diens gemachtigde gezonden. Voor de verstrekking van de wekelijkse financiële toelage kan de betreffende vreemdeling zich periodiek moeten melden. Het COA zorgt voor de betaling van de financiële toelage en zonodig voor de plaatsing van betrokkene en zijn eventuele gezinsleden in een opvangvoorziening. - -Het medisch onderzoek wordt uitgevoerd door de politie-arts, de forensisch arts of de medisch adviseur van de IND. De medisch adviseur van de IND wordt slechts geraadpleegd, indien daartoe aanleiding bestaat gelet op de diagnose van een andere arts. Indien vanwege ziekenhuisopname of besmettingsgevaar geen medisch onderzoek door een van deze artsen kan worden uitgevoerd, kan worden volstaan met een ondertekende medische verklaring van de TBC-arts van de GGD of de behandelend arts of specialist. - -Indien de vreemdeling vanwege zijn medische gesteldheid of het besmettingsgevaar niet in staat is zich in persoon te melden bij de Korpschef, stelt de Korpschef aan de hand van een verklaring van de behandelend arts of specialist dan wel van de GGD-arts TBC-bestrijding vast of er sprake is van de in artikel 64 Vw bedoelde situatie. Uit de verklaring moet blijken dat de vreemdeling in behandeling is, niet in staat is zich vanwege de medische gesteldheid of besmettingsgevaar in persoon te melden bij de Korpschef, en gedurende welke termijn de vreemdeling niet in staat kan worden geacht zich in persoon te melden. In eerste instantie wordt vastgesteld dat er gedurende die termijn sprake zal zijn van de in artikel 64 Vw bedoelde situatie. De vreemdeling dient zich direct aansluitend op het einde van die termijn te vervoegen bij de Korpschef. - -Het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier schort het beëindigen van de verstrekkingen, voor zover hiervan sprake is, niet op. Ook doet een reguliere aanvraag geen recht op opvang ontstaan. De aanspraak op verstrekkingen is – ingevolge de Rva – immers in beginsel gerelateerd aan een eerste asielaanvraag. - -Vreemdelingen die een reguliere (vervolg)aanvraag doen, bijvoorbeeld met als doel ‘het ondergaan van medische behandeling’, maken dan ook géén aanspraak op verstrekkingen. Dit is slechts anders indien zij zich feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden als vreemdelingen die met de uitzetting worden bedreigd en niet in staat zijn om te reizen. Deze vreemdelingen hebben rechtmatig verblijf ex artikel 8, aanhef en onder f, of h, Vw en vallen derhalve niet onder de werking van artikel 64 Vw. Er dreigt immers geen uitzetting. Evenmin is er sprake van een rechtsplicht om Nederland te verlaten. - -In geval er echter sprake is van feitelijk dezelfde situatie, zoals bedoeld in artikel 64 Vw, kunnen ook deze vreemdelingen – voor wat betreft het verlenen van verstrekkingen – analoog aan artikel 64 Vw worden behandeld. Het belang van de vreemdeling ligt in dat geval niet in het achterwege laten van de uitzetting – hij heeft immers rechtmatig verblijf –, maar in het (her)krijgen of behouden van de verstrekkingen ingevolge de Rva. Het enkele beroep op analoge toepassing van artikel 64 Vw geeft nog geen recht op opvang. - -In deze gevallen dient de vreemdeling zich allereerst te wenden tot de IND met het verzoek om vast te stellen dat er in zijn geval sprake is van de situatie analoog aan die als bedoeld in artikel 64 Vw. De IND stelt, na advies te hebben ingewonnen van de medisch adviseur, vast of de vreemdeling medisch gezien kan reizen en of er derhalve sprake is van een situatie analoog aan artikel 64 Vw. Het medisch onderzoek wordt uitgevoerd door de medisch adviseur van het BMA dan wel een andere arts die door de medisch adviseur hiertoe wordt ingeschakeld. - -Indien het beroep op analoge toepassing van artikel 64 Vw is gehonoreerd, vult een medewerker van de IND – ten behoeve van de aanmelding van de betreffende vreemdeling bij het COA – het aanvraagformulier voor Rva-verstrekkingen (zie model M54) in, waarin tevens wordt vermeld dat de vreemdeling zich feitelijk in dezelfde situatie bevindt als bedoeld in artikel 64 Vw en in procedure is omtrent zijn verblijfsrecht. Ook de duur van de periode waarin verwacht wordt dat de medische beletselen aanwezig zijn, dient te worden vermeld. Hierbij zij voorts verwezen naar het beleid zoals neergelegd in A4/7. - -De IND zendt het volledig ingevulde aanvraagformulier naar het Centraal Bureau van het COA te Rijswijk, t.a.v. de Afdeling Plaatsing/Instroom, directie Huisvesting, Postbus 3002, 2280 ME te Rijswijk. Het Centraal Bureau zorgt voor de administratieve inschrijving van de vreemdeling en of zijn gezinsleden in een opvangcentrum, alsmede voor de inschrijving in de WA-verzekering en ziektekostenregeling. De inschrijvingsbewijzen voor de ziektekostenregeling en de beslissing tot toekenning Rva-verstrekkingen worden door het Centraal Bureau naar de aanvrager of diens gemachtigde gezonden. Voor de verstrekking van de wekelijkse financiële toelage kan de betreffende vreemdeling gevraagd worden zich periodiek te melden. Het COA zorgt voor de betaling van de financiële toelage en zonodig voor de plaatsing van betrokkene en zijn eventuele gezinsleden in een opvangvoorziening. - -De aanspraak op verstrekkingen ontstaat niet door de vaststelling van de IND dat er sprake is van een situatie analoog aan artikel 64 Vw, maar pas nadat het COA de aanvraag van betrokkene heeft getoetst aan de bepalingen van de Rva. Het is namelijk denkbaar dat een vreemdeling slechts een deel van de voorzieningen nodig heeft, bijvoorbeeld omdat hij verblijf bij partner beoogt en bij die partner daadwerkelijk verblijft. - -Indien geen sprake is van de situatie analoog aan artikel 64 wordt de vreemdeling hiervan door de IND in beginsel schriftelijk op de hoogte gebracht, veelal onder verwijzing naar het medisch advies. In dat geval wordt het aanvraagformulier voor de Rva-verstrekkingen niet ingevuld. Tegen deze vaststelling staat op grond van artikel 72, derde lid, Vw het rechtsmiddel bezwaar open. Het bezwaarschrift dient binnen vier weken te worden ingediend bij de IND. - -Indien de vreemdeling, tijdens de periode dat de analoge toepassing van artikel 64 Vw van kracht is, en dientengevolge gebruik wordt gemaakt van de Rva-verstrekkingen, in de situatie komt dat hij (bijvoorbeeld door afwijzing van zijn verblijfsaanvraag) geen rechtmatig verblijf meer heeft ingevolge artikel 8, aanhef en onder f, of h, Vw, verkrijgt de vreemdeling van rechtswege rechtmatig verblijf ex artikel 8, aanhef en onder j, juncto artikel 64 Vw. Voor de resterende periode hoeft de vreemdeling geen separaat beroep te doen op artikel 64 Vw, omdat feitelijk geen verandering intreedt in de medische situatie van de vreemdeling. In dat geval eindigt het rechtmatig verblijf ex artikel 8, aanhef en onder j, Vw op de laatste dag van de periode waarin sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 64 Vw. +Indien de vreemdeling bij wie TBC is geconstateerd, niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, kan dat een reden vormen om de uitzetting van die vreemdeling en diens eventuele gezinsleden achterwege te laten, omdat het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is om te reizen (zie artikel 64 Vw). Voor de specifieke uitwerking hiervan wordt verwezen naar A4/7.7. Voor het recht op opvang en RvA verstrekkingen wordt verwezen naar C23/2.3.3. #### 4.6. Niet voldoen aan de beperking @@ -1260,14 +1205,14 @@ Andere bescheiden dan daar vermeld, leiden niet tot vrijstelling op deze grond. Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op vreemdelingen die na verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland geen nieuwkomer in de zin van de Wet Inburgering Nieuwkomers zullen zijn, bijvoorbeeld omdat zij voor een tijdelijk doel naar Nederland komen, zoals studenten, au pairs en vreemdelingen die in Nederland een medische behandeling ondergaan. Deze groep is reeds in artikel 16, eerste lid, onder h, Vw van het inburgeringsvereiste uitgezonderd. Bij de bepaling of sprake is van een tijdelijk doel wordt artikel 1, tweede lid, Wet inburgering nieuwkomers toegepast, alsmede artikel 2 van de Regeling aanwijzing nieuwkomers wegens verblijf voor tijdelijk doel. -*Aldus is tijdelijk verblijf het verblijf:* +Aldus is tijdelijk verblijf het verblijf: – voor arbeid in loondienst waarvoor een TWV is verleend; – voor arbeid als zelfstandige; – voor studie (inclusief voorbereiding op studie); – in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma; – als au pair; -– als amv; +– als Amv; – voor medische behandeling; – als slachtoffer van mensenhandel; – voor familiebezoek; @@ -1276,13 +1221,13 @@ Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op vreemdelingen die na verlenin Tot deze categorie behoort ook het verblijf van de gezinsleden van de vreemdelingen die voor bovengenoemde verblijfsdoelen zijn toegelaten. -Als uitzondering geldt dat geestelijk bedienaren wel inburgeringsplichtig zijn, ondanks dat hun verblijf tijdelijk van aard is. Zij worden niet vrijgesteld, omdat zij als nieuwkomer worden aangemerkt in de zin van de WIN, ingevolge artikel 1 van de Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering. Deze categorie komt overeen met de categorie personen die arbeid verricht als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb. +Als uitzondering geldt dat geestelijk bedienaren wel inburgeringsplichtig zijn, ondanks dat hun verblijf tijdelijk van aard is. Zij worden niet vrijgesteld, omdat zij als nieuwkomer worden aangemerkt in de zin van de Wet Inburgering Nieuwkomers, ingevolge artikel 1 van de Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering. Deze categorie komt overeen met de categorie personen die arbeid verricht als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb. Het inburgeringsvereiste is evenmin van toepassing op vreemdelingen die, om voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in aanmerking te kunnen komen, niet hoeven te beschikken over een geldige mvv. In artikel 16, eerste lid, onder h, Vw is reeds voorzien in een uitzondering voor de in artikel 17, eerste lid, Vw genoemde categorieën vreemdelingen, waartoe ook behoren de in artikel 3.71, tweede lid, Vb genoemde categorieën vreemdelingen, aan wie het ontbreken van een geldige mvv niet wordt tegengeworpen. Het inburgeringsvereiste wordt niet tegengeworpen aan het gezinslid van de hoofdpersoon die houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. -Als hoofdregel geldt dat langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (in de zin van richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU L 16) voor hun komst naar Nederland het basisexamen inburgering niet behoeven af te leggen indien zij reeds in de lidstaat die hen de status van EG-langdurig ingezetene heeft verleend aan integratievoorwaarden hebben voldaan. Zij behoeven evenmin te voldoen aan het inburgeringsvereiste, indien zij voor arbeid of studie in Nederland verblijf beogen, omdat het verblijf betreft dat slechts tijdelijk van aard is. +Als hoofdregel geldt dat langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (in de zin van richtlijn 2003/109 voor hun komst naar Nederland het basisexamen inburgering niet behoeven af te leggen indien zij reeds in de lidstaat die hen de status van EG-langdurig ingezetene heeft verleend aan integratievoorwaarden hebben voldaan. Zij behoeven evenmin te voldoen aan het inburgeringsvereiste, indien zij voor arbeid of studie in Nederland verblijf beogen, omdat het verblijf betreft dat slechts tijdelijk van aard is. ##### 4.7.2. Ontheffing @@ -1452,53 +1397,27 @@ Uitgangspunt bij aanvragen tot het wijzigen van de verblijfsvergunning regulier #### 5.1. Voortzetting van verblijf en mvv-vereiste -Met voortzetting van verblijf wordt hier gedoeld op het continueren van verblijf door middel van (tijdige) verlenging of wijziging beperking; de bepalingen voor het verlenen van verblijf onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ zijn in hoofdstuk B16 opgenomen. +Met voortzetting van verblijf wordt hier gedoeld op het continueren van verblijf door middel van (tijdige) verlenging of wijziging beperking. De bepalingen voor het verlenen van verblijf onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ zijn in hoofdstuk B16 opgenomen. Het mvv-vereiste is niet van toepassing op aanvragen om voortzetting van het verblijf. Zie omtrent voortzetting van verblijf tevens B1/2.2, B1/3 en B1/2.3.2. -Het mvv-vereiste is niet van toepassing op aanvragen om voortzetting van het verblijf. Zie omtrent voortzetting van verblijf tevens B1/2.2, B1/3 en B1/2.3.2. - -De aanvraag tot het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 Vw, is in ieder geval tijdig ingediend, indien deze is ontvangen uiterlijk op de dag vóór de dag waarop de geldigheidsduur verstrijkt. - -De tijdig ingediende aanvraag tot het verlenen, het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf (zie artikel 3.80 Vb). Het mvv-vereiste blijft buiten toepassing. - -De verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan de voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan de datum waarop de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning afloopt (zie artikel 26, tweede lid, Vw). Als de vreemdeling niet-toerekenbaar buiten staat was de gegevens waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden wordt voldaan tijdig te overleggen, kan aansluitend verblijfsrecht worden verleend (zie artikel 26, derde lid, Vw). +De aanvraag tot het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 Vw, is in ieder geval tijdig ingediend, indien deze is ontvangen uiterlijk op de dag vóór de dag waarop de geldigheidsduur verstrijkt. De tijdig ingediende aanvraag tot het verlenen, het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf (zie artikel 3.80 Vb). Het mvv- vereiste blijft buiten toepassing. De verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan de voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan de datum waarop de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning afloopt (zie artikel 26, tweede lid, Vw). Als de vreemdeling niet-toerekenbaar buiten staat was de gegevens waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden wordt voldaan tijdig te overleggen, kan aansluitend verblijfsrecht worden verleend (zie artikel 26, derde lid, Vw). Artikel 3.82, tweede lid, Vb is niet van toepassing op tijdig ingediende aanvragen tot het verlenen, het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning. Indien de aanvraag wordt ingediend nadat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is verstreken, is toch sprake van een tijdig ingediende aanvraag als de te late ontvangst van de aanvraag niet aan de vreemdeling is toe te rekenen (zie artikel 3.80, eerste lid, Vb). In deze gevallen wordt getoetst aan voortzetting van verblijf, zodat het mvv-vereiste niet van toepassing is. -De vraag of de te late ontvangst van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te rekenen, wordt van geval tot geval beoordeeld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de vreemdeling zelf de volledige verantwoordelijkheid draagt voor tijdige indiening van de verlengingsaanvraag, desnoods door tussenkomst van derden. Om die reden zal niet snel sprake zijn van een situatie waardoor te late indiening te wijten is aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen. Aan de omstandigheid dat de vreemdeling door de overheid niet is gewezen op de omstandigheid dat zijn verblijfsvergunning binnenkort afloopt en dat verlenging moet worden gevraagd, komt in dit verband geen betekenis toe. +De vraag of de te late ontvangst van de aanvraag aan de vreemdeling is toe te rekenen, wordt van geval tot geval beoordeeld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de vreemdeling zelf de volledige verantwoordelijkheid draagt voor tijdige indiening van de verlengingsaanvraag, desnoods door tussenkomst van derden. Om die reden zal niet snel sprake zijn van een situatie waardoor te late indiening te wijten is aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen. Aan de omstandigheid dat de vreemdeling door de overheid niet is gewezen op de omstandigheid dat zijn verblijfsvergunning binnenkort afloopt en dat verlenging moet worden gevraagd, komt in dit verband geen betekenis toe. Bij omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling toe te rekenen zou kunnen zijn, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie van vrouwen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteit- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten. Omdat de omstandigheden van deze vrouwen sterk uiteenlopen, kan geen algemene regel worden gegeven over de termijn waarbinnen de achtergelaten vrouw een aanvraag moet hebben ingediend. Als de achtergelaten vrouw zich zonder dralen tot de Nederlandse overheid (gemeente, ambassade, consulaat, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren, wordt haar een te late indiening van de aanvraag niet toegerekend. Wat ‘zonder dralen’ is, wordt van geval tot geval bezien; hierbij wordt rekening gehouden met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vrouw met zich mee heeft gebracht. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdelinge om bij het indienen van de aanvraag om voortzetting van verblijf aan te geven dat er sprake is van achterlating, en de omstandigheden waar een beroep op wordt gedaan met ter zake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Indien het beroep op achterlating niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortzetting van verblijf, stelt de IND de vreemdelinge in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt hiertoe een termijn van vier weken gegund. Zie ten aanzien van achtergelaten vrouwen tevens B1/5.3.2, B1/7, B16 en B2/10.2.4. -Bij omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling toe te rekenen zou kunnen zijn, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie van vrouwen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteit- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten. Omdat de omstandigheden van deze vrouwen sterk uiteenlopen, kan geen algemene regel worden gegeven over de termijn waarbinnen de achtergelaten vrouw een aanvraag moet hebben ingediend. Als de achtergelaten vrouw zich zonder dralen tot de Nederlandse overheid (gemeente, ambassade, consulaat, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren, wordt haar een te late indiening van de aanvraag niet toegerekend. Wat ‘zonder dralen’ is, wordt van geval tot geval bezien; hierbij wordt rekening gehouden met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vrouw met zich mee heeft gebracht. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdelinge om bij het indienen van de aanvraag om voortzetting van verblijf aan te geven dat er sprake is van achterlating, en de omstandigheden waar een beroep op wordt gedaan met ter zake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Indien het beroep op achterlating niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortzetting van verblijf, stelt de IND de vreemdelinge in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt hiertoe een termijn van vier weken gegund. +Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van achtergelaten vrouwen. Vanzelfsprekend kunnen ook mannen en minderjarigen een beroep doen op de omstandigheid dat zij zijn achtergelaten. Bij omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling toe te rekenen zou kunnen zijn, kan tevens worden gedacht aan de situatie waarbij de vreemdeling met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning wordt verleend, waarbij de geldigheidsduur van de vergunning op het moment dat de inwilligende beschikking bekend wordt gemaakt reeds is geëindigd, omdat geen gebruik gemaakt kon worden van de met artikel 3.67, tweede lid, Vb gegeven bevoegdheid. Indien de vreemdeling in dit geval de aanvraag indient binnen zes maanden nadat de inwilligende beschikking bekend is gemaakt, kan de vreemdeling niet worden toegerekend dat hij de aanvraag niet heeft ingediend voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eindigde. Uiteraard zijn de twee hiervoor genoemde voorbeelden niet de enige situaties waarin sprake is van omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling toe te rekenen zou kunnen zijn. De aanvraag tot het verlenen, het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning die is ontvangen nadat de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning is afgelopen dan wel nadat de eerdere verblijfsvergunning is ingetrokken dan wel nadat het verblijf als Nederlander is geëindigd, maar waarbij sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling is toe te rekenen, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf (zie artikel 3.80, eerste lid, Vb). De vergunning kan met terugwerkende kracht worden verleend (zie artikel 26, derde lid, Vw). -Zie ten aanzien van achtergelaten vrouwen tevens B1/5.3.2, B1/7, B16 en B2/10.2.4. - -Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van achtergelaten vrouwen. Vanzelfsprekend kunnen ook mannen en minderjarigen een beroep doen op de omstandigheid dat zij zijn achtergelaten. - -Bij omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling toe te rekenen zou kunnen zijn, kan tevens worden gedacht aan de situatie waarbij de vreemdeling met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning wordt verleend, waarbij de geldigheidsduur van de vergunning op het moment dat de inwilligende beschikking bekend wordt gemaakt reeds is geëindigd, omdat geen gebruik gemaakt kon worden van de met artikel 3.67, tweede lid, Vb gegeven bevoegdheid. Indien de vreemdeling in dit geval de aanvraag indient binnen zes maanden nadat de inwilligende beschikking bekend is gemaakt, kan de vreemdeling niet worden toegerekend dat hij de aanvraag niet heeft ingediend voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eindigde. - -Uiteraard zijn de twee hiervoor genoemde voorbeelden niet de enige situaties waarin sprake is van omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling toe te rekenen zou kunnen zijn. - -De aanvraag tot het verlenen, het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning die is ontvangen nadat de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning is afgelopen dan wel nadat de eerdere verblijfsvergunning is ingetrokken dan wel nadat het verblijf als Nederlander is geëindigd, maar waarbij sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de te late indiening van de aanvraag niet aan de vreemdeling is toe te rekenen, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf (zie artikel 3.80, eerste lid, Vb). De vergunning kan met terugwerkende kracht worden verleend (zie artikel 26, derde lid, Vw). - -De aanvraag tot het verlenen, het verlengen of het wijzigen van een verblijfsvergunning die is ontvangen nadat de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning is afgelopen dan wel nadat de eerdere verblijfsvergunning is ingetrokken dan wel nadat het verblijf als Nederlander is geëindigd, maar die nog wel is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf (zie artikel 3.82, eerste lid, Vb). De redelijke termijn van zes maanden vangt aan op de dag waarop het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, of als Nederlander is geëindigd. - -De vergunning wordt in dit geval niet met terugwerkende kracht verleend. De vergunning zal worden verleend met als ingangsdatum de datum van aanvraag, of zo veel later als de vreemdeling heeft aangetoond dat aan alle voorwaarden wordt voldaan (zie artikel 26 Vw). Er ontstaat derhalve een onderbreking in het verblijfsrecht van de vreemdeling, hetgeen gevolgen heeft voor de opbouw van verdere verblijfsrechten (een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, optie of naturalisatie). Dit is slechts anders als sprake is van feiten en omstandigheden die de vreemdeling niet toe te rekenen zijn. +De aanvraag tot het verlenen, het verlengen of het wijzigen van een verblijfsvergunning die is ontvangen nadat de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning is afgelopen dan wel nadat de eerdere verblijfsvergunning is ingetrokken dan wel nadat het verblijf als Nederlander is geëindigd, maar die nog wel is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf (zie artikel 3.82, eerste lid, Vb). De redelijke termijn van zes maanden vangt aan op de dag waarop het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw, of als Nederlander is geëindigd. De vergunning wordt in dit geval niet met terugwerkende kracht verleend. De vergunning zal worden verleend met als ingangsdatum de datum van aanvraag, of zo veel later als de vreemdeling heeft aangetoond dat aan alle voorwaarden wordt voldaan (zie artikel 26 Vw). Er ontstaat derhalve een onderbreking in het verblijfsrecht van de vreemdeling, hetgeen gevolgen heeft voor de opbouw van verdere verblijfsrechten (een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, optie of naturalisatie). Dit is slechts anders als sprake is van feiten en omstandigheden die de vreemdeling niet toe te rekenen zijn. Een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van het verblijfsdoel van een verblijfsvergunning die meer dan zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning is ontvangen, wordt in beginsel aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating (zie artikel 3.80, tweede lid, Vb). Het mvv-vereiste is in deze gevallen onverkort van toepassing. -Ten aanzien van aanvragen om verlenging dan wel wijziging van het verblijfsdoel van de verblijfsvergunning, die zijn ingediend na afloop van de eerder verleende vergunning, zijn uitzonderingen opgenomen in artikel 3.82, tweede lid, Vb. Als de vreemdeling onder deze uitzonderingen valt, is artikel 3.81, eerste lid, Vb niet van toepassing. Dit betekent dat – indien de vreemdeling niet vóór het einde van de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van de vergunning indient – het mvv-vereiste onverkort van toepassing is, ook al is de aanvraag ingediend binnen een redelijke termijn. - -In artikel 3.82, tweede lid, aanhef en onder c, Vb is een specifieke bepaling opgenomen voor de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als geestelijk voorganger of godsdienstleraar. Deze uitzondering wordt gemaakt in het belang van het toezicht op vreemdelingen en de openbare orde. Ten aanzien van deze groep wordt vooraf een onderzoek ingesteld of er vanuit het oogpunt van de openbare orde en openbare rust bedenkingen bestaan tegen het verblijf van de desbetreffende vreemdeling, en of de groepering op wier verzoek de desbetreffende vreemdeling als godsdienstig functionaris zijn werkzaamheden zal uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de vreemdeling handhaaft. Dat geldt zowel indien de vreemdeling niet tijdig heeft verzocht om verlenging, als ook indien hij voor een andere groepering wil werken. Echter, indien de vreemdeling, die aanvankelijk een verblijfsvergunning had onder de beperking verblijf als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, wijziging naar een geheel ander verblijfsdoel (niet zijnde als geestelijk voorganger of godsdienstleraar) wenst, geldt het reguliere beleid ten aanzien van aanvragen om wijziging van het verblijfsdoel. - -Ten overvloede zij er hierbij op gewezen dat een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich tegen (al dan niet tijdelijke) verblijfsbeëindiging kan verzetten, waarbij in dit verband met name kan worden gedacht aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. - -Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat de vreemdeling aantoonbaar zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehouden, geldt het mvv-vereiste onverkort. +Ten aanzien van aanvragen om verlenging dan wel wijziging van het verblijfsdoel van de verblijfsvergunning, die zijn ingediend na afloop van de eerder verleende vergunning, zijn uitzonderingen opgenomen in artikel 3.82, tweede lid, Vb. Als de vreemdeling onder deze uitzonderingen valt, is artikel 3.81, eerste lid, Vb niet van toepassing. Dit betekent dat – indien de vreemdeling niet vóór het einde van de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van de vergunning indient – het mvv-vereiste onverkort van toepassing is, ook al is de aanvraag ingediend binnen een redelijke termijn. In artikel 3.82, tweede lid, aanhef en onder c, Vb is een specifieke bepaling opgenomen voor de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als geestelijk voorganger of godsdienstleraar. Deze uitzondering wordt gemaakt in het belang van het toezicht op vreemdelingen en de openbare orde. Ten aanzien van deze groep wordt vooraf een onderzoek ingesteld of er vanuit het oogpunt van de openbare orde en openbare rust bedenkingen bestaan tegen het verblijf van de desbetreffende vreemdeling, en of de groepering op wier verzoek de desbetreffende vreemdeling als godsdienstig functionaris zijn werkzaamheden zal uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de vreemdeling handhaaft. Dat geldt zowel indien de vreemdeling niet tijdig heeft verzocht om verlenging, als ook indien hij voor een andere groepering wil werken. Echter, indien de vreemdeling, die aanvankelijk een verblijfsvergunning had onder de beperking verblijf als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, wijziging naar een geheel ander verblijfsdoel (niet zijnde als geestelijk voorganger of godsdienstleraar) wenst, geldt het reguliere beleid ten aanzien van aanvragen om wijziging van het verblijfsdoel. Ten overvloede zij er hierbij op gewezen dat een ieder verbindende bepaling van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie zich tegen (al dan niet tijdelijke) verblijfsbeëindiging kan verzetten, waarbij in dit verband met name kan worden gedacht aan het Associatiebesluit 1/80. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat de vreemdeling aantoonbaar zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehouden, geldt het mvv-vereiste onverkort. Op het punt van het beleid ten aanzien van de openbare orde of de nationale veiligheid wordt uitgegaan van voortzetting van verblijf, omdat er sprake is van ononderbroken hoofdverblijf in Nederland. -In de artikelen 14, 15 en 15a Rwn is een aantal verliesgronden opgenomen voor het Nederlanderschap van meerderjarigen. - -De aanvraag van de vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren op grond van de artikelen 14, 15 en 15a Rwn wordt ingevolge artikel 3.82, eerste lid, Vb gelijkgesteld met de niet-tijdig ingediende aanvraag en is daarmee vrijgesteld van het mvv-vereiste, indien de aanvraag binnen een redelijke termijn van zes maanden is ontvangen (zie B4/2.2.3). De uitzonderingsgronden van artikel 3.82, tweede lid, Vb zijn onverkort van toepassing. +In de artikelen 14, 15 en 15a Rwn is een aantal verliesgronden opgenomen voor het Nederlanderschap van meerderjarigen. De aanvraag van de vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verloren op grond van de artikelen 14, 15 en 15a Rwn wordt ingevolge artikel 3.82, eerste lid, Vb gelijkgesteld met de niet-tijdig ingediende aanvraag en is daarmee vrijgesteld van het mvv-vereiste, indien de aanvraag binnen een redelijke termijn van zes maanden is ontvangen (zie B4/2.2.3). De uitzonderingsgronden van artikel 3.82, tweede lid, Vb zijn onverkort van toepassing. De termijn van zes maanden vangt aan: @@ -1507,27 +1426,21 @@ De termijn van zes maanden vangt aan: – op de dag van het afleggen van de verklaring van afstand van de Nederlandse nationaliteit (zie artikel 15, eerste lid, onder b, Rwn); – op de dag waarop het verlies wegens langdurig verblijf in het buitenland van rechtswege is ingetreden (zie artikel 15, eerste lid, onder c, Rwn); – op de dag waarop de beschikking, strekkende tot intrekking van het Nederlanderschap, bekend wordt gemaakt (zie artikel 15, eerste lid, onder d, Rwn); -– op de dag waarop van rechtswege het verlies van het Nederlanderschap intreedt wegens vrijwillige krijgsdienst bij een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen het Koninkrijk dan wel een bondgenootschap waarvan het Koninkrijk lid is (zie artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e, Rwn); -– op de dag waarop van rechtswege het verlies van het Nederlanderschap intreedt doordat de meerderjarige de nationaliteit verkrijgt van een Staat die partij is bij het Verdrag van Straatsburg (zie artikel 15a, aanhef en onder a, Rwn); -– op de dag waarop van rechtswege het verlies van het Nederlanderschap intreedt doordat de meerderjarige ingevolge de zogenaamde ‘Toescheidingsovereenkomst’ de Surinaamse nationaliteit verkrijgt (zie artikel 15a, aanhef en onder b, Rwn). +– op de dag waarop van rechtswege het verlies van het Nederlanderschap intreedt wegens vrijwillige krijgsdienst bij een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen Nederland dan wel een bondgenootschap waarvan Nederland lid is (zie artikel 15, eerste lid, aanhef en onder e, Rwn); +– op de dag waarop van rechtswege het verlies van het Nederlanderschap intreedt doordat de meerderjarige de nationaliteit verkrijgt van een Staat die partij is bij het Nationaliteitenverdrag (zie artikel 15a, aanhef en onder a, Rwn); +– op de dag waarop van rechtswege het verlies van het Nederlanderschap intreedt doordat de meerderjarige ingevolge de Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname de Surinaamse nationaliteit verkrijgt (zie artikel 15a, aanhef en onder b, Rwn). -Indien de vreemdeling niet aantoont wanneer de redelijke termijn van zes maanden is aangevangen, dan wordt aangenomen dat deze termijn reeds verstreken is. - -Indien het Nederlanderschap is ingetrokken op grond van artikel 14 Rwn, dan is het volgende van belang. Er is sprake van de situatie bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, indien: +Indien de vreemdeling niet aantoont wanneer de redelijke termijn van zes maanden is aangevangen, dan wordt aangenomen dat deze termijn reeds verstreken is. Indien het Nederlanderschap is ingetrokken op grond van artikel 14 Rwn, dan is het volgende van belang. Er is sprake van de situatie bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, indien: – het geven van een valse verklaring of het bedrog, dan wel het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap relevant feit, voorafgaand aan de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap heeft plaatsgevonden in een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning; en – de betreffende gegevens of feiten tot afwijzing van de oorspronkelijke verblijfsaanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid. In deze situaties wordt de aanvraag niet op grond van artikel 3.82, eerste lid, Vb vrijgesteld van het mvv-vereiste. Artikel 3.71 Vb is onverkort van toepassing. -De aanvraag van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning is ingetrokken (al dan niet met terugwerkende kracht), maar waarbij de aanvraag nog wel is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden na de datum waarop de intrekkingsbeschikking is bekendgemaakt, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf. De aanvraag is dan namelijk ingediend binnen een redelijke termijn nadat de eerdere verblijfsvergunning is ingetrokken (zie hierboven bij ‘Niet-tijdig maar binnen de redelijke termijn’ ). - -Dit geldt uiteraard niet indien sprake is van de uitzonderingssituaties bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb: +De aanvraag van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning is ingetrokken (al dan niet met terugwerkende kracht), maar waarbij de aanvraag nog wel is ontvangen binnen de redelijke termijn van zes maanden na de datum waarop de intrekkingsbeschikking is bekendgemaakt, wordt getoetst aan de voorwaarden voor voortzetting van verblijf. De aanvraag is dan namelijk ingediend binnen een redelijke termijn nadat de eerdere verblijfsvergunning is ingetrokken (zie hierboven bij ‘Niet-tijdig maar binnen de redelijke termijn’ ). Dit geldt uiteraard niet indien sprake is van de uitzonderingssituaties bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb: – als de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht is ingetrokken en sprake is van omstandigheden bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb, dan geldt dat de aanvraag slechts tijdig is ingediend indien deze is ingediend vóór het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken. Alleen in die gevallen is betrokkene immers in het bezit van een geldige verblijfsvergunning op het moment dat de verlengingsaanvraag wordt ingediend. -– als de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht is ingetrokken en sprake is van omstandigheden bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb, en betrokkene de aanvraag heeft ingediend ná het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken, is geen sprake van een tijdig ingediende aanvraag. Betrokkene was immers formeel niet meer in het bezit van een geldige verblijfsvergunning op het moment dat de verlengingsaanvraag werd ingediend; dat betrokkene nog wel in het bezit was van een verblijfsdocument, doet daaraan niet af. - -Als betrokkene formeel nimmer in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning, omdat deze is ingetrokken tot en met de datum waarop zij verleend werd, kan betrokkene gelet op het voorgaande per definitie niet tijdig een verlengingsaanvraag indienen. De verlengingsaanvraag wordt in deze gevallen aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating (zie artikel 3.80, tweede lid, Vb). Het mvv-vereiste is dan onverkort van toepassing. +– als de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht is ingetrokken en sprake is van omstandigheden bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, Vb, en betrokkene de aanvraag heeft ingediend ná het tijdstip tot wanneer de verblijfsvergunning is ingetrokken, is geen sprake van een tijdig ingediende aanvraag. Betrokkene was immers formeel niet meer in het bezit van een geldige verblijfsvergunning op het moment dat de verlengingsaanvraag werd ingediend; dat betrokkene nog wel in het bezit was van een verblijfsdocument, doet daaraan niet af. Als betrokkene formeel nimmer in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning, omdat deze is ingetrokken tot en met de datum waarop zij verleend werd, kan betrokkene gelet op het voorgaande per definitie niet tijdig een verlengingsaanvraag indienen. De verlengingsaanvraag wordt in deze gevallen aangemerkt als een aanvraag om eerste toelating (zie artikel 3.80, tweede lid, Vb). Het mvv-vereiste is dan onverkort van toepassing. Ingevolge artikel 73 Vw wordt de werking van het besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning opgeschort totdat de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van administratief beroep is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, totdat op het bezwaar of administratief beroep is beslist. Afwijking van deze hoofdregel geldt evenwel indien de aanvraag is afgewezen wegens onder andere het ontbreken van een mvv (zie artikel 73, tweede lid, onder a, Vw). De rechtsgevolgen zoals neergelegd in artikel 27 Vw treden onverkort in werking. @@ -1537,9 +1450,7 @@ Ingevolge artikel 26, derde lid, Vw kan de verblijfsvergunning echter worden ver Indien de te late indiening van de aanvraag of de te late verstrekking van de noodzakelijke gegevens of bescheiden de vreemdeling niet is toe te rekenen, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlengen in aansluiting op de verlopen vergunning. -Omstandigheden die een te late indiening niet verschonen, zijn in ieder geval vakantie, detentie, nonchalance of het niet hebben ontvangen of gelezen van de rappelbrief. In deze gevallen ontstaat er een gat in het verblijfsrecht (zie artikel 3.80 en 3.81 Vb). - -In gevallen waarin de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning heeft ingediend, maar blijkt dat niet langer aan de daaraan verbonden beperking wordt voldaan, althans een ander verblijfsdoel wordt nagestreefd, wordt daarom niet (alsnog) ambtshalve aan de voorwaarden voor het nieuwe doel getoetst. +Omstandigheden die een te late indiening niet verschonen, zijn in ieder geval vakantie, detentie, nonchalance of het niet hebben ontvangen of gelezen van de rappelbrief. In deze gevallen ontstaat er een gat in het verblijfsrecht (zie artikel 3.80 en 3.81 Vb). In gevallen waarin de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning heeft ingediend, maar blijkt dat niet langer aan de daaraan verbonden beperking wordt voldaan, althans een ander verblijfsdoel wordt nagestreefd, wordt daarom niet (alsnog) ambtshalve aan de voorwaarden voor het nieuwe doel getoetst. In die gevallen wordt de vreemdeling er bij de beschikking op de voorliggende aanvraag op gewezen dat het nieuwe verblijfsdoel niet is meegewogen bij de beslissing op de aanvraag, althans dat ter zake van dat nieuwe verblijfsdoel een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, kan worden ingediend. Uiteraard geldt dit niet indien de wijziging dermate gering is dat redelijkerwijs niet meer van een wijziging kan worden gesproken, met name in het geval de vreemdeling verlenging heeft gevraagd van de verblijfsvergunning die hem is verleend voor verblijf bij partner en hij inmiddels met die partner is gehuwd. @@ -1665,9 +1576,7 @@ Ingevolge artikel II bij het besluit van 5 juli 2002 tot wijziging van artikel 3 Ingevolge artikel II bij het besluit van 29 september 2004 tot wijziging van artikel 3.86 Vb 2000 (Stb. 2004, 496, in werking getreden op 1 november 2004), blijft het gewijzigde Besluit buiten toepassing ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van dit Besluit gepleegd misdrijf bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot jeugddetentie of een maatregel is opgelegd als bedoeld in artikel 38m of 77h, vierde lid, onder a, WvSr. -De ernst van de inbreuk op de openbare orde wordt bepaald aan de hand van de strafmaat. Om te beoordelen of het verdere verblijf aan een vreemdeling kan worden ontzegd, wordt de hoogte van de opgelegde straf gerelateerd aan de duur van het verblijf van de vreemdeling in Nederland, op het moment dat het misdrijf werd gepleegd. Dit is het principe van de zogenaamde glijdende schaal. - -Deze regels zijn van toepassing op alle gevallen waarin sprake is van verlenging of wijziging van het verblijf, alsmede indien een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw wordt ingetrokken. +De ernst van de inbreuk op de openbare orde wordt bepaald aan de hand van de strafmaat. Om te beoordelen of het verdere verblijf aan een vreemdeling kan worden ontzegd, wordt de hoogte van de opgelegde straf gerelateerd aan de duur van het verblijf van de vreemdeling in Nederland, op het moment dat het misdrijf werd gepleegd. Dit is het principe van de zogenaamde glijdende schaal. Deze regels zijn van toepassing op alle gevallen waarin sprake is van verlenging of wijziging van het verblijf, alsmede indien een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw wordt ingetrokken. Indien de vreemdeling houder van een verblijfsvergunning regulier, voor bepaalde of onbepaalde tijd, of Nederlander is geweest, en niet tijdig een aanvraag heeft ingediend, zijn de regels van de artikelen 3.86 en 3.87 Vb eveneens van toepassing, indien: @@ -1675,7 +1584,7 @@ Indien de vreemdeling houder van een verblijfsvergunning regulier, voor bepaalde – er geen onjuiste gegevens zijn verstrekt dan wel gegevens zijn achtergehouden, die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid; en – de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd. -Verder verblijf wordt ontzegd, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw, zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C1/5.13.3. Voor een in Nederland verblijvend gezinslid dat op eigen gronden aanspraak maakt op vluchtelingenrechtelijke bescherming zie C1/ 4.6.4. +Verder verblijf wordt ontzegd, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw, zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor een in Nederland verblijvend gezinslid dat op eigen gronden aanspraak maakt op vluchtelingenrechtelijke bescherming zie C2/ 6.3. Verder verblijf wordt ontzegd, indien de vreemdeling wegens een misdrijf; @@ -1740,9 +1649,7 @@ Ingevolge artikel 21, eerste lid, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een re Ingevolge artikel 21, derde lid, Vw wordt onder een tijdvak als bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel verstaan een tijdvak onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is aangevraagd. Voor de berekening van het tijdvak wordt de periode van rechtmatig verblijf in Nederland vóór het bereiken van de achtjarige leeftijd buiten beschouwing gelaten. -De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die op het moment van de aanvraag (of de beslissing daarop) korter dan vijf jaren in Nederland verblijven als houder van een geldige verblijfsvergunning, of als vreemdeling die van rechtswege krachtens het gemeenschapsrecht of krachtens het Associatieverdrag EEG/Turkije verblijfsgerechtigd is. - -Voor onderdanen van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat wordt verwezen naar de specifieke bepalingen ten aanzien van duurzaam verblijf in B10. +De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die op het moment van de aanvraag (of de beslissing daarop) korter dan vijf jaren in Nederland verblijven als houder van een geldige verblijfsvergunning, of als vreemdeling die van rechtswege krachtens het gemeenschapsrecht of krachtens de Associatieovereenkomst EG/Turkije verblijfsgerechtigd is. Voor onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland wordt verwezen naar de specifieke bepalingen ten aanzien van duurzaam verblijf in B10. Indien de vreemdeling op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen niet, maar op het tijdstip waarop op de aanvraag wordt beslist wel, aan de termijn voldoet, wordt de aanvraag niet op deze grond afgewezen. @@ -1775,7 +1682,7 @@ Voor bijzondere bepalingen ten aanzien van de verblijfsvergunning voor onbepaald – wedertoelating op grond van de terugkeeroptie, zie B4/5; – wedertoelating op grond van de terugkeeroptie Remigratiewet, zie B4/3.2.2; – Belgen en Luxemburgers, zie B10; -– Onderdanen van de Republiek Suriname op wie de Overeenkomst van 1975 inzake verblijf en vestiging nog van toepassing is, zie B11; +– Onderdanen van Suriname op wie de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 inzake verblijf en vestiging nog van toepassing is, zie B11; – diplomaten, zie artikel 3.93 Vb en B12. Onder secundaire migranten wordt verstaan: kinderen van migranten (zie B4). @@ -1786,9 +1693,7 @@ Ingevolge artikel 21, vierde lid, Vw, wordt de aanvraag alleen afgewezen op gron – sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en – achttien jaar of ouder is. -In afwijking van het eerste lid behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn. Wel dient dat rechtmatige verblijf ten minste vijf jaren te beslaan (zie artikel 21, vierde lid, Vw, in samenhang met artikel 21, eerste lid, onder b en d, Vw). - -De aanvraag kan slechts worden afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder b, Vb, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden, ter zake van handel in verdovende middelen. +In afwijking van het eerste lid behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn. Wel dient dat rechtmatige verblijf ten minste vijf jaren te beslaan (zie artikel 21, vierde lid, Vw, in samenhang met artikel 21, eerste lid, onder b en d, Vw). De aanvraag kan slechts worden afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder b, Vb, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden, ter zake van handel in verdovende middelen. Aanspraak op hernieuwd verblijf, de terugkeeroptie, geldt in bepaalde gevallen voor kinderen van migranten, welke kinderen naar het land van hun nationaliteit zijn gegaan of teruggekeerd (zie artikel 3.92 Vb en B4/5). @@ -1986,12 +1891,12 @@ Als hoofdregel wordt de aanvraag, in het belang van de behandeling van die aanvr In artikel 3.101 Vb zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de plaats waar de aanvraag dient te worden ingediend. -*Hoofdregel:* De aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft (zie artikel 4:1 Awb, in samenhang met artikel 3.33a VV). +Hoofdregel: De aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft (zie artikel 4:1 Awb, in samenhang met artikel 3.33a VV). Dat niet aan deze hoofdregel wordt voldaan, wordt niet tegengeworpen aan de vreemdeling: -– die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vw (oud) heeft ingediend; en -– in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. +– die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vw (oud) heeft ingediend; en +– in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan alle volgende drie kenmerken: @@ -2001,9 +1906,9 @@ Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan In afwijking van de hoofdregel wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling die niet in het bezit is van de vereiste mvv en die woonachtig is in de gemeente die vermeld is in kolom A van bijlage 18, behorend bij artikel 3.33a VV, ingediend bij het met die gemeente corresponderende in kolom B van deze bijlage vermelde kantoor van de IND. -Deze verplichting geldt niet voor de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één van de door de Minister van BuZa aangewezen landen dan wel de vreemdeling die een gemeenschapsonderdaan of burger van de EU is. Het gaat hier om de nationaliteiten van de volgende landen: Australië, België, Canada, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland. +Deze verplichting geldt niet voor de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één van de door de Minister van BuZa aangewezen landen dan wel de vreemdeling die een gemeenschapsonderdaan of burger van de EU is. Het gaat hier om de nationaliteiten van de volgende landen: Australië, België, Canada, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland. -Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen, zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch een afspraak dienen te maken (023 – 888 9090 voor het kantoor te Hoofddorp en 070 – 370 3788 voor het kantoor te Rijswijk). +Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen, zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch een afspraak dienen te maken (023 – 888 9090 voor het kantoor te Hoofddorp en 070 – 779 3788 voor het kantoor te Rijswijk). In afwijking van de hoofdregel wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel ingediend bij de politie van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. @@ -2013,19 +1918,13 @@ De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens schriftelijk ingediend bij het kantoor van de IND (zie artikel 3.33c VV). -Ingevolge het bepaalde in artikel 3.101, tweede lid, Vb wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd. - -Dat kan een politiecel, een cel van de KMar, een Huis van Bewaring of een uitzetcentrum zijn. - -Indien de vreemdeling zich in een politiecel of een Huis van Bewaring bevindt, neemt de politie de aanvraag in ontvangst en zendt haar onverwijld door naar de IND. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het model M56. De terzake relevante bescheiden en gegevens worden met de aanvraag meegezonden. De IND beslist onverwijld op de aanvraag en stelt de politie onverwijld in kennis van de inhoud van de beslissing. +Ingevolge het bepaalde in artikel 3.101, tweede lid, Vb wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd. Dat kan een politiecel, een cel van de KMar, een Huis van Bewaring of een uitzetcentrum zijn. Indien de vreemdeling zich in een politiecel of een Huis van Bewaring bevindt, neemt de politie de aanvraag in ontvangst en zendt haar onverwijld door naar de IND. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het model M56. De terzake relevante bescheiden en gegevens worden met de aanvraag meegezonden. De IND beslist onverwijld op de aanvraag en stelt de politie onverwijld in kennis van de inhoud van de beslissing. Indien de vreemdeling zich in een cel van de KMar of een uitzetcentrum bevindt, neemt de KMar de aanvraag in ontvangst en zendt haar onverwijld door naar de IND. De terzake relevante gegevens en bescheiden worden met de aanvraag meegezonden. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het model M56. De IND beslist onverwijld op de aanvraag en stelt de KMar onverwijld in kennis van de inhoud van de beslissing. -De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan ingevolge artikel 3.101, derde lid, Vb worden ingediend bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Australië, Canada of Nieuw Zeeland, indien de Australische, Canadese of Nieuw-Zeelandse vreemdeling in het kader van een uitwisselingsprogramma tussen Nederland en een van die landen in Nederland wil verblijven. +De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan ingevolge artikel 3.101, derde lid, Vb worden ingediend bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Australië, Canada of Nieuw Zeeland, indien de Australische, Canadese of Nieuw-Zeelandse vreemdeling in het kader van een uitwisselingsprogramma tussen Nederland en een van die landen in Nederland wil verblijven. De aanvraag kan ook in Nederland worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. -De aanvraag kan ook in Nederland worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. - -Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb kunnen worden toegezonden aan de IND. De aanvrager kan daartoe via het landelijk nummer van de IND telefonisch een aanvraagformulier, aanvragen. Dit aanvraagformulier wordt door Hoofd IND vast gesteld en wordt alleen via de website van de IND ter beschikking gesteld. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd aan de IND. +Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb kunnen worden toegezonden aan de IND. De aanvrager kan daartoe via het landelijk nummer van de IND telefonisch een aanvraagformulier aanvragen. Dit aanvraagformulier wordt door Hoofd IND vast gesteld en wordt alleen via de website van de IND ter beschikking gesteld. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd aan de IND. De aanvraag tot verlening dan wel verlenging van een verblijfsvergunning regulier wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld. De modellen zijn: @@ -2043,16 +1942,14 @@ Een formulier kan worden verkregen: De vreemdeling die zich bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfsplaats meldt ter indiening van een aanvraag, zal aldaar kenbaar maken voor welk verblijfsdoel hij een aanvraag wenst in te dienen. De burgemeester kan vervolgens met behulp van een handleiding vaststellen welk aanvraagformulier aan de vreemdeling behoort te worden verschaft. -Indien de aanvraag wordt ingediend door middel van een brief die de bewoordingen van het toepasselijke formulier volgt en die alle daarbij gevraagde gegevens omvat, wordt deze – met inachtneming van de overige vereisten – in behandeling genomen - -Bij een aanvraag om eerste toelating zal het aanvraagformulier tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd na inreis op een geldige mvv, hetzij het aanvraagformulier tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor paalde tijd na inreis zonder geldige mvv, hetzij het aanvraagformulier tot afgifte van een bewijs waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, aan de vreemdeling worden verstrekt. - Indien de aanvraag wordt ingediend door middel van een brief die de bewoordingen van het toepasselijke formulier volgt en die alle daarbij gevraagde gegevens omvat, wordt deze – met inachtneming van de overige vereisten – in behandeling genomen. +Bij een aanvraag om eerste toelating zal het aanvraagformulier tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd na inreis op een geldige mvv, hetzij het aanvraagformulier tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor paalde tijd na inreis zonder geldige mvv, hetzij het aanvraagformulier tot afgifte van een bewijs waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, aan de vreemdeling worden verstrekt. Indien de aanvraag wordt ingediend door middel van een brief die de bewoordingen van het toepasselijke formulier volgt en die alle daarbij gevraagde gegevens omvat, wordt deze – met inachtneming van de overige vereisten – in behandeling genomen. + Indiening van een aanvraag, anders dan met het voorgeschreven formulier wordt niet tegengeworpen aan de vreemdeling: – die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vw (oud) heeft ingediend; en -– in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. +– in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan alle volgende drie kenmerken: @@ -2082,7 +1979,7 @@ Indien de vreemdeling na de indiening van de aanvraag aangeeft, verblijf in Nede Slechts indien redelijkerwijs niet van wijziging van het verblijfsdoel kan worden gesproken, hoeft geen nieuwe aanvraag te worden ingediend. -In het aanvraagformulier (voor de aanvraag verblijfsvergunning regulier zonder mvv of aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning) wordt de vreemdeling die verblijf beoogt op asielgerelateerde gronden verwezen naar één van de AC in Nederland ter indiening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. +In het aanvraagformulier (voor de aanvraag verblijfsvergunning regulier zonder mvv of aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning) wordt de vreemdeling die verblijf beoogt op asielgerelateerde gronden verwezen naar één van de AC's in Nederland ter indiening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Van asielgerelateerde gronden is in ieder geval sprake, indien de vreemdeling zich erop beroept dat hij: @@ -2091,9 +1988,9 @@ b. gegronde redenen heeft bij uitzetting een reëel risico te lopen om te worden c. niet kan terugkeren naar het land van herkomst op grond van klemmende redenen van humanitaire aard die verband houden met de redenen van zijn vertrek uit dat land van herkomst; of d. niet kan terugkeren naar het land van herkomst, omdat dat van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. -Indien de vreemdeling desondanks de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier onderbouwt met asielgerelateerde gronden, wijst de IND hem er schriftelijk op dat deze bij de beoordeling van de reguliere aanvraag buiten beschouwing worden gelaten. De vreemdeling wordt er tevens op gewezen dat hij zich ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel kan melden bij één van de AC in Nederland. Persisteert de vreemdeling ook na deze schriftelijke mededeling nog bij het indienen van een reguliere aanvraag onderbouwd met asielgerelateerde gronden, dan wordt de aanvraag als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier behandeld. Als gevolg hiervan worden onder meer leges geheven en wordt getoetst aan het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding en een geldige mvv. Bij de beoordeling van de aanvraag blijven de asielgerelateerde gronden buiten beschouwing. +Indien de vreemdeling desondanks de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier onderbouwt met asielgerelateerde gronden, wijst de IND hem er schriftelijk op dat deze bij de beoordeling van de reguliere aanvraag buiten beschouwing worden gelaten. De vreemdeling wordt er tevens op gewezen dat hij zich ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel kan melden bij één van de AC's in Nederland. Persisteert de vreemdeling ook na deze schriftelijke mededeling nog bij het indienen van een reguliere aanvraag onderbouwd met asielgerelateerde gronden, dan wordt de aanvraag als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier behandeld. Als gevolg hiervan worden onder meer leges geheven en wordt getoetst aan het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding en een geldige mvv. Bij de beoordeling van de aanvraag blijven de asielgerelateerde gronden buiten beschouwing. -De vreemdeling die als gezinslid van een houder van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw dient een daartoe strekkende aanvraag in te dienen bij één van de AC in Nederland (zie C5/23.2.2). +De vreemdeling die als gezinslid van een houder van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw dient een daartoe strekkende aanvraag in te dienen bij één van de AC's in Nederland (zie C10/4). Het gaat hierbij om: @@ -2126,7 +2023,7 @@ Er is in Somalië geen internationaal erkend gezag. Op die grond worden Somalisc Legalisatie van documenten betreffende de burgerlijke staat van een persoon geschiedt in het geval van Somalische onderdanen als regel door dezelfde niet erkende autoriteiten en daarom worden ook die documenten door Nederland niet erkend. -De circulaire van de mede namens de Ministers van BuZa, voor Vreemdelingenzaken en Integratie en voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, inzake “de Legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen” van 12 januari 2000, laatstelijk gewijzigd op 15 mei 2006, houdt onder meer in dat houders van een verblijfsvergunning asiel of van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die is verleend met vrijstelling van het paspoortvereiste, zijn vrijgesteld van het legalisatievereiste. In aanvulling daarop geldt het volgende. +De circulaire inzake “de Legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen” van 12 januari 2000, laatstelijk gewijzigd op 15 mei 2006, houdt onder meer in dat houders van een verblijfsvergunning asiel of van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die is verleend met vrijstelling van het paspoortvereiste, zijn vrijgesteld van het legalisatievereiste. In aanvulling daarop geldt het volgende. Van vreemdelingen, die op een wijze, als uitgewerkt in B1/4.2 hebben aangetoond dat zij de door hen gestelde identiteit bezitten, alsmede de Somalische nationaliteit, wordt niet geëist dat zij bij de aanvraag van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (daarom ook niet bij de aanvraag van een mvv) gelegaliseerde documenten betreffende hun burgerlijke staat overleggen. @@ -2142,13 +2039,7 @@ Voor zover in de onderhavige paragraaf niet anders is bepaald, is het bepaalde i Deze handeling wordt verricht door de burgemeester in het kader van de inschrijving in de GBA. De identiteit van de vreemdeling dient te worden vastgesteld aan de hand van de vereiste brondocumenten zoals aangegeven in de GBA-wetgeving. De vreemdeling legt hiertoe gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit. -De burgemeester kruist op de per verblijfsdoel gespecificeerde checklist – welke door de Minister ter beschikking wordt gesteld – aan welke bescheiden bij het indienen van de aanvraag door de vreemdeling zijn overgelegd. - -De burgemeester kan de vreemdeling wijzen op de mogelijkheid de ontbrekende bescheiden bij de aanvraag per ommegaande (dezelfde dag nog) over te leggen (bijvoorbeeld een ontbrekende pasfoto, of een salarisstrookje dat de vreemdeling thuis of elders heeft laten liggen en waarvan kan worden verwacht dat de vreemdeling het per ommegaande (alsnog) kan overleggen). Met nadruk zij vermeld dat vorenstaande situatie dient te worden onderscheiden van het bieden van een herstelverzuim en géén inhoudelijke toets met zich meebrent voor de burgemeester. - -Het bieden van een herstelverzuim is uitdrukkelijk voorbehouden aan de IND. - -Indien de vreemdeling aangeeft de ontbrekende bescheiden niet per ommegaande alsnog te willen overleggen en kenbaar maakt dat hij zijn aanvraag in behandeling wenst te laten nemen, neemt de burgemeester de aanvraag onverkort in ontvangst. +De burgemeester kruist op de per verblijfsdoel gespecificeerde checklist – welke door de Minister ter beschikking wordt gesteld – aan welke bescheiden bij het indienen van de aanvraag door de vreemdeling zijn overgelegd. De burgemeester kan de vreemdeling wijzen op de mogelijkheid de ontbrekende bescheiden bij de aanvraag per ommegaande (dezelfde dag nog) over te leggen (bijvoorbeeld een ontbrekende pasfoto, of een salarisstrookje dat de vreemdeling thuis of elders heeft laten liggen en waarvan kan worden verwacht dat de vreemdeling het per ommegaande (alsnog) kan overleggen). Met nadruk zij vermeld dat vorenstaande situatie dient te worden onderscheiden van het bieden van een herstelverzuim en géén inhoudelijke toets met zich meebrengt voor de burgemeester. Het bieden van een herstelverzuim is uitdrukkelijk voorbehouden aan de IND. Indien de vreemdeling aangeeft de ontbrekende bescheiden niet per ommegaande alsnog te willen overleggen en kenbaar maakt dat hij zijn aanvraag in behandeling wenst te laten nemen, neemt de burgemeester de aanvraag onverkort in ontvangst. De procedure inzake de leges staat beschreven in B1/9.6.1. @@ -2156,9 +2047,9 @@ De burgemeester verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijl De sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h, en i Vw, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. -Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de Korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (bijlage 7j VV) door de Korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op …(datum)’. +Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de Korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (bijlage 7j VV) door de Korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’. -Voor het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van de Zwitserse Bondsstaat dat zelf niet ook afkomstig is uit één van deze lidstaten (m.a.w het familielid-derdelander van de unieburger) plaatst de burgemeester de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan’ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. +Voor het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland dat zelf niet ook afkomstig is uit één van deze lidstaten (m.a.w het familielid-derdelander van de unieburger) plaatst de burgemeester de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan’ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. De burgemeester maakt ten behoeve van de IND een kopie van het door de vreemdeling overgelegde geldige document voor grensoverschrijding alsmede een kopie van de door de vreemdeling overgelegde originele brondocumenten (zoals geboorteakte en de huwelijksakte). @@ -2174,27 +2065,19 @@ Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, teg Ook indien het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, nog niet is verstrekt, is er vanaf de bekendmaking van de beschikking sprake van rechtmatig verblijf. -Naast de bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling +Naast de bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling. Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingevolge artikel 3.33a, vierde lid, VV bij een kantoor van de IND wordt ingediend, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald. -Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bepaalt de IND-medewerker de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs. - -Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per pin heeft voldaan, stelt de IND-medewerker de vreemdeling ingevolge het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb mondeling in de gelegenheid om het verzuim te herstellen en alsnog ter plekke de verschuldigde leges per kas of pinbetaling te voldoen. In dat geval is er geen reden om langer herstel verzuim te verlenen dan het tijdsverloop dat in de regel gemoeid is met de handeling van kas- of pinbetaling. Als betrokkene geen gebruik maakt van de hem geboden gelegenheid om het verschuldigde legesbedrag alsnog te voldoen, wordt de aanvraag direct ter plaatse door de IND-medewerker buiten behandeling gesteld. +Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bepaalt de IND-ambtenaar de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs. Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per pin heeft voldaan, stelt de IND-ambtenaar de vreemdeling ingevolge het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb mondeling in de gelegenheid om het verzuim te herstellen en alsnog ter plekke de verschuldigde leges per kas of pinbetaling te voldoen. In dat geval is er geen reden om langer herstel verzuim te verlenen dan het tijdsverloop dat in de regel gemoeid is met de handeling van kas- of pinbetaling. Als betrokkene geen gebruik maakt van de hem geboden gelegenheid om het verschuldigde legesbedrag alsnog te voldoen, wordt de aanvraag direct ter plaatse door de IND-ambtenaar buiten behandeling gesteld. De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend. -Na betaling van de verschuldigde leges vraagt de IND-medewerker aan de vreemdeling – voor zover zulks niet reeds blijkt uit het ingevulde aanvraagformulier – op welke mvv-vrijstellingsgrond hij zich beroept dan wel op welke gronden betrokkene meent dat sprake is van een zodanig bijzonder geval dat vasthouden aan het mvv-vereiste zou getuigen van een bijzondere hardheid (de hardheidsclausule ex artikel 3.71, vierde lid, Vb 2000) indien en voor zover betrokkene zich daarop beroept. Conform het bepaalde in B1/4.1.1 dient betrokkene reeds bij het indienen van de aanvraag het verzoek om mvv-vrijstelling met feiten en omstandigheden te onderbouwen en van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs te leveren. +Na betaling van de verschuldigde leges vraagt de IND-ambtenaar aan de vreemdeling – voor zover zulks niet reeds blijkt uit het ingevulde aanvraagformulier – op welke mvv-vrijstellingsgrond hij zich beroept dan wel op welke gronden betrokkene meent dat sprake is van een zodanig bijzonder geval dat vasthouden aan het mvv-vereiste zou getuigen van een bijzondere hardheid (de hardheidsclausule ex artikel 3.71, vierde lid, Vb) indien en voor zover betrokkene zich daarop beroept. Conform het bepaalde in B1/4.1.1 dient betrokkene reeds bij het indienen van de aanvraag het verzoek om mvv- vrijstelling met feiten en omstandigheden te onderbouwen en van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs te leveren. Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds op voorhand niet kunnen leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste, zal de IND-ambtenaar direct ter plaatse een afwijzende beschikking uitreiken aan betrokkene. Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld het beroep op de mvv-vrijstelling (alsnog) nader te onderbouwen met bescheiden of anderszins. -Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds op voorhand niet kunnen leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste, zal de IND-medewerker direct ter plaatse een afwijzende beschikking uitreiken aan betrokkene. +Indien de aanvraag niet meteen ter plaatse kan worden afgedaan omdat nader onderzoek aangewezen is, zal de IND-ambtenaar de vreemdeling de Sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g VV) verstrekken ten bewijze van het feit dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft gedurende de behandeling van de aanvraag. -Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld het beroep op de mvv-vrijstelling (alsnog) nader te onderbouwen met bescheiden of anderszins. - -Indien de aanvraag niet meteen ter plaatse kan worden afgedaan omdat nader onderzoek aangewezen is, zal de IND-medewerker de vreemdeling de Sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijlage 7g VV) verstrekken ten bewijze van het feit dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft gedurende de behandeling van de aanvraag. - -De IND-medewerker maakt tevens ten behoeve van de aanvrager een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager alsmede diens handtekening staan vermeld. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling. - -Voor zover de vreemdeling nog geen onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen heeft ondergaan en hij daarvan evenmin is vrijgesteld, verwijst de IND-medewerker de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD met gebruikmaking van het TBC-formulier (bijlage 13 VV). +De IND-ambtenaar maakt tevens ten behoeve van de aanvrager een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager alsmede diens handtekening staan vermeld. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling. Voor zover de vreemdeling nog geen onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen heeft ondergaan en hij daarvan evenmin is vrijgesteld, verwijst de IND-ambtenaar de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD met gebruikmaking van het TBC-formulier (zie bijlage 13 VV). ##### 9.4.1. Verlenging verblijfsvergunning regulier (on)bepaalde tijd @@ -2224,15 +2107,13 @@ De burgemeester maakt van de betreffende documenten een gewaarmerkte kopie en st De leges die verschuldigd zijn voor de afdoening van een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd alsmede voor de afdoening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden namens de Minister door de IND geïnd. De procedure terzake van het innen van de leges is in B1/9.6.1 meer uitgebreid beschreven. -De vreemdeling aan wie het is toegestaan na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland te verblijven, hangende de beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning, kan ten bewijze van dit rechtmatig verblijf een sticker “Verblijfsaantekeningen Algemeen” (bijlage 7g VV) verkrijgen. Op de sticker worden de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst “verlenging aangevraagd voor de geldigheidsduur op” of na de tekst “aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning”. Ter verkrijging van deze sticker dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens bepaalt een medewerker van de IND de tijd en locatie waar de sticker kan worden verkregen. Het vorenstaande is tevens van toepassing op de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. +De vreemdeling aan wie het is toegestaan na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland te verblijven, hangende de beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning, kan ten bewijze van dit rechtmatig verblijf een sticker “Verblijfsaantekeningen Algemeen” (bijlage 7g VV) verkrijgen. Op de sticker worden de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst “verlenging aangevraagd voor de geldigheidsduur op” of na de tekst “aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning”. Ter verkrijging van deze sticker dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens bepaalt een ambtenaar van de IND de tijd en locatie waar de sticker kan worden verkregen. Het vorenstaande is tevens van toepassing op de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een door hem ingediende aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De sticker “Verblijfsaantekeningen Algemeen” (bijlage 7g VV) bevat tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. Het is van belang dat de IND de vreemdeling wijst op de rechten die voortvloeien uit deze informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt van de vreemdeling. De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft roept de vreemdeling op voor het in ontvangst nemen van het verblijfsdocument. -Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, tegen afgifte van een ontvangstbewijs (zie model M76) en tegen inlevering van het oude verblijfsdocument of tegen overlegging van (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing van het oude verblijfsdocument. De burgemeester ziet er op toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. De ambtenaar burgerzaken of de ambtenaar publiekszaken zendt het door de vreemdeling ondertekend ontvangstbewijs (zie model M76) naar het Bureau Documenten van de IND. - -Indien de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen, wordt het verblijfsdocument door de Korpschef ingenomen zodra deze beslissing in rechte onaantastbaar is geworden. +Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, tegen afgifte van een ontvangstbewijs (zie model M76) en tegen inlevering van het oude verblijfsdocument of tegen overlegging van (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing van het oude verblijfsdocument. De burgemeester ziet er op toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. De ambtenaar burgerzaken of de ambtenaar publiekszaken zendt het door de vreemdeling ondertekend ontvangstbewijs (zie model M76) naar het Bureau Documenten van de IND. Indien de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier wordt afgewezen, wordt het verblijfsdocument door de Korpschef ingenomen zodra deze beslissing in rechte onaantastbaar is geworden. #### 9.5. De aanvraag vervanging of vernieuwing verblijfsdocument @@ -2383,9 +2264,9 @@ Een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden verleend aan bepaald a. die als echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind feitelijk behoort tot het gezin, die dezelfde nationaliteit heeft en gelijktijdig met de hoofdpersoon Nederland is ingereisd of is nagereisd binnen drie maanden, nadat aan de hoofdpersoon de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend (zie artikel 29, eerste lid, onder e, Vw); of b. die als partner of als meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van de hoofdpersoon, dat hij om die reden behoort tot het gezin, die dezelfde nationaliteit heeft en gelijktijdig met de hoofdpersoon Nederland is ingereisd of is nagereisd binnen drie maanden, nadat aan de hoofdpersoon de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend (zie artikel 29, eerste lid, onder f, Vw). -Deze aanvragen tot het verlenen van die verblijfsvergunning asiel kunnen bij één van de Aanmeldcentra in Nederland worden ingediend. Voor de afdoening van deze aanvragen zijn geen leges verschuldigd. Voor de afgifte van het verblijfsdocument zijn evenmin leges verschuldigd (zie C5/23.2.2). +Deze aanvragen tot het verlenen van die verblijfsvergunning asiel kunnen bij één van de Aanmeldcentra in Nederland worden ingediend. Voor de afdoening van deze aanvragen zijn geen leges verschuldigd. Voor de afgifte van het verblijfsdocument zijn evenmin leges verschuldigd (zie C10/4). -Indien het gezinslid van de houder van de verblijfsvergunning asiel echter niet voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw – bijvoorbeeld omdat het gezinslid een andere nationaliteit bezit of de hoofdpersoon langer dan drie maanden na diens verblijfsaanvaarding is nagereisd – komt dat gezinslid niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw in aanmerking voor de verblijfsvergunning asiel. In dat geval zijn voor de afdoening van een eventueel in te dienen aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wel leges verschuldigd. +Indien het gezinslid van de houder van de verblijfsvergunning asiel echter niet voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw – bijvoorbeeld omdat het gezinslid een andere nationaliteit bezit of de hoofdpersoon langer dan drie maanden na diens verblijfsaanvaarding is nagereisd –komt dat gezinslid niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw in aanmerking voor de verblijfsvergunning asiel. In dat geval zijn voor de afdoening van een eventueel in te dienen aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wel leges verschuldigd. Indien de leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier niet worden voldaan, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. @@ -2495,31 +2376,23 @@ Voorts blijft uitzetting niet achterwege (en leidt de indiening van de aanvraag De hoofdregel (uitzetting blijft achterwege) blijft gelden totdat beslist is dat een van de uitzonderingen zich voordoet. Deze beslissing heeft het karakter van een beschikking. Deze beschikking zal met name samen kunnen vallen met de afwijzing van de herhaalde aanvraag. Bij de tweede uitzondering is denkbaar dat er een afzonderlijke beschikking wordt gegeven, inhoudende dat de uitzetting niet achterwege blijft. -Overigens kan tegen de beschikking, inhoudende dat de uitzetting niet achterwege wordt gelaten, bezwaar worden gemaakt op grond van hoofdstuk 7, afdeling 2, Vw. Zo nodig kan de vreemdeling om een voorlopige voorziening verzoeken op grond van artikel 8:81 van de Awb. +Overigens kan tegen de beschikking, inhoudende dat de uitzetting niet achterwege wordt gelaten, bezwaar worden gemaakt op grond van hoofdstuk 7, afdeling 2, Vw. Zo nodig kan de vreemdeling om een voorlopige voorziening verzoeken op grond van artikel 8:81 van de Awb. Indien het de vreemdeling is toegestaan om de beslissing op de aanvraag in Nederland af te wachten, wordt in zijn document voor grensoverschrijding of op een afzonderlijk inlegblad de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g VV) geplaatst. -Indien het de vreemdeling is toegestaan om de beslissing op de aanvraag in Nederland af te wachten, wordt in zijn document voor grensoverschrijding of op een afzonderlijk inlegblad de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijlage 7g VV) geplaatst. - -Op deze sticker wordt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, de datum van de aanvraag en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op …[datum]’. +Op deze sticker wordt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, de datum van de aanvraag en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op [datum]’. Ingevolge artikel 3.9 VV geschiedt de afgifte van documenten en verklaringen, waaruit het rechtmatig verblijf gedurende de besluitvorming blijkt, door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. Op deze hoofdregel bestaan de volgende uitzonderingen: -a. de vreemdeling die in de gelegenheid wordt gesteld aangifte te doen van overtreding van artikel 250a van het WvSr (mensenhandel). +a. de vreemdeling die in de gelegenheid wordt gesteld aangifte te doen van overtreding van artikel 273 f van het WvSr (mensenhandel). -In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de korpschef. -b. de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van Vw. - -In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de IND. - -Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een medewerker van de IND de tijd het verzoek af. - -Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijlage 7g, VV) wordt dan de datum van de aanvraag en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op … [datum]’. +In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de Korpschef. +b. de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van Vw. In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de IND. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND het verzoek af. Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g, VV) wordt dan de datum van de aanvraag en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op [datum]’. c. de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Betreft het een vreemdeling aan wie het wordt toegestaan na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in Nederland te verblijven hangende de beslissing op een door hem ingediende aanvraag, dan worden op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijlage 7g VV) de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘verlenging aangevraagd van de geldigheidsduur op’. -Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een medewerker van de IND het verzoek af. +Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND het verzoek af. ##### 9.7.6. Bevoegdheid @@ -2541,25 +2414,15 @@ Aangezien bij de totstandkoming van de Vw en aanverwante regelgeving veel beleid ###### 9.7.7.1. Algemene regels -In dit onderdeel worden de algemene regels behandeld voor de kennisgeving van beschikkingen, met name betreffende de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en die voor onbepaalde tijd (zie artikel 24, eerst lid, aanhef en onder c, Vw juncto artikel 3.104 Vb). De termijn voor het indienen van een beroep- of bezwaarschrift vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De beslissing wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht. +In dit onderdeel worden de algemene regels behandeld voor de kennisgeving van beschikkingen, met name betreffende de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en die voor onbepaalde tijd (zie artikel 24, eerst lid, aanhef en onder c, Vw juncto artikel 3.104 Vb). De termijn voor het indienen van een beroep- of bezwaarschrift vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voor geschreven wijze is bekendgemaakt. De beslissing wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht. De hoofdregel is dat een beschikking in reguliere zaken aan de belanghebbende wordt toegezonden; zulks is in overeenstemming met het gestelde in artikel 3:41 Awb. Voor de uitzonderingen zie hierna onder 2. 1. Bij de toezending dienen de volgende situaties te worden onderscheiden: -a. er is een raadsman of gemachtigde, die de belangen van de vreemdeling behartigt. Aan de gemachtigde van de vreemdeling wordt een schriftelijke, gemotiveerde beschikking toegezonden. In deze beschikking is een clausule opgenomen omtrent de mogelijkheid om daartegen bezwaar of administratief beroep bij de Minister – indien het een beschikking in eerste aanleg betreft – dan wel beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage in te stellen. - -De Korpschef ontvangt eerst bericht van de IND terzake van een afwijzende beslissing, wanneer deze beslissing in rechte onaantastbaar is geworden. Dit in verband met het regelen van het vertrek van de vreemdeling. Daarnaast wordt een afschrift gezonden aan degene die uitgenodigd was om ter zitting van een hoorcommissie zijn zienswijze naar voren te brengen. -b. er is géén raadsman of gemachtigde bekend. In deze gevallen geldt verzending van de schriftelijke, gemotiveerde beschikking naar het adres – zoals blijkt uit de GBA op het moment van verzending – van de vreemdeling als bekendmaking van de beschikking. In deze beschikking is een (Nederlandstalige) clausule opgenomen omtrent de mogelijkheid om daartegen bezwaar of administratief beroep bij de Minister – indien het een beschikking in eerste aanleg betreft – dan wel beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage in te stellen. - -Bij minderjarige vreemdelingen geldt het adres van de wettelijk vertegenwoordiger. - -Blijkt de vreemdeling niet of niet meer op het in de GBA vermelde adres te wonen en heeft hij verzuimd een ander adres door te geven, dan geldt de verzending aan het laatst bekende GBA-adres als rechtsgeldige bekendmaking. - -Indien de vreemdeling een adres in het buitenland heeft, kan de beschikking, via het ministerie van Justitie, door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aldaar worden toegezonden of uitgereikt. -2. Gevallen waarin de – originele – beschikking wordt uitgereikt. - -Uitzonderingen op de hoofdregel dat een beschikking wordt toegezonden, worden gemaakt in de volgende gevallen: +a. er is een raadsman of gemachtigde, die de belangen van de vreemdeling behartigt. Aan de gemachtigde van de vreemdeling wordt een schriftelijke, gemotiveerde beschikking toegezonden. In deze beschikking is een clausule opgenomen omtrent de mogelijkheid om daartegen bezwaar of administratief beroep bij de Minister – indien het een beschikking in eerste aanleg betreft – dan wel beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage in te stellen. De Korpschef ontvangt eerst bericht van de IND terzake van een afwijzende beslissing, wanneer deze beslissing in rechte onaantastbaar is geworden. Dit in verband met het regelen van het vertrek van de vreemdeling. Daarnaast wordt een afschrift gezonden aan degene die uitgenodigd was om ter zitting van een hoorcommissie zijn zienswijze naar voren te brengen. +b. er is géén raadsman of gemachtigde bekend. In deze gevallen geldt verzending van de schriftelijke, gemotiveerde beschikking naar het adres – zoals blijkt uit de GBA op het moment van verzending – van de vreemdeling als bekendmaking van de beschikking. In deze beschikking is een (Nederlandstalige) clausule opgenomen omtrent de mogelijkheid om daartegen bezwaar of administratief beroep bij de Minister – indien het een beschikking in eerste aanleg betreft – dan wel beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage in te stellen. Bij minderjarige vreemdelingen geldt het adres van de wettelijk vertegenwoordiger. Blijkt de vreemdeling niet of niet meer op het in de GBA vermelde adres te wonen en heeft hij verzuimd een ander adres door te geven, dan geldt de verzending aan het laatst bekende GBA- adres als rechtsgeldige bekendmaking. Indien de vreemdeling een adres in het buitenland heeft, kan de beschikking, via het ministerie van Justitie, door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aldaar worden toegezonden of uitgereikt. +2. Gevallen waarin de – originele – beschikking wordt uitgereikt. Uitzonderingen op de hoofdregel dat een beschikking wordt toegezonden, worden gemaakt in de volgende gevallen: a. de vreemdeling zit in vreemdelingenbewaring. In dit geval dient overeenkomstig het bepaalde in A6/5.3.4.4 de grondslag van de inbewaringstelling bij beschikking te worden gewijzigd. Derhalve moeten beide beschikkingen tegelijkertijd aan betrokkene worden uitgereikt; b. de vreemdeling wordt ongewenst verklaard. Ongewenstverklaring heeft een ingrijpend karakter, gelet op de onmiddellijk intredende strafbaarheid (zie artikel 197 WvSr); derhalve zal uitreiking in persoon in die gevallen plaatsvinden (zie voor die gevallen dat uitreiking niet in persoon kan plaatsvinden hierna); @@ -2575,7 +2438,7 @@ De politie zendt de bijlage van de originele beschikking retour onder vermelding Het derde exemplaar van de beschikking is bestemd voor de administratie van de politie. -Een beschikking die niet aan de vreemdeling in persoon kan worden uitgereikt, wordt door de politie bij aangetekende brief verzonden aan het laatst bekende (GBA-)adres van de vreemdeling. In dit geval worden de Minister en de gemachtigde van de aangetekende verzending op de hoogte gesteld (zie ook C2 indien de beschikking niet aan de wettelijk vertegenwoordiger kan worden uitgereikt). +Een beschikking die niet aan de vreemdeling in persoon kan worden uitgereikt, wordt door de politie bij aangetekende brief verzonden aan het laatst bekende (GBA)adres van de vreemdeling. In dit geval worden de Minister en de gemachtigde van de aangetekende verzending op de hoogte gesteld (zie ook C2 indien de beschikking niet aan de wettelijk vertegenwoordiger kan worden uitgereikt). Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking ingevolge artikel 67, tweede lid, Vw mededeling gedaan in de Stcrt. @@ -2595,10 +2458,10 @@ De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heef In de situatie waarin: -a. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend, of -b. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is verleend, of -c. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, of -d. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend +a. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend; +b. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is verleend; +c. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend; +d. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend; e. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar verblijf wordt toegestaan op grond van het gemeenschapsrecht wordt het kind zelf in het bezit gesteld van een verblijfsdocument. @@ -2619,14 +2482,12 @@ Bij afwijzing van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bep De aantekening ‘vervallen’ op de sticker moet worden gedateerd en geparafeerd. -Maakt de vreemdeling bezwaar bij de Minister tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, dan wordt het verblijfsdocument niet ingehouden indien de uitzetting achterwege blijft. In dat geval wordt in het document voor grensoverschrijding een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures’ (bijlage 7i VV) geplaatst. Op deze sticker wordt de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘bezwaar ingediend ...’. Ter verkrijging van deze sticker dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een medewerker van de IND dit verzoek af. +Maakt de vreemdeling bezwaar bij de Minister tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, dan wordt het verblijfsdocument niet ingehouden indien de uitzetting achterwege blijft. In dat geval wordt in het document voor grensoverschrijding een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures’ (zie bijlage 7i VV) geplaatst. Op deze sticker wordt de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘bezwaar ingediend ...’. Ter verkrijging van deze sticker dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND dit verzoek af. Indien geen bezwaar is gemaakt, wordt het verblijfsdocument ingehouden door de Korpschef dan wel op de sticker in het document voor grensoverschrijding door de ambtenaar belast met het toezicht de aantekening ‘vervallen’ geplaatst. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden in het bezit gesteld van een verblijfsdocument volgens artikel 3.1 VV. Op het verblijfsdocument staat de beperking aangegeven welke aan de verblijfsvergunning is gesteld. In de desbetreffende hoofdstukken van deel B van deze circulaire wordt voor de daar behandelde categorieën vreemdelingen aangegeven onder welke beperking de vergunning tot verblijf wordt verleend. -De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de termijn waarmee deze wordt verlengd, is steeds ten minste een maand korter dan de termijn gedurende welke de vreemdeling op grond van zijn document voor grensoverschrijding kan terugkeren naar het land door welks autoriteiten het document is afgegeven (zie artikel 3.68 Vb). - In de volgende gevallen wordt geen rekening gehouden met de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding: a. bij de houder van een buitenlands vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort, indien de geldigheidsduur van de vergunning tot verblijf langer is dan de termijn waarbinnen hij op grond van dat paspoort kan terugkeren naar het land waar hem voordien verblijf was toegestaan; @@ -2755,9 +2616,7 @@ Het enkele feit dat de werking van de afwijzende beschikking niet wordt opgescho ##### 10.6.3. Aantekening -Indien de werking van het besluit wordt opgeschort totdat op het bezwaar of het administratief beroep is beslist, wordt in het identiteitspapier van een vreemdeling een aantekening gesteld, luidende: 'bezwaar/administratief beroep ingediend ...(datum)'. Deze aantekening wordt doorgehaald indien het bezwaar- of administratief beroepschrift ongegrond is verklaard. Deze doorhaling wordt door de ambtenaar die de doorhaling verricht gedateerd en van zijn paraaf voorzien. - -Maakt de vreemdeling bezwaar bij de Minister tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, dan wordt het verblijfsdocument niet ingehouden indien de uitzetting achterwege blijft. In dat geval wordt in het document voor grensoverschrijding een sticker 'Verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures' (bijlage 7i VV) geplaatst. Op deze sticker wordt de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst 'bezwaar ingediend...'. Ter verkrijging van deze sticker dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een medewerker van de IND het verzoek af. +Indien de werking van het besluit wordt opgeschort totdat op het bezwaar of het administratief beroep is beslist, wordt in het identiteitspapier van een vreemdeling een aantekening gesteld, luidende: ‘bezwaar/administratief beroep ingediend ...(datum)’. Deze aantekening wordt doorgehaald indien het bezwaar- of administratief beroepschrift ongegrond is verklaard. Deze doorhaling wordt door de ambtenaar die de doorhaling verricht gedateerd en van zijn paraaf voorzien. Maakt de vreemdeling bezwaar bij de Minister tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, dan wordt het verblijfsdocument niet ingehouden indien de uitzetting achterwege blijft. In dat geval wordt in het document voor grensoverschrijding een sticker ‘Verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures’ (bijlage 7i VV) geplaatst. Op deze sticker wordt de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘bezwaar ingediend...’. Ter verkrijging van deze sticker dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND het verzoek af. ##### 10.6.4. Het verzoek om een voorlopige voorziening @@ -2953,7 +2812,7 @@ Eerst nadat een beslissing in rechte onaantastbaar is geworden, worden aan de Ko In dit hoofdstuk wordt het verblijf van gezinsleden van in Nederland gevestigde personen in het kader van gezinshereniging en gezinsvorming behandeld. Het betreft gezinshereniging en -vorming van onderdanen van derdelanden met Nederlanders. Het betreft tevens gezinshereniging van derdelanders met derdelanders. -Uitgangspunt is dat de regels van dit hoofdstuk voor wat betreft gezinshereniging van derdelanders met derdelanders in overeenstemming zijn met de Richtlijn 2003/86/EG van 22 september 2003 van de Raad van de EU inzake het recht op gezinshereniging (PbEU d.d. 3 oktober 2003, L 251/12, hierna te noemen: de Richtlijn), alsmede met artikel 8 EVRM. +Uitgangspunt is dat de regels van dit hoofdstuk voor wat betreft gezinshereniging van derdelanders met derdelanders in overeenstemming zijn met de Richtlijn 2003/86, hierna te noemen: de Richtlijn), alsmede met artikel 8 EVRM. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Richtlijn dient de gezinshereniger te beschikken over stabiele en regelmatige inkomsten die volstaan om hemzelf en zijn gezinsleden te onderhouden, zonder een beroep te doen op het stelsel van sociale bijstand van de betrokken lidstaat. @@ -3012,7 +2871,7 @@ Het betreft de volgende categorieën: – gezinsleden van vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het volgen van studie (zie B6/7); – gezinsleden van vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling (zie B8/8); – (gezinsleden van) gemeenschapsonderdanen (zie B10); -– onderdanen van een lidstaat van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat; +– onderdanen van een lidstaat van de EU/EER en van Zwitserland; – gezinsleden van Surinaamse onderdanen (zie B11); – gezinsleden van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde vreemdelingen alsmede niet geprivilegieerde NAVO-militairen of NAVO-burgerpersoneel (zie B12). @@ -3795,24 +3654,21 @@ Op grond van artikel 3.14, onder c, Vb wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in ##### 5.2.1. Adoptiefkinderen en adoptiekinderen Adoptiefkinderen en adoptiekinderen worden aangemerkt als juridische kinderen in de zin van artikel 3.14 Vb. - Het verblijf van kinderen die reeds zijn geadopteerd of nog moeten worden geadopteerd, wordt beheerst door de regels betreffende gezinshereniging en gezinsvorming voorzover artikel 3.26 en 3.27 Vb daar niet op zien (zie B3). - In deze paragraaf wordt ingegaan op het vaststellen van de familierechtelijke relatie tussen de adoptie(f)kinderen en de hoofdpersoon op grond van de over te leggen bescheiden. De enkele erkenning van de adoptiebeslissing houdt op zichzelf niet in dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van dit hoofdstuk. Immers naast de erkenning van de familierechtelijke relatie tussen de hoofdpersoon en het adoptie(f)kind dient tevens te zijn voldaan aan de overige voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder(s). - - Adopties - - Erkenning van een buitenlandse adoptie is mogelijk op grond van het Haags Adoptieverdrag van 29 mei 1993 (Trb. 1993, 197) of op grond van de Wet conflictenrecht adoptie (Stb., 2003, 283). Heeft een van de adoptanten het Nederlanderschap, dan is het mogelijk dat het adoptiefkind door de adoptie van rechtswege het Nederlanderschap heeft verkregen. Het navolgende is van toepassing op het geval dat het kind weliswaar bij een in Nederland te erkennen adoptie is geadopteerd, maar (nog) niet het Nederlanderschap heeft verkregen. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 + +Het verblijf van kinderen die reeds zijn geadopteerd of nog moeten worden geadopteerd, wordt beheerst door de regels betreffende gezinshereniging en gezinsvorming voorzover artikel 3.26 en 3.27 Vb daar niet op zien (zie B3). + +In deze paragraaf wordt ingegaan op het vaststellen van de familierechtelijke relatie tussen de adoptie(f)kinderen en de hoofdpersoon op grond van de over te leggen bescheiden. De enkele erkenning van de adoptiebeslissing houdt op zichzelf niet in dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van dit hoofdstuk. Immers naast de erkenning van de familierechtelijke relatie tussen de hoofdpersoon en het adoptie(f)kind dient tevens te zijn voldaan aan de overige voorwaarden voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder(s). + +Erkenning van een buitenlandse adoptie is mogelijk op grond van het Haags Adoptieverdrag of op grond van de Wet conflictenrecht adoptie (Stb., 2003, 283). Heeft een van de adoptanten het Nederlanderschap, dan is het mogelijk dat het adoptiefkind door de adoptie van rechtswege het Nederlanderschap heeft verkregen. Het navolgende is van toepassing op het geval dat het kind weliswaar bij een in Nederland te erkennen adoptie is geadopteerd, maar (nog) niet het Nederlanderschap heeft verkregen. ###### 5.2.1.1. Verdragsadopties -Een buitenlandse adoptie wordt erkend wanneer die adoptie is geschied overeenkomstig het Haags Adoptieverdrag. Het Haags adoptieverdrag is, behalve door Nederland (het Koninkrijk in Europa), ook bekrachtigd door: Albanië, Andorra, Australië, Azerbeidjan, Belarus, België, Bolivia, Brazilië, Bulgarije, Burkina Faso, Burundi, Canada, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Cyprus, Denemarken, Duitsland, El Salvador, Equador, Estland, Filippijnen, Finland, Frankrijk, Guatemala, Georgië, Guinee, Hongarije, IJsland, India, Israël, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Madagaskar, Malta, Mauritius, Mexico, Moldavië, Monaco, Mongolië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Panama, Paraguay, Peru, Polen, Portugal, Roemenië, San Marino, Slovenië, Slowakije, Spanje, Sri Lanka, Thailand, Turkije, Tsjechië, Uruguay, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Wit-Rusland, IJsland, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland. - Adoptiebeslissingen, gegeven in een van deze verdragslanden, worden door de andere verdragslanden erkend, indien een verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat die adoptiebeslissing conform dat verdrag heeft plaatsgevonden. Dat is een verklaring van conformiteit ex artikel 23 van het Verdrag, afkomstig van de bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptie heeft plaatsgevonden. Het kan daarbij gaan om interlandelijke adopties waarbij de Nederlandse autoriteiten betrokken zijn geweest, maar dat is niet vereist. Het kan ook gaan om een adoptiebeslissing van verdragsland A waarbij verdragsland B als staat van opvang heeft gefungeerd. Een dergelijke verdragsadoptie wordt in Nederland erkend, mits de vereiste verklaring van conformiteit is overgelegd. - Landen die het verdrag hebben ondertekend maar nog niet hebben bekrachtigd zijn: Ierland, Russische Federatie en de Verenigde Staten. - Adoptiebeslissingen, gegeven door deze landen, worden niet op grond van het Verdrag erkend. - NB. Actuele informatie inzake al dan niet bij het Verdrag aangesloten landen kan worden verkregen bij de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht of bij de Afdeling Verdragen van BuZa. +Een buitenlandse adoptie wordt erkend wanneer die adoptie is geschied overeenkomstig het Haags Adoptieverdrag. Het Haags adoptieverdrag is, behalve door Nederland (het Koninkrijk in Europa), ook bekrachtigd door: Albanië, Andorra, Australië, Azerbeidzjan, Belarus, België, Bolivia, Brazilië, Bulgarije, Burkina Faso, Burundi, Canada, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Cyprus, Denemarken, Duitsland, El Salvador, Ecuador, Estland, Filipijnen, Finland, Frankrijk, Guatemala, Georgië, Guinee, Hongarije, IJsland, India, Israël, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Madagaskar, Malta, Mauritius, Mexico, Moldavië, Monaco, Mongolië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Panama, Paraguay, Peru, Polen, Portugal, Roemenië, San Marino, Slovenië, Slowakije, Spanje, Sri Lanka, Thailand, Turkije, Tsjechië, Uruguay, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Belarus, IJsland, Zuid-Afrika, Zweden en Zwitserland. + Adoptiebeslissingen, gegeven in een van deze verdragslanden, worden door de andere verdragslanden erkend, indien een verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat die adoptiebeslissing conform dat verdrag heeft plaatsgevonden. Dat is een verklaring van conformiteit ex artikel 23 van het Verdrag, afkomstig van de bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptie heeft plaatsgevonden. Het kan daarbij gaan om interlandelijke adopties waarbij de Nederlandse autoriteiten betrokken zijn geweest, maar dat is niet vereist. Het kan ook gaan om een adoptiebeslissing van verdragsland A waarbij verdragsland B als staat van opvang heeft gefungeerd. Een dergelijke verdragsadoptie wordt in Nederland erkend, mits de vereiste verklaring van conformiteit is overgelegd. + Landen die het verdrag hebben ondertekend maar nog niet hebben bekrachtigd zijn: Ierland, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Adoptiebeslissingen, gegeven door deze landen, worden niet op grond van het Verdrag erkend. + NB. Actuele informatie inzake al dan niet bij het Verdrag aangesloten landen kan worden verkregen bij de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht of bij de Afdeling Verdragen van BuZa. -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +20073822-02-200703-01-20072007/0120073822-02-200703-01-20072007/0101-03-2007 ###### 5.2.1.2. Niet-verdragsadopties @@ -4084,7 +3940,7 @@ Voor langdurig werklozen die een uitkering genieten krachtens de Wwb kan gezinsh #### 5.11. Kinderen geboren uit rechtmatig verblijvende ouders -Artikel 3.23 Vb bevat een bijzondere regeling voor kinderen die in Nederland dan wel tijdens kort verblijf buiten Nederland zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd dan wel een vreemdeling is die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. Een onderscheid wordt gemaakt naar de plaats waar het kind wordt geboren. +Artikel 3.23 Vb bevat een bijzondere regeling voor kinderen die in Nederland dan wel tijdens kort verblijf buiten Nederland zijn geboren uit niet-Nederlandse ouders van wie ten minste één houder is van een verblijfsvergunning voor (on)bepaalde tijd dan wel een vreemdeling is die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80. Een onderscheid wordt gemaakt naar de plaats waar het kind wordt geboren. ##### 5.11.1. In Nederland geboren kinderen @@ -4736,9 +4592,9 @@ Als de aanvrager instemt met een DNA-test ten behoeve van de door hem of haar aa De aanvrager dient de gezinsleden in het buitenland te informeren dat zij zich moeten melden bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. De in het buitenland verblijvende echtgeno(o)t(e) of partner van de referent die om DNA-onderzoek heeft verzocht, wordt door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in kennis gesteld van de door de referent in het aanvraagformulier voor DNA-onderzoek verstrekte gegevens over de relatie tussen de ouders en de kinderen voor wie overkomst naar Nederland wordt gevraagd. De echtgeno(o)te of partner legt ter zake van de juistheid van de door de referent verstrekte gegevens een verklaring af, die door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging schriftelijk wordt vastgelegd en door betrokkene wordt ondertekend. -De gezinsleden van de aanvrager tekenen aldaar een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal wordt afgenomen door een medisch gekwalificeerd persoon in aanwezigheid van een medewerker van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging en wordt door de diplomatieke vertegenwoordiging verzonden naar het laboratorium waar het DNA-onderzoek zal worden verricht. +De gezinsleden van de aanvrager tekenen aldaar een verklaring van geen bezwaar met betrekking tot DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal wordt afgenomen door een medisch gekwalificeerd persoon in aanwezigheid van een ambtenaar van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging en wordt door de diplomatieke vertegenwoordiging verzonden naar het laboratorium waar het DNA-onderzoek zal worden verricht. -Het DNA-materiaal van de aanvrager in Nederland wordt in een van de in de ‘Circulaire legalisatie en verificatie van buitenlandsde bewijsstukken betreffende de staat van personen’ genoemde geaccrediteerde laboratoria in Nederland afgenomen, dan wel op een door dat laboratorium aangewezen plaats, door een medische gekwalificeerde in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het laboratorium. +Het DNA-materiaal van de aanvrager in Nederland wordt in een van de in de ‘Circulaire legalisatie en verificatie van buitenlands de bewijsstukken betreffende de staat van personen’ genoemde geaccrediteerde laboratoria in Nederland afgenomen, dan wel op een door dat laboratorium aangewezen plaats, door een medische gekwalificeerde in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het laboratorium. De uitslag van het DNA-onderzoek biedt een zekerheid met betrekking tot het bestaan van een biologische afstammingsrelatie van ten minste 99,99 % in het geval van beide ouders DNA-materiaal beschikbaar is, en ten minste 99,9% in het geval van één ouder DNA-materiaal beschikbaar is. De IND informeert de aanvrager over de uitslag van het DNA-onderzoek. @@ -5504,9 +5360,9 @@ Onder adoptiefkind wordt uitsluitend verstaan een kind dat – als gevolg van ee Erkenning van een buitenlandse adoptiebeslissing kan van rechtswege geschieden of door tussenkomst van de Nederlandse rechter. In de drie hieronder beschreven situaties zijn de bepalingen van B2 op de aanvraag van toepassing in plaats van de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk, uiteraard voor zover het kind ten gevolge van de in het buitenland uitgesproken adoptie niet de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. -Een adoptie die conform het verdrag tot stand is gekomen en is uitgesproken in een land dat is aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag wordt in alle andere verdragssluitende landen van rechtswege erkend, mits aan alle vereisten van beide landen is voldaan (zie B2/5.2.1.1 en B2/5.4.5). Een dergelijke adoptie is in Nederland direct rechtsgeldig. +Een adoptie die conform het verdrag tot stand is gekomen en is uitgesproken in een land dat is aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag wordt in alle andere verdragssluitende landen van rechtswege erkend, mits aan alle vereisten van beide landen is voldaan (zie B2/5.2.1.1). Een dergelijke adoptie is in Nederland direct rechtsgeldig. -In de situatie waarin de adoptie wél in het buitenland is uitgesproken, maar het land niet is aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag, is geen sprake van erkenning van rechtswege. Erkenning dient dan te geschieden door de Nederlandse rechter. In de Wet conflictenrecht adoptie is vastgelegd onder welke voorwaarden tot erkenning kan worden overgegaan (zie B2/5.2.1.2 en B2/5.4.5). Eén van de voorwaarden is dat de bepalingen van de Wobka in acht zijn genomen. B2 is in dit geval alleen van toepassing indien (bij inreis van het kind) de erkenning van de buitenlandse adoptiebeslissing door de Nederlandse rechter reeds voor handen is. +In de situatie waarin de adoptie wél in het buitenland is uitgesproken, maar het land niet is aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag, is geen sprake van erkenning van rechtswege. Erkenning dient dan te geschieden door de Nederlandse rechter. In de Wet conflictenrecht adoptie is vastgelegd onder welke voorwaarden tot erkenning kan worden overgegaan (zie B2/5.2.1.2). Eén van de voorwaarden is dat de bepalingen van de Wobka in acht zijn genomen. B2 is in dit geval alleen van toepassing indien (bij inreis van het kind) de erkenning van de buitenlandse adoptiebeslissing door de Nederlandse rechter reeds voor handen is. Als de procedure ingevolge de Wobka niet is gevolgd door adoptanten die hun woon- of verblijfplaats in Nederland hebben, kan aan het kind desondanks een verblijfsvergunning worden verleend op grond van het bepaalde in B2. Hiertoe is dan in ieder geval wel vereist dat bij een niet meer voor hogere voorziening vatbare beslissing van een Nederlandse rechter is bepaald dat de in het buitenland uitgesproken adoptie rechtsgeldig is. @@ -5514,15 +5370,7 @@ Als de procedure ingevolge de Wobka niet is gevolgd door adoptanten die hun woon Veelal zal de in het buitenland uitgesproken adoptie in Nederland kunnen worden erkend, hetzij op grond van het Haags Adoptieverdrag, hetzij op grond van de Wet conflictenrecht adoptie. -Het is echter mogelijk dat in Nederland (alsnog) in de adoptie moeten worden voorzien middels een adoptie naar Nederland recht. - -Hiervan kan sprake zijn indien het kind afkomstig is uit een land waarvan het nationale recht niet vereist dat de adoptiebeslissing ter plekke wordt uitgesproken. Er is dan wel voldaan aan de vereisten voor adoptie in het gezin in Nederland, maar er is nog geen adoptiebeslissing genomen. - -De adoptie vindt pas plaats nadat het kind gedurende een proefperiode (bijvoorbeeld een jaar) in het gezin van de aspirant-adoptiefouders is opgenomen geweest. Indien aan de vereisten voor adoptie is voldaan, neemt de buitenlandse autoriteit een besluit tot opname van het buitenlandse kind in het gezin van de aspirant-adoptiefouder(s) ter adoptie. Alsdan wordt ten behoeve van het kind een verblijfsvergunning verleend, in afwachting van de adoptie (zie B3/2.2 en verder). - -Ook in de situatie waarin de in het buitenland uitgesproken adoptie noch op grond van het Haags Adoptieverdrag, noch op grond van de Wet conflictenrecht adoptie kan worden erkend, wordt de beslissing op de aanvraag beheerst door de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk. - -Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op de aanvraag van een kind ten aanzien waarvan de bepalingen van de Wobka door de in Nederland woonachtige aspirant-adoptiefouders niet in acht zijn genomen en niet bij een niet meer voor hogere voorziening vatbare beslissing van een Nederlandse rechter is bepaald dat die in het buitenland uitgesproken adoptie rechtsgeldig is. +Het is echter mogelijk dat in Nederland (alsnog) in de adoptie moeten worden voorzien middels een adoptie naar Nederland recht. Hiervan kan sprake zijn indien het kind afkomstig is uit een land waarvan het nationale recht niet vereist dat de adoptiebeslissing ter plekke wordt uitgesproken. Er is dan wel voldaan aan de vereisten voor adoptie in het gezin in Nederland, maar er is nog geen adoptiebeslissing genomen. De adoptie vindt pas plaats nadat het kind gedurende een proefperiode (bijvoorbeeld een jaar) in het gezin van de aspirant-adoptiefouders is opgenomen geweest. Indien aan de vereisten voor adoptie is voldaan, neemt de buitenlandse autoriteit een besluit tot opname van het buitenlandse kind in het gezin van de aspirant-adoptiefouder(s) ter adoptie. Alsdan wordt ten behoeve van het kind een verblijfsvergunning verleend, in afwachting van de adoptie (zie B3/2.3 en verder). Ook in de situatie waarin de in het buitenland uitgesproken adoptie noch op grond van het Haags Adoptieverdrag, noch op grond van de Wet conflictenrecht adoptie kan worden erkend, wordt de beslissing op de aanvraag beheerst door de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk. Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op de aanvraag van een kind ten aanzien waarvan de bepalingen van de Wobka door de in Nederland woonachtige aspirant-adoptiefouders niet in acht zijn genomen en niet bij een niet meer voor hogere voorziening vatbare beslissing van een Nederlandse rechter is bepaald dat die in het buitenland uitgesproken adoptie rechtsgeldig is. #### 2.3. Voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning @@ -5532,21 +5380,21 @@ a. De vreemdeling is minderjarig (zie artikel 3.26, eerste lid, Vb); b. De vreemdeling wil verblijven in het gezin van een of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw (zie artikel 3.26, eerste lid, Vb); en c. Er is voldaan aan de vereisten van de Wobka (zie artikel 3.26, eerste lid, Vb). -De opneming van een buitenlands kind ter adoptie door personen die in Nederland hun gewone verblijf hebben, is ingevolge de Wobka uitsluitend toegestaan, indien hiertoe door de Minister van Justitie (Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties) een beginseltoestemming is afgegeven. Deze beginseltoestemming wordt niet slechts afgegeven aan echtparen (van ongelijk geslacht), doch ook aan één persoon en betreft in beginsel slechts de opneming van één kind en geldt voor een periode van drie jaren met de mogelijkheid van verlenging met telkens ten hoogste drie jaren. Het is de bevoegdheid van de Minister van Justitie om in bepaalde gevallen hiervan af te wijken; +Aan de vereisten van de Wobka is voldaan, indien: -Het buitenlandse kind mag op het tijdstip van binnenkomst in Nederland de leeftijd van zes jaren niet bereikt hebben, behoudens de bevoegdheid van de Minister van Justitie om in bijzondere gevallen, op schriftelijk verzoek van de aspirant-adoptiefouders, een afwijking van deze leeftijdsgrens toe te staan. Ook mag er niet meer dan 40 jaar leeftijdsverschil zijn tussen het kind en de aspirant-adoptiefouders, behoudens de bevoegdheid van de Minister van Justitie om in bijzondere gevallen een afwijking van toe te staan, in dat geval kan de Minister eisen stellen aan de leeftijd van het kind; +De Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering een beginseltoestemming heeft afgegeven (artikel 2 Wobka) De opneming van een buitenlands kind ter adoptie door personen die in Nederland hun gewone verblijf hebben, is ingevolge de Wobka uitsluitend toegestaan, indien hiertoe door de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering (Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties) een beginseltoestemming is afgegeven. Deze beginseltoestemming wordt niet slechts afgegeven aan echtparen (van ongelijk geslacht), doch ook aan één persoon en betreft in beginsel slechts de opneming van één kind en geldt voor een periode van drie jaren met de mogelijkheid van verlenging met telkens ten hoogste drie jaren. Het is de bevoegdheid van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering om in bepaalde gevallen hiervan af te wijken. -Door de aspirant-adoptiefouders dient een in het land van herkomst recent afgegeven (niet langer dan zes maanden geleden) medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse kind te worden overgelegd, waaruit blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. +Het buitenlandse kind mag op het tijdstip van binnenkomst in Nederland de leeftijd van zes jaren niet bereikt hebben, behoudens de bevoegdheid van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering om in bijzondere gevallen, op schriftelijk verzoek van de aspirant-adoptiefouders, een afwijking van deze leeftijdsgrens toe te staan. Ook mag er niet meer dan 40 jaar leeftijdsverschil zijn tussen het kind en de aspirant-adoptiefouders, behoudens de bevoegdheid van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering om in bijzondere gevallen een afwijking hiervan toe te staan, in dat geval kan de Minister eisen stellen aan de leeftijd van het kind; -Indien uit de medische verklaring niet blijkt dat op TBC is getest, dient het kind (hier te lande) alsnog een onderzoek ter zake te ondergaan. Indien daaraan of aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen niet wordt meegewerkt, wordt de aanvraag met toepassing van artikel 3.79 Vb afgewezen (zie ook B1/4.5). +Door de aspirant-adoptiefouders dient een in het land van herkomst recent afgegeven (niet langer dan zes maanden geleden) medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse kind te worden overgelegd, waaruit blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. Indien uit de medische verklaring niet blijkt dat op TBC is getest, dient het kind (hier te lande) alsnog een onderzoek ter zake te ondergaan. Indien daaraan of aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen niet wordt meegewerkt, wordt de aanvraag met toepassing van artikel 3.79 Vb afgewezen (zie ook B1/4.5). Het vorenstaande is uiteraard niet van toepassing indien het kind op grond van zijn nationaliteit is vrijgesteld van het vereiste van het ondergaan van een onderzoek naar en/of behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen. -Het vorenstaande is uiteraard niet van toepassing indien het kind op grond van zijn nationaliteit is vrijgesteld van het vereiste van het ondergaan van een onderzoek naar en/of behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen. +Door de aspirant-adoptiefouders dient gebruik te zijn gemaakt van een bemiddelende, vergunninghoudende instantie, bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka. Indien niet van een zodanige instantie doch van andere contacten gebruik is gemaakt, dient de daartoe ex artikel 7a Wobka benodigde toestemming van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering te zijn verleend. -Door de aspirant-adoptiefouders dient gebruik te zijn gemaakt van een bemiddelende, vergunninghoudende instantie, bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka. Indien niet van een zodanige instantie doch van andere contacten gebruik is gemaakt, dient de daartoe ex artikel 7a Wobka benodigde toestemming van de Minister van Justitie te zijn verleend; +De afstand door ouder(s) en de instemming van de autoriteiten uit het land van herkomst van het kind is verkregen (artikel 8 onder d en e Wobka). Door de aspirant-adoptiefouders dient op bevredigende wijze door middel van officiële gelegaliseerde bescheiden (zie B2/8) te worden aangetoond dat de afstand door de ouder(s) van het buitenlandse kind naar behoren is geregeld. Op gelijke wijze dienen de aspirant-adoptiefouders aan te tonen dat de autoriteiten van het land van herkomst instemmen met de opneming, door hen, van het kind. -Ingevolge de Wobka zijn de aspirant-adoptiefouders vanaf het tijdstip van vertrek van het buitenlandse kind naar Nederland verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van dat kind als ware het hun eigen kind. De kosten van een eventuele terugkeer naar het land van herkomst van het kind komen te hunnen laste. In het kader van het onderzoek met het oog op het afgeven van de beginseltoestemming, wordt door de Minister van Justitie bezien of de aspirant-adoptiefouders duurzaam over voldoende zelfstandige middelen van bestaan beschikken. +Ingevolge de Wobka zijn de aspirant-adoptiefouders vanaf het tijdstip van vertrek van het buitenlandse kind naar Nederland verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van dat kind als ware het hun eigen kind. De kosten van een eventuele terugkeer naar het land van herkomst van het kind komen te hunnen laste. In het kader van het onderzoek met het oog op het afgeven van de beginseltoestemming, wordt door de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering bezien of de aspirant-adoptiefouders duurzaam over voldoende zelfstandige middelen van bestaan beschikken. De aanvraag wordt niet afgewezen wegens: @@ -5565,11 +5413,7 @@ Het kind dient zich binnen drie dagen na aankomst in Nederland aan te melden bij ##### 2.5.2. Plaats van indiening van de aanvraag -Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd dient het kind zich te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft. Deze stelt de aspirant-adoptiefouder in de gelegenheid ten behoeve van het kind een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te dienen. - -De aspirant-adoptiefouder toont de originele beginseltoestemming van de Minister van Justitie voor opneming bij de burgemeester. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. - -De burgemeester zendt een kopie van de beginseltoestemming tezamen met het originele aanvraagformulier en de andere overgelegde bescheiden naar de IND ter afhandeling van de aanvraag. Hij retourneert de beginseltoestemming – voor zover deze in origineel is overgelegd – aan de vreemdeling. +Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd dient het kind zich te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft. Deze stelt de aspirant-adoptiefouder in de gelegenheid ten behoeve van het kind een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te dienen. De aspirant-adoptiefouder toont de originele beginseltoestemming van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering voor opneming bij de burgemeester. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. De burgemeester zendt een kopie van de beginseltoestemming tezamen met het originele aanvraagformulier en de andere overgelegde bescheiden naar de IND ter afhandeling van de aanvraag. Hij retourneert de beginseltoestemming – voor zover deze in origineel is overgelegd – aan de vreemdeling. ##### 2.5.3. De controletaak van de politie ingevolge de @@ -5578,17 +5422,13 @@ Ingevolge artikel 25, tweede lid van de Wobka zijn met de controle op de nalevin – de directeur van de Raad voor de Kinderbescherming alsmede de door hem aangewezen ambtenaren; – de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen en de grensbewaking. -De politie controleert derhalve of aan de voorwaarden als bedoeld onder de artikelen 2 en 8 Wobka is voldaan. De inhoud van de artikelen 2 en 8 Wobka komt overeen met de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als vermeld onder B3/2.2.2. +De politie controleert derhalve of aan de voorwaarden als bedoeld onder de artikelen 2 en 8 Wobka is voldaan. De inhoud van de artikelen 2 en 8 Wobka komt overeen met de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als vermeld onder B3/2.2.2. Het kind zal zich hiertoe na het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfplaats met zijn aspirant-adoptiefouder(s) opnieuw dienen te vervoegen bij het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. -Het kind zal zich hiertoe na het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfplaats met zijn aspirant-adoptiefouder(s) opnieuw dienen te vervoegen bij het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. - -Het originele document, waaruit de beginseltoestemming van de Minister van Justitie voor de opneming blijkt, wordt bij de politie getoond. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. +Het originele document, waaruit de beginseltoestemming van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering voor de opneming blijkt, wordt bij de politie getoond. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. De politie vult tezamen met de aspirant-adoptiefouder(s) en in aanwezigheid van het kind het formulier model M67 in. Voor zover de politie ter invulling van het model M67 gegevens nodig heeft waar zij zelf niet over beschikt, maar de IND wel, worden deze gegevens haar op haar verzoek verstrekt door de IND. De aspirant-adoptiefouder(s) zendt/zenden vervolgens zelf het ingevulde model M67 naar de IND, zodat de inhoud daarvan bij de besluitvorming van de aanvraag kan worden betrokken. -Indien de politie een gegrond vermoeden heeft dat in strijd met het gestelde onder B3/2.2.2 wordt gehandeld, legt zij dit vast in een proces-verbaal, en doet hiervan onverwijld mededeling aan de IND. - -Zij stelt eveneens de Officier van Justitie en de betrokken Raad voor de Kinderbescherming op de hoogte. Indien de opneming van een buitenlands kind is geschied zonder dat vooraf een beginseltoestemming is verkregen, kan de Officier van Justitie de minderjarige voorlopig aan de Raad voor de Kinderbescherming toevertrouwen, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van de minderjarige. +Indien de politie een gegrond vermoeden heeft dat in strijd met het gestelde onder B3/2.2.2 wordt gehandeld, legt zij dit vast in een proces-verbaal, en doet hiervan onverwijld mededeling aan de IND. Zij stelt eveneens de Officier van Justitie en de betrokken Raad voor de Kinderbescherming op de hoogte. Indien de opneming van een buitenlands kind is geschied zonder dat vooraf een beginseltoestemming is verkregen, kan de Officier van Justitie de minderjarige voorlopig aan de Raad voor de Kinderbescherming toevertrouwen, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van de minderjarige. #### 2.6. Het kind wordt niet als Nederlander in de GBA opgenomen @@ -5652,10 +5492,16 @@ De aspirant-pleegouders verstrekken bij de ten behoeve van het kind in te dienen – een ten behoeve van het kind in het land van herkomst afgegeven medische verklaring. Indien uit die verklaring niet blijkt dat het kind, voor zover dat op grond van zijn nationaliteit niet is vrijgesteld van een onderzoek naar TBC aan de luchtwegen, een onderzoek op TBC heeft doorstaan, dan dient het kind alsnog (bereid te zijn) een onderzoek naar en/of de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan. Daartoe wordt de bij het aanvraagformulier gevoegde bijlage ‘TBC verklaring’ ondertekend; – de instemmingverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers van het kind dan wel van de autoriteiten in het land van herkomst waaruit blijkt dat deze instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; -– een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden die in het land van herkomst wonen. +– een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden die in het land van herkomst wonen; – bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikken; en – een volledige ingevulde garantverklaring (zie bijlage 6c VV). +De gevraagde officiële buitenlandse bescheiden dienen gelegaliseerd te zijn (zie B2/8). + +Na onderzoek zal, met inachtneming van de relevante omstandigheden op de aanvraag worden beslist. + +Zo nodig wint het Hoofd van de Visadienst dan wel de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering aanvullende gegevens in bij de Raad voor de Kinderbescherming omtrent de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind. + ##### 3.3.3. Kennisgeving aan de gemeente Ingevolge artikel 5 Pleegkinderenwet is het hoofd van het pleeggezin verplicht van de opneming van een pleegkind binnen één week schriftelijk kennis te geven aan burgemeester en wethouders van de gemeente van verblijf. @@ -5708,7 +5554,7 @@ Daarnaast zijn de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. De verb Als oud-Nederlanders kunnen in ieder geval worden aangemerkt: -– vreemdelingen die door naturalisatie het Nederlanderschap hebben verloren; hierbij kan gedacht worden aan de zogenaamde spijtemigranten uit landen als Amerika, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika; +– vreemdelingen die door naturalisatie het Nederlanderschap hebben verloren; hierbij kan gedacht worden aan de zogenaamde spijtemigranten uit landen als de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika; – vrouwen die door of in verband met hun huwelijk het Nederlanderschap hebben verloren; – vreemdelingen die voor 1 januari 1985 het Nederlanderschap hebben verloren wegens het zich zonder Koninklijk verlof begeven in vreemde krijgs- of staatsdienst (zie artikel 7, onder 4, Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap van 1892) en nadien (eventueel) een vreemde nationaliteit hebben verworven. @@ -6079,9 +5925,7 @@ Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loo De maximale duur van een TWV is ingevolge artikel 11, eerste lid, Wav drie jaar. -De verblijfsvergunning is in geen geval langer geldig dan tot een maand voor de afloopdatum van het document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.68 Vb). - -In verband met de regel dat een vreemdeling na drie jaar bezit van een voor arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd vrij is op de arbeidsmarkt (zie artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, Wav), is het van belang dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zo veel mogelijk gelijk is aan de ingangsdatum van de TWV. Komt de duur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd na drie jaar niet overeen met de geldigheidsduur van de TWV dan dient tijdig d.w.z. voor afloop van de TWV waarvan verlening wordt beoogd, opgenomen te worden met de CWI om indien gewenst verlenging van de TWV aan te vragen. +In verband met de regel dat een vreemdeling na drie jaar bezit van een voor arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd vrij is op de arbeidsmarkt (zie artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, Wav), is het van belang dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zo veel mogelijk gelijk is aan de ingangsdatum van de TWV. Komt de duur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd na drie jaar niet overeen met de geldigheidsduur van de TWV dan dient tijdig d.w.z. voor afloop van de TWV waarvan verlening wordt beoogd, contact opgenomen te worden met de CWI om indien gewenst verlenging van de TWV aan te vragen. #### 2.4. Beperking @@ -6159,15 +6003,13 @@ Vreemdelingen die verblijf als godsdienstleraar of geestelijk voorganger in Nede Er dient te zijn voldaan aan zowel de vereisten van artikel 3.31 Vb (zie B5/2) als artikel 3.33 Vb. -De buitenlandse godsdienstleraar of geestelijk voorganger die op verzoek van een bepaalde groepering naar Nederland wil komen, komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in aanmerking, indien hij beschikt over een geldige mvv voor dat doel. Daarvoor is onder meer vereist dat die groepering dan wel de werkgever beschikt over een TWV voor het door de vreemdeling laten verrichten van werkzaamheden in die hoedanigheid. - -CWI beoordeelt op grond van de Wav of een TWV kan worden afgegeven. Daarnaast stelt de IND een onderzoek in of er uit het oogpunt van de openbare rust en de openbare orde bezwaar bestaat tegen het verblijf van de godsdienstleraar dan wel geestelijk voorganger in Nederland en: of de betrokken groepering op wier verzoek de godsdienstleraar of geestelijk voorganger zijn werkzaamheden zal gaan uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de godsdienstleraar of geestelijk voorganger handhaaft. +De buitenlandse godsdienstleraar of geestelijk voorganger die op verzoek van een bepaalde groepering naar Nederland wil komen, komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in aanmerking, indien hij beschikt over een geldige mvv voor dat doel. Daarvoor is onder meer vereist dat die groepering dan wel de werkgever beschikt over een TWV voor het door de vreemdeling laten verrichten van werkzaamheden in die hoedanigheid. CWI beoordeelt op grond van de Wav of een TWV kan worden afgegeven. Daarnaast stelt de IND een onderzoek in of er uit het oogpunt van de openbare rust en de openbare orde bezwaar bestaat tegen het verblijf van de godsdienstleraar dan wel geestelijk voorganger in Nederland en of de betrokken groepering op wier verzoek de godsdienstleraar of geestelijk voorganger zijn werkzaamheden zal gaan uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de godsdienstleraar of geestelijk voorganger handhaaft. Door dit onderzoek wordt voorkomen dat problemen ontstaan, voortvloeiend uit culturele, politieke of religieuze tegenstellingen. De IND onderzoekt voorts of aan de overige voorwaarden is voldaan. -Het verblijf als godsdienstleraar en geestelijk voorganger is ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb tijdelijk van aard, tenzij het betreft een vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije. +Het verblijf als godsdienstleraar en geestelijk voorganger is ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb tijdelijk van aard, tenzij het betreft een vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80. ##### 4.1.2. Beperking @@ -6308,7 +6150,7 @@ De verblijfsvergunning kan na twee jaren verblijf als dienstverrichter in Nederl Gezinsleden van de dienstverrichter aan wie op grond van het vorenstaande een verblijfsvergunning is verleend, zijn niet vrijgesteld van de TWV-plicht. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’. -B2 is van toepassing, met uitzondering van de middeleneis, de TBC-keuring (tenzij het gezinslid niet verblijft in een EU/EER-land danwel Zwitserse Bondsstaat) en het beleid inzake voortgezet verblijf na gezinshereniging (zie B16). +B2 is van toepassing, met uitzondering van de middeleneis, de TBC-keuring (tenzij het gezinslid niet verblijft in een EU/EER-land danwel Zwitserland) en het beleid inzake voortgezet verblijf na gezinshereniging (zie B16). #### 4.5. Stagiaires en practicanten @@ -6320,9 +6162,7 @@ Met de regering van Canada is een Memorandum van Overeenstemming gesloten inzake – Canadees onderdaan zijn; en – woonachtig zijn in Canada; en -– ten minste achttien en niet ouder dan dertig jaar zijn, dat zij studeren dan wel op het moment van de aanvraag niet langer dan twaalf maanden geleden zijn afgestudeerd. - -Voor stagiairs uit EU/EER-landen of de Zwitserse Bondsstaat geldt het gestelde in B10/4.2. Voor vreemdelingen uit andere landen geldt het gestelde onder B/5.2. +– ten minste achttien en niet ouder dan dertig jaar zijn, dat zij studeren dan wel op het moment van de aanvraag niet langer dan twaalf maanden geleden zijn afgestudeerd. Voor stagiairs uit EU/EER-landen of Zwitserland geldt het gestelde in B10/4.2. Voor vreemdelingen uit andere landen geldt het gestelde onder B/5.2. Onder practicant wordt verstaan een vreemdeling die naar Nederland komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is. @@ -6516,7 +6356,7 @@ Voor arbeid van langer dan 12 weken kan er pas een TWV worden afgegeven indien e ##### 4.7.2. Grensarbeiders -Het in B5/4.7.1 gestelde is van overeenkomstige toepassing op grensarbeiders, waaronder hier wordt verstaan in Nederland tewerkgestelde vreemdelingen die hun woonplaats hebben in België of in de Bondsrepubliek Duitsland waarheen zij in beginsel dagelijks, of ten minste eenmaal per week terugkeren. Het gaat daarbij met name om vreemdelingen die in België verblijf houden en in het bezit zijn van een geldige Belgische of Luxemburgse identiteitskaart voor vreemdelingen, dan wel van een Belgisch bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister. +Het in B5/4.7.1 gestelde is van overeenkomstige toepassing op grensarbeiders, waaronder hier wordt verstaan in Nederland tewerkgestelde vreemdelingen die hun woonplaats hebben in België of in Duitsland waarheen zij in beginsel dagelijks, of ten minste eenmaal per week terugkeren. Het gaat daarbij met name om vreemdelingen die in België verblijf houden en in het bezit zijn van een geldige Belgische of Luxemburgse identiteitskaart voor vreemdelingen, dan wel van een Belgisch bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister. Door het feit dat zij grensarbeid verrichten komen zij niet toe aan het tijdstip waarop zij, ingevolge het bepaalde in artikel 3.3 Vb, een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zouden moeten hebben. Ook is het gestelde in artikel 4.47 en 4.48 Vb over de aanmeldingsplicht niet van toepassing. @@ -6625,18 +6465,22 @@ De arbeidsongeschiktheid is niet van invloed op de verblijfsrechtelijke positie ##### 5.4.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd -Arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden onderscheiden in de onderstaande categorieën. - -##### 5.4.3. Volledig arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers +Arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden onderscheiden in de onderstaande categorieën: Indien sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid waarvoor een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, wordt een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet afgewezen wegens (voor zover hier van belang) het niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan in dat geval worden verlengd (zie artikel 3.89 Vb). -##### 5.4.4. Gedeeltelijk arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers - In geval de buitenlandse werknemer echter werk in het kader van de Wsw verricht en aanspraak bestaat op een uitkering krachtens de WAO/WIA geldt hetzelfde als onder B5/5.4.3 werd vermeld. Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers die niet werken in het kader van de Wsw geldt in geval van (eveneens gedeeltelijke) werkloosheid de in B5/5.3 weergegeven regeling. +##### 5.4.3. Volledig arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers + +20073822-02-200703-01-20072007/0120073822-02-200703-01-20072007/0101-03-2007 + +##### 5.4.4. Gedeeltelijk arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers + +20073822-02-200703-01-20072007/0120073822-02-200703-01-20072007/0101-03-2007 + #### 5.5. Samenwerking met CWI, UWV en de Gemeentelijke Sociale Dienst De IND dient zich er ook bij verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van te vergewissen, of de houder van de vergunning nog werkzaam is. Dit kan niet alleen worden vastgesteld door het overleggen van een TWV, maar dient te worden aangevuld met een werkgeversverklaring. @@ -6766,37 +6610,27 @@ Er is sprake van gevaar voor dan wel een inbreuk op de openbare orde op grond wa Indien wordt voldaan aan de algemene voorwaarden genoemd onder B5/7.1 tot en met B5/7.6, kan voor verlening van een verblijfsvergunning voor het uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf in economische zin in aanmerking komen de vreemdeling die: -a. *in Nederland zelfstandige ondernemersactiviteiten gaat verrichten*; - -Het moet gaan om activiteiten van een nieuwe onderneming. - -Een onderneming is in elk geval nieuw als: +a. in Nederland zelfstandige ondernemersactiviteiten gaat verrichten; Het moet gaan om activiteiten van een nieuwe onderneming. Een onderneming is in elk geval nieuw als: – deze voor het eerst tot de markt toetreedt en wordt ingeschreven in het handelsregister; – er sprake is van een wijziging in de rechtsvorm en tegelijkertijd in de bedrijfsleiding (uitbreiding, inkrimping, vervanging); – de bedrijfsactiviteit ingrijpend wordt gewijzigd. - -Er blijft in elk geval sprake van een bestaande onderneming indien: - +- Er blijft in elk geval sprake van een bestaande onderneming indien: – de rechtsvorm wijzigt maar niet de bedrijfsleiding, of – een andere verandering (bijvoorbeeld adres, wijziging in handelsnaam) plaatsvindt. - -Verder wordt uitgesloten de vreemdeling die: - +- Verder wordt uitgesloten de vreemdeling die: – op de loonlijst van een bedrijf in Nederland staat, maar zelf nog in het buitenland woont; – geld investeert in een bedrijf in Nederland, maar zelf verder geen ondernemersactiviteiten verricht; en -b. *de leeftijd van 60 jaar nog niet heeft bereikt* (voor Turkse onderdanen geldt dit vereiste niet op grond van de standstillbepaling van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij het Associatieverdrag); en -c. *met zijn bedrijfsactiviteit een wezenlijk Nederlands economisch belang dient;* +b. de leeftijd van 60 jaar nog niet heeft bereikt (voor Turkse onderdanen geldt dit vereiste niet op grond van de standstillbepaling van artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije); en +c. met zijn bedrijfsactiviteit een wezenlijk Nederlands economisch belang dient; Dit is het geval indien: – de bedrijfsactiviteit duidelijk innovatieve waarde heeft, dat wil zeggen iets positiefs toevoegt aan de Nederlandse economie; – de bedrijfsactiviteit niet concurrentieverstorend werkt in die zin dat afbreuk wordt gedaan aan een gezonde marktconcurrentie; en -d. * voor het uitoefenen van de bedrijfsactiviteit uit het buitenland dient te worden aangetrokken.* +d. voor het uitoefenen van de bedrijfsactiviteit uit het buitenland dient te worden aangetrokken. Dit wil zeggen dat in de beoogde functie niet kan worden voorzien door het aantrekken van een Nederlandse ingezetene dan wel een vreemdeling met een geldige verblijfstitel. Op de regel dat alleen iemand uit het buitenland kan worden aangetrokken als in Nederland niemand voorhanden is, kan slechts een uitzondering gemaakt worden indien het gaat om langer gevestigde, goed renderende bedrijven. Het gaat hier slechts om een opvolger van de exploitant, wanneer deze onvoorzien door langdurige ziekte of overlijden uitvalt. -Dit wil zeggen dat in de beoogde functie niet kan worden voorzien door het aantrekken van een Nederlandse ingezetene dan wel een vreemdeling met een geldige verblijfstitel. Op de regel dat alleen iemand uit het buitenland kan worden aangetrokken als in Nederland niemand voorhanden is, kan slechts een uitzondering gemaakt worden indien het gaat om langer gevestigde, goed renderende bedrijven. Het gaat hier slechts om een opvolger van de exploitant, wanneer deze onvoorzien door langdurige ziekte of overlijden uitvalt. - -Om te beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden onder c en d genoemd, dient door de IND advies te worden gevraagd aan de Minister van EZ, met uitzondering van de bedrijfsactiviteiten onder B5/7.8 en verder genoemd (zie circulaire van de Minister van EZ van 4 november 1992 DMO/DCM/AM92081647). +Om te beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden onder c en d genoemd, dient door de IND advies te worden gevraagd aan de Minister van EZ, met uitzondering van de bedrijfsactiviteiten onder B5/7.8 en verder genoemd (zie circulaire van de Minister van EZ van 4 november 1992 DMO/DCM/ AM92081647). Bij een adviesaanvraag dienen in elk geval de volgende gegevens te worden overgelegd: @@ -7363,7 +7197,7 @@ Indien de vreemdeling een gemeenschapsonderdaan is in de zin van artikel 1, aanh #### 2.3. Voorwaarden als de vreemdeling de Surinaamse nationaliteit heeft -Voor de vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, die op medische indicatie en in het bezit van een daartoe afgegeven visum naar Nederland is gekomen, is artikel 3.47 Vb en de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname van 23 januari 1981 (Trb 1981, 35) van toepassing (zie B11/15). +Voor de vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, die op medische indicatie en in het bezit van een daartoe afgegeven visum naar Nederland is gekomen, is artikel 3.47 Vb en de Overeenkomst Nederland-Suriname 1981 (Trb 1981, 35) van toepassing (zie B11/15). ### 3. Medische noodsituatie @@ -7879,115 +7713,95 @@ Om te verzekeren dat de minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende De vreemdeling aan wie ingevolge de bepalingen van B2 een verblijfsvergunning voor verblijf bij het slachtoffer-aangever of de getuige-aangever is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in artikel 3.50 Vb, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a en o, Vb en B16). -## 10. Eu-recht +## 10. EU-recht ### 1. Inleiding -Dit hoofdstuk heeft betrekking op onderdanen van de staten die partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de EG (EG-Verdrag) en het Verdrag van Maastricht (EU), de Overeenkomst betreffende de EER en de Overeenkomst tussen de EG en haar lidstaten enerzijds en de Zwitserse Bondsstaat anderzijds, over het vrije verkeer van personen, alsmede de familieleden van deze onderdanen, ongeacht hun nationaliteit. +Dit hoofdstuk heeft betrekking op onderdanen van de staten die partij zijn bij het EG-Verdrag en het EU-Verdrag, de EER-overeenkomst en de Overeenkomst EG-Zwitserland, over het vrije verkeer van personen, alsmede de familieleden van deze onderdanen, ongeacht hun nationaliteit. #### 1.1. Associatie- en samenwerkingsovereenkomsten De bijzondere bepalingen die gelden voor onderdanen van staten waarmee de EU een associatie- of samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten, zijn vermeld in B11. -#### 1.2. Partijen bij het EG-Verdrag en het Verdrag van Maastricht +#### 1.2. Partijen bij het EG-Verdrag en het EU-Verdrag -Partijen bij het EG-Verdrag en het Verdrag van Maastricht zijn: Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Noord-Ierland, Griekenland, Portugal, Spanje, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Voor het toepasselijke overgangsrecht zie B10/8. +Partijen bij het EG-Verdrag en het EU-Verdrag: Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Portugal, Spanje, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Voor het toepasselijke overgangsrecht (zie B10/8). Voor het toepassingsgebied van zowel binnen als buiten Europa gelegen grondgebieden van lidstaten wordt verwezen naar A2/6.2.2. -Poolse en Tsjechische onderdanen, die via afstamming tevens de Duitse nationaliteit bezitten, dienen, voor zover zij stellen op grond daarvan rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag, naast het ‘Staatsangehörigkeitsausweis’ tevens in het bezit te zijn van een geldig Duits nationaal paspoort, een geldige Duitse ‘Personalausweis’ of een ander document als genoemd in bijlage 2 bij het VV. Indien dat niet het geval is, is het gestelde in B10/8 op hen van toepassing. - -Het ‘Staatsangehörigkeitsausweis’ is overigens geen document dat bestemd is voor internationaal rechtsverkeer. +Poolse en Tsjechische onderdanen, die via afstamming tevens de Duitse nationaliteit bezitten, dienen, voor zover zij stellen op grond daarvan rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag, naast het ‘Staatsangehörigkeitsausweis’ tevens in het bezit te zijn van een geldig Duits nationaal paspoort, een geldige Duitse ‘Personalausweis’ of een ander document als genoemd in bijlage 2 bij het VV. Indien dat niet het geval is, is het gestelde in B10/8 op hen van toepassing. Het ‘Staatsangehörigkeitsausweis’ is overigens geen document dat bestemd is voor internationaal rechtsverkeer. #### 1.3. Partijen bij de Overeenkomst betreffende de EER -Partijen bij de EER-Overeenkomst zijn, behalve de onder B10/1.2 genoemde partijen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. +Deze Overeenkomst is gesloten tussen IJsland, Noorwegen, Liechtenstein en de onder B10/1.2 genoemde partijen. -#### 1.4. De Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat +#### 1.4. De Overeenkomst EG-Zwitserland -Partijen bij deze Overeenkomst zijn, naast de onder B10/1.2 genoemde partijen: de EG en de Zwitserse Bondsstaat. +Deze Overeenkomst is gesloten tussen Zwitserland en de onder B10/1.2 genoemde partijen. #### 1.5. Definitie gemeenschapsonderdanen In artikel 1, aanhef en onder e, Vw wordt een definitie gegeven van het begrip ‘gemeenschapsonderdanen’. Onder gemeenschapsonderdanen wordt het volgende verstaan: -– onderdanen van de lidstaten van de EU (burgers van de Unie), die op grond van het Verdrag tot oprichting van de EG (EG-Verdrag) gerechtigd zijn een andere lidstaat binnen te komen en er te verblijven, alsmede hun familieleden, die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die uit hoofde van een ter toepassing van het Verdrag tot oprichting van de EG genomen besluit gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven; -– onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de EER van 2 mei 1992, die terzake van binnenkomst en verblijf in een lidstaat rechten genieten die gelijk zijn aan die van burgers van de lidstaten van de EU, alsmede hun familieleden, die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens bovengenoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven; -– onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat die op grond van de Overeenkomst tussen de EG en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86), gerechtigd zijn een andere lidstaat binnen te komen en er te verblijven, alsmede hun familie- en gezinsleden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens de bovengenoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven. +– onderdanen van de lidstaten van de EU (burgers van de Unie), die op grond van het EG-Verdrag gerechtigd zijn een andere lidstaat binnen te komen en er te verblijven, alsmede hun familieleden, die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die uit hoofde van een ter toepassing van het Verdrag tot oprichting van de EG genomen besluit gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven; +– onderdanen van een staat die partij is bij de EER-Overeenkomst, die terzake van binnenkomst en verblijf in een lidstaat rechten genieten die gelijk zijn aan die van burgers van de lidstaten van de EU, alsmede hun familieleden, die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens bovengenoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven; +– onderdanen van Zwitserland die op grond van de Overeenkomst EG-Zwitserland, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86), gerechtigd zijn een andere lidstaat binnen te komen en er te verblijven, alsmede hun familie- en gezinsleden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens de bovengenoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven. Een Nederlander is in beginsel niet aan te merken als gemeenschapsonderdaan, tenzij wordt vastgesteld dat betrokkene (ook) verblijfsrecht ontleent aan het gemeenschapsrecht. Hierbij kan worden gedacht aan een in Nederland gevestigde Nederlander die vanuit Nederland diensten verricht ten behoeve van dienstenontvangers in een andere lidstaat. Gemeenschapsonderdaan is ook de Nederlander die in een andere lidstaat gevestigd is geweest met het oog op het verrichten van economische activiteiten en zich nadien weer in Nederland heeft gevestigd en zijn economische activiteiten hier te lande voortzet (zie B10/3.4, B10/5.3.1, B10/5.3.2 en B10/5.4.2). #### 1.6. Terminologie -In dit hoofdstuk zullen de termen ‘Burger van de Unie’, ‘onderdaan van de EER’ en ‘onderdaan van een derde land’ worden gebruikt. - ‘Burger van de Unie’ is de term die wordt gebruikt voor iedere onderdaan van een lidstaat van de EU. ‘Onderdaan van de EER’ wordt gebruikt voor iedere onderdaan van de EU en van IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. - Het gezinslid, dat zelf geen onderdaan is van de EU of EER, valt niet onder deze termen. Voor zover een regel ook betrekking heeft op het gezinslid van een burger van de Unie, onderdaan van de EER of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, en zelf niet de nationaliteit heeft van één van deze lidstaten, wordt dit expliciet vermeld. - ‘Onderdaan van een derde land’ is iedereen die geen burger van de Unie is of onderdaan van een EER-lidstaat of van de Zwitserse Bondsstaat. - - - Burgers van de Unie, onderdanen van de EER, Zwitserse onderdanen, alsmede hun gezinsleden – ongeacht hun nationaliteit – die verblijfsrecht ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat, worden allen aangeduid als ‘gemeenschapsonderdanen’. Gemeenschapsonderdanen zijn echter niet in alle gevallen ook burgers van de Unie. Zo zijn de gezinsleden van de burger van de Unie, onderdaan van de EER of Zwitserland die verblijfsrecht ontlenen aan het EG-Verdrag of genoemde Overeenkomst, maar die niet de nationaliteit van deze staten bezitten, wel gemeenschapsonderdaan doch niet burger van de Unie. - -200620116-10-200630-08-20062006/30200620116-10-200630-08-20062006/3001-01-2007 +In dit hoofdstuk zullen de termen ‘Burger van de Unie’, ‘onderdaan van de EER’ en ‘onderdaan van een derde land’ worden gebruikt. ‘Burger van de Unie’ is de term die wordt gebruikt voor iedere onderdaan van een lidstaat van de EU. ‘Onderdaan van de EER’ wordt gebruikt voor iedere onderdaan van de EU en van IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. Het gezinslid, dat zelf geen onderdaan is van de EU of EER, valt niet onder deze termen. Voor zover een regel ook betrekking heeft op het gezinslid van een burger van de Unie, onderdaan van de EER of onderdaan van Zwitserland, en zelf niet de nationaliteit heeft van één van deze lidstaten, wordt dit expliciet vermeld. ‘Onderdaan van een derde land’ is iedereen die geen burger van de Unie is of onderdaan van een EER- lidstaat of van Zwitserland. + +Burgers van de Unie, onderdanen van de EER, Zwitserse onderdanen, alsmede hun gezinsleden – ongeacht hun nationaliteit – die verblijfsrecht ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland, worden allen aangeduid als ‘gemeenschapsonderdanen’. Gemeenschapsonderdanen zijn echter niet in alle gevallen ook burgers van de Unie. Zo zijn de gezinsleden van de burger van de Unie, onderdaan van de EER of Zwitserland die verblijfsrecht ontlenen aan het EG-Verdrag of genoemde Overeenkomst, maar die niet de nationaliteit van deze staten bezitten, wel gemeenschapsonderdaan doch niet burger van de Unie. #### 1.7. Aard van het verblijf van een burger van de Unie Het is burgers van de Unie en hun gezinsleden toegestaan om in Nederland te verblijven, tenzij zij verblijf houden in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag, dan wel de toegang of het verblijf is geweigerd op grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, openbare veiligheid of de volksgezondheid. -Ingevolge artikel 17, eerste lid, EG-Verdrag is een ieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit burger van de Unie. +Ingevolge artikel 17, eerste lid, EG-Verdrag is een ieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit burger van de Unie. Artikel 17, tweede lid, EG-Verdrag bepaalt voorts dat de burgers van de Unie de rechten genieten en zijn onderworpen aan de plichten die bij dit Verdrag zijn vastgesteld. Zij hebben het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij het EG-Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld (zie artikel 18 EG-Verdrag). Burgers van de Unie en hun gezinsleden ontlenen hun aanspraak op verblijf rechtstreeks aan het EG-Verdrag en de daaruit voortvloeiende Richtlijnen en Verordeningen. Het verblijfsrecht van burgers van de Unie ontstaat en vervalt van rechtswege. Onderdanen van de EER en van Zwitserland hebben aan de burger van de Unie gelijkwaardige rechten. Het verblijfsrecht van burgers van de Unie, onderdanen van de EER en van Zwitserland wordt op voorhand aangenomen, dus zonder tussenkomst van de Nederlandse overheid en zonder dat daadwerkelijk een besluit behoeft te worden genomen. Als regel geldt dat zij hier te lande wel verblijfsrecht hebben, maar niet in het bezit zijn van een verblijfsdocument. -Artikel 17, tweede lid, EG-Verdrag bepaalt voorts dat de burgers van de Unie de rechten genieten en zijn onderworpen aan de plichten die bij dit Verdrag zijn vastgesteld. Zij hebben het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij het EG-Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld (zie artikel 18 EG-Verdrag). - -Burgers van de Unie en hun gezinsleden ontlenen hun aanspraak op verblijf rechtstreeks aan het EG-Verdrag en de daaruit voortvloeiende Richtlijnen en Verordeningen. Het verblijfsrecht van burgers van de Unie ontstaat en vervalt van rechtswege. Onderdanen van de EER en van Zwitserland hebben aan de burger van de Unie gelijkwaardige rechten. - -Het verblijfsrecht van burgers van de Unie, onderdanen van de EER en van Zwitserland wordt op voorhand aangenomen, dus zonder tussenkomst van de Nederlandse overheid en zonder dat daadwerkelijk een besluit behoeft te worden genomen. Als regel geldt dat zij hier te lande wel verblijfsrecht hebben, maar niet in het bezit zijn van een verblijfsdocument. - -In Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden staat het burgerschap van de Unie centraal. Overwogen wordt dat het burgerschap van de Unie de fundamentele status dient te zijn van onderdanen van de lidstaten die hun recht van vrij verkeer en verblijf uitoefenen. De richtlijn verbindt het primaat van dit burgerschap met het codificeren en herzien van de bestaande Gemeenschapsinstrumenten waarin afzonderlijke regelingen zijn vastgesteld voor werknemers, zelfstandigen, studenten en andere niet-actieven. - -Richtlijn 2004/38/EG regelt de voorwaarden voor uitoefening van het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten door burgers van de Unie en hun familieleden, en de beperking daarvan om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid. Zij is van toepassing ten aanzien van iedere burger van de Unie die zich begeeft naar, of verblijft in, een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit, en diens familieleden die hem begeleiden of die zich bij hem voegen. +In Richtlijn 2004/38 staat het burgerschap van de Unie centraal. Overwogen wordt dat het burgerschap van de Unie de fundamentele status dient te zijn van onderdanen van de lidstaten die hun recht van vrij verkeer en verblijf uitoefenen. De richtlijn verbindt het primaat van dit burgerschap met het codificeren en herzien van de bestaande Gemeenschapsinstrumenten waarin afzonderlijke regelingen zijn vastgesteld voor werknemers, zelfstandigen, studenten en andere niet-actieven. Richtlijn 2004/38 regelt de voorwaarden voor uitoefening van het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten door burgers van de Unie en hun familieleden, en de beperking daarvan om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid. Zij is van toepassing ten aanzien van iedere burger van de Unie die zich begeeft naar, of verblijft in, een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit, en diens familieleden die hem begeleiden of die zich bij hem voegen. De kring van familieleden die aan de richtlijn het (accessoire) recht op vrij verkeer ontlenen, omvat de volgende personen: – de echtgenoot (zie artikel 8.7, tweede lid, onder a, Vb); -– de partner met wie de EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat een geregistreerd partnerschap heeft gesloten, voor zover de wetgeving van het gastland geregistreerd partnerschap gelijkstelt met huwelijk en aan de voorwaarden van de wetgeving van het gastland is voldaan. In Nederland is het geregistreerd partnerschap met een huwelijk gelijkgesteld (zie artikel 8.7, tweede lid, onder b, Vb); -– de ongehuwde partner, die een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met de EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, en op de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner voegt (zie artikel 8.7, vierde lid, Vb); -– de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn van de EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat of van de echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover zij jonger zijn dan 21 jaar of ten laste zijn van die onderdaan, echtgenoot of partner, en de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van bedoelde onderdaan, echtgenoot of partner, die van hem afhankelijk is (zie artikel 8.7, tweede lid, onder c en d, Vb). Hieronder vallen bijvoorbeeld de kinderen van 21 jaar en ouder, de ouders, maar ook de (achter)kleinkinderen en (over)grootouders; +– de partner met wie de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat een geregistreerd partnerschap heeft gesloten, voor zover de wetgeving van het gastland geregistreerd partnerschap gelijkstelt met huwelijk en aan de voorwaarden van de wetgeving van het gastland is voldaan. In Nederland is het geregistreerd partnerschap met een huwelijk gelijkgesteld (zie artikel 8.7, tweede lid, onder b, Vb); +– de ongehuwde partner, die een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met de EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland, en op de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner voegt (zie artikel 8.7, vierde lid, Vb); +– de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn van de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland of van de echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover zij jonger zijn dan 21 jaar of ten laste zijn van die onderdaan, echtgenoot of partner, en de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van bedoelde onderdaan, echtgenoot of partner, die van hem afhankelijk is (zie artikel 8.7, tweede lid, onder c en d, Vb). Hieronder vallen bijvoorbeeld de kinderen van 21 jaar en ouder, de ouders, maar ook de (achter)kleinkinderen en (over)grootouders; – overige gezinsleden. In de richtlijn (zie artikel 3, tweede lid, onder a, van deze richtlijn) is opgenomen dat het gastland – overeenkomstig zijn nationaal recht en onverminderd een persoonlijk recht van vrij verkeer of verblijf, binnenkomst en verblijf van andere familieleden vergemakkelijkt. In artikel 8.7, derde lid, Vb is in verband hiermee opgenomen dat de richtlijn eveneens van toepassing is op andere familieleden dan bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, Vb, voor zover zij in het land van herkomst ten laste zijn van, of inwonen bij, de onderdaan die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet, of zij vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de burger van de onderdaan strikt behoeven. De vreemdeling, die een geldig nationaal paspoort of geldige identiteitskaart van een lidstaat toont, toont daarmee aan burger te zijn van de Unie en wordt daarom geacht verblijfsrecht te ontlenen aan het gemeenschapsrecht en daarmee als gemeenschapsonderdaan rechtmatig hier te lande te verblijven in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, zolang en indien onderzoek niet heeft uitgewezen dat daaraan niet wordt voldaan. Dergelijk onderzoek is uitsluitend toegestaan indien er redelijke twijfel bestaat of aan de voorwaarden voor verblijf is voldaan. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn in de situatie waarin een economisch niet-actieve die het bewijs heeft geleverd dat hij aan de voorwaarden van artikel 7, eerste lid, onder b, van de richtlijn voldoet, of een van zijn familieleden, enige tijd na inschrijving niettemin een aanvraag indient voor bijstand. Of de situatie waarin een student die heeft verklaard over voldoende middelen van bestaan te beschikken na inschrijving toch een beroep doet op de bijstand of studiefinanciering voor het levensonderhoud. Ook kan gedacht worden aan een werknemer die door middel van een werkgeversverklaring heeft aangetoond over voltijds werk voor tenminste een jaar te beschikken, maar die binnen dat jaar een beroep doet op volledige bijstand of die zijn werk tijdens of kort na de wettelijke proeftijd, en derhalve ruim binnen het jaar, opgeeft en vervolgens een beroep doet op studiefinanciering voor het levensonderhoud voor een studie die geen verband houdt met zijn voorafgaande beroepsactiviteit. Ook valt te denken aan situaties waarin een familielid, dat niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezit, na vertrek van degene van wie zijn verblijfsrecht afhankelijk was of na diens overlijden, beroep doet op de bijstand. In al deze gevallen kan het verblijf, in geval is vastgesteld dat niet langer aan de relevante voorwaarden voor verblijf is voldaan, per beschikking worden beëindigd. Van een automatische beëindiging van het verblijf kan daarbij echter geen sprake zijn. Vanzelfsprekend geldt bij het vorenstaande dat bedoeld onderzoek door de Minister zich richt op de door de betrokken burger daartoe verschafte gegevens en bescheiden, ter onderbouwing van diens stelling dat hij een verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontleent, en voor zover die bescheiden ingevolge de ter zake geldende regels van gemeenschapsrecht mogen worden verlangd (zie B10/5.2). -Voor de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan en zijn gezinsleden, die geen verblijfsrecht aan de bepalingen van het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat kunnen ontlenen, gelden onverkort de overige bepalingen van de Vw en het (restrictieve) beleid. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan die verblijf in Nederland beoogt in het kader van gezinsvorming of -hereniging bij een Nederlands onderdaan (zie B2). De rechtsbescherming die onderdanen van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat genieten, ontlenen zij op grond van hun nationaliteit aan Richtlijn 2004/38 (zie B10/7). +Voor de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan en zijn gezinsleden, die geen verblijfsrecht aan de bepalingen van het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland kunnen ontlenen, gelden onverkort de overige bepalingen van de Vw en het (restrictieve) beleid. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan die verblijf in Nederland beoogt in het kader van gezinsvorming of -hereniging bij een Nederlands onderdaan (zie B2). De rechtsbescherming die onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland genieten, ontlenen zij op grond van hun nationaliteit aan Richtlijn 2004/38 (zie B10/7). ### 2. Algemeen #### 2.1. Toegang tot Nederland -Voor de regels met betrekking tot toegang van onderdanen van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat wordt verwezen naar A2/6.2.2. +Voor de regels met betrekking tot toegang van onderdanen van de EU/EER en van de Zwitserland wordt verwezen naar A2/6.2.2. #### 2.2. Mvv-vereiste -Onderdanen van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat zijn vrijgesteld van de plicht te beschikken over een geldige mvv. Voor familieleden van de onderdanen van de EU/EER of Zwitserse Bondsstaat, die zelf niet EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat zijn en afkomstig zijn uit een visumplichtig derde land (niet afkomstig uit een land genoemd in bijlage 2 VV), houdt dit in dat zij als gezinslid zonder mvv kort verblijf Nederland kunnen inreizen, teneinde alhier de gemeenschapsrechten uit te oefenen. De vrijstelling van het mvv-vereiste geldt eveneens indien genoemd gezinslid een geldige verblijfskaart van een andere lidstaat toont. Indien zij alleen reizen en uitsluitend de nationaliteit hebben van een visumplichtig derde land, geldt onverkort de visumplicht of het mvv-vereiste. Vorenstaande geldt ingevolge artikel 8.7 Vb ook voor familie- en gezinsleden van onderdanen uit de Zwitserse Bondsstaat. +Onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland zijn vrijgesteld van de plicht te beschikken over een geldige mvv. Voor familieleden van de onderdanen van de EU/EER of Zwitserland, die zelf niet EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn en afkomstig zijn uit een visumplichtig derde land (niet afkomstig uit een land genoemd in bijlage 2 VV), houdt dit in dat zij als gezinslid zonder mvv kort verblijf Nederland kunnen inreizen, teneinde alhier de gemeenschapsrechten uit te oefenen. De vrijstelling van het mvv-vereiste geldt eveneens indien genoemd gezinslid een geldige verblijfskaart van een andere lidstaat toont. Indien zij alleen reizen en uitsluitend de nationaliteit hebben van een visumplichtig derde land, geldt onverkort de visumplicht of het mvv-vereiste. Vorenstaande geldt ingevolge artikel 8.7 Vb ook voor familie- en gezinsleden van onderdanen uit Zwitserland. #### 2.3. Meldplicht bij de Korpschef -Onderdanen van de EU, EER, en van de Zwitserse Bondsstaat zijn niet verplicht hun aanwezigheid te melden bij de autoriteiten belast met toezicht. Indien zij verblijf beogen van langer dan drie maanden zijn zij wel verplicht zich aan te melden ter inschrijving bij de IND (zie artikel 8.12, vierde lid, Vb). +Onderdanen van de EU, EER, en van Zwitserland zijn niet verplicht hun aanwezigheid te melden bij de autoriteiten belast met toezicht. Indien zij verblijf beogen van langer dan drie maanden zijn zij wel verplicht zich aan te melden ter inschrijving bij de IND (zie artikel 8.12, vierde lid, Vb). #### 2.4. Aantonen identiteit en nationaliteit van een lidstaat -Om met succes beroep te kunnen doen op het gestelde in artikel 8.7 Vb en verder, dienen EU/EER onderdanen of Zwitserse onderdanen een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort over te leggen (conform bijlage 2 VV) dan wel op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. +Om met succes beroep te kunnen doen op het gestelde in artikel 8.7 Vb en verder, dienen EU/EER onderdanen of Zwitserse onderdanen een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort over te leggen (conform bijlage 2 VV) dan wel op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. De identiteitskaart of het paspoort dient overeenkomstig de wetgeving in de Lidstaat, waarvan zij onderdaan zijn, te zijn verstrekt. Hierop dient de nationaliteit van de onderdaan van de Lidstaat te zijn vermeld. Het enkele verlopen van de identiteitskaart of paspoort gedurende het rechtmatig verblijf in Nederland leidt niet tot verblijfsbeëindiging. -De identiteitskaart of het paspoort dient overeenkomstig de wetgeving in de Lidstaat, waarvan zij onderdaan zijn, te zijn verstrekt. Hierop dient de nationaliteit van de onderdaan van de Lidstaat te zijn vermeld. Het enkele verlopen van de identiteitskaart of paspoort gedurende het rechtmatig verblijf in Nederland leidt niet tot verblijfsbeëindiging. +De vreemdeling, die reeds in Nederland verblijft en stelt rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland, maar geen geldige identiteitskaart of een geldig paspoort, heeft overgelegd noch op andere wijze ondubbelzinnig zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond, wordt alsnog in de gelegenheid gesteld om dit over te leggen. Hiervoor dient een redelijke termijn te worden gegeven van twee weken. -De vreemdeling, die reeds in Nederland verblijft en stelt rechten te ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat, maar geen geldige identiteitskaart of een geldig paspoort, heeft overgelegd noch op andere wijze ondubbelzinnig zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond, wordt alsnog in de gelegenheid gesteld om dit over te leggen. Hiervoor dient een redelijke termijn te worden gegeven van twee weken. - -Indien de vreemdeling hieraan geen gevolg geeft, is niet vastgesteld dat hij de nationaliteit heeft van een lidstaat van de EU/EER of van de Zwitserse Bondsstaat. Hij verblijft daarmee niet rechtmatig in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw in Nederland. Op grond van artikel 61, eerste lid, Vw dient de vreemdeling met inachtneming van artikel 62 Vw Nederland uit eigen beweging te verlaten. Wanneer hij dat niet doet, kan hij ingevolge artikel 63 Vw worden uitgezet door of namens de Minister (zie B10/7.1). +Indien de vreemdeling hieraan geen gevolg geeft, is niet vastgesteld dat hij de nationaliteit heeft van een lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland. Hij verblijft daarmee niet rechtmatig in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw in Nederland. Op grond van artikel 61, eerste lid, Vw dient de vreemdeling met inachtneming van artikel 62 Vw Nederland uit eigen beweging te verlaten. Wanneer hij dat niet doet, kan hij ingevolge artikel 63 Vw worden uitgezet door of namens de Minister (zie B10/7.1). #### 2.5. Rechtmatig verblijf -Burgers van de Unie, onderdanen van de EER en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat, alsmede hun gezinsleden ongeacht hun nationaliteit, genieten rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, tenzij zij verblijf houden in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat. Voor andere EU/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden zijn de overige bepalingen van artikel 8 Vw voor de vaststelling van het rechtmatig verblijf van toepassing. - -Burgers van de Unie hebben het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij het EG-Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Onderdanen van de EER en van Zwitserland hebben daaraan gelijkwaardige rechten. Het vrije verkeer van personen brengt echter geen absoluut verblijfsrecht mee in de zin dat iedere burger van de Unie te allen tijde in Nederland verblijfsgerechtigd is. Ingevolge artikel 18, eerste lid, EG-Verdrag hebben zij, onder voorbehoud van de beperkingen en de voorwaarden van het EG-Verdrag en de bepalingen die ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld, het recht vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de lidstaten van de EU. Het stelsel van Richtlijn 2004/38/EG kent hierbij verschillende fasen van het verblijf van de burger van de Unie en diens familieleden: +Burgers van de Unie, onderdanen van de EER en onderdanen van Zwitserland, alsmede hun gezinsleden ongeacht hun nationaliteit, genieten rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, tenzij zij verblijf houden in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland. Voor andere EU/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden zijn de overige bepalingen van artikel 8 Vw voor de vaststelling van het rechtmatig verblijf van toepassing. Burgers van de Unie hebben het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij het EG-Verdrag en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Onderdanen van de EER en van Zwitserland hebben daaraan gelijkwaardige rechten. Het vrije verkeer van personen brengt echter geen absoluut verblijfsrecht mee in de zin dat iedere burger van de Unie te allen tijde in Nederland verblijfsgerechtigd is. Ingevolge artikel 18, eerste lid, EG-Verdrag hebben zij, onder voorbehoud van de beperkingen en de voorwaarden van het EG-Verdrag en de bepalingen die ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld, het recht vrij te reizen en te verblijven op het grondgebied van de lidstaten van de EU. Het stelsel van Richtlijn 2004/38 kent hierbij verschillende fasen van het verblijf van de burger van de Unie en diens familieleden: – verblijfsrecht voor maximaal drie maanden; – verblijfsrecht voor langer dan drie maanden; en @@ -7995,37 +7809,25 @@ Burgers van de Unie hebben het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te ##### 2.5.1. Verblijfsrecht van maximaal drie maanden -De eerste periode van verblijf van de burger van de Unie bedraagt drie maanden. In deze periode worden geen andere voorwaarden gesteld dan het bezit van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. De burger van de Unie die door middel van een identiteitskaart zijn identiteit en nationaliteit aantoont, bezit recht op verblijf. Het niet beschikken over een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort doet echter niet af aan de rechtmatigheid van het verblijf, indien het bewijs van identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig met andere middelen kan worden geleverd (zie artikel 8.11 Vb). +De eerste periode van verblijf van de burger van de Unie bedraagt drie maanden. In deze periode worden geen andere voorwaarden gesteld dan het bezit van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. De burger van de Unie die door middel van een identiteitskaart zijn identiteit en nationaliteit aantoont, bezit recht op verblijf. Het niet beschikken over een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort doet echter niet af aan de rechtmatigheid van het verblijf, indien het bewijs van identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig met andere middelen kan worden geleverd (zie artikel 8.11 Vb). Ten aanzien van burgers van de Unie wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen rechtmatig verblijf in de zogeheten vrije termijn (artikel 8, onder i, Vw) en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan (artikel 8, onder e, Vw). Ingevolge artikel 18, eerste lid, EG-Verdrag hebben burgers van de Unie het recht om in Nederland te verblijven, met dien verstande dat daaraan voorwaarden en beperkingen kunnen worden gesteld. Het uit artikel 18 EG-Verdrag voortvloeiende verblijfsrecht wordt aangenomen, zolang en indien het onderzoek niet heeft uitgewezen dat niet wordt voldaan aan die voorwaarden en beperkingen, zodat de burger van de Unie moet worden aangemerkt als gemeenschapsonderdaan (in de zin van artikel 1, onderdeel e, onder 1, Vw) met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder e, Vw. -Ten aanzien van burgers van de Unie wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen rechtmatig verblijf in de zogeheten vrije termijn (artikel 8, onder i, Vw) en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan (artikel 8, onder e, Vw). Ingevolge artikel 18, eerste lid, EG-Verdrag hebben burgers van de Unie het recht om in Nederland te verblijven, met dien verstande dat daaraan voorwaarden en beperkingen kunnen worden gesteld. Het uit artikel 18 EG-Verdrag voortvloeiende verblijfsrecht wordt aangenomen, zolang en indien het onderzoek niet heeft uitgewezen dat niet wordt voldaan aan die voorwaarden en beperkingen, zodat de burger van de Unie moet worden aangemerkt als gemeenschapsonderdaan (in de zin van artikel 1, onderdeel e, onder 1, Vw) met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder e, Vw. +Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan is wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van EU- of EER- lidstaat of onderdaan van Zwitserland. Deze nemen een andere positie in dan de burgers van de Unie en artikel 18 EG-Verdrag is op hen niet van toepassing (zie verder B10/5). -Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan is wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van EU- of EER-lidstaat of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat. Deze nemen een andere positie in dan de burgers van de Unie en artikel 18 EG-Verdrag is op hen niet van toepassing (zie verder B10/5). - -Het rechtmatige verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, dat gelet op het bovenstaande vanaf zijn inreis rechtmatig is, kan slechts met een beschikking worden beëindigd. In dat geval wordt in de vreemdelingenadministratie aangetekend dat het rechtmatige verblijf is beëindigd. +Het rechtmatige verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, dat gelet op het bovenstaande vanaf zijn inreis rechtmatig is, kan slechts met een beschikking worden beëindigd. In dat geval wordt in de vreemdelingenadministratie aangetekend dat het rechtmatige verblijf is beëindigd. ##### 2.5.2. Verblijfsrecht voor langer dan drie maanden -Onderdanen van EU / EER-lidstaten en van de Zwitserse Bondsstaat hebben onder bepaalde voorwaarden het recht om voor een periode van langer dan drie maanden in Nederland te verblijven als werknemer, zelfstandige, economisch niet-actieve of student (zie artikel 8.12 Vb). Dat recht hebben zij uiteraard ook direct na inreis indien zij op dat moment aan de voorwaarden voldoen. Zij worden in geen geval verwijderd indien de burger van de Unie arbeid als zelfstandige of in loondienst verricht of naar Nederland is gekomen om werk te vinden, nog steeds werkzoekende is en een reële kans maakt om dat te vinden. Onder bepaalde voorwaarden gaat het verblijfsrecht niet verloren door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, overlijden of vertrek van de persoon bij wie het familielid verbleef, of echtscheiding of beëindiging van het geregistreerde partnerschap. +Onderdanen van EU/EER-lidstaten en van Zwitserland hebben onder bepaalde voorwaarden het recht om voor een periode van langer dan drie maanden in Nederland te verblijven als werknemer, zelfstandige, economisch niet-actieve of student (zie artikel 8.12 Vb). Dat recht hebben zij uiteraard ook direct na inreis indien zij op dat moment aan de voorwaarden voldoen. Zij worden in geen geval verwijderd indien de burger van de Unie arbeid als zelfstandige of in loondienst verricht of naar Nederland is gekomen om werk te vinden, nog steeds werkzoekende is en een reële kans maakt om dat te vinden. Onder bepaalde voorwaarden gaat het verblijfsrecht niet verloren door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, overlijden of vertrek van de persoon bij wie het familielid verbleef, of echtscheiding of beëindiging van het geregistreerde partnerschap. -Richtlijn 2004/38/EG voorziet, ter voorkoming van misbruik, in de mogelijkheid voor lidstaten van de burgers van de Unie te verlangen het bewijs te leveren dat zij voldoen aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden. In Nederland is voor EU- en EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat voorzien in een verplichting tot aanmelding ter inschrijving in de vreemdelingenadministratie, waarbij de in het VV omschreven bewijzen moeten worden overgelegd. Als het bewijs dat aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden wordt voldaan is geleverd, wordt de burger van de Unie ingeschreven in de vreemdelingenadministratie en wordt onmiddellijk een verklaring van inschrijving afgegeven. +Richtlijn 2004/38 voorziet, ter voorkoming van misbruik, in de mogelijkheid voor lidstaten van de burgers van de Unie te verlangen het bewijs te leveren dat zij voldoen aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden. In Nederland is voor EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland voorzien in een verplichting tot aanmelding ter inschrijving in de vreemdelingenadministratie, waarbij de in het VV omschreven bewijzen moeten worden overgelegd. Als het bewijs dat aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden wordt voldaan is geleverd, wordt de burger van de Unie ingeschreven in de vreemdelingenadministratie en wordt onmiddellijk een verklaring van inschrijving afgegeven. Aan de inschrijving in de vreemdelingenadministratie en afgifte van een verklaring van inschrijving zijn geen leges verbonden. Ingevolge artikel 8.12, vierde lid, Vb is deze aanmelding tot inschrijving verplicht. Het niet voldoen aan deze verplichting is in artikel 108 Vw strafbaar gesteld. -Aan de inschrijving in de vreemdelingenadministratie en afgifte van een verklaring van inschrijving zijn geen leges verbonden. - -Ingevolge artikel 8.12, vierde lid, Vb is deze aanmelding tot inschrijving verplicht. Het niet voldoen aan deze verplichting is in artikel 108 Vw strafbaar gesteld. - -Slechts in geval van een zodanig, specifiek geval van redelijke twijfel of aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de inschrijving en daarmee de afgifte van de verklaring van inschrijving aangehouden tot onderzoek deze twijfel heeft weggenomen. Daarna vindt, indien is komen vast te staan dat aan de voorwaarden is voldaan, alsnog inschrijving plaats en wordt de verklaring van inschrijving afgegeven. - -Indien na onderzoek is komen vast te staan, dat niet aan de relevante voorwaarden is voldaan, wordt een beschikking gegeven waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor inschrijving. - -Daarnaast kan de inschrijving dan wel afgifte van de verklaring van inschrijving worden aangehouden, indien het inwinnen van antecedenten bij de lidstaat van oorsprong of andere lidstaten onontbeerlijk wordt geacht voor de beoordeling of de EU- of EER-onderdaan een gevaar vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid. De inschrijving kan uiteraard vervolgens worden geweigerd, indien van een zodanig gevaar sprake blijkt te zijn. Een zodanige weigering geschiedt per beschikking (zie B10/7). +Slechts in geval van een zodanig, specifiek geval van redelijke twijfel of aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de inschrijving en daarmee de afgifte van de verklaring van inschrijving aangehouden tot onderzoek deze twijfel heeft weggenomen. Daarna vindt, indien is komen vast te staan dat aan de voorwaarden is voldaan, alsnog inschrijving plaats en wordt de verklaring van inschrijving afgegeven. Indien na onderzoek is komen vast te staan, dat niet aan de relevante voorwaarden is voldaan, wordt een beschikking gegeven waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor inschrijving. Daarnaast kan de inschrijving dan wel afgifte van de verklaring van inschrijving worden aangehouden, indien het inwinnen van antecedenten bij de lidstaat van oorsprong of andere lidstaten onontbeerlijk wordt geacht voor de beoordeling of de EU- of EER-onderdaan een gevaar vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid. De inschrijving kan uiteraard vervolgens worden geweigerd, indien van een zodanig gevaar sprake blijkt te zijn. Een zodanige weigering geschiedt per beschikking (zie B10/7). Voor de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden als werknemer, zelfstandige, economisch niet-actieve of student wordt verwezen naar B10/3 en B10/4. ##### 2.5.3. Duurzaam verblijfsrecht -Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in Nederland heeft verbleven, heeft duurzaam verblijfsrecht in Nederland. Dit geldt ook voor familieleden van burgers van de Unie die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten en die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in Nederland bij de burger van de Unie hebben gewoond (artikel 8.17, eerste lid, Vb). - -Het duurzame verblijfsrecht van de EU- en EER-onderdanen en van onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat en hun familieleden die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten, blijkt uit het op aanvraag te verstrekken document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. Terzake van de afdoening van een aanvraag tot afgifte van een document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’ dient leges te worden betaald. +Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in Nederland heeft verbleven, heeft duurzaam verblijfsrecht in Nederland. Dit geldt ook voor familieleden van burgers van de Unie die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten en die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in Nederland bij de burger van de Unie hebben gewoond (artikel 8.17, eerste lid, Vb). Het duurzame verblijfsrecht van de EU- en EER-onderdanen en van onderdanen van Zwitserland en hun familieleden die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten, blijkt uit het op aanvraag te verstrekken document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. Terzake van de afdoening van een aanvraag tot afgifte van een document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’ dient leges te worden betaald. Het ononderbroken karakter van de periode van vijf jaar legaal verblijf wordt niet onderbroken door tijdelijke afwezigheden van niet meer dan zes maanden per jaar, door afwezigheden van langere duur voor de vervulling van militaire verplichtingen, door één afwezigheid van ten hoogste twaalf achtereenvolgende maanden om belangrijke redenen zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, noch door uitzending om werkzaamheden te verrichten in een andere lidstaat of derde land. Het is aan de vreemdeling om zulks met documenten te staven (zie artikel 8.17, tweede lid, Vb). @@ -8033,46 +7835,38 @@ Het duurzame verblijfsrecht komt onder omstandigheden ook toe aan burgers van de #### 2.6. Bewijs van rechtmatig verblijf -Op grond van Richtlijn 2004/38/EG wordt aan EU- en EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat geen document of schriftelijke verklaring (sticker voor verblijfsaantekeningen), waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, afgegeven. +Op grond van Richtlijn 2004/38 wordt aan EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland geen document of schriftelijke verklaring (sticker voor verblijfsaantekeningen), waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, afgegeven. -Voor familieleden van EU- en EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat, die niet de nationaliteit bezitten van een EU- of EER-lidstaat of de Zwitserse Bondsstaat, blijkt het rechtmatig verblijf uit een document of verklaring dat een aanvraag is ingediend (sticker voor verblijfsaantekeningen). Op grond van artikel 9 Vw wordt zo’n document of verklaring dat een aanvraag is ingediend afgegeven door de Minister. Ingevolge artikel 3.9, eerste lid, VV is de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, bevoegd dit document of deze verklaring af te geven. +Voor familieleden van EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland, die niet de nationaliteit bezitten van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland, blijkt het rechtmatig verblijf uit een document of verklaring dat een aanvraag is ingediend (sticker voor verblijfsaantekeningen). Op grond van artikel 9 Vw wordt zo’n document of verklaring dat een aanvraag is ingediend afgegeven door de Minister. Ingevolge artikel 3.9, eerste lid, VV is de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, bevoegd dit document of deze verklaring af te geven. -Slechts het duurzame verblijfsrecht van EU- en EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, blijkt uit een op aanvraag te verstrekken document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. +Slechts het duurzame verblijfsrecht van EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, blijkt uit een op aanvraag te verstrekken document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. ##### 2.6.1. Niet betalen van leges -Indien het familielid van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, die zelf niet de nationaliteit bezit van een EU- of EER-lidstaat of de Zwitserse Bondsstaat niet voldoet aan de legesverplichting, wordt de aanvraag om het verkrijgen van het bewijs van rechtmatig verblijf niet behandeld. Dit heeft geen gevolgen voor het rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, omdat dit van rechtswege is ontstaan en vervalt. - -Het vorenstaande geldt ook indien de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, of zijn familielid, ongeacht diens nationaliteit, niet voldoet aan de legesverplichting verbonden aan de aanvraag tot afgifte van een document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. - -Indien opnieuw een aanvraag om afgifte van een document wordt ingediend, zullen alsdan opnieuw leges worden geheven. +Indien het familielid van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, die zelf niet de nationaliteit bezit van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland niet voldoet aan de legesverplichting, wordt de aanvraag om het verkrijgen van het bewijs van rechtmatig verblijf niet behandeld. Dit heeft geen gevolgen voor het rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, omdat dit van rechtswege is ontstaan en vervalt. Het vorenstaande geldt ook indien de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, of zijn familielid, ongeacht diens nationaliteit, niet voldoet aan de legesverplichting verbonden aan de aanvraag tot afgifte van een document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. Indien opnieuw een aanvraag om afgifte van een document wordt ingediend, zullen alsdan opnieuw leges worden geheven. #### 2.7 -EU- en EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat mogen op grond van het EG-Verdrag vrij in Nederland werken. Daarom mag voor het laten werken van een EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan geen TWV worden verlangd. De bepalingen in de Wav zijn evenmin van toepassing op gemeenschapsonderdanen, die zelf geen EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zijn (zie B10/8 inzake het overgangsrecht). +EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland mogen op grond van het EG-Verdrag vrij in Nederland werken. Daarom mag voor het laten werken van een EU- of EER- onderdaan of Zwitserse onderdaan geen TWV worden verlangd. De bepalingen in de Wav zijn evenmin van toepassing op gemeenschapsonderdanen, die zelf geen EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zijn (zie B10/8 inzake het overgangsrecht). -Op het af te geven bewijs van rechtmatig verblijf aan gemeenschapsonderdanen, die geen EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zijn, dient de aantekening: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ te worden geplaatst, zodat een werkgever zich daarvan gemakkelijk kan vergewissen. +Op het af te geven bewijs van rechtmatig verblijf aan gemeenschapsonderdanen, die geen EU- of EER- onderdaan of Zwitserse onderdaan zijn, dient de aantekening: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ te worden geplaatst, zodat een werkgever zich daarvan gemakkelijk kan vergewissen. ### 3. Economisch actieven #### 3.1. Verblijfstermijn voor werkzoekenden -EU- en EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat hebben het recht om gedurende drie maanden in Nederland werk te zoeken. Hoofdregel voor werkzoekenden is dat, zolang er reëel uitzicht is op werk, het rechtmatig verblijf ook na deze periode van drie maanden steeds voortduurt (zie artikel 8.16, tweede lid, onder b, Vb). +EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland hebben het recht om gedurende drie maanden in Nederland werk te zoeken. Hoofdregel voor werkzoekenden is dat, zolang er reëel uitzicht is op werk, het rechtmatig verblijf ook na deze periode van drie maanden steeds voortduurt (zie artikel 8.16, tweede lid, onder b, Vb). -Het verblijfsrecht kan worden beëindigd als de werkzoekende EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat: +Het verblijfsrecht kan worden beëindigd als de werkzoekende EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland: – een actuele bedreiging van de openbare orde of de openbare veiligheid vormt; – lijdt aan een besmettelijke ziekte of gebrek als bedoeld in artikel 8.23 Vb (zie B10/6). -Op het moment dat de EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan reële en daadwerkelijke arbeid als werknemer of als zelfstandige verricht, geldt hetgeen in de volgende paragrafen (inzake economisch actieven) wordt vermeld. - -Indien de werkzoekende EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zelfstandig – niet uit arbeid maar uit andere bronnen – over middelen van bestaan beschikt, dient te worden beoordeeld of de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan wellicht als economisch niet-actieve verblijfsrecht heeft. +Op het moment dat de EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan reële en daadwerkelijke arbeid als werknemer of als zelfstandige verricht, geldt hetgeen in de volgende paragrafen (inzake economisch actieven) wordt vermeld. Indien de werkzoekende EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zelfstandig – niet uit arbeid maar uit andere bronnen – over middelen van bestaan beschikt, dient te worden beoordeeld of de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan wellicht als economisch niet-actieve verblijfsrecht heeft. #### 3.2. Reële en daadwerkelijke arbeid -Iedere EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat die reële en daadwerkelijke arbeid al dan niet in loondienst verricht, heeft rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw en wordt aangemerkt als gemeenschapsonderdaan. - -Het begrip reële en daadwerkelijke arbeid moet volgens vaste jurisprudentie ruim uitgelegd worden. De omvang van de arbeid mag niet zo gering zijn dat het om louter marginale en bijkomstige werkzaamheden gaat. Uit verschillende arresten van het Hof van Justitie van de EG (HvJ EG, 23 maart 1982, Levin; 3 juni 1986, Kempf) blijkt echter, dat dit niet inhoudt dat het om een voltijds baan moet gaan, noch dat de inkomsten ten minste ter hoogte zijn van het minimumloon. Een gemeenschapsonderdaan, die werkzaamheden verricht die zijn aan te merken als reële en daadwerkelijke arbeid, kan bovendien naar de mening van het Hof een aanvullend beroep doen op de publieke middelen. Het criterium ‘reële en daadwerkelijke arbeid’ wordt zowel op arbeid in loondienst als op arbeid als zelfstandige toegepast. +Iedere EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland die reële en daadwerkelijke arbeid al dan niet in loondienst verricht, heeft rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw en wordt aangemerkt als gemeenschapsonderdaan. Het begrip reële en daadwerkelijke arbeid moet volgens vaste jurisprudentie ruim uitgelegd worden. De omvang van de arbeid mag niet zo gering zijn dat het om louter marginale en bijkomstige werkzaamheden gaat. Uit verschillende arresten van het Hof van Justitie van de EG (HvJ EG, 23 maart 1982, Levin; 3 juni 1986, Kempf) blijkt echter, dat dit niet inhoudt dat het om een voltijds baan moet gaan, noch dat de inkomsten ten minste ter hoogte zijn van het minimumloon. Een gemeenschapsonderdaan, die werkzaamheden verricht die zijn aan te merken als reële en daadwerkelijke arbeid, kan bovendien naar de mening van het Hof een aanvullend beroep doen op de publieke middelen. Het criterium ‘reële en daadwerkelijke arbeid’ wordt zowel op arbeid in loondienst als op arbeid als zelfstandige toegepast. ##### 3.2.1. Kwantificeren van het begrip reële en daadwerkelijke arbeid @@ -8086,7 +7880,7 @@ Tot slot zijn zowel de duur als de regelmaat van de werkzaamheden factoren die e #### 3.3. Voor verblijf van langer dan drie maanden over te leggen stukken -Om aan te tonen dat de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat voldoet aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden, bedoeld in artikel 8.12, vierde lid, Vb, dienen de hierna genoemde bewijzen te worden geleverd. In het VV zijn per categorie de vereiste documenten die dit bewijs moeten leveren opgesomd. +Om aan te tonen dat de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland voldoet aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden, bedoeld in artikel 8.12, vierde lid, Vb, dienen de hierna genoemde bewijzen te worden geleverd. In het VV zijn per categorie de vereiste documenten die dit bewijs moeten leveren opgesomd. ##### 3.3.1. Werknemers @@ -8132,7 +7926,7 @@ Het verblijfsrecht vervalt niet van rechtswege enkel op grond van het feit dat d ##### 3.5.2. Onvrijwillige werkloosheid -Het rechtmatig verblijf krachtens artikel 8, aanhef en onder e, Vw eindigt niet indien de EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, na werkzaamheden als werknemer of zelfstandige van ten minste één jaar, onvrijwillig werkloos is en als werkzoekende is ingeschreven bij het CWI (zie artikel 8.12, tweede lid, onder b, Vb). Dat de gemeenschapsonderdaan volledig ten laste komt van de publieke middelen, doet hieraan niet af. +Het rechtmatig verblijf krachtens artikel 8, aanhef en onder e, Vw eindigt niet indien de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, na werkzaamheden als werknemer of zelfstandige van ten minste één jaar, onvrijwillig werkloos is en als werkzoekende is ingeschreven bij het CWI (zie artikel 8.12, tweede lid, onder b, Vb). Dat de gemeenschapsonderdaan volledig ten laste komt van de publieke middelen, doet hieraan niet af. Het rechtmatig verblijf eindigt niet gedurende een periode van ten minste zes maanden, nadat de onderdaan onvrijwillig werkloos is geworden door afloop van een arbeidsovereenkomst van korter dan één jaar, dan wel nadat hij gedurende de eerste twaalf maanden onvrijwillig werkloos geworden is, indien hij als werkzoekende bij de CWI is ingeschreven (zie artikel 8.12, tweede lid, onder c, Vb). @@ -8308,11 +8102,11 @@ Verblijfsbeëindiging kan in deze gevallen echter niet het automatische gevolg z Het familie- of gezinslid van een EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan, die rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, wordt eveneens aangemerkt als gemeenschapsonderdaan. Het is daarbij voor het verblijfsrecht niet van belang of het familie- of gezinslid zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan is. Het familie- of gezinslid heeft ook rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw. -Het algemene uitgangspunt is dat het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid een afhankelijk recht is. Door dit afhankelijk karakter eindigt het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid in beginsel op het moment dat degene van wie dit familielid afhankelijk is, niet langer rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw heeft. Het verblijfsrecht vervalt eveneens indien het familie- of gezinslid verblijf houdt in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat dan wel de (voortzetting van) het verblijf is geweigerd op grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, openbare veiligheid of de volksgezondheid. +Het algemene uitgangspunt is dat het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid een afhankelijk recht is. Door dit afhankelijk karakter eindigt het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid in beginsel op het moment dat degene van wie dit familielid afhankelijk is, niet langer rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw heeft. Het verblijfsrecht vervalt eveneens indien het familie- of gezinslid verblijf houdt in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland dan wel de (voortzetting van) het verblijf is geweigerd op grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, openbare veiligheid of de volksgezondheid. De juridische band tussen de gemeenschapsonderdaan en het familie- of gezinslid is bepalend voor het verblijfsrecht. Het bestaan van een feitelijke band is daarbij niet van belang. Voor het verblijf van de partner in de zin van artikel 8.7, derde lid, onder f, Vb, geldt dat er deugdelijk bewijs van de duurzame relatie (relatieverklaring) moet zijn. Bij twijfel omtrent het bestaan van de familierechtelijke relatie of omtrent de afhankelijke positie van het familielid, moet contact worden opgenomen met het Ministerie van Justitie. -Met betrekking tot familie- of gezinsleden van Nederlanders word verwezen naar B10/5.3. +Met betrekking tot familie- of gezinsleden van Nederlanders wordt verwezen naar B10/5.3. #### 5.1. Samenwoningvereiste @@ -8322,38 +8116,34 @@ Het is niet vereist dat de hier bedoelde familieleden permanent met de EU- of EE ##### 5.2.1. Familielid zelf EU/EER- of Zwitsers onderdaan -Het familielid, dat zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat is, heeft dezelfde verblijfsrechtelijke positie als de burger van de Unie. De eerste periode van verblijf bedraagt drie maanden (zie artikel 8.11 Vb). In deze periode worden geen andere voorwaarden gesteld dan het bezit van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. De burger van de Unie die door middel van een identiteitskaart zijn identiteit en nationaliteit aantoont, bezit recht op verblijf. Het niet beschikken over een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort doet echter niet af aan de rechtmatigheid van het verblijf, indien het bewijs van identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig met andere middelen kan worden geleverd. +Het familielid, dat zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, heeft dezelfde verblijfsrechtelijke positie als de burger van de Unie. De eerste periode van verblijf bedraagt drie maanden (zie artikel 8.11 Vb). In deze periode worden geen andere voorwaarden gesteld dan het bezit van een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. De burger van de Unie die door middel van een identiteitskaart zijn identiteit en nationaliteit aantoont, bezit recht op verblijf. Het niet beschikken over een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort doet echter niet af aan de rechtmatigheid van het verblijf, indien het bewijs van identiteit en nationaliteit ondubbelzinnig met andere middelen kan worden geleverd. -Ook voor het verblijfsrecht voor langer dan drie maanden geldt voor deze familieleden, die EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat zijn, de verplichting tot aanmelding ter inschrijving in de vreemdelingenadministratie als opgenomen in artikel 8.12, vierde lid, Vb. Zie verder B10/2.5.2, welke van overeenkomstige toepassing is. Als het bewijs dat aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden wordt voldaan is geleverd, wordt de burger van de Unie ingeschreven in de vreemdelingenadministratie en wordt onmiddellijk een verklaring van inschrijving afgegeven. +Ook voor het verblijfsrecht voor langer dan drie maanden geldt voor deze familieleden, die EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn, de verplichting tot aanmelding ter inschrijving in de vreemdelingenadministratie als opgenomen in artikel 8.12, vierde lid, Vb. Zie verder B10/2.5.2, welke van overeenkomstige toepassing is. Als het bewijs dat aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden wordt voldaan is geleverd, wordt de burger van de Unie ingeschreven in de vreemdelingenadministratie en wordt onmiddellijk een verklaring van inschrijving afgegeven. -Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in Nederland heeft verbleven, heeft een duurzaam verblijfsrecht in Nederland. Het duurzame verblijfsrecht van de EU- en EER-onderdanen en hun familieleden die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten, blijkt uit het op aanvraag te verstrekken document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. - -Zie verder B10/2.5.3, welke van overeenkomstige toepassing is. +Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in Nederland heeft verbleven, heeft een duurzaam verblijfsrecht in Nederland. Het duurzame verblijfsrecht van de EU- en EER-onderdanen en hun familieleden die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten, blijkt uit het op aanvraag te verstrekken document ‘Duurzaam verblijf burgers van de Unie’. Zie verder B10/2.5.3, welke van overeenkomstige toepassing is. ##### 5.2.2. Familielid niet zelf EU/EER- of Zwitsers onderdaan -Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijft wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van een EU- of EER-lidstaat of de Zwitserse Bondsstaat. +Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijft wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland. Het rechtmatig verblijf (in de zin van artikel 8, onder i, Vw) van het familielid dat niet de nationaliteit heeft van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland, blijkt in de eerste periode van drie maanden uit diens geldige paspoort met een op grond van artikel 9 Vw gestelde aantekening omtrent rechtmatig verblijf. Het rechtmatige verblijf kan voorts blijken uit het geldige paspoort, voorzien van het eventueel voor inreis benodigde visum of een recente aantekening omtrent inreis (inreisstempel, zie artikel 4.21 Vb) dan wel uit het geldige paspoort en een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfskaart. -Het rechtmatig verblijf (in de zin van artikel 8, onder i, Vw) van het familielid dat niet de nationaliteit heeft van een EU- of EER-lidstaat of de Zwitserse Bondsstaat, blijkt in de eerste periode van drie maanden uit diens geldige paspoort met een op grond van artikel 9 Vw gestelde aantekening omtrent rechtmatig verblijf. Het rechtmatige verblijf kan voorts blijken uit het geldige paspoort, voorzien van het eventueel voor inreis benodigde visum of een recente aantekening omtrent inreis (inreisstempel, zie artikel 4.21 Vb) dan wel uit het geldige paspoort en een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfskaart. +Het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt bij een verblijf van langer dan drie maanden na aanvraag in bezit gesteld van een document EU/EER, met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’ (zie bijlage 7c VV). De geldigheidsduur van dit document bedraagt vijf jaar vanaf de datum van afgifte, of is gelijk aan de (voorgenomen) periode van verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is, indien dat voorgenomen verblijf korter dan vijf jaren bedraagt. In overige gevallen wordt de geldigheidsduur van het verblijfsdocument bepaald op vijf jaren. -Het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat is, wordt bij een verblijf van langer dan drie maanden na aanvraag in bezit gesteld van een document EU/EER, met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’ (zie bijlage 7c VV). De geldigheidsduur van dit document bedraagt vijf jaar vanaf de datum van afgifte, of is gelijk aan de (voorgenomen) periode van verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is, indien dat voorgenomen verblijf korter dan vijf jaren bedraagt. In overige gevallen wordt de geldigheidsduur van het verblijfsdocument bepaald op vijf jaren. - -Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Dit houdt in dat het familie- of gezinslid, ongeacht de nationaliteit, het recht heeft om arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten. - -Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag verschuldigd. - -De aanmelding voor het indienen van een aanvraag moet ingevolge artikel 8.13, tweede lid, Vb, plaatsvinden binnen één maand na afloop van de periode van drie maanden rechtmatig verblijf op grond van artikel 8.11 Vb. +Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Dit houdt in dat het familie- of gezinslid, ongeacht de nationaliteit, het recht heeft om arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten. Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag verschuldigd. De aanmelding voor het indienen van een aanvraag moet ingevolge artikel 8.13, tweede lid, Vb, plaatsvinden binnen één maand na afloop van de periode van drie maanden rechtmatig verblijf op grond van artikel 8.11 Vb. Bij de aanvraag tot afgifte van het verblijfsdocument overlegt bedoeld familielid ingevolge artikel 8.13, derde lid, onder a tot en met g, Vb, de volgende documenten: – een geldig paspoort; -– de verklaring van inschrijving van de vreemdeling bedoeld in artikel 8.7, eerste lid Vb (EU/EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat), bij wie hij in Nederland verblijft; +– de verklaring van inschrijving van de vreemdeling bedoeld in artikel 8.7, eerste lid Vb (EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland), bij wie hij in Nederland verblijft; – een document waaruit de familierechtelijke of duurzame relatie blijkt met de hierbovengenoemde vreemdeling; – voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, onder c of d, Vb: bewijs dat hij een dergelijk familielid is; -– voor zover hij in Nederland verblijft als familiellid bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb: een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de hierbovengenoemde vreemdeling, onderscheidelijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijk zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken; +– voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb: een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de hierbovengenoemde vreemdeling, onderscheidelijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijk zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken; – voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb: een relatieverklaring (vastgesteld bij regeling van de Minister); – voor zover hij in Nederland verblijft als minderjarig kind van de hierbovengenoemde partner: bewijs dat is voldaan aan het gestelde in de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb. +Na indiening van deze aanvraag dient onmiddellijk een bewijs van aanvraag te worden verstrekt (verblijfsaantekening gemeenschapsonderdaan). + +Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag om het document EU/EER met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’, dient het verblijfsdocument te worden verstrekt. Artikel 25, tweede en derde lid, Vw is niet van toepassing (zie artikel 8.13, vijfde lid, Vb). Het rechtmatig verblijf van het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheid van niet meer dan zes maanden per jaar, door afwezigheden van langere duur voor de vervulling van militaire verplichtingen, door één afwezigheid van ten hoogste twaalf maanden om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, noch door uitzending om werkzaamheden te verrichten in een andere lidstaat of een derde land. Het is aan de vreemdeling om zulks met documenten te staven (zie artikel 8.15 Vb, eerste lid, Vb). + #### 5.3. Familie- of gezinsleden van Nederlanders ##### 5.3.1. Discriminatie eigen onderdanen @@ -8394,45 +8184,42 @@ In dit onderdeel wordt nader ingegaan op het recht op voortzetting van verblijf Zolang de familierelatie of de gezinsband met de hoofdpersoon in stand blijft en de hoofdpersoon als gemeenschapsonderdaan is aan te merken, is het familie- of gezinslid eveneens als zodanig aan te merken. -##### 5.4.2. Familielid onderdaan van EU/EER of Zwitserse Bondsstaat +##### 5.4.2. Familielid onderdaan van EU/EER of Zwitserland -Het rechtmatig verblijf van het familielid dat zelf onderdaan is van de EU/EER of van de Zwitserse Bondsstaat eindigt niet door: +Het rechtmatig verblijf van het familielid dat zelf onderdaan is van de EU/EER of van Zwitserland eindigt niet door: -– het overlijden of het vertrek van de vreemdeling (eveneens onderdaan van de EU/EER of Zwitserse Bondsstaat) bij wie hij in Nederland verbleef; +– het overlijden of het vertrek van de vreemdeling (eveneens onderdaan van de EU/EER of Zwitserland) bij wie hij in Nederland verbleef; – de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Indien het familielid reeds duurzaam verblijf heeft (zie artikel 8.17 Vb) dan blijft dit recht behouden. Indien er nog geen sprake is van duurzaam verblijf kan betrokkene het verblijf voortzetten als economisch actieve of economisch niet-actieve, mits er geen onevenredig beroep op de publieke middelen wordt gedaan. ##### 5.4.3. Familielid onderdaan derde land -In dit onderdeel wordt nader ingegaan op het recht op voortzetting van verblijf van familieleden van EU- EER-onderdanen en familieleden van onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat, die zelf niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat of van de Zwitserse Bondsstaat hebben. Artikel 8.15 Vb ziet op het (niet-) beëindigen van het verblijfsrecht van deze familieleden. Het verblijfsrecht eindigt niet: +In dit onderdeel wordt nader ingegaan op het recht op voortzetting van verblijf van familieleden van EU- EER-onderdanen en familieleden van onderdanen van Zwitserland, die zelf niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat of van Zwitserland hebben. Artikel 8.15 Vb ziet op het (niet-) beëindigen van het verblijfsrecht van deze familieleden. Het verblijfsrecht eindigt niet: -– door periodes van afwezigheid uit Nederland van het familielid (zie artikel 8.15, eerste lid, onder a,b,c en d, Vb); -– na het overlijden van de burger van de Unie (zie artikel 8.15, tweede lid, onder a en b, Vb): - -• indien het familielid ten minste één jaar vóór het overlijden in Nederland verbleef; -• voor voltooiing van de studie, indien hij als kind van genoemde onderdaan in Nederland verblijft en is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij verzorgende ouder van bedoeld kind is; -– na het vertrek uit Nederland van de onderdaan van de EU/EER of van de Zwitserse Bondsstaat (zie artikel 8.15, derde lid, Vb): - -• voor de voltooiing van de studie, indien het familielid in Nederland verbleef als kind van genoemde onderdaan en voor studie is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij de verzorgende ouder is van een zodanig kind; -– na scheiding, ontbinding of nietigverklaring van huwelijk of beëindiging geregistreerd partnerschap: - -• het huwelijk of partnerschap heeft voor de beëindiging minimaal drie jaar geduurd, waarvan het familielid minimaal één jaar in Nederland heeft verbleven; -• bij toewijzing ouderlijk gezag over de kinderen van burger van de Unie aan echtgenoot of partner, die niet EU- of EER-onderdaan of onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat is; -• in geval van een door de rechter bepaald omgangsrecht dat in Nederland moet worden uitgeoefend; +– door periodes van afwezigheid uit Nederland van het familielid (zie artikel 8.15, eerste lid, onder a, b, c en d, Vb); +– na het overlijden van de burger van de Unie (zie artikel 8.15, tweede lid, onder a en b, Vb); +– indien het familielid ten minste één jaar vóór het overlijden in Nederland verbleef; +– voor voltooiing van de studie, indien hij als kind van genoemde onderdaan in Nederland verblijft en is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij verzorgende ouder van bedoeld kind is; +– na het vertrek uit Nederland van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland (zie artikel 8.15, derde lid, Vb); +– voor de voltooiing van de studie, indien het familielid in Nederland verbleef als kind van genoemde onderdaan en voor studie is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij de verzorgende ouder is van een zodanig kind; +– na scheiding, ontbinding of nietigverklaring van huwelijk of beëindiging geregistreerd partnerschap; +– het huwelijk of partnerschap heeft voor de beëindiging minimaal drie jaar geduurd, waarvan het familielid minimaal één jaar in Nederland heeft verbleven; +– bij toewijzing ouderlijk gezag over de kinderen van burger van de Unie aan echtgenoot of partner, die niet EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is; +– in geval van een door de rechter bepaald omgangsrecht dat in Nederland moet worden uitgeoefend; – indien klemmende redenen van humanitaire aard tot voortzetting van verblijf nopen. +Het verblijfsrecht van familieleden, die geen EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn, voordat zij het duurzame verblijfsrecht te verkrijgen, blijft onderworpen aan de voorwaarde dat is aangetoond dat zij werknemer of zelfstandige zijn, of voor zichzelf en hun familieleden beschikken over toereikende bestaansmiddelen om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste komen van het sociale bijstandsstelsel en om te garanderen dat zij beschikken over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt. Onder toereikende middelen wordt verstaan dat de vreemdeling beschikt over een inkomen ter hoogte van het normbedrag dat ingevolge de Wwb voor de desbetreffende categorie is vastgesteld. Het vorenstaande is eveneens van toepassing, indien het familielid gezinslid is van het reeds in Nederland gevormde gezin van een persoon die aan deze voorwaarden voldoet. + In artikel 8.15, vijfde lid, Vb gelezen in samenhang met artikel 8.15, tweede lid, onder b, en derde lid, Vb, wordt met betrekking tot voortzetting van verblijf en een beroep op de publieke middelen een uitzondering gemaakt voor studerende kinderen en hun verzorgende ouder. -Het rechtmatig verblijf van burgers van de Unie en hun gezinsleden eindigt niet, zolang zij voldoen aan de voorwaarden voor verblijf (zie artikelen 8.12 tot en met 8.15 Vb). In specifieke gevallen van redelijke twijfel over de vraag of een burger van de Unie of zijn familieleden wel voldoen aan de voorwaarden, kan daartoe een onderzoek ter verificatie worden ingesteld. De verificatie geschiedt evenwel niet stelselmatig. Een beroep van de burger van de Unie of zijn familieleden op het sociale bijstandsstelsel leidt niet automatisch tot beëindiging van het rechtmatige verblijf. - -Het verblijf van een burger van de Unie of zijn familieleden kan, buiten de aanwezigheid van een actuele en (voldoende) ernstige bedreiging van de openbare orde of openbare veiligheid, in geen geval worden beëindigd indien de burger van de Unie werknemer of zelfstandige is, of indien hij Nederland is binnengekomen om werk te zoeken. In dat laatste geval kunnen de burger van de Unie en zijn gezinsleden niet worden verwijderd zolang de burger van de Unie kan bewijzen dat hij nog immer werk zoekt en een reële kans maakt te worden aangesteld. +Het rechtmatig verblijf van burgers van de Unie en hun gezinsleden eindigt niet, zolang zij voldoen aan de voorwaarden voor verblijf (zie artikelen 8.12 tot en met 8.15 Vb). In specifieke gevallen van redelijke twijfel over de vraag of een burger van de Unie of zijn familieleden wel voldoen aan de voorwaarden, kan daartoe een onderzoek ter verificatie worden ingesteld. De verificatie geschiedt evenwel niet stelselmatig. Een beroep van de burger van de Unie of zijn familieleden op het sociale bijstandsstelsel leidt niet automatisch tot beëindiging van het rechtmatige verblijf. Het verblijf van een burger van de Unie of zijn familieleden kan, buiten de aanwezigheid van een actuele en (voldoende) ernstige bedreiging van de openbare orde of openbare veiligheid, in geen geval worden beëindigd indien de burger van de Unie werknemer of zelfstandige is, of indien hij Nederland is binnengekomen om werk te zoeken. In dat laatste geval kunnen de burger van de Unie en zijn gezinsleden niet worden verwijderd zolang de burger van de Unie kan bewijzen dat hij nog immer werk zoekt en een reële kans maakt te worden aangesteld. ##### 5.4.4. Kinderen die 21 jaar worden Het afhankelijke verblijfsrecht eindigt in beginsel van rechtswege bij het bereiken van de leeftijd van 21 jaar, behalve indien het kind feitelijk ten laste blijft komen van de ouder van wie zijn verblijfsrecht afhankelijk was, bijvoorbeeld omdat het kind in Nederland studeert. Het kind behoudt in dat geval als bloedverwant in neerdalende lijn zijn afhankelijk verblijfsrecht. -Wanneer het kind niet meer ten laste komt van de gemeenschapsonderdaan en zelf geen verblijfsrecht kan ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EG en de Zwitserse Bondsstaat, zijn de regels vermeld in B2 van toepassing. +Wanneer het kind niet meer ten laste komt van de gemeenschapsonderdaan en zelf geen verblijfsrecht kan ontlenen aan het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland, zijn de regels vermeld in B2 van toepassing. ### 6. Onderdanen van België en Luxemburg @@ -8482,27 +8269,23 @@ Verblijfsbeëindiging om redenen van volksgezondheid is, gezien ook het gestelde De beoordeling of sprake is van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving mag uitsluitend gebaseerd zijn op het persoonlijke gedrag van de betrokkene. Het enkele feit van een strafrechtelijke veroordeling is een onvoldoende deugdelijke motivering (in de zin van artikel 3:46 Awb) bij verblijfsbeëindiging op deze grond. Dit geldt ook voor motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen. Beëindiging van het verblijfsrecht op deze grond zal in de regel plaatsvinden door een ongewenstverklaring (zie A5/6.1 en verder), indien en zolang de betrokkene nog niet het recht van duurzaam verblijf heeft verkregen. In geval hij dat recht wel heeft verkregen zal de beëindiging van het verblijfsrecht plaatsvinden door middel van een beschikking tot intrekking van het duurzame verblijfsrecht, al dan niet in combinatie met ongewenstverklaring. -De vaststelling van een actuele bedreiging van de openbare orde of van de openbare veiligheid behoeft niet op het bestaan van een strafbaar feit te berusten. Een zodanige actuele bedreiging kan in voorkomend geval ook worden afgeleid uit het lidmaatschap van, of de deelneming aan activiteiten van een organisatie, waarvan de activiteiten door een Lidstaat van de EU, EER of Zwitserse Bondsstaat als een gevaar voor de maatschappij zijn aangemerkt. +De vaststelling van een actuele bedreiging van de openbare orde of van de openbare veiligheid behoeft niet op het bestaan van een strafbaar feit te berusten. Een zodanige actuele bedreiging kan in voorkomend geval ook worden afgeleid uit het lidmaatschap van, of de deelneming aan activiteiten van een organisatie, waarvan de activiteiten door een Lidstaat van de EU, EER of Zwitserland als een gevaar voor de maatschappij zijn aangemerkt. -Het evenredigheidsbeginsel is van toepassing (zie artikel 3:4 Awb). - -In voorkomende gevallen beëindigt de Minister het verblijfsrecht per beschikking. +Het evenredigheidsbeginsel is van toepassing (zie artikel 3:4 Awb). In voorkomende gevallen beëindigt de Minister het verblijfsrecht per beschikking. Van burgers van de Unie en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, mag niet worden verlangd dat zij bewijzen van goed gedrag, uittreksels uit het strafregister en dergelijke overleggen. -Indien dit onontbeerlijk wordt geacht ter beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of openbare veiligheid kan bij de lidstaat van oorsprong of eventuele andere lidstaten worden verzocht om mededeling van gerechtelijke antecedenten betreffende de vreemdeling. - -Deze raadpleging kan plaatsvinden bij de afgifte van de verklaring van inschrijving of de afgifte van de verblijfskaart waarmee het verblijfsrecht van het familielid dat niet de nationaliteit van een lidstaat bezit wordt aangetoond. +Indien dit onontbeerlijk wordt geacht ter beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of openbare veiligheid kan bij de lidstaat van oorsprong of eventuele andere lidstaten worden verzocht om mededeling van gerechtelijke antecedenten betreffende de vreemdeling. Deze raadpleging kan plaatsvinden bij de afgifte van de verklaring van inschrijving of de afgifte van de verblijfskaart waarmee het verblijfsrecht van het familielid dat niet de nationaliteit van een lidstaat bezit wordt aangetoond. Bij de bevoegde diensten van de Staat van herkomst van de betrokken gemeenschapsonderdaan, zullen door de Minister nadere inlichtingen omtrent zijn antecedenten worden ingewonnen. Indien blijkt van eerder verblijf van de gemeenschapsonderdaan in ons land, dienen omtrent hem tevens inlichtingen te worden ingewonnen bij de Korpschef van zijn vroegere woon- of verblijfplaats. #### 7.2. Uitzetting -Voor de toepasselijke regelgeving met betrekking tot uitzetting van EU/EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat wordt verwezen naar A4/3. +Voor de toepasselijke regelgeving met betrekking tot uitzetting van EU/EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland wordt verwezen naar A4/3. ### 8. Overgangsrecht onderdanen MOE-landen en hun gezins- of familieleden -Het vrije verkeer van personen van het gemeenschapsrecht is met ingang van 1 mei 2004 volledig van toepassing, echter met uitzondering van de toegang tot de arbeidsmarkt. +Het vrije verkeer van personen van het gemeenschapsrecht is met ingang van 1 mei 2004 volledig van toepassing, echter met uitzondering van de toegang tot de arbeidsmarkt. Deze uitzondering geldt voor de onderdanen van Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië (de zogenaamde MOE-landen), en hun gezins- of familieleden, ongeacht hun nationaliteit. @@ -8510,7 +8293,7 @@ N.B. voor onderdanen van Cyprus en Malta, en hun gezins- of familieleden, ongeac De huidige lidstaten kunnen de toegang tot de arbeidsmarkt blijven reguleren door middel van nationale maatregelen. Nederland maakt van die mogelijkheid gebruik. -Ingevolge de betreffende Akten van toetreding zijn de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening 1612/68/EEG niet van toepassing en geldt de volgende overgangsregeling vooralsnog tot 1 mei 2006. Deze overgangsregeling kan worden verlengd tot uiterlijk 1 mei 2011. +Ingevolge de betreffende Akten van toetreding zijn de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening 1612/68 niet van toepassing en geldt de volgende overgangsregeling vooralsnog tot 1 mei 2006. Deze overgangsregeling kan worden verlengd tot uiterlijk 1 mei 2011. #### 8.1. Werkzoekenden @@ -8551,35 +8334,27 @@ Het verbod om vreemdelingen zonder TWV te werk te stellen is op grond van artike – de werkzaamheden die de dienstverlener verricht niet bestaan uit het ter beschikking stellen van werknemers (uitzendarbeid); – de werkzaamheden voor de aanvang daarvan bij de CWI – via een standaardformulier – zijn genotificeerd. +Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, blijft een TWV vereist. + +De notificatie geldt voor alle buitenlandse dienstverleners voor wie het vrij verkeer van diensten geldt, die een dienst in Nederland willen verlenen met eigen werknemers voor wie op enig moment geen vrij verkeer van werknemers met ons land geldt (zie ook B5/4.4). + +Gevraagde bescheiden: + – een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart; – een kopie van de werkvergunning waaruit blijkt dat de vreemdeling gerechtigd is in het land van vestiging van de werkgever arbeid te verrichten in dienst van de werkgever (indien een werkvergunning in het land van vestiging is vereist); – een bewijs waaruit de te verrichten diensten blijken. -Verwezen wordt naar artikel IX van het Besluit van 24 april 2006, houdende wijziging van het Vb in verband met de implementatie van Richtlijn 2004/38/EG. +Verwezen wordt naar artikel IX van het Besluit van 24 april 2006, houdende wijziging van het Vb in verband met de implementatie van Richtlijn 2004/38. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘andere arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’. #### 8.3. Gezinsleden van werknemers -Zolang de werking van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening 1612/68/EEG is opgeschort, geldt artikel 11 van die Verordening, namelijk dat de gezinsleden het recht hebben om iedere arbeid op het grondgebied van de lidstaat te aanvaarden en daarmee recht op verblijf, onder de volgende voorwaarden: +Zolang de werking van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening 1612/68 is opgeschort, geldt artikel 11 van die Verordening, namelijk dat de gezinsleden het recht hebben om iedere arbeid op het grondgebied van de lidstaat te aanvaarden en daarmee recht op verblijf, onder de volgende voorwaarden: -a. uitsluitend de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die op 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben vanaf de toetreding onmiddellijk toegang tot de arbeidsmarkt. Dit geldt niet voor de leden van het gezin van de werknemer die legaal tot de arbeidsmarkt van die lidstaat is toegelaten voor een periode van minder dan 12 maanden. - -Indien aan de werknemer een verblijfsdocument EU/EER wordt verstrekt met toepassing van het onder B10/8.2 onder (a) gestelde, wordt aan daarvoor in aanmerking komende gezinsleden op hun daartoe strekkende aanvraag een verblijfsdocument EU/EER verstrekt, met een zelfde geldigheid als het verblijfsdocument EU/EER van de werknemer, waaronder begrepen dezelfde arbeidsmarktaantekening, namelijk: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. - -Onder legaal verblijf in vorenbedoelde zin wordt in dit verband verstaan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot en met d, of l, Vw. - -Indien het gezinslid niet de nationaliteit van een (huidige of nieuwe) lidstaat bezit, wordt op overeenkomstige wijze een verblijfsdocument I afgegeven, met een zelfde geldigheid en waarop dezelfde arbeidsmarktaantekening wordt geplaatst, namelijk: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. - -Aanvragen van andere gezinsleden dan de hier bedoelde gezinsleden dan wel van familieleden worden op zelfstandige gronden beoordeeld; -b. de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die vanaf een datum na 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben toegang tot de arbeidsmarkt van de betrokken lidstaat nadat zij gedurende tenminste achttien maanden in die lidstaat hebben verbleven of, indien dit eerder is, vanaf 1 mei 2006. Daarvoor geldt hetgeen hierna onder (c) is vermeld; -c. de bepalingen, onder (a) en (b) vermeld, doen geen afbreuk aan gunstiger nationale of uit bilaterale overeenkomsten voortvloeiende maatregelen. - -Aan de gezinsleden, onder (b) vermeld, die de werknemer vergezellen of nareizen, wordt op hun daartoe strekkende aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht een verblijfsdocument EU/EER afgegeven. - -Op grond van het gunstiger Nederlandse nationale recht inzake gezinshereniging verkrijgen de gezinsleden van de werknemer niet pas na achttien maanden verblijf dezelfde arbeidsmarktaantekening als de werknemer van wie het verblijf afhankelijk is, maar dadelijk. - -Vanzelfsprekend wordt op de stickers verblijfsaantekeningen dan wel verblijfsdocumenten, af te geven aan de gezinsleden die de nationaliteit van een der huidige lidstaten bezitten, dan wel van Cyprus of Malta, de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. +a. uitsluitend de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die op 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben vanaf de toetreding onmiddellijk toegang tot de arbeidsmarkt. Dit geldt niet voor de leden van het gezin van de werknemer die legaal tot de arbeidsmarkt van die lidstaat is toegelaten voor een periode van minder dan 12 maanden. Indien aan de werknemer een verblijfsdocument EU/EER wordt verstrekt met toepassing van het onder B10/8.2 onder (a) gestelde, wordt aan daarvoor in aanmerking komende gezinsleden op hun daartoe strekkende aanvraag een verblijfsdocument EU/EER verstrekt, met een zelfde geldigheid als het verblijfsdocument EU/EER van de werknemer, waaronder begrepen dezelfde arbeidsmarktaantekening, namelijk: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. Onder legaal verblijf in vorenbedoelde zin wordt in dit verband verstaan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot en met d, of l, Vw. Indien het gezinslid niet de nationaliteit van een (huidige of nieuwe) lidstaat bezit, wordt op overeenkomstige wijze een verblijfsdocument I afgegeven, met een zelfde geldigheid en waarop dezelfde arbeidsmarktaantekening wordt geplaatst, namelijk: ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. Aanvragen van andere gezinsleden dan de hier bedoelde gezinsleden dan wel van familieleden worden op zelfstandige gronden beoordeeld; +b. de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die vanaf een datum na 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben toegang tot de arbeidsmarkt van de betrokken lidstaat nadat zij gedurende tenminste achttien maanden in die lidstaat hebben verbleven of, indien dit eerder is, vanaf 1 mei 2006. Daarvoor geldt hetgeen hierna onder (c) is vermeld; +c. de bepalingen, onder (a) en (b) vermeld, doen geen afbreuk aan gunstiger nationale of uit bilaterale overeenkomsten voortvloeiende maatregelen. Aan de gezinsleden, onder (b) vermeld, die de werknemer vergezellen of nareizen, wordt op hun daartoe strekkende aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht een verblijfsdocument EU/EER afgegeven. Op grond van het gunstiger Nederlandse nationale recht inzake gezinshereniging verkrijgen de gezinsleden van de werknemer niet pas na achttien maanden verblijf dezelfde arbeidsmarktaantekening als de werknemer van wie het verblijf afhankelijk is, maar dadelijk. Vanzelfsprekend wordt op de stickers verblijfsaantekeningen dan wel verblijfsdocumenten, af te geven aan de gezinsleden die de nationaliteit van een der huidige lidstaten bezitten, dan wel van Cyprus of Malta, de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘arbeid toegestaan, TWV niet vereist’. #### 8.4. Andere verblijfsdoelen dan arbeid in loondienst @@ -8631,11 +8406,11 @@ Voor artikel 8 EVRM wordt verwezen naar B2/10. Voor artikel 3 EVRM wordt verweze ### 3. Associatieovereenkomst EG en Turkije, besluit nr. 1/80 -Op 12 september 1963 is een overeenkomst, waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de EG en de Republiek Turkije, namens die EG gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732 EG van de Raad van de EG van 23 december 1963 (PB 1964, 217). +Op 12 september 1963 is een overeenkomst, waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de EG en Turkije, namens die EG gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732 EG van de Raad van de EG van 23 december 1963 (PB 1964, 217). -De associatieovereenkomst tussen de EG en de Republiek Turkije heeft ten doel de voortdurende en evenwichtige versterking van de commerciële en economische betrekkingen tussen de overeenkomstsluitende partijen te bevorderen, teneinde de levensstandaard van het Turkse volk te verbeteren en in een later stadium de toetreding van de Republiek Turkije tot de EG te vergemakkelijken. Dit geschiedt door geleidelijk het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen en door de beperkingen van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten op te heffen. +De Associatieovereenkomst EG-Turkije heeft ten doel de voortdurende en evenwichtige versterking van de commerciële en economische betrekkingen tussen de overeenkomstsluitende partijen te bevorderen, teneinde de levensstandaard van het Turkse volk te verbeteren en in een later stadium de toetreding van Turkije tot de EG te vergemakkelijken. Dit geschiedt door geleidelijk het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen en door de beperkingen van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten op te heffen. -Op 23 november 1970 is een Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst ondertekend en namens de EG gesloten en goedgekeurd en bevestigd bij verordening 2760/72 van de Raad van de EG van 19 december 1972. Het aanvullend protocol is voor het Koninkrijk der Nederlanden op 1 januari 1973 in werking getreden. De bij de Associatieovereenkomst ingestelde Associatieraad heeft op 19 september 1980 besluit nr. 1/80 vastgesteld. +Op 23 november 1970 is een Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije ondertekend en namens de EG gesloten en goedgekeurd en bevestigd bij verordening 2760/72 van de Raad van de EG van 19 december 1972. Het aanvullend protocol is voor Nederland op 1 januari 1973 in werking getreden. De bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije ingestelde Associatieraad heeft op 19 september 1980 Associatiebesluit 1/80 vastgesteld. #### 3.1. Begunstigde @@ -8665,29 +8440,31 @@ In B11/3.3 wordt een aantal begrippen gehanteerd. Hieronder wordt aangegeven wat Een Turkse werknemer: -a. komt in aanmerking voor voortzetting van verblijf na één jaar legale arbeid op grond van een niet-omstreden verblijfsrecht dat hem in staat stelde om deze arbeid te verrichten en indien de werkgever nog één jaar werkgelegenheid heeft en in het bezit is gesteld van een TWV (zie artikel 6, eerste lid, eerste gedachtestreepje, besluit nr. 1/80); -b. heeft na drie jaar legale arbeid en onder voorbehoud van de aan de werknemers uit de Lidstaten van de Gemeenschap te verlenen voorrang, in die Lidstaat het recht om in hetzelfde beroep bij een werkgever van zijn keuze te reageren op een ander arbeidsaanbod, gedaan onder normale voorwaarden en geregistreerd bij de arbeidsbureaus van die lidstaat (zie artikel 6, eerste lid, tweede gedachtestreepje, besluit nr. 1/80); -c. heeft na vier jaar legale arbeid, in die lidstaat vrije toegang tot iedere arbeid in loondienst te zijner keuze (zie artikel 6, eerste lid, derde gedachtestreepje, besluit nr. 1/80). +a. komt in aanmerking voor voortzetting van verblijf na één jaar legale arbeid op grond van een niet-omstreden verblijfsrecht dat hem in staat stelde om deze arbeid te verrichten en indien de werkgever nog één jaar werkgelegenheid heeft en in het bezit is gesteld van een TWV (zie artikel 6, eerste lid, eerste gedachtestreepje, Associatiebesluit 1/80); +b. heeft na drie jaar legale arbeid en onder voorbehoud van de aan de werknemers uit de Lidstaten van de Gemeenschap te verlenen voorrang, in die Lidstaat het recht om in hetzelfde beroep bij een werkgever van zijn keuze te reageren op een ander arbeidsaanbod, gedaan onder normale voorwaarden en geregistreerd bij de arbeidsbureaus van die lidstaat (zie artikel 6, eerste lid, tweede gedachtestreepje, Associatiebesluit 1/80); +c. heeft na vier jaar legale arbeid, in die lidstaat vrije toegang tot iedere arbeid in loondienst te zijner keuze (zie artikel 6, eerste lid, derde gedachtestreepje, Associatiebesluit 1/80). -Ad a. De plicht voor een werkgever om in het bezit te zijn van een TWV geldt niet ten aanzien van Turkse onderdanen die op grond van hun (eerdere) verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten (Zie B1/2.3.2). +De plicht voor een werkgever om in het bezit te zijn van een TWV geldt niet ten aanzien van Turkse onderdanen die op grond van hun (eerdere) verblijfsrecht vrij tot de Nederlandse arbeidsmarkt zijn toegelaten (Zie B1/2.3.2). Bij de beoordeling of de Turkse werknemer recht heeft op voortzetting van verblijf wordt gecontroleerd of: -– de Turkse werknemer reeds één jaar onafgebroken (zie Hof van Justitie van de EG, 29 mei 1997, Eker, C-396/95) bij dezelfde werkgever heeft gewerkt; +– de Turkse werknemer reeds één jaar onafgebroken (zie Hof van Justitie van de EG, 29 mei 1997, Eker, C-396/95) bij dezelfde werkgever heeft gewerkt; – dezelfde werkgever nog voor ten minste één jaar werkgelegenheid heeft voor de Turkse werknemer; en – gedurende deze jaren hetzelfde beroep wordt uitgeoefend. -Turkse werknemers die werkzaam zijn in het internationaal verkeer als chauffeurs, zijn doorgaans in het bezit van een visum (een zogenoemde ‘multiple entry visum’) en niet in het bezit van een verblijfsvergunning. Dat betekent niet dat daardoor geen sprake is van legale arbeid (zie hierbovengenoemde zaak Bozkurt). Immers, het bezit van een verblijfsvergunning is slechts een bevestiging van een rechtstreeks door het besluit nr. 1/80 toegekend recht en is derhalve geen voorwaarde voor ‘legale arbeid’. De door de Turkse chauffeur verrichtte werkzaamheden moeten wel verricht zijn op grond van een TWV. +De vaststelling of betrokkene aan bovenstaande voorwaarden voldoet, vindt plaats aan de hand van de overgelegde arbeidscontracten, jaarloonopgaven en het registratiebericht Melding Sociale Voorzieningen. Het registratiebericht ontvangt iedere werknemer als bewijs dat de werkgever hem heeft aangemeld bij het UWV. Indien twijfel bestaat of betrokkene voldoet aan bovenstaand drietal voorwaarden, dient informatie over de in het verleden afgegeven TWV(en) te worden ingewonnen bij CWI. -Ad b. Op grond van nationaal beleid geldt dat de Turkse werknemer, nadat hij drie jaar onafgebroken legale arbeid in hetzelfde beroep bij dezelfde werkgever heeft verricht, vrije toegang heeft tot iedere arbeid van zijn keuze (zie B5/3.2.2). Dit betekent dat het bepaalde in artikel 6, eerste lid, derde gedachtestreepje, besluit nr. 1/80 reeds na drie jaar legale arbeid van toepassing is. +Turkse werknemers die werkzaam zijn in het internationaal verkeer als chauffeurs, zijn doorgaans in het bezit van een visum (een zogenoemde ‘multiple entry visum’) en niet in het bezit van een verblijfsvergunning. Dat betekent niet dat daardoor geen sprake is van legale arbeid (zie hierbovengenoemde zaak Bozkurt). Immers, het bezit van een verblijfsvergunning is slechts een bevestiging van een rechtstreeks door het Associatiebesluit 1/80 toegekend recht en is derhalve geen voorwaarde voor ‘legale arbeid’. De door de Turkse chauffeur verrichtte werkzaamheden moeten wel verricht zijn op grond van een TWV. + +Op grond van nationaal beleid geldt dat de Turkse werknemer, nadat hij drie jaar onafgebroken legale arbeid in hetzelfde beroep bij dezelfde werkgever heeft verricht, vrije toegang heeft tot iedere arbeid van zijn keuze (zie B5/3.2.2). Dit betekent dat het bepaalde in artikel 6, eerste lid, derde gedachtestreepje, Associatiebesluit 1/80 reeds na drie jaar legale arbeid van toepassing is. De vaststelling of betrokkene drie jaar legale arbeid in hetzelfde beroep bij dezelfde werkgever heeft verricht vindt plaats op de wijze als vermeld onder a. De Turkse werknemer die drie jaar legale arbeid heeft verricht, heeft daarmee het recht om zijn dienstbetrekking vrijwillig te beëindigen, onder voorwaarde dat hij binnen een redelijke termijn een nieuwe dienstbetrekking vindt en gedurende deze periode blijft behoren tot de legale arbeidsmarkt. Er is sprake van het blijven behoren tot de legale arbeidsmarkt als betrokkene zich na de vrijwillige beëindiging van zijn dienstbetrekking onmiddellijk inschrijft bij een arbeidsbureau en zich volledig beschikbaar stelt voor het verrichten van werkzaamheden. -Indien betrokkene na het verstrijken van de redelijke termijn en ondanks bemiddeling van het arbeidsbureau geen nieuwe dienstbetrekking heeft gevonden, behoort betrokkene nog slechts tot de legale arbeidsmarkt indien hij een reële en daadwerkelijke kans maakt om binnen een maand tewerkgesteld te worden (zie Hof van Justitie van de EG, 23 januari 1997, Tetik, C-171/95). +Indien betrokkene na het verstrijken van de redelijke termijn en ondanks bemiddeling van het arbeidsbureau geen nieuwe dienstbetrekking heeft gevonden, behoort betrokkene nog slechts tot de legale arbeidsmarkt indien hij een reële en daadwerkelijke kans maakt om binnen een maand tewerkgesteld te worden (zie Hof van Justitie van de EG, 23 januari 1997, Tetik, C-171/95). -Ad a, b en c. Bij de berekening van tijdvakken van legale arbeid moet rekening gehouden worden met tijdvakken waarin betrokkene geen arbeid (heeft) verricht (zie artikel 6, tweede lid, besluit nr. 1/80). +Bij de berekening van tijdvakken van legale arbeid moet rekening gehouden worden met tijdvakken waarin betrokkene geen arbeid (heeft) verricht (zie artikel 6, tweede lid, Associatiebesluit 1/80). Jaarlijkse vakanties en perioden van afwezigheid wegens zwangerschap, arbeidsongeval of kortdurende ziekte worden gelijkgesteld met tijdvakken van legale arbeid. @@ -8725,13 +8502,13 @@ a. een gezinslid zijn van een tot de legale arbeidsmarkt behorende Turkse werkne b. in het kader van gezinshereniging met de Turkse werknemer in Nederland verblijf hebben gekregen; en c. drie jaar legaal wonen in Nederland. -Ad b. De omstandigheid dat het gezinslid in Nederland is geboren en daardoor geen toestemming heeft moeten aanvragen om zich in het kader van de gezinshereniging bij de Turkse werknemer in Nederland te voegen is niet van belang (zie Hof van Justitie van de EG, 11 november 2004, Cetinkaya, C-467/02). +De omstandigheid dat het gezinslid in Nederland is geboren en daardoor geen toestemming heeft moeten aanvragen om zich in het kader van de gezinshereniging bij de Turkse werknemer in Nederland te voegen is niet van belang (zie Hof van Justitie van de EG, 11 november 2004, Cetinkaya, C-467/02). -Ad c. Legaal wonen: dit begrip veronderstelt dat het gezinslid gedurende de periode van drie respectievelijk vijf jaar onafgebroken daadwerkelijk bij de Turkse werknemer moet wonen (zie Hof van Justitie van de EG, 22 juni 2000, Eyüp, C-65/98). Bij de berekening van deze periode moet echter wel rekening worden gehouden met korte onderbrekingen van het samenleven, waarbij niet de bedoeling bestond om het samenleven op te geven. Hierbij kan gedacht worden aan een afwezigheid van de gemeenschappelijke woonplaats gedurende een redelijke periode waarvoor gegronde redenen zijn dan wel aan onvrijwillig verblijf van minder dan zes maanden dat de betrokkene in zijn land van herkomst heeft doorgebracht (zie Hof van Justitie van de EG, 17 april 1997, Kadiman, C-351/95). +Legaal wonen: dit begrip veronderstelt dat het gezinslid gedurende de periode van drie respectievelijk vijf jaar onafgebroken daadwerkelijk bij de Turkse werknemer moet wonen (zie Hof van Justitie van de EG, 22 juni 2000, Eyüp, C-65/98). Bij de berekening van deze periode moet echter wel rekening worden gehouden met korte onderbrekingen van het samenleven, waarbij niet de bedoeling bestond om het samenleven op te geven. Hierbij kan gedacht worden aan een afwezigheid van de gemeenschappelijke woonplaats gedurende een redelijke periode waarvoor gegronde redenen zijn dan wel aan onvrijwillig verblijf van minder dan zes maanden dat de betrokkene in zijn land van herkomst heeft doorgebracht (zie Hof van Justitie van de EG, 17 april 1997, Kadiman, C-351/95). -Vorenstaande betekent dat de vrije toegang tot de arbeidsmarkt als bepaald in artikel 7, eerste lid, onder b, besluit nr. 1/80 (waarin is bepaald dat de gezinsleden vrije toegang tot de arbeidsmarkt hebben wanneer zij ten minste vijf jaar aldaar legaal wonen) reeds na drie jaar legaal wonen van toepassing is. Met deze voor de gezinsleden van een Turkse werknemer gunstigere regel wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onder a, besluit nr. 1/80. Deze gunstigere regel moet altijd worden toegepast. +Vorenstaande betekent dat de vrije toegang tot de arbeidsmarkt als bepaald in artikel 7, eerste lid, onder b, besluit nr. 1/80 (waarin is bepaald dat de gezinsleden vrije toegang tot de arbeidsmarkt hebben wanneer zij ten minste vijf jaar aldaar legaal wonen) reeds na drie jaar legaal wonen van toepassing is. Met deze voor de gezinsleden van een Turkse werknemer gunstigere regel wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onder a, Associatiebesluit 1/80. Deze gunstigere regel moet altijd worden toegepast. -Na de periode van drie jaar legaal wonen worden ingevolge artikel 7 van het besluit nr. 1/80 aan het verblijf van het gezinslid geen voorwaarden meer verbonden. De omstandigheid dat de Turkse werknemer na deze periode niet meer behoort tot de legale arbeidsmarkt of dat de gezinsband is verbroken, heeft geen gevolgen voor het verblijfsrecht van het gezinslid (zie voornoemde zaak Cetinkaya). Dit geldt ongeacht of het gezinslid in het bezit is van een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf. +Na de periode van drie jaar legaal wonen worden ingevolge artikel 7 van het Associatiebesluit 1/80 aan het verblijf van het gezinslid geen voorwaarden meer verbonden. De omstandigheid dat de Turkse werknemer na deze periode niet meer behoort tot de legale arbeidsmarkt of dat de gezinsband is verbroken, heeft geen gevolgen voor het verblijfsrecht van het gezinslid (zie voornoemde zaak Cetinkaya). Dit geldt ongeacht of het gezinslid in het bezit is van een zelfstandige verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf. #### 3.5. Verlies van opgebouwde rechten @@ -8749,25 +8526,21 @@ De door de Turkse werknemer opgebouwde rechten gaan verloren wanneer hij de Nede #### 3.6. Turkse zelfstandige -Het besluit nr. 1/80 heeft geen betrekking op Turkse zelfstandigen en zijn gezinsleden. Een Turkse onderdaan die in Nederland wenst te verblijven in verband met het verrichten van arbeid als zelfstandige dient te voldoen aan de algemene voorwaarden voor zelfstandigen, met uitzondering van de voorwaarde dat de leeftijd van 60 jaar nog niet bereikt is (zie B5/7.7). Voorts is niet het communautaire openbare orde-criterium van toepassing is, maar het nationale openbare orde beleid. +Het Associatiebesluit 1/80 heeft geen betrekking op Turkse zelfstandigen en zijn gezinsleden. Een Turkse onderdaan die in Nederland wenst te verblijven in verband met het verrichten van arbeid als zelfstandige dient te voldoen aan de algemene voorwaarden voor zelfstandigen, met uitzondering van de voorwaarde dat de leeftijd van 60 jaar nog niet bereikt is (zie B5/7.7). Voorts is niet het communautaire openbare orde-criterium van toepassing is, maar het nationale openbare orde beleid. -### 4. Het Europees Vestigingsverdrag +### 4. Het Europees vestigingsverdrag -Het Europees Vestigingsverdrag (Trb. 1957, 20) met Protocol, goedgekeurd bij de wet van 28 oktober 1959 (Stb. 395) en voor Nederland in werking getreden op 21 mei 1969, voorziet in het toekennen van bepaalde voorrechten aan de onderdanen van landen die bij dit Verdrag Partij zijn. +Het Europees vestigingsverdrag met Protocol, goedgekeurd bij de wet van 28 oktober 1959 (Stb. 395) en voor Nederland in werking getreden op 21 mei 1969, voorziet in het toekennen van bepaalde voorrechten aan de onderdanen van landen die bij dit Verdrag Partij zijn. -Partij bij voornoemd verdrag zijn: Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Zweden. +Partij bij voornoemd verdrag zijn: Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. #### 4.1. Begunstigde -Omdat voor gemeenschapsonderdanen de verblijfsrechten die voortvloeien uit het gemeenschapsrecht gunstiger zijn, is dit Verdrag voor onderdanen van de landen die Partij zijn bij het Verdrag slechts van belang voor zover zij niet (langer) een verblijfsrecht kunnen ontlenen aan het gemeenschapsrecht. Voor onderdanen van Turkije is het verdrag slechts van belang voorzover zij geen aanspraken op voortzetting van verblijf kunnen ontlenen aan het besluit nr. 1/80 (zie B11/3). +Omdat voor gemeenschapsonderdanen de verblijfsrechten die voortvloeien uit het gemeenschapsrecht gunstiger zijn, is dit Verdrag voor onderdanen van de landen die Partij zijn bij het Verdrag slechts van belang voor zover zij niet (langer) een verblijfsrecht kunnen ontlenen aan het gemeenschapsrecht. Voor onderdanen van Turkije is het verdrag slechts van belang voorzover zij geen aanspraken op voortzetting van verblijf kunnen ontlenen aan het Associatiebesluit 1/80 (zie B11/3). #### 4.2. Waarborgen -Het Europees Vestigingsverdrag verschaft de onderdanen van alle bedoelde landen (in de praktijk alleen de Turkse onderdanen) (extra) procedurele waarborgen in geval van voorgenomen verblijfsbeëindiging, bij rechtmatig verblijf (rechtmatig wonen) van ten minste twee (B11/4.2.1) respectievelijk tien jaar (B11/4.2.2). - -Onder ‘rechtmatig op het grondgebied wonen’ wordt verstaan het hoofdverblijf in Nederland hebben tijdens een rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, of onder l, Vw. - -Verblijf gedurende de vrije termijn (artikel 8, aanhef en onder i, in samenhang met artikel 12 Vw en artikel 3.3 Vb) telt dus voor de berekening van de twee- of tienjarentermijn niet mee. +Het Europees vestigingsverdrag verschaft de onderdanen van alle bedoelde landen (in de praktijk alleen de Turkse onderdanen) (extra) procedurele waarborgen in geval van voorgenomen verblijfsbeëindiging, bij rechtmatig verblijf (rechtmatig wonen) van ten minste twee (B11/4.2.1) respectievelijk tien jaar (B11/4.2.2). Onder ‘rechtmatig op het grondgebied wonen’ wordt verstaan het hoofdverblijf in Nederland hebben tijdens een rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, of onder l, Vw. Verblijf gedurende de vrije termijn (artikel 8, aanhef en onder i, in samenhang met artikel 12 Vw en artikel 3.3 Vb) telt dus voor de berekening van de twee- of tienjarentermijn niet mee. ##### 4.2.1. Twee jaar rechtmatig verblijf @@ -8799,7 +8572,7 @@ Wanneer, door toepassing van dit Verdrag, de uitzetting achterwege blijft, dient ### 5. Het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag -Op 17 december 1904 is het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag (Stb. 1906, 279) in werking getreden. Het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag voorziet in de mogelijkheid van vrije vestiging van wederzijdse onderdanen in de beide verdragstaten. +Op 17 december 1904 is het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag in werking getreden. Het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag voorziet in de mogelijkheid van vrije vestiging van wederzijdse onderdanen in de beide verdragstaten. #### 5.1. Begunstigde @@ -8809,18 +8582,20 @@ Overigens heeft verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bed #### 5.2. Verblijfsvoorwaarden -Ingevolge het Verdrag wordt in geval van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet tegengeworpen dat niet aan de beperking wordt voldaan, mits betrokkene beschikt over voldoende middelen van bestaan. Met andere woorden, (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan indien: +Ingevolge het Nederlands-Duits Vestigingsverdrag wordt in geval van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet tegengeworpen dat niet aan de beperking wordt voldaan, mits betrokkene beschikt over voldoende middelen van bestaan. Met andere woorden, (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan indien: a. de Duitse onderdaan over voldoende middelen van bestaan beschikt; b. geen bezwaren bestaan uit hoofde van de openbare orde. -Op grond van de overeenkomst tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting zijn Duitse uitkeringen uit de sociale verzekering voor in Nederland wonende Duitsers in principe onderworpen aan de Duitse belastingheffing. Echter, in de praktijk wordt in Duitsland geen loonbelasting op deze uitkeringen ingehouden en wordt evenmin een aanslag Duitse inkomstenbelasting opgelegd, behalve indien nog andere inkomsten uit Duitsland worden genoten. Dit heeft tot gevolg dat in de regel op een in Nederland ontvangen Duitse uitkering door Nederland noch door Duitsland een enkele inhouding heeft plaatsgevonden. +Onder voldoende middelen van bestaan wordt verstaan een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan het bestaansminimum in de zin van de Wwb. De bron waaruit de middelen komen (erfenis, pensioen, vermogen) is niet van belang, mits daadwerkelijk over de middelen wordt beschikt. De Duitse onderdaan moet gedurende zijn verblijf over deze middelen van bestaan beschikken. + +Een uitkering krachtens de Wwb wordt niet aangemerkt als middelen van bestaan in de zin van dit Verdrag, omdat toekenning van een dergelijke uitkering in het algemeen en voorzover hier van belang slechts pleegt te geschieden wanneer Burgemeester en Wethouders van oordeel zijn dat betrokkene niet in staat is zelf te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan (zie artikel 11 Wwb). + +Op grond van de overeenkomst tussen Nederland en Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting zijn Duitse uitkeringen uit de sociale verzekering voor in Nederland wonende Duitsers in principe onderworpen aan de Duitse belastingheffing. Echter, in de praktijk wordt in Duitsland geen loonbelasting op deze uitkeringen ingehouden en wordt evenmin een aanslag Duitse inkomstenbelasting opgelegd, behalve indien nog andere inkomsten uit Duitsland worden genoten. Dit heeft tot gevolg dat in de regel op een in Nederland ontvangen Duitse uitkering door Nederland noch door Duitsland een enkele inhouding heeft plaatsgevonden. Bovenstaande ‘belastingovereenkomst’ doet echter geen afbreuk aan de bevoegdheid van Nederland om, als woonstaat van de rechthebbende, de uitbetaalde Duitse uitkering op te nemen in de grondslag waarnaar de Nederlandse belasting wordt geheven. Nu een ontvanger van een Duitse uitkering in Nederland vrijwel altijd aangifteplichtig is, is een ontvangen Duitse uitkering niet zonder meer geheel aan te merken als netto-inkomen. Rekening dient immers te worden gehouden met de Nederlandse belasting- en premieheffing over deze uitkering. Ter zake kan overigens vrijstelling van verzekeringsplicht en premiebetaling voor de volksverzekeringen zijn verleend door de SVB. -Hoewel het aan betrokkene is om aan te tonen dat hij beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van dit verdrag, kunnen eventuele vragen/ twijfels bestaan over de daadwerkelijke hoogte van het gestelde netto bedrag. Inlichtingen over (de invloed van) Duitse uitkeringen (op de heffing inkomstenbelasting en/of premie voor de volksverzekeringen) in Nederland kunnen worden verkregen bij het Bureau voor Duitse Zaken te Nijmegen. - -Ad b. *Gevaar voor de openbare orde* +Hoewel het aan betrokkene is om aan te tonen dat hij beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van dit verdrag, kunnen eventuele vragen/twijfels bestaan over de daadwerkelijke hoogte van het gestelde netto bedrag. Inlichtingen over (de invloed van) Duitse uitkeringen (op de heffing inkomstenbelasting en/of premie voor de volksverzekeringen) in Nederland kunnen worden verkregen bij het Bureau voor Duitse Zaken te Nijmegen. De verlening van een verblijfsvergunning, evenals verlenging van de geldigheidsduur ervan, kan worden geweigerd in geval van een in rechte onaantastbare strafrechtelijke uitspraak. Weigering kan tevens plaatsvinden in geval de vreemdeling gevaar oplevert voor de nationale veiligheid. Bij aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning wordt daarbij op grond van het bovenstaande afgeweken van artikel 3.77 en 3.78 Vb. @@ -8840,23 +8615,19 @@ Tevens wordt de verblijfsvergunning voorzien van de aantekening: ‘Een beroep o #### 6.1. Inleiding -Op 19 augustus 1875 is tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat in Bern een Traktaat gesloten van vriendschap, vestiging en handel met Protocol van 24 april 1877 (Stb. 1878, nr. 137). Grondslag voor het sluiten van dit Traktaat is gelegen in de wens de vriendschapsbanden tussen Nederland en Zwitserland nauwer aan te halen en de handelsbetrekkingen tussen beide landen te verbeteren en uit te breiden. +Op 19 augustus 1875 is tussen Nederland en Duitsland in Bern het Nederlands-Zwitsers Traktaat gesloten. Grondslag voor het sluiten van dit Traktaat is gelegen in de wens de vriendschapsbanden tussen Nederland en Zwitserland nauwer aan te halen en de handelsbetrekkingen tussen beide landen te verbeteren en uit te breiden. Op 22 juli 1972 is te Brussel een overeenkomst gesloten tussen de EEG en Zwitserland. Deze overeenkomst vormde aanleiding om het Nederlands-Zwitsers Traktaat aan te passen. Naar aanleiding van een notawisseling tussen de Nederlandse en Zwitserse Regering van respectievelijk 13 juni 1996 en 24 juni 1996 is het Traktaat gewijzigd (Trb. 1996, nr. 217). Het gewijzigd Nederlands-Zwitsers Traktaat is op 10 januari 1997 in werking getreden. Artikel 1 van het Traktaat en het Protocol is daarbij ongewijzigd gebleven en thans nog steeds van kracht. -Op 22 juli 1972 is te Brussel een overeenkomst gesloten tussen de EEG en de Zwitserse Bondsstaat. Deze overeenkomst vormde aanleiding om het Traktaat van vriendschap, vestiging en handel aan te passen. Naar aanleiding van een notawisseling tussen de Nederlandse en Zwitserse Regering van respectievelijk 13 juni 1996 en 24 juni 1996 is het Traktaat gewijzigd (Trb. 1996, nr. 217). Het gewijzigde Traktaat is op 10 januari 1997 in werking getreden. Artikel 1 van het Traktaat en het Protocol is daarbij ongewijzigd gebleven en thans nog steeds van kracht. - -Op 21 juni 1999 is de Overeenkomst tussen de EG en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen tot stand gekomen (Trb. 2000, 16 en 86). - -Bij wet van 14 september 2001 heeft Nederland deze Overeenkomst goedgekeurd (Stb. 2001, 432) en op 16 november 2001 geratificeerd. De Overeenkomst is per 1 juni 2002 in werking getreden. +Op 21 juni 1999 is de Overeenkomst EG-Zwitserland tot stand gekomen. Bij wet van 14 september 2001 heeft Nederland deze Overeenkomst goedgekeurd (Stb. 2001, 432) en op 16 november 2001 geratificeerd. De Overeenkomst is per 1 juni 2002 in werking getreden. #### 6.2. Begunstigde -Per 1 juni 2002 worden Zwitserse onderdanen, alsmede hun familie- en gezinsleden, die de nationaliteit van een derde staat bezitten, en die op grond van vorenvermelde Overeenkomst in Nederland verblijven, aangemerkt als gemeenschapsonderdanen. Ten aanzien van Zwitserse onderdanen is dit bepaald bij eerder genoemde wet van 14 september 2001 (Stb. 2001, 432). Voor het verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt verwezen naar B10. +Per 1 juni 2002 worden Zwitserse onderdanen, alsmede hun familie- en gezinsleden, die de nationaliteit van een derde staat bezitten, en die op grond van vorenvermelde Overeenkomst in Nederland verblijven, aangemerkt als gemeenschapsonderdanen. Ten aanzien van Zwitserse onderdanen is dit bepaald bij eerder genoemde wet van 14 september 2001 (Stb. 2001, 432). Voor het verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt verwezen naar B10. -Het Traktaat is slechts van belang voor Zwitserse onderdanen die aan de Overeenkomst tussen de EG en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen geen aanspraak op verblijf kunnen ontlenen. +Het Nederlands-Zwitsers Traktaat is slechts van belang voor Zwitserse onderdanen die aan de Overeenkomst EG-Zwitserland, over het vrije verkeer van personen geen aanspraak op verblijf kunnen ontlenen. #### 6.3. Toegang en verblijf in Nederland -Het Traktaat voorziet in de mogelijkheid van vrije toegang en vestiging van wederzijdse onderdanen in de beide verdragstaten. Een onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat heeft op grond van het Traktaat recht op een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling van een Nederlander, indien hij zich in Nederland wil vestigen en/of alhier economische activiteiten wil gaan verrichten. +Het Nederlands-Zwitsers Traktaat voorziet in de mogelijkheid van vrije toegang en vestiging van wederzijdse onderdanen in de beide verdragstaten. Een onderdaan van Zwitserland heeft op grond van het Nederlands-Zwitsers Traktaat recht op een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling van een Nederlander, indien hij zich in Nederland wil vestigen en/of alhier economische activiteiten wil gaan verrichten. In het Protocol is opgenomen dat aan een Zwitsers onderdaan de toegang tot Nederland kan worden geweigerd en hij kan worden verwijderd dan wel uitgezet, indien hij: @@ -8864,6 +8635,10 @@ a. niet beschikt over een paspoort of ander authentiek bewijs van nationaliteit; b. niet over middelen van bestaan beschikt of ten laste van de openbare liefdadigheid komt; of c. een gevaar oplevert voor de openbare orde, de openbare rust of de nationale veiligheid. +Het Protocol vermeldt als vereiste onder meer paspoort. Daaronder wordt verstaan een geldig nationaal paspoort. + +Onder ten laste van de openbare liefdadigheid wordt verstaan ten laste van de publieke middelen. Een uitkering ingevolge de Wwb wordt daarom niet aangemerkt als middelen van bestaan in de zin van dit Verdrag en Protocol. + Onder middelen van bestaan wordt verstaan een netto-inkomen dat ten minste gelijk is aan het bestaansminimum voor de betrokken categorie (alleenstaande, echtpaar) in de zin van de Wwb. De bron waaruit deze middelen komen (erfenis, pensioen, vermogen) is niet van belang, mits betrokkene zelf maar daadwerkelijk over de middelen of het recht op (periodieke) uitkering ervan beschikt. Een toezegging hiertoe van een partner is overigens niet voldoende. @@ -8876,11 +8651,11 @@ De aanvraag om een verblijfsvergunning wordt echter afgewezen, indien niet is vo ##### 6.3.2. Arbeid in loondienst -Op een onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat, die zich in Nederland wil vestigen voor het verrichten van arbeid in loondienst, is het bepaalde in B10/3 van toepassing. +Op een onderdaan van Zwitserland, die zich in Nederland wil vestigen voor het verrichten van arbeid in loondienst, is het bepaalde in B10/3 van toepassing. ##### 6.3.3. Vestiging -Een onderdaan van de Zwitserse Bondsstaat die geen economische activiteiten verricht en niet op grond van een ander verblijfsdoel in Nederland verblijft, komt op grond van het Traktaat voor verblijf in Nederland in aanmerking indien en zolang hij beschikt over voldoende middelen van bestaan. +Een onderdaan van Zwitserland die geen economische activiteiten verricht en niet op grond van een ander verblijfsdoel in Nederland verblijft, komt op grond van het Nederlands-Zwitsers Traktaat voor verblijf in Nederland in aanmerking indien en zolang hij beschikt over voldoende middelen van bestaan. #### 6.4. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift @@ -8952,28 +8727,38 @@ Indien na toetsing is vastgesteld dat een onderdaan van Bulgarije of Roemenië r ### 8. Het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag -Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met bijbehorend Protocol (Trb. 1956, 40) beoogt de handel tussen de beide partijen te vergemakkelijken. +Het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag met bijbehorend Protocol (Trb. 1956, 40) beoogt de handel tussen de beide partijen te vergemakkelijken. #### 8.1. Verblijfsvoorwaarden Onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika mogen in Nederland verblijven: -a. teneinde handel te drijven tussen de grondgebieden van de twee partijen en zich bezig te houden met daarmee samenhangende of in verband staande werkzaamheden op handelsgebied (zie artikel II, eerste lid, onder a, van het Verdrag); -b. teneinde de bedrijfsuitoefening van een onderneming waarin zij een aanzienlijk kapitaal hebben belegd of waarin zij daadwerkelijk bezig zijn zulks te doen, te ontwikkelen en te leiden (zie artikel II, eerste lid, onder b, van het Verdrag); en -c. voor andere doeleinden met inachtneming van de wetten met betrekking tot de toelating en het verblijf van vreemdelingen (zie artikel II, eerste lid, onder c, van het Verdrag). +a. teneinde handel te drijven tussen de grondgebieden van de twee partijen en zich bezig te houden met daarmee samenhangende of in verband staande werkzaamheden op handelsgebied (zie artikel II, eerste lid, onder a, van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag); +b. teneinde de bedrijfsuitoefening van een onderneming waarin zij een aanzienlijk kapitaal hebben belegd of waarin zij daadwerkelijk bezig zijn zulks te doen, te ontwikkelen en te leiden (zie artikel II, eerste lid, onder b, van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag); en +c. voor andere doeleinden met inachtneming van de wetten met betrekking tot de toelating en het verblijf van vreemdelingen (zie artikel II, eerste lid, onder c, van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag). -Hieronder volgt een uitleg van het begrip ‘aanzienlijk kapitaal’ ten aanzien van de diverse mogelijke ondernemingsvormen (zie circulaire van de Minister van EZ van 4 november 1992, DMO/DCM/AM92081647): +Overigens zijn de onderdanen van de Verenigde Staten van Amerika in Nederland onderworpen aan de voor vreemdelingen in het algemeen geldende bepalingen van de Vw inzake toegang en verblijf en inzake de gronden waarop hun verblijf of voortzetting van verblijf kan worden ontzegd (zie artikel II, vierde lid, van het Verdrag). -– *Eenmanszaak*: een zodanig kapitaal, dat de ondernemer zelfstandig het bedrijf kan exploiteren. Dit dient per geval te worden bekeken, maar als minimum wordt € 4.500 aangehouden. -– *Vennootschap onder firma*: ten minste 25% van het firmakapitaal, met als minimum € 4.500. -– *Commanditaire vennootschap*: voor de beherende vennoot geldt hetzelfde als bij een vennootschap onder firma. De stille vennoot oefent geen bedrijf uit en valt derhalve niet onder het bepaalde in het verdrag. -– *Besloten vennootschap*: ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal is in Nederland ten minste € 18.000, zodat het ‘aanzienlijk kapitaal’ ten minste € 4.500 zal beslaan. -– *Naamloze vennootschap*: ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal is in Nederland ten minste € 45.000, zodat het ‘aanzienlijk kapitaal’ ten minste € 11.250 zal beslaan. -– *Andere ondernemingsvormen*: per geval bekijken. +Het laat onverlet om maatregelen toe te passen welke noodzakelijk zijn ter handhaving van de openbare orde en ter bescherming van de volksgezondheid, de goede zeden en de veiligheid. Hiermee wordt, voorzover hier van belang, bedoeld maatregelen die zijn voorzien bij de Vw, zoals weigering van de toegang, van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, weigering verlenging van een dergelijke vergunning, alsmede intrekking ervan, weigering van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of intrekking daarvan en ongewenstverklaring. Voor wat betreft de maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid wordt aangesloten bij de lijst van besmettelijke ziekten die als bijlage bij het Vb is gevoegd. + +Onder het begrip ‘bedrijfsuitoefening van een onderneming’ dient mede te worden verstaan een persoon die een Amerikaanse onderneming in Nederland vertegenwoordigt en in dienst van deze onderneming in een sleutelfunctie werkzaam is (zie artikel 2 van het Protocol). De vrije uitoefening van een beroep valt niet onder het begrip ‘bedrijfsuitoefening van een onderneming’ (zie artikel 8 van het bijbehorende Protocol). + +Hieronder volgt een uitleg van het begrip ‘aanzienlijk kapitaal’ ten aanzien van de diverse mogelijke ondernemingsvormen (zie circulaire van de Minister van EZ van 4 november 1992, DMO/DCM/ AM92081647): + +– Eenmanszaak: een zodanig kapitaal, dat de ondernemer zelfstandig het bedrijf kan exploiteren. Dit dient per geval te worden bekeken, maar als minimum wordt € 4.500 aangehouden. +– Vennootschap onder firma: ten minste 25% van het firmakapitaal, met als minimum € 4.500. +– Commanditaire vennootschap: voor de beherende vennoot geldt hetzelfde als bij een vennootschap onder firma. De stille vennoot oefent geen bedrijf uit en valt derhalve niet onder het bepaalde in het verdrag. +– Besloten vennootschap: ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal is in Nederland ten minste € 18.000, zodat het ‘aanzienlijk kapitaal’ ten minste € 4.500 zal beslaan. +– Naamloze vennootschap: ten minste 25% van het gestorte kapitaal. Het gestorte kapitaal is in Nederland ten minste € 45.000, zodat het ‘aanzienlijk kapitaal’ ten minste € 11.250 zal beslaan. +– Andere ondernemingsvormen: per geval bekijken. + +Het dient te gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ dient op peil te worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling dient ter staving van zijn aanvraag recente cijfers over te leggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige. + +De onderneming dient te zijn ingeschreven in het handelsregister met een omschrijving van het bedrijf of de bedrijven die in de onderneming worden uitgeoefend. #### 8.2. Arbeid in loondienst -Indien een op grond van het verdrag hier te lande verblijvende Amerikaanse vreemdeling (hoofdpersoon) arbeid in loondienst wenst te verrichten, dient wijziging van de vergunning te worden gevraagd en dient de werkgever te beschikken over een TWV (zie B5 en artikel 11 van het bijbehorende Protocol). +Indien een op grond van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag hier te lande verblijvende Amerikaanse vreemdeling (hoofdpersoon) arbeid in loondienst wenst te verrichten, dient wijziging van de vergunning te worden gevraagd en dient de werkgever te beschikken over een TWV (zie B5 en artikel 11 van het bijbehorende Protocol). #### 8.3. Gezinshereniging @@ -8996,11 +8781,11 @@ Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te z ### 9. Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand -Het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand met Bijlagen en Protocol betreffende de vluchtelingen van 11 december 1953 (Trb. 1954, 200) verplicht de Verdragsluitende Partijen de wederzijdse onderdanen op gelijke voet als eigen onderdanen recht te geven op sociale en medische bijstand. +Het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand met Bijlagen en Protocol betreffende de vluchtelingen van 11 december 1953 (Trb. 1954, 200) verplicht de Verdragsluitende Partijen de wederzijdse onderdanen op gelijke voet als eigen onderdanen recht te geven op sociale en medische bijstand. -Partij bij dit Verdrag en Protocol zijn: Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland; Ierland, Italië, Luxemburg, Malta (alleen bij het Verdrag), Noorwegen, Portugal, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, IJsland en Zweden. +Partij bij dit Verdrag en Protocol zijn: Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland; Ierland, Italië, Luxemburg, Malta (alleen bij het Verdrag), Noorwegen, Portugal, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en Zweden. -Hoewel geen partij bij het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, heeft Nederland zich ingevolge artikel 13, vierde lid, Europees Sociaal Handvest en artikel 19 van het Europees verdrag inzake migrerende werknemers verplicht het eerstgenoemde Europees Verdrag eveneens toe te passen op onderdanen van Polen, Slowakije en Cyprus. +Hoewel geen partij bij het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, heeft Nederland zich ingevolge artikel 13, vierde lid, ESH en artikel 19 van het Europees verdrag inzake migrerende werknemers verplicht het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand eveneens toe te passen op onderdanen van Polen, Slowakije en Cyprus. #### 9.1. Begunstigde @@ -9033,21 +8818,21 @@ De op de eerder verleende verblijfsvergunning geplaatste aantekening wordt gehan Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende te zijn verzekerd tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. -### 10. Europees Sociaal Handvest +### 10. ESH -Nederland, Turkije en de landen van de EU/EER (zie B10), behoudens Estland, Litouwen en Slovenië, hebben het Europees Sociaal Handvest (Turijn, 18 oktober 1961, Trb. 1963, 90; Rectificatie, Trb. 1980, 65) geratificeerd. +Nederland, Turkije en de landen van de EU/EER (zie B10), behoudens Estland, Litouwen en Slovenië, hebben het ESH geratificeerd. #### 10.1. Begunstigde -Het Handvest is alleen van belang voor Turkse onderdanen, voorzover zij geen aanspraken kunnen ontlenen aan het besluit nr. 1/80 en voorzover zij geen gezins- of familielid zijn van een onderdaan van de EU/EER of de Zwitserse Bondsstaat. +Het ESH is alleen van belang voor Turkse onderdanen, voorzover zij geen aanspraken kunnen ontlenen aan het Associatiebesluit 1/80 en voorzover zij geen gezins- of familielid zijn van een onderdaan van de EU/EER of Zwitserland. #### 10.2. Verblijf gezinsleden migrerende werknemer -Nederland heeft zich ingevolge artikel 19, zesde lid, van het Handvest verbonden te waarborgen dat zoveel mogelijk de hereniging van het gezin van een migrerende werknemer, die toestemming heeft gekregen om zich op het grondgebied te vestigen, wordt vergemakkelijkt. Deze bepaling heeft geen rechtstreekse werking (zie ABRvS, 16 april 1984, RV 1984/ 117). +Nederland heeft zich ingevolge artikel 19, zesde lid, van het ESH verbonden te waarborgen dat zoveel mogelijk de hereniging van het gezin van een migrerende werknemer, die toestemming heeft gekregen om zich op het grondgebied te vestigen, wordt vergemakkelijkt. Deze bepaling heeft geen rechtstreekse werking (zie ABRvS, 16 april 1984, RV 1984/ 117). -Het ‘gezin van een migrerende werknemer’ wordt geacht ten minste te omvatten zijn echtgenote, en kinderen te zijnen laste die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt (zie de Bijlage bij het Handvest, deel II). +Het ‘gezin van een migrerende werknemer’ wordt geacht ten minste te omvatten zijn echtgenote, en kinderen te zijnen laste die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt (zie de Bijlage bij het ESH, deel II). -Dat laat echter onverlet dat voor gezinshereniging, met hier te lande rechtmatig verblijvende Turkse werknemers, aanvullende eisen kunnen worden gesteld indien het gaat om (verruimde) gezinshereniging. Dat betekent dat, voorzover hier van belang, op ‘kinderen’ tussen de 18 en 21 jaar, die ten laste van de werknemer komen, niet dezelfde regeling behoeft te worden toegepast zoals die geldt voor EU/EER-onderdanen en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat. +Dat laat echter onverlet dat voor gezinshereniging, met hier te lande rechtmatig verblijvende Turkse werknemers, aanvullende eisen kunnen worden gesteld indien het gaat om (verruimde) gezinshereniging. Dat betekent dat, voorzover hier van belang, op ‘kinderen’ tussen de 18 en 21 jaar, die ten laste van de werknemer komen, niet dezelfde regeling behoeft te worden toegepast zoals die geldt voor EU/EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland. #### 10.3. Intrekking verblijfsvergunning @@ -9059,9 +8844,9 @@ Partij bij het Verdrag zijn: Nederland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Portugal, #### 11.1. Begunstigde -Het Verdrag heeft betrekking op onderdanen van een Verdragsluitende Partij die in Nederland werkzaam zijn en rechtmatig verblijf hebben. +Het Europees Verdrag migrerende werknemers heeft betrekking op onderdanen van een Verdragsluitende Partij die in Nederland werkzaam zijn en rechtmatig verblijf hebben. -Het verdrag lijkt met name van belang te zijn voor onderdanen van Turkije en voor vreemdelingen met de nationaliteit van de overige landen, alleen voorzover zij geen aanspraken kunnen ontlenen aan het recht van de EU/EER, niet aan het Europees Vestigingsverdrag en evenmin aan het besluit nr. 1/80. +Het verdrag lijkt met name van belang te zijn voor onderdanen van Turkije en voor vreemdelingen met de nationaliteit van de overige landen, alleen voorzover zij geen aanspraken kunnen ontlenen aan het recht van de EU/EER, niet aan het Europees vestigingsverdrag en evenmin aan het Associatiebesluit 1/80. #### 11.2. Verblijfsvoorwaarden migrerende werknemer @@ -9080,9 +8865,9 @@ Er dient vijf maanden verblijf te worden toegestaan voor het zoeken naar ander w ### 12. Overeenkomst EEG-Algerije, Israël, Jordanië, Marokko en Tunesië -Op 27 april 1976 is te Rabat een samenwerkingsovereenkomst tussen de EEG en het Koninkrijk Marokko ondertekend, die namens de EG is goedgekeurd bij verordening (EEG) nr. 2211/78 van de Raad van 26 september 1978 (PB L 264, blz. 1). +Op 27 april 1976 is te Rabat de samenwerkingsovereenkomst EEG-Marokko ondertekend, die namens de EG is goedgekeurd bij verordening (EEG) nr. 2211/78 van de Raad van 26 september 1978 (PB L 264, blz. 1). -Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen de EEG en Algerije en Tunesië die soortgelijke bepalingen bevatten als artikel 40, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst EEG-Marokko. Bovendien zijn in 1995 associatieovereenkomsten gesloten tussen de EEG en Tunesië, Israël en Jordanië, waarin artikel 64 dezelfde inhoud heeft als artikel 40 van de Samenwerkingsovereenkomst EEG-Marokko. In 1996 is een dergelijke associatieovereenkomst gesloten tussen de EEG en Marokko. +Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen de EEG en Algerije en Tunesië die soortgelijke bepalingen bevatten als artikel 40, eerste lid, van de Samenwerkingsovereenkomst EEG-Marokko. Bovendien zijn in 1995 associatieovereenkomsten gesloten tussen de EEG en Tunesië, Israël en Jordanië, waarin artikel 64 dezelfde inhoud heeft als artikel 40 van de Samenwerkingsovereenkomst EEG- Marokko. In 1996 is de associatieovereenkomst EEG-Marokko gesloten. #### 12.1. Belang @@ -9094,9 +8879,9 @@ Bovengenoemde jurisprudentie kan ook van belang zijn voor bepaling van de verbli Bedoelde overeenkomsten en jurisprudentie leiden echter niet tot aanspraak op (voortzetting van) verblijf voor onderdanen van genoemde landen. -### 13. Het Internationaal Verdrag burgerrechten en politieke rechten +### 13. Het BuPo -Op 11 maart 1979 is voor Nederland in werking getreden het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (New York 19 december 1966, Trb. 1969, 99; Nederlandse vertaling: Trb. 1978, 177). +Op 11 maart 1979 is voor Nederland in werking getreden het BuPo. #### 13.1. Begunstigde en belang @@ -9104,9 +8889,9 @@ Een vreemdeling die wettig op het grondgebied verblijft van een Staat die partij Het is hem toegestaan, zijn bezwaren tegen zijn uitzetting kenbaar te maken en zijn geval opnieuw te doen beoordelen door en zich met dit doel te doen vertegenwoordigen bij de bevoegde autoriteit dan wel door een of meer personen die daartoe speciaal door de bevoegde autoriteit zijn aangewezen, tenzij dwingende redenen van nationale veiligheid een tegengestelde beslissing rechtvaardigen. -### 14. Het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind +### 14. Het IVRK -Op 8 maart 1995 is voor Nederland in werking getreden het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (New York, 20 november 1989, Trb. 1990, 46; Nederlandse vertaling: Trb. 1990, 170). +Op 8 maart 1995 is voor Nederland het IVRK in werking getreden. #### 14.1. Begunstigde @@ -9122,9 +8907,9 @@ Deze bepalingen laten daarom de mogelijkheid in stand om uit hoofde van nationaa Blijkens jurisprudentie (Rechtbank Den Haag, 25 september 1997, Wieczorek en Rechtseenheidskamer, 25 september 1997, Austin) valt noch uit de tekst, noch uit de wordingsgeschiedenis af te leiden dat door artikel 10 voor de Nederlandse Staat verdergaande verplichtingen bestaan dan hetgeen reeds is neergelegd in het Nederlandse recht en beleid ter zake van gezinsvorming en -hereniging. Evenmin blijkt dat is beoogd een uitbreiding te geven aan de verplichtingen die uit artikel 8 EVRM voortvloeien. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag is in de Memorie van Toelichting en een Nota naar aanleiding van het Verslag opgenomen dat hieraan reeds uitvoering is gegeven in de Vw (oud), het Vb (oud), het VV (oud) en de Vc (oud). De verdragsverplichtingen neergelegd in artikel 10 laten onverlet dat met betrekking tot inkomen, onderzoek en termijn van indiening van het verzoek eisen kunnen worden gesteld. De Vw, het Vb, het VV en de Vc beogen daarin geen wijziging te brengen. -### 15. Onderdanen van de Republiek Suriname +### 15. Onderdanen van Suriname -Op 24 november 1980 eindigde de geldigheidsduur van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijdse onderdanen van 1975. Er is geen nieuwe overeenkomst inzake het verblijf en de vestiging van wederzijdse onderdanen gesloten, maar bij overeenkomst van 25 februari 1981 is een overlegstructuur met betrekking tot het door beide landen gevoerde vreemdelingenbeleid in het leven geroepen. +Op 24 november 1980 eindigde de geldigheidsduur van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975. Er is geen nieuwe overeenkomst inzake het verblijf en de vestiging van wederzijdse onderdanen gesloten, maar bij overeenkomst van 25 februari 1981 is een overlegstructuur met betrekking tot het door beide landen gevoerde vreemdelingenbeleid in het leven geroepen. #### 15.1. Binnenkomst en verblijf @@ -9135,9 +8920,9 @@ Met betrekking tot de binnenkomst en het verblijf van Surinaamse onderdanen word ##### 15.1.1. Binnenkomst vóór 25 november 1980 -Hoewel de geldigheidsduur van de Overeenkomst inzake verblijf en vestiging van 1975 is verstreken op 24 november 1980, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst nog van toepassing op bepaalde Surinaamse onderdanen (verkregen rechten). In het algemeen kan worden gesteld dat het vreemdelingen van Surinaamse nationaliteit betreft die vóór 25 november 1980 in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Overeenkomst inzake verblijf en vestiging van 1975. +Hoewel de geldigheidsduur van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 is verstreken op 24 november 1980, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst nog van toepassing op bepaalde Surinaamse onderdanen (verkregen rechten). In het algemeen kan worden gesteld dat het vreemdelingen van Surinaamse nationaliteit betreft die vóór 25 november 1980 in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975. -Voor aanvragen door Surinaamse onderdanen (zelfstandigen) met verkregen rechten, zie B5/7.9.1. +Voor aanvragen door Surinaamse onderdanen (zelfstandigen) met verkregen rechten (zie B5/7.9.1). ##### 15.1.2. Binnenkomst na 24 november 1980 @@ -9174,13 +8959,13 @@ Tevens wordt de verblijfsvergunning voorzien van de aantekening: ‘Een beroep o Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. -### 16. Het Verdrag betreffende de status van staatlozen +### 16. Het Staatlozenverdrag #### 16.1. Begunstigde -Onder ‘staatloze’ wordt blijkens het op 28 september 1954 te New York gesloten Verdrag betreffende de status van staatlozen (Trb. 1955, 42 en 1957, 22) verstaan een persoon die door geen enkele staat, krachtens de wetgeving ervan, als onderdaan wordt beschouwd. +Onder ‘staatloze’ wordt blijkens het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag verstaan een persoon die door geen enkele staat, krachtens de wetgeving ervan, als onderdaan wordt beschouwd. -De voordelen van het Verdrag komen niet toe aan staatlozen: +De voordelen van het Staatlozenverdrag komen niet toe aan staatlozen: – die in het land waar zij gevestigd zijn de rechten en verplichtingen hebben, welke aan het bezit van de nationaliteit van dat land zijn verbonden; – van wie verondersteld wordt dat zij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid hebben begaan; @@ -9188,7 +8973,7 @@ De voordelen van het Verdrag komen niet toe aan staatlozen: #### 16.2. Bewijs staatloosheid -Ten aanzien van de vraag hoe de staatloosheid dient te worden bewezen, bevat het Verdrag geen bepalingen. Iedere staat is dus vrij om zelf te bepalen welke bewijzen hij nodig acht om de beweerde staatloosheid van een bepaalde persoon te kunnen aannemen. +Ten aanzien van de vraag hoe de staatloosheid dient te worden bewezen, bevat het Staatlozenverdrag geen bepalingen. Iedere staat is dus vrij om zelf te bepalen welke bewijzen hij nodig acht om de beweerde staatloosheid van een bepaalde persoon te kunnen aannemen. Het bewijs van de staatloosheid is niet aan bepaalde middelen gebonden en de beoordeling daarvan niet voorbehouden aan een speciaal daarvoor aangewezen rechterlijke of administratieve instantie. @@ -9220,11 +9005,9 @@ Het hierboven in deze paragraaf gestelde is niet van toepassing: ##### 16.3.2. Reisdocumenten -Indien de vreemdeling een staatloze is in de zin van hierbedoeld Verdrag en hij in de vreemdelingenadministratie expliciet als staatloze staat ingeschreven (en dus niet als vreemdeling met ‘onbekende’ nationaliteit), kan hij op grond van dit Verdrag een reisdocument voor vreemdelingen krijgen (zie C6/28). +Indien de vreemdeling een staatloze is in de zin van het Staatlozenverdrag en hij in de vreemdelingenadministratie expliciet als staatloze staat ingeschreven (en dus niet als vreemdeling met ‘onbekende’ nationaliteit), kan hij op grond van het Staatlozenverdrag een reisdocument voor vreemdelingen krijgen (zie C21/3). -Nederlandse reisdocumenten voor vreemdelingen worden verstrekt door de burgemeester van de woonplaats van de aanvrager. - -In dit geval dient de IND, voordat de gemeente tot verstrekking van een reisdocument kan overgaan, de verblijfsgegevens op het aanvraagformulier te verifiëren en dit formulier, voorzien van een advies, retour te zenden naar de gemeente. +Nederlandse reisdocumenten voor vreemdelingen worden verstrekt door de burgemeester van de woonplaats van de aanvrager. In dit geval dient de IND, voordat de gemeente tot verstrekking van een reisdocument kan overgaan, de verblijfsgegevens op het aanvraagformulier te verifiëren en dit formulier, voorzien van een advies, retour te zenden naar de gemeente. ## 12. Diplomaten @@ -9240,7 +9023,7 @@ Sinds 1 augustus 1987 wordt onderscheid gemaakt tussen duurzaam en niet-duurzaam ##### 2.1.1. Algemeen -Niet-duurzaam verblijvend personeel bezit een bijzondere status op grond van de Weense Verdragen inzake het Diplomatiek Verkeer respectievelijk de Consulaire Betrekkingen. Op dit personeel alsmede op hun afhankelijke gezinsleden en particuliere bedienden zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing. Zij zijn in het algemeen niet onderworpen aan de verplichtingen die in het belang van het toezicht op vreemdelingen zijn gesteld. Evenmin kunnen op hen de maatregelen van uitzetting en bewaring krachtens de Vw worden toegepast (zie A2/6.2.3.1 en A2/6.2.3.4). Hun toegang, toelating en verblijf hier te lande richten zich naar de algemene regelen van volkenrecht. +Niet-duurzaam verblijvend personeel bezit een bijzondere status op grond van het Diplomatenverdrag en het Consulaire verdrag. Op dit personeel alsmede op hun afhankelijke gezinsleden en particuliere bedienden zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing. Zij zijn in het algemeen niet onderworpen aan de verplichtingen die in het belang van het toezicht op vreemdelingen zijn gesteld. Evenmin kunnen op hen de maatregelen van uitzetting en bewaring krachtens de Vw worden toegepast (zie A2/6.2.3.1 en A2/6.2.3.4). Hun toegang, toelating en verblijf hier te lande richten zich naar de algemene regelen van volkenrecht. Als niet-duurzaam verblijvend personeel worden aangemerkt: @@ -9248,17 +9031,19 @@ a. diplomatieke en consulaire koeriers; b. diplomatiek en consulair personeel op doorreis; c. diplomatiek en consulair personeel met de uitgezonden status. -Ad a. Deze vreemdelingen zijn óf beroepskoeriers óf als zodanig voor één reis aangewezen (zie verder A2/6.2.3.2). +Deze vreemdelingen zijn óf beroepskoeriers óf als zodanig voor één reis aangewezen (zie verder A2/6.2.3.2). -Ad b. Ten aanzien van diplomatieke en consulaire ambtenaren, hun gezinsleden en het administratief, technisch en bedienend personeel die slechts op doorreis in Nederland zijn, zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing voor zover het de doorreis naar of terugkeer van de diplomatieke zending of consulaire post in een derde land betreft. +Ten aanzien van diplomatieke en consulaire ambtenaren, hun gezinsleden en het administratief, technisch en bedienend personeel die slechts op doorreis in Nederland zijn, zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing voor zover het de doorreis naar of terugkeer van de diplomatieke zending of consulaire post in een derde land betreft. -Ad c. Het betreft hier: +Het betreft hier: – diplomatiek of consulair personeel dat is uitgezonden door de zendstaat; waar het administratief, technisch en bedienend personeel alsmede particuliere bedienden betreft: deze categorie behoudt de uitgezonden status tot tien jaar na begin van de werkzaamheden in Nederland, waarna deze status vervalt; -– uitgezonden of lokaal geworven personeel, dat reeds voor 1 augustus 1987 in dienst is getreden bij een ambassade of consulaat, daar ononderbroken nog steeds werkzaam is en ervoor heeft gekozen om de uitgezonden status te behouden; -– lokaal geworven personeel dat korter dan tien jaar in dienst is bij een missie en de werkzaamheden ononderbroken voortzet, wordt door het Ministerie van BuZa aangemerkt als uitgezonden personeel, indien dit personeel op het moment van indiensttreding bij de missie niet reeds een jaar of meer op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw rechtmatig in Nederland verbleef of niet gerechtigd was om in Nederland arbeid in loondienst te verrichten (deze categorie kan met ingang van 1 januari 2000 niet meer de uitgezonden status verkrijgen); +– uitgezonden of lokaal geworven personeel, dat reeds voor 1 augustus 1987 in dienst is getreden bij een ambassade of consulaat, daar ononderbroken nog steeds werkzaam is en ervoor heeft gekozen om de uitgezonden status te behouden; +– lokaal geworven personeel dat korter dan tien jaar in dienst is bij een missie en de werkzaamheden ononderbroken voortzet, wordt door het Ministerie van BuZa aangemerkt als uitgezonden personeel, indien dit personeel op het moment van indiensttreding bij de missie niet reeds een jaar of meer op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw rechtmatig in Nederland verbleef of niet gerechtigd was om in Nederland arbeid in loondienst te verrichten (deze categorie kan met ingang van 1 januari 2000 niet meer de uitgezonden status verkrijgen); – de gezinsleden van bovengenoemde categorieën. +Van de bovenstaande drie categorieën wordt alleen de derde categorie door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van een geprivilegieerdendocument (model M81; zie bijlage 3, onder A, derde lid VV juncto artikel 2.3 VV). Dit houdt onder meer in dat deze categorie niet behoeft te beschikken over een verblijfsvergunning, maar wel over bovengenoemd geprivilegieerdendocument, vervangend document of visum. + ##### 2.1.2. Positie na verlies van de bijzondere status Na beëindiging van het dienstverband met een ambassade of consulaat komt de uitgezonden status van de categorieën als genoemd onder B12/2.1.1, onder 3, te vervallen. De bepalingen van de Vw worden alsdan onverkort van toepassing op deze vreemdelingen. @@ -9533,15 +9318,9 @@ Tenslotte kan ook ambtshalve een verblijfsvergunning regulier worden verleend aa #### 2.1. Algemeen -Amv’s van wie de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel is afgewezen, moeten terugkeren naar het land van herkomst of een ander land waar zij redelijkerwijs naar toe kunnen gaan. +Amv’s van wie de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel is afgewezen, moeten terugkeren naar het land van herkomst of een ander land waar zij redelijkerwijs naar toe kunnen gaan. Het kan echter voorkomen dat uit feiten en omstandigheden blijkt dat aannemelijk is dat de minderjarige zich in het land van herkomst, of in een ander land waar hij redelijkerwijs naar toe kan gaan, niet zelfstandig kan handhaven en dat daar evenmin adequate opvang aanwezig is. Voor die gevallen is in artikel 3.56 Vb in een regeling voorzien, inhoudende dat een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden verleend. Ook na verlening van de verblijfsvergunning blijft het uitgangspunt dat de Amv in beginsel moet terugkeren. -Het kan echter voorkomen dat uit feiten en omstandigheden blijkt dat aannemelijk is dat de minderjarige zich in het land van herkomst, of in een ander land waar hij redelijkerwijs naar toe kan gaan, niet zelfstandig kan handhaven en dat daar evenmin adequate opvang aanwezig is. - -Voor die gevallen is in artikel 3.56 Vb in een regeling voorzien, inhoudende dat een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden verleend. - -Ook na verlening van de verblijfsvergunning blijft het uitgangspunt dat de Amv in beginsel moet terugkeren. - -De uitgangspunten van het in B14/2 neergelegde beleid zijn alleen van toepassing op alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een asielaanvraag hebben ingediend. De verblijfsvergunning op grond van dit beleid wordt alleen ambtshalve verleend, dus niet op aanvraag (zie B14/2.4.1). +De uitgangspunten van het in B14/2 neergelegde beleid zijn alleen van toepassing op Amv’s die een asielaanvraag hebben ingediend. De verblijfsvergunning op grond van dit beleid wordt alleen ambtshalve verleend, dus niet op aanvraag (zie B14/2.4.1). #### 2.2. Voorwaarden voor de verblijfsvergunning @@ -9560,13 +9339,9 @@ De minderjarigheid wordt beoordeeld naar Nederlands recht. Ingevolge het bepaald 1. de persoon de ouderdom van achttien jaren niet heeft bereikt; 2. de persoon niet gehuwd is of een geregistreerd partnerschap heeft gesloten; 3. de persoon niet gehuwd is geweest of ooit een geregistreerd partnerschap heeft gesloten; én -4. de persoon niet met toepassing van artikel 253ha BW meerderjarig is verklaard. +4. de persoon niet met toepassing van artikel 253ha Burgerlijk Wetboek meerderjarig is verklaard. -Ad 2 en 3. Voor de vaststelling of een vreemdeling als gevolg van een in het buitenland gesloten huwelijk als meerderjarig dient te worden beschouwd, is van belang of het huwelijk naar regels van Nederlands internationaal privaatrecht wordt erkend. - -Op grond van artikel 5 Wet conflictenrecht huwelijk wordt een huwelijk alleen erkend indien het rechtsgeldig is ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond. Een minderjarige wordt dus niet meerderjarig door een niet-erkend traditioneel huwelijk. - -Op grond van artikel 6 Wet conflictenrecht huwelijk wordt een huwelijk evenmin erkend als dit onverenigbaar zou zijn met de openbare orde. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij gedwongen huwelijken of huwelijken tussen jonge kinderen. +Voor de vaststelling of een vreemdeling als gevolg van een in het buitenland gesloten huwelijk als meerderjarig dient te worden beschouwd, is van belang of het huwelijk naar regels van Nederlands internationaal privaatrecht wordt erkend. Op grond van artikel 5 Wet conflictenrecht huwelijk wordt een huwelijk alleen erkend indien het rechtsgeldig is ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond. Een minderjarige wordt dus niet meerderjarig door een niet-erkend traditioneel huwelijk. Op grond van artikel 6 Wet conflictenrecht huwelijk wordt een huwelijk evenmin erkend als dit onverenigbaar zou zijn met de openbare orde. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij gedwongen huwelijken of huwelijken tussen jonge kinderen. Ongehuwd samenwonen (ook als er een samenlevingscontract is) leidt op zichzelf niet tot meerderjarigheid. @@ -9590,13 +9365,13 @@ Bij de vaststelling of de vreemdeling zich zelfstandig kan handhaven, worden de a. de leeftijd van de betrokken Amv; b. de omstandigheden die zijn gelegen in de persoon van de jongere. -Ad a. Zelfstandigheid wordt niet tegengeworpen indien de Amv ten tijde van de beslissing jonger is dan zestien jaar. +Zelfstandigheid wordt niet tegengeworpen indien de Amv ten tijde van de beslissing jonger is dan zestien jaar. -Ad b. Indien de vreemdeling ten tijde van de beslissing zestien jaar of ouder is, is van belang of uit overige omstandigheden, die in de persoon zelf zijn gelegen, aannemelijk is dat hij zich zelfstandig kan handhaven in het buitenland, gerelateerd aan de ter plaatse geldende normen. Hiervan is sprake indien de betrokkene voor zijn komst naar Nederland voor zichzelf heeft gezorgd. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat de betrokkene in het land van herkomst of een ander land waar hij redelijkerwijs naar toe kan gaan werk had en/of op zichzelf woonde en niet aannemelijk is dat dit serieuze problemen heeft opgeleverd, noch dat serieuze problemen te verwachten waren. +Indien de vreemdeling ten tijde van de beslissing zestien jaar of ouder is, is van belang of uit overige omstandigheden, die in de persoon zelf zijn gelegen, aannemelijk is dat hij zich zelfstandig kan handhaven in het buitenland, gerelateerd aan de ter plaatse geldende normen. Hiervan is sprake indien de betrokkene voor zijn komst naar Nederland voor zichzelf heeft gezorgd. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat de betrokkene in het land van herkomst of een ander land waar hij redelijkerwijs naar toe kan gaan werk had en/of op zichzelf woonde en niet aannemelijk is dat dit serieuze problemen heeft opgeleverd, noch dat serieuze problemen te verwachten waren. Het moet voorts gaan om werkzaamheden waarvan in redelijkheid mag worden verwacht dat een minderjarige die weer oppakt. Van minderjarigen die werkzaam waren in de prostitutie, als soldaat of strijder, of ten aanzien van wie sprake was van kinderarbeid, wordt niet verwacht dat zij deze werkzaamheden weer oppakken. -Indien wordt geconstateerd dat aannemelijk is dat de Amv van zestien jaar of ouder zich zelfstandig kan handhaven en dus geen opvang behoeft, komt hij niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als amv’. +Indien wordt geconstateerd dat aannemelijk is dat de Amv van zestien jaar of ouder zich zelfstandig kan handhaven en dus geen opvang behoeft, komt hij niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling’. ##### 2.2.4. Adequate opvang @@ -9610,14 +9385,14 @@ a. in het betreffende land een familielid tot in de vierde graad aanwezig is; b. in het betreffende land de echtgeno(o)t(e) in een niet-erkend traditioneel huwelijk aanwezig is; c. uit feiten en omstandigheden naar voren komt dat een familielid, anders dan hiervoor bedoeld, of een meerderjarige, niet zijnde een familielid, adequate opvang kan bieden; d. in een individueel geval opvang in een (particuliere) opvanginstelling voorhanden is en deze opvang naar lokale omstandigheden als aanvaardbaar wordt beschouwd; -e. in het landgebonden asielbeleid (zie C8) is vastgelegd dat algemene opvangvoorzieningen beschikbaar en toereikend zijn; -f. in het landgebonden asielbeleid (zie C8) is vastgelegd dat de autoriteiten zorg dragen voor de opvang en dat de opvangvoorzieningen adequaat zijn. +e. in het landgebonden asielbeleid (zie C24) is vastgelegd dat algemene opvangvoorzieningen beschikbaar en toereikend zijn; +f. in het landgebonden asielbeleid (zie C24) is vastgelegd dat de autoriteiten zorg dragen voor de opvang en dat de opvangvoorzieningen adequaat zijn. -Ad c. Hiervan is onder meer sprake als de meerderjarige de minderjarige al eerder begeleidde of verzorgde op meer dan incidentele basis. +Hiervan is onder meer sprake als de meerderjarige de minderjarige al eerder begeleidde of verzorgde op meer dan incidentele basis. -Ad e. Indien in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat algemene opvangvoorzieningen beschikbaar en toereikend zijn, mag ervan worden uitgegaan dat er adequate opvang is. Daadwerkelijke plaatsing behoeft ten tijde van de beschikking niet te zijn geregeld. +Indien in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat algemene opvangvoorzieningen beschikbaar en toereikend zijn, mag ervan worden uitgegaan dat er adequate opvang is. Daadwerkelijke plaatsing behoeft ten tijde van de beschikking niet te zijn geregeld. -Ad f. Indien in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten zorgdragen voor de opvang en dat de opvangvoorzieningen adequaat zijn, behoeft geen onderzoek naar een concrete opvangplaats in een opvanginstelling te worden gedaan. +Indien in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten zorgdragen voor de opvang en dat de opvangvoorzieningen adequaat zijn, behoeft geen onderzoek naar een concrete opvangplaats in een opvanginstelling te worden gedaan. In al deze gevallen wordt verwacht dat de betrokkenen vertrekken naar het land van herkomst of naar een ander land waar zij redelijkerwijs naar toe kunnen gaan. @@ -9629,7 +9404,7 @@ De afwijzingsgronden van artikel 16, eerste lid, onder d en e, Vw, zijn van toep ##### 2.3.2. Frustreren van het onderzoek naar adequate opvang -Amv’s, die tijdens de procedure een mogelijk onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst of een ander land (zie B14/2.4.4) frustreren, komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als amv’. +Amv’s, die tijdens de procedure een mogelijk onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst of een ander land (zie B14/2.4.4) frustreren, komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling’. Hiervan is sprake als de betrokkene – ook los van de context van het totale asielrelaas – ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen aflegt of indien hij vage, summiere verklaringen aflegt en zaken verzwijgt omtrent identiteit, nationaliteit of opvang. Bij het beoordelen of van het vorenstaande sprake is, wordt rekening gehouden met druk, traumata, de geestelijke ontwikkeling en de leeftijd van betrokkene. Van een kind kan immers niet altijd dezelfde mate van volledigheid en gedetailleerdheid worden verwacht als van een volwassene. @@ -9639,7 +9414,7 @@ Ook indien de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel is afgewezen op grond va ##### 2.4.1. Ambtshalve toets -De verblijfsvergunning wordt niet verleend op aanvraag. De verblijfsvergunning op grond van dit beleid kan alleen ambtshalve worden verleend op grond van artikel 3.6 Vb (zie C2/7): +De verblijfsvergunning wordt niet verleend op aanvraag. De verblijfsvergunning op grond van dit beleid kan alleen ambtshalve worden verleend op grond van artikel 3.6 Vb (zie C14/6): a. ambtshalve in het kader van een asielprocedure, nadat is geconstateerd dat de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt afgewezen; b. ambtshalve in het kader van een procedure waarbij is besloten dat een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt ingetrokken. @@ -9650,11 +9425,23 @@ De toetsing aan het bijzondere beleid inzake Amv is ex nunc. Van belang is dus n ##### 2.4.3. Leeftijdsonderzoek -Indien getwijfeld wordt aan de leeftijd van de betrokken asielzoeker en deze zijn gestelde leeftijd niet met documenten heeft kunnen aantonen, kan de asielzoeker een leeftijdsonderzoek aanvragen. De procedure en de bepalingen inzake het leeftijdsonderzoek worden nader uitgewerkt in C5/24.4 en C5/24.5. +Indien getwijfeld wordt aan de leeftijd van de betrokken asielzoeker en deze zijn gestelde leeftijd niet met documenten heeft kunnen aantonen, kan de asielzoeker een leeftijdsonderzoek aanvragen. De procedure en de bepalingen inzake het leeftijdsonderzoek worden nader uitgewerkt in C12/1.3 en C12/5. + +###### 2.4.3.1. Herhaald leeftijdsonderzoek + +Het is mogelijk dat het leeftijdsonderzoek niet met voldoende zekerheid tot een conclusie omtrent de minderjarigheid kan leiden. In deze gevallen kan de betrokkene na verloop van tijd (dit kan zijn binnen één à twee jaar) opnieuw worden opgeroepen voor een leeftijdsonderzoek om te bezien of de botontwikkeling inmiddels zodanig is, dat een voldoende zekere conclusie (met terugwerkende kracht) mogelijk is over de vraag of de vreemdeling meerder- of minderjarig is. + +Het belang van het herhaald leeftijdsonderzoek is erin gelegen dat zoveel mogelijk dient te worden tegengegaan dat vreemdelingen ten onrechte in het bezit zijn of worden gesteld van een verblijfsvergunning voor verblijf als Amv, of anderszins ten onrechte een behandeling als minderjarige krijgen, terwijl zij feitelijk meerderjarig zijn. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat bij een volledig uitgerijpt sleutelbeen een minimumleeftijd van twintig jaar wordt gehanteerd. Als deze conclusie bij een herhaald onderzoek wordt getrokken, zal dat vaak betekenen dat de vreemdeling al bij de eerste verlening van de vergunning voor verblijf als Amv meerderjarig was en de vergunning dus ten onrechte heeft verkregen. Het herhaald leeftijdsonderzoek is in dit kader dus een belangrijke aanvulling op het eerste leeftijdsonderzoek. + +Indien uit het resultaat van het herhaald leeftijdsonderzoek volgt dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt teneinde op oneigenlijke gronden in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld als blijkt dat hij tijdens de oorspronkelijke aanvraagprocedure al meerderjarig moet zijn geweest, kan de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw in bewaring worden gesteld. + +Zolang in de periode tussen de beide leeftijdsonderzoeken geen uitsluitsel bestaat over de juiste leeftijd, krijgt de vreemdeling op dit punt het voordeel van de twijfel in de verdere procedure en wordt de oorspronkelijk opgegeven geboortedatum aangehouden. Dit is echter niet van toepassing indien de vreemdeling op belangrijke punten vage, summiere, tegenstrijdige of ongeloofwaardige verklaringen aflegt. + +Indien de vreemdeling niet vooraf toestemming heeft gegeven voor een herhaald leeftijdsonderzoek (door middel van een toestemmingsverklaring in het verzoek om een leeftijdsonderzoek of anderszins), kan hij in het kader van een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning voor verblijf als amv, dan wel om verlening van een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, opnieuw in de gelegenheid worden gesteld om een verzoek in te dienen voor een leeftijdsonderzoek. ##### 2.4.4. Onderzoek in het buitenland naar adequate opvang -Indien uit feiten en omstandigheden niet aannemelijk is dat de Amv zich zelfstandig staande zal kunnen houden (zie C2/7.4.2), kan onderzoek door het Ministerie van BuZa geïndiceerd zijn indien in het land van herkomst of in een ander land waar de vreemdeling redelijkerwijs naar toe kan gaan, geen adequate opvang, bijvoorbeeld in de vorm van opvangtehuizen, bekend is. Onderzoek is in beginsel niet noodzakelijk indien de vreemdeling zelf verklaart dat adequate opvang aanwezig is, en daarbij voldoende geloofwaardige informatie geeft waaruit blijkt hoe de adequate opvang bij terugkeer bereikt kan worden, zoals adresgegevens. +Indien uit feiten en omstandigheden niet aannemelijk is dat de Amv zich zelfstandig staande zal kunnen houden (zie C14/2.2.3), kan onderzoek door het Ministerie van BuZa geïndiceerd zijn indien in het land van herkomst of in een ander land waar de vreemdeling redelijkerwijs naar toe kan gaan, geen adequate opvang, bijvoorbeeld in de vorm van opvangtehuizen, bekend is. Onderzoek is in beginsel niet noodzakelijk indien de vreemdeling zelf verklaart dat adequate opvang aanwezig is, en daarbij voldoende geloofwaardige informatie geeft waaruit blijkt hoe de adequate opvang bij terugkeer bereikt kan worden, zoals adresgegevens. Indien de informatie niet voldoende geloofwaardig is, gezien de leeftijd of de ontwikkeling van de minderjarige, kan onderzoek wel geïndiceerd zijn ter aanvulling of verificatie van de overgelegde gegevens. @@ -9752,13 +9539,13 @@ In artikel 9.4 Vb is een overgangsregeling getroffen voor vreemdelingen die een Op 20 juli 2004 is in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer meegedeeld dat het beleid inzake begeleide minderjarige vreemdelingen is gewijzigd. Amv’s, die worden begeleid of verzorgd door een meerderjarige anders dan hun ouder(s) of in het buitenland aangewezen voogd, worden niet langer als ‘begeleid’ aangemerkt. -Vreemdelingen aan wie eerder een verblijfsvergunning voor verblijf als Amv is geweigerd omdat zij begeleid werden, kunnen conform bovengenoemde brief een nieuwe asielaanvraag indienen. C5/20 is hierbij van toepassing. Deze aanvraag geeft recht op opvang gedurende de asielprocedure. +Vreemdelingen aan wie eerder een verblijfsvergunning voor verblijf als Amv is geweigerd omdat zij begeleid werden, kunnen conform bovengenoemde brief een nieuwe asielaanvraag indienen. C10/2.5 is hierbij van toepassing. Deze aanvraag geeft recht op opvang gedurende de asielprocedure. Voor wat betreft de ambtshalve toets geldt het nieuwe beleid als novum. Op grond van het Vb moet in de afhandeling onderscheid worden gemaakt naar vreemdelingen die nog minderjarig zijn en vreemdelingen die inmiddels meerderjarig zijn geworden. In de volgende subparagrafen wordt de toetsing beschreven. -Het hier beschreven bijzonder overgangsbeleid voor begeleide minderjarigen is alleen van toepassing op nog openstaande procedures waarin de asielaanvraag is ingediend vóór 1 september 2005. +Het hier beschreven bijzonder overgangsbeleid voor begeleide minderjarigen is alleen van toepassing op nog openstaande procedures waarin de asielaanvraag is ingediend vóór 1 september 2005. ###### 2.10.3.2. Uitgeprocedeerde minderjarigen @@ -9849,7 +9636,7 @@ De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten ##### 3.4.2. Ambtshalve verlening -Indien tijdens de asielprocedure is gebleken dat een vreemdeling niet in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel, terwijl hij wel heeft aangetoond dat hij in aanmerking komt voor verblijf op grond van het beleid inzake vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken, wordt, behoudens contra-indicaties, de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken’ ambtshalve verleend. Zie C2/8 voor het toepassen van de ambtshalve toets tijdens de asielprocedure. +Indien tijdens de asielprocedure is gebleken dat een vreemdeling niet in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel, terwijl hij wel heeft aangetoond dat hij in aanmerking komt voor verblijf op grond van het beleid inzake vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken, wordt, behoudens contra-indicaties, de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken’ ambtshalve verleend. Zie C14/6 voor het toepassen van de ambtshalve toets tijdens de asielprocedure. ##### 3.4.3. De aanvraag @@ -9934,23 +9721,23 @@ d. de vreemdeling voert (deels) gelijktijdig met de procedure in Nederland een p e. er bestaan ernstige twijfels over de identiteit van de vreemdeling; f. het door eigen toedoen langdurig procederen. -Ad a. Voor de toepassing van deze grond is het tijdstip van het plegen van het delict van belang. Indien tijdens de driejarentermijn een strafbaar feit is gepleegd, terzake waarvan een serieuze verdenking is ontstaan (het gaat dan om een misdrijf), dan wordt aangenomen dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, tenzij de strafzaak is afgerond zonder veroordeling (sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging). Ook als een transactie heeft plaatsgevonden of als de strafzaak nog niet is afgerond, is er sprake van deze contra-indicatie. Is het delict gepleegd voorafgaand aan de asielaanvraag, of na het verstrijken van de driejarentermijn, dan wordt aansluiting gezocht bij het algemene beleid inzake de weigering van verblijf bij gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid (zie B1/4.4), aangezien het driejarenbeleid ziet op de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B1/4.10). Is het delict gepleegd op een moment dat er reeds drie jaar en zes maanden (de normale beslistermijn plus de driejarentermijn) verstreken zijn, dan wordt getoetst aan de glijdende schaal (zie B1/5.3.6). +Voor de toepassing van deze grond is het tijdstip van het plegen van het delict van belang. Indien tijdens de driejarentermijn een strafbaar feit is gepleegd, terzake waarvan een serieuze verdenking is ontstaan (het gaat dan om een misdrijf), dan wordt aangenomen dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, tenzij de strafzaak is afgerond zonder veroordeling (sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging). Ook als een transactie heeft plaatsgevonden of als de strafzaak nog niet is afgerond, is er sprake van deze contra-indicatie. Is het delict gepleegd voorafgaand aan de asielaanvraag, of na het verstrijken van de driejarentermijn, dan wordt aansluiting gezocht bij het algemene beleid inzake de weigering van verblijf bij gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid (zie B1/4.4), aangezien het driejarenbeleid ziet op de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B1/4.10). Is het delict gepleegd op een moment dat er reeds drie jaar en zes maanden (de normale beslistermijn plus de driejarentermijn) verstreken zijn, dan wordt getoetst aan de glijdende schaal (zie B1/5.3.6). -Ad b. Zie C1/5.2.3 voor toepassing van deze grond. +Zie C4/2.4 voor toepassing van deze grond. Deze contra-indicatie heeft voor het driejarenbeleid geen absoluut karakter in die zin dat altijd een verblijfsvergunning zal worden onthouden. Als de vreemdeling, na confrontatie met de bevindingen van de Minister (bijvoorbeeld op grond van een onderzoek van de Minister van BuZa) toegeeft dat hij op relevante (essentiële) onderdelen van zijn asielrelaas onjuiste gegevens heeft verstrekt, kan hij vanaf dat moment relevant tijdsverloop in de zin van het driejarenbeleid opbouwen. Dat geldt niet voor zaken waarin de vreemdeling de resultaten van het onderzoek betwist en vervolgens (op dit onderdeel van de procedure) in het ongelijk wordt gesteld. In dat geval blijft de vreemdeling in feite onjuiste gegevens verstrekken en staat dit (nog steeds) in de weg aan het opbouwen van relevant tijdsverloop. -Ad c. Uit het gedrag van de vreemdeling moet blijken dat hij kennelijk geen belang meer hecht aan de beslissing op zijn oorspronkelijke aanvraag door (bijvoorbeeld) zijn adres met onbekende bestemming te verlaten of geen contact meer te houden met de bevoegde autoriteiten. Overigens geldt als voorwaarde voor toepassing van deze afwijzingsgrond niet dat de vreemdeling een meldplicht had. De tijd die verstreken is voordat de vreemdeling met onbekende bestemming vertrok, telt niet mee voor het berekenen van de relevante termijn. Pas op het moment dat de vreemdeling zich weer bij de bevoegde autoriteiten meldt, gaat er een nieuwe termijn lopen. +Uit het gedrag van de vreemdeling moet blijken dat hij kennelijk geen belang meer hecht aan de beslissing op zijn oorspronkelijke aanvraag door (bijvoorbeeld) zijn adres met onbekende bestemming te verlaten of geen contact meer te houden met de bevoegde autoriteiten. Overigens geldt als voorwaarde voor toepassing van deze afwijzingsgrond niet dat de vreemdeling een meldplicht had. De tijd die verstreken is voordat de vreemdeling met onbekende bestemming vertrok, telt niet mee voor het berekenen van de relevante termijn. Pas op het moment dat de vreemdeling zich weer bij de bevoegde autoriteiten meldt, gaat er een nieuwe termijn lopen. -Ad d. Gelet op de systematiek van de Vw is het voeren van een procedure in een ander land in het algemeen een afwijzingsgrond voor de asielaanvraag. Zolang de procedure in het andere land nog niet is afgerond, neemt de relevante periode voor het driejarenbeleid nog geen aanvang. De reden hiervoor is dat de vreemdeling het in eigen hand heeft om een van de procedures te beëindigen. Zaken waarin wordt geprocedeerd over de vaststelling van de verantwoordelijkheid van een ander land voor de asielaanvraag (op grond van artikel 30, eerste lid, onder a of d, Vw) leveren geen relevante periode op voor het driejarenbeleid, omdat dan door het aanwenden van rechtsmiddelen de verantwoordelijkheid automatisch op Nederland zou overgaan, hetgeen niet in overeenstemming is met het karakter van de onderliggende procedure. In het geval de rechter heeft vastgesteld dat Nederland wel de asielaanvraag moet behandelen, en dus af moet zien van een overdracht van de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag, telt de gehele aan die uitspraak voorafgaande procedure mee voor de bepaling van de termijn. +Gelet op de systematiek van de Vw is het voeren van een procedure in een ander land in het algemeen een afwijzingsgrond voor de asielaanvraag. Zolang de procedure in het andere land nog niet is afgerond, neemt de relevante periode voor het driejarenbeleid nog geen aanvang. De reden hiervoor is dat de vreemdeling het in eigen hand heeft om een van de procedures te beëindigen. Zaken waarin wordt geprocedeerd over de vaststelling van de verantwoordelijkheid van een ander land voor de asielaanvraag (op grond van artikel 30, eerste lid, onder a of d, Vw) leveren geen relevante periode op voor het driejarenbeleid, omdat dan door het aanwenden van rechtsmiddelen de verantwoordelijkheid automatisch op Nederland zou overgaan, hetgeen niet in overeenstemming is met het karakter van de onderliggende procedure. In het geval de rechter heeft vastgesteld dat Nederland wel de asielaanvraag moet behandelen, en dus af moet zien van een overdracht van de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag, telt de gehele aan die uitspraak voorafgaande procedure mee voor de bepaling van de termijn. -Ad e. Deze grond is bijvoorbeeld van toepassing indien de vreemdeling zich heeft bediend van verschillende personalia (pseudoniemen) en ten aanzien van geen van deze personalia authentieke documenten heeft overgelegd. Ook hier heeft de vreemdeling het zelf in de hand om aan de twijfel een einde te maken, en zolang hij dat niet doet, levert de verstreken tijd in de procedure geen relevante termijn voor het driejarenbeleid op. +Deze grond is bijvoorbeeld van toepassing indien de vreemdeling zich heeft bediend van verschillende personalia (pseudoniemen) en ten aanzien van geen van deze personalia authentieke documenten heeft overgelegd. Ook hier heeft de vreemdeling het zelf in de hand om aan de twijfel een einde te maken, en zolang hij dat niet doet, levert de verstreken tijd in de procedure geen relevante termijn voor het driejarenbeleid op. #### 4.4. Berekening termijn ##### 4.4.1. Aanvang termijn -De termijn gaat lopen vanaf de datum van ontvangst van de asielaanvraag door middel van het formulier als bedoeld in artikel 3.108 Vb (zie C3/12.2.2). +De termijn gaat lopen vanaf de datum van ontvangst van de asielaanvraag door middel van het formulier als bedoeld in artikel 3.108 Vb (zie C11/1.1.1). De dag van ontvangst van de aanvraag telt dus mee bij de berekening van de termijn. @@ -9975,27 +9762,23 @@ b. de vreemdeling niet in Nederland verblijft, tenzij de vreemdeling geoorloofd c. de termijn, bedoeld in artikel 42 Vw, met toepassing van artikel 43 Vw is verlengd; d. onderzoek wordt gedaan naar door de vreemdeling verstrekte gegevens of bescheiden die naar het oordeel van de Minister in redelijkheid niet tot inwilliging van de aanvraag zouden kunnen leiden. -Ad a. In onderdeel a is neergelegd dat niet in aanmerking wordt genomen de periode waarin de vreemdeling al rechtmatig verblijf had op grond van een verblijfsvergunning, als gemeenschapsonderdaan of als vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije. Dat betekent dat het verlenen van een verblijfsvergunning, van welke aard ook (met name regulier, voor bepaalde of onbepaalde tijd), of de vaststelling dat de vreemdeling een verblijfsrecht ontleent aan het gemeenschapsrecht of het Associatiebesluit de opbouw van de relevante tijd stopt. De gehele geldigheidsduur van de verblijfsvergunning telt niet mee, ook al wordt de verblijfsvergunning verleend met ingang van een datum die ligt voor de datum waarop de beschikking, strekkende tot verlening, is genomen. +In onderdeel a is neergelegd dat niet in aanmerking wordt genomen de periode waarin de vreemdeling al rechtmatig verblijf had op grond van een verblijfsvergunning, als gemeenschapsonderdaan of als vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80. Dat betekent dat het verlenen van een verblijfsvergunning, van welke aard ook (met name regulier, voor bepaalde of onbepaalde tijd), of de vaststelling dat de vreemdeling een verblijfsrecht ontleent aan het gemeenschapsrecht of het Associatiebesluit 1/80 de opbouw van de relevante tijd stopt. De gehele geldigheidsduur van de verblijfsvergunning telt niet mee, ook al wordt de verblijfsvergunning verleend met ingang van een datum die ligt voor de datum waarop de beschikking, strekkende tot verlening, is genomen. Let wel: in zaken waarin het relevante tijdsverloop moet worden beoordeeld naar de stand van zaken vóór 1 april 2001, en dus moet worden vastgesteld of de driejarentermijn is volgelopen vóór 1 april 2001, is dit op grond van een uitspraak van de Rechtseenheidskamer van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 1 november 2000 anders. Indien de vreemdeling in de loop van de procedure reeds in het bezit is gesteld van een andere verblijfstitel ongeacht de vraag of deze verblijfstitel naar zijn aard tijdelijk is of niet, telt die periode niet mee in de opbouw van het relevante tijdsverloop voor de nog openstaande procedure. Buiten beschouwing blijft derhalve de periode vanaf de datum waarop de vreemdeling of diens gemachtigde kennis neemt van de beslissing waarbij de vreemdeling een verblijfstitel wordt toegekend tot en met de datum waarop de vreemdeling of diens gemachtigde kennis neemt van de beslissing waarbij de verblijfstitel wordt ingetrokken dan wel, bij niet verlenging van de geldigheidsduur van deze verblijfstitel, de expiratiedatum daarvan. Bij verzending per post wordt de dag na de verzending als dag van ontvangst gezien, tenzij deze dag valt op een zondag of een algemeen erkende feestdag. In dit laatste geval wordt de dag van ontvangst geacht te zijn de eerstvolgende dag die niet een zondag of algemeen erkende feestdag is. Ter verduidelijking wordt opgemerkt dat in deze gevallen in twee stappen gekeken wordt naar de driejarentermijn. Eerst wordt bepaald aan de hand van de lijn van bovengenoemde uitspraak – het feitelijk bezit van de verblijfsvergunning – op welke datum de vreemdeling drie jaar relevant tijdsverloop heeft opgebouwd. Indien deze termijn volloopt vóór 1 april 2001, dan is in ieder geval voldaan aan één van de voorwaarden van het driejarenbeleid en kan, indien aan de overige voorwaarden van dit hoofdstuk is voldaan, een verblijfsvergunning worden verleend. Indien de termijn, op deze wijze berekend, volloopt op of ná 1 april 2001 dan geldt de hoofdregel dat de gehele periode van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet wordt meegeteld. -Let wel: in zaken waarin het relevante tijdsverloop moet worden beoordeeld naar de stand van zaken vóór 1 april 2001, en dus moet worden vastgesteld of de driejarentermijn is volgelopen vóór 1 april 2001, is dit op grond van een uitspraak van de Rechtseenheidskamer van de Rechtbank’s-Gravenhage van 1 november 2000 anders. Indien de vreemdeling in de loop van de procedure reeds in het bezit is gesteld van een andere verblijfstitel ongeacht de vraag of deze verblijfstitel naar zijn aard tijdelijk is of niet, telt die periode niet mee in de opbouw van het relevante tijdsverloop voor de nog openstaande procedure. +De verlening van een verblijfsvergunning asiel houdt in dat de vreemdeling heeft gekregen waarom hij heeft gevraagd, en daarmee komt een einde aan de procedure. -Buiten beschouwing blijft derhalve de periode vanaf de datum waarop de vreemdeling of diens gemachtigde kennis neemt van de beslissing waarbij de vreemdeling een verblijfstitel wordt toegekend tot en met de datum waarop de vreemdeling of diens gemachtigde kennis neemt van de beslissing waarbij de verblijfstitel wordt ingetrokken dan wel, bij niet verlenging van de geldigheidsduur van deze verblijfstitel, de expiratiedatum daarvan. Bij verzending per post wordt de dag na de verzending als dag van ontvangst gezien, tenzij deze dag valt op een zondag of een algemeen erkende feestdag. In dit laatste geval wordt de dag van ontvangst geacht te zijn de eerstvolgende dag die niet een zondag of algemeen erkende feestdag is. +In onderdeel b is bepaald dat bij de berekening van de driejarentermijn buiten beschouwing blijft periode waarin de vreemdeling niet in Nederland verbleef. Daarop wordt een uitzondering gemaakt ingeval de vreemdeling geoorloofd buiten Nederland verbleef. Daarvan is in ieder geval sprake indien de vreemdeling voorafgaande aan zijn vertrek van de Korpschef dan wel de Visadienst een verklaring heeft gekregen die recht geeft op terugkeer naar Nederland en hij tijdig, dat wil zeggen voor de aangegeven expiratiedatum, naar Nederland is teruggekeerd. Datzelfde geldt, indien de vreemdeling bijvoorbeeld na afwijzing van een verzoek om voorlopige voorziening uit Nederland vertrekt en daarmee voldoet aan de op hem rustende vertrekplicht, maar de rechtbank zijn beroep vervolgens alsnog gegrond verklaart en het bestreden besluit vernietigt. Ook dan ligt het niet voor de hand het verblijf buiten Nederland tegen te werpen. In de uitzondering van onderdeel b komt de ratio tot uiting dat met geoorloofd verblijf buiten Nederland de opbouw van de driejarentermijn niet eindigt. Wel zal, aangezien het verblijf buiten Nederland berust op een keuze van de vreemdeling, de periode van het verblijf in het buitenland niet meetellen. -Ter verduidelijking wordt opgemerkt dat in deze gevallen in twee stappen gekeken wordt naar de driejarentermijn. Eerst wordt bepaald aan de hand van de lijn van bovengenoemde uitspraak – het feitelijk bezit van de verblijfsvergunning – op welke datum de vreemdeling drie jaar relevant tijdsverloop heeft opgebouwd. Indien deze termijn volloopt vóór 1 april 2001, dan is in ieder geval voldaan aan één van de voorwaarden van het driejarenbeleid en kan, indien aan de overige voorwaarden van dit hoofdstuk is voldaan, een verblijfsvergunning worden verleend. - -Indien de termijn, op deze wijze berekend, volloopt op of ná 1 april 2001 dan geldt de hoofdregel dat de gehele periode van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet wordt meegeteld. De verlening van een verblijfsvergunning asiel houdt in dat de vreemdeling heeft gekregen waarom hij heeft gevraagd, en daarmee komt een einde aan de procedure. - -Ad b. In onderdeel b is bepaald dat bij de berekening van de driejarentermijn buiten beschouwing blijft periode waarin de vreemdeling niet in Nederland verbleef. Daarop wordt een uitzondering gemaakt ingeval de vreemdeling geoorloofd buiten Nederland verbleef. Daarvan is in ieder geval sprake indien de vreemdeling voorafgaande aan zijn vertrek van de Korpschef dan wel de Visadienst een verklaring heeft gekregen die recht geeft op terugkeer naar Nederland en hij tijdig, dat wil zeggen voor de aangegeven expiratiedatum, naar Nederland is teruggekeerd. - -Datzelfde geldt, indien de vreemdeling bijvoorbeeld na afwijzing van een verzoek om voorlopige voorziening uit Nederland vertrekt en daarmee voldoet aan de op hem rustende vertrekplicht, maar de rechtbank zijn beroep vervolgens alsnog gegrond verklaart en het bestreden besluit vernietigt. Ook dan ligt het niet voor de hand het verblijf buiten Nederland tegen te werpen. - -In de uitzondering van onderdeel b komt de ratio tot uiting dat met geoorloofd verblijf buiten Nederland de opbouw van de driejarentermijn niet eindigt. Wel zal, aangezien het verblijf buiten Nederland berust op een keuze van de vreemdeling, de periode van het verblijf in het buitenland niet meetellen. - -Ad c. In onderdeel c is bepaald dat buiten beschouwing blijft de periode waarmee de beslistermijn op grond van het besluitmoratorium is verlengd. De duur van het besluitmoratorium telt niet mee als relevant tijdsverloop bij het bepalen van het recht op een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid. Hierbij zijn de volgende situaties te onderkennen: +In onderdeel c is bepaald dat buiten beschouwing blijft de periode waarmee de beslistermijn op grond van het besluitmoratorium is verlengd. De duur van het besluitmoratorium telt niet mee als relevant tijdsverloop bij het bepalen van het recht op een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid. Hierbij zijn de volgende situaties te onderkennen: 1. Het besluitmoratorium is ingesteld na het indienen van de asielaanvraag. In dit geval telt de periode tussen het instellen van het moratorium en de datum van de uiteindelijke beslissing op de aanvraag door het bestuursorgaan niet mee, tot een maximum van één jaar. 2. Het besluitmoratorium is ingesteld voor het indienen van de asielaanvraag. In dit geval telt de periode tussen de datum van de aanvraag en de uiteindelijke beslissing op de aanvraag door het bestuursorgaan niet mee. +Het besluitmoratorium kan in een individueel geval nooit langer zijn dan een jaar. Na afloop van de periode van het besluitmoratorium zal de opbouw van de relevante termijn verder gaan. + +In onderdeel d is bepaald dat indien de vreemdeling gegevens of bescheiden heeft overgelegd waarnaar onderzoek heeft moeten plaatsvinden, terwijl achteraf blijkt dat die in redelijkheid niet tot inwilliging van de aanvraag zouden hebben kunnen leiden, deze periode niet meetelt voor de opbouw van de driejarentermijn. De noodzaak tot het verrichten van onderzoek wordt dan beschouwd als voort te vloeien uit een handeling van de vreemdeling, waardoor de extra proceduretijd die met het onderzoek gemoeid is voor rekening van de vreemdeling komt. + +Indien het onderzoek redelijkerwijs tot inwilliging van de aanvraag kan leiden, bestaat er geen aanleiding om de termijn van het onderzoek aan de vreemdeling toe te rekenen. In die gevallen zal de gevraagde vergunning in het algemeen worden verleend en is reeds daarom het driejarenbeleid niet van toepassing. + #### 4.5. Aard van de verblijfsvergunning Op grond van artikel 3.61 Vb (zoals dat luidde vóór 15 mei 2004) kon de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het feit dat na drie jaren niet onherroepelijk is beslist op een asielaanvraag, worden verleend voor vijf jaren. De verblijfsvergunning kon op grond van artikel 3.6 Vb (zoals dat luidde vóór 15 mei 2004) ambtshalve worden verleend. Beide bepaling worden nog toegepast in die gevallen waarin op grond van het overgangsrecht een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid wordt verleend. @@ -10044,11 +9827,19 @@ Als het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND de volledig ingevulde en ond De toelatingsprocedure met betrekking tot kennismigranten is bij uitstek een referentprocedure. +Voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland dient de werkgever in Nederland door middel van het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ te verzoeken om een advies in verband met het voornemen van de kennismigrant om een mvv aan te vragen in het buitenland. + Het aanvraagformulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ wordt door het hoofd IND vastgesteld en wordt alleen via de website van de IND (en wel op de kennismigrantenmodule) ter beschikking gesteld. De werkgever vult het formulier elektronisch in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. -De werkgever kan namens de gezinsleden van de kennismigrant, die verblijf in Nederland bij de kennismigrant beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. In dat geval dient de werkgever het verzoek om advies ten behoeve van de gezinsleden gelijktijdig in met het verzoek om advies ten behoeve van de kennismigrant. De werkgever kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen, uitgezonderd de middelen van bestaan, van B1 en B2 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald. +Indien naar aanleiding van een verzoek van de werkgever door de IND een positief advies is verstrekt en de verschuldigde leges zijn betaald, kan aan de vreemdeling in diens land van herkomst of bestendig verblijf door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging een mvv worden afgegeven. Het doen van een mvv-aanvraag zonder dat daar een verzoek om adviesprocedure aan vooraf is gegaan, ligt, gelet op het feit dat de toelatingsprocedure bij beoogd verblijf als kennismigrant bij uitstek een referentprocedure is, niet in de rede. Vreemdelingen die zonder voorafgaande referentprocedure een mvv-aanvraag voor verblijf als kennismigrant willen indienen op een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland, worden er door de vertegenwoordiging op gewezen dat het de voorkeur verdient dat de werkgever bij wie zij verblijf als kennismigrant beogen, een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan de vreemdeling indient. Dat leidt slechts uitzondering wanneer in het kader van een door de werkgever gestart verzoek om adviesprocedure negatief door de IND is geadviseerd. De streeftermijn van twee weken is niet van toepassing op deze aanvragen. + +De werkgever kan namens de gezinsleden van de kennismigrant, die verblijf in Nederland bij de kennismigrant beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. In dat geval dient de werkgever het verzoek om advies ten behoeve van de gezinsleden gelijktijdig in met het verzoek om advies ten behoeve van de kennismigrant. De werkgever kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen, uitgezonderd de middelen van bestaan, van B1/4 en B2/2. B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald. + +De verzoeken om advies ten behoeve van gezinsleden die niet tegelijk met het verzoek om advies ten behoeve van de kennismigrant worden ingediend, worden door middel van een verzoek om advies in verband met afgifte van een mvv ingediend. Dit aanvraagformulier wordt door het Hoofd IND vastgesteld en wordt alleen via de website van de IND ter beschikking gesteld. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, per post worden verzonden naar de Visadienst. + +De beslistermijn van twee weken geldt niet voor de verzoeken om advies ten behoeve van de gezinsleden die verblijf bij een kennismigrant beogen en die niet tegelijk met het verzoek om advies ten behoeve van de kennismigrant zijn ingediend. Deze verzoeken worden niet in behandeling genomen door het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND en maken geen deel uit van de versnelde procedure. #### 4.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning @@ -10127,7 +9918,15 @@ Voor beroepen in de individuele gezondheidszorg is registratie in het beroepen i De verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst tot een maximum van vijf jaar. -Echtgenoten en partners van kennismigranten krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2). Voor minderjarige kinderen van kennismigranten wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2. +De verblijfsvergunning kan voor vijf jaar worden verleend als de vreemdeling, die verblijf als kennismigrant beoogt, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overlegt. Als de vreemdeling, die verblijf als kennismigrant beoogt, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft, wordt de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant voor ten hoogste de duur van de arbeidsovereenkomst afgegeven (zie artikelen 3.57 en 3.59a Vb). + +Als de kennismigrant als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister wordt de verblijfsvergunning verleend voor ten hoogste de duur van de opleiding. + +Indien de vreemdeling voor een beperkte periode in het beroepen in de individuele gezondheidszorg register staat geregistreerd wordt de verblijfsvergunning verleend voor de duur van de registratie. + +De vreemdeling die in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning als kennismigrant hoeft geen wijziging van de beperking aan te vragen als hij van werkgever verandert mits nog steeds aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant wordt voldaan. + +Echtgenoten en partners van kennismigranten krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2/9). Voor minderjarige kinderen van kennismigranten wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2/5. ### 7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften @@ -10151,11 +9950,17 @@ Indien de kennismigrant van werkgever verandert, moet hij nog steeds voldoen aan #### 8.2. Zoekperiode -Indien de arbeidsovereenkomst van de kennismigrant gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning door de werkgever voortijdig wordt ontbonden, zonder dat de kennismigrant daarvan een verwijt kan worden gemaakt, wordt hem een zoektermijn van drie maanden gegund. De werkgever maakt schriftelijk melding van de beëindiging van het dienstverband bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. Vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd geldt een zoekperiode van drie maanden voor de vreemdeling om een nieuwe functie als kennismigrant te verwerven. Indien de vreemdeling erin slaagt opnieuw werk te vinden als kennismigrant doet de (nieuwe) werkgever daarvan schriftelijk mededeling aan het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND met overlegging van de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2. In het geval dat de kennismigrant een nieuwe werkgever vindt dient deze toegelaten te zijn tot de kennismigrantenregeling op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) en dient de vreemdeling te voldoen aan het looncriterium, respectievelijk dient hij een functie als wetenschappelijk onderzoeker dan wel arts in opleiding tot specialist te vervullen. Slaagt de vreemdeling er niet in binnen drie maanden een dergelijke functie te vinden dan wordt zijn verblijfsvergunning ingetrokken. +Indien de arbeidsovereenkomst van de kennismigrant gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning door de werkgever voortijdig wordt ontbonden, zonder dat de kennismigrant daarvan een verwijt kan worden gemaakt, wordt hem een zoektermijn van drie maanden gegund. De werkgever maakt schriftelijk melding van de beëindiging van het dienstverband bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. Vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd geldt een zoekperiode van drie maanden voor de vreemdeling om een nieuwe functie als kennismigrant te verwerven. Indien de vreemdeling erin slaagt opnieuw werk te vinden als kennismigrant doet de (nieuwe) werkgever daarvan schriftelijk mededeling aan het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND onder overlegging van de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2 . In het geval dat de kennismigrant een nieuwe werkgever vindt, dient deze toegelaten te zijn tot de kennismigrantenregeling op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) en dient de vreemdeling te voldoen aan het looncriterium, respectievelijk dient hij een functie als wetenschappelijk onderzoeker dan wel arts in opleiding tot specialist te vervullen. Slaagt de vreemdeling er niet in binnen drie maanden een dergelijke functie te vinden dan wordt zijn verblijfsvergunning ingetrokken. + +Indien de zoekperiode van drie maanden zich uitstrekt voorbij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de kennismigrant, dient de kennismigrant om verlenging van zijn verblijfsvergunning als kennismigrant te vragen. Bij de behandeling van de aanvraag zal rekening gehouden worden met de (resterende) zoekperiode die de vreemdeling wordt gegund om een functie als kennismigrant te verwerven. Voor deze aanvraag is de gangbare behandeltermijn van twee weken niet van toepassing. Indien de vreemdeling erin slaagt opnieuw werk te vinden als kennismigrant dient de kennismigrant, dan wel diens (nieuwe) werkgever, daarvan schriftelijk melding te doen onder overlegging van de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2. In het geval de kennismigrant een nieuwe werkgever vindt, deze is toegelaten tot de kennismigrantenregeling op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) en de vreemdeling voldoet aan het looncriterium, respectievelijk een functie als wetenschappelijk onderzoeker dan wel arts in opleiding tot specialist vervult, kan de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant worden verlengd. Vindt de vreemdeling geen baan als kennismigrant dan zal de aanvraag tot verlenging worden afgewezen. + +Voor de vreemdeling die als arts in opleiding tot specialist een verblijfsvergunning als kennismigrant aanvraagt geldt dat deze zal worden verleend voor de duur van zijn opleiding. Na beëindiging van zijn opleiding is verlenging van de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant slechts mogelijk indien de arts in opleiding tot specialist een andere functie als kennismigrant verwerft. In dat geval dient hij verlenging van de vergunning voor verblijf als kennismigrant aan te vragen. #### 8.3. Af- en aanmelding, intrekking -Op de vreemdeling rust de verplichting om onmiddellijk aan de Korpschef melding te maken van het feit dat hij niet meer aan de beperking voldoet. Op de werkgever rust de verplichting om de IND schriftelijk in kennis te stellen van het feit dat de kennismigrant niet langer bij deze werkgever werkzaam is, niet langer aan het looncriterium voldoet, of niet langer werkzaamheden als wetenschappelijk onderzoeker of arts in opleiding tot specialist vervult (zie daarvoor ook artikelen 4.41 en 4.43 Vb en A3/3.3.4). +Op de vreemdeling rust de verplichting om onmiddellijk aan de Korpschef melding te maken van het feit dat hij niet meer aan de beperking voldoet. Op de werkgever rust de verplichting om de IND schriftelijk in kennis te stellen van het feit dat de kennismigrant niet langer bij deze werkgever werkzaam is, niet langer aan het looncriterium voldoet, of niet langer werkzaamheden als wetenschappelijk onderzoeker of arts in opleiding tot specialist vervult (zie daarvoor ook artikelen 4.41 en 4.43 Vb en A3/7.3.5 en A3/7.3.7). + +De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’ kan op grond van het bepaalde in artikel 19, Vw, juncto artikel 18 eerste lid, aanhef en onder g, Vw, worden ingetrokken als betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden van de beperking ‘verblijf als kennismigrant’. ### 9. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid