2001-11-05 | BWBR0004418 | Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

This commit is contained in:
Coornhert 2001-11-05 12:00:00 +00:00
parent 03dd1381b7
commit 053332d69d

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
bwb_id: BWBR0004418
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2008-10-06'
datum_inwerkingtreding: '2001-11-05'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004418
citeertitel: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
---
@ -14,7 +14,10 @@ citeertitel: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
### Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder woongelegenheid: zelfstandige woning, wooneenheid, standplaats en woonwagen.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. weerstandsvermogen: eigen vermogen van een toegelaten instelling, verhoogd met de egalisatierekening en de voorzieningen, en verminderd met immateriële vaste activa en herwaarderingsreserve;
b. woongelegenheid: zelfstandige woning, wooneenheid, standplaats en woonwagen.
### Paragraaf 2. Verstrekking door het fonds van subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden van toegelaten instellingen
@ -22,13 +25,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder woongeleg
Het fonds verstrekt op hun aanvraag aan toegelaten instellingen subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden welke door die toegelaten instellingen in het belang van de volkshuisvesting worden uitgevoerd.
### Artikel 2a
Het fonds verstrekt slechts subsidie als bedoeld in artikel 2, voor zover het over voldoende middelen beschikt als verkregen uit het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel b.
### Artikel 3
Het fonds verstrekt slechts subsidie als bedoeld in artikel 2, indien de in dat artikel bedoelde werkzaamheden zonder die subsidie niet zouden kunnen worden uitgevoerd.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt slechts verstrekt, indien de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden zonder die subsidie niet zouden kunnen worden uitgevoerd.
### Artikel 3a
@ -56,22 +55,20 @@ b. jaarlijks voor 1 december het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde overzi
### Artikel 5
**1..**
Ten behoeve van het toezicht verstrekt de toegelaten instelling, naast de bescheiden, bedoeld in artikel 30 van het Besluit beheer sociale-huursector, jaarlijks:
a. voor 1 februari aan het fonds een bestuursverklaring bij de gegevens, bedoeld in bijlage I bij dat besluit;
b. voor 1 juli aan het fonds een bestuursverklaring bij de gegevens, bedoeld in bijlage II bij dat besluit, en
c. voor 1 juli aan het fonds de gegevens, bedoeld in bijlage IV bij dat besluit, alsmede de mededeling, bedoeld in het tweede lid.
**1.** Ten behoeve van het toezicht verstrekt de toegelaten instelling, naast de bescheiden, bedoeld in artikel 30 van het Besluit beheer sociale-huursector, jaarlijks voor 1 juli aan het fonds de gegevens, bedoeld in bijlage IV bij dat besluit, alsmede de mededeling, bedoeld in het tweede lid.
**2.** De toegelaten instelling verzoekt aan een daartoe als openbaar optredende accountant als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector, of aan een organisatie waarin zodanige accountants samenwerken, om overeenkomstig bijlage III bij dat besluit een mededeling op te stellen omtrent de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Het fonds bevestigt binnen vier weken de ontvangst van de krachtens het eerste lid gezonden bescheiden.
**4.** Indien een toegelaten instelling de bescheiden op 1 februari respectievelijk 1 juli van een jaar niet aan het fonds heeft doen toekomen, stelt het fonds onverwijld een termijn van ten hoogste vier weken binnen welke de bescheiden alsnog moeten worden verstrekt en doet daarvan mededeling aan die toegelaten instelling.
**4.** Indien een toegelaten instelling de bescheiden op 1 juli van een jaar niet aan het fonds heeft doen toekomen, stelt het fonds onverwijld een termijn van ten hoogste vier weken binnen welke de bescheiden alsnog moeten worden verstrekt en doet daarvan mededeling aan die toegelaten instelling.
**5.** Indien de toegelaten instelling de bescheiden niet binnen de krachtens het vierde lid gestelde termijn verstrekt, kan het fonds bepalen, dat zij, totdat zij de bescheiden alsnog verstrekt, de door het fonds aangegeven rechtshandelingen slechts kan verrichten na zijn instemming.
### Artikel 5a
Vervallen
### Paragraaf 4. De inhoud van de door het fonds op te stellen beleidsregels
### Artikel 6
@ -81,13 +78,10 @@ c. voor 1 juli aan het fonds de gegevens, bedoeld in bijlage IV bij dat besluit,
In de beleidsregels, bedoeld in artikel 71b, eerste lid, van de Woningwet, wordt met betrekking tot de subsidie, bedoeld in artikel 71a, eerste lid, onderdeel a, van die wet, bepaald:
a. dat een aanvraag voor subsidie bij het fonds wordt ingediend;
b. welke gegevens door de aanvragende toegelaten instelling aan het fonds moeten worden overgelegd, en dat tot die gegevens in elk geval behoren:
1°. een plan voor de sanering van de toegelaten instelling, dan wel
2°. een plan met betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, dat door die toegelaten instelling is voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar zij haar woonplaats heeft en aan de huurders van haar woongelegenheden, teneinde hen in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te spreken;
c. binnen welke termijn de betrokken gegevens, bedoeld in onderdeel b, aan het fonds moeten worden verstrekt, en dat het fonds, indien de toegelaten instelling die gegevens niet binnen die termijn verstrekt, kan bepalen dat zij, totdat zij de gegevens alsnog verstrekt, de door het fonds aangegeven rechtshandelingen slechts kan verrichten na zijn instemming;
d. onder welke verplichtingen of voorschriften het fonds subsidie als bedoeld in artikel 2 verstrekt, waartoe verplichtingen kunnen behoren met betrekking tot de wijze waarop de toegelaten instelling uitvoering geeft aan artikel 21, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector;
e. aan de hand van welke criteria ten aanzien van de vermogenspositie van een toegelaten instelling wordt beoordeeld of die instelling voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, in aanmerking komt, en
b. welke gegevens door de aanvragende toegelaten instelling aan het fonds moeten worden overgelegd, en dat tot die gegevens in elk geval een plan voor de sanering van de toegelaten instelling dan wel een plan met betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, behoort, dat door die toegelaten instelling is voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar zij haar woonplaats heeft en aan de huurders van haar woongelegenheden, teneinde hen in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te spreken;
c. binnen welke termijn de gegevens, bedoeld in onderdeel b, aan het fonds moeten worden verstrekt, en dat het fonds, indien de toegelaten instelling die gegevens niet binnen die termijn verstrekt, kan bepalen dat zij, totdat zij de gegevens alsnog verstrekt, de door het fonds aangegeven rechtshandelingen slechts kan verrichten na zijn instemming;
d. onder welke verplichtingen of voorschriften het fonds de subsidie verstrekt, waartoe verplichtingen kunnen behoren met betrekking tot de wijze waarop de toegelaten instelling uitvoering geeft aan artikel 21, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector, en
e. aan de hand van welke criteria ten aanzien van de vermogenspositie van een toegelaten instelling wordt beoordeeld of die instelling voor de subsidie in aanmerking komt.
**2.** In de beleidsregels komt tot uitdrukking dat, indien door Onze Minister een aanwijzing is gegeven met toepassing van artikel 41, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector, het fonds bij de verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 71a, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet tevens die aanwijzing in acht neemt.
@ -108,58 +102,57 @@ De beleidsregels, bedoeld in artikel 71b, eerste lid, van de Woningwet, worden d
### Artikel 9
De bijdrage, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet, bestaat uit de som van:
a. een bedrag ten behoeve van het verstrekken van subsidie ter bevordering van de sanering van toegelaten instellingen, en
b. een bedrag ten behoeve van het verstrekken van subsidie als bedoeld in artikel 2.
### Artikel 9a
**1.**
Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, stelt het fonds vast:
De bijdrage, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet, bestaat uit:
a. een bedrag ten behoeve van het door het fonds verstrekken van subsidie ter bevordering van de sanering van toegelaten instellingen, en
b. een bedrag ten behoeve van het verstrekken van subsidie als bedoeld in artikel 2.
**2.**
Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, stelt het fonds vast:
a. een bedrag per zelfstandige woning, en
b. een bedrag per andere woongelegenheid, dat lager is dan het bedrag, bedoeld in onderdeel a.
**2.**
**3.**
Het fonds bepaalt de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, door:
Het fonds bepaalt de hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, door:
a. per categorie woongelegenheden als bedoeld in het eerste lid met elkaar te vermenigvuldigen:
a. per categorie woongelegenheden als bedoeld in het tweede lid met elkaar te vermenigvuldigen:
1°. het aantal woongelegenheden in die categorie dat de toegelaten instelling op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is in eigendom of in beheer had volgens de gegevens, bedoeld in bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector, en
2°. het betrokken in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde bedrag, en
1°. het aantal woongelegenheden in die categorie dat de toegelaten instelling op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is in eigendom of in beheer had volgens de vermelding daarvan in aanhangsel D van bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector, en
2°. het betrokken in het tweede lid, onderdeel a of b, bedoelde bedrag, en
b. de aldus verkregen bedragen bij elkaar op te tellen.
### Artikel 9b
**4.**
**1.**
Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, stelt het fonds vast:
Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, stelt het fonds vast:
a. indien het weerstandsvermogen van een toegelaten instelling 20 procent of meer van het balanstotaal in het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar bedraagt: een bedrag per woongelegenheid, dan wel
b. indien het weerstandsvermogen van een toegelaten instelling minder dan 20 procent van het balanstotaal in het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar bedraagt: een bedrag per woongelegenheid, dat lager is dan het bedrag, bedoeld in onderdeel a.
a. een bedrag per woongelegenheid, en
b. een tarief per € 1000 van de gezamenlijke WOZ-waarde van de woongelegenheden.
**5.**
**2.**
Het fonds bepaalt de hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, door met elkaar te vermenigvuldigen:
Het fonds bepaalt de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, door, met gebruikmaking van het aantal woongelegenheden dat de toegelaten instelling op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is in eigendom of in beheer had volgens de gegevens, bedoeld in bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector:
a. het aantal woongelegenheden dat de toegelaten instelling op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is in eigendom of in beheer had volgens de vermelding daarvan in aanhangsel D van bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector, en
b. het betrokken in het vierde lid, onderdeel a of b, bedoelde bedrag.
a. het aantal woongelegenheden te vermenigvuldigen met het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedrag;
b. de gezamenlijke WOZ-waarde van de woongelegenheden te delen door 1000 en vervolgens te vermenigvuldigen met het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
c. de aldus verkregen bedragen bij elkaar op te tellen.
**6.** Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet, door de bedragen, verkregen volgens het derde en vijfde lid, bij elkaar op te tellen.
**3.** In dit artikel wordt onder gezamenlijke WOZ-waarde verstaan de som van de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarden volgens de gegevens, bedoeld in bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector.
**7.** Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
### Artikel 10
**1.** Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet, zodanig, dat het voor ten minste het kalenderjaar waarover deze verschuldigd is over voldoende financiële middelen beschikt om uitvoering te geven aan artikel 71a, eerste lid, van die wet, met dien verstande dat het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, en het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, niet meer is dan 5 procent, onderscheidenlijk 1 procent van de gerealiseerde jaarhuuropbrengst van de woongelegenheden, bedoeld in bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector, als volgens genoemde bijlage voor de bijdrageplichtige toegelaten instellingen gezamenlijk bepaald over het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is.
**1.** Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet, zodanig, dat het voor ten minste het kalenderjaar waarover deze verschuldigd is over voldoende financiële middelen beschikt om uitvoering te geven aan artikel 71a, eerste lid, van die wet, met dien verstande dat zowel het bedrag, verkregen volgens artikel 9, derde lid, als het bedrag, verkregen volgens artikel 9, vijfde lid, niet meer is dan 1 procent van de gerealiseerde jaarhuuropbrengst van de woongelegenheden, bedoeld in bijlage II, aanhangsel D, rubriek 3, bij het Besluit beheer sociale-huursector, als volgens genoemde rubriek voor de bijdrageplichtige toegelaten instellingen gezamenlijk bepaald over het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is.
**2.** Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage aan de hand van de ingevolge artikel 30 van het Besluit beheer sociale-huursector aan het fonds gezonden bescheiden. Het kan in plaats daarvan de hoogte van de bijdrage door schatting bepalen, uitsluitend indien het toepassing heeft gegeven aan artikel 5, vierde lid, of aan artikel 31, tweede lid, van het Besluit beheer sociale-huursector en de betrokken toegelaten instelling de ontbrekende bescheiden niet binnen de krachtens het betrokken artikellid gestelde termijn heeft verstrekt. Het fonds kan aan de betrokken toegelaten instelling administratiekosten in rekening brengen die verbonden zijn aan het door schatting bepalen van de hoogte van de bijdrage.
### Artikel 11
Vervallen
Bij niet volledige betaling van de bijdrage, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet, op de uiterste betalingsdatum is de betrokken toegelaten instelling aan het fonds de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, verschuldigd, berekend vanaf die datum tot de dag van volledige betaling en berekend over die bijdrage of het niet betaalde gedeelte daarvan.
### Artikel 12
@ -169,7 +162,19 @@ Vervallen
**3.** Aan een beschikking op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid kan het fonds voorschriften verbinden met betrekking tot de wijze waarop de toegelaten instelling uitvoering geeft aan artikel 21, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector.
**4.** Indien bij een beschikking op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid dat verzoek wordt ingewilligd, betaalt het fonds een als gevolg van die beschikking ten onrechte betaald bedrag terug aan de betrokken toegelaten instelling. Tevens wordt rente over dat bedrag betaald, berekend vanaf de datum waarop ten onrechte is betaald tot de datum van terugbetaling, bedoeld in de eerste volzin, van welke rente het percentage gelijk is aan dat van de depositorente die de Europese Centrale Bank vaststelt, vermeerderd met 1,25.
**4.** Indien bij een beschikking op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid dat verzoek wordt ingewilligd, betaalt het fonds een als gevolg van die beschikking onverschuldigd betaald bedrag terug aan de betrokken toegelaten instelling. Tevens wordt rente over dat bedrag betaald, berekend vanaf de datum van de onverschuldigde betaling tot de datum van terugbetaling, bedoeld in de eerste volzin, van welke rente het percentage gelijk is aan dat van de depositorente die de Europese Centrale Bank vaststelt, vermeerderd met 1,25.
### Artikel 12a
Vervallen
### Artikel 12b
Vervallen
### Artikel 12c
Vervallen
### Paragraaf 6. Slotbepaling
@ -177,6 +182,42 @@ Vervallen
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting.
## Bijlage . bij het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
### Artikel 14
Vervallen
### Artikel 15
Vervallen
### Artikel 16
Vervallen
### Artikel 17
Vervallen
### Artikel 18
Vervallen
### Artikel 19
Vervallen
### Artikel 19a
Vervallen
### Artikel 19b
Vervallen
### Artikel 20
Vervallen
### Artikel 21
Vervallen