From 053889f9cdd8efb9cf17839f689bf12b3381d651 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-01-01 | BWBR0007795 | Algemene nabestaandenwet --- .../BWBR0007795/README.md | 24 ++++++++++++++++--- 1 file changed, 21 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md b/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md index 3b7cdc20d87..bcb3ee74dbf 100644 --- a/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md +++ b/wet/algemene-nabestaandenwet/BWBR0007795/README.md @@ -241,9 +241,9 @@ c. de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt. ### Artikel 17 -**1.** De bruto-nabestaandenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon. +**1.** De bruto-nabestaandenuitkering wordt op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat van dat bedrag vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, de over dat bedrag en die vergoeding in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande, zolang hij een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert, zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande, zolang hij een gezamenlijke huishouding ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende voert, op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat van dat bedrag vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, de over dat bedrag en die vergoeding in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, is afgetrokken, de netto-nabestaandenuitkering gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon. **3.** De bruto-nabestaandenuitkering van de nabestaande bedoeld in artikel 4 is niet hoger dan de door de overleden verzekerde aan de nabestaande verschuldigde uitkering tot levensonderhoud van de nabestaande. @@ -312,7 +312,7 @@ b. **waarin de halfwees de leeftijd van 18 jaar bereikt. ### Artikel 25 -**1.** De bruto-halfwezenuitkering wordt zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, de netto-halfwezenuitkering gelijk is aan 20% van het netto-minimumloon. +**1.** De bruto-halfwezenuitkering wordt op een zodanig bedrag vastgesteld, dat nadat van dat bedrag vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, de over dat bedrag en die vergoeding in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, is afgetrokken, de netto-halfwezenuitkering gelijk is aan 20% van het netto-minimumloon. **2.** Op de halfwezenuitkering ten behoeve van de halfwees, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel e, onder 2°, wordt de financiële bijdrage die de overlevende ouder betaalt of op grond van een rechterlijke uitspraak in verband met zijn onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dient te betalen in mindering gebracht. De Sociale verzekeringsbank kan hiertoe zelf een onderzoek instellen. Indien de toepassing van de eerste zin tot een onbillijkheid van overwegende aard leidt kan de Sociale verzekeringsbank hiervan afzien. @@ -380,6 +380,24 @@ c. 16 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar is: 64. #### Paragraaf 6a. Tegemoetkoming in aanvulling op de nabestaandenuitkering, de halfwezenuitkering en de wezenuitkering +### Artikel 29a + +**1.** Degene die een nabestaandenuitkering ontvangt, heeft tevens recht op een tegemoetkoming. + +**2.** Degene die een halfwezenuitkering ontvangt en geen nabestaandenuitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, heeft tevens recht op een tegemoetkoming. + +**3.** Degene die een wezenuitkering ontvangt, heeft tevens recht op een tegemoetkoming. + +**4.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt niet beschouwd als een nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering op grond van deze wet, behoudens voor de toepassing van afdeling II van hoofdstuk 3. + +**5.** Geen recht op een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid bestaat voor een ongehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33b van die wet. + +**6.** Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte, de indexering en de wijze van betaling van de tegemoetkoming. + +**8.** De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag. + #### Paragraaf 7. De vakantie-uitkering ### Artikel 30