2005-03-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
d080035acf
commit
0544867fce
1 changed files with 4043 additions and 1 deletions
|
|
@ -24,16 +24,3840 @@ citeertitel: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
|
|||
|
||||
## 5b
|
||||
|
||||
Artikel
|
||||
5b
|
||||
|
||||
|
||||
1
|
||||
Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter
|
||||
plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd, indien en op het tijdstip waarop
|
||||
aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van
|
||||
artikel 6 of artikel 7 van de Wet
|
||||
conflictenrecht adoptie, en
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
de adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke
|
||||
betrekkingen worden verbroken, en
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de
|
||||
uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en
|
||||
|
||||
|
||||
d.
|
||||
het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2
|
||||
Nederlander wordt voorts het kind dat in het buitenland is geadopteerd bij een
|
||||
adoptie die niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke
|
||||
betrekkingen worden verbroken, welke adoptie in Nederland bij rechterlijke
|
||||
uitspraak in overeenstemming met artikel 9 van de Wet conflictenrecht
|
||||
adoptie wordt omgezet in een adoptie naar Nederlands recht, indien en
|
||||
op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van
|
||||
artikel 6 of artikel 7 van de Wet conflictenrecht adoptie, en
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag nadat drie
|
||||
maanden te rekenen van de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste
|
||||
aanleg of in hoger beroep zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep
|
||||
of beroep in cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is
|
||||
ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie; en
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
|
||||
****het kind was op de dag van de uitspraak houdende
|
||||
omzetting in eerste aanleg minderjarig.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
234
|
||||
03-12-2003
|
||||
21-11-2003
|
||||
HKUIT03-5117AUB
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
234
|
||||
03-12-2003
|
||||
21-11-2003
|
||||
HKUIT03-5117AUB
|
||||
|
||||
01-01-2004
|
||||
|
||||
### . Toelichting
|
||||
|
||||
1. Op 1 januari 2004 is artikel 5b
|
||||
RWN in de wet ingevoegd (Stb. 2003, 284 en 456). Dit is gebeurd in
|
||||
verband met de inwerkingtreding op 1 januari 2004 van de Wet conflictenrecht adoptie (Stb. 2003, 283).
|
||||
Artikel 5b RWN bepaalt de gevolgen die de Wet conflictenrecht adoptie (kort:
|
||||
Wcad) meebrengt voor zover het betreft de erkenning van een buitenlandse
|
||||
niet-verdragsadoptie en de verkrijging van het Nederlanderschap door de
|
||||
geadopteerde minderjarige.
|
||||
2. *Verhouding met Haags adoptieverdrag 1993*
|
||||
|
||||
Artikel 5a RWN voorziet in de
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap als gevolg van adopties die met toepassing
|
||||
van het Adoptieverdrag 1993 tot stand zijn gekomen. Het verdrag heeft
|
||||
uitsluitend betrekking op interlandelijke adoptie waarbij een kind vanuit een
|
||||
staat die partij is bij het verdrag ter adoptie is opgenomen door personen met
|
||||
gewone verblijfplaats in een andere staat die partij is bij het verdrag. Het kan
|
||||
dus gaan om adopties door personen die in Nederland gevestigd zijn, maar ook om
|
||||
adopties van kinderen afkomstig uit de vreemde verdragsstaat A door personen met
|
||||
gewone verblijfplaats in de vreemde verdragsstaat B. Niet ter zake doet of de
|
||||
adoptie uiteindelijk in de verdragsstaat van herkomst van het kind dan wel in de
|
||||
verdragsstaat van opvang is uitgesproken. Dat het om een verdragsadoptie gaat,
|
||||
blijkt uit het certificaat dat wordt afgegeven in de verdragsstaat waar de
|
||||
adoptie is uitgesproken. Artikel 5a RWN regelt ook de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap door een kind dat eerst onder het Adoptieverdrag 1993 is
|
||||
geadopteerd bij een ‘zwakke adoptie’ (d.w.z. een adoptie waardoor de
|
||||
familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke familie niet geheel zijn
|
||||
verbroken) is geadopteerd, welke adoptie vervolgens door een uitspraak van de
|
||||
Nederlandse rechter is omgezet in een ‘sterke adoptie’ naar Nederlands recht,
|
||||
waarbij deze betrekkingen alsnog zijn verbroken.
|
||||
|
||||
Artikel 5b RWN regelt de verkrijging van het Nederlanderschap in gevallen van
|
||||
interlandelijke adoptie waarin het Adoptieverdrag 1993 niet geldt tussen de bij
|
||||
de adoptie betrokken landen. Daarnaast regelt het de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap als gevolg van een adoptie die is uitgesproken in de staat
|
||||
waarin zowel de adoptiefouders als het kind woonachtig waren.
|
||||
3. *Verkrijging Nederlanderschap ingevolge artikel 5b RWN alleen
|
||||
op of na 1 januari 2004*
|
||||
|
||||
Een buitenslands tot stand gekomen adoptie (niet zijnde een adoptie conform
|
||||
het Haags adoptieverdrag) komt slechts in aanmerking voor erkenning ingevolge de
|
||||
Wet conflictenrecht adoptie indien de adoptie op of na 1 januari 2004 tot stand
|
||||
is gekomen (zie art. 10
|
||||
Wcad). Dit betekent voor de verkrijging van de Nederlandse
|
||||
nationaliteit ex artikel 5b RWN dat verkrijging alleen plaats heeft ingeval van
|
||||
een adoptie die conform de Wet conflictenrecht adoptie op of na 1 januari 2004
|
||||
kan worden erkend. Kort gezegd: verkrijging op grond van artikel 5b RWN van het
|
||||
Nederlanderschap kan alleen plaatshebben bij adopties die buiten het Koninkrijk
|
||||
op of na 1 januari 2004 tot stand zijn gekomen.
|
||||
4. *Wet conflictenrecht adoptie, korte schets*
|
||||
|
||||
De Wet conflictenrecht adoptie kent twee wijzen waarop een buitenslands tot
|
||||
stand gekomen adoptie (niet zijnde een adoptie conform het Haags adoptieverdrag)
|
||||
in de Nederlandse rechtsorde wordt dan wel kan worden erkend (artikelen 6 en 7
|
||||
Wcad).
|
||||
|
||||
Erkende ‘zwakke’ adopties kunnen in aanmerking komen voor een rechterlijke
|
||||
omzetting. De omzetting is nodig voor de verkrijging van het Nederlanderschap.
|
||||
Het relevante hoofdstuk 3
|
||||
van de Wet conflictenrecht adoptie is als bijlage opgenomen bij dit artikel.
|
||||
|
||||
4.1 *Artikel 6 Wcad: van rechtswege erkenning binnen de
|
||||
Nederlandse rechtsorde.*
|
||||
|
||||
Er is sprake van automatische werking binnen de Nederlandse rechtsorde van
|
||||
de buitenlandse adoptie als wordt voldaan aan de eisen gesteld in artikel 6 Wcad.
|
||||
|
||||
Bij artikel 6 Wcad geldt dat het moet gaan om adoptiefouder(s) die, ten
|
||||
tijde van de adoptie, gewone verblijfplaats hebben (heeft) buiten Nederland,
|
||||
de Nederlandse Antillen of Aruba. (Voor uitleg hoe deze van rechtswege
|
||||
erkenning in de praktijk moet worden beoordeeld, zie hieronder bij 5.3)
|
||||
4.2 *Artikel 7 Wcad: de erkenning door de Nederlandse rechter
|
||||
volgens de procedure van boek 1:26 BW.*
|
||||
|
||||
Bij artikel 7
|
||||
Wcad geldt dat het altijd gaat om adoptiefouder(s) die, ten tijde
|
||||
van de adoptie, gewone verblijfplaats hebben (heeft) in Nederland.
|
||||
|
||||
(N.B! derhalve: niet van toepassing indien de adoptiefouders woonachtig
|
||||
zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba.)
|
||||
|
||||
Er is een procedure in Nederland nodig om de buitenlandse adoptie te
|
||||
erkennen. Het betreft de procedure op grond van artikel 1:26 Burgerlijk
|
||||
Wetboek. In deze procedure geeft de rechter een verklaring voor
|
||||
recht af, inhoudende dat de adoptie in Nederland rechtsgeldig is.
|
||||
|
||||
Alsdan beschikt betrokkene over een van een Nederlandse rechter afkomstige
|
||||
verklaring inhoudende een last tot toevoeging van een latere vermelding van
|
||||
de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke
|
||||
stand. Inschrijving van de adoptie in de registers van de burgerlijke stand
|
||||
is pas mogelijk nadat de verklaring ex art. 1:26 BW is verkregen.
|
||||
4.3 *Artikel 9 Wcad: de omzetting door de rechter van een
|
||||
erkende buitenlandse adoptie in een*
|
||||
|
||||
De mogelijkheid bestaat dat een adoptie die van rechtswege (art. 6 Wcad)
|
||||
dan wel door middel van een verklaring voor recht op grond van artikel 1:26
|
||||
BW (art. 7 Wcad) binnen de Nederlandse rechtsorde is erkend niet tot
|
||||
rechtsgevolg heeft (gehad, naar vreemd recht) dat de bestaande
|
||||
familierechtelijke betrekkingen tussen het adoptiefkind en de
|
||||
oorspronkelijke ouder(s) verbroken zijn. Dit wordt een ‘zwakke adoptie’
|
||||
genoemd. De erkenning in Nederland (ingevolge hetzij art. 6 of 7 Wcad)
|
||||
wijzigt niets in de omstandigheid dat het een ‘zwakke adoptie’ is.
|
||||
|
||||
In deze gevallen biedt artikel 9
|
||||
Wcad de mogelijkheid een erkende ‘zwakke adoptie’ om te zetten in
|
||||
een adoptie naar Nederlands recht. Voor de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap is dat nodig. Aan een ‘zwakke adoptie’ zit geen
|
||||
nationaliteitsgevolg in de Rijkswet
|
||||
op het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
Niet-erkende ‘zwakke adopties’ kunnen niet worden omgezet
|
||||
|
||||
De omzetting betreft altijd een adoptie die niet leidde tot verbreking van
|
||||
de oorspronkelijke familierechtelijke betrekkingen. De omzetting bereikt dat
|
||||
de familierechtelijke betrekkingen tussen kind en de oorspronkelijke
|
||||
ouder(s) worden verbroken.
|
||||
|
||||
Deze rechterlijke omzettingsprocedure verloopt conform de procedure in de
|
||||
Uitvoeringswet Haags adoptieverdrag.
|
||||
|
||||
Overleggen betrokkenen aldus bij de gemeente de van een Nederlandse
|
||||
rechter afkomstige verklaring inhoudende dat de buitenlandse adoptie is
|
||||
omgezet in een Nederlandse adoptie, dan kan aan de hand van artikel 5b,
|
||||
tweede lid RWN worden bepaald óf het kind Nederlander is geworden.
|
||||
|
||||
Hier wordt benadrukt dat **geen** van de
|
||||
bovenstaande bepalingen uit de Wet conflictenrecht adoptie bepalend is voor
|
||||
de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door het geadopteerde kind.
|
||||
Bepalend daarentegen is artikel 5b RWN.
|
||||
|
||||
### . Ad artikel 5b, eerste lid
|
||||
|
||||
5.1 *Kern artikel 5b, eerste lid RWN: ‘sterke adoptie’*
|
||||
|
||||
Kern van artikel 5b, eerste lid (en onder b) RWN is dat de buitenlandse
|
||||
adoptie leidde tot verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke
|
||||
betrekkingen. Dit wordt een ‘sterke adoptie’ genoemd. Of sprake is (geweest) van
|
||||
een ‘sterke adoptie’ volgt uit het van toepassing zijnde vreemde familierecht.
|
||||
(Is dit niet het geval geweest: lees verder bij artikel 5b, tweede lid
|
||||
RWN).
|
||||
|
||||
Het moet niet alleen gaan om een ‘sterke adoptie’. De adoptie moet ook in
|
||||
aanmerking komen voor erkenning in Nederland, ingevolge hetzij artikel 6 Wcad of
|
||||
artikel 7 Wcad. Onderscheiden naar artikel 6 of 7 Wet conflictenrecht adoptie
|
||||
volgen hieronder twee overzichten met de voorwaarden voor de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap. Voor de voorwaarden van artikel 6 Wcad: zie onder 5.2, en zie
|
||||
voor de voorwaarden van artikel 7 Wcad onder 5.4.
|
||||
5.2 *Concrete voorwaarden voor de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap als artikel 6 Wcad in het spel is, zijn:*
|
||||
|
||||
– er is een buitenlandse adoptie (niet zijnde een adoptie conform het Haags
|
||||
adoptieverdrag);
|
||||
– door deze adoptie is de familierechtelijke band tussen het kind en de
|
||||
oorspronkelijke ouder(s) verbroken;
|
||||
– volgens artikel 6 Wcad heeft die adoptie van rechtswege werking binnen de
|
||||
Nederlandse rechtsorde (zie nummer 5.3);
|
||||
– op de dag dat tegen die buitenlandse adoptie geen rechtsmiddel meer
|
||||
openstond (in het land waar de adoptie plaatsvond) is ten minste één der
|
||||
adoptiefouders Nederlander;
|
||||
– op de dag dat in eerste instantie de adoptie in het buitenland werd
|
||||
uitgesproken, was het kind minderjarig.
|
||||
|
||||
Nogmaals: bij artikel 6 Wcad geldt dat het moet gaan om adoptiefouder(s) die,
|
||||
ten tijde van de adoptie, gewone verblijfplaats hebben (heeft) buiten Nederland,
|
||||
de Nederlandse Antillen of Aruba.
|
||||
|
||||
Het kind wordt Nederlander op de dag dat de buitenlandse adoptie niet langer
|
||||
(naar het recht van het adoptieland) vatbaar is voor aantasting door middel van
|
||||
het instellen van een rechtsmiddel tegen de adoptie.
|
||||
5.3 *Uitleg beoordeling erkenning van rechtswege van buitenlandse
|
||||
adoptie ex artikel 6 Wcad*
|
||||
|
||||
De erkenningsvraag in geval van artikel 6 Wcad zal doorgaans worden beantwoord
|
||||
door de ambtenaar van de burgerlijke stand, door de ambtenaar van de
|
||||
gemeentelijke basisadministratie (GBA) of door de consulaire ambtenaar bij de
|
||||
Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland. Wordt die vraag positief
|
||||
beantwoord dan is inschrijving van de desbetreffende registers mogelijk zonder
|
||||
dat een gerechtelijke erkennings- of exequaturprocedure nodig is. Wordt de
|
||||
inschrijving geweigerd, dan kan verzoeker zich tot de rechter wenden.
|
||||
|
||||
Leidraad bij de erkenning op grond van artikel 6 Wcad is het afschrift van de
|
||||
buitenlandse adoptie-uitspraak. Dit buitenlandse document dient, zo nodig, te
|
||||
zijn gelegaliseerd of voorzien van een apostille in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
Tevens dient met (indien nodig: gelegaliseerde) bescheiden de gewone
|
||||
verblijfplaats van betrokkenen te worden aangetoond zowel ten tijde van het
|
||||
moment van indiening van het adoptieverzoek als het moment van totstandkoming
|
||||
van de adoptie.
|
||||
|
||||
Tenzij er aanwijzingen zijn voor fraude, zal de ambtenaar zich, behalve
|
||||
genoemde bescheiden, geen andere bescheiden van andere buitenlandse bij de
|
||||
adoptie betrokken instanties behoeven te laten overleggen. (Nota naar aanleiding
|
||||
van het verslag, Tweede Kamer, 28457, 2002-2003, nr. 6, pp. 7 en 8.)
|
||||
|
||||
Als vermeld: bij de toepassing van artikel 6 Wcad betreft het altijd
|
||||
adoptiefouder(s) die, ten tijde van de adoptie, gewone verblijfplaats heeft
|
||||
(hebben) (gehad) buiten Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba. Onderstaand
|
||||
volgen twee overzichten met de voorwaarden voor de erkenning van rechtswege,
|
||||
onderscheiden naar gewone verblijfplaats van adoptiefouder(s) én
|
||||
adoptiefkind:
|
||||
|
||||
– ten tijde van het indienen van het adoptieverzoek alsook,
|
||||
– ten tijde van de totstandkoming van de buitenlandse
|
||||
adoptie-uitspraak.
|
||||
|
||||
Erkenning van rechtswege van een buitenlandse adoptie (niet zijnde een adoptie
|
||||
conform het Haags adoptieverdrag) geschiedt in het geval dat adoptiefouders én
|
||||
adoptiefkind hun gewone verblijfplaats hebben (gehad) in het land waar de
|
||||
adoptie plaatsvond indien de adoptie is uitgesproken door de tot
|
||||
adoptie-uitspraken bevoegde autoriteit.
|
||||
|
||||
Het moet altijd gaan om een in het desbetreffende buitenland tot het
|
||||
uitspreken van adopties bevoegde instantie.
|
||||
|
||||
Zowel op het tijdstip van het indienen van het adoptieverzoek als de
|
||||
totstandkoming van de buitenlandse adoptie-uitspraak moeten adoptiefouders én
|
||||
adoptiefkind hun gewone verblijfplaats hebben gehad in het land waar de adoptie
|
||||
plaatsvond.
|
||||
|
||||
Ondanks het zojuist vermelde vindt tóch geen erkenning van rechtswege plaats
|
||||
indien:
|
||||
|
||||
– aan de adoptie-uitspraak kennelijk geen behoorlijk onderzoek is
|
||||
voorafgegaan; of
|
||||
– aan de adoptie-uitspraak kennelijk geen behoorlijke rechtspleging ten
|
||||
grondslag ligt;
|
||||
|
||||
of
|
||||
– de erkenning van de adoptie kennelijk in strijd met de openbare orde zou
|
||||
zijn. Dit is in elk geval zo indien de adoptie een kennelijke
|
||||
schijnhandeling betreft.
|
||||
|
||||
Voorwaarden voor erkenning van rechtswege van een buitenlandse adoptie (niet
|
||||
zijnde een adoptie conform het Haags adoptieverdrag) indien de adoptie is
|
||||
uitgesproken in het land waar òf de adoptiefouder(s) zijn/hun gewone
|
||||
verblijfplaats heeft/hebben (gehad), òf het kind zijn gewone verblijfplaats
|
||||
heeft (gehad), zijn:
|
||||
|
||||
– de adoptie is in den vreemde uitgesproken door de tot adoptie-uitspraken
|
||||
bevoegde autoriteit.
|
||||
|
||||
(Het moet altijd gaan om een in het desbetreffende buitenland tot het
|
||||
uitspreken van adopties bevoegde instantie.)
|
||||
– op het tijdstip van het indienen van het adoptieverzoek alsook op het
|
||||
tijdstip van totstandkoming van de buitenlandse adoptie-uitspraak hadden
|
||||
adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in het land waar de adoptie
|
||||
plaatsvond; dan wel
|
||||
– op het tijdstip van het indienen van het adoptieverzoek alsook op het
|
||||
tijdstip van totstandkoming van de buitenlandse adoptie-uitspraak had het
|
||||
adoptiefkind gewone verblijfplaats in het land waar de adoptie
|
||||
plaatsvond.
|
||||
|
||||
Ondanks het zojuist vermelde vindt tóch geen erkenning van rechtswege plaats
|
||||
indien:
|
||||
|
||||
– aan de adoptie-uitspraak kennelijk geen behoorlijk onderzoek is
|
||||
voorafgegaan; of
|
||||
– aan de adoptie-uitspraak kennelijk geen behoorlijke rechtspleging ten
|
||||
grondslag ligt;
|
||||
|
||||
of
|
||||
– de adoptie die in de staat van herkomst van het kind is uitgesproken, niet
|
||||
erkend is in de staat waarin de adoptiefouder(s) zowel ten tijde van het
|
||||
adoptieverzoek als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats
|
||||
hadden; of
|
||||
– de adoptie die in de staat van de gewone verblijfplaats van de
|
||||
adoptiefouder(s) is uitgesproken, niet is erkend in de staat waar het kind
|
||||
zowel ten tijde van het adoptieverzoek als ten tijde van de uitspraak zijn
|
||||
gewone verblijfplaats had; of
|
||||
– de erkenning van de adoptie kennelijk in strijd met de openbare orde zou
|
||||
zijn. Dit is in elk geval zo indien de adoptie een kennelijke
|
||||
schijnhandeling betreft.
|
||||
5.4 *Concrete voorwaarden voor de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap als artikel 7 Wcad in het spel is, zijn:*
|
||||
|
||||
– er is een buitenlandse adoptie (niet zijnde een adoptie conform het Haags
|
||||
adoptieverdrag);
|
||||
– door deze adoptie is de familierechtelijke band tussen het kind en de
|
||||
oorspronkelijke ouder(s) verbroken;
|
||||
– er is een rechterlijke verklaring op grond van artikel 1:26 BW aanwezig
|
||||
(de rechterlijke verklaring);
|
||||
– op de dag dat tegen die buitenlandse adoptie geen rechtsmiddel meer
|
||||
openstond (in het land waar de adoptie plaatsvond) is ten minste één der
|
||||
adoptiefouders Nederlander;
|
||||
– op de dag dat in eerste instantie de adoptie in het buitenland werd
|
||||
uitgesproken, was het kind minderjarig.
|
||||
|
||||
Nogmaals: bij artikel 7 Wcad geldt dat het altijd gaat om adoptiefouder(s)
|
||||
die, ten tijde van de adoptie, gewone verblijfplaats hebben (heeft) in
|
||||
Nederland. (N.B! derhalve: niet van toepassing indien de adoptiefouders
|
||||
woonachtig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba.)
|
||||
|
||||
Het kind verkrijgt het Nederlandschap met ingang van de datum waarop de
|
||||
Nederlandse rechter een verklaring op grond van artikel 1:26 BW heeft afgegeven.
|
||||
Deze verklaring is een constitutief vereiste voor de erkenning van de
|
||||
buitenlandse adoptie.
|
||||
|
||||
### . Ad artikel 5b, tweede lid
|
||||
|
||||
6.1 *Kern artikel 5b, tweede lid RWN: ‘zwakke adoptie’*
|
||||
|
||||
Kern van artikel 5b,
|
||||
tweede lid RWN is dat de (ingevolgde de Wcad erkende) buitenlandse
|
||||
adoptie niet leidde tot verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke
|
||||
betrekkingen tussen het kind en de oorspronkelijke ouder(s). Of sprake is
|
||||
(geweest) van een ‘zwakke adoptie’ volgt uit het van toepassing zijnde vreemde
|
||||
familierecht.
|
||||
|
||||
Om toch naar Nederlands recht de familierechtelijke betrekkingen tussen het
|
||||
kind en de oorspronkelijke ouder(s) te verbreken, kan op grond van artikel 9 Wcad een
|
||||
rechterlijke omzetting van de buitenlandse adoptie plaatsvinden in een adoptie
|
||||
naar Nederlands recht.
|
||||
6.2 * Concrete voorwaarden voor de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap als artikel 9 Wcad in het spel is, zijn:*
|
||||
|
||||
– er is een buitenlandse adoptie (niet zijnde een adoptie conform het Haags
|
||||
adoptieverdrag);
|
||||
– er is een rechterlijke omzetting van de buitenlandse adoptie op grond van
|
||||
artikel 9 Wcad;
|
||||
– op de dag drie maanden na de dag van de (Nederlandse) omzettingsuitspraak
|
||||
is ten minste één der adoptiefouders Nederlander; of op de dag drie maanden
|
||||
na de dag van de omzettingsuitspraak in hoger beroep is ten minste één der
|
||||
adoptiefouders Nederlander; of op de dag dat in cassatie uitspraak is gedaan
|
||||
over de omzetting is ten minste één der adoptiefouders Nederlander;
|
||||
– op de dag dat in eerste instantie de (Nederlandse) omzetting werd
|
||||
uitgesproken, was het kind minderjarig.
|
||||
|
||||
Het kind wordt Nederlander op de dag als bepaald onder b van artikel 5b,
|
||||
tweede lid RWN, derhalve:
|
||||
– als geen hoger beroep tegen de omzetting is ingesteld: na drie maanden en
|
||||
één dag na de omzetting;
|
||||
– als, na hoger beroep, geen cassatie wordt ingesteld: na drie maanden en
|
||||
één dag na de uitspraak in hoger beroep;
|
||||
– als cassatie is ingesteld: op de dag van de uitspraak in cassatie.
|
||||
|
||||
### . bij artikel 5b RWN
|
||||
|
||||
#### 3. Wet conflictenrecht adoptie
|
||||
|
||||
De erkenning van een buitenlandse adoptie en haar
|
||||
rechtsgevolgen
|
||||
|
||||
|
||||
**Artikel 5 Wcad**
|
||||
|
||||
De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op adopties die tot stand
|
||||
zijn gekomen in staten die geen partij zijn bij het in artikel 1 genoemde
|
||||
verdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Artikel 6 Wcad**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
1.
|
||||
Een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is
|
||||
gekomen, wordt in Nederland van rechtswege erkend indien zij is uitgesproken
|
||||
door
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
een ter plaatse bevoegde autoriteit van de vreemde staat waar de
|
||||
adoptiefouders en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie
|
||||
als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
een ter plaatse bevoegde autoriteit van de vreemde staat waar hetzij
|
||||
de adoptiefouders, hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot
|
||||
adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats
|
||||
hadden.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2.
|
||||
Aan een beslissing houdende adoptie wordt erkenning onthouden indien
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke
|
||||
rechtspleging is voorafgegaan, of
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, de beslissing niet
|
||||
is erkend in de staat waar het kind, onderscheidenlijk de staat waar de
|
||||
adoptiefouders zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde
|
||||
van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
de erkenning van die beslissing kennelijk in strijd met de openbare
|
||||
orde zou zijn.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
3.
|
||||
Op de in het tweede lid, onder c, genoemde grond wordt aan een beslissing
|
||||
houdende adoptie in elk geval erkenning onthouden indien de beslissing
|
||||
kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft.
|
||||
|
||||
|
||||
4.
|
||||
De erkenning van de beslissing kan, ook wanneer daarbij een Nederlander
|
||||
betrokken is, niet op de in het tweede lid, onder c, genoemde grond worden
|
||||
geweigerd enkel omdat daarop een ander recht is toegepast dan uit de
|
||||
bepalingen van hoofdstuk
|
||||
2 zou zijn gevolgd.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Artikel 7 Wcad**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
1.
|
||||
Een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is
|
||||
gekomen en die is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van
|
||||
de vreemde staat waar het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie
|
||||
als ten tijde van de uitspraak zijn gewone verblijfplaats had, terwijl de
|
||||
adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, wordt erkend
|
||||
indien:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
de bepalingen van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie in
|
||||
acht zijn genomen, en
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
de erkenning van de adoptie in het kennelijk belang van het kind is,
|
||||
en
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
erkenning niet op een grond, bedoeld in artikel 6, tweede of derde
|
||||
lid, van deze wet, zou worden onthouden.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2.
|
||||
Een adoptie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts erkend indien de
|
||||
rechter heeft vastgesteld dat aan de in dat lid genoemde voorwaarden voor
|
||||
erkenning is voldaan. Toepasselijk is de procedure van artikel 26 van Boek 1 van het
|
||||
Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
|
||||
3.
|
||||
De rechter die vaststelt dat aan de voorwaarden voor erkenning van de
|
||||
adoptie is voldaan, geeft ambtshalve een last tot toevoeging van een latere
|
||||
vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de
|
||||
burgerlijke stand. De artikelen
|
||||
25, zesde lid, 25c, derde
|
||||
lid, en 25g,
|
||||
tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van
|
||||
overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Artikel 8 Wcad**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
1.
|
||||
De erkenning als bedoeld in de artikelen 6 en 7 houdt tevens in de
|
||||
erkenning van:
|
||||
|
||||
|
||||
a.
|
||||
de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn
|
||||
adoptiefouders;
|
||||
|
||||
|
||||
b.
|
||||
het gezag van de adoptiefouders over het kind;
|
||||
|
||||
|
||||
c.
|
||||
de verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke
|
||||
betrekkingen tussen het kind en zijn moeder en vader, indien de adoptie
|
||||
dit gevolg heeft in de staat waar zij plaatsvond.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2.
|
||||
Ingeval de adoptie in de staat waar zij plaatsvond niet tot gevolg heeft
|
||||
dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken,
|
||||
mist de adoptie ook in Nederland dat gevolg.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**Artikel 9 Wcad**
|
||||
|
||||
In het in artikel 8, tweede lid, bedoelde geval kan, indien het kind in
|
||||
Nederland gewone verblijfplaats heeft en daar voor permanent verblijf bij de
|
||||
adoptiefouders is toegelaten, een verzoek tot omzetting in een adoptie naar
|
||||
Nederlands recht worden ingediend. Artikel 11, tweede lid, van de Wet tot
|
||||
uitvoering van het op 29 mei 1993 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag
|
||||
inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de
|
||||
interlandelijke adoptie, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3, tweede lid, van deze
|
||||
wet is van overeenkomstige toepassing op de toestemming van de ouders
|
||||
wier toestemming tot de adoptie vereist was.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
234
|
||||
03-12-2003
|
||||
21-11-2003
|
||||
HKUIT03-5117AUB
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
234
|
||||
03-12-2003
|
||||
21-11-2003
|
||||
HKUIT03-5117AUB
|
||||
|
||||
01-01-2004
|
||||
|
||||
## 5c
|
||||
|
||||
## 6
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
1; 2; 8; 9; 12; 13; 14.1; 21; 22; 23; 26 en 28
|
||||
|
||||
RRWN: artikelen
|
||||
IB; II.2 en
|
||||
V.1
|
||||
|
||||
BVVN: artikelen 3 t/m 12 en 73
|
||||
|
||||
Awb: artikelen
|
||||
4:5; 4:7;
|
||||
4:15 en hoofdstukken 6 t/m
|
||||
8
|
||||
|
||||
BW: artikelen
|
||||
1:5; 1:253aa;
|
||||
1:253sa en 1:253t
|
||||
|
||||
WCN: artikelen
|
||||
4.2 en 5.b.b
|
||||
|
||||
WRvS: artikelen
|
||||
37 en 39
|
||||
|
||||
Verdragen: artikel 1 Overeenkomst van Rome inzake de wettiging door huwelijk;
|
||||
|
||||
artikelen 1 en 12 Verdrag van New York ter beperking der staatloosheid;
|
||||
|
||||
artikelen 6.1a en 6.2b Europees Verdrag inzake nationaliteit.
|
||||
|
||||
Zie artikel 26 RWN voor tijdelijk
|
||||
soepelere voorwaarden voor optie door bepaalde categorieën oud-Nederlanders. Zie voor
|
||||
de gevolgen van een erkenning van een minderjarige door een Nederlandse man vóór 1
|
||||
april 2003, de toelichting bij artikel 6, eerste
|
||||
lid, aanhef en onder c, RWN, onder ‘Erkenning van minderjarigen vóór 1
|
||||
april 2003’.
|
||||
|
||||
### 6-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
### 6-1-a. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
a
|
||||
|
||||
### 6-1-b. Toelichting ad artikel 6 eerste lid, aanhef en onder
|
||||
b
|
||||
|
||||
### 6-1-c. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
c
|
||||
|
||||
**Na het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke
|
||||
verklaring verkrijgt door een bevestiging als bedoeld in het tweede lid het
|
||||
Nederlanderschap: de minderjarige vreemdeling die door een Nederlander is erkend
|
||||
of zonder erkenning door wettiging het kind van een Nederlander is geworden,
|
||||
indien hij na de erkenning of wettiging zonder erkenning gedurende een
|
||||
onafgebroken periode van tenminste drie jaren verzorging en opvoeding heeft
|
||||
genoten van de Nederlander door wie hij is erkend of wiens kind hij door
|
||||
wettiging is geworden.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
01-04-2003
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
Een vreemdeling die de optieverklaring aflegt, verkrijgt het Nederlanderschap
|
||||
door de bevestiging, bedoeld in artikel 6,
|
||||
tweede lid, RWN als cumulatief:
|
||||
|
||||
– hij minderjarig is. Hij moet dus jonger dan achttien zijn en nimmer gehuwd
|
||||
(geweest) zijn noch in Nederland een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan
|
||||
of een buiten Nederland geregistreerd partnerschap als bedoeld in artikel 1, tweede lid,
|
||||
RWN;
|
||||
– hij door een Nederlandse man is erkend en als gevolg daarvan naar Nederlands
|
||||
(internationaal privaat)recht in een familierechtelijke betrekking tot deze
|
||||
Nederlander is komen te staan of zonder erkenning door wettiging het kind van
|
||||
een Nederlander is geworden;
|
||||
– hij na de erkenning of wettiging gedurende ten minste drie jaar
|
||||
ononderbroken is verzorgd en opgevoed door deze Nederlander;
|
||||
– hij niet eerder de Nederlandse nationaliteit door optie heeft verkregen (zie
|
||||
het achtste lid); en
|
||||
– de bepalingen van artikel 2
|
||||
RWN in acht zijn genomen (zie de toelichting bij artikel 2
|
||||
RWN);
|
||||
– het minderjarige kind dat op het moment van het afleggen van de verklaring
|
||||
zestien jaar of ouder is daarmee uitdrukkelijk instemt. Dit moet blijken uit
|
||||
een schriftelijke verklaring van instemming. Als het kind in de loop van de
|
||||
procedure zestien jaar of ouder wordt, hoeft het niet opnieuw in te stemmen om
|
||||
het Nederlanderschap te kunnen verkrijgen. Als het kind zich voor zijn
|
||||
zestiende jaar schriftelijk heeft uitgesproken tegen de verkrijging, dan geldt
|
||||
dit nadat het zestien jaar is geworden als het ontbreken van instemming. De
|
||||
bevestiging van het Nederlanderschap wordt in dat geval geweigerd (tenzij het
|
||||
zestienjarige kind op eigen initiatief alsnog een andere zienswijze
|
||||
geeft).
|
||||
|
||||
#### 2. Erkenning en wettiging van minderjarigen vóór 1 april
|
||||
2003
|
||||
|
||||
Vóór 1 april 2003 kreeg een minderjarige vreemdeling die tijdens zijn
|
||||
minderjarigheid door een Nederlander werd erkend en door deze erkenning in een
|
||||
familierechtelijke betrekking tot die Nederlander kwam te staan, van rechtswege de
|
||||
Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 4, eerste lid, RWN
|
||||
zoals dat tot die datum luidde. Op grond van artikel 4, tweede lid, RWN
|
||||
zoals dit luidde tot 1 april 2003, kreeg ook het kind dat zonder erkenning door
|
||||
wettiging het kind van een Nederlander werd, daardoor van rechtswege de
|
||||
Nederlandse nationaliteit. Met dit laatste wordt gedoeld op gevallen waarin
|
||||
Nederland een wettiging zonder voorafgaande erkenning aanvaardt op grond van de
|
||||
Overeenkomst van Rome van 10 september 1970 inzake de wettiging door huwelijk
|
||||
(*Trb. *1972, 61).
|
||||
|
||||
#### 3. Vereiste van opvoeding en verzorging door de Nederlandse
|
||||
man
|
||||
|
||||
Een minderjarige vreemdeling die na 1 april 2003 wordt erkend door een
|
||||
Nederlander of die zonder erkenning door wettiging het kind wordt van een
|
||||
Nederlander, kan onder de hierboven genoemde voorwaarden de Nederlandse
|
||||
nationaliteit verkrijgen door optie. Het kind moet dan wel na de erkenning of
|
||||
wettiging en tijdens zijn minderjarigheid gedurende een onafgebroken periode van
|
||||
ten minste drie jaar verzorging en opvoeding hebben genoten van de Nederlandse man
|
||||
door wie het is erkend of wiens kind het door wettiging is geworden. Van
|
||||
verzorging en opvoeding zal sprake zijn indien wordt samengeleefd in
|
||||
gezinsverband. Hierdoor zal over het algemeen een nauwe persoonlijke betrekking
|
||||
zijn ontstaan tussen de vader en het kind. De opvoeding en verzorging impliceert
|
||||
immers dat sprake is van veelvuldig en nauw contact tussen vader en kind (en de
|
||||
eventuele andere opvoeder en verzorger). Indien de vader en het kind (met de
|
||||
andere opvoeder en verzorger) in gezinsverband hebben samengeleefd, mag ervan
|
||||
worden uitgegaan dat het kind (mede) door de vader is verzorgd en opgevoed.
|
||||
|
||||
##### 3.1. Bewijslast opvoeding en verzorging
|
||||
|
||||
Het ligt op de weg van de optant c.q. zijn wettelijk vertegenwoordiger om
|
||||
aannemelijk te maken dat sprake is geweest van opvoeding en verzorging gedurende
|
||||
een onafgebroken periode van drie jaar na erkenning of wettiging. Niet iedere
|
||||
optant zal daartoe op gelijke wijze in staat zijn. Van geval tot geval zal
|
||||
moeten worden beoordeeld of de optant dit aannemelijk heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
Als volgens de optant sprake is geweest van samenleving in gezinsverband in
|
||||
Nederland, zal dit over het algemeen aannemelijk gemaakt kunnen worden door het
|
||||
overleggen van een uittreksel uit de GBA. Als sprake is geweest van samenleving
|
||||
in gezinsverband in het buitenland dan dient dit – voor zover mogelijk – aan de
|
||||
hand van een officieel document van een overheidsinstantie, of anderszins
|
||||
genoegzaam, te worden aangetoond. Uit dit/deze document(en) moet blijken dat de
|
||||
vader en het minderjarige kind op hetzelfde adres ingeschreven hebben gestaan
|
||||
gedurende een periode van tenminste drie jaar na de erkenning of wettiging van
|
||||
het kind. Behoudens in het geval van contra-indicaties (bijvoorbeeld als uit
|
||||
andere bronnen blijkt dat vader en kind in die periode niet (constant) hebben
|
||||
samengeleefd op hetzelfde adres), kan met het overleggen van (een) dergelijk
|
||||
document worden volstaan.
|
||||
|
||||
#### 4. Naamskeuze voor/door de optant
|
||||
|
||||
De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit heeft op zich geen invloed op de
|
||||
geslachtsnaam of op de voornamen van de optant. Dat vloeit voort uit artikel 4, tweede lid, WCN.
|
||||
Omdat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door optie ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
c, RWN rechtstreeks verband houdt met de erkenning of de wettiging (het
|
||||
betreft in feite een uitgestelde verkrijging van de Nederlandse nationaliteit),
|
||||
heeft de wetgever het redelijk geacht de hier bedoelde optanten in de gelegenheid
|
||||
te stellen op het tijdstip van de optie een naamskeuze te doen. In dit verband
|
||||
wordt de aandacht gevestigd op artikel 5b
|
||||
WCN, waarvan de tekst luidt:
|
||||
|
||||
Uit een relatie tussen de ongehuwde vrouw A van Turkse nationaliteit en de
|
||||
Nederlander B wordt in Turkije kind C geboren. A en B treden kort na de geboorte
|
||||
van C in het huwelijk. Het huwelijk wordt op 2 januari 2004 in Turkije voltrokken.
|
||||
Naar Turks recht wordt C hierdoor het wettig kind van B. Hierdoor komt B op grond
|
||||
van artikel 1 van de Overeenkomst van Rome van 10 september 1970 inzake de
|
||||
wettiging door huwelijk, ook naar Nederlands recht in een familierechtelijke
|
||||
betrekking tot C te staan. C verkrijgt daardoor echter niet de Nederlandse
|
||||
nationaliteit. Gedurende de eerste tweeëneenhalf jaar na de wettiging wordt C in
|
||||
het gezin van A en B opgevoed. Daarna strandt het huwelijk tussen A en B. C wordt
|
||||
vervolgens opgevoed in het gezin van A. B ziet C nog eens in de drie weken op
|
||||
zondagmiddag. Deze situatie duurt voort totdat C zestien jaar oud is. Ten behoeve
|
||||
van C kan niet worden geopteerd. Hij is niet tijdens zijn minderjarigheid
|
||||
gedurende drie jaar ononderbroken verzorgd en opgevoed door zijn vader B.
|
||||
|
||||
De ongehuwde vrouw D van Surinaamse nationaliteit heeft uit een relatie met de
|
||||
Nederlander E kind F gekregen. Dit kind is op 30 september 2005 geboren te
|
||||
Amsterdam. F is uitsluitend in het bezit van de Surinaamse nationaliteit. D en E
|
||||
wonen niet samen en zijn dat ook niet van plan. E is bereid om kind F als het
|
||||
zijne te erkennen en financieel bij te dragen aan zijn onderhoud. De dagelijkse
|
||||
verzorging en opvoeding laat hij liever over aan D. D en E spreken af dat E zijn
|
||||
kind wel af en toe mag meenemen voor bezoekjes aan oma. Zowel D als E vinden het
|
||||
belangrijk dat F in het bezit komt van de Nederlandse nationaliteit. Zij vragen
|
||||
daarover advies aan een ambtenaar Burgerzaken van de Gemeente Amsterdam. Deze
|
||||
adviseert E het kind niet te erkennen, maar moeder D bij de Rechtbank Amsterdam
|
||||
een verzoek in te laten dienen tot vaststelling van het vaderschap van F. Dit is
|
||||
een goed advies. Immers, E zal vermoedelijk nooit in gezinsverband met F gaan
|
||||
samenwonen en het is twijfelachtig of hij ooit intensief bij de opvoeding en
|
||||
verzorging van F zal zijn betrokken. Een optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
c, RWN zal vermoedelijk nooit met succes ten behoeve van F kunnen
|
||||
worden afgelegd. Door vaststelling van het vaderschap van E krijgt F op grond van
|
||||
artikel 4, eerste lid, RWN van
|
||||
rechtswege de Nederlandse nationaliteit.
|
||||
|
||||
#### 5. Naamskeuze voor/door de optant
|
||||
|
||||
#### 6. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
### 6-1-d. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
d
|
||||
|
||||
### 6-1-e. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
e
|
||||
|
||||
### 6-1-f. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
f
|
||||
|
||||
### 6-1-g. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
g
|
||||
|
||||
### 6-1-h. Toelichting ad artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
h
|
||||
|
||||
### 6-2. Toelichting ad artikel 6, tweede lid
|
||||
|
||||
**De autoriteit die de verklaring in ontvangst neemt, beoordeelt
|
||||
aan de hand van de haar overgelegde stukken de gronden waarop de verklaring
|
||||
berust. Indien aan de vereisten is voldaan, bevestigt zij schriftelijk de
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
01-04-2003
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
In artikel 21 RWN is bepaald dat
|
||||
bij algemene maatregel van rijksbestuur de autoriteiten en ambtenaren worden
|
||||
aangewezen die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van optieverklaringen tot
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap. Voorts is bepaald dat bij algemene maatregel
|
||||
van rijksbestuur nadere voorschriften kunnen worden gesteld betreffende de wijze
|
||||
van inontvangstneming van de verklaringen en de bevestigingen van de verkrijging
|
||||
van het Nederlanderschap, alsmede betreffende de verdere administratieve
|
||||
behandeling van de verkrijging van het Nederlanderschap. In het BVVN zijn deze voorschriften opgenomen en
|
||||
vorenbedoelde autoriteiten en ambtenaren aangewezen. In artikel 2, aanhef en onder a,
|
||||
BVVN is bepaald dat in Nederland de burgemeesters bevoegd zijn tot het
|
||||
in ontvangst nemen van de optieverklaringen. De vormvoorschriften, procedurele
|
||||
vereisten en administratieve behandeling van de verklaringen zijn voor Nederland
|
||||
geregeld in de artikelen 3 tot en met 12 BVVN. In de hierna opgenomen
|
||||
procedurebeschrijving is de volgorde van het BVVN aangehouden. Hierop wordt echter
|
||||
een uitzondering gemaakt voor de eerste procedurestap: ‘Informatieverstrekking’
|
||||
die zich naar zijn aard niet leent voor opname in het BVVN, maar in de
|
||||
uitvoeringspraktijk over het algemeen wel aan het afleggen van de optieverklaring
|
||||
vooraf zal gaan.
|
||||
|
||||
#### 2. Procedure
|
||||
|
||||
##### 2.1. Informatieverstrekking
|
||||
|
||||
Het afleggen van een optieverklaring zal worden voorafgegaan door
|
||||
informatieverstrekking aan de aspirant-optant door de tot het in ontvangst nemen
|
||||
van de verklaring burgemeester. Voor een deel zal daarbij gebruik kunnen worden
|
||||
gemaakt van IND-brochures. Verder kan in deze fase aan de aspirant-optant
|
||||
bijvoorbeeld opgave worden gedaan van de bij het afleggen van de optieverklaring
|
||||
te verstrekken gegevens en over te leggen documenten. Indien al onmiddellijk
|
||||
blijkt dat niet wordt voldaan aan de vereisten voor optie, kan de betrokkene
|
||||
worden gewezen op de eventuele mogelijkheid en voorwaarden voor verlening van de
|
||||
Nederlandse nationaliteit door naturalisatie.
|
||||
|
||||
##### 2.2. Afleggen van de optieverklaring
|
||||
|
||||
###### 2.2.1. Vormvereisten: afleggen in persoon
|
||||
|
||||
####### 2.2.1.1. Meerderjarige optant
|
||||
|
||||
Omdat in het kader van optie van belang is dat wordt aangetoond dat de
|
||||
optant degene is die hij opgeeft te zijn, dient de optant bij het afleggen
|
||||
van zijn verklaring in beginsel in persoon te verschijnen (artikel 2, tweede lid,
|
||||
RWN; artikel 3,
|
||||
eerste lid, BVVN). De burgemeester die de verklaring in ontvangst
|
||||
neemt, moet zich door middel van onderzoek de nodige zekerheid verschaffen
|
||||
omtrent de identiteit van de optant. In dit kader wordt de optant verzocht
|
||||
een geldig buitenlands reisdocument
|
||||
32
|
||||
In bepaalde gevallen zijn andere identiteitsdocumenten
|
||||
toegestaan. Zie bij paragraaf 2.2.5.1.
|
||||
te overleggen. Daarnaast kan de optant worden verzocht andere
|
||||
bewijsstukken, zoals een geboorteakte te tonen (zie hierna onder paragrafen 2.2.3 en 2.2.5 bij onderhavig artikellid).
|
||||
|
||||
####### 2.2.1.2. Minderjarige optant
|
||||
|
||||
Voor een minderjarige optant wordt de optieverklaring afgelegd door (een
|
||||
van) zijn wettelijk vertegenwoordiger(s). In beginsel dient de wettelijk
|
||||
vertegenwoordiger in persoon te verschijnen (artikel 2, tweede lid,
|
||||
RWN; artikel 3,
|
||||
eerste lid, BVVN) en zich met een geldig identiteitsbewijs te
|
||||
legitimeren. Van verschijning in persoon door de wettelijk vertegenwoordiger
|
||||
kan slechts om zwaarwegende redenen worden afgeweken (zie artikel 2, tweede
|
||||
lid, RWN en artikel 3,
|
||||
tweede lid, BVVN). De minderjarige optant die jonger dan twaalf
|
||||
jaar is, wordt niet in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te
|
||||
brengen omtrent de verkrijging van het Nederlanderschap (zie de toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 2,
|
||||
vierde lid, RWN wordt een kind van twaalf jaar of ouder op zijn
|
||||
verzoek in de gelegenheid gesteld om een zienswijze omtrent de verkrijging
|
||||
naar voren te brengen. Bij een minderjarige optant van twaalf tot zestien
|
||||
jaar is niet voorgeschreven dat het in persoon verschijnt om een zienswijze
|
||||
naar voren te brengen omtrent de verkrijging van het Nederlanderschap. Het
|
||||
verdient wel de voorkeur. De minderjarige optant wordt derhalve mondeling
|
||||
(indien aanwezig bij optieverklaring) of per brief gewezen op de
|
||||
mogelijkheid om in persoon dan wel schriftelijk een zienswijze te geven
|
||||
omtrent de verkrijging (zie de toelichting bij artikel 2,
|
||||
vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
Naar analogie van artikel 6,
|
||||
derde lid, BVVN dient de minderjarige optant vanaf zestien jaar
|
||||
in persoon te verschijnen om een verklaring van instemming met de
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap af te leggen. Van verschijning in
|
||||
persoon kan slechts om zwaarwegende redenen worden afgeweken (zie de toelichting bij artikel 2, tweede en vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
####### 2.2.1.3. Kinderen van de optant
|
||||
|
||||
De minderjarige kinderen van de optant, waarvan het de bedoeling is dat
|
||||
zij delen in de verkrijging van het Nederlanderschap door hun ouder, en die
|
||||
twaalf jaar of ouder zijn, worden mondeling (indien aanwezig bij
|
||||
optieverklaring) of per brief gewezen op de mogelijkheid om in persoon dan
|
||||
wel schriftelijk een zienswijze te geven omtrent de medeverkrijging (zie de
|
||||
toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 2,
|
||||
vierde lid, RWN wordt een kind van twaalf jaar of ouder op zijn
|
||||
verzoek in de gelegenheid gesteld om een zienswijze omtrent de
|
||||
medeverkrijging naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
Hebben kinderen de leeftijd van zestien jaar bereikt, dan is verschijning
|
||||
in persoon voorgeschreven om een instemmingsverklaring af te geven (artikel 6, derde lid,
|
||||
BVVN). Zij dienen zich met een geldig buitenlands
|
||||
reisdocument
|
||||
33
|
||||
Zie paragraaf 2.2.5.1.
|
||||
te legitimeren (zie ook hierna paragraaf 2.2.1.5.). Van verschijning in persoon kan slechts om
|
||||
zwaarwegende redenen worden afgeweken (zie de toelichting bij artikel 2, tweede en vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
####### 2.2.1.4. Wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder
|
||||
|
||||
De wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder van het kind kan op verzoek
|
||||
een zienswijze omtrent de (mede)verkrijging van het Nederlanderschap naar
|
||||
voren brengen. Verschijning in persoon is niet voorgeschreven, maar verdient
|
||||
wel de voorkeur. De wettelijk vertegenwoordiger/andere ouder wordt mondeling
|
||||
(indien aanwezig bij optieverklaring) of schriftelijk gewezen op de
|
||||
mogelijkheid een zienswijze omtrent de (mede)verkrijging te geven (zie de
|
||||
toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN).
|
||||
|
||||
####### 2.2.1.5. Gemachtigde
|
||||
|
||||
Indien in gevallen, waarin verschijning in persoon is voorgeschreven, dit
|
||||
om zwaarwegende redenen niet kan worden verlangd, kan de optieverklaring of
|
||||
de verklaring van al dan niet instemming met de (mede)verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap worden afgelegd door een daartoe schriftelijk gemachtigde
|
||||
meerderjarige persoon, mits voldoende zekerheid kan worden verkregen over de
|
||||
identiteit van de gemachtigde en de persoon wiens nationaliteit in het
|
||||
geding is (artikel 3,
|
||||
tweede lid, BVVN). Bij zwaarwegende redenen wordt gedacht aan
|
||||
fysieke en/of psychische onmogelijkheid om in persoon te verschijnen. De
|
||||
door betrokkene en/of zijn gemachtigde aangevoerde zwaarwegende redenen
|
||||
dienen te worden aangetoond aan de hand van een medische verklaring van een
|
||||
medisch specialist (zie de toelichting bij artikel 2, tweede lid, RWN).
|
||||
|
||||
###### 2.2.2. Uitsluitend schriftelijk optieverklaring
|
||||
afleggen
|
||||
|
||||
De optieverklaring dient op schrift te worden gesteld (artikel 6, eerste lid, RWN)
|
||||
en door de betrokkene of, in het voorkomende geval, door zijn wettelijk
|
||||
vertegenwoordiger of gemachtigde te worden ondertekend (artikel 3, derde lid,
|
||||
BVVN). In de verklaring dienen de minderjarige kinderen en de
|
||||
kindskinderen, voor wie medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd,
|
||||
te worden vermeld (artikel 6,
|
||||
zevende lid, RWN). Als beide ouders op hetzelfde moment een
|
||||
optieverklaring afleggen, worden in beide optieverklaringen alle kinderen
|
||||
opgenomen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt gewenst.
|
||||
Hierdoor wordt voorkomen dat een kind niet in de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap deelt, omdat het bij toeval in de optieverklaring is vermeld
|
||||
van de ouder die niet aan de voorwaarden voldoet.
|
||||
|
||||
###### 2.2.3. Te verstrekken gegevens
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 6,
|
||||
eerste lid, BVVN dient de optant bij het afleggen van de
|
||||
optieverklaring betreffende zichzelf, voor zoveel mogelijk, gegevens te
|
||||
verstrekken met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. geslachtsnaam en voornaam of voornamen, onderscheidenlijk naam of
|
||||
namen;
|
||||
b. geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland;
|
||||
c. adres, postcode en woonplaats;
|
||||
d. geslacht;
|
||||
e. nationaliteit(en);
|
||||
f. tegenwoordige en, voor zoveel nodig, eerdere verblijfsrechtelijke
|
||||
status;
|
||||
g. duur van huidige toegelaten verblijf in het Koninkrijk en, indien van
|
||||
toepassing, duur van eerder toegelaten verblijf in het Koninkrijk;
|
||||
h. indien van toepassing: bestaan en duur van het huwelijk of geregistreerd
|
||||
partnerschap dan wel de ontbinding daarvan, alsmede ten aanzien van de
|
||||
echtgenoot of partner de gegevens hierboven bedoeld onder a tot en met
|
||||
e;
|
||||
i. indien van toepassing, betreffende de minderjarige kinderen van de
|
||||
optant, de gegevens hierboven bedoeld onder a tot en met e, en onder
|
||||
g;
|
||||
j. indien van toepassing, betreffende de ouders van de optant, de gegevens
|
||||
bedoeld in de onderdelen a tot en met g;
|
||||
k. indien het een minderjarige betreft over wie gezag wordt uitgeoefend, de
|
||||
gegevens bedoeld in de onderdelen a tot en met e van degene of degenen die
|
||||
dit gezag uitoefenen;
|
||||
l. de overige gegevens die naar het oordeel van de tot het in ontvangst
|
||||
nemen van de verklaring bevoegde autoriteit nodig zijn voor de beoordeling
|
||||
van het geval.
|
||||
|
||||
Het verdient mede gelet op het bepaalde in artikel 4:7 Awb aanbeveling
|
||||
deze gegevens met betrekking tot de optant zelf (en indien van toepassing met
|
||||
betrekking tot in de optieverklaring genoemde (kinds)kinderen) onmiddellijk in
|
||||
overleg met de optant te vergelijken met de beschikbare gegevens in de GBA.
|
||||
Hiermee kunnen onnodige procedures worden voorkomen.
|
||||
|
||||
Behoudens in het geval dat toelating van de optant geen voorwaarde is voor
|
||||
de bevestiging (zie hierboven), dient de optant zijn verblijfsrechtelijke
|
||||
status (onderdeel f) aan te tonen door het overleggen van een
|
||||
verblijfsdocument waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Toelating
|
||||
voor onbepaalde tijd, zoals vereist bij de optie op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder f, RWN, kan eveneens worden aangetoond door het overleggen
|
||||
van een verblijfsdocument waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken (zie
|
||||
de toelichting bij artikel 1, aanhef en onder g, RWN voor
|
||||
uitleg van de begrippen ‘toelating’ en ‘toelating voor onbepaalde duur’).
|
||||
|
||||
In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn nadere gegevens en
|
||||
bewijsstukken te vragen (vergelijk ook artikel 6, vijfde lid,
|
||||
BVVN). Te denken valt bijvoorbeeld aan:
|
||||
|
||||
– een bewijs van eerder bezit van de Nederlandse nationaliteit. Indien de
|
||||
burgemeester, na raadpleging van de GBA, twijfelt aan het gestelde
|
||||
oud-Nederlanderschap of oud-Nederlands onderdaanschap, dient daarvan een
|
||||
bewijs te worden overgelegd door de optant;
|
||||
– een bewijs van gezagsvoorziening, voorzover dit niet blijkt uit de GBA.
|
||||
Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een buitenlands rechterlijke
|
||||
voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het
|
||||
gezag over de kinderen is voorzien. Het hier bedoelde bewijs kan
|
||||
bijvoorbeeld nodig zijn om te kunnen beoordelen of een minderjarige al dan
|
||||
niet zal delen in de naamsvaststelling van zijn ouder; om te kunnen
|
||||
vaststellen wie voor een minderjarige een verzoek mag indienen of wie
|
||||
gehoord moet worden;
|
||||
– een bewijs van verzorging en opvoeding (in geval van een optie op grond
|
||||
van artikel
|
||||
6, eerste lid, aanhef en onder c of d, RWN).
|
||||
|
||||
###### 2.2.4. Af te leggen verklaringen
|
||||
|
||||
####### 2.2.4.1. Waarheidsverklaring
|
||||
|
||||
Verder dient de optant een zogenaamde waarheidsverklaring te ondertekenen
|
||||
(artikel 6, vierde lid,
|
||||
BVVN). In deze verklaring, waarvan de tekst is opgenomen in de
|
||||
optieverklaring (zie modellen 1.1 tot en met 1.13), verklaart de verzoeker
|
||||
dat hij de gevraagde gegevens, betreffende zichzelf en de in de
|
||||
optieverklaring genoemde personen naar waarheid heeft verstrekt en geen
|
||||
relevant gegeven heeft verzwegen.
|
||||
|
||||
####### 2.2.4.2. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
|
||||
|
||||
Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring
|
||||
omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat
|
||||
in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van
|
||||
hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde
|
||||
gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn
|
||||
verzwegen (artikel 6,
|
||||
vierde lid, BVVN) en of hij of een van de in de optieverklaring
|
||||
genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is
|
||||
geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De
|
||||
burgemeester zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare
|
||||
orde richtlijnen bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander
|
||||
gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. Betrokkene
|
||||
wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er
|
||||
sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar
|
||||
zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag
|
||||
worden geconcludeerd dat er op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens
|
||||
bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of
|
||||
de veiligheid van het Koninkrijk. (Zie verder de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN.)
|
||||
|
||||
Enkele optanten zijn niet verplicht een verklaring omtrent verblijfsstatus
|
||||
en/of gedrag af te leggen. Met betrekking tot de verklaring omtrent
|
||||
verblijfsstatus gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder c en d,
|
||||
RWN, artikel 6,
|
||||
eerste lid, aanhef en onder f juncto artikel 26 RWN, artikel 28 RWN en artikel V, eerste lid,
|
||||
RRWN. Met betrekking tot de verklaring omtrent gedrag gaat het om
|
||||
opties op grond van artikel 6,
|
||||
eerste lid, aanhef en onder b (tenzij de optant meerderjarig is)
|
||||
en c, RWN en artikel 6, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder d, RWN indien de optant op het moment van het afleggen van
|
||||
de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt. Voorts hoeft
|
||||
geen verklaring omtrent gedrag te worden ondertekend indien een optie op
|
||||
grond van artikel V, eerste lid, RRWN wordt afgelegd.
|
||||
|
||||
###### 2.2.5. (Overige) over te leggen documenten
|
||||
|
||||
De burgemeester die de optieverklaring in ontvangst neemt, verlangt in
|
||||
beginsel van de optant dat hij gegevens bewijst door middel van documenten.
|
||||
Zie ook artikel 6,
|
||||
vijfde lid, BVVN.
|
||||
|
||||
In de optieprocedure wordt zoveel mogelijk gestreefd naar inontvangstneming
|
||||
van optieverklaringen die worden ondersteund door alle benodigde
|
||||
(bewijs)stukken. Dit is ook in het belang van de optant, aangezien bij
|
||||
weigering van de bevestiging van de optie, de reeds betaalde optiegelden niet
|
||||
worden gerestitueerd. Indien de optant een aantal benodigde gegevens niet kan
|
||||
verstrekken, wordt hem geadviseerd te wachten met het afleggen van de
|
||||
optieverklaring tot het moment dat alle verlangde gegevens kunnen worden
|
||||
verstrekt. Mocht de optant er echter op staan zijn optieverklaring, ondanks
|
||||
het niet overleggen van de door de burgemeester gevraagde documenten af te
|
||||
leggen, dan dient de burgemeester de verklaring in ontvangst te nemen.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.1. Buitenlands reisdocument
|
||||
|
||||
In beginsel dient de optant een geldig buitenlands reisdocument te
|
||||
overleggen. Dit niet alleen in verband met de identificatie maar ook om de
|
||||
nationaliteit van de optant te kunnen ‘vaststellen’ en de in het
|
||||
reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de gegevens in
|
||||
overgelegde akte(n) van de burgerlijke stand.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.2. Buitenlandse akten van de burgerlijke stand
|
||||
|
||||
Voor wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van
|
||||
buitenlandse akten van de burgerlijke stand geldt dat de optant in beginsel
|
||||
de volgende documenten dient te overleggen (zie voor uitzonderingen ook
|
||||
hierna bij paragraaf 2.2.5.3 en paragraaf 2.2.5.4):
|
||||
|
||||
– geboorteakte van hemzelf; én
|
||||
– geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap wordt beoogd; in geval van adoptiefkinderen eventueel
|
||||
aangevuld met adoptieakte/ vonnis of andere stukken waarmee de adoptie
|
||||
kan worden aangetoond; én
|
||||
– huwelijksakte indien optie wordt verzocht op grond van driejarig
|
||||
huwelijk met een Nederlander of indien de optant als gevolg van het
|
||||
huwelijk meerderjarig is geworden of indien het betreft een optie met
|
||||
toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c, RWN);
|
||||
– bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte,
|
||||
geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning/wettiging of
|
||||
huwelijksakte ouders) in geval van een optieverklaring als bedoeld in
|
||||
artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN;
|
||||
– bewijs van gezamenlijk gezag (bijvoorbeeld akte van registratie van
|
||||
het partnerschap van de moeder van de optant en haar Nederlandse
|
||||
partner, of het vonnis van de Nederlandse rechter waarbij tot
|
||||
gezamenlijk gezag is besloten) in geval van een optieverklaring als
|
||||
bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse
|
||||
akten
|
||||
|
||||
Uitzonderingen daargelaten (bijvoorbeeld in geval van op goede gronden
|
||||
gerezen twijfel), wordt van overlegging van documenten afgezien indien deze
|
||||
in eerdere instantie reeds zijn overgelegd en verwerkt in de GBA of in een
|
||||
akte van de burgerlijke stand in Nederland. Hierbij geldt dat de verwerking
|
||||
van gegevens in de GBA/burgerlijke stand moet hebben plaatsgevonden op basis
|
||||
van gelegaliseerde en inhoudelijk geverifieerde documenten overeenkomstig de
|
||||
thans geldende legalisatiecirculaire.
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.4. Verkrijging, vertaling, legalisatie en inhoudelijke
|
||||
verificatie van buitenlandse documenten
|
||||
|
||||
Voor zowel het verkrijgen van documenten als de vertalingen en eventuele
|
||||
legalisatie en inhoudelijke verificatie van stukken, dient betrokkene zelf
|
||||
zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in een andere taal dan
|
||||
het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient de optant zorg te dragen voor
|
||||
een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling, die gehecht moet zijn aan
|
||||
het originele (afschrift van het) document. De thans geldende
|
||||
legalisatiecirculaire is van (overeenkomstige) toepassing (zie ook artikel
|
||||
6, vijfde lid, BVVN). Dit betekent ook, dat wanneer een houder van een
|
||||
verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader van de
|
||||
verlening/verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld van het
|
||||
paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in het
|
||||
land van herkomst, van overlegging van die documenten wordt afgezien.
|
||||
Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties
|
||||
voordoet op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet gehonoreerd zou
|
||||
hoeven worden (zie de thans geldende legalisatiecirculaire bij: ‘B.2.
|
||||
Uitzonderingen op de hoofdregel’).
|
||||
|
||||
####### 2.2.5.5. Bewijsnood
|
||||
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige
|
||||
gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens
|
||||
bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien
|
||||
geen sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.
|
||||
|
||||
Bewijsnood zal zich met name voordoen in het geval dat registers van de
|
||||
burgerlijke stand in het land waar de documenten vandaan moeten komen niet
|
||||
bestaan dan wel onvolledig zijn, alsmede wanneer in het land in kwestie geen
|
||||
stukken kunnen worden verkregen vanwege de op dat moment bestaande politieke
|
||||
situatie.
|
||||
|
||||
##### 2.3. Inontvangstneming optieverklaring
|
||||
|
||||
###### 2.3.1. Bevoegdheid burgemeester
|
||||
|
||||
Ingevolge artikel 7,
|
||||
eerste tot en met derde lid, BVVN neemt de burgemeester uitsluitend
|
||||
optieverklaringen in ontvangst van de volgende personen:
|
||||
|
||||
Dit betreft de hoofdregel: optieverklaringen dienen te worden afgelegd bij
|
||||
de burgemeester van de gemeente waar de optant als ingezetene is ingeschreven
|
||||
in de GBA. Het feit dat de optieverklaring ook kan zien op minderjarige
|
||||
kinderen die in de optieverklaring delen en hun hoofdverblijf niet in die
|
||||
gemeente hebben, doet daar niet aan af. Bij een zelfstandige optieverklaring
|
||||
ten behoeve van een minderjarige, is de burgemeester van de gemeente van
|
||||
inschrijving van de minderjarige bevoegd. Dit geldt ook als de wettelijk
|
||||
vertegenwoordiger in de GBA van een andere gemeente is ingeschreven.
|
||||
|
||||
Deze personen zijn vreemdelingen die vanwege hun bijzondere status niet in
|
||||
de GBA van een gemeente zijn ingeschreven, maar wel hun hoofdverblijf hebben
|
||||
in die gemeente. Zij kunnen de optieverklaring afleggen bij de burgemeester
|
||||
van hun hoofdverblijf. Dit betreft dan in het bijzonder personen die lid zijn
|
||||
van diplomatieke zendingen of consulaire posten of tot het administratieve of
|
||||
technische personeel behoren, en hun gezinsleden. Ook voor militairen van
|
||||
buitenlandse bases geldt dat zij niet worden ingeschreven in de GBA van hun
|
||||
hoofdverblijf. Daarnaast kunnen er nog andere, bij algemene maatregel van
|
||||
bestuur aangewezen, categorieën vreemdelingen zijn, die op dezelfde wijze
|
||||
worden behandeld. Al deze vreemdelingen dienen hun optieverklaring af te
|
||||
leggen bij de burgemeester van de plaats van hun hoofdverblijf. Overigens zal
|
||||
de eis van toelating die voor de meeste opties geldt, meestal in de weg staan
|
||||
aan de bevestiging van een optieverklaring afgelegd door een persoon als
|
||||
bedoeld in artikel 7,
|
||||
tweede lid, BVVN. Een bevestiging is wel mogelijk bij opties op
|
||||
grond van artikel 6,
|
||||
eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder f juncto artikel 26
|
||||
RWN, artikel 28
|
||||
RWN en artikel V,
|
||||
eerste lid, RRWN.
|
||||
|
||||
Deze personen zijn zogenaamde passanten. Dit zijn personen die nergens ter
|
||||
wereld hun hoofdverblijf hebben omdat zij per voer- of vaartuig steeds van
|
||||
verblijfplaats veranderen. Omdat het aantal passanten beperkt is en voor de
|
||||
meeste opties als voorwaarde geldt dat de optant (al geruime tijd) zijn
|
||||
hoofdverblijf in het Koninkrijk moet hebben, zal niet vaak sprake zijn van een
|
||||
situatie als hier bedoeld. De situatie kan zich voordoen bij opties op grond
|
||||
van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN, artikel 6, eerste lid,
|
||||
aanhef en onder f juncto artikel 26 RWN, artikel 28 RWN en artikel V, eerste
|
||||
lid, RRWN.
|
||||
|
||||
###### 2.3.2. Ontvangstbevestiging
|
||||
|
||||
Optieverklaringen worden voorzien van een datum en dienststempel (artikel 7, zesde lid,
|
||||
BVVN). Daarna wordt een kopie van de optieverklaring, als bewijs van
|
||||
ontvangst, aan de optant meegegeven (artikel 7, vierde lid,
|
||||
BVVN). Vervolgens dient binnen dertien weken na de inontvangstneming
|
||||
van de optieverklaring te worden beslist of de optieverklaring al dan niet
|
||||
wordt bevestigd. Deze termijn kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden
|
||||
verlengd (artikel 6,
|
||||
vierde lid, RWN). Een verlenging van de termijn kan bijvoorbeeld
|
||||
noodzakelijk zijn indien de burgemeester aan de Minister van Buitenlandse
|
||||
Zaken verzoekt om verificatie van gegevens in het buitenland. Als de
|
||||
burgemeester verlenging van de termijn noodzakelijk acht, deelt hij dit
|
||||
schriftelijk aan de optant mee. De burgemeester is niet verplicht om de reden
|
||||
van de verlenging te vermelden.
|
||||
|
||||
###### 2.3.3. Beoordeling verschuldigdheid optiegelden
|
||||
|
||||
Nadat de burgemeester de optieverklaring voor ontvangst heeft getekend en
|
||||
een kopie van de voor ontvangst getekende verklaring aan de optant heeft
|
||||
afgegeven, beoordeelt de burgemeester voorafgaand aan de verdere behandeling
|
||||
van de optieverklaring of de optant al dan niet dient te betalen
|
||||
overeenkomstig het BON. Indien de optant
|
||||
optiegelden is verschuldigd, wordt hem de hoogte van het bedrag meegedeeld en
|
||||
wordt hij terstond in de gelegenheid gesteld de betaling te verrichten
|
||||
(artikel 8, tweede lid,
|
||||
BVVN). Zie ook de toelichting onder artikel 13 RWN.
|
||||
|
||||
###### 2.3.4. Beoordeling volledigheid
|
||||
optieverklaring/inverzuimstelling
|
||||
|
||||
Na de betaling van de optiegelden; de vaststelling dat geen betaling is
|
||||
verschuldigd; of de beslissing tot gehele ontheffing van betaling, beoordeelt
|
||||
de burgemeester de optieverklaring op zijn volledigheid. Zonodig verzoekt hij
|
||||
de optant om aanvulling van de gegevens en stelt hij een termijn vast
|
||||
waarbinnen deze gegevens alsnog moeten zijn aangeleverd (artikel 4:5, eerste lid,
|
||||
Awb, artikel 8,
|
||||
tweede lid, BVVN). Het verdient aanbeveling een en ander op schrift
|
||||
te stellen en het bericht onmiddellijk aan de optant mee te geven. Indien de
|
||||
door de burgemeester gevraagde gegevens niet worden verstrekt of de documenten
|
||||
niet worden overgelegd, kan de burgemeester besluiten de verklaring buiten
|
||||
behandeling te stellen met toepassing van artikel 4:5 Awb. Ingevolge
|
||||
artikel 4:15 Awb wordt door
|
||||
het in verzuim stellen de beslistermijn van dertien weken opgeschort tot de
|
||||
dag waarop de aanvulling van de verklaring is ontvangen of de verzuimtermijn
|
||||
is verstreken.
|
||||
|
||||
##### 2.4. Voorbereiding van de beslissing
|
||||
|
||||
###### 2.4.1. Toetsing juistheid verstrekte gegevens
|
||||
|
||||
Nadat de optiegelden zijn betaald of de burgemeester heeft vastgesteld dat
|
||||
geen betaling is verschuldigd, en de burgemeester heeft vastgesteld dat de
|
||||
verklaring volledig is, toetst hij de door de optant verstrekte gegevens. Hij
|
||||
toetst aan de gegevens die in de GBA van zijn gemeente zijn opgenomen (artikel 9, eerste lid,
|
||||
BVVN). Zijn in de optieverklaring personen genoemd die in andere
|
||||
basisadministraties zijn ingeschreven (kinderen voor wie medeverkrijging van
|
||||
het Nederlanderschap wordt verzocht), dan verzoekt hij de burgemeester van de
|
||||
betreffende gemeente om binnen vier weken (of in voorkomend geval de
|
||||
gezaghebber van het betreffende Nederlands-Antilliaanse eilandgebied, dan wel
|
||||
de Minister van Algemene Zaken van Aruba om binnen tien weken) de door optant
|
||||
verstrekte gegevens te toetsen (artikel 9, tweede lid,
|
||||
BVVN). Zie voor een juiste adressering aangaande de Nederlandse
|
||||
Antillen en Aruba het hoofdstuk Voorlichting.
|
||||
|
||||
De gegevens van vreemdelingen met een bijzondere status (zie paragraaf 2.3.1) worden getoetst aan de gegevens die zijn
|
||||
opgenomen in het door de Minister van Buitenlandse Zaken gehouden register
|
||||
protocollaire basisadministratie (PROBAS). De burgemeester verzoekt de
|
||||
Minister van Buitenlandse Zaken om binnen vier weken de gegevens van de
|
||||
betreffende vreemdelingen te toetsen (artikel 9, vierde lid, BVVN). Zie voor
|
||||
een juiste adressering het hoofdstuk Voorlichting.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de zogenaamde passanten verzoekt de burgemeester, zo nodig,
|
||||
de Minister van Buitenlandse Zaken de gegevens van de betreffende
|
||||
vreemdelingen zo mogelijk binnen tien weken te toetsen (artikel 9, derde lid,
|
||||
BVVN). Zie voor een juiste adressering het hoofdstuk
|
||||
Voorlichting.
|
||||
|
||||
Voorzover mogelijk onderzoekt de burgemeester de juistheid van de gegevens
|
||||
die niet op de hierboven aangegeven wijze kunnen worden getoetst (artikel 9, vijfde lid,
|
||||
BVVN).
|
||||
|
||||
###### 2.4.2. Beoordeling of aan de (overige) voorwaarden wordt
|
||||
voldaan
|
||||
|
||||
####### 2.4.2.1. Verblijfsrechtelijke status optant
|
||||
|
||||
Behoudens bij opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder a, c
|
||||
en d, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder f juncto artikel 26
|
||||
RWN, artikel 28
|
||||
RWN en artikel V,
|
||||
eerste lid, RRWN, onderzoekt de burgemeester de
|
||||
verblijfsrechtelijke gegevens van de optant en van de kinderen die met het
|
||||
oog op medeverkrijging in de optieverklaring zijn genoemd (artikel 10, eerste lid,
|
||||
BVVN). Aan de hand van het verblijfsdocument waarvan de
|
||||
geldigheidsduur niet is verstreken in combinatie met de gegevens in de GBA
|
||||
kan worden beoordeeld of er sprake is van ‘toelating’ dan wel ‘toelating
|
||||
voor onbepaalde tijd’ (zie de toelichting bij artikel 1,
|
||||
eerste lid, aanhef en onder g, RWN). Indien optant dan wel een
|
||||
van de kinderen die in de optieverklaring wordt genoemd niet in het bezit is
|
||||
van een verblijfsdocument, wordt hij verwezen naar de burgemeester van de
|
||||
gemeente waar de vreemdeling in de GBA is ingeschreven dan wel hoofdverblijf
|
||||
heeft, om zijn verblijfsrechtelijke positie te regelen.
|
||||
|
||||
####### 2.4.2.2. Geen gevaar voor de openbare orde, etc.
|
||||
|
||||
Daarna onderzoekt de burgemeester of er op grond van het gedrag van de
|
||||
minderjarige optant van zestien jaar of ouder, de meerderjarige optant of
|
||||
dat van zijn minderjarige kinderen van zestien jaar of ouder voor wie
|
||||
medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd, ernstige vermoedens
|
||||
bestaan dat zij een gevaar opleveren voor de openbare orde, de goede zeden
|
||||
of de veiligheid van het Koninkrijk (artikel 10, tweede lid,
|
||||
BVVN).
|
||||
|
||||
####### 2.4.2.3. Naamsvaststelling en naamskeuze bij optie
|
||||
|
||||
Indien vaststelling van de naam van de optant is voorgeschreven (artikel 6, vijfde lid,
|
||||
RWN), overlegt de burgemeester met de optant over de vast te
|
||||
stellen geslachtsna(a)m(en) en/of voorna(a)m(en), alsmede over de
|
||||
vaststelling van de namen van de personen voor wie om medeverkrijging van
|
||||
het Nederlanderschap is verzocht. Voorts overlegt en beslist de burgemeester
|
||||
over de in het Koninkrijk gebruikelijke lettertekens waarin de naam van de
|
||||
optant, en de namen van de personen voor wie om medeverkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap is verzocht, worden overgebracht (artikel 10, derde lid,
|
||||
BVVN). Het beleid inzake naamsvaststelling bij naturalisatie is
|
||||
van overeenkomstige toepassing (zie de toelichting bij artikel 12
|
||||
RWN).
|
||||
|
||||
####### 2.4.2.4. Onderzoek naar zienswijze kind/wettelijk
|
||||
vertegenwoordiger/(andere) ouder
|
||||
|
||||
Indien dit nog niet is gebeurd in een eerdere fase van de procedure
|
||||
–bijvoorbeeld tegelijk met het afleggen van de optieverklaring door de
|
||||
optant –stelt de burgemeester de andere in de optieverklaring genoemde
|
||||
personen, mits zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, alsook de
|
||||
wettelijk vertegenwoordiger en de andere ouder (als bedoeld in artikel 2, vierde lid,
|
||||
RWN) op hun verzoek in de gelegenheid hun zienswijze inzake de
|
||||
optie kenbaar te maken (artikel
|
||||
10, vierde lid, BVVN). Zie ook hiervoor bij 2.2.1, ‘Verklaring afleggen in persoon’ en de toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN.
|
||||
|
||||
##### 2.5. Bevestiging
|
||||
|
||||
Nadat de burgemeester heeft vastgesteld dat aan de optievoorwaarden is
|
||||
voldaan, bevestigt hij schriftelijk de verkrijging van het Nederlanderschap
|
||||
onder vermelding van de naam, woonplaats en geboortedatum van de minderjarige
|
||||
kinderen die in de verkrijging delen. Indien de minderjarige kinderen in de
|
||||
optieverklaringen van beide ouders zijn opgenomen en de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap ten aanzien van beide ouders wordt bevestigd, worden de
|
||||
personalia van de minderjarige kinderen die in de verkrijging delen in de
|
||||
bevestiging van zowel de vader als de moeder opgenomen. De burgemeester bericht
|
||||
gelijktijdig ten aanzien van welke personen hij de bevestiging weigert (artikel 11, eerste lid,
|
||||
BVVN). De bevestiging wordt aan de optant uitgereikt of per post aan de
|
||||
optant verzonden. Indien sprake is van een (gedeeltelijke) weigering dan wordt
|
||||
het besluit uitgereikt of per aangetekende post verzonden.
|
||||
|
||||
##### 2.6. Administratieve verwerking van de bevestiging
|
||||
|
||||
De burgemeester zendt de optieverklaring, de afgelegde verklaring omtrent
|
||||
verblijfsstatus en/of gedrag, de gegevens betreffende de toelating (kopie
|
||||
verblijfsdocument, verblijfstitelgegevens uit de GBA, en, in voorkomende
|
||||
gevallen, een bericht omtrent toelating) en de bevestiging in afschrift aan de
|
||||
Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), locatie Rijswijk met het oog op de
|
||||
opname van deze documenten in het nationaliteitenregister (artikel 12, eerste lid,
|
||||
BVVN). Indien van toepassing voegt hij bij deze verklaring een volledig
|
||||
ingevuld uitwisselingsformulier als bedoeld in de Overeenkomst van Parijs van 10
|
||||
september 1964, betreffende het uitwisselen van gegevens met betrekking tot
|
||||
verkrijging van nationaliteit (Model 1.35). (Bij de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap door een persoon met de nationaliteit van: België, Duitsland,
|
||||
Frankrijk, Griekenland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal en
|
||||
Turkije).
|
||||
|
||||
N.B. Indien de persoon in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel wordt
|
||||
geen uitwisselingsformulier opgemaakt.
|
||||
|
||||
##### 2.7. Archivering
|
||||
|
||||
Tot slot archiveert de burgemeester de optieverklaring en de daarbij behorende
|
||||
documenten, alsmede afschriften van de bevestiging gedurende ten minste twaalf
|
||||
jaar na de bekendmaking van de bevestiging (artikel 12, tweede lid,
|
||||
BVVN). Deze bewaarplicht in het BVVN
|
||||
is een uitvloeisel van artikel 14,
|
||||
eerste lid, RWN waarin is voorzien in de intrekking van de
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap binnen twaalf jaar na de bevestiging,
|
||||
indien de verkrijging van het Nederlanderschap berust op een door de betrokken
|
||||
persoon gegeven valse verklaring of bedrog dan wel op het verzwijgen van enig
|
||||
voor de verkrijging of verlening relevant feit. Voor de bijzondere gevallen
|
||||
waarin ook na twaalf jaar nog intrekking van de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap mogelijk is, is een langere archieftijd in het kader van de
|
||||
RWN weliswaar wenselijk, maar
|
||||
niet noodzakelijk, omdat het verzwijgen van dergelijke misdrijven altijd bewust
|
||||
zal gebeuren. De bewaarplicht op grond van artikel 12 BVVN laat
|
||||
overigens onverlet de (bewaar)verplichtingen op grond van de Archiefwet.
|
||||
|
||||
##### 2.8. Weigering bevestiging
|
||||
|
||||
###### 2.8.1. Weigering bevestiging verklaring van de optant
|
||||
|
||||
Indien de burgemeester concludeert dat de optieverklaring niet kan leiden
|
||||
tot bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap, omdat niet aan de
|
||||
voorwaarden wordt voldaan, weigert hij deze schriftelijk. Dit is een
|
||||
beschikking in de zin van de Awb. Zonodig stelt de burgemeester met toepassing van artikel 4:7 Awb
|
||||
belanghebbenden in de gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken voordat
|
||||
hij het besluit neemt (bijvoorbeeld als de opgevraagde antecedentgegevens
|
||||
afwijken van de gegevens op de verklaring omtrent verblijfsstatus en/of
|
||||
gedrag). Het besluit vermeldt de gronden van de weigering, en vermeldt dat de
|
||||
optant dan wel –indien van toepassing –zijn wettelijk vertegenwoordiger,
|
||||
binnen zes weken na ontvangst van het besluit bij de burgemeester een
|
||||
bezwaarschrift kan indienen. Een weigering van de bevestiging ten aanzien van
|
||||
de optant houdt tevens een weigering in ten aanzien van de in de verklaring
|
||||
genoemde personen. De beslissing wordt in persoon aan de optant of wettelijk
|
||||
vertegenwoordiger uitgereikt of per aangetekende post naar het laatst bekende
|
||||
adres van de optant, zijn wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde
|
||||
verzonden.
|
||||
|
||||
###### 2.8.2. Bevestiging ten aanzien van de ouder/weigering
|
||||
bevestiging medeverkrijging
|
||||
|
||||
Indien de burgemeester concludeert dat de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap wel bevestigd dient te worden ten aanzien van de optant maar
|
||||
niet ten aanzien van de medeverkrijging van een kind die in de optieverklaring
|
||||
is genoemd, bevestigt hij de verkrijging ten aanzien van de optant en weigert
|
||||
hij medeverkrijging voor het kind (in de bevestiging worden de personalia van
|
||||
dat kind niet opgenomen). Hetzelfde geldt in het geval dat het minderjarige
|
||||
kind in de optieverklaring van zowel zijn vader als zijn moeder is opgenomen
|
||||
en zowel zijn vader als moeder verkrijgen door bevestiging het
|
||||
Nederlanderschap. De medeverkrijging zal separaat schriftelijk door de
|
||||
burgemeester worden geweigerd. De schriftelijke weigering van de burgemeester
|
||||
is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen op
|
||||
de gebruikelijke wijze rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
|
||||
|
||||
##### 2.9. Bezwaar
|
||||
|
||||
###### 2.9.1. De burgemeester beslist
|
||||
|
||||
De beslissing op het bezwaarschrift wordt genomen door de burgemeester. De
|
||||
optant of zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt zonodig in de gelegenheid
|
||||
gesteld zijn bezwaren mondeling toe te lichten. De hoofdstukken 6 en 7
|
||||
Awb zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
###### 2.9.2. Afhandeling van de beslissing
|
||||
|
||||
####### 2.9.2.1. Bezwaarschrift gegrond
|
||||
|
||||
Indien door de burgemeester wordt geconcludeerd dat het bezwaarschrift
|
||||
gegrond is en de optant (inmiddels) wel aan de voorwaarden voor verkrijging
|
||||
van het Nederlanderschap voldoet, wordt de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap alsnog bevestigd en/of wordt de naam van de optant alsnog
|
||||
vastgesteld op de door hem verzochte manier. De bevestiging wordt door
|
||||
middel van uitreiking dan wel door verzending per post aan de optant
|
||||
bekendgemaakt. Indien het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde
|
||||
of advocaat, wordt deze uiteraard ook over het besluit ingelicht. De
|
||||
verscheidene instanties worden van de bevestiging op de hoogte gebracht (zie
|
||||
hierboven paragraaf 2.6). Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd
|
||||
(zie hierboven paragraaf 2.7).
|
||||
|
||||
####### 2.9.2.2. Bezwaarschrift tegen weigering medeverkrijging
|
||||
Nederlanderschap door kind gegrond
|
||||
|
||||
Indien in de bezwaarfase wordt geconcludeerd dat de bevestiging van de
|
||||
medeverkrijging van het Nederlanderschap ten aanzien van een minderjarig
|
||||
kind van de optant ten onrechte is geweigerd, wordt ten aanzien van dit kind
|
||||
alsnog een bevestiging afgegeven (model 1.33 en model 1.34). Het kind wordt
|
||||
in dat geval geacht het Nederlanderschap te hebben verkregen gelijktijdig
|
||||
met de ouder. Hierbij verdient aandacht dat het kind op het moment van de
|
||||
bevestiging van de verkrijging van Nederlanderschap van de ouder aan alle
|
||||
voorwaarden voor medeverkrijging moet hebben voldaan (ex tunc-toetsing). Van
|
||||
delen in de verkrijging van het Nederlanderschap kan immers geen sprake meer
|
||||
zijn als pas na de bevestiging van de ouder aan de voorwaarden wordt
|
||||
voldaan. Als het kind achteraf bezien op het moment van de bevestiging van
|
||||
de verkrijging van het Nederlanderschap door de ouder wél aan alle
|
||||
voorwaarden voldeed, maar nadien niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt
|
||||
de bevestiging wél alsnog afgegeven. De bevestiging wordt onverwijld aan de
|
||||
wettelijk vertegenwoordiger van het kind en aan de ouder die heeft verzocht
|
||||
om medeverkrijging (indien die ouder niet tevens wettelijk vertegenwoordiger
|
||||
is) uitgereikt of per aangetekende post verzonden. Indien het kind inmiddels
|
||||
meerderjarig is geworden, wordt tevens een kopie van de bevestiging aan
|
||||
betrokkene zelf uitgereikt dan wel per post aan het kind verzonden. Indien
|
||||
het bezwaarschrift is ingediend door een gemachtigde of advocaat, wordt deze
|
||||
uiteraard ook over het besluit ingelicht. De verscheidene instanties worden
|
||||
van de bevestiging op de hoogte gebracht (zie hierboven paragraaf 2.6). Vervolgens wordt het dossier gearchiveerd (zie
|
||||
hierboven paragraaf 2.7).
|
||||
|
||||
####### 2.9.2.3. Bezwaarschrift niet-ontvankelijk of
|
||||
ongegrond
|
||||
|
||||
Indien het bezwaarschrift niet-ontvankelijk of ongegrond is, wordt dit
|
||||
schriftelijk en gemotiveerd aan de indiener van het bezwaarschrift kenbaar
|
||||
gemaakt onder vermelding van de instantie waarbij en de termijn waarbinnen
|
||||
een beroepschrift kan worden ingediend.
|
||||
|
||||
##### 2.10. (Hoger) beroep
|
||||
|
||||
Tegen een beslissing op het bezwaarschrift (bijvoorbeeld ongegrond- of
|
||||
niet-ontvankelijkverklaring) kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank,
|
||||
sector Bestuursrecht, binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het
|
||||
beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft (artikel 8:7, tweede lid,
|
||||
Awb). De bepalingen in de hoofdstukken 6 en 8 van de
|
||||
Awb met betrekking tot de beroepsprocedure zijn van toepassing. (Zie
|
||||
voor de adressering het hoofdstuk Voorlichting.)
|
||||
|
||||
##### 2.11. Verhuizing van de optant tijdens de procedure
|
||||
|
||||
De burgemeester die de optieverklaring in ontvangst heeft genomen, blijft
|
||||
verantwoordelijk voor de verdere afhandeling ervan. Ook indien de optant tijdens
|
||||
de procedure zijn hoofdverblijf verlegt naar een andere gemeente of buiten
|
||||
Nederland is uitsluitend hij bevoegd tot de bevestiging/weigering van de
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap. Hij zendt de burgemeester van de gemeente
|
||||
waarnaar de optant zijn hoofdverblijf heeft verplaatst een gewaarmerkte kopie
|
||||
van de bevestiging of weigering.
|
||||
|
||||
### 6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid
|
||||
|
||||
### 6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid
|
||||
|
||||
### 6-5. Toelichting ad artikel 6, vijfde lid
|
||||
|
||||
### 6-6. Toelichting ad artikel 6, zesde lid
|
||||
|
||||
### 6-7. Toelichting ad artikel 6, zevende lid
|
||||
|
||||
### 6-8. Toelichting ad artikel 6, achtste lid
|
||||
|
||||
## 7
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
2; 8 t/m 13 en 21
|
||||
|
||||
RRWN: artikel
|
||||
VII.2
|
||||
|
||||
BNT: artikelen 2 t/m
|
||||
5
|
||||
|
||||
BON: artikel
|
||||
8.1
|
||||
|
||||
BVVN: artikelen 2 t/m
|
||||
5; 31 t/m 38
|
||||
en 73
|
||||
|
||||
Awb: artikel 4:5
|
||||
en hoofdstukken 6 t/m
|
||||
8
|
||||
|
||||
WRvS: artikelen
|
||||
37 en 39
|
||||
|
||||
Sinds 1 april 2003 worden in artikel 8, eerste
|
||||
lid, aanhef en onder c en d, RWN stringentere voorwaarden gesteld aan het
|
||||
verblijf en aan de inburgering voorafgaand aan de indiening van een verzoek om
|
||||
naturalisatie. Echter, van personen die vóór de inwerkingtreding van RRWN een verzoek om naturalisatie hebben ingediend, kan
|
||||
in redelijkheid niet worden verlangd dat zij voldoen aan deze stringentere
|
||||
voorwaarden. Artikel VII, tweede
|
||||
lid, RRWN bepaalt daarom dat de bepalingen van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c en
|
||||
d, RWN niet gelden ten aanzien van verzoeken die zijn ingediend vóór
|
||||
inwerkingtreding van de RRWN. Met andere woorden, ten aanzien van verzoeken die vóór 1
|
||||
april 2003 zijn ingediend, geldt niet de voorwaarde van vijf jaar toelating en
|
||||
hoofdverblijf en evenmin het vereiste van het afleggen van de naturalisatietoets
|
||||
bedoeld in artikel 2 BNT. Op deze verzoeken
|
||||
blijft de oorspronkelijke tekst van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN
|
||||
van toepassing, evenals de voormalige richtlijnen van de *Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap
|
||||
1999*.
|
||||
|
||||
Artikel VII RRWN voorziet niet in
|
||||
overgangsrecht voor minderjarige (mee te naturaliseren) kinderen. Artikel 11 RWN vereist dat
|
||||
minderjarige kinderen sedert het moment van de indiening van het verzoek tot
|
||||
medeverlening toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf binnen het Koninkrijk
|
||||
hebben, alsmede –indien zij bij de indiening van het verzoek de leeftijd van zestien
|
||||
jaar reeds hebben bereikt –dat zij gedurende een onafgebroken periode van ten minste
|
||||
drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek toelating en hoofdverblijf binnen
|
||||
het Koninkrijk hebben. Minderjarige mee te naturaliseren kinderen zullen daarom bij
|
||||
ieder verzoek om naturalisatie, waarop na inwerkingtreding van de RRWN wordt beslist, moeten voldoen aan de nieuwe
|
||||
voorwaarden, ongeacht of de ouders het verzoek hebben ingediend vóór of ná de
|
||||
inwerkingtreding van de RRWN.
|
||||
|
||||
De beleidsregel dat houders van een VVA-onbep reeds na vier jaar verblijf in
|
||||
Nederland een verzoek om naturalisatie konden indienen, waarop na vijf jaar verblijf
|
||||
in Nederland werd beslist, is vervallen bij de inwerkingtreding van de RRWN. Echter,
|
||||
op verzoeken om naturalisatie die werden ingediend vóór 1 april 2003 blijft deze
|
||||
voormalige beleidsregel nog wél van toepassing. Ook is ten aanzien van houders van een
|
||||
VVA-onbep de onderstaande overgangsregeling van toepassing.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen kunnen niet altijd onmiddellijk een verzoek om naturalisatie indienen
|
||||
bij de gemeente, bijvoorbeeld omdat zij daartoe eerst een afspraak bij de gemeente
|
||||
moeten maken en pas op een latere datum door de gemeente worden uitgenodigd om een
|
||||
verzoek om naturalisatie in te dienen.
|
||||
|
||||
Om te voorkomen dat vreemdelingen, die zich nog vóór de inwerkingtreding van de RRWN
|
||||
bij de gemeente hebben gemeld voor het indienen van een verzoek om naturalisatie, door
|
||||
dit gemeentelijk afsprakensysteem zouden worden geconfronteerd met de nieuwe
|
||||
regelgeving, geldt de volgende overgangsregeling op grond van artikel 73, eerste lid, BVVN (zie
|
||||
ook de toelichting bij artikel 73 BVVN).
|
||||
|
||||
### 7-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
Hieronder wordt de *procedure *beschreven voor de
|
||||
behandeling van verzoeken om naturalisatie.
|
||||
|
||||
Voor wat betreft de *voorwaarden *voor verlening van
|
||||
het Nederlanderschap, zie de toelichting bij artikel 8 RWN, artikel 9,
|
||||
eerste lid, RWN en artikel 11, RWN.
|
||||
|
||||
#### 2. Nadere regelgeving in het BVVN
|
||||
|
||||
Artikel 21 RWN bepaalt dat bij
|
||||
algemene maatregel van rijksbestuur de autoriteiten en ambtenaren worden
|
||||
aangewezen die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van verzoeken om
|
||||
naturalisatie. Dit artikel bepaalt voorts dat bij algemene maatregel van
|
||||
rijksbestuur nadere voorschriften kunnen worden gesteld voor de wijze van
|
||||
inontvangstneming van verzoeken om naturalisatie en voor de verdere
|
||||
administratieve behandeling van verlening van het Nederlanderschap. Deze nadere
|
||||
regelgeving is opgenomen in de algemene maatregel van rijksbestuur BVVN. Artikel 2, aanhef en onder a,
|
||||
BVVN bepaalt dat in Nederland de burgemeesters bevoegd zijn tot het in
|
||||
ontvangst nemen van verzoeken om naturalisatie. De vormvoorschriften, procedurele
|
||||
vereisten en administratieve behandeling van de verzoeken om naturalisatie zijn
|
||||
voor Nederland geregeld in artikel 2 tot en
|
||||
met 5 BVVN en artikel 31 tot
|
||||
en met 38 BVVN.
|
||||
|
||||
#### 3. Procedure naturalisatie
|
||||
|
||||
##### 3.1. Voorlichtingsfase
|
||||
|
||||
- Voorafgaand aan de indiening van een verzoek om naturalisatie verstrekt de
|
||||
burgemeester informatie aan de verzoeker. Daartoe kan gebruik worden gemaakt
|
||||
van IND-brochures (zie hoofdstuk Voorlichting).
|
||||
- Het spreekt voor zich dat de verzoeker erop wordt geattendeerd als hij in
|
||||
aanmerking komt voor verkrijging van het Nederlanderschap door optie, in
|
||||
welk geval indiening van een verzoek om naturalisatie uiteraard achterwege
|
||||
kan blijven. Zie ook de toelichting bij artikel 6 RWN.
|
||||
- Zonodig wordt de verzoeker verwezen naar het Regionaal Opleidingencentrum
|
||||
(ROC) dat is bevoegd tot het afnemen van de naturalisatietoets als bedoeld
|
||||
in artikel 2, tweede lid,
|
||||
BNT. Zie ook de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN, paragraaf
|
||||
2.1.
|
||||
- De verzoeker dient voorts te worden geïnformeerd over de bij indiening van
|
||||
het verzoek om naturalisatie te verstrekken gegevens en over te leggen
|
||||
documenten. Zonodig wordt de verzoeker geadviseerd om eerst zijn
|
||||
verblijfsrechtelijke positie te regelen.
|
||||
- Verder dient de verzoeker te worden geïnformeerd over de verplichting om
|
||||
afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Zie ook de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, paragraaf
|
||||
5.3.
|
||||
- Voorts wordt de verzoeker geïnformeerd over de te betalen
|
||||
naturalisatiegelden. Daarbij wordt hij erop geattendeerd dat betaalde
|
||||
naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd in geval van afwijzing van het
|
||||
verzoek om naturalisatie. Zie ook de toelichting bij artikel 13, eerste lid, RWN, paragraaf 2 en
|
||||
3.
|
||||
- Tot slot verdient het aanbeveling om samen met de verzoeker een
|
||||
inschatting te maken van de haalbaarheid van het verzoek. Enerzijds wordt
|
||||
daarmee voorkomen dat kansarme verzoeken worden ingediend. Anderzijds kan
|
||||
dit worden beschouwd als dienstverlening aan de verzoeker, waarmee de kans
|
||||
op teleurstelling kan worden verkleind.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Indiening verzoek om naturalisatie
|
||||
|
||||
###### 3.2.1. Meerderjarige verzoeker
|
||||
|
||||
Omdat het van belang is dat de verzoeker aantoont dat hij degene is die hij
|
||||
opgeeft te zijn, dient hij als hoofdregel in persoon te verschijnen bij de
|
||||
indiening van zijn verzoek (artikel 2,
|
||||
tweede lid, RWN; artikel 3,
|
||||
eerste lid, BVVN; zie ook paragraaf 3.2.5). De burgemeester die het verzoek in ontvangst
|
||||
neemt, moet zich door nader onderzoek de nodige zekerheid verschaffen omtrent
|
||||
de identiteit van de verzoeker. Daartoe wordt de verzoeker gevraagd om een
|
||||
geldig buitenlands reisdocument te overleggen. In bepaalde gevallen zijn
|
||||
andere identiteitsdocumenten toegestaan (zie paragraaf 3.5.1). Voorts wordt de verzoeker gevraagd om andere
|
||||
bewijsstukken te overleggen, bijvoorbeeld een geboorteakte (zie paragraaf 3.5).
|
||||
|
||||
###### 3.2.2. Zelfstandig verzoek van minderjarigen (artikelen 10
|
||||
en 11, vierde lid, RWN)
|
||||
|
||||
*Indiening door wettelijk vertegenwoordiger*
|
||||
|
||||
Een zelfstandig verzoek van een minderjarige wordt ingediend door (een
|
||||
van) zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) (artikel 2, derde lid,
|
||||
RWN; artikel 3,
|
||||
derde lid, BVVN). De wettelijk vertegenwoordiger dient in
|
||||
beginsel in persoon te verschijnen (artikel 2, tweede lid,
|
||||
RWN; artikel 3,
|
||||
eerste lid, BVVN) en zich te legitimeren met een geldig
|
||||
identiteitsbewijs.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Minderjarige verzoeker jonger dan 16 jaar*
|
||||
|
||||
De minderjarige verzoeker jonger dan zestien jaar hoeft niet in persoon te
|
||||
verschijnen. Wel verdient het aanbeveling dat ook hij in persoon verschijnt.
|
||||
Stuit dat op bezwaar, dan wordt hem verzocht een verklaring te ondertekenen
|
||||
waarin hij aangeeft of hij al dan niet instemt met de verlening van het
|
||||
Nederlanderschap en die verklaring, met een kopie van een geldig buitenlands
|
||||
reisdocument, te zenden aan de burgemeester van de gemeente waar het verzoek
|
||||
om naturalisatie wordt ingediend. Hierbij geldt dat in bepaalde gevallen
|
||||
andere identiteitsdocumenten zijn toegestaan. Zie paragraaf 3.5.1.
|
||||
|
||||
|
||||
De minderjarige verzoeker van twaalf jaar of ouder kan verzoeken om in de
|
||||
gelegenheid te worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen over
|
||||
de verlening van het Nederlanderschap. Zie model 2.2 en model 2.10. Zie
|
||||
voorts de toelichting bij artikel 2, vierde lid, RWN.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Minderjarige verzoeker van 16 jaar of ouder*
|
||||
|
||||
De minderjarige verzoeker vanaf zestien jaar dient in persoon te
|
||||
verschijnen, dit naar analogie van artikel 31, derde lid,
|
||||
BVVN, waar is geregeld dat een mee te naturaliseren kind van
|
||||
zestien jaar of ouder in principe in persoon dient te verschijnen (zie ook
|
||||
paragraaf 3.2.5). Hij dient daarbij een geldig buitenlands
|
||||
reisdocument te overleggen. Hierbij geldt dat in bepaalde gevallen andere
|
||||
identiteitsdocumenten zijn toegestaan. Zie paragraaf 3.5.1. Zie ook de toelichting bij artikel 2
|
||||
RWN.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
01-04-2003
|
||||
|
||||
###### 3.2.3. Medeverlening (artikel 11, eerste lid, RWN)
|
||||
|
||||
*Kinderen jonger dan 12 jaar*
|
||||
|
||||
Deze kinderen hoeven niet in persoon te verschijnen bij de indiening van
|
||||
het verzoek.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Kinderen van 12 jaar of ouder*
|
||||
|
||||
Minderjarige kinderen van twaalf jaar of ouder, voor wie medeverlening
|
||||
wordt verzocht, kunnen verzoeken om in de gelegenheid te worden gesteld hun
|
||||
zienswijze naar voren te brengen over de medeverlening van het
|
||||
Nederlanderschap. De kinderen kunnen op het moment van indiening van het
|
||||
verzoek hun eventuele zienswijze naar voren brengen op model 2.1.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor kinderen tussen de twaalf en de zestien jaar is verschijning in
|
||||
persoon niet voorgeschreven, maar het verdient wel de voorkeur dat zij in
|
||||
persoon verschijnen. Stuit dat op bezwaar, dan wordt hun schriftelijk
|
||||
verzocht het model 2.10 te ondertekenen, waarin zij aangeven of zij al dan
|
||||
niet instemmen met de medeverlening van het Nederlanderschap en die
|
||||
verklaring, met een kopie van een geldig buitenlands reisdocument, te zenden
|
||||
aan de autoriteit waar het verzoek om naturalisatie van de ouder is
|
||||
ingediend. Hierbij geldt dat in bepaalde gevallen andere
|
||||
identiteitsdocumenten zijn toegestaan. Zie paragraaf 3.5.1. Zie ook de toelichting bij artikel 2
|
||||
RWN.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Kinderen van 16 jaar of ouder*
|
||||
|
||||
Voor kinderen van zestien jaar of ouder is verschijning in persoon
|
||||
voorgeschreven in artikel
|
||||
31, derde lid, BVVN; zij dienen zich te legitimeren met een
|
||||
geldig buitenlands reisdocument. Hierbij geldt dat in bepaalde gevallen
|
||||
andere identiteitsdocumenten zijn toegestaan. Zie paragraaf 3.5.1 en paragraaf 3.2.5. Zie ook de toelichting bij artikel 2
|
||||
RWN.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
01-04-2003
|
||||
|
||||
###### 3.2.4. Wettelijk vertegenwoordiger/(andere) ouder
|
||||
|
||||
Voor de andere ouder of wettelijk vertegenwoordiger is verschijning in
|
||||
persoon niet voorgeschreven, maar verdient dat wel de voorkeur. Stuit
|
||||
persoonlijke verschijning op bezwaar, dan wordt betrokkene schriftelijk
|
||||
verzocht een verklaring te ondertekenen waarin staat of al dan niet wordt
|
||||
ingestemd met de medeverlening van het Nederlanderschap aan het minderjarige
|
||||
kind en die verklaring, met een kopie van een geldig identiteitsbewijs, te
|
||||
zenden aan de burgemeester van de gemeente waar het verzoek om naturalisatie
|
||||
van de ouder is ingediend. Voor de zienswijze van de andere ouder of wettelijk
|
||||
vertegenwoordiger kan gebruik worden gemaakt van model 2.13 en model 2.14. Zie
|
||||
ook de toelichting bij artikel 2 RWN.
|
||||
|
||||
###### 3.2.5. Gemachtigde
|
||||
|
||||
In gevallen, waarin verschijning in persoon weliswaar is voorgeschreven,
|
||||
maar dit om zwaarwegende redenen niet kan worden verlangd, kan het verzoek om
|
||||
naturalisatie worden ingediend c.q. de verklaring van al dan niet instemming
|
||||
met de (mee)naturalisatie worden afgelegd door een daartoe schriftelijk
|
||||
gemachtigde meerderjarige persoon, mits voldoende zekerheid kan worden
|
||||
verkregen over de identiteit van de verzoeker c.q. het mee te naturaliseren
|
||||
kind van zestien jaar of ouder en de gemachtigde (artikel 3, tweede lid,
|
||||
BVVN). Bij zwaarwegende redenen wordt gedacht aan fysieke en/of
|
||||
psychische onmogelijkheid om in persoon te verschijnen. De door betrokkene
|
||||
en/of zijn gemachtigde aangevoerde zwaarwegende redenen dienen te worden
|
||||
aangetoond. De gemachtigde dient in persoon aan het loket te verschijnen en de
|
||||
nodige zekerheid te verschaffen over zijn identiteit door het overleggen van
|
||||
een geldig identiteitsbewijs. De machtiging dient schriftelijk te zijn en
|
||||
ondertekend door de verzoeker c.q. het mee te naturaliseren kind van zestien
|
||||
jaar of ouder. De gemachtigde dient een geldig buitenlands reisdocument van de
|
||||
verzoeker c.q. het mee te naturaliseren kind van zestien jaar of ouder te
|
||||
overleggen. Hierbij geldt dat in bepaalde gevallen andere
|
||||
identiteitsdocumenten zijn toegestaan, zie paragraaf 3.5.1.
|
||||
|
||||
In voorkomende gevallen kan de burgemeester verlangen dat de verzoeker c.q.
|
||||
het mee te naturaliseren kind van zestien jaar of ouder hem ontvangt om in
|
||||
persoon de voor de besluitvorming benodigde gegevens in ontvangst te
|
||||
nemen.
|
||||
|
||||
###### 3.2.6. Uitsluitend schriftelijk verzoek
|
||||
|
||||
Het verzoek om naturalisatie dient op schrift te worden gesteld en te worden
|
||||
ondertekend door de verzoeker of, in het voorkomende geval, door zijn
|
||||
wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde (artikel 3, derde lid,
|
||||
BVVN). In het verzoek dienen de minderjarige kinderen en
|
||||
kindskinderen, voor wie medeverlening wordt gevraagd, te worden vermeld
|
||||
(artikel 11, eerste lid,
|
||||
RWN; artikel 31,
|
||||
tweede lid, BVVN). Een model van een verzoek om naturalisatie is
|
||||
opgenomen als model 2.1.
|
||||
|
||||
##### 3.3. Te verstrekken gegevens
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 31,
|
||||
eerste lid, BVVN verstrekt de verzoeker bij de indiening van het
|
||||
verzoek, voor zoveel mogelijk, gegevens met betrekking tot zijn:
|
||||
|
||||
a. geslachtsnaam en voornaam of voornamen, onderscheidenlijk naam of
|
||||
namen;
|
||||
b. geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland;
|
||||
c. adres, postcode en woonplaats;
|
||||
d. geslacht;
|
||||
e. nationaliteit(en);
|
||||
f. tegenwoordige en, voor zoveel nodig, eerdere verblijfsrechtelijke
|
||||
status;
|
||||
g. duur van huidige toegelaten verblijf in het Koninkrijk en, indien van
|
||||
toepassing, duur van eerder toegelaten verblijf in het Koninkrijk;
|
||||
h. indien van toepassing, bestaan en duur van het actuele huwelijk of
|
||||
geregistreerd partnerschap en van de eerdere huwelijken en van de ontbinding
|
||||
daarvan, alsmede ten aanzien van de echtgenoot of partner de gegevens
|
||||
bedoeld onder a tot en met e;
|
||||
i. geslachtsnaam en voornamen, plaats en datum van geboorte en van huwelijk
|
||||
van de ouders van de verzoeker;
|
||||
j. indien van toepassing, de kinderen tot wie hij in familierechtelijke
|
||||
betrekking staat;
|
||||
k. indien van toepassing, bestaan, duur en plaats van samenleving met een
|
||||
Nederlander;
|
||||
l. de overige gegevens die naar het oordeel van de Minister van Justitie
|
||||
nodig zijn voor de beoordeling van het geval.
|
||||
|
||||
##### 3.4. Af te leggen verklaringen
|
||||
|
||||
###### 3.4.1. Waarheidsverklaring
|
||||
|
||||
De verzoeker dient een waarheidsverklaring te ondertekenen (artikel 31, vierde lid,
|
||||
BVVN). In deze verklaring, waarvan de tekst is opgenomen in het
|
||||
verzoek om naturalisatie, verklaart verzoeker dat hij de gevraagde gegevens
|
||||
naar waarheid heeft verstrekt, dat er ten aanzien van hem geen sprake is van
|
||||
een ander huwelijk dan is vermeld op zijn persoonslijst in de GBA en dat hij
|
||||
geen relevante gegevens heeft verzwegen.
|
||||
|
||||
###### 3.4.2. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
|
||||
|
||||
De verzoeker dient door middel van de verklaring omtrent verblijfsstatus en
|
||||
gedrag (model 2.3) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de
|
||||
verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige
|
||||
in het verzoek om naturalisatie genoemde personen de gevraagde gegevens naar
|
||||
waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 31, vierde lid,
|
||||
BVVN) en of hij of een van de in het verzoek om naturalisatie
|
||||
genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest
|
||||
met politie en/of Justitie. Indien verzoeker in deze verklaring aangeeft wel
|
||||
in aanraking te zijn geweest met politie en/of Justitie, of aangeeft dat dit
|
||||
geldt voor een in het verzoek om naturalisatie genoemd kind, dan informeert de
|
||||
burgemeester de verzoeker over de openbare orde richtlijnen bij naturalisatie
|
||||
en wijst verzoeker erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de
|
||||
beslissing op het verzoek om naturalisatie. De verzoeker wordt in de
|
||||
gelegenheid gesteld om in de verklaring aan te geven of er sprake is van
|
||||
bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten
|
||||
aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd
|
||||
dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid
|
||||
van het Koninkrijk. Zie ook de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN (paragraaf
|
||||
6.1).
|
||||
|
||||
###### 3.4.3. Bereidheidsverklaring afstand
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de afstandsverplichting informeert de burgemeester –voor
|
||||
zover mogelijk –de verzoeker of hij al dan niet behoort tot een
|
||||
uitzonderingscategorie dan wel of redelijkerwijs van hem kan worden verlangd
|
||||
dat hij afstand doet van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Indien geen van
|
||||
de uitzonderingen van toepassing is, dient de verzoeker een verklaring te
|
||||
ondertekenen dat hij bereid is het mogelijke te zullen doen om bij of na de
|
||||
totstandkoming van de naturalisatie zijn oorspronkelijke nationaliteit(en) te
|
||||
verliezen (artikel 32
|
||||
BVVN). De bereidheidsverklaring is opgenomen als model 2.4
|
||||
respectievelijk model 2.5. Zie voor de afstandsverplichting verder de toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b,
|
||||
RWN.
|
||||
|
||||
##### 3.5. Over te leggen documenten
|
||||
|
||||
###### 3.5.1. Buitenlands reisdocument
|
||||
|
||||
De verzoeker dient in beginsel een geldig buitenlands reisdocument te
|
||||
overleggen, inclusief alle pagina’s met in- en uitreisstempels. Dit niet
|
||||
alleen in verband met identificatie van de verzoeker maar ook om zijn
|
||||
nationaliteit en verblijf te kunnen vaststellen en de in het reisdocument
|
||||
vermelde personalia te vergelijken met de overgelegde akte(n) van de
|
||||
burgerlijke stand. Indien de verzoeker niet in het bezit is van een geldig
|
||||
buitenlands reisdocument en houder is van een verblijfsvergunning asiel, of
|
||||
staatloos is, mag hij óf een vluchtelingenpaspoort óf een
|
||||
vreemdelingenpaspoort overleggen. Hetzelfde geldt voor verzoekers die bij de
|
||||
verlening c.q. verlenging van hun verblijfsvergunning zijn vrijgesteld van het
|
||||
paspoortvereiste. Indien de verzoeker is vrijgesteld van overlegging van een
|
||||
geldig buitenlands reisdocument en niet in het bezit is van een
|
||||
vluchtelingenpaspoort of een vreemdelingenpaspoort, kan worden volstaan met
|
||||
het overleggen van het verblijfsdocument. Vrijstelling van het
|
||||
paspoortvereiste blijkt uit de begeleidende brief aan de burgemeester,
|
||||
behorende bij de beschikking op grond waarvan aan betrokkene verblijf is
|
||||
verleend. Zonodig verifieert de burgemeester de vrijstelling van het
|
||||
paspoortvereiste bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
|
||||
###### 3.5.2. Buitenlandse akten (van de burgerlijke stand)
|
||||
|
||||
De verzoeker dient in beginsel de volgende buitenlandse akten (van de
|
||||
burgerlijke stand) te overleggen (zie voor uitzonderingen hieronder paragraaf 3.5.3):
|
||||
|
||||
- geboorteakte van hemzelf en geboorteakten van kinderen voor wie
|
||||
medeverlening wordt gevraagd. In geval van adoptiefkinderen eventueel
|
||||
aangevuld met de adoptieakte of het adoptievonnis of andere stukken
|
||||
waarmee de adoptie kan worden aangetoond;
|
||||
- huwelijksakte indien naturalisatie verzocht wordt op grond van driejarig
|
||||
huwelijk met een Nederlander (vergelijk artikel 8, tweede lid,
|
||||
RWN) of indien de verzoeker als gevolg van het huwelijk
|
||||
meerderjarig is geworden;
|
||||
- echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is van belang voor de
|
||||
beoordeling of er mogelijk sprake is van bigamie (artikel 8, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder d, RWN) en of wordt voldaan aan de termijn van (ongehuwd)
|
||||
samenwonen als bedoeld in artikel
|
||||
8, tweede en vierde lid, RWN;
|
||||
- bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte,
|
||||
geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning of wettiging of
|
||||
huwelijksakte ouders) in geval van een verzoek om naturalisatie als
|
||||
bedoeld in artikel
|
||||
8, vijfde lid, RWN.
|
||||
|
||||
###### 3.5.3. In het verleden overgelegde buitenlandse akten
|
||||
|
||||
Indien reeds in het verleden gelegaliseerde c.q. inhoudelijk geverifieerde
|
||||
documenten zijn overgelegd en verwerkt in de GBA of in een akte van de
|
||||
burgerlijke stand in Nederland, wordt afgezien van het wederom overleggen van
|
||||
dezelfde documenten. Het moet dan gaan om documenten die zijn gelegaliseerd
|
||||
c.q. inhoudelijk geverifieerd overeenkomstig de thans geldende
|
||||
legalisatiecirculaire.
|
||||
|
||||
###### 3.5.4. Verkrijging, vertaling, legalisatie en inhoudelijke
|
||||
verificatie van buitenlandse documenten
|
||||
|
||||
Ten aanzien van over te leggen documenten is de thans geldende
|
||||
legalisatiecirculaire van toepassing. Voor zowel het verkrijgen van documenten
|
||||
als de vertaling en legalisatie en inhoudelijke verificatie van documenten
|
||||
dient de verzoeker zelf zorg te dragen. Indien de documenten zijn opgesteld in
|
||||
een andere taal dan het Nederlands, Engels, Duits of Frans, dient verzoeker
|
||||
zorg te dragen voor een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling die
|
||||
gehecht moet zijn aan het originele (afschrift van het) document. Wanneer een
|
||||
houder van een verblijfsvergunning asiel, of een vreemdeling die in het kader
|
||||
van de verlening c.q. verlenging van zijn verblijfsvergunning is vrijgesteld
|
||||
van het paspoortvereiste, bezwaar maakt tegen het aanvragen van documenten in
|
||||
het land van herkomst, wordt afgezien van overlegging van die documenten.
|
||||
Hiervan kan echter worden afgeweken indien zich een van de situaties voordoet
|
||||
op grond waarvan bezwaar tegen legalisatie niet gehonoreerd zou hoeven worden
|
||||
(zie de thans geldende legalisatiecirculaire bij: ‘B.2. *Uitzonderingen op de hoofdregel’).*
|
||||
|
||||
###### 3.5.5. (Overige) over te leggen documenten
|
||||
|
||||
Het verzoek om naturalisatie dient zoveel mogelijk te worden ondersteund
|
||||
door overgelegde (bewijs)stukken. De burgemeester kan van de verzoeker
|
||||
verlangen dat hij gegevens bewijst door middel van documenten (artikel 31, vijfde lid,
|
||||
BVVN). Volledigheid van de stukken is ook in het belang van de
|
||||
verzoeker, aangezien in geval van afwijzing van het verzoek de
|
||||
naturalisatiegelden niet worden gerestitueerd. Indien de verzoeker een aantal
|
||||
benodigde gegevens niet kan verstrekken, dient hem te worden geadviseerd te
|
||||
wachten met indiening van het verzoek tot het moment dat alle verlangde
|
||||
gegevens kunnen worden verstrekt. Mocht verzoeker er echter op staan om zijn
|
||||
verzoek in te dienen, ondanks het niet overleggen van de door de burgemeester
|
||||
gevraagde documenten of het niet voldoen aan de voorwaarden voor
|
||||
naturalisatie, dan dient de burgemeester het verzoek in ontvangst te nemen. De
|
||||
burgemeester kan in dit geval verlangen dat verzoeker een verklaring
|
||||
ondertekent als opgenomen in model 2.21.
|
||||
|
||||
###### 3.5.6. Bewijsnood
|
||||
|
||||
Van de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige
|
||||
gelegaliseerde documenten kan worden vrijgesteld de persoon die wegens
|
||||
bewijsnood niet in staat is dergelijke documenten over te leggen. Indien geen
|
||||
sprake is van bewijsnood, wordt geen vrijstelling verleend.
|
||||
|
||||
##### 3.6. Inontvangstneming verzoek
|
||||
|
||||
###### 3.6.1. Bevoegdheid burgemeester
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 33,
|
||||
eerste tot en met derde lid, BVVN neemt de burgemeester verzoeken
|
||||
om naturalisatie in ontvangst van de volgende personen:
|
||||
|
||||
Dit betreft de hoofdregel: verzoeken om naturalisatie dienen te worden
|
||||
ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de verzoeker als ingezetene
|
||||
is ingeschreven in de GBA. Het feit dat het verzoek om naturalisatie mede
|
||||
betrekking kan hebben op minderjarigen die hun hoofdverblijf hebben buiten
|
||||
deze gemeente, doet hier niet aan af.
|
||||
|
||||
Deze personen zijn vreemdelingen die weliswaar hun hoofdverblijf hebben in
|
||||
een gemeente maar die vanwege hun bijzondere status niet staan ingeschreven in
|
||||
de GBA van die gemeente. Dit betreft in het bijzonder personen die deel
|
||||
uitmaken van diplomatieke zendingen of consulaire posten of die behoren tot
|
||||
het administratieve of technische personeel van die posten, alsmede hun
|
||||
gezinsleden. Ook voor militairen van buitenlandse bases geldt dat zij niet
|
||||
worden ingeschreven in de GBA van hun hoofdverblijf. Daarnaast kunnen er nog
|
||||
andere, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, categorieën
|
||||
vreemdelingen zijn, die op dezelfde wijze worden behandeld. Deze vreemdelingen
|
||||
dienen hun verzoek om naturalisatie in bij de burgemeester van de gemeente van
|
||||
hun hoofdverblijf. Er zij overigens op gewezen dat in het algemeen bezwaar
|
||||
bestaat tegen het verblijf voor onbepaalde tijd van de hier bedoelde
|
||||
vreemdelingen (zie de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder b, RWN).
|
||||
|
||||
Dit zijn personen die nergens ter wereld hun hoofdverblijf hebben omdat zij
|
||||
per voer- of vaartuig steeds van verblijfplaats veranderen. Aangezien deze
|
||||
personen geen hoofdverblijf binnen het Koninkrijk hebben in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en sub
|
||||
c, RWN, betreft deze categorie uitsluitend personen die
|
||||
overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, RWN
|
||||
hetzij oud-Nederlander zijn, hetzij gehuwd zijn met of een geregistreerd
|
||||
partnerschap hebben met een Nederlander, dan wel tijdens hun meerderjarigheid
|
||||
binnen het Koninkrijk zijn geadopteerd door een Nederlander. Verwacht mag
|
||||
worden dat passanten slechts sporadisch verzoeken om naturalisatie
|
||||
indienen.
|
||||
|
||||
##### 3.7. Beoordeling volledigheid van het verzoek
|
||||
|
||||
###### 3.7.1. Beoordeling verschuldigdheid
|
||||
naturalisatiegelden
|
||||
|
||||
Voorafgaand aan de administratieve behandeling van het verzoek om
|
||||
naturalisatie beoordeelt de burgemeester of en zo ja, welk bedrag de verzoeker
|
||||
dient te betalen overeenkomstig het BON. Indien de verzoeker naturalisatiegelden is verschuldigd, wordt
|
||||
hem dit meegedeeld en wordt hem de gelegenheid gegeven de betaling te
|
||||
verrichten (artikel 34,
|
||||
tweede lid, BVVN). Zie verder de toelichting bij artikel 13,
|
||||
eerste lid, RWN.
|
||||
|
||||
###### 3.7.2. Beoordeling verplichting afleggen
|
||||
naturalisatietoets
|
||||
|
||||
De burgemeester beoordeelt voorts of de verzoeker is vrijgesteld (artikel 3 BNT) of ontheven
|
||||
(artikel 4 BNT) van het
|
||||
afleggen van de naturalisatietoets als bedoeld in artikel 2, tweede lid, BNT.
|
||||
Is dat niet het geval, dan dient de verzoeker bij het verzoek om naturalisatie
|
||||
een Certificaat Naturalisatietoets, bedoeld in artikel 5 BNT te
|
||||
overleggen. Zie verder de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder d, RWN. Zie voor vrijstelling van de toets aldaar paragraaf 2.3 en voor ontheffing paragraaf 2.4.
|
||||
|
||||
###### 3.7.3. Buitenbehandelingstelling
|
||||
|
||||
Indien de verzoeker de verschuldigde naturalisatiegelden niet voldoet op het
|
||||
moment van indiening van het verzoek om naturalisatie, stelt de burgemeester
|
||||
hem in de gelegenheid om daartoe alsnog over te gaan binnen een termijn van
|
||||
zes weken na de indiening van het verzoek. Indien de verzoeker hieraan binnen
|
||||
deze termijn geen gevolg geeft, stelt de burgemeester het verzoek om
|
||||
naturalisatie buiten behandeling. In dat geval wordt geen advies uitgebracht
|
||||
maar zendt de burgemeester het (incomplete) dossier aan de IND. Tegen de
|
||||
beslissing tot buitenbehandelingstelling kan binnen zes weken bezwaar worden
|
||||
ingediend bij de Minister van Justitie. Zie ook de toelichting bij artikel 13,
|
||||
eerste lid, RWN, paragraaf 3.
|
||||
|
||||
##### 3.8. Voorbereiding advies
|
||||
|
||||
###### 3.8.1. Onderzoek juistheid verstrekte
|
||||
persoonsgegevens
|
||||
|
||||
De administratieve behandeling van het verzoek om naturalisatie vangt aan
|
||||
nadat:
|
||||
|
||||
- de verschuldigde naturalisatiegelden zijn voldaan, of de burgemeester
|
||||
van oordeel is dat geen naturalisatiegelden zijn verschuldigd; én
|
||||
- het Certificaat Naturalisatietoets, bedoeld in artikel 5 BNT, is
|
||||
overgelegd, of de burgemeester van oordeel is dat de verzoeker is
|
||||
vrijgesteld of ontheven van het afleggen van de naturalisatietoets; dan
|
||||
wel
|
||||
- de (overige) gevraagde aanvulling van het verzoek, noodzakelijk voor de
|
||||
beoordeling daarvan, is ontvangen (artikel 9, vierde lid,
|
||||
RWN).
|
||||
|
||||
###### 3.8.2. Toetsing voorwaarden
|
||||
(mede)naturalisatie/naamsvaststelling en naamswijziging
|
||||
|
||||
Vervolgens onderzoekt de burgemeester (artikel 36 BVVN):
|
||||
|
||||
- of wordt voldaan aan de voorwaarden voor (mede)naturalisatie (zie de
|
||||
toelichting bij artikel 8 RWN, artikel 9 RWN en artikel 11
|
||||
RWN);
|
||||
- of bij de naturalisatie namen moeten worden vastgesteld c.q. gewijzigd
|
||||
en wie daarmee moeten in-/toestemmen (zie de toelichting bij artikel 12 RWN);
|
||||
- of het verzoek om naturalisatie in aanmerking komt voor
|
||||
inwilliging.
|
||||
|
||||
###### 3.8.3. Verhuizing tijdens de adviesfase
|
||||
|
||||
Verhuist de verzoeker vanuit gemeente X naar gemeente Y in de periode die
|
||||
ligt tussen indienen van het verzoek om naturalisatie en het uitbrengen van
|
||||
het advies, dan zijn de volgende situaties te onderscheiden.
|
||||
|
||||
- Het verzoek is compleet (de naturalisatiegelden zijn betaald, alle
|
||||
vereiste gegevens zijn verstrekt en alle gevraagde documenten zijn
|
||||
overgelegd). In dat geval brengt de burgemeester van de gemeente X advies
|
||||
uit aan de IND, waarbij mededeling wordt gedaan van de verhuizing naar de
|
||||
gemeente Y, onder opgave van het nieuwe adres.
|
||||
- Het verzoek is nog niet compleet (de naturalisatiegelden zijn nog niet
|
||||
betaald, of alle vereiste gegevens zijn nog niet verstrekt, of alle
|
||||
gevraagde documenten zijn nog niet overgelegd). In dat geval wordt het
|
||||
verzoek met bijbehorende gegevens en documenten doorgezonden aan de
|
||||
burgemeester van de gemeente Y, met het verzoek de behandeling over te
|
||||
nemen. De burgemeester van de gemeente Y zorgt voor completering van het
|
||||
verzoek en brengt vervolgens advies uit aan de IND.
|
||||
|
||||
##### 3.9. Uitbrengen advies
|
||||
|
||||
De burgemeester sluit het onderzoek af met het uitbrengen van een schriftelijk
|
||||
advies aan de IND over het verzoek om naturalisatie en over de eventuele
|
||||
naamsvaststelling c.q. naamswijziging (artikel 36, vijfde lid, BVVN.
|
||||
Zie model 2.22.
|
||||
|
||||
##### 3.10. Beslissing op het verzoek
|
||||
|
||||
Op het verzoek wordt beslist binnen één jaar na de betaling van de
|
||||
naturalisatiegelden, of na de beslissing tot ontheffing daarvan, dan wel nadat
|
||||
de gevraagde aanvullende stukken, noodzakelijk voor de beoordeling van het
|
||||
verzoek, zijn ontvangen (artikel 9,
|
||||
vierde lid, RWN). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stelt
|
||||
de verzoeker en de burgemeester in kennis van de beslissing (artikel 38, eerste lid,
|
||||
BVVN). Beslissingen tot afwijzing, tot buitenbehandelingstelling of tot
|
||||
aanhouding van verzoeken worden per aangetekende post aan verzoeker verzonden.
|
||||
In geval van een positieve beslissing wordt een kennisgeving betreffende
|
||||
naturalisatie per gewone post aan verzoeker verzonden. De kennisgeving vermeldt
|
||||
de personen die zijn genaturaliseerd, waaronder de meegenaturaliseerde
|
||||
minderjarige kinderen. Benadrukt wordt dat kinderen slechts hebben gedeeld in de
|
||||
naturalisatie, indien dit uitdrukkelijk is vermeld in het koninklijk besluit tot
|
||||
verlening van het Nederlanderschap –en dus ook in de kennisgeving betreffende de
|
||||
naturalisatie. Voorzover van toepassing blijkt uit de kennisgeving tevens de bij
|
||||
het naturalisatiebesluit totstandgekomen naamsvaststelling c.q.
|
||||
naamswijziging.
|
||||
|
||||
##### 3.11. Bezwaar
|
||||
|
||||
Een beslissing tot buitenbehandelingstelling, aanhouding of afwijzing van een
|
||||
verzoek om naturalisatie of tot afwijzing van een verzoek om medeverlening, is
|
||||
een beschikking in de zin van de Algemene wet
|
||||
bestuursrecht (Awb), waartegen een bezwaarschrift kan worden
|
||||
ingediend (de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb zijn van toepassing). Voorts kan in
|
||||
de volgende gevallen bezwaar worden ingediend:
|
||||
|
||||
– Indien op het verzoek niet is beslist binnen een jaar na betaling van de
|
||||
verschuldigde naturalisatiegelden (of na de beslissing tot ontheffing van
|
||||
naturalisatiegelden) dan wel na de ontvangst van de gevraagde aanvulling van
|
||||
het verzoek, noodzakelijk voor de beoordeling daarvan (zie artikel 9, vierde lid,
|
||||
RWN). In dit geval kan bezwaar worden ingediend tegen het niet
|
||||
tijdig nemen van een beslissing op het verzoek (vergelijk artikel 6:2, onder b,
|
||||
Awb). Bij gegrondverklaring van het bezwaarschrift zal alsnog zo
|
||||
snel mogelijk op het verzoek worden beslist.
|
||||
– Indien betrokkene het niet eens is met het besluit tot verlening van het
|
||||
Nederlanderschap, bijvoorbeeld omdat hij bezwaar heeft tegen de bij het
|
||||
besluit (niet) vastgestelde of gewijzigde naam. Op een dergelijk
|
||||
bezwaarschrift (te richten aan Hare Majesteit de Koningin en te verzenden
|
||||
aan de IND) wordt beslist door de Kroon. Bij gegrondverklaring van het
|
||||
bezwaarschrift wordt het besluit voorgedragen bij Hare Majesteit de Koningin
|
||||
voor herziening. De herziening werkt terug tot de datum van het
|
||||
oorspronkelijke naturalisatiebesluit.
|
||||
– Indien betrokkene het niet eens is met het besluit tot intrekking van het
|
||||
Nederlanderschap (wegens het niet nakomen van de afstandsplicht). Op het
|
||||
bezwaarschrift (te richten aan de Minister van Justitie en te verzenden aan
|
||||
de IND) wordt beslist door de Minister van Justitie. Bij gegrondverklaring
|
||||
van het bezwaarschrift wordt het besluit tot intrekking herroepen en wordt
|
||||
betrokkene geacht het Nederlanderschap niet te hebben verloren.
|
||||
– Indien betrokkene het niet eens is met de intrekking van het
|
||||
Nederlanderschap wegens fraude.
|
||||
|
||||
##### 3.12. (Hoger) beroep
|
||||
|
||||
Tegen een beslissing op het bezwaarschrift (bijvoorbeeld
|
||||
niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring) kan beroep worden ingesteld
|
||||
bij de rechtbank, sector Bestuursrecht, binnen het rechtsgebied waarvan de
|
||||
indiener van het beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft (artikel 8:7, tweede lid,
|
||||
Awb). De bepalingen in de hoofdstukken 6 en 8
|
||||
Awb met betrekking tot de beroepsprocedure, zijn van toepassing.
|
||||
Verzoekers met hoofdverblijf buiten Nederland dienen beroep in te stellen bij de
|
||||
Rechtbank Den Haag, sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
|
||||
|
||||
## 8
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
1.1b; 1.1f;
|
||||
1.1g; 1.1h; 2; 7; 8; 9; 10; 11 en 14.1
|
||||
|
||||
RRWN: artikelen
|
||||
II en VII.2
|
||||
|
||||
BNT: artikelen
|
||||
2; 3; 5 en 7
|
||||
|
||||
BON: artikel 3
|
||||
en volgende
|
||||
|
||||
BVVN: artikel 24;
|
||||
hoofdstuk III en artikel 72
|
||||
|
||||
Awb: artikelen
|
||||
4:2; 4:5.1 en
|
||||
6:3
|
||||
|
||||
Bdr: artikelen
|
||||
5; 6; 8 en 9
|
||||
|
||||
BW: artikelen
|
||||
1:33; 1:63 en
|
||||
1:69
|
||||
|
||||
Rgdr: artikel
|
||||
2
|
||||
|
||||
Vb 2000: artikelen 3.4; 3.5; 3.59; 3.89; 3.93 en 8.12
|
||||
|
||||
Vc 2000: hoofdstuk B5
|
||||
|
||||
Vw 2000: artikelen 3; 14; 20 en 28
|
||||
|
||||
WCE: artikel
|
||||
3
|
||||
|
||||
WCH: artikel
|
||||
3
|
||||
|
||||
WNI: artikel 7
|
||||
|
||||
Wet gba: artikel 43
|
||||
|
||||
EG-richtlijnen: 73/148 en 93/96
|
||||
|
||||
EG-Verdrag: artikel 50
|
||||
|
||||
Voor artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c en
|
||||
d, RWN geldt overgangsrecht. Zie de toelichting bij artikel 7 RWN,
|
||||
onder ‘Overgangsrecht’.
|
||||
|
||||
### 8-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
### 8-1-a. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
a
|
||||
|
||||
### 8-1-b. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
b
|
||||
|
||||
### 8-1-c. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
c
|
||||
|
||||
### 8-1-d. Toelichting ad artikel 8, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
d
|
||||
|
||||
**Voor verlening van het Nederlanderschap overeenkomstig artikel
|
||||
7 komt slechts in aanmerking de verzoeker die in de Nederlandse,
|
||||
Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse samenleving als ingeburgerd kan worden
|
||||
beschouwd op grond van het feit dat hij beschikt over een bij algemene maatregel
|
||||
van rijksbestuur te bepalen mate van kennis van de Nederlandse taal, dan wel
|
||||
–indien hij in de Nederlandse-Antillen of Aruba hoofdverblijf heeft –de taal die
|
||||
op het eiland van hoofdverblijf naast het Nederlands gangbaar is, alsmede van de
|
||||
Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse staatsinrichting en
|
||||
maatschappij, en hij zich ook overigens in de Nederlandse,
|
||||
Nederlandse-Antilliaanse of Arubaanse samenleving heeft doen opnemen.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
01-04-2003
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
N.B. Voor deze bepaling geldt overgangsrecht. Zie de toelichting
|
||||
bij artikel 7 RWN, onder ‘Overgangsrecht’.
|
||||
|
||||
#### 2. Procedure
|
||||
|
||||
##### 2.1.1. Voorlichtingsfase
|
||||
|
||||
Aan de indiening van het verzoek om naturalisatie gaat een voorlichtingsfase
|
||||
vooraf, waarin de burgemeester de aspirant-verzoeker zal informeren over de
|
||||
naturalisatietoets. In dit stadium behoeft deze laatste nog geen verzoek om
|
||||
naturalisatie in te dienen en dus ook geen naturalisatiegelden te voldoen. De
|
||||
burgemeester legt dan ook geen dossier aan, totdat door de verzoeker een verzoek
|
||||
om naturalisatie daadwerkelijk wordt ingediend. In de regel geschiedt dit pas
|
||||
nadat betrokkene de naturalisatietoets heeft afgelegd en het Certificaat
|
||||
Naturalisatietoets kan overleggen.
|
||||
|
||||
##### 2.1.2. Aanvraagfase
|
||||
|
||||
De verzoeker legt bij zijn verzoek om naturalisatie het in artikel 5 BNT bedoelde
|
||||
certificaat over, tenzij hij voor vrijstelling of gehele ontheffing in
|
||||
aanmerking komt (artikel 34,
|
||||
eerste lid, BVVN). Indien verzoeker niet voor vrijstelling of
|
||||
ontheffing in aanmerking komt (of daaromtrent moet in het geval van
|
||||
(gedeeltelijke) ontheffing nog nader onderzoek plaatsvinden), noch het
|
||||
Certificaat Naturalisatietoets kan overleggen, wordt hem door de burgemeester
|
||||
ontraden een verzoek in te dienen. Staat hij er toch op een verzoek in te
|
||||
dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. In dit geval wordt
|
||||
verzoeker door de burgemeester erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie
|
||||
door de IND buiten behandeling zal worden gesteld of afgewezen, en dat hij de
|
||||
voor naturalisatie te betalen leges niet terug zal ontvangen. De burgemeester
|
||||
kan verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model
|
||||
2.21.
|
||||
|
||||
##### 2.2. Vrijstelling van de toets
|
||||
|
||||
De verzoeker kan een beroep doen op een vrijstellingsgrond als genoemd in
|
||||
artikel 3 BNT. Daartoe dient
|
||||
hij aan te tonen dat hij behoort tot een van de volgende categorieën
|
||||
vrijgestelde personen:
|
||||
|
||||
1. Molukkers, die op grond van de Wet van 9
|
||||
september 1976 (*Stb.* 1976, 468) bij
|
||||
de toepassing van de Nederlandse wetgeving worden behandeld als Nederlander
|
||||
en dientengevolge als voldoende ingeburgerd worden beschouwd;
|
||||
2. Degene die een diploma heeft van een afgeronde opleiding in de Nederlandse
|
||||
taal van een hoger niveau dan lagere school of basisschool. Betrokkene dient
|
||||
in dat geval te overleggen het originele:
|
||||
|
||||
– getuigschrift Wetenschappelijk Onderwijs of Hoger Beroepsonderwijs,
|
||||
uitgereikt op grond van de Wet op het hoger wetenschappelijk
|
||||
onderwijs;
|
||||
– diploma voortgezet (middelbaar) onderwijs, uitgereikt op grond van de
|
||||
Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
– diploma beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie
|
||||
beroepsonderwijs;
|
||||
– diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de Wet educatie
|
||||
beroepsonderwijs of de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs;
|
||||
– diploma staatsexamen Nederlands als tweede Taal (NT-2), programma I of
|
||||
II;
|
||||
– Certificaat Inburgering in het kader van de Wet Inburgering
|
||||
Nieuwkomers (WIN) met daarop de expliciete vermelding dat minimaal
|
||||
niveau 2 voor NT-2 is behaald. Daarnaast dient verzoeker de verklaring
|
||||
van het ROC te overleggen op grond waarvan het niveau voor NT-2 op het
|
||||
certificaat is ingevuld. Het vermelde niveau op het Certificaat
|
||||
inburgering dient uiteraard overeen te komen met het niveau dat is
|
||||
vermeld op de bijbehorende ROC-verklaring. Een certificaat zonder
|
||||
vermelding van enig niveau, of met vermelding van een niveau dat
|
||||
verschilt van de ROC-verklaring, geeft dus geen recht op
|
||||
vrijstelling.
|
||||
3. Degene die door het College van Burgemeester en Wethouders is vrijgesteld
|
||||
of ontheven (artikel 3,
|
||||
eerste lid, aanhef en onder e, f en g, BNT) van het
|
||||
inburgeringsprogramma in het kader van de WIN. Betrokkene dient in dit geval
|
||||
de originele beschikking tot vrijstelling of ontheffing te overleggen. Ten
|
||||
aanzien van een beschikking tot vrijstelling (artikel 3, eerste lid, aanhef en
|
||||
onder e, BNT) moet worden nagegaan of de vrijstelling heeft
|
||||
plaatsgevonden op grond van de veronderstelling dat verzoeker de kennis,
|
||||
inzicht en vaardigheden op het moment van de vrijstelling in zijn bezit had
|
||||
of dat hij die (binnen een redelijke termijn na het moment van de
|
||||
vrijstelling) in zijn bezit zou krijgen (artikel 5, tweede lid,
|
||||
WIN). Vrijstelling van het inburgeringsprogramma kan namelijk ook
|
||||
zijn verleend op grond van kennis, inzicht en vaardigheden waarvan wordt
|
||||
verondersteld dat die in de toekomst zullen worden verworven. Indien een
|
||||
vrijstelling van het inburgeringsprogramma is verleend op grond van in de
|
||||
toekomst te verwerven kennis, inzicht en vaardigheden wordt verzoeker niet
|
||||
vrijgesteld van de naturalisatietoets; betrokkene heeft immers in dat geval
|
||||
nog niet aangetoond dat hij reeds over het vereiste taal- en kennisniveau
|
||||
beschikt.
|
||||
41
|
||||
De vrijstellingen genoemd in artikel 3, eerste lid,
|
||||
BNT gelden binnen het gehele Koninkrijk.
|
||||
|
||||
##### 2.3. (Gedeeltelijke) ontheffing van de toets
|
||||
|
||||
###### 2.3.1. Inleiding
|
||||
|
||||
Een verzoeker tot naturalisatie die wegens een lichamelijke en/of
|
||||
geestelijke belemmering of wegens ongeletterdheid niet in staat is de
|
||||
naturalisatietoets af te leggen, is ingevolge artikel 4 Besluit
|
||||
naturalisatietoets ontheven van de toets.
|
||||
|
||||
###### 2.3.2. (Gedeeltelijke) ontheffing van de toets
|
||||
|
||||
In de procedure wordt onderscheid gemaakt tussen ontheffing wegens een
|
||||
lichamelijke en/of geestelijke belemmering (zie daarvoor onder 3) en ontheffing wegens ‘ongeletterdheid’ (zie onder 4).
|
||||
|
||||
De belemmering moet het betrokkene feitelijk en blijvend onmogelijk maken de
|
||||
naturalisatietoets af te leggen. In dat kader wordt ervan uitgegaan dat indien
|
||||
te verwachten is dat betrokkene wegens een lichamelijke en/of een geestelijke
|
||||
belemmering niet binnen vijf jaar op reguliere wijze de toets kan afleggen,
|
||||
reden tot ontheffing bestaat. Eenzelfde termijn van vijf jaar geldt bij de
|
||||
beoordeling of een ongeletterde verzoeker nog het gewenste lees- en
|
||||
schrijfvaardigheidniveau zal halen.
|
||||
|
||||
###### 2.3.3. Lichamelijke of geestelijke belemmering
|
||||
|
||||
Indien de verzoeker een ernstige lichamelijke en/of geestelijke belemmering
|
||||
heeft, is hij ontheven van de naturalisatietoets of één of meer onderdelen
|
||||
daarvan. Betrokkene dient zelf door middel van één of meer verklaringen aan te
|
||||
tonen dat hij in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke ontheffing. In
|
||||
geval van een lichamelijke of geestelijke belemmering volgt de burgemeester de
|
||||
hierna beschreven procedure.
|
||||
|
||||
De (aspirant-)verzoeker verklaart dat hij niet in staat is de volledige
|
||||
naturalisatietoets te doen, dan wel dat hij slechts één of meer onderdelen
|
||||
niet kan doen. Voor deze verklaring is model 2.26 (Beroep op ontheffing
|
||||
naturalisatietoets) beschikbaar. Het ingevulde en door betrokkene ondertekende
|
||||
model 2.26 wordt gevoegd bij het naturalisatieverzoek.
|
||||
|
||||
Betrokkene dient de belemmering aan te tonen door middel van het overleggen
|
||||
van één of meer verklaringen van een arts of deskundige.
|
||||
|
||||
Er is een informatieblad over de naturalisatietoets en de ontheffing daarvan
|
||||
wegens een lichamelijke en/of geestelijke belemmering beschikbaar bij de
|
||||
gemeente voor de arts of deskundige. Het is de verzoeker tot naturalisatie aan
|
||||
te raden dit informatieblad voor de arts of deskundige mee te nemen.
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de arts of deskundige is model 2.27 (Modelverklaring ten
|
||||
behoeve van arts/deskundige in het kader van de ontheffing van de
|
||||
naturalisatietoets) beschikbaar met daarin de punten die in de op te maken
|
||||
verklaring van belang zijn. De verklaring wordt opgemaakt door de
|
||||
modelverklaring in te vullen. Verklaringen, opgemaakt anders dan conform dit
|
||||
model, dan wel onvolledig ingevuld, worden niet geaccepteerd. Om in zo’n geval
|
||||
de garantie te hebben dat het model inderdaad is ingevuld door de arts of
|
||||
deskundige, hecht deze een korte verklaring dienaangaande op zijn eigen brief-
|
||||
of receptpapier aan de ingevulde verklaring. De arts/deskundige voorziet het
|
||||
eigen brief- of receptpapier van zijn stempel en zijn paraaf.
|
||||
|
||||
Geaccepteerd worden verklaringen afkomstig van een in Nederland gevestigde
|
||||
(huis)arts (denk bijv. ook aan een arts GGD, verpleeg- of verzorgingshuisarts,
|
||||
of een in Nederland gevestigde medisch specialist) of een andere in Nederland
|
||||
gevestigde deskundige.
|
||||
|
||||
Is de verklaring afkomstig van een arts, dan moet het betreffen een in
|
||||
Nederland gevestigde arts, die als zodanig is ingeschreven in het BIG-register
|
||||
(het conform de Wet op de beroepen in de individuele
|
||||
gezondheidszorg door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en
|
||||
Sport gehouden register). Is de verklaring niet afkomstig van een arts, maar
|
||||
wel van een deskundige werkzaam binnen de gezondheidszorg, dan dient ook deze
|
||||
deskundige, denk bijvoorbeeld aan een psychotherapeut, te zijn geregistreerd
|
||||
conform de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
|
||||
|
||||
Een verklaring van een psycholoog moet afkomstig zijn van een psycholoog
|
||||
ingeschreven in het register van psychologen bij het Nederlands Instituut van
|
||||
Psychologen (dit blijkt uit een NIP-registratie).
|
||||
|
||||
In de voorlichtende sfeer wijst de gemeente betrokkene op het feit dat de
|
||||
verklaring afkomstig moet zijn van een arts of deskundige als hierboven
|
||||
beschreven. De gemeente gaat ervan uit dat een overgelegde verklaring is
|
||||
opgemaakt door een bevoegde arts of deskundige. Het is niet de bedoeling dat
|
||||
de gemeente dienaangaande een controle verricht. Tijdens de behandeling van
|
||||
het naturalisatieverzoek kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
|
||||
onderzoeken of de verklaring door een bevoegde arts of deskundige is
|
||||
opgemaakt.
|
||||
|
||||
Op het moment van indienen van het naturalisatieverzoek bij de gemeente mag
|
||||
de verklaring niet ouder zijn dan 6 maanden.
|
||||
|
||||
De overgelegde verklaring geeft aan welk onderdeel (of welke onderdelen) van
|
||||
de toets iemand niet kan doen. Tevens dient de overgelegde verklaring te
|
||||
vermelden om welke lichamelijke of geestelijke reden de betrokken onderdelen
|
||||
niet kunnen worden afgelegd.
|
||||
|
||||
De gemeente treedt niet in een inhoudelijke beoordeling van de medische of
|
||||
deskundigenverklaring. De gemeente kan zonder nadere controle afgaan op de
|
||||
medische verklaring, en op het adviesblad naturalisatie bij ‘inburgering’
|
||||
aantekenen dat ‘ontheffing’ van (bepaalde onderdelen van) de
|
||||
naturalisatietoets wordt geadviseerd.
|
||||
|
||||
Mocht evenwel de verklaring niet voldoende duidelijk zijn, dan adviseert de
|
||||
burgemeester betrokkene een duidelijkere verklaring te krijgen. Wenst
|
||||
betrokkene toch een naturalisatieverzoek in te dienen, onder overlegging van
|
||||
een verklaring die niet voldoende duidelijk is ter zake van de lichamelijke
|
||||
en/of geestelijke belemmering en het gevolg daarvan voor het kunnen afleggen
|
||||
van onderdelen van de naturalisatietoets, dan wordt op het adviesblad
|
||||
naturali- satie bij ‘inburgering’ niet akkoord aangetekend.
|
||||
|
||||
Telefonisch overleg met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) inzake
|
||||
overgelegde verklaringen is voor gemeenten altijd mogelijk via de vaste
|
||||
aanspreekpunten bij de naturalisatie-units van de Immigratie- en
|
||||
Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
|
||||
Is iemand doof of doofstom (en blijkt dit uit de overgelegde verklaring),
|
||||
dan is betrokkene ontheven van de volledige naturalisatietoets. Gezien de vorm
|
||||
waarin de toets wordt aangeboden, kunnen doven en doofstommen geen enkel
|
||||
onderdeel van de naturalisatietoets afleggen. Onder doof valt mede
|
||||
hardhorendheid, indien betrokkene niet door hulpmiddelen alsnog voldoende
|
||||
hoorvermogen krijgt om de toets af te leggen. Ook de hier bedoelde personen
|
||||
zijn ontheven van de volledige toets.
|
||||
|
||||
Is betrokkene blind of ‘stom’ dan wordt hij/zij verwezen naar het ROC van
|
||||
Amsterdam om onderdelen van de toets te doen. Iemand die blind is, kan de
|
||||
onderdelen luisteren en spreken wel doen. Iemand die ‘stom’ is, kan de
|
||||
onderdelen Maatschappijoriëntatie, schrijven, luisteren en lezen wel doen. Is
|
||||
betrokkene blind dan worden de onderdelen luisteren en spreken afgenomen door
|
||||
middel van de telefoontoets.
|
||||
|
||||
Onder lichamelijke of geestelijke belemmering, waarvoor een verklaring van
|
||||
een arts of deskundigen is vereist, zijn mede te verstaan woordblindheid
|
||||
(dyslexie), een beperkt leervermogen (bijvoorbeeld Downsyndroom) alsmede
|
||||
duurzame ernstige depressies, trauma’s en/of concentratiestoornissen. Ook in
|
||||
deze gevallen geldt dat de overgelegde verklaring van de arts of deskundige
|
||||
duidelijk moet stellen welk onderdeel (of onderdelen) betrokkene niet kan
|
||||
afleggen en wat de reden daarvoor is.
|
||||
|
||||
Ook hier geldt dat de gemeente niet in de inhoudelijke beoordeling treedt
|
||||
van de verklaring. In beginsel is een verklaring van de eigen huisarts
|
||||
voldoende. Zo kan bij woordblindheid of dyslexie de verklaring afkomstig zijn
|
||||
van de (al dan niet eigen) huisarts, dan wel van deskundigen als een
|
||||
psycholoog of een orthopedagoog.
|
||||
|
||||
Echter, dit geldt niet in een geval waarin sprake is van een psychische
|
||||
stoornis, zoals bijvoorbeeld duurzame ernstige depressies, trauma’s en/of
|
||||
concentratiestoornissen. Beoordeling daarvan dient te geschieden door een
|
||||
deskundige op het gebied van psychische ziektebeelden. In die gevallen dient
|
||||
de verklaring afkomstig te zijn van een psychiater of een psycholoog.
|
||||
|
||||
Mocht daartoe aanleiding bestaan dan kan tijdens de naturalisatieprocedure
|
||||
de gegrondheid van het beroep op ontheffing van de naturalisatietoets nader
|
||||
worden onderzocht door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Bureau
|
||||
Medische Advisering. In het kader van dit onderzoek kan betrokkene
|
||||
rechtstreeks worden opgeroepen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst
|
||||
(IND).
|
||||
|
||||
Blijkt uit het ingevulde model 2.26, en de ondersteunende verklaring(en) dat
|
||||
betrokkene één of meer onderdelen van de toets moet afleggen, dan verwijst de
|
||||
gemeente op de hieronder bij 2.3.6 beschreven wijze betrokkene naar het ROC
|
||||
van Amsterdam. Het onderdeel (of de onderdelen) die betrokkene wél kan doen,
|
||||
moet(en) ingevolge artikel 3,
|
||||
vierde lid Regeling naturalisatietoets worden afgelegd bij het
|
||||
Regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam. In beginsel doet betrokkene in
|
||||
een reguliere klas het onderdeel of de onderdelen van de toets die hij wel kan
|
||||
afleggen (tegen het gewone herkansingstarief). De betrokkene moet ‘gewoon’
|
||||
kunnen meedoen aan een onderdeel van de toets. Er worden geen onderdelen
|
||||
aangepast voor betrokkene. Het gaat dus in beginsel om óf ontheffing van een
|
||||
onderdeel, óf het kunnen meedoen aan een toetsmoment met ‘reguliere’
|
||||
deelnemers.
|
||||
|
||||
Is betrokkene niet in staat op de gebruikelijke wijze te lezen en/of
|
||||
schrijven (bijvoorbeeld doordat hij/zij alleen kan lezen met gebruikmaking van
|
||||
het brailleschrift), dan doet hij/zij de onderdelen door middel van de
|
||||
telefoontoets.
|
||||
|
||||
Indien verzoeker het/de getoetste onderdeel(en) met goed gevolg heeft
|
||||
afgelegd, reikt het ROC van Amsterdam hem/haar het Certificaat
|
||||
Naturalisatietoets uit met achter het/de niet- getoetste onderdeel(en) de
|
||||
aantekening: NIET AFGENOMEN.
|
||||
|
||||
Ingeval de onderdelen luisteren en spreken door middel van de telefoontoets
|
||||
zijn afgenomen, dan wordt achter deze onderdelen geplaatst de aantekening:
|
||||
AFGENOMEN MET TELEFOONTOETS.
|
||||
|
||||
Tezamen met de overgelegde verklaringen en model 2.26 stuurt de gemeente met
|
||||
het naturalisatiedossier een gewaarmerkt afschrift van het Certificaat
|
||||
Naturalisatietoets aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Een ander
|
||||
gewaarmerkt afschrift houdt de burgemeester voor zichzelf. Het certificaat
|
||||
wordt weer aan verzoeker overhandigd.
|
||||
|
||||
###### 2.3.4. Beroep op ‘ongeletterdheid’
|
||||
|
||||
Ongeletterdheid kan aanleiding zijn voor gedeeltelijke ontheffing van de
|
||||
naturalisatietoets. Onder de navolgende omstandigheden leidt ongeletterdheid
|
||||
(of ‘analfabetisme’) tot ontheffing. Het gaat hier om de verzoeker die
|
||||
ongeletterd is en die kan aantonen dat hij zich extra heeft ingespannen het
|
||||
vereiste taalniveau van onderdelen van de naturalisatietoets te bereiken, maar
|
||||
daarin niet is geslaagd. Betrokkene is ontheven van de toets, indien hij een
|
||||
verklaring overlegt van een ter zake deskundige, waarin deze aangeeft dat
|
||||
betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer
|
||||
vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet meer in staat geacht kan worden
|
||||
het gewenste lees- en schrijfvaardigheidniveau te bereiken.
|
||||
|
||||
Het bovenstaande leidt ertoe dat bij een beroep op deze ontheffingsgrond een
|
||||
nader onderzoek door een deskundige moet worden ingesteld naar de
|
||||
ongeletterdheid en de mate van extra inspanning van betrokkene, alsmede naar
|
||||
diens leervermogen, vooropleiding en leeftijd.
|
||||
|
||||
Dit zogenaamde ‘haalbaarheidsonderzoek’ vindt conform artikel 3, derde lid
|
||||
Regeling naturalisatietoets uitsluitend plaats bij het Regionaal Opleidingen
|
||||
Centrum van Amsterdam. Het ROC van Amsterdam beoordeelt of het haalbaar is
|
||||
voor betrokkene binnen een tijdsbestek van vijf jaar Nederlands te leren lezen
|
||||
en schrijven op het niveau Nederlands als Tweede taal, kwalificatiestructuur
|
||||
educatie, niveau 2 (NT2, KSE niveau 2).
|
||||
|
||||
Als ‘ter zake deskundigen’ gelden in dit verband derhalve uitsluitend de
|
||||
taalkundigen van het Regionaal Opleidingen Centrum van Amsterdam.
|
||||
|
||||
Betrokkene betaalt voor het haalbaarheidsonderzoek € 202,00.
|
||||
|
||||
Gezien de vorm waarin de naturalisatietoets wordt afgenomen, kunnen de
|
||||
onderdelen maatschappijoriëntatie, luisteren en spreken bij een geslaagd
|
||||
beroep op ongeletterdheid niet op reguliere wijze door betrokkene worden
|
||||
afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om een onderdeel
|
||||
van de (reguliere) naturalisatietoets te kunnen afleggen. Dit niet alleen
|
||||
omdat de instructies voor het afleggen van de (reguliere) toets schriftelijk
|
||||
zijn, maar ook omdat de toetsvragen bij de onderdelen ‘spreken’ en ‘luisteren’
|
||||
schriftelijk in de opgavenboekjes zijn opgenomen. Bij de telefoontoets geldt
|
||||
de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op
|
||||
ongeletterdheid moet de ongeletterde verzoeker derhalve de onderdelen
|
||||
‘spreken’ en ‘luisteren’ door middel van de telefoontoets afleg- gen.
|
||||
|
||||
Indien de ongeletterde verzoeker de getoetste onderdelen met goed gevolg
|
||||
heeft afgelegd, reikt het ROC van Amsterdam hem het Certificaat
|
||||
Naturalisatietoets uit met achter de niet-getoetste onderdelen de aantekening:
|
||||
NIET AFGENOMEN en achter de getoetste onderdelen de aantekening: AFGENOMEN MET
|
||||
TELEFOONTOETS.
|
||||
|
||||
Indien de (aspirant-)verzoeker tot naturalisatie een verklaring van het ROC
|
||||
van Amsterdam overlegt met het advies dat betrokkene wegens ongeletterdheid en
|
||||
beperkte educatieve vaardigheden in een tijdsbestek van vijf jaar niet in
|
||||
staat is de naturalisatietoets te halen, tekent de burgemeester op het
|
||||
adviesblad naturalisatie aan dat ‘gedeeltelijke ontheffing’ van de
|
||||
naturalisatietoets wordt geadviseerd.
|
||||
|
||||
Met het naturalisatiedossier stuurt de gemeente een gewaarmerkt afschrift
|
||||
van de verklaring van het ROC van Amsterdam aan de Immigratie- en
|
||||
Naturalisatiedienst (IND). Een ander gewaarmerkt afschrift houdt de
|
||||
burgemeester voor zijn administratie. Het origineel van de verklaring van het
|
||||
ROC van Amsterdam wordt weer aan verzoeker overhandigd.
|
||||
|
||||
Incidenteel zal bij gemeente of Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de
|
||||
behoefte blijken om inzake de verklaring van het ROC van Amsterdam navraag te
|
||||
doen bij dat ROC. Onderaan de verklaring staat daarvoor een
|
||||
telefoonnummer.
|
||||
|
||||
###### 2.3.5. Toetsingscriteria ongeletterdheid
|
||||
|
||||
Iemand is ‘ongeletterd’ in het kader van de naturalisatietoets indien hij
|
||||
analfabeet is in zowel zijn eigen taal als in het Nederlands. Beheerst iemand
|
||||
wel het schrift van zijn eigen taal (bijvoorbeeld betrokkene kan Arabisch,
|
||||
Chinees of Thais schrijven), maar beheerst hij niet het Europese schrift, dan
|
||||
kan hij niet als ‘analfabeet’ worden beschouwd. Betrokkene beheerst immers de
|
||||
kunst van het schrijven. In onderwijskringen wordt dit ‘anders
|
||||
gealfabetiseerd’ genoemd.
|
||||
|
||||
Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding
|
||||
(lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van de naturalisatietoets
|
||||
als ongeletterd beschouwd. Mogelijk kan betrokkene enigszins in zijn eigen
|
||||
taal en (al dan niet) ook in het Nederlands enige woorden lezen en schrijven,
|
||||
toch is betrokkene te beschouwen als ongeletterd. Van eenieder die op model
|
||||
2.28 aangeeft dat hij in het herkomstland geen enkele opleiding heeft
|
||||
afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven.
|
||||
Betrokkene hoeft dienaangaande geen stukken te overleggen.
|
||||
|
||||
Betrokkene dient aan de hand van certificaten of verklaringen van (bij
|
||||
voorkeur onderwijs-) instellingen aan te tonen dat hij zich heeft ingespannen
|
||||
om Nederlands te leren schrijven en lezen. Van een ‘extra inspanning’ is
|
||||
sprake als betrokkene meer heeft gedaan op het gebied van Nederlands leren
|
||||
lezen en schrijven dan hij op grond van voor hem geldende regelgeving
|
||||
verplicht was om te doen. Het moet wel ten minste gaan om een cursus in een
|
||||
georganiseerd verband, bij voorkeur bij een onderwijsinstelling, maar het kan
|
||||
ook gaan om gemeentelijk welzijnswerk, een cursus bij of via het arbeidsbureau
|
||||
of een cursus bij een buurt- of clubhuis.
|
||||
|
||||
Dit betekent voor een betrokkene die verplicht is geweest de
|
||||
inburgeringscursus uit de Wet
|
||||
Inburgering Nieuwkomers te doen (en daarvoor (wel getoetst) niet
|
||||
het niveau heeft gehaald waarop hij vrijstelling van de naturalisatietoets zou
|
||||
hebben gekregen, (ingevolge artikel 3,
|
||||
eerste lid en onder d Besluit Naturalisatietoets)), dat hij, na het
|
||||
hebben gevolgd van de WIN-cursus, moet kunnen aantonen dat hij (onverplicht
|
||||
door enige regelgeving) door middel van het volgen van een cursus zich heeft
|
||||
ingespannen te leren lezen en schrijven in de Nederlandse taal.
|
||||
|
||||
Voor een betrokkene die niet is verplicht geweest de inburgeringscursus uit
|
||||
de Wet Inburgering Nieuwkomers te doen, geldt in het kader van ‘extra
|
||||
inspanning’ een zelfde maatstaf. Ook hier moet betrokkene kunnen aantonen dat
|
||||
hij (onverplicht door enige regelgeving) door middel van een cursus Nederlands
|
||||
zich heeft ingespannen te leren lezen en schrijven.
|
||||
|
||||
De eis van ‘extra inspanning’ dient betrokkene door middel van bescheiden,
|
||||
afkomstig van de instelling waar het onderwijs of de cursus is gevolgd, aan te
|
||||
kunnen tonen bij het ROC van Amsterdam.
|
||||
|
||||
De gemeente heeft hierbij een voorlichtende taak, die eruit bestaat
|
||||
betrokkene erop te wijzen dat hij bij zijn aanmelding bij het ROC van
|
||||
Amsterdam zal moeten kunnen aantonen dat hij (onverplicht) een cursus
|
||||
Nederlands heeft gedaan. Gezien de kosten voor het onderzoek is het een
|
||||
betrokkene die niet kan aantonen (onverplicht) een cursus Nederlands te hebben
|
||||
gedaan, bij voorbaat af te raden om zich bij het ROC van Amsterdam te melden
|
||||
voor het onderzoek. Alleen als betrokkene ervan overtuigd is de ‘extra
|
||||
inspanning’ te kunnen aantonen bij het ROC van Amsterdam, heeft het zin hem
|
||||
door te verwijzen naar dat ROC voor het onderzoek naar de vraag of betrokkene
|
||||
eventueel nog binnen vijf jaar met kans op succes de naturalisatietoets zal
|
||||
kunnen afleggen.
|
||||
|
||||
Anders dan in het voorafgaande onder 3, waar ‘beperkt leervermogen’
|
||||
betrekking heeft op lichamelijke en geestelijke aandoeningen als gevolg
|
||||
waarvan iemand gebrekkige (of gebrekkig werkende) verstandelijke vermogens
|
||||
bezit, gaat het hier om ‘beperkt leervermogen’ in de zin van ‘beperkte
|
||||
studievaardigheden als gevolg van gebrek aan educatie’. Iemand die nooit
|
||||
geleerd heeft om ‘te leren’ bezit, in deze context, een ‘beperkt
|
||||
leervermogen’.
|
||||
|
||||
Of hiervan sprake is, wordt onderzocht en beoordeeld door het ROC van
|
||||
Amsterdam. In die beoordeling betrekt het ROC van Amsterdam factoren als de
|
||||
geen tot zeer beperkte vooropleiding van betrokkene, diens leeftijd en het
|
||||
feit dat betrokkene wel heeft getracht Nederlands te leren schrijven en lezen
|
||||
op NT2, niveau 2.
|
||||
|
||||
###### 2.3.6. Aanmelding bij ROC Amsterdam
|
||||
|
||||
Voor het afleggen van een toetsonderdeel of -onderdelen of de telefoontoets,
|
||||
dan wel de aanmelding voor het ‘haalbaarheidsonderzoek’ meldt betrokkene zich
|
||||
door middel van model 2.28 (Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam) aan bij
|
||||
dat ROC. De ongeletterde verzoeker bij wie het ROC van Amsterdam reeds heeft
|
||||
vastgesteld dat hij voldoet aan de criteria voor ongeletterdheid, wordt
|
||||
rechtstreeks opgeroepen door dat ROC om de onderdelen luisteren en spreken af
|
||||
te leggen. Bij een lichamelijke of geestelijke belemmering meldt de
|
||||
(aspirant-)verzoeker zich wel zelf rechtstreeks aan bij het ROC van Amsterdam.
|
||||
In een aantal gevallen –denk aan gehandicapten en ongeletterden –zal de hulp
|
||||
van de gemeente bij het invullen van model 2.28 noodzakelijk blijken.
|
||||
Betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het insturen van zijn
|
||||
aanmeldingsformulier.
|
||||
|
||||
Op het aanmeldingsformulier wordt ingeval van een beroep op ongeletterdheid
|
||||
door de gemeente ingevuld of betrokkene verplicht is geweest een Wet
|
||||
Inburgering Nieuwkomerstraject te volgen. Alsdan wordt het formulier voorzien
|
||||
van een gemeente- of dienststempel. Tezamen met het ingevulde model 2.28
|
||||
stuurt betrokkene die zich wenst aan te melden voor het
|
||||
haalbaarheidsonderzoek, het bewijs of bewijzen mee van zijn gepleegde ‘extra
|
||||
inspanning’. Dit betekent voor degene die WIN-plichtig is geweest: het
|
||||
(originele) Certificaat Inburgering én overige verklaringen. Voor degene die
|
||||
niet WIN-plichtig is geweest betreft het (alleen) één of meer overige
|
||||
verklaringen.
|
||||
|
||||
Na ontvangst van het aanmeldingsformulier stuurt het ROC Amsterdam
|
||||
betrokkene een acceptgiro en roept na het ontvangen van de betaling betrokkene
|
||||
op voor (bij een lichamelijke en/of geestelijke belemmering) het/de af te
|
||||
leggen onderdeel of onderdelen dan wel voor het haalbaarheidsonderzoek. Is van
|
||||
de gepleegde ‘extra inspanning’ onvoldoende bewijs overgelegd naar het oordeel
|
||||
van het ROC van Amsterdam, dan wordt door het ROC het aanmeldingsformulier,
|
||||
inclusief de aangeleverde bescheiden, aan betrokkene geretourneerd.
|
||||
|
||||
#### 3. Opneming in de Nederlandse samenleving
|
||||
|
||||
Naast het in zijn bezit hebben van een door de wet bepaalde mate van kennis van
|
||||
de Nederlandse taal, staatsinrichting en maatschappij dient de verzoeker die in
|
||||
aanmerking wil komen voor naturalisatie zich te hebben doen opnemen in de
|
||||
Nederlandse samenleving. Deze voorwaarde wordt onder andere getoetst aan de hand
|
||||
van een monogaam huwelijk.
|
||||
|
||||
##### 3.1. Polygamie
|
||||
|
||||
Voor wat betreft polygamie (of bigamie) kan worden opgemerkt dat er sprake is
|
||||
van opneming in de Nederlandse samenleving wanneer verzoeker zijn situatie in
|
||||
overeenstemming heeft gebracht met de in Nederland geldende rechtsbeginselen,
|
||||
waaronder dat van monogamie.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Beoordeling buitenlandse verstotingsakten
|
||||
|
||||
Bij de behandeling van een verzoek om naturalisatie worden moeilijkheden
|
||||
ondervonden die vaak verband houden met de beoordeling door ambtenaren van de
|
||||
GBA van buitenlandse verstotingsakten. Het blijkt namelijk dat bij de
|
||||
inschrijving in de GBA van eenzijdige verstotingen, in het verleden veelal is
|
||||
nagelaten na te gaan of de vrouw met de verstoting heeft ingestemd dan wel zich
|
||||
daarbij heeft neergelegd. De omstandigheid dat een verstoting in de GBA staat
|
||||
ingeschreven als ontbinding van een huwelijk levert dan ook geen bewijs op dat
|
||||
de verstoting rechtsgeldig tot stand is gekomen.
|
||||
46
|
||||
Zie ABRS, 18-11-99, nr. H01.98.2025.
|
||||
Dit kan tot gevolg hebben dat de ongeldigheid van een verstoting jaren
|
||||
na inschrijving alsnog aan de betrokken persoon wordt tegengeworpen. Het kan dan
|
||||
voor hem moeilijk zijn na zo lange tijd nog een bewijs van de berusting van de
|
||||
vrouw te verkrijgen.
|
||||
|
||||
##### 3.3. Weigering tot opneming in de Nederlandse
|
||||
samenleving
|
||||
|
||||
Inburgering veronderstelt in algemene zin een zekere aanvaarding van de
|
||||
Nederlandse samenleving.
|
||||
|
||||
Inburgering wordt met name getoetst aan de hand van de naturalisatietoets en
|
||||
het vereiste van een monogaam huwelijk. Als verzoeker aan deze voorwaarden
|
||||
voldoet, wordt in beginsel aangenomen dat hij de Nederlandse rechtsorde in
|
||||
algemene zin heeft aanvaard.
|
||||
|
||||
Echter, indien duidelijk blijkt dat verzoeker zich buiten deze vereisten om
|
||||
opzettelijk afzijdig houdt van –of afzet tegen –alles wat Nederlands is of op
|
||||
Nederland betrekking heeft, of bijvoorbeeld weigert zijn kinderen naar school te
|
||||
laten gaan, zal hij niet kunnen worden beschouwd als te zijn opgenomen in de
|
||||
Nederlandse samenleving en zal zijn verzoek om naturalisatie worden afgewezen.
|
||||
Gedacht wordt hier bijvoorbeeld ook aan het doen van uitlatingen die zich
|
||||
richten tegen de democratische rechtsorde of oproepen tot feitelijk handelen in
|
||||
strijd met de geldende wet- en regelgeving, of die een gevaar opleveren voor de
|
||||
goede betrekkingen van Nederland met andere mogendheden. Er moeten in het geval
|
||||
van weigering tot opneming dus omstandigheden zijn die blijk geven van
|
||||
onvoldoende inburgering van contra-indicaties als het ware.
|
||||
|
||||
Een vrouwelijke verzoeker stelt analfabeet te zijn en derhalve te zijn
|
||||
ontheven van de naturalisatietoets. De vrouw kan –als analfabeet –slechts in
|
||||
aanmerking komen voor ontheffing van de onderdelen lezen en schrijven en niet
|
||||
voor de overige onderdelen van de naturalisatietoets. Ter ondersteuning van een
|
||||
en ander overhandigt zij een verklaring van de huisarts en een verklaring van
|
||||
haar man. De vrouw –zij is van middelbare leeftijd –heeft geen enkele
|
||||
vooropleiding gevolgd. De burgemeester verwijst de vrouw naar het nabijgelegen
|
||||
ROC. De vrouw weigert dat en staat erop dat de burgemeester haar verzoek toch in
|
||||
behandeling neemt. De burgemeester laat haar model 2.21 invullen.
|
||||
|
||||
Beslissing: Om als analfabeet voor ontheffing van de naturalisatietoets in
|
||||
aanmerking te komen, dient de vrouw niet een verklaring van de arts of haar man
|
||||
te overleggen maar een verklaring van het ROC. Op het ROC kan door deskundigen
|
||||
de mogelijkheid worden onderzocht of de vrouw ondanks haar ongeletterdheid het
|
||||
voor de naturalisatietoets vereiste taal- en kennisniveau zou kunnen behalen.
|
||||
Het ROC houdt bij haar advies rekening met de leeftijd en vooropleiding van de
|
||||
vrouw en onderzoekt of de vrouw reeds een serieuze poging heeft ondernomen zich
|
||||
de taal en materie eigen te maken.
|
||||
|
||||
Een Japanse vrouw die in 1981 is gehuwd met een Nederlandse man, sindsdien in
|
||||
Nederland woont en een verblijfsvergunning in haar bezit heeft, doet een verzoek
|
||||
om naturalisatie bij de gemeente van haar woonplaats. Als nieuwkomer heeft zij
|
||||
het inburgeringsprogramma niet gevolgd. Nu wil zij zich laten naturaliseren tot
|
||||
Nederlander en is bereid de naturalisatietoets af te leggen.
|
||||
|
||||
Beslissing: De Japanse vrouw komt in beginsel in aanmerking voor de
|
||||
verkrijging van het Nederlanderschap door optie ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
g, RWN. Zij hoeft niet te voldoen aan de voorwaarde van inburgering
|
||||
die de wetgever onder verlening van het Nederlanderschap beschrijft en hoeft
|
||||
dientengevolge ook geen naturalisatietoets af te leggen. Overigens staat het
|
||||
haar vrij de toets toch te doen. Voor de bevestiging van de verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap door optie speelt de toets echter geen rol.
|
||||
|
||||
#### 7
|
||||
|
||||
*Islamitische landen waar polygamie en/of verstoting mogelijk
|
||||
is*
|
||||
|
||||
| Afghanistan | + t |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Algerije | + t |
|
||||
| Bahrein | + t |
|
||||
| Bangladesh | * t |
|
||||
| Brunei | ? ? |
|
||||
| Egypte | * t |
|
||||
| Ethiopië | # ? |
|
||||
| Gambia | # = |
|
||||
| India | * t |
|
||||
| Indonesië | * = |
|
||||
| Irak | + t |
|
||||
| Iran | + t |
|
||||
| Jemen | * t |
|
||||
| Jordanië | + t |
|
||||
| Koeweit | + t |
|
||||
| Libanon | # t |
|
||||
| Libië | * t |
|
||||
| Maleisië | # t |
|
||||
| Maldiven | + ? |
|
||||
| Mali | + ? |
|
||||
| Marokko | + t |
|
||||
| Mauritanië | + t |
|
||||
| Niger | # t |
|
||||
| Nigeria | # = |
|
||||
| Oeganda | * = |
|
||||
| Pakistan | * t |
|
||||
| Qatar | + t |
|
||||
| Saudi-Arabië | = t |
|
||||
| Senegal | + = |
|
||||
| Sierra Leone | # t |
|
||||
| Singapore | * t |
|
||||
| Soedan | # t |
|
||||
| Somalië | * t |
|
||||
| Suriname | * t |
|
||||
| Syrië | * t |
|
||||
| Tanzania | * = |
|
||||
| Tsjaad | * t |
|
||||
| Tunesië | - = |
|
||||
| Verenigde Arabische Emiraten | + t |
|
||||
|
||||
+ : kent polygamie
|
||||
|
||||
* : polygamie onder beperkte voorwaarden
|
||||
|
||||
# : polygamie alleen voor islamitische groep t : verstoting
|
||||
|
||||
= : geen verstoting
|
||||
|
||||
- : kent geen polygamie
|
||||
|
||||
? : onbekend
|
||||
|
||||
### 8-2. Toelichting ad artikel 8, tweede lid
|
||||
|
||||
### 8-3. Toelichting ad artikel 8, derde lid
|
||||
|
||||
### 8-4. Toelichting ad artikel 8, vierde lid
|
||||
|
||||
### 8-5. Toelichting ad artikel 8, vijfde lid
|
||||
|
||||
### 8-6. Toelichting ad artikel 8, zesde lid
|
||||
|
||||
## 9
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
1.1f; 1.2;
|
||||
6; 7; 8; 10; 11.6; 13; 15.1d en 16.1
|
||||
|
||||
BVVN: artikelen
|
||||
31; 32; 34 en 38
|
||||
|
||||
Awb: artikelen
|
||||
4:5; 4:7;
|
||||
6:2; 7:1; 8:1 en 8:7.2
|
||||
|
||||
Bdr: artikelen
|
||||
1b; 1c en
|
||||
5 t/m 9
|
||||
|
||||
Rgdr: artikelen
|
||||
2.2 en 5.3
|
||||
|
||||
WBRv: artikel
|
||||
183
|
||||
|
||||
Wet gba: artikel 43
|
||||
|
||||
WRB: artikelen
|
||||
34.2 en 34.3
|
||||
|
||||
WvSr: artikelen
|
||||
74a en 92 t/m
|
||||
423
|
||||
|
||||
Ingevolge overgangsbepaling artikel VII, tweede
|
||||
lid, RRWN geldt overgangsrecht voor artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d,
|
||||
RWN. Zie bij artikel 7
|
||||
RWN, onder ‘Overgangsrecht’.
|
||||
|
||||
Dit heeft onder meer tot gevolg dat ten aanzien van oude verzoeken om naturalisatie,
|
||||
die zijn ingediend vóór 1 april 2003, nog steeds kan worden besloten tot aanhouding
|
||||
van de beslissing wegens onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal. Aanhouding
|
||||
vindt dan plaats op grond van artikel 9, vijfde
|
||||
lid juncto artikel 9, vierde
|
||||
lid, RWN (nieuw).
|
||||
|
||||
### 9-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
### 9-1-a. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
a
|
||||
|
||||
### 9-1-b. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
b
|
||||
|
||||
**Het verzoek van een vreemdeling die voldoet aan de artikelen 7
|
||||
en 8 wordt niettemin afgewezen, indien de verzoeker die een andere nationaliteit
|
||||
bezit, niet het mogelijke heeft gedaan om die nationaliteit te verliezen dan wel
|
||||
niet bereid is het mogelijke te zullen doen om, na de totstandkoming van de
|
||||
naturalisatie, die nationaliteit te verliezen, tenzij dit redelijkerwijs niet
|
||||
kan worden verlangd.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
2003
|
||||
44
|
||||
04-03-2003
|
||||
|
||||
01-04-2003
|
||||
|
||||
#### 1. Algemeen
|
||||
|
||||
In de periode van 1 januari 1992 tot 1 oktober 1997 werd het vereiste om afstand
|
||||
te doen van de oorspronkelijke nationaliteit niet toegepast (zie circulaire van 20
|
||||
december 1991, *Stcrt. *1992, 25). Dit kwam doordat op
|
||||
22 oktober 1991 de Tweede Kamer der Staten-Generaal de motie
|
||||
Apostolou/Soutendijk-van Apeldoorn (TK 1991-1992, 21 971, nr. 29) inzake het doen
|
||||
van afstand bij naturalisatie had aangenomen. Naar aanleiding van deze motie werd
|
||||
besloten met ingang van 1 januari 1992 de eis, zoals geformuleerd in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
b, RWN, vooruitlopend op de aanpassing van de RWN te laten vallen. Het voorstel tot schrappen van
|
||||
deze eis stuitte echter op bezwaren bij de meerderheid van de Eerste Kamer der
|
||||
Staten-Generaal, zodat het vanaf 1 januari 1992 gevoerde afstandsbeleid herziening
|
||||
behoefde. Dit herziene beleid inzake de afstandsverplichting is op 1 oktober 1997
|
||||
in werking getreden (circulaire van de Staatssecretaris van Justitie van 18 juni
|
||||
1997, kenmerk 631150/97/6, inzake wijziging van het beleid inzake het doen van
|
||||
afstand van de oorspronkelijke nationaliteit bij naturalisatie tot
|
||||
Nederlander).
|
||||
|
||||
De verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit bij
|
||||
naturalisatie is ook na inwerkingtreding van het voorstel tot wijziging van de RWN
|
||||
op 1 januari 2002 blijven bestaan, zij het met inachtneming van de uitgangspunten
|
||||
zoals geformuleerd in het op 2 februari 1993 te Straatsburg totstandgekomen Tweede
|
||||
Protocol tot wijziging van het Verdrag betreffende beperking van de gevallen van
|
||||
meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van
|
||||
meervoudige nationaliteit (*Trb. *1994, 265), hierna te
|
||||
noemen: Tweede Protocol. De uitgangspunten in het Tweede Protocol zijn neergelegd
|
||||
in artikel 9, derde lid, RWN,
|
||||
zoals dit luidt met ingang van 1 april 2003 (zie de toelichting
|
||||
bij artikel 9, derde lid, RWN).
|
||||
|
||||
#### 2. Hoofdregel: afstand van de oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit
|
||||
|
||||
Hoofdregel is dat een vreemdeling die verzoekt om naturalisatie afstand moet
|
||||
doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Dit is alleen anders indien het doen
|
||||
van afstand redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. Daarnaast zijn er
|
||||
categorieën verzoekers om naturalisatie waarop het vereiste van afstand van de
|
||||
oorspronkelijke nationaliteit niet van toepassing is (artikel 9, derde lid,
|
||||
RWN).
|
||||
|
||||
#### 3. Uitzonderingscategorieën
|
||||
|
||||
Niet alle verzoekers zijn verplicht om afstand te doen van hun oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit(en). In artikel 9, derde
|
||||
lid, RWN wordt een vijftal uitzonderingen genoemd. Daarnaast zijn er
|
||||
vreemdelingen van wie redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij afstand doen
|
||||
van hun oorspronkelijke nationaliteit(en) (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
b, RWN). Samengevat komt het erop neer dat de hieronder genoemde
|
||||
categorieën verzoekers geen afstand hoeven te doen van hun oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit:
|
||||
|
||||
1. de verzoeker die door de naturalisatie tot Nederlander zijn oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit automatisch verliest;
|
||||
2. de verzoeker die onderdaan is van een staat die niet toestaat dat afstand
|
||||
van die nationaliteit wordt gedaan;
|
||||
3. de verzoeker die volgens de wetgeving van het land waarvan hij de
|
||||
nationaliteit bezit eerst afstand van die nationaliteit kán doen nadat hij is
|
||||
genaturaliseerd. Na de totstandkoming van de naturalisatie dient de verzoeker
|
||||
wél afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit;
|
||||
4. de verzoeker die voor het doen van afstand van zijn oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit een zodanig hoog bedrag moet betalen dat hij een substantieel
|
||||
financieel nadeel zal lijden;
|
||||
5. de verzoeker die door het doen van afstand vermogensrechtelijke rechten zal
|
||||
verliezen, waardoor hij een substantieel financieel nadeel zal lijden;
|
||||
6. de verzoeker die eerst afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kan
|
||||
doen, nadat hij in het land waarvan hij de nationaliteit bezit zijn militaire
|
||||
dienstplicht heeft ver richt of deze heeft afgekocht;
|
||||
7. de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij contact opneemt met de
|
||||
autoriteiten van de staat waarvan hij de nationaliteit bezit;
|
||||
8. de verzoeker die bijzondere en objectief waardeerbare redenen heeft om geen
|
||||
afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit;
|
||||
9. de verzoeker die onderdaan is van een staat welke niet door Nederland wordt
|
||||
erkend;
|
||||
10. de verzoeker die onderdaan is van een staat die partij is bij het zogenaamde
|
||||
Tweede Protocol (zie hierna);
|
||||
11. de verzoeker die is geboren in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba
|
||||
en daar zijn hoofdverblijf heeft ten tijde van het indienen van het verzoek om
|
||||
naturalisatie;
|
||||
12. de verzoeker die vóór het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende
|
||||
vijf aaneengesloten jaren zijn hoofdverblijf in Nederland, de Nederlandse
|
||||
Antillen of Aruba heeft gehad;
|
||||
13. de verzoeker die is gehuwd met een Nederlander;
|
||||
14. de verzoeker die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba is erkend
|
||||
als vluchteling.
|
||||
|
||||
##### 3.1. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier
|
||||
wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot
|
||||
het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring
|
||||
te ondertekenen
|
||||
|
||||
Verzoeker heeft de Andorrese nationaliteit. In de wetgeving van Andorra is
|
||||
geregeld dat een Andorrees die vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgt de
|
||||
Andorrese nationaliteit verliest. In geval van automatisch verlies door
|
||||
naturalisatie tot een andere nationaliteit heeft het geen zin afstand te
|
||||
vragen.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat wier
|
||||
wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat Verzoeker
|
||||
behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen
|
||||
|
||||
Verzoeker bezit de Marokkaanse nationaliteit. De Marokkaanse
|
||||
nationaliteitswetgeving geeft aan dat in geval van naturalisatie tot een vreemde
|
||||
nationaliteit betrokkene een machtiging kan krijgen om de Marokkaanse
|
||||
nationaliteit te verwerpen. In de praktijk blijkt evenwel dat de machtiging niet
|
||||
kan worden verkregen. In feite betekent dit dus behoud van de Marokkaanse
|
||||
nationaliteit en heeft het geen zin om afstand te vragen.
|
||||
|
||||
##### 3.3. Volgens de nationaliteitswetgeving van veel Staten
|
||||
geldt dat eerst dan afstand van de nationaliteit kan worden gedaan nadat een
|
||||
andere nationaliteit is verkregen (bijvoorbeeld ter voorkoming van
|
||||
staatloosheid)
|
||||
|
||||
In deze gevallen dient de verzoeker bij het in behandeling nemen van zijn
|
||||
verzoek een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij bereid is, na de
|
||||
totstandkoming van de naturalisatie, afstand te doen van zijn oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit. Overigens, in de praktijk geldt in alle gevallen dat eerst
|
||||
afstand van de oorspronkelijke nationaliteit behoeft te worden gedaan nadat de
|
||||
naturalisatie tot stand is gekomen.
|
||||
|
||||
Een verzoeker die de Hongaarse nationaliteit bezit, kan eerst nadat hij is
|
||||
genaturaliseerd tot Nederlander de Hongaarse autoriteiten verzoeken of hij
|
||||
ontslag kan krijgen uit het Hongaarse staatsverband.
|
||||
|
||||
##### 3.4. Verzoeker zal – naar hij aantoont – voor het doen van
|
||||
afstand een bedrag aan leges moeten betalen van zodanige hoogte dat hij daardoor
|
||||
een substantieel financieel nadeel zal lijden
|
||||
|
||||
Indien verzoeker, wegens het feit dat hij substantieel financieel nadeel lijdt
|
||||
omdat hij voor de afstand een hoog bedrag moet betalen, geen afstand wenst te
|
||||
doen van de oorspronkelijke nationaliteit, dient hij een verklaring te
|
||||
ondertekenen waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te doen van de
|
||||
oorspronkelijke nationaliteit en waaruit blijkt dat hij een beroep doet op deze
|
||||
uitzonderingscategorie.
|
||||
|
||||
###### 3.4.1. Minimum en maximum financieel nadeel
|
||||
|
||||
Indien een staat voor het doen van afstand van de nationaliteit slechts een
|
||||
kleine vergoeding vraagt, zal het te lijden nadeel niet snel als substantieel
|
||||
worden aangemerkt. Het bedrag dat de staat hiervoor vraagt, zal ook weer niet
|
||||
buitensporig hoog mogen zijn. Gelet hierop geldt een minimum financieel nadeel
|
||||
en een maximum financieel nadeel.
|
||||
|
||||
###### 3.4.2. Vaststelling van het inkomen en vermogen
|
||||
|
||||
Indien een verzoeker een beroep wenst te doen op deze uitzondering op de
|
||||
afstandsver plichting, dient hij een volledig ingevulde verklaring omtrent
|
||||
inkomen en vermogen (viv) te overleggen die door of namens de burgemeester is
|
||||
afgegeven en is voorzien van een gemeentestempel. Op de viv wordt aangegeven
|
||||
welke gegevens omtrent het inkomen en vermogen van belang zijn. De viv mag
|
||||
niet ouder zijn dan twee maanden.
|
||||
|
||||
###### 3.4.3. Niet-zelfstandigen (ofwel loontrekkenden)
|
||||
|
||||
Als niet-zelfstandige wordt in dit verband aangemerkt een persoon die zijn
|
||||
inkomsten verwerft anders dan uit een bedrijf of een zelfstandig beroep.
|
||||
|
||||
In dit kader geldt als inkomen; het maandinkomen (van verzoeker en eventueel
|
||||
zijn (huwelijks)partner), inclusief de overhevelingstoeslag, na aftrek van de
|
||||
over het bruto inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies,
|
||||
pensioenpremies en vaste lasten (zoals maandelijkse uitgaven in verband met
|
||||
alimentatie ten behoeve van de gewezen partner en ten behoeve van de kinderen,
|
||||
premies van vrijwillige verzekering tegen ziektekosten, premies krachtens de
|
||||
Ziekenfondswet en de
|
||||
AWBZ, verhaalsbedragen
|
||||
in het kader van de Wwb en eventuele
|
||||
andere bijzondere uitgaven die noodzakelijk ten laste van verzoeker komen)
|
||||
(vergelijk artikel 1, onder b,
|
||||
Bdr en artikel 7
|
||||
Bdr).
|
||||
|
||||
In dit kader geldt als vermogen; de waarde van de bezittingen, verminderd
|
||||
met de waarde van de schulden (vergelijk artikelen 1, onder c,
|
||||
8 en 9 Bdr).
|
||||
|
||||
###### 3.4.4. Zelfstandigen
|
||||
|
||||
Als zelfstandige wordt in dit verband aangemerkt een persoon die inkomsten
|
||||
verwerft uit een bedrijf of een zelfstandig beroep.
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het netto maandinkomen wordt uitgegaan van het
|
||||
inkomen voorafgaand aan het jaar van indienen van het verzoek om naturalisatie
|
||||
(vergelijk artikel 5,
|
||||
derde lid, Bdr).
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het vermogen wordt uitgegaan van de toestand van
|
||||
het vermogen op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van het
|
||||
indienen van het verzoek om naturalisatie (artikel 8, tweede lid,
|
||||
Bdr).
|
||||
|
||||
Van een verzoeker die over een aanzienlijk vermogen beschikt kan niet snel
|
||||
worden aangenomen dat hij, gelet op zijn financiële draagkracht, een bedrag
|
||||
aan leges voor het doen van afstand moeilijk kan opbrengen. Hierbij geldt een
|
||||
vermogensgrens, waarboven niet meer kan worden gesproken van een door
|
||||
verzoeker te lijden substantieel financieel nadeel (uiteraard met inachtneming
|
||||
van het bepaalde in paragraaf 3.4.1).
|
||||
|
||||
– Is het te betalen bedrag voor het doen van afstand hoger dan (of gelijk
|
||||
aan) het netto maandinkomen van verzoeker, dan is sprake van substantieel
|
||||
financieel nadeel in hier bedoelde zin en behoeft verzoeker geen afstand
|
||||
te doen.
|
||||
– Is het te betalen bedrag voor het doen van afstand lager dan het netto
|
||||
maandinkomen van verzoeker, dan is geen sprake van substantieel financieel
|
||||
nadeel en kan verzoeker geen beroep doen op deze uitzondering (met
|
||||
inachtneming van het bepaalde in paragraaf 3.4.1).
|
||||
|
||||
Verzoeker A bezit de nationaliteit van land Z. A overlegt verklaringen van
|
||||
de autoriteiten van land Z waaruit blijkt dat hij voor het doen van afstand
|
||||
een bedrag van 750 moet betalen. Uit de viv en de overgelegde loonstroken
|
||||
blijkt dat A een baan heeft als bollenpeller waarmee hij 1200 netto per maand
|
||||
verdient. Hij heeft geen vermogen.
|
||||
|
||||
A lijdt door het doen van afstand geen substantieel financieel nadeel. Zijn
|
||||
netto maandinkomen is immers hoger dan het bedrag dat hij moet betalen voor
|
||||
het doen van afstand. Hij moet afstand doen van de oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit.
|
||||
|
||||
Verzoeker B is alleenstaande en bezit de nationaliteit van land Y. Uit
|
||||
verklaringen van de autoriteiten van land Y blijkt dat hij voor het doen van
|
||||
afstand van nationaliteit Y een bedrag van 1250 moet betalen. Uit de viv en de
|
||||
daarbij overgelegde stukken blijkt dat hij een netto maandinkomen van 1100
|
||||
heeft, dat hij een eigen woning heeft met een huidige marktwaarde van 150.000
|
||||
dat hij voor de aankoop van de woning een hypotheek heeft afgesloten en dat
|
||||
bij de bank nog een hypotheekschuld van 70.000 resteert.
|
||||
|
||||
B lijdt door het betalen van het bedrag voor het doen van afstand geen
|
||||
substantieel financieel nadeel. Weliswaar is zijn netto maandinkomen lager dan
|
||||
het bedrag aan leges, maar zijn in aanmerking te nemen vermogen bedraagt
|
||||
14.656 (150.000 minus 70.000 = 80.000 van welk bedrag 65.344 niet wordt
|
||||
meegerekend). Daarmee zit hij ruim boven de vermogensgrens van 6370.
|
||||
|
||||
B kan niet met succes een beroep doen op deze uitzondering en moet afstand
|
||||
van de nationaliteit van land Y doen.
|
||||
|
||||
##### 3.5. De verzoeker zal – naar hij aantoont – door het doen van
|
||||
afstand vermogensrechtelijke rechten die hij ten tijde van de indiening van het
|
||||
verzoek om naturalisatie in het land van oorsprong bezit verliezen, waardoor hij
|
||||
een substantieel financieel nadeel zal lijden
|
||||
|
||||
Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te
|
||||
behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een
|
||||
beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid
|
||||
is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.
|
||||
|
||||
###### 3.5.1. Minimum en maximum financieel nadeel
|
||||
|
||||
Indien het verlies aan vermogensrechtelijke rechten door het doen van
|
||||
afstand slechts zeer klein is, zal het te lijden nadeel niet snel als
|
||||
substantieel worden aangemerkt. Het verlies zal ook weer niet buitensporig
|
||||
hoog mogen zijn. Gelet hierop geldt ook in dit kader een minimum financieel
|
||||
nadeel en een maximum financieel nadeel.
|
||||
|
||||
Als minimum financieel nadeel geldt een verlies dat gelijk is aan het bedrag
|
||||
van het ver laagde tarief van de Nederlandse naturalisatieleges voor een
|
||||
enkelvoudig verzoek. Indien verzoeker door het doen van afstand een bedrag
|
||||
verliest dat lager ligt dan (of gelijk is aan) het bedrag van het verlaagde
|
||||
tarief, kan nooit – ongeacht het vermogen van verzoeker – met succes een
|
||||
beroep worden gedaan op deze uitzonderingsgrond. Het door verzoeker te
|
||||
verliezen bedrag is dan zo laag dat het te lijden nadeel niet als substantieel
|
||||
kan worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
Als maximum financieel nadeel geldt een verlies dat gelijk is aan tien maal
|
||||
het bedrag van het normale tarief van de Nederlandse naturalisatieleges voor
|
||||
een enkelvoudig verzoek. Indien verzoeker een bedrag verliest dat hoger ligt
|
||||
dan (of gelijk is aan) tien maal het bedrag van het normale tarief, kan altijd
|
||||
– ongeacht het vermogen van verzoeker – met succes een beroep worden gedaan op
|
||||
deze uitzonderingsgrond. Het door verzoeker te verliezen bedrag is dan zo hoog
|
||||
dat het te lijden nadeel als substantieel kan worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
Binnen de grenzen van het minimum en het maximum financieel nadeel is de
|
||||
verhouding tussen het overig vermogen van verzoeker én het bedrag dat wordt
|
||||
verloren door het doen van afstand bepalend voor de vraag of hij al dan niet
|
||||
afstand moet doen van de oorspronkelijke nationaliteit.
|
||||
|
||||
###### 3.5.2. Vaststelling van het vermogen/vermogensgrenzen
|
||||
|
||||
Voor de vaststelling van het vermogen en de geldende vermogensgrenzen is het
|
||||
hierboven gestelde onder paragrafen 3.4.2, 3.4.3 en 3.4.4 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
###### 3.5.3. Substantieel financieel nadeel (verhouding tussen
|
||||
overig vermogen en verlies van vermogensrechtelijke rechten)
|
||||
|
||||
Is het bedrag (de waarde van de vermogensrechtelijke rechten) dat wordt
|
||||
verloren door het doen van afstand hoger dan (of gelijk aan) een vierde deel
|
||||
van het overig vermogen van verzoeker, dan is sprake van substantieel
|
||||
financieel nadeel in hier bedoelde zin en behoeft verzoeker geen afstand te
|
||||
doen.
|
||||
|
||||
Is dat bedrag lager dan een vierde deel van het overig vermogen van
|
||||
verzoeker, dan is geen sprake van substantieel financieel nadeel en kan
|
||||
verzoeker geen beroep doen op deze uitzondering (met inachtneming van het
|
||||
minimum en maximum financieel nadeel).
|
||||
|
||||
Verzoekster A heeft de nationaliteit van land Z en is 40 jaar oud. Bij het
|
||||
indienen van het verzoek om naturalisatie overlegt zij verklaringen van de
|
||||
autoriteiten van land Z, waaruit blijkt dat zij een pensioen heeft opgebouwd
|
||||
van 2000 en dat pensioenbedragen alleen worden uitgekeerd aan personen met de
|
||||
nationaliteit van land Z die de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar
|
||||
hebben bereikt. De betreffende wettelijke bepalingen zijn bijgevoegd. De
|
||||
stukken zijn gelegaliseerd en zijn vertaald in het Nederlands. Uit de viv en
|
||||
de daarbij overgelegde stukken blijkt dat A in Nederland een spaartegoed heeft
|
||||
van 3000 en in Duitsland een spaartegoed heeft van 2000. A behoeft geen
|
||||
afstand te doen van haar oorspronkelijke nationaliteit. Haar opgebouwd
|
||||
pensioen kan thans niet te gelde worden gemaakt, zodat zij dat pensioen zal
|
||||
verliezen door het doen van afstand. Het te verliezen bedrag van 2000 is
|
||||
voorts groter dan een vierde deel van haar overig vermogen van 5000.
|
||||
|
||||
Verzoeker B bezit de nationaliteit van land Y. Hij heeft aldaar een aantal
|
||||
jaren geleden met het oog op de alsmaar stijgende grondprijzen een
|
||||
braakliggend stuk grond van een hectare gekocht voor 30.000. Nadien heeft hij
|
||||
niet meer naar het stuk grond omgekeken. Bij het indienen van het verzoek om
|
||||
naturalisatie toont hij aan de hand van verklaringen van de autoriteiten van
|
||||
land Y aan dat hij aldaar de eigendom heeft van de hectare grond. Hij overlegt
|
||||
tevens een notariële akte waaruit blijkt dat het stuk grond een huidige waarde
|
||||
heeft van 50.000. In een andere verklaring van de autoriteiten van land Y
|
||||
wordt gesteld dat personen die geen onderdaan zijn van land Y geen eigenaar
|
||||
mogen zijn van grond en dat zonodig de grond door de autoriteiten zonder
|
||||
geldelijke vergoeding in beslag wordt genomen. De stukken zijn gelegaliseerd
|
||||
en vertaald in het Nederlands.
|
||||
|
||||
B behoeft door het doen van afstand geen substantieel financieel nadeel te
|
||||
lijden. Weliswaar heeft hij genoegzaam aangetoond dat hij eigenaar van een
|
||||
stuk grond is met een aanzienlijke waarde en dat hij de grond door het doen
|
||||
van afstand zou verliezen, maar uit de stukken blijkt niet dat hij de grond
|
||||
slechts onder onredelijk bezwarende of belastende voorwaarden kan verkopen.
|
||||
Integendeel. Het is een braakliggend stuk grond dat hij met een goede winst
|
||||
kan verkopen. B kan niet met succes een beroep doen op deze
|
||||
uitzonderingscategorie.
|
||||
|
||||
##### 3.6. De verzoeker zal – naar hij aantoont – slechts dan
|
||||
afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit kunnen doen, nadat hij aldaar
|
||||
zijn militaire dienstplicht heeft verricht of deze heeft afgekocht. Indien
|
||||
verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden, dient
|
||||
hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een beroep doet op
|
||||
deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid is afstand te
|
||||
doen van de oorspronkelijke nationaliteit
|
||||
|
||||
Door betrokkene zal aan de hand van recente verklaringen van het land waarvan
|
||||
hij de nationaliteit bezit, moeten aantonen dat hij dienstplichtig is, dat hij
|
||||
zijn militaire dienst nog niet heeft vervuld en dat hij slechts afstand van die
|
||||
nationaliteit kan doen na vervulling (door middel van werkelijke dienst, al dan
|
||||
niet met afkoop van een gedeelte daarvan) aldaar van de militaire dienst.
|
||||
|
||||
Verzoeker A bezit de nationaliteit van land Z. Hij overlegt een twee jaar oude
|
||||
verklaring van de autoriteiten van land Z waaruit blijkt dat hij wordt
|
||||
opgeroepen voor het vervullen van de militaire dienst. Tevens overlegt hij een
|
||||
verklaring van de autoriteiten waarin staat dat personen die de dienstplicht nog
|
||||
moeten vervullen geen afstand kunnen doen van de nationaliteit van land Z. De
|
||||
stukken zijn gelegaliseerd en zijn vertaald in het Nederlands.
|
||||
|
||||
A kan niet met succes een beroep doen op deze uitzonderingscategorie.
|
||||
Weliswaar heeft hij een verklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij is
|
||||
opgeroepen voor militaire dienst, maar hij heeft niet genoegzaam aangetoond dat
|
||||
hij de dienstplicht nog moet vervullen. De oproep voor militaire dienst is
|
||||
immers twee jaar oud, zodat het mogelijk is dat hij de dienstplicht inmiddels
|
||||
heeft vervuld.
|
||||
|
||||
##### 3.7. Voor de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat
|
||||
hij zich wendt tot de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit
|
||||
bezit, geldt de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit niet
|
||||
|
||||
Het betreft hier verzoekers die bij het indienen van het verzoek om
|
||||
naturalisatie aantonen dat zij in het bezit zijn van verblijfsdocument III
|
||||
(verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd) of verblijfsdocument IV
|
||||
(verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd).
|
||||
|
||||
##### 3.8. De verzoeker heeft – naar hij stelt en aantoont –
|
||||
bijzondere en objectief waardeerbare redenen om geen afstand te doen van zijn
|
||||
oorspronkelijke nationaliteit
|
||||
|
||||
Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te
|
||||
behouden, dient hij een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij een
|
||||
beroep doet op deze uitzonderingscategorie en waaruit blijkt dat hij niet bereid
|
||||
is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.
|
||||
|
||||
##### 3.9. Een verzoeker is onderdaan van een Staat, welke niet
|
||||
door Nederland wordt erkend
|
||||
|
||||
Indien een staat niet wordt erkend, wordt vanzelfsprekend ook de nationaliteit
|
||||
van deze staat niet erkend. In een dergelijk geval afstand eisen, betekent ook
|
||||
dat van een niet-erkende staat afkomstige bewijsstukken inzake het verlies van
|
||||
de nationaliteit door de Nederlandse autoriteiten in ontvangst en in behandeling
|
||||
worden genomen. Omdat dit niet strookt met het beginsel dat met een niet-erkende
|
||||
staat geen uitwisseling van officiële stukken plaatsvindt, wordt aan personen
|
||||
afkomstig uit staten die niet worden erkend door Nederland niet gevraagd afstand
|
||||
te doen van de oorspronkelijke nationaliteit. Voorbeeld van een niet-erkende
|
||||
staat is Taiwan.
|
||||
|
||||
#### 4. Bewijsstukken
|
||||
|
||||
In de toelichting op bovenstaande uitzonderingscategorieën wordt op
|
||||
verschillende plaatsen aangegeven dat er verklaringen en/of documenten overgelegd
|
||||
dienen te worden indien verzoeker meent onder één van de uitzonderingscategorieën
|
||||
te vallen. Alleen authentieke akten worden in dit verband geaccepteerd als
|
||||
bewijsstukken. Authentieke akten zijn akten in de vereiste vorm en bevoegdelijk
|
||||
opgemaakt door ambtenaren aan wie bij of krachtens de wet is opgedragen op die
|
||||
wijze te doen blijken van door hen gedane waarnemingen of verrichtingen.
|
||||
Authentieke akten zijn tevens akten, waarvan het opmaken aan ambtenaren is
|
||||
voorbehouden, doch waarvan de wet het opmaken in bepaalde gevallen aan anderen dan
|
||||
ambtenaren opdraagt (zie artikel 183, tweede lid, WBRv).
|
||||
|
||||
#### 5. Procedure afstandsverplichting bij artikel 9, eerste lid,
|
||||
aanhef en onder b, RWN
|
||||
|
||||
##### 5.1. De verzoeker valt onder uitzonderingscategorie 3.1, 3.2
|
||||
of 3.9
|
||||
|
||||
Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen. In deze gevallen
|
||||
heeft het immers geen zin om afstand te vragen. Met het oog op automatisch
|
||||
verlies van de oorspronkelijke nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander
|
||||
of met het oog op eventuele consequenties van een dubbele nationaliteit (dit kan
|
||||
vooren- en nadelen hebben) verdient het aanbeveling dat verzoeker reeds in de
|
||||
voorlichtingsfase door de burgemeester wordt verwezen naar de autoriteiten van
|
||||
het land waarvan hij de nationaliteit bezit (hetzij direct, hetzij door
|
||||
tussenkomst van de ambassade of het consulaat) of naar de voor hem geëigende
|
||||
organisaties voor minderheden voor het verkrijgen van informatie
|
||||
hieromtrent.
|
||||
|
||||
##### 5.2. De verzoeker valt niet onder uitzonderingscategorie 3.1,
|
||||
3.2 of 3.9 en is niet bereid afstand te doen en doet een beroep op een van de
|
||||
uitzonderingen 3.4 tot en met 3.8
|
||||
|
||||
Verzoeker wordt door de burgemeester in de voorlichtingsfase gewezen op de
|
||||
verplichting om bij naturalisatie tot Nederlander afstand te doen van de
|
||||
oorspronkelijke nationaliteit. Verzoeker wordt tevens gewezen op de bestaande
|
||||
uitzonderingen op die verplichting. Hem wordt – voorzover mogelijk en in een
|
||||
voorkomend geval aan de hand van berekeningen – meegedeeld of hij al dan niet
|
||||
onder een uitzonderingscategorie valt. Hij wordt erop gewezen dat het verzoek om
|
||||
naturalisatie wordt afgewezen indien een beroep op de uitzonderingscategorie
|
||||
niet wordt gehonoreerd en dat het bedrag aan betaalde leges in dat geval niet
|
||||
wordt teruggegeven.
|
||||
|
||||
In verband met eventuele consequenties van een dubbele nationaliteit (dit kan
|
||||
voor-en nadelen hebben) verdient het aanbeveling dat verzoeker in de
|
||||
voorlichtingsfase wordt verwezen naar de autoriteiten van het land waarvan hij
|
||||
de nationaliteit bezit voor het verkrijgen van informatie hieromtrent (dit geldt
|
||||
logischerwijs niet voor een verzoeker die valt onder uitzondering 7).
|
||||
|
||||
Indien verzoeker vervolgens een beroep wenst te doen op een van de
|
||||
uitzonderingen 4 tot en met 9 moet hij bij het indienen van het verzoek om
|
||||
naturalisatie een bereidheidsverklaring ondertekenen waarin hij aangeeft dat hij
|
||||
niet bereid is afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit (zie model
|
||||
2.4 en model 2.5). Uit de bereidheidsverklaring moet duidelijk blijken op welke
|
||||
uitzonderingscategorie een beroep wordt gedaan. Aan de hand van door hem
|
||||
overgelegde documenten/bewijsstukken (zie hierboven paragraaf 4 zal verzoeker
|
||||
moeten aantonen dat hij valt onder die uitzonderingscategorie.
|
||||
|
||||
##### 5.3. De verzoeker is wél bereid afstand te doen
|
||||
|
||||
Verzoeker wordt door de burgemeester in de voorlichtingsfase gewezen op de
|
||||
verplichting om bij naturalisatie tot Nederlander afstand te doen van de
|
||||
oorspronkelijke nationaliteit. Verzoeker wordt tevens gewezen op de
|
||||
uitzonderingen op die verplichting. Hem wordt – voor zover mogelijk – meegedeeld
|
||||
of hij al dan niet onder een uitzonderingscategorie valt. Een verzoeker die
|
||||
bereid is afstand te doen wordt in de voorlichtingsfase verwezen naar de
|
||||
autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit teneinde te
|
||||
informeren naar de wijze waarop afstand van die nationaliteit kan worden gedaan
|
||||
(kan afstand worden gedaan op een ambassade of consulaire post in Nederland, kan
|
||||
alleen afstand worden gedaan in het land van herkomst of dient voor het doen van
|
||||
afstand betaald te worden etc.) én naar de (eventuele) gevolgen van het doen van
|
||||
afstand (te denken valt aan bijvoorbeeld het verlies van vermogensrechtelijke
|
||||
rechten). Dit is om te voorkomen dat verzoeker, na de totstandkoming van de
|
||||
naturalisatie tot Nederlander, bij het doen van afstand wordt geconfronteerd met
|
||||
daaraan verbonden voorwaarden waaraan hij niet kan of niet wenst te voldoen. Na
|
||||
de totstandkoming van de naturalisatie kan hij immers niet meer met succes een
|
||||
beroep doen op één van de uitzonderingscategorieën. In dat kader is van belang
|
||||
dat uit de door verzoeker ondertekende bereidheidsverklaring blijkt dat hij in
|
||||
verband met het doen van afstand is gewezen op de uitzonderingscategorieën en
|
||||
dat hij tevens is verwezen naar de autoriteiten waarvan hij de nationaliteit
|
||||
bezit voor het verkrijgen van informatie omtrent het doen van afstand.
|
||||
|
||||
Tenslotte wordt verzoeker in de voorlichtingsfase meegedeeld dat indien hij na
|
||||
de naturalisatie weigert afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit,
|
||||
het besluit waarbij hem het Nederlanderschap is verleend kan worden
|
||||
ingetrokken.
|
||||
|
||||
Indien verzoeker wél bereid is afstand te doen moet hij bij het indienen van
|
||||
het verzoek om naturalisatie een bereidheidsverklaring ondertekenen waarop hij
|
||||
dat duidelijk aangeeft (zie model 2.4; bereidheidsverklaring tot afstand van de
|
||||
oorspronkelijke nationaliteit en model 2.5; verklaring in verband met verlies
|
||||
van de Duitse/Oostenrijkse/Zuid-Afrikaanse nationaliteit).
|
||||
|
||||
#### 1
|
||||
|
||||
##### . Overzicht afstandsbepalingen in de
|
||||
nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties
|
||||
|
||||
Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de
|
||||
nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander. Bij deze lijst wordt het
|
||||
volgende aangetekend: het betreft hier een momentopname voor zover bij het
|
||||
Ministerie van Justitie bekend ten tijde van het verschijnen van deze gewijzigde
|
||||
landenlijst. Gebruikers van deze lijst die stuiten op wijzigingen of
|
||||
onjuistheden, worden verzocht dit schriftelijk aan de Immigratie- en
|
||||
Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie te melden onder vermelding
|
||||
van het onderwerp: afstandsverplichting bij naturalisatie.
|
||||
|
||||
Het postadres is: IND, SUB/AUB, Postbus 5800, 2280 HV Rijswijk.
|
||||
|
||||
| Afghanistan | B |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Albanië | B |
|
||||
| Algerije | C |
|
||||
| Andorra | A |
|
||||
| Angola | B |
|
||||
| Antigua en Barbuda | B |
|
||||
| Argentinië | C, echter in sommige gevallen A. Tot Argentijn genaturaliseerden verliezen de Argentijnse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Armenië | B |
|
||||
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3). |
|
||||
| Azerbeidzjan | B |
|
||||
| Bahama’s | B, echter in sommige gevallen C. Burgers van de Bahama’s die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt kunnen afstand doen. Burgers van de Bahama’s, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, kunnen geen afstand doen. |
|
||||
| Bahrein | B |
|
||||
| Bangladesh | C |
|
||||
| Barbados | B |
|
||||
| Belarus (Wit-Rusland) | zie Wit-Rusland |
|
||||
| België | A, D |
|
||||
| Belize | B |
|
||||
| Benin | B |
|
||||
| Bhutan | A |
|
||||
| Birma (Myanmar) | zie Myanmar |
|
||||
| Bolivia | A |
|
||||
| Bosnië-Herzegovina | B |
|
||||
| Botswana | A |
|
||||
| Brazilië | B |
|
||||
| Brunei | A |
|
||||
| Bulgarije | B |
|
||||
| Burkina Faso | A |
|
||||
| Burundi | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een verzoek om naturalisatie dat is ingediend op of na 01.03.2002 (zie TBN 2002/1). |
|
||||
| Cambodja | B |
|
||||
| Canada | B |
|
||||
| Centraal-Afrikaanse Republiek | A |
|
||||
| Chili | B, echter in sommige gevallen A. Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| China | A |
|
||||
| Colombia | C |
|
||||
| Comoren, de | B |
|
||||
| Congo (Volksrepubliek) | A |
|
||||
| Congo (Democratische Rep., vh Zaïre) | A |
|
||||
| Costa Rica | C |
|
||||
| Cuba | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003. Hoewel de relevante Cubaanse wetgeving niet is gewijzigd, staat de rechtspraktijk aldaar het doen van afstand van de Cubaanse nationaliteit na naturalisatie tot Nederlander wel toe. Naturalisandi dienen het verzoek tot afstand van de Cubaanse nationaliteit expliciet in te dienen bij een Cubaans consulair ambtenaar in het land waar zij woonachtig zijn. Om rechtsgeldig afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit dient de (Cubaanse) Minister van Binnenlandse Zaken door middel van een beschikking het verzoek tot afstand in te willigen. Deze beschikking is het bewijsstuk dat afstand is gedaan van de Cubaanse nationaliteit. (Zie TBN 2003/2) |
|
||||
| Cyprus | B |
|
||||
| Denemarken | A, D |
|
||||
| Djibouti | A |
|
||||
| Dominica | B |
|
||||
| Dominicaanse Republiek | C |
|
||||
| Bondsrepubliek Duitsland | A, D (N.B. geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002). Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt gevraagd een verklaring (model 2.5 uit de Handleiding) te ondertekenen dat hij bij de Duitse autoriteiten niet om behoud van de Duitse nationaliteit zal vragen (Zie TBN 2002/3). |
|
||||
| Ecuador | C |
|
||||
| Egypte | B Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander dient zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken te wenden teneinde toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken te hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 01.11.2002 wordt eerst beslist indien de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN tot aanhouden van het naturalisatieverzoek (zie TBN 2002/3). Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische ambassade toe. De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is na´ verkregen toestemming. |
|
||||
| El Salvador | Zie Salvador |
|
||||
| Equatoriaal-Guinee | Onbekend |
|
||||
| Eritrea | B |
|
||||
| Estland | B |
|
||||
| Ethiopië | A |
|
||||
| Fiji | B |
|
||||
| Filippijnen | A |
|
||||
| Finland | B De Finse nationaliteit gaat eerst verloren nadat de verzoeker aantoont een vreemde nationaliteit verworven te hebben. Afstand doen kan dan ook eerst nadat de verzoeker Nederlander geworden is. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 15.06.2004 (Zie TBN 2004/x). |
|
||||
| Formosa (Taiwan) | zie Taiwan |
|
||||
| Frankrijk | A, D, E |
|
||||
| Gabon | B |
|
||||
| Gambia | B |
|
||||
| Georgië | A |
|
||||
| Ghana | B De Ghanese nationaliteit ging tot 05.01.2001 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een verzoek om naturalisatie dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5). |
|
||||
| Grenada | B |
|
||||
| Griekenland | C |
|
||||
| Groot-Brittannië (Verenigd Koninkrijk en Koloniën) | Zie Verenigd Koninkrijk en Koloniën |
|
||||
| Guatemala | A |
|
||||
| Guinee | A |
|
||||
| Guinee-Bissau | A |
|
||||
| Guyana | B |
|
||||
| Haïti | A |
|
||||
| Honduras | A |
|
||||
| Hongarije | B |
|
||||
| Ierland | B |
|
||||
| India | A |
|
||||
| Indonesië | A |
|
||||
| Irak | A |
|
||||
| Iran | B (geen automatisch ver B Afstand voor verzoekers tot naturalisatie van 25 jaar of ouder is mogelijk. Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander toestemming van de Iraanse autoriteiten te hebben verkregen om een vreemde nationaliteit te verkrijgen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring (in Engelse vertaling: Proof of Leaving Nationality) van de Iraanse Minister van Buitenlandse Zaken. In Nederland woonachtige Iraanse naturalisandi dienen deze verklaring aan te vragen bij de Iraanse ambassade in Nederland. De verzoeker die het Nederlanderschap wil aanvragen, ontvangt zelf de verzochte verklaring. Bij voorkeur wordt de verklaring tegelijkertijd ingediend met het naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd indien op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek de verzoeker 25 jaar of ouder is en deze niet is vrijgesteld van de afstandsverplichting. De Iraanse overheid verleent geen toestemming indien betrokkene niet heeft voldaan aan de militaire verplichtingen. In dat geval geldt dat op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap betrokkene is vrijgesteld van de afstandsverplichting, mits hij met een gelegaliseerde verklaring van de Iraanse autoriteiten aantoont dat hem vanwege niet voldane militaire verplichtingen geen toestemming wordt verleend om een vreemde nationaliteit te verkrijgen. Op verzoeken ingediend op of na 01.10.2003 wordt eerst beslist indien de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN tot aanhouden van het naturalisatieverzoek. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Iraanse autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. (Zie TBN 2003/2). Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Iraanse overheid toe. De Iraanse nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap |
|
||||
| Israël | B |
|
||||
| Italië | A, D, E |
|
||||
| Ivoorkust | A, echter in sommige gevallen B. De hoofdregel is automatisch verlies. In geval betrokkene is ingeschreven in het register van de volkstelling, is gedurende een tijdvak van vijftien jaren, te rekenen vanaf de inschrijving in het register van de volkstelling, het verlies van de nationaliteit afhankelijk van goedkeuring van de regering. Betrokkene dient bij de autoriteiten van Ivoorkust na te gaan of hij toestemming van de regering nodig heeft. |
|
||||
| Jamaica | B |
|
||||
| Japan | A |
|
||||
| Jemen | C |
|
||||
| Joegoslavië (Servië-Montenegro) | Zie Servië-Montenegro |
|
||||
| Jordanië | B |
|
||||
| Kaapverdië | B |
|
||||
| Kambodja | B |
|
||||
| Kameroen | A |
|
||||
| Katar (Qatar) | B |
|
||||
| Kazachstan | B |
|
||||
| Kenya | A |
|
||||
| Kirgizië | B |
|
||||
| Kiribati | A |
|
||||
| Koeweit | A |
|
||||
| Korea | Zie Noord- of Zuid |
|
||||
| Kroatië | B |
|
||||
| Laos | B |
|
||||
| Lesotho | A |
|
||||
| Letland | B |
|
||||
| Libanon | B Betrokkene dient vóór het moment van naturalisatie tot Nederlander toestemming van de Libanese autoriteiten te hebben om een vreemde nationaliteit te verkrijgen. De toestemming wordt verleend bij Presidentieel besluit. Dit decreet wordt gepubliceerd in de Libanese Staatscourant (in Franse vertaling: journal officiel). Van het Presidentieel besluit vindt een aantekening plaats in de Libanese burgerlijke stand (civil registration). Het Presidentieel besluit wordt niet afgegeven aan betrokkene. Ten bewijze van de verkregen toestemming om een vreemde nationaliteit aan te nemen, legt betrokkene de pagina uit de Libanese Staatscourant (of een kopie daarvan) over. Tevens dient de verzoeker tot naturalisatie een origineel en gelegaliseerd uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand te overleggen, waarin het Presidentieel besluit is aangetekend. Genoemde stukken dienen te zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. De stukken waaruit de verkregen toestemming blijkt, legt betrokkene bij voorkeur over bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. Het verzoek tot naturalisatie kan ook worden ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan dient betrokkene zo spoedig mogelijk de stukken in te sturen naar het IND-regiokantoor waar zijn verzoek in behandeling is. Op verzoeken ingediend op of na 01.10.2003 wordt eerst beslist indien de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader wordt indien nodig gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit art. 9, vierde lid RWN tot aanhouden van het naturalisatieverzoek. Het naturalisatieverzoek wordt na ommekomst van de laatste aanhoudingstermijn ingewilligd indien nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, mits de verzoeker aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Libanese autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. (TBN 2003/2). Met het oog op de actualiteit van de gemeentelijke basisadministratie voegt de IND aan de kennisgeving aan de burgemeester dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van het uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand toe. De Libanese nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap. |
|
||||
| Liberia | A |
|
||||
| Libië | C |
|
||||
| Liechtenstein | B |
|
||||
| Litouwen | A |
|
||||
| Luxemburg | A, D |
|
||||
| Macedonië | B |
|
||||
| Madagaskar | A |
|
||||
| Malawi | A |
|
||||
| Maldiven | B |
|
||||
| Maleisië | B |
|
||||
| Mali | B |
|
||||
| Malta | B |
|
||||
| Marokko | C De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. |
|
||||
| Marshalleilanden | B |
|
||||
| Mauritanië | A |
|
||||
| Mauritius | B |
|
||||
| Mexico | C, echter in sommige gevallen B. Tot Mexicaan genaturaliseerden kunnen afstand doen van de Mexicaanse nationaliteit. |
|
||||
| Micronesia | Onbekend |
|
||||
| Moldavië | B |
|
||||
| Monaco | A |
|
||||
| Mongolië | B |
|
||||
| Mozambique | A |
|
||||
| Myanmar (Birma) | A |
|
||||
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 (zie TBN 2001/5). |
|
||||
| Nauru | C |
|
||||
| Nepal | A |
|
||||
| Nicaragua | C, in sommige gevallen A Tot Nicaraguaan genaturaliseerden verliezen hun Nicaraguaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Nieuw-Zeeland | B |
|
||||
| Niger | A |
|
||||
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Noordelijke Marianen | Onbekend |
|
||||
| Noord-Korea | A |
|
||||
| Noorwegen | A, D |
|
||||
| Oeganda | A |
|
||||
| Oekraïne | B B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt indien door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Derhalve dient verzoeker na naturalisatie een verklaring van verlies over te leggen, en dient (m.i.v. 01.03.2002) bij het naturalisatieverzoek (indien nodig) de bereidheidsverklaring (model 2.4) te worden getekend (zie TBN 2002/1). |
|
||||
| Oezbekistan | B |
|
||||
| Oman | B |
|
||||
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat hij bij de Oostenrijkse autoriteiten niet om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit zal vragen. |
|
||||
| Pakistan | B |
|
||||
| Panama | A |
|
||||
| Papoea-Nieuw-Guinea | A |
|
||||
| Paraguay | B, in sommige gevallen A. Tot Paraguayaan genaturaliseerden verliezen de Paraguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Peru | B |
|
||||
| Polen | B |
|
||||
| Portugal | B |
|
||||
| Qatar | Zie Katar |
|
||||
| Roemenië | B |
|
||||
| Ruanda | A |
|
||||
| Rusland = Russische Federatie | B |
|
||||
| Saint Kitts en Nevis | B |
|
||||
| Saint Lucia | B |
|
||||
| Saint Vincent en de Grenadines | B |
|
||||
| Salvador (El) | B, voor Salvadoranen door geboorte. Tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
|
||||
| San Marino | B |
|
||||
| São Tomé en Principe | A |
|
||||
| Saudi-Arabië | B |
|
||||
| Senegal | A, in sommige gevallen B. Dienstplichtigen hebben voor verlies van hun nationaliteit toestemming van de regering nodig. |
|
||||
| Servië-Montenegro (Joegoslavië) | B |
|
||||
| Seychellen | B |
|
||||
| Sierra Leone | A Verlies treedt in bij bereiken leeftijd van 22 jaar. Tot 22 jaar is dubbele nationaliteit mogelijk. |
|
||||
| Singapore | B |
|
||||
| Slovenië | B |
|
||||
| Slowakije | B |
|
||||
| Soedan (Sudan) | B |
|
||||
| Solomoneilanden | A |
|
||||
| Somalië | A |
|
||||
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit.). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. (zie TBN 2003/2). |
|
||||
| Sri Lanka | A |
|
||||
| Suriname | A |
|
||||
| Swaziland | B |
|
||||
| Syrië | C |
|
||||
| Tadzjikistan | B |
|
||||
| Taiwan (Formosa) | B Het doen van afstand wordt echter niet gevraagd. Taiwan wordt niet erkend door Nederland. |
|
||||
| Tanzania | A |
|
||||
| Thailand | A Het verlies van de Thaise nationaliteit wordt eerst effectief na bekendmaking daarvan in de Thaise staatscourant. |
|
||||
| Togo | B |
|
||||
| Tonga | A |
|
||||
| Trinidad en Tobago | B |
|
||||
| Tsjaad | B |
|
||||
| Tsjechië | A |
|
||||
| Tunesië | C |
|
||||
| Turkije | B Dit geldt ook voor mannelijke Turkse onderdanen die hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. |
|
||||
| Turkmenistan | B |
|
||||
| Tuvalu | B |
|
||||
| Uganda | A |
|
||||
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguaan genaturaliseerden verliezen de Uruguaanse nationaliteit wel automatisch. |
|
||||
| Vanuatu | A |
|
||||
| Vaticaanstad | A |
|
||||
| Venezuela | B De Venezolaanse nationaliteit ging tot 29.12.1999 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 (zie TBN 2002/3). |
|
||||
| Verenigde Arabische Emiraten | A |
|
||||
| Verenigde Staten van Amerika | B |
|
||||
| Verenigd Koninkrijk en Koloniën (Groot-Brittannië) | B |
|
||||
| Vietnam | B |
|
||||
| West-Samoa | A |
|
||||
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
|
||||
| IJsland | A |
|
||||
| Zaïre (Congo, Democratische Republiek) | Zie Congo, Democratische Republiek |
|
||||
| Zambia | A |
|
||||
| Zimbabwe | A |
|
||||
| Zuid-Afrika | A Een verzoeker om naturalisatie tot Nederlander wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat hij bij de Zuidafrikaanse autoriteiten niet om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit zal vragen. |
|
||||
| Zuid-Korea | A |
|
||||
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) Met ingang van 01.03.2002 dient verzoeker (indien nodig) een ondertekende bereidheidsverklaring (model 2.4) bij het naturalisatieverzoek te voegen (zie TBN 2002/1). (Tot 01.07.2002: A, D). |
|
||||
| Zwitserland | B |
|
||||
|
||||
### 9-1-c. Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder
|
||||
c
|
||||
|
||||
### 9-2. Toelichting ad artikel 9, tweede lid
|
||||
|
||||
### 9-3. Toelichting ad artikel 9, derde lid
|
||||
|
||||
### 9-3-a. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder
|
||||
a
|
||||
|
||||
### 9-3-b. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder
|
||||
b
|
||||
|
||||
### 9-3-c. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder
|
||||
c
|
||||
|
||||
### 9-3-d. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder
|
||||
d
|
||||
|
||||
### 9-3-e. Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder
|
||||
e
|
||||
|
||||
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de verzoeker die in
|
||||
Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba erkend is als vluchteling.
|
||||
|
||||
Een verzoeker die valt onder één van de artikelonderdelen van artikel 9, derde
|
||||
lid, RWN behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen. In deze gevallen is de
|
||||
verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit immers niet van
|
||||
toepassing. Met het oog op een eventueel automatisch verlies van de oorspronkelijke
|
||||
nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander of met het oog op eventuele
|
||||
consequenties van een dubbele nationaliteit (dit kan voor- en nadelen hebben),
|
||||
verdient het aanbeveling dat verzoeker reeds in de voorlichtingsfase door de
|
||||
burgemeester wordt verwezen naar de autoriteiten van het land waarvan hij de
|
||||
nationaliteit bezit (hetzij direct, hetzij door tussenkomst van de ambassade of het
|
||||
consulaat) of naar de voor hem geëigende organisaties voor minderheden voor het
|
||||
verkrijgen van informatie hieromtrent.
|
||||
|
||||
### 9-4. Toelichting ad artikel 9, vierde lid
|
||||
|
||||
### 9-5. Toelichting ad artikel 9, vijfde lid
|
||||
|
||||
## 10
|
||||
|
||||
## 11
|
||||
|
|
@ -72,10 +3896,227 @@ citeertitel: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
|
|||
|
||||
## 26
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
6.1f; 6.3;
|
||||
11.8; 15.1a en 15A WNI: artikelen 5 (oud); 7.1 en
|
||||
7.3
|
||||
|
||||
Geen.
|
||||
|
||||
### 26-alg. Toelichting algemeen
|
||||
|
||||
### 26-1. Toelichting ad artikel 26, eerste lid
|
||||
|
||||
### 26-2. Toelichting ad artikel 26, tweede lid
|
||||
|
||||
### 26-3. Toelichting ad artikel 26, derde lid
|
||||
|
||||
Het minderjarige niet-Nederlandse kind van de vader of moeder, die de vreemdeling
|
||||
is, bedoeld in het eerste lid, deelt in diens verkrijging van het Nederlanderschap,
|
||||
indien hij in de verklaring tot dat doel is vermeld. Kinderen van een kind dat in de
|
||||
verkrijging deelt, delen onder dezelfde voorwaarden in die verkrijging. Een kind dat
|
||||
ten tijde van het afleggen van de verklaring de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt,
|
||||
deelt slechts in de verkrijging indien het daarmee uitdrukkelijk instemt en jegens
|
||||
hem geen vermoedens bestaan als bedoeld in het derde lid van artikel 6. Artikel 11,
|
||||
achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Een op het moment van de bevestiging van de optie minderjarig kind van de in
|
||||
artikel 26, eerste lid, RWN bedoelde persoon hoeft evenmin in het Koninkrijk te
|
||||
wonen om in de optie te kunnen delen. Hetzelfde geldt voor het kind van dit kind.
|
||||
Alleen als het kind in de optieverklaring van de ouder wordt genoemd, deelt het in
|
||||
de verkrijging van het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
Voor de procedure en de door optant te overleggen documenten geldt hetzelfde als
|
||||
beschreven bij artikel 6, tweede lid, en artikel 2 RWN. In aanvulling daarop geldt
|
||||
het volgende. De persoon die een beroep doet op deze bepaling, zal zelf aan moeten
|
||||
tonen wanneer en op grond van welk artikel hij de Nederlandse nationaliteit heeft
|
||||
verloren. In een aantal gevallen zal dit al blijken uit een vermelding in de GBA. In
|
||||
dat geval is geen aanvullend bewijs nodig. Is de verliesgrond echter niet vermeld,
|
||||
dan zal de vrouw die de Nederlandse nationaliteit heeft verloren als gevolg van het
|
||||
door haar voor 1 maart 1964 gesloten huwelijk, bijvoorbeeld een uittreksel uit het
|
||||
huwelijksregister kunnen tonen. In veel gevallen zal de betreffende
|
||||
nationaliteitswetgeving uitsluitsel geven over de vraag of de vrouw door het
|
||||
huwelijk van rechtswege de nationaliteit van haar echtgenoot heeft verkregen.
|
||||
Verlies op grond van artikel 7, aanhef ten eerste of ten derde WNI of artikel 15,
|
||||
aanhef en onder a, RWN, kan worden aangetoond door het overleggen van het
|
||||
naturalisatiebesluit, een bij de naturalisatie afgegeven certificaat, een uittreksel
|
||||
uit een naturalisatie c.q. optieregister of een verklaring van een bevoegde
|
||||
instantie van het land van de huidige nationaliteit over de datum en juridische
|
||||
grondslag van de nationaliteitsverkrijging. De verklaring moet antwoord geven op de
|
||||
vraag wanneer de vreemde nationaliteit is verkregen en op grond van welke bepaling
|
||||
van het vreemde nationaliteitsrecht. Het is per land verschillend welke instantie(s)
|
||||
bevoegd is (zijn) tot het afgeven van dergelijke verklaringen. In het ene land gaat
|
||||
het om de griffier van een rechtbank, in het andere land om een ambtenaar van de
|
||||
burgerlijke stand of een afdeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
|
||||
Betrokkene dient daarover zelf inlichtingen in te winnen, bijvoorbeeld bij de
|
||||
vertegenwoordiging van zijn land in Nederland en dient – indien de betreffende
|
||||
nationaliteitswetgeving daarover geen uitsluitsel geeft – aan te tonen dat de
|
||||
afgevende instantie daartoe bevoegd is. In veel gevallen zal de vertegenwoordiging
|
||||
van dat land in Nederland bevoegd zijn om de verklaring af te geven
|
||||
75
|
||||
De thans geldende legalisatiecirculaire is van overeenkomstige
|
||||
toepassing.
|
||||
. De burgemeester zal vervolgens aan de hand van het (destijds geldende)
|
||||
vreemde recht en het (destijds geldende) Nederlandse nationaliteitsrecht moeten
|
||||
bepalen of sprake is van verlies van de Nederlandse nationaliteit en zo ja, op grond
|
||||
van welk artikel in de WNI of de RWN.
|
||||
|
||||
Voor de administratieve afhandeling geldt hetzelfde als beschreven bij artikel 6
|
||||
RWN.
|
||||
|
||||
*De Nederlandse vrouw A, emigreert in 1970 samen met haar
|
||||
Nederlandse echtgenoot naar Canada. Haar echtgenoot krijgt in 1977de Canadese
|
||||
nationaliteit door naturalisatie. Hij verliest daardoor de Nederlandse
|
||||
nationaliteit op grond van artikel 7, aanhef en ten eerste, WNI. Zelf verkrijgt A
|
||||
de Canadese nationaliteit in 1980 door naturalisatie en verliest daardoor op grond
|
||||
van hetzelfde artikel het Nederlanderschap. Deze vrouw kan, mits jegens haar geen
|
||||
ernstige vermoedens bestaan dat zij gevaar oplevert voor de openbare orde, de
|
||||
goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk de Nederlandse nationaliteit
|
||||
herkrijgen door bevestiging van optie. Tussen 1 april 2003 en 1 april 2013 behoeft
|
||||
zij daarvoor niet één jaar toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het
|
||||
Koninkrijk te hebben. Zij voldoet immers aan de voorwaarde genoemd in het eerste
|
||||
lid, aanhef en onder c. Haar man heeft de Canadese nationaliteit op het moment dat
|
||||
zij de Canadese nationaliteit verkrijgt. Ervan uitgaande dat haar man voor zijn
|
||||
komst naar Canada altijd in Nederland heeft gewoond, moet hij wel ten minste één
|
||||
jaar toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het Koninkrijk hebben om
|
||||
de Nederlandse nationaliteit door bevestiging van optie te verkrijgen. Hij voldoet
|
||||
immers niet aan artikel 26, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, RWN.*
|
||||
|
||||
*De Nederlandse jongen B verhuist in 1950 op zesjarige leeftijd
|
||||
met zijn Nederlandse ouders naar de Verenigde Staten van Amerika. Op
|
||||
veertienjarige leeftijd verkrijgt hij de Amerikaanse nationaliteit door
|
||||
medenaturalisatie met zijn vader. Hij verliest daardoor de Nederlandse
|
||||
nationaliteit op grond van artikel 7, aanhef en ten eerste, WNI. Deze
|
||||
oud-Nederlander valt niet onder overgangsbepaling artikel 26 RWN. Weliswaar heeft
|
||||
hij de Nederlandse nationaliteit verloren op grond van artikel 7, aanhef en ten
|
||||
eerste, WNI en heeft hij voor zijn achttiende jaar vijf jaar onafgebroken in de
|
||||
Verenigde Staten van Amerika gewoond, maar hij heeft de Nederlandse nationaliteit
|
||||
verloren toen hij minderjarig was.*
|
||||
|
||||
*Een Nederlandse vrouw C trouwt in 1962 met een Italiaanse man.
|
||||
Zij verkrijgt als gevolg van haar huwelijk automatisch de Italiaanse
|
||||
nationaliteit. Zij verliest van rechtswege de Nederlandse nationaliteit op grond
|
||||
van artikel 5 (oud) WNI. Deze vrouw kan, mits jegens haar geen ernstige vermoedens
|
||||
bestaan dat zij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de
|
||||
veiligheid van het Koninkrijk, de Nederlandse nationaliteit herkrijgen door
|
||||
bevestiging van optie. Tussen 1 april 2003 en 1 april 2013 behoeft zij daarvoor
|
||||
met één jaar toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf in het Koninkrijk te
|
||||
hebben. Zij voldoet immers aan de voorwaarde genoemd in artikel 26, eerste lid,
|
||||
aanhef en onder c, RWN.*
|
||||
|
||||
## 27
|
||||
|
||||
## 28
|
||||
|
||||
RWN: artikelen
|
||||
1.1c; 2; 3.1; 6.2 t/m 6.5; 11.5 en 11.8
|
||||
|
||||
RRWN: artikel
|
||||
VI
|
||||
|
||||
BVVN: artikelen
|
||||
2; 3.1; 3.2 en 6.1 t/m 6.3
|
||||
|
||||
BW: artikelen
|
||||
1:133; 1:163.1;
|
||||
1:253ha en 1:183.1
|
||||
|
||||
WNI: artikel 5, zoals dat luidde vóór 1 maart 1964
|
||||
|
||||
Geen.
|
||||
|
||||
### 28-1. Toelichting ad artikel 28, eerste lid
|
||||
|
||||
De vrouw die het Nederlanderschap heeft verloren door of in verband met haar vóór
|
||||
de inwerkingtreding van deze Rijkswet gesloten huwelijk, verkrijgt het
|
||||
Nederlanderschap door het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke en door
|
||||
een bevestiging gevolgde verklaring, welke moet worden afgelegd binnen een jaar na
|
||||
de ontbinding van dat huwelijk of binnen een jaar nadat zij van die ontbinding heeft
|
||||
kunnen kennis nemen. Deze verkrijging werkt terug tot de datum van ontbinding van
|
||||
het huwelijk.
|
||||
|
||||
De verkrijging van het Nederlanderschap op grond van het onderhavige artikel werkt
|
||||
terug tot de datum waarop het huwelijk is ontbonden. Dit is een uitzondering op het
|
||||
in artikel 2, eerste lid, RWN geformuleerde beginsel dat verkrijging van het
|
||||
Nederlanderschap geen terugwerkende kracht heeft. Volgens Nederlands recht wordt het
|
||||
huwelijk onder meer ontbonden door de dood, door echtscheiding en door ontbinding
|
||||
van het huwelijk na scheiding van tafel en bed (artikel 1:149 BW). De echtscheiding
|
||||
of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed komt tot stand op
|
||||
het moment dat de beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke
|
||||
stand (artikelen 1:163, eerste lid, en 1:183, eerste lid, BW). In andere
|
||||
rechtsstelsels geldt veelal dat het huwelijk is beëindigd op een moment dat een
|
||||
rechterlijke uitspraak waarbij het huwelijk is ontbonden in kracht van gewijsde is
|
||||
gegaan.
|
||||
|
||||
De verkrijging van het Nederlanderschap werkt ook terug voor de in de
|
||||
optieverklaring vermelde kinderen van de vrouw die delen in de verkrijging. Kinderen
|
||||
geboren vóór de datum van ontbinding van het huwelijk delen op grond van artikel 28,
|
||||
derde lid, RWN in de verkrijging door de moeder. Bij deze kinderen werkt de
|
||||
verkrijging – net als bij de moeder – terug tot op de datum van de ontbinding van
|
||||
het huwelijk. Daarnaast delen deze kinderen alleen, indien zij tot dat doel in de
|
||||
optieverklaring en in de daarop volgende bevestiging zijn vermeld.
|
||||
|
||||
Voor de procedure en de door optant te overleggen documenten geldt hetzelfde als
|
||||
beschreven bij artikel 6, tweede lid, en artikel 2 RWN. In aanvulling daarop geldt
|
||||
het volgende. De vrouw die een beroep doet op de onderhavige bepaling, dient zelf
|
||||
aan te tonen dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft verloren door of in verband
|
||||
met het huwelijk. Tevens zal zij moeten aantonen dat het huwelijk is ontbonden en op
|
||||
welk moment dat is gebeurd. In dit verband kan zij een recent uittreksel uit een
|
||||
huwelijksregister overleggen; een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak
|
||||
waaruit blijkt dat het huwelijk is ontbonden, dan wel – bij ontbinding door
|
||||
overlijden – een overlijdensakte van haar echtgenoot. In veel gevallen zal de
|
||||
betreffende nationaliteitswetgeving uitsluitsel geven over de vraag of de vrouw door
|
||||
het huwelijk van rechtswege de nationaliteit van haar echtgenoot heeft verkregen.
|
||||
Geeft de betreffende nationaliteitswetgeving daaromtrent geen uitsluitsel of blijkt
|
||||
uit die nationaliteitswetgeving dat de vrouw door het huwelijk niet van rechtswege
|
||||
de nationaliteit van haar echtgenoot heeft verkregen, dan dient de verkrijging van
|
||||
die andere nationaliteit te worden aangetoond door bijvoorbeeld een
|
||||
naturalisatiebesluit, een bij naturalisatie afgegeven certificaat, een uittreksel
|
||||
uit het nationaliteitenregister of een verklaring van een bevoegde instantie van het
|
||||
land van de huidige nationaliteit over de datum en de juridische grondslag van de
|
||||
nationaliteitsverkrijging. De verklaring moet antwoord geven op de vraag wanneer de
|
||||
vreemde nationaliteit is verkregen en op grond van welke bepaling van het
|
||||
nationaliteitsrecht. Uit die gegevens kan (mede) worden afgeleid of het
|
||||
Nederlanderschap is verloren door of in verband met het huwelijk. Het is per land
|
||||
verschillend welke instantie(s) bevoegd is (zijn) tot het afgeven van dergelijke
|
||||
verklaringen. In het ene land gaat het bijvoorbeeld om een griffier van een
|
||||
rechtbank, in het andere land om een ambtenaar van de burgerlijke stand of een
|
||||
afdeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Betrokkene dient daarover zelf
|
||||
inlichtingen in te winnen bij bijvoorbeeld de vertegenwoordiging van haar land in
|
||||
Nederland en dient – indien de betreffende nationaliteitswetgeving daarover geen
|
||||
uitsluitsel geeft – aan te tonen dat de afgevende instantie daartoe bevoegd is. In
|
||||
veel gevallen zal de vertegenwoordiging van haar land in Nederland bevoegd zijn om
|
||||
de verklaring af te geven
|
||||
76
|
||||
De thans geldende legalisatiecirculaire is van overeenkomstige
|
||||
toepassing.
|
||||
.
|
||||
|
||||
*Een Nederlandse vrouw is in 1963 gehuwd met een Belgische man. Op
|
||||
grond van de Belgische nationaliteitswetgeving heeft zij door dit huwelijk de
|
||||
Belgische nationaliteit verkregen. Op grond van artikel 5 WNI – zoals dat luidde
|
||||
tot 1 maart 1964 – heeft zij door dit huwelijk het Nederlanderschap verloren. Uit
|
||||
het huwelijk wordt in 1986 een kind geboren. De Belgische man is op 20 november
|
||||
2002 overleden. Zij heeft op 14 oktober 2003 de optieverklaring afgelegd. In de
|
||||
verklaring heeft zij met het oog op medeverkrijging de naam van het kind vermeld.
|
||||
Op 1 december 2003 is de verklaring door de burgemeester bevestigd. Zij en het
|
||||
kind hebben het Nederlanderschap op 20 november 2002 verkregen.*
|
||||
|
||||
*Een Nederlandse vrouw is in 1965 gehuwd met een Belgische man.
|
||||
Zij heeft hierdoor de Belgische nationaliteit verkregen. Zij heeft door het
|
||||
huwelijk niet van rechtswege de Nederlandse nationaliteit verloren (artikel 5 WNI
|
||||
(oud) is per 1 maart 1964 vervallen). Zij heeft in 1966 het Nederlanderschap
|
||||
verworpen teneinde eenheid van nationaliteit tussen haar en haar man te
|
||||
bewerkstelligen. In januari 2003 is in Nederland de echtscheiding uitgesproken en
|
||||
op 5 februari 2003 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de registers
|
||||
van de burgerlijke stand. De vrouw kan tot 5 februari 2004 een schriftelijke
|
||||
verklaring afleggen om het Nederlanderschap te herkrijgen. Als zij dat doet dan
|
||||
verkrijgt zij het Nederlanderschap met ingang van 5 februari 2003.*
|
||||
|
||||
### 28-2. Toelichting ad artikel 28, tweede lid
|
||||
|
||||
### 28-3. Toelichting ad artikel 28, derde lid
|
||||
|
||||
## II RRWN
|
||||
|
||||
## III RRWN
|
||||
|
|
@ -256,7 +4297,8 @@ citeertitel: Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het Nederlanderschap
|
||||
## Bijlage 3. Modellen met beperking tot bezit en afstand van het
|
||||
Nederlanderschap
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue