2012-01-01 | BWBR0024796 | Kaderbesluit EZ-subsidies
This commit is contained in:
parent
0e93cef881
commit
057ced1499
1 changed files with 13 additions and 9 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
– *algemene groepsvrijstellingsverordening:*
|
||||
verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard («de algemene groepsvrijstellingsverordening») (PbEU L 214);
|
||||
– *bank:* een kredietinstelling die voldoet aan de omschrijving van bank als vermeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en die bevoegd is in een lidstaat van de Europese Unie het bedrijf van bank uit te oefenen;
|
||||
– *bank:* binnen het grondgebied van de Europese Unie gevestigde bank die is toegelaten het bedrijf van bank uit te oefenen;
|
||||
– *de-minimis verordening:*
|
||||
verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379) ), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwsector en de visserijsector (PbEU L 193);
|
||||
– *Europees steunkader:* een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, beschikking of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Commissie van de Europese Gemeenschappen, gelet op de artikelen 86, derde lid , 87 en 88 van het EG-Verdrag heeft vastgesteld
|
||||
|
|
@ -58,18 +58,20 @@ b. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lid
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan op aanvraag voor de activiteiten op de gebieden, genoemd in het eerste lid, subsidie verstrekken volgens bij ministeriële regeling bepaalde regels.
|
||||
|
||||
**3.** Onder dit besluit vallen niet per boekjaar verstrekte subsidies als bedoeld in artikel 4:58 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**3.** Onze Minister stelt regels als bedoeld in het tweede lid uitsluitend over activiteiten die tevens een positieve bijdrage leveren aan de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Onder dit besluit vallen niet per boekjaar verstrekte subsidies als bedoeld in artikel 4:58 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onder dit besluit vallen niet:
|
||||
|
||||
a. subsidies die worden verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende ondersteuning van activiteiten op de in het eerste lid genoemde gebieden, en
|
||||
b. subsidies die worden verstrekt met het oog op co-financiering van een door de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen goedgekeurd programma.
|
||||
|
||||
**5.** Onder dit besluit vallen niet specifieke uitkeringen die verstrekt worden op grond van een regeling die uitsluitend voorziet in het verstrekken van specifieke uitkeringen.
|
||||
**6.** Onder dit besluit vallen niet specifieke uitkeringen die verstrekt worden op grond van een regeling die uitsluitend voorziet in het verstrekken van specifieke uitkeringen.
|
||||
|
||||
**6.** Dit besluit is niet van toepassing op subsidies krachtens het Besluit stimulering duurzame energieproductie.
|
||||
**7.** Dit besluit is niet van toepassing op subsidies krachtens het Besluit stimulering duurzame energieproductie.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -92,7 +94,8 @@ d. de vorm van de subsidie;
|
|||
e. het verstrekken van vouchers en de aanwending van vouchers;
|
||||
f. degenen met wie een financier een overeenkomst sluit;
|
||||
g. verplichtingen van Onze Minister in verband met de subsidie;
|
||||
h. onderwerpen die, in afwijking van of in aanvulling op de regels van dit besluit, nadere regeling behoeven op basis van een Europees steunkader.
|
||||
h. onderwerpen die, in afwijking van of in aanvulling op de regels van dit besluit, nadere regeling behoeven op basis van een Europees steunkader;
|
||||
i. de wijze van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend met het oog op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Hoogte subsidie
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,7 +190,7 @@ c. de vaste-uurtarief-systematiek, opgenomen in artikel 14.
|
|||
Indien de aanvrager kiest voor de loonkosten plus vaste-opslag-systematiek, worden de subsidiabele kosten berekend door de directe loonkosten per uur te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt, vermeerderd met:
|
||||
|
||||
a. een vaste opslag voor indirecte kosten uitgedrukt als een percentage van de loonkosten, welk percentage bij ministeriële regeling wordt vastgesteld;
|
||||
b. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;
|
||||
b. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;
|
||||
c. de aan derden betaalde kosten.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van die arbeid inclusief de opslag voor indirecte kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, uitgegaan van een bij ministeriële regeling vast te stellen vast uurtarief.
|
||||
|
|
@ -196,7 +199,7 @@ c. de aan derden betaalde kosten.
|
|||
|
||||
Indien de aanvrager kiest voor de vaste-uurtarief-systematiek, worden de subsidiabele kosten berekend door het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen vast uurtarief waarin zowel de directe loonkosten als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, vermeerderd met:
|
||||
|
||||
a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;
|
||||
a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;
|
||||
b. de aan derden betaalde kosten.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
|
@ -325,7 +328,8 @@ e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activitei
|
|||
f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
|
||||
g. de activiteiten onvoldoende bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie leveren;
|
||||
h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren;
|
||||
i. het betreft een subsidie-ontvanger die een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
i. het betreft een subsidie-ontvanger die een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
j. er een naar het oordeel van Onze Minister onaanvaardbaar risico bestaat dat de uitvoering van een voorgenomen activiteit een onevenredige inbreuk zal maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue