2022-08-01 | BWBR0024390 | Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
86db80bdb7
commit
0582052de0
1 changed files with 13 additions and 13 deletions
|
|
@ -18,26 +18,26 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
- *
|
||||
assessment:
|
||||
* onderdeel van het geschiktheidsonderzoek, bedoeld in artikel 172, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
* onderdeel van het geschiktheidsonderzoek, bedoeld in artikel 172, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27, vierde lid, onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *
|
||||
bekwaamheidsonderzoek:
|
||||
* bekwaamheidsonderzoek, bedoeld in artikel 175 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 155 van de Wet op de expertisecentra of artikel 118o van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
* bekwaamheidsonderzoek, bedoeld in artikel 175 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 155 van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.31 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *
|
||||
betrokkene:
|
||||
* degene op wie het geschiktheidsonderzoek of het bekwaamheidsonderzoek betrekking heeft;
|
||||
- *
|
||||
bevoegd gezag:
|
||||
* bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
* bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *
|
||||
geschiktheidsonderzoek:
|
||||
* geschiktheidsonderzoek, bedoeld in artikel 172 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152 van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
* geschiktheidsonderzoek, bedoeld in artikel 172 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152 van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *
|
||||
instellingsbestuur:
|
||||
* instellingsbestuur dat op grond van artikel 174 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 154 van de Wet op de expertisecentra of artikel 118n van de Wet op het voortgezet onderwijs bevoegd is om een geschiktheidsverklaring af te geven dan wel een instellingsbestuur als bedoeld in artikel 170, onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 150, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118j, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs dat bevoegd is een bekwaamheidsonderzoek af te nemen.
|
||||
* instellingsbestuur dat op grond van artikel 174 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 154 van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 bevoegd is om een geschiktheidsverklaring af te geven dan wel een instellingsbestuur als bedoeld in artikel 170, onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 150, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra en artikel 7.26 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dat bevoegd is een bekwaamheidsonderzoek af te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
De beroepsgerichte vakken, bedoeld in de artikelen artikelen 152, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra en 118l, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zijn de volgende van de in artikel 26h van het Inrichtingsbesluit WVO genoemde vakken:
|
||||
De beroepsgerichte vakken, bedoeld in de artikelen artikelen 152, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra en 7.27, derde lid, onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, zijn de volgende van de in artikel 2.21, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 genoemde vakken:
|
||||
|
||||
a. bouwen, wonen en interieur;
|
||||
b. produceren, installeren en energie;
|
||||
|
|
@ -58,7 +58,7 @@ d. horeca, bakkerij en recreatie.
|
|||
|
||||
De beoordeling of de gevolgde opleiding en de maatschappelijke of beroepservaring in onderlinge samenhang bezien van voldoende belang zijn in verhouding tot de door de betrokkene beoogde werkzaamheden aan een school, geschiedt:
|
||||
|
||||
a. aan de hand van door de betrokkene overgelegde diploma’s, getuigschriften en andere bewijsstukken van gevolgd onderwijs als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, derde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
a. aan de hand van door de betrokkene overgelegde diploma’s, getuigschriften en andere bewijsstukken van gevolgd onderwijs als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, derde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
b. aan de hand van door de betrokkene overgelegde bewijsstukken omtrent maatschappelijke activiteiten of beroepservaring en voor zover van toepassing, door de betrokkene overgelegde referenties.
|
||||
|
||||
**2.** De betrokkene overlegt bij indiening van de aanvraag voor het geschiktheidsonderzoek de in het eerste lid bedoelde bescheiden en zet daarbij op een door het instellingsbestuur voor te schrijven wijze uiteen, op welke gronden de activiteiten waarop deze bescheiden betrekking hebben, naar zijn oordeel van voldoende belang zijn in verhouding tot de beoogde werkzaamheden.
|
||||
|
|
@ -97,7 +97,7 @@ c. vakdeskundigheid.
|
|||
|
||||
**6.** De in het eerste lid, aanhef en onder c, bedoelde beoordeling omvat de vaststelling of de betrokkene in voldoende mate beschikt over het vermogen om met anderen samen te werken in een team of sectie. Tevens omvat deze beoordeling de vaststelling van de kennis van het onderwijs.
|
||||
|
||||
**7.** De vaststelling, bedoeld in het derde, vierde en zesde lid, omvat tevens vaststelling van de terreinen waarop scholing en begeleiding als bedoeld in artikel 172, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l, tweede lid, onder c, van de Wet op het voortgezet onderwijs moeten zijn gericht, alsmede van de mate van scholing en begeleiding.
|
||||
**7.** De vaststelling, bedoeld in het derde, vierde en zesde lid, omvat tevens vaststelling van de terreinen waarop scholing en begeleiding als bedoeld in artikel 172, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27, vierde lid, onderdeel c, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 moeten zijn gericht, alsmede van de mate van scholing en begeleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -114,7 +114,7 @@ b. optimale aansluiting van het onderzoek op de door de betrokkene ingebrachte b
|
|||
c. expliciete voorafgaande vaststelling van de criteria waarop de beoordeling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef, geschiedt en op basis waarvan de betrokkene al of niet geschikt wordt bevonden, en
|
||||
d. op grond van het geschiktheidsonderzoek op de betrokkene afgestemd advies over de te volgen scholing of anderszins te verwerven competenties alsmede, met instemming van het desbetreffende bevoegd gezag, de mate en vorm van benodigde begeleiding.
|
||||
|
||||
**2.** Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat de in artikel 172, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 118l, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, bedoelde personen die het geschiktheidsonderzoek afnemen, daarvoor voldoende geschikt zijn en onafhankelijk van hun eventuele overige werkzaamheden in dienst van of ten behoeve van die instelling, tot een professioneel oordeel kunnen komen.
|
||||
**2.** Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat de in artikel 172, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 7.27, zesde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, bedoelde personen die het geschiktheidsonderzoek afnemen, daarvoor voldoende geschikt zijn en onafhankelijk van hun eventuele overige werkzaamheden in dienst van of ten behoeve van die instelling, tot een professioneel oordeel kunnen komen.
|
||||
|
||||
**3.** Het instellingsbestuur ziet toe op een zodanige verslaglegging over het geschiktheidsonderzoek dat daaruit in elk geval blijkt een deugdelijke motivering van het oordeel over de onderzoeksresultaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -132,9 +132,9 @@ d. op grond van het geschiktheidsonderzoek op de betrokkene afgestemd advies ove
|
|||
|
||||
**1.** Degene die zich wil onderwerpen aan een bekwaamheidsonderzoek, dient daartoe een aanvraag in bij het instellingsbestuur.
|
||||
|
||||
**2.** Het bekwaamheidsonderzoek omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de betrokkene, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dit onderzoek. Het bekwaamheidsonderzoek richt zich in het bijzonder op kennis, inzicht en vaardigheden die betrokkene blijkens de beoordeling, bedoeld in artikel 172, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l, tweede lid, onder c, van de Wet op het voortgezet onderwijs, nog behoorde te verwerven.
|
||||
**2.** Het bekwaamheidsonderzoek omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de betrokkene, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dit onderzoek. Het bekwaamheidsonderzoek richt zich in het bijzonder op kennis, inzicht en vaardigheden die betrokkene blijkens de beoordeling, bedoeld in artikel 172, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27, vierde lid, onderdeel c, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nog behoorde te verwerven.
|
||||
|
||||
**3.** Het bekwaamheidsonderzoek is zodanig ingericht dat daarvan in ieder geval deel uitmaakt een, zonodig in tijd gespreide, beoordeling van het functioneren in de praktijk op die onderdelen waarop scholing en begeleiding noodzakelijk zijn geacht. Bij die beoordeling is in ieder geval personeel betrokken dat daartoe door het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 172 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt aangewezen.
|
||||
**3.** Het bekwaamheidsonderzoek is zodanig ingericht dat daarvan in ieder geval deel uitmaakt een, zonodig in tijd gespreide, beoordeling van het functioneren in de praktijk op die onderdelen waarop scholing en begeleiding noodzakelijk zijn geacht. Bij die beoordeling is in ieder geval personeel betrokken dat daartoe door het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 172 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 152, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 7.27, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt aangewezen.
|
||||
|
||||
**4.** De periode van scholing en begeleiding wordt zodanig ingericht dat daarin voor de betrokkene in elk geval tweemaal de gelegenheid bestaat het bekwaamheidsonderzoek te ondergaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -156,11 +156,11 @@ Aan degene die met goed gevolg het bekwaamheidsonderzoek heeft afgesloten, verst
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Voor zover de betrokkene de werkzaamheden ten aanzien waarvan hem een geschiktheidsverklaring is verstrekt, gelijktijdig verricht bij twee of meer bevoegde gezagsorganen, dragen deze bevoegde gezagsorganen er zorg voor dat de overeenkomsten, bedoeld in de artikelen 38a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 38a, van de Wet op de expertisecentra of 38 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij zij ten aanzien van de betrokkene partij zijn, op elkaar worden afgestemd. Zonodig wordt een al gesloten overeenkomst daartoe gewijzigd.
|
||||
Voor zover de betrokkene de werkzaamheden ten aanzien waarvan hem een geschiktheidsverklaring is verstrekt, gelijktijdig verricht bij twee of meer bevoegde gezagsorganen, dragen deze bevoegde gezagsorganen er zorg voor dat de overeenkomsten, bedoeld in de artikelen 38a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 38a, van de Wet op de expertisecentra of 7.30 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, waarbij zij ten aanzien van de betrokkene partij zijn, op elkaar worden afgestemd. Zonodig wordt een al gesloten overeenkomst daartoe gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Dit besluit berust mede op de artikelen 7.27, derde lid, onderdeel b, en achtste lid, en 7.30, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue