2021-10-01 | BWBR0002628 | Leerplichtwet 1969
This commit is contained in:
parent
711c66b53e
commit
058317f3fd
1 changed files with 26 additions and 26 deletions
|
|
@ -51,11 +51,11 @@ Onverminderd titel I van de Wet op het primair onderwijs en titel I van de Wet o
|
|||
a. wat de inrichting van het basisonderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de artikelen 8, eerste tot en met vierde, achtste lid, onderdeel a, negende en tiende lid, 9 en 10, eerste volzin, van de Wet op het primair onderwijs, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld in artikel 8, derde lid, van genoemde wet;
|
||||
b. wat de inrichting van het voortgezet onderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de artikelen 6a, 17 en 23a, eerste volzin van de Wet op het voortgezet onderwijs, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld in artikel 17 van genoemde wet en besteedt het onderwijs binnen de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs aantoonbaar aandacht aan de kerndoelen, bedoeld in artikel 11b van genoemde wet, en aansluitend aan de kerndoelen als onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, stelt het onderwijs de leerlingen aantoonbaar in staat om hun onderwijsloopbaan voort te zetten in het vervolgonderwijs op een niveau dat van de leerling verwacht mag worden.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders volgen bij hun oordeel of een onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, een door de inspectie van het onderwijs ter zake gegeven besluit. Indien het een besluit betreft als bedoeld in artikel 11b, zevende lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat een onderwijsvoorziening geen school is als bedoeld in de eerste volzin, zijn het vierde lid en artikel 22, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders volgt bij zijn oordeel of een onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, een door de inspectie van het onderwijs ter zake gegeven besluit. Indien het een besluit betreft als bedoeld in artikel 11b, zevende lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat een onderwijsvoorziening geen school is als bedoeld in de eerste volzin, zijn het vierde lid en artikel 22, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 14 van de Wet op het onderwijstoezicht besluit dat een school niet langer voldoet aan de criteria die gelden voor een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, dan volgen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gevestigd dit besluit en oordelen zij dat de school niet langer een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 14 van de Wet op het onderwijstoezicht besluit dat een school niet langer voldoet aan de criteria die gelden voor een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, dan volgt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gevestigd dit besluit en oordeelt het dat de school niet langer een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het besluit, bedoeld in het derde lid daartoe aanleiding geeft, stellen burgemeester en wethouders de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, of verzekeren zij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.
|
||||
**4.** Indien het besluit, bedoeld in het derde lid daartoe aanleiding geeft, stelt het college van burgemeester en wethouders de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, of verzekert het er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
|
|
@ -98,7 +98,7 @@ b. aan het einde van het schooljaar waarin de jongere de leeftijd van zestien ja
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** Indien het betreft een jongere die tenminste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar hun oordeel is komen vast te staan, dat hij niet geschikt is volledig dagonderwijs aan een school te volgen, kunnen burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, toestaan dat gedurende een bepaald schooljaar, voor zover nodig, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 11b, eerste lid, 11c, 11d en 11e van de Wet op het voortgezet onderwijs de jongere aan de school een programma volgt, dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, bestaande uit arbeid van lichte aard, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs.
|
||||
**1.** Indien het betreft een jongere die tenminste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders is komen vast te staan, dat hij niet geschikt is volledig dagonderwijs aan een school te volgen, kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, toestaan dat gedurende een bepaald schooljaar, voor zover nodig, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 11b, eerste lid, 11c, 11d en 11e van de Wet op het voortgezet onderwijs de jongere aan de school een programma volgt, dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, bestaande uit arbeid van lichte aard, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -113,18 +113,18 @@ b. gegevens van de jongere betreffende:
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Alvorens burgemeester en wethouders besluiten op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, horen burgemeester en wethouders in elk geval:
|
||||
Alvorens het college van burgemeester en wethouders besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, hoort het college van burgemeester en wethouders in elk geval:
|
||||
|
||||
a. degene die de aanvraag heeft ingediend en de jongere zelf, en
|
||||
b. het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders besluiten binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
**4.** Het college van burgemeester en wethouders besluit binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de jongere nog steeds niet geschikt is volledig dagonderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen, kunnen de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen burgemeester en wethouders ten minste acht weken voor het verstrijken van de periode waarvoor toestemming is verleend, aanvragen om de toestemming voor het daaropvolgend schooljaar te verlengen. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in de artikelen 11a tot en met 11d van de Wet op het voortgezet onderwijs, te ontraden is, alsmede dat voortzetting van het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de jongere. Het tweede en derde lid zijn van toepassing.
|
||||
**5.** Indien de jongere nog steeds niet geschikt is volledig dagonderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen, kunnen de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen het college van burgemeester en wethouders ten minste acht weken voor het verstrijken van de periode waarvoor toestemming is verleend, aanvragen om de toestemming voor het daaropvolgend schooljaar te verlengen. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in de artikelen 11a tot en met 11d van de Wet op het voortgezet onderwijs, te ontraden is, alsmede dat voortzetting van het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de jongere. Het tweede en derde lid zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
**1.** Op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen kunnen burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, toestaan dat de inschrijving van de jongere aan een school voor het laatste schooljaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of b, wordt vervangen door de inschrijving als mbo-student of vavo-student van een instelling als bedoeld in paragraaf 2a.
|
||||
**1.** Op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, toestaan dat de inschrijving van de jongere aan een school voor het laatste schooljaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of b, wordt vervangen door de inschrijving als mbo-student of vavo-student van een instelling als bedoeld in paragraaf 2a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,13 +138,13 @@ c. of eerder vervangende leerplicht is toegestaan.
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Alvorens burgemeester en wethouder besluiten op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, horen burgemeester en wethouder in elk geval:
|
||||
Alvorens het college van burgemeester en wethouders besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, hoort het college van burgemeester en wethouders in elk geval:
|
||||
|
||||
a. degene die de aanvraag heeft ingediend en de jongere zelf;
|
||||
b. het hoofd van de school waar de jongere het laatst stond ingeschreven en het hoofd van de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden, en
|
||||
c. de instellingen van maatschappelijke zorg die reeds bij de begeleiding van de jongere betrokken zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders besluiten binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
**5.** Het college van burgemeester en wethouders besluit binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3c
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,7 +208,7 @@ b. de omstandigheden waarin de personen bedoeld in de eerste volzin, verkeren di
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen kunnen zich slechts beroepen op vrijstelling, indien zij aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, hebben kennis gegeven van:
|
||||
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen kunnen zich slechts beroepen op vrijstelling, indien zij aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, hebben kennis gegeven van:
|
||||
|
||||
a. de gegevens van de jongere betreffende:
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,7 +228,7 @@ b. zolang nadien aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt, elk jaar opnieuw voor
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder a kan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring van een door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, aangewezen arts - niet zijnde de behandelende arts - of van een door hen aangewezen academisch gevormde of daarmede bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagoog of psycholoog is overgelegd, waaruit blijkt, dat deze de jongere niet geschikt achten om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden.
|
||||
Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder a kan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring van een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, aangewezen arts - niet zijnde de behandelende arts - of van een door dat college van burgemeester en wethouders aangewezen academisch gevormde of daarmede bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagoog of psycholoog is overgelegd, waaruit blijkt, dat deze de jongere niet geschikt achten om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,7 +294,7 @@ Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van p
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** In andere gevallen dan genoemd in artikel 5 kunnen burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling verlenen van de in artikel 4a opgelegde verplichtingen, indien wordt aangetoond, dat de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet.
|
||||
**1.** In andere gevallen dan genoemd in artikel 5 kan het college van burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling verlenen van de in artikel 4a opgelegde verplichtingen, indien wordt aangetoond, dat de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -312,7 +312,7 @@ Indien Onze Minister uit het register onderwijsdeelnemers is gebleken dat een jo
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het toezicht op de naleving van deze wet anders dan door de hoofden is opgedragen aan burgemeester en wethouders. Zij wijzen daartoe een of meer ambtenaren aan.
|
||||
**1.** Het toezicht op de naleving van deze wet anders dan door de hoofden is opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders wijst daartoe een of meer ambtenaren aan.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen deze ambtenaren in handen van de burgemeester de eed of de belofte af, waarvan het formulier bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -320,7 +320,7 @@ Indien Onze Minister uit het register onderwijsdeelnemers is gebleken dat een jo
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders stellen een instructie vast voor deze ambtenaren, die ten minste bevat:
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders stelt een instructie vast voor deze ambtenaren, die ten minste bevat:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop de ambtenaren aan de in de artikelen 14, derde lid, 22 en 23 bedoelde taken uitvoering geven;
|
||||
b. de wijze waarop de gevallen van schoolverzuim die ter kennis van de gemeente worden gebracht, worden behandeld;
|
||||
|
|
@ -346,7 +346,7 @@ e. een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe de ambtenaren bij de uit
|
|||
|
||||
**3.** Aan de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, ligt een samenwerkingsovereenkomst tussen de Inspectie van het onderwijs en burgemeester en wethouders ten grondslag, waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld en waarin in ieder geval de werkzaamheden zijn opgenomen die door deze ambtenaren worden verricht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, treffen burgemeester en wethouders maatregelen om te voorkomen dat de aangewezen ambtenaren taken verrichten ten behoeve van het toezicht, bedoeld in artikel 16, met betrekking tot de scholen of instellingen waarop hij als aangewezen ambtenaar toezicht houdt. De instructie, bedoeld in artikel 16, vierde lid, is niet van toepassing voor zover het de werkzaamheden van de aangewezen ambtenaren betreft.
|
||||
**4.** Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, treffen het college van burgemeester en wethouders maatregelen om te voorkomen dat de aangewezen ambtenaren taken verrichten ten behoeve van het toezicht, bedoeld in artikel 16, met betrekking tot de scholen of instellingen waarop hij als aangewezen ambtenaar toezicht houdt. De instructie, bedoeld in artikel 16, vierde lid, is niet van toepassing voor zover het de werkzaamheden van de aangewezen ambtenaren betreft.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, zijn niet bevoegd om namens de minister een bestuurlijke boete op te leggen als bedoeld in artikel 27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -356,17 +356,17 @@ Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze w
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De hoofden geven aan burgemeester en wethouders binnen zeven dagen kennis van de in- en uitschrijving van leerlingen, vavo-studenten of mbo-studenten ten aanzien van wie deze wet van toepassing is. Een beslissing tot verwijdering van een leerling, vavo-student of mbo-student wordt terstond gemeld.
|
||||
**1.** De hoofden geven aan het college van burgemeester en wethouders binnen zeven dagen kennis van de in- en uitschrijving van leerlingen, vavo-studenten of mbo-studenten ten aanzien van wie deze wet van toepassing is. Een beslissing tot verwijdering van een leerling, vavo-student of mbo-student wordt terstond gemeld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de jongere geen volledig onderwijsprogramma volgt, geeft het hoofd van een instelling aan burgemeester en wethouders bericht van het programma van de combinatie leren en werken, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, dat door de jongere wordt gevolgd.
|
||||
**2.** Indien de jongere geen volledig onderwijsprogramma volgt, geeft het hoofd van een instelling aan het college van burgemeester en wethouders bericht van het programma van de combinatie leren en werken, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, dat door de jongere wordt gevolgd.
|
||||
|
||||
**3.** De hoofden geven aan burgemeester en wethouders en aan de ambtenaar alle inlichtingen die deze in verband met de uitvoering van deze wet verlangen.
|
||||
**3.** De hoofden geven aan het college van burgemeester en wethouders en aan de ambtenaar alle inlichtingen die deze in verband met de uitvoering van deze wet verlangen.
|
||||
|
||||
**4.** In de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, en in de mededeling, bedoeld in het tweede lid, vermeldt het hoofd zo mogelijk mede het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid, eerste volzin, geldt niet voor een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 of 2, of een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**6.** Indien burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling, vavo-student of mbo-student woon- of verblijfplaats heeft hun bevoegdheden op grond van deze wet hebben ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, vindt de informatieverstrekking door de hoofden, bedoeld in dit artikel, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
**6.** Indien het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling, vavo-student of mbo-student woon- of verblijfplaats heeft zijn bevoegdheden op grond van deze wet heeft ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, vindt de informatieverstrekking door de hoofden, bedoeld in dit artikel, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
|
|
@ -374,7 +374,7 @@ Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt in artikel 18, vijfde l
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders controleren, of de jongeren die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven en nog leerplichtig of kwalificatieplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling, vavo-student of mbo-student staan ingeschreven.
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders controleert, of de jongeren die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven en nog leerplichtig of kwalificatieplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling, vavo-student of mbo-student staan ingeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -382,11 +382,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ingeschreven leerling van een school ten aanzien van wie deze wet van toepassing is, niet zijnde een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
**1.** Indien een ingeschreven leerling van een school ten aanzien van wie deze wet van toepassing is, niet zijnde een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
|
||||
**2.** In de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het hoofd zo mogelijk mede het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere.
|
||||
|
||||
**3.** Indien burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft hun bevoegdheden op grond van deze wet hebben ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, vindt de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
**3.** Indien het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft zijn bevoegdheden op grond van deze wet heeft ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, vindt de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
|
|
@ -400,7 +400,7 @@ Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt in artikel 21, eerste l
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Indien blijkt, dat een leerplichtige of kwalificatieplichtige jongere niet als leerling, vavo-student of mbo-student staat ingeschreven, zonder dat een grond voor vrijstelling aanwezig is, of indien een kennisgeving is ontvangen, als bedoeld in artikel 21, of bericht van een kennisgeving is ontvangen als bedoeld in artikel 21a, vierde lid, stelt de ambtenaar vanwege burgemeester en wethouders een onderzoek in. Hij hoort de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen en tracht hen ertoe te bewegen hun verplichtingen na te komen.
|
||||
**1.** Indien blijkt, dat een leerplichtige of kwalificatieplichtige jongere niet als leerling, vavo-student of mbo-student staat ingeschreven, zonder dat een grond voor vrijstelling aanwezig is, of indien een kennisgeving is ontvangen, als bedoeld in artikel 21, of bericht van een kennisgeving is ontvangen als bedoeld in artikel 21a, vierde lid, stelt de ambtenaar vanwege het college van burgemeester en wethouders een onderzoek in. Hij hoort de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen en tracht hen ertoe te bewegen hun verplichtingen na te komen.
|
||||
|
||||
**2.** Blijkt aan de ambtenaar dat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen weigeren de jongere als leerling van een school onderscheidenlijk als mbo-student of vavo-student bij een instelling te laten inschrijven, zonder dat zij op grond van artikel 5, 5a of 15 van deze verplichting zijn vrijgesteld, of dat zij niet zorgen, dat de leerplichtige jongere de school of de jongere die kwalificatieplichtig is de school of instelling geregeld bezoekt, zonder dat zij op grond van artikel 11 van deze verplichting zijn vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -420,9 +420,9 @@ Ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn b
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks vóór 1 oktober verslag uit aan de raad over het in het laatst afgesloten school- of cursusjaar in de gemeente gevoerde beleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan.
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders brengt jaarlijks vóór 1 oktober verslag uit aan de raad over het in het laatst afgesloten school- of cursusjaar in de gemeente gevoerde beleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders doen jaarlijks een opgave aan Onze Minister van de omvang en behandeling van het aan hen gemelde schoolverzuim in hun gemeente.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks een opgave aan Onze Minister van de omvang en behandeling van het aan het college van burgemeester en wethouders gemelde schoolverzuim in zijn gemeente.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Sanctiebepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue