From 05887dbca418c84417b7e605a5598472a600338b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 24 Jun 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-06-24 | BWBR0007669 | Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996 --- .../BWBR0007669/README.md | 95 ++++++++++--------- 1 file changed, 50 insertions(+), 45 deletions(-) diff --git a/amvb/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996/BWBR0007669/README.md b/amvb/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996/BWBR0007669/README.md index ac7edbe7704..41ce2faa29a 100644 --- a/amvb/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996/BWBR0007669/README.md +++ b/amvb/bekostigingsbesluit-pensioen-en-uitkeringsraad-1996/BWBR0007669/README.md @@ -21,16 +21,14 @@ b. bijdrage: het bedrag dat in het kader van de bekostiging ten laste van 's Rij c. produkt: een produkt als bedoeld in de bijlage bij dit besluit; d. begrote produktie: het geraamde aantal te realiseren eenheden produkt; e. realisatie produktie: het aantal voortgebrachte eenheden produkt; -f. normproduktie: het aantal eenheden produkt waarvoor een normtarief geldt; -g. normtarief: de vergoeding per eenheid produkt ten behoeve van de kosten verbonden aan het voortbrengen van de normproduktie; -h. meer/minderproduktie: het aantal eenheden produkt, dat de normproduktie over- respectievelijk onderschrijdt; -i. tarief voor de meer/minderproduktie: de vergoeding per eenheid produkt ten behoeve van de kosten verbonden aan de meer- onderscheidenlijk minderproduktie per eenheid produkt; -j. normbegroting: de uitgangspunten, normeringen en toerekeningscriteria aan de hand waarvan voor elk van de in artikel 3 van de wet genoemde wetten de normtarieven en de tarieven voor de meer- onderscheidenlijk minderproduktie worden vastgesteld; -k. begroting: het deel van de begroting van de Raad, dat betrekking heeft op de kosten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet. +f. tarief: de vergoeding per eenheid product; +g. normbegroting: de begroting die is opgesteld op grond van genormeerde financiële uitgangspunten; +h. normproductie: het aantal eenheden product dat wordt gehanteerd bij de vaststelling van het tarief; +i. begroting: het deel van de begroting van de Raad, dat betrekking heeft op de kosten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet. ### Artikel 2 -In de begroting van de Raad worden, zoveel mogelijk verbijzonderd naar de in artikel 3 van de wet genoemde wetten, de volgende onderdelen onderscheiden: +In de begroting van de Raad worden, zoveel mogelijk verbijzonderd naar de in artikel 3, onderdelen a en b, van de wet bedoelde taken, de volgende onderdelen onderscheiden: a. kosten, verbonden aan de regelmatige uitvoering, te onderscheiden naar: @@ -39,13 +37,14 @@ a. kosten, verbonden aan de regelmatige uitvoering, te onderscheiden naar: 3. accountantskosten; 4. kosten van derden wegens uitvoering van werkzaamheden op grond van een overeenkomst ingevolge artikel 16 van de wet; 5. kosten, verbonden aan medische keuringen en taxaties door externe deskundigen, aan buitenlandse posten en aan procesvoering; -6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden en aan het door de Raad opstellen van sociale rapportages; -b. kosten, verbonden aan investeringen; +6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden; +b. kosten, verbonden aan investeringen die niet in de normbegroting betreffende de kosten van het bureau zijn opgenomen; c. kosten, verbonden aan het verrichten van werkzaamheden met een incidenteel karakter, waaronder begrepen werkzaamheden die voortvloeien uit wijzigingen in de geldende regelgeving; -d. wachtgeldkosten, onderscheiden naar de kosten welke verband houden met de totstandkoming van de Raad en de kosten welke het gevolg zijn van het ontslag van één of meer leden van het personeel van het bureau van de Raad in verband met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3 van de wet; +d. wachtgeldkosten, onderscheiden naar de kosten welke verband houden met de totstandkoming van de Raad en de kosten welke het gevolg zijn van het ontslag van één of meer leden van het personeel van het bureau van de Raad in verband met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de wet; e. kosten, welke verband houden met een door de Raad opgesteld sociaal plan; -f. onvermijdbare kosten welke verband houden met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 3 van de wet; -g. geraamde inkomsten, anders dan de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8. +f. onvermijdbare kosten welke verband houden met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de wet; +g. geraamde inkomsten, anders dan de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8; +h. kosten verbonden aan het opstellen van sociale rapportages en verzetsrapportages. ## Hoofdstuk II. Bekostigingsgrondslagen @@ -53,43 +52,33 @@ g. geraamde inkomsten, anders dan de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en **1.** Op voorstel van de Raad stelt Onze minister ten behoeve van de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel *a*, onder 2, een normbegroting vast. Onze minister kan kosten aanwijzen die niet onder de normbegroting vallen. -**2.** +**2.** Op basis van de normbegroting stelt Onze Minister per product een tarief vast. -Op basis van de normbegroting, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze minister per produkt vast: - -a. de normproduktie; -b. het normtarief; -c. het tarief voor de meer/minder produktie. - -**3.** Het tarief, genoemd in het tweede lid, onder *c*, is opgebouwd uit een tarief voor de produktiegebonden kosten en een tarief voor de capaciteitsgebonden kosten. +**3.** Onze Minister draagt zorg voor een driejaarlijkse herijking van de tarieven. **4.** Onze minister geeft bij de vaststelling van de tarieven aan welk deel aan de ontwikkeling van de lonen en welk deel aan de ontwikkeling van de prijzen wordt aangepast. ### Artikel 4 -**1.** Onze minister kan, na overleg met de Raad, de normbegroting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, alsmede de vastgestelde normprodukties en tarieven vóór de aanvang van het boekjaar wijzigen. +**1.** Indien de begrote productie wezenlijk afwijkt van de normproductie kan Onze Minister, na overleg met de Raad, een tarief wijzigen. -**2.** De Raad kan bij de indiening van de begroting, aan de hand van een voorstel voor een gewijzigde normbegroting, een voorstel doen tot wijziging van de normprodukties en de tarieven, genoemd in artikel 3, tweede lid. +**2.** De Raad kan een voorstel doen tot wijziging van een tarief. ### Artikel 5 **1.** -De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel *a*, onder 2, waarvoor op grond van artikel 3 een normbegroting is vastgesteld, bestaat uit de som van de per produkt volgens de navolgende formule berekende bedragen: +De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 2, bestaat uit de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen: -(NP * NT) + ((BP-NP) * TMMP). +Pb × T. In deze formule is: -NP: de normproduktie; +Pb: de begrote productie in de laatst ingediende begroting; -NT: het normtarief; +T: het tarief. -BP: de begrote produktie; - -TMMP: het tarief voor de meer/minderproduktie. - -**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze minister, na overleg met de Raad, voor een naar aard te specificeren aantal eenheden van de begrote produktie van een produkt, welke zich gezien de daaraan verbonden werklast en kosten onderscheiden van de gemiddelde werklast en kosten op basis waarvan het tarief, genoemd in artikel 3, tweede lid, onder *c*, is vastgesteld, de bijdrage in de kosten op andere wijze vaststellen. In de formule, genoemd in het eerste lid, wordt daartoe het begrote aantal eenheden van het desbetreffende produkt (BP) verlaagd met het aantal eenheden waarvoor de bijdrage op andere wijze wordt vastgesteld. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze minister, na overleg met de Raad, voor een naar aard te specificeren aantal eenheden van de begrote produktie van een produkt, welke zich gezien de daaraan verbonden werklast en kosten onderscheiden van de gemiddelde werklast en kosten op basis waarvan het tarief, genoemd in artikel 3, tweede lid, is vastgesteld, de bijdrage in de kosten op andere wijze vaststellen. In de formule, genoemd in het eerste lid, wordt daartoe Pb verlaagd met het aantal eenheden waarvoor de bijdrage op andere wijze wordt vastgesteld. ### Artikel 6 @@ -97,11 +86,13 @@ Ten aanzien van de kosten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede volzin, best ### Artikel 7 -**1.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel *a*, onder 1 en 3, bestaat uit een voor de onderscheiden kosten door Onze minister vastgesteld bedrag. +**1.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 3, bestaat uit een voor de onderscheiden kosten door Onze minister vastgesteld bedrag. -**2.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen *a*, onder 5, *b, c, e* en *f*, bestaat voor de onderscheiden kosten uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door Onze minister vastgesteld maximum. +**2.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, onder 5, b, c, e en f, bestaat voor de onderscheiden kosten uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door Onze minister vastgesteld maximum. -**3.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel *a*, onder 4 en 6, bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten. +**3.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 6, bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten. + +**4.** De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, onder 4, en h, bestaat uit een voor de onderscheiden kosten door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal te produceren eenheden. ### Artikel 8 @@ -109,7 +100,7 @@ De bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel *d*, bestaat uit de we ### Artikel 9 -De inkomsten, bedoeld in artikel 2, onderdeel *g*, worden in mindering gebracht op de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8. +De inkomsten, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, worden, met uitzondering van de renteopbrengsten en uitkeringen in verband met arbeidsongeschiktheid, in mindering gebracht op de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8. ### Artikel 10 @@ -125,7 +116,7 @@ De bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, kan in de loop van enig jaar word In de voorlopige vaststelling wordt in ieder geval medegedeeld: -a. met betrekking tot de bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, het begrote aantal eenheden produkt en, voorzover van toepassing, het aantal eenheden waarop het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van toepassing is en de wijze waarop de bijdrage zal worden vastgesteld; +a. met betrekking tot de bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, de begrote productie en, voorzover van toepassing, het aantal eenheden waarop het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van toepassing is en de wijze waarop de bijdrage zal worden vastgesteld; b. voorzover het betreft de bijdragen, bedoeld in de artikelen 6 en 7, eerste en tweede lid, het door Onze minister vastgestelde bedrag of maximum; c. de wijze waarop wordt bevoorschot. @@ -153,29 +144,29 @@ Onze minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het te hanteren begro **2.** -De bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt verhoogd respectievelijk verlaagd met de som van de per produkt volgens de navolgende formule berekende bedragen: +De bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt verhoogd dan wel verlaagd met de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen: -((RP-BP) * TMMP/pg). +(Pr–Pb)T. In deze formule is: -RP: de realisatie produktie; +Pr: de gerealiseerde productie; -BP: de begrote produktie; +Pb: de begrote productie in de laatst ingediende begroting; -TMMP/pg: het tarief voor de meer/minderproduktie voorzover het betrekking heeft op de produktiegebonden kosten. +T: het tarief. **3.** Voorzover de vaststelling van de bijdrage afhankelijk is van de werkelijk gemaakte kosten, worden de kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de bijdrage en het exploitatieresultaat niet in aanmerking genomen. **4.** Te veel ontvangen voorschotten worden verrekend met voorschotten in volgende jaren, tenzij Onze minister besluit tot verrekening op andere wijze. Indien de bijdragen hoger zijn vastgesteld dan de verstrekte voorschotten wordt het verschil zo spoedig mogelijk betaald. -**5.** Onze minister kan bepalen dat de bijdragen in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen *b* en *c*, eerst worden vastgesteld na de beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de bijdragen zijn verleend. +**5.** Onze minister kan bepalen dat de bijdragen in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen b en c, eerst worden vastgesteld na de beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de bijdragen zijn verleend. ### Artikel 15 **1.** Het na de vaststelling van de bijdragen resterende exploitatieresultaat wordt toegevoegd aan respectievelijk ten laste gebracht van de risicoreserve. -**2.** De risicoreserve mag niet meer bedragen dan 5% van de laatste voorlopige vaststelling van de bijdrage ingevolge artikel 5, eerste lid. Het bedrag waarmee de toegestane risicoreserve wordt overschreden, wordt in mindering gebracht op het totaal van de overeenkomstig artikel 14 vastgestelde bijdragen. +**2.** De risicoreserve per 31 december van enig jaar mag niet meer bedragen dan 10% van de laatste voorlopige vaststelling voor dat jaar van de bijdragen in de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, b, c, e en h. Het bedrag waarmee de toegestane risicoreserve wordt overschreden, wordt in mindering gebracht op het totaal van de overeenkomstig artikel 14 vastgestelde bijdragen. ## Hoofdstuk VI. Slotbepalingen @@ -191,6 +182,20 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. Dit besluit wordt aangehaald als: Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996. -## Bijlage . Behorend bij het Besluit van 23 november 1995, houdende regeling van de bekostiging van de uitvoering van de +## Bijlage . bij het Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996 -Onder produkt als bedoeld in artikel 1, onder *c*, wordt verstaan: +Onder product als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, wordt verstaan: + +De werkzaamheden noodzakelijk voor en leidend tot een besluit op een aanvraag op grond van: + +De werkzaamheden noodzakelijk voor en leidend tot een besluit op een aanvraag dan wel een verzoek op grond van: + +De werkzaamheden noodzakelijk voor en leidend tot een beslissing op een bezwaarschrift tegen een beslissing van de Pensioen- en Uitkeringsraad op grond van de Wbp, de Wbpzo, de WIV, de Wuv en de Wubo. + +De werkzaamheden verbonden aan de behandeling van en leidend tot een beslissing van de Centrale Raad van Beroep op een beroepschrift, bestaande uit het samenstellen en verzenden van de inventaris en de processtukken, het opstellen van de contra-memorie en de pleitnotitie en het vertegenwoordigen van de Raad bij de Centrale Raad van Beroep. + +De werkzaamheden volgend op een door de Centrale Raad van Beroep gegrond verklaard beroepschrift, noodzakelijk voor en leidend tot een herbeoordeling van een beslissing op een bezwaarschrift. + +De verwerking van gegevens die aanleiding zijn tot wijziging in het recht en de hoogte van een pensioen, uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving, waarbij als eenheid geldt de pensioen- of uitkeringsgerechtigde. Voor de telling van het aantal eenheden wordt het aantal pensioen- en uitkeringsgerechtigden genomen bij de aanvang van een begrotingsjaar. + +De voor de Pensioen- en Uitkeringsraad aan de uitvoering van de Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie verbonden werkzaamheden.