From 05b3a405ba79dc4100bfa200dc07a66f983e6ba3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jul 2019 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2019-07-01 | BWBR0012019 | Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart --- .../BWBR0012019/README.md | 75 ++++++++++--------- 1 file changed, 39 insertions(+), 36 deletions(-) diff --git a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md index 6104099d493..e59c6aed3f3 100644 --- a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md +++ b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md @@ -59,20 +59,21 @@ a. overslaginrichting: een inrichting ten behoeve van het laden of lossen van sc b. afzender, ontvanger, onderscheidenlijk vervoerder: de afzender, de ontvanger, onderscheidenlijk de vervoerder, bedoeld in artikel 929a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; c. vloeibare lading: vloeibare in bulk vervoerde lading; d. droge lading: andere lading dan bedoeld in onderdeel c; -e. eenheidstransporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip dezelfde lading of een andere lading, waarvan het transport geen reiniging van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; -f. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt; -g. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen; -h. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven; -i. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; -j. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; -k. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -l. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; -m. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -n. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; -o. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; -p. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; -q. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; -r. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling. +e. eenheidstransporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip aantoonbaar dezelfde lading of een andere lading, waarvan het transport geen reiniging van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; +f. verenigbare transporten: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van een schip aantoonbaar een lading, waarvan het transport geen wassen van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd; +g. overslagresten: lading die bij de overslag buiten de laadruimen of de ladingtanks op het schip terechtkomt; +h. leidingsysteem: alle leidingen waarin zich vloeibare of gasvormige lading kan bevinden, met inbegrip van de bijbehorende pompen, filters en afsluitinrichtingen; +i. restlading: lading die na het lossen doch zonder nalossen in de ladingtank, het leidingsysteem of het laadruim van een schip is achtergebleven; +j. nalossen: het uit de laadruimen, ladingtanks en het leidingsysteem van een schip verwijderen van restlading en het van een schip verwijderen van verpakkings- en stuwmateriaal; +k. nalenssysteem: een systeem voor het nalossen van de ladingtanks en het leidingsysteem van een schip; +l. nagelensde ladingtank: een ladingtank van een schip waaruit de restlading is verwijderd met behulp van een nalenssysteem en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +m. ladingrestanten: vloeibare lading die zich in een ladingtank of het leidingsysteem van een schip bevindt en daaruit niet met behulp van het nalenssysteem kan worden verwijderd, dan wel droge lading die zich in een laadruim van een schip bevindt en daaruit niet kan worden verwijderd met behulp van bezems of veegmachines, dan wel, indien de losstandaard vacuümschoon van toepassing is, met behulp van vacuümreinigers; +n. bezemschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van bezems of veegmachines en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +o. vacuümschoon laadruim: een laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van vacuümreinigers en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden; +p. wassen: het verwijderen van ladingrestanten met behulp van stoom of water; +q. gewassen laadruim of ladingtank: een laadruim of ladingtank met aansluitend leidingsysteem, dat onderscheidenlijk die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is; +r. waswater: afvalwater dat afkomstig is van het wassen van een laadruim dan wel een ladingtank of het leidingsysteem, dan wel een gangboord of andere licht vervuilde oppervlakte van een schip; +s. losverklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 53, derde lid, dan wel een buiten Nederland opgestelde verklaring als bedoeld in artikel 6.03 van de Uitvoeringsregeling. **4.** @@ -107,6 +108,10 @@ In afwijking van artikel 2 is dit besluit niet van toepassing op bij regeling va ### Paragraaf 1.3. Algemene verboden en verplichtingen +### Artikel 3a + +Het in het oppervlaktewaterlichaam brengen van stoffen bedoeld in de artikelen 62, 76, 77 en 100 is vrijgesteld van het in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet bedoelde verbod. + ### Artikel 4 Het is verboden scheepsafvalstoffen dan wel delen van de lading vanaf een schip in een oppervlaktewaterlichaam te brengen, behoudens voorzover elders in dit besluit anders is bepaald. @@ -139,7 +144,7 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing met betrekking tot gemotoriseerde schepen, indie ### Artikel 10 -Dit hoofdstuk, met uitzondering van paragraaf 2.6, is niet van toepassing met betrekking tot zeeschepen, ook voor zover die zich bevinden op andere wateren dan bedoeld in artikel 3, onder a. +Dit hoofdstuk, met uitzondering van paragraaf 2.6, is niet van toepassing met betrekking tot zeeschepen. ### Paragraaf 2.2. Verzameling en behandeling aan boord @@ -293,7 +298,7 @@ a. het betalingsbewijs, bedoeld in artikel 20, vierde lid, b. de schuldbekentenis, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, of c. de machtiging, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b. -**2.** De schipper bewaart het afschrift, alsmede een door hem ontvangen afschrift van een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring inzake het betrekken van gasolie ten behoeve van het schip, gedurende ten minste zes maanden aan boord. +**2.** De schipper bewaart het afschrift, alsmede een door hem ontvangen afschrift van een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring inzake het betrekken van gasolie ten behoeve van het schip, gedurende ten minste twaalf maanden aan boord. ### Paragraaf 2.6. Rapportage door de leverancier @@ -493,36 +498,32 @@ De schipper draagt er zorg voor dat de overeenkomstig artikel 53 ontvangen verkl ### Artikel 57 -Het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring wordt in de bedrijfsadministratie bewaard. +Het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring wordt gedurende ten minste zes maanden na afgifte in de bedrijfsadministratie bewaard. ### Paragraaf 3.7. Eenheidstransporten ### Artikel 58 -**1.** +**1.** Indien de laadruimten en ladingtanks van schepen worden ingezet voor verenigbare transporten wordt dit schriftelijk aangetoond door de schipper. De ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie vult in dat geval de toepasselijke rubriek van de losverklaring in. -Indien een schip wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de schipper er zorg voor dat aan boord een verklaring aanwezig is van de opdrachtgever van de eenheidstransporten. De verklaring is gedagtekend en vermeldt ten minste +**2.** De schipper zorgt ervoor dat het in de eerste regel van het eerste lid bedoelde schriftelijke bewijs tot na de beëindiging van het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. -1°. de naam van de opdrachtgever; -2°. de naam en het registratienummer van het schip; -3°. de in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling gegeven omschrijving van de goederensoorten waartoe de te vervoeren lading behoort en de nummers daarvan; -4°. of tussentijds nalossen dan wel nalenzen noodzakelijk is en -5°. de datum van aanvang van de eenheidstransporten. +**3.** Indien op het moment van het lossen de vervolglading nog niet bekend is, maar verwacht wordt dat die verenigbaar zal zijn, kan de toepassing van de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen worden uitgesteld. -**2.** Indien een schip dat niet onder het gezag van een schipper staat wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de exploitant van het schip er zorg voor dat een verklaring als bedoeld in het eerste lid aanwezig is in zijn administratie. +**4.** De in artikel 70 bedoelde afzender en de in artikel 71 bedoelde ontvanger wijzen voorlopig een ontvangstvoorziening als bedoeld in artikel 47 aan en vullen dit in de toepasselijke rubrieken op de losverklaring in. -**3.** Ten aanzien van de uitvoering van het eerste en tweede lid alsmede artikel 60 is artikel 53, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. +**5.** Een ladingruim en ladingtank behoeven niet gewassen te worden wanneer, voordat de in het vierde lid bedoelde ontvangstvoorziening wordt aangelopen, aantoonbaar vaststaat dat de vervolglading verenigbaar is. De schipper vult dit in bij de toepasselijke rubriek op de losverklaring en zorgt ervoor dat deze tot en met het lossen van de verenigbare vervolglading aan boord aanwezig is. ### Artikel 59 -Indien een lading wordt gelost van een schip dat blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 58 wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing: +Indien een lading wordt gelost van een schip dat, blijkens de door de ladingontvanger dan wel de overslaginstallatie ingevulde toepasselijke rubriek op de losverklaring, wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing: -a. de artikelen 36 tot en met 38, 42, 43 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften, voorzover blijkens die verklaring nalossen of nalenzen niet noodzakelijk is, en -b. de artikelen 45 en 47 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften. +a. de artikelen 36, 42, 43 en artikel 55, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, en; +b. de artikelen 45, 47 en artikel 55, tweede lid, onderdeel a, onder 3° en 4°. ### Artikel 60 -Een afschrift of exemplaar van de in artikel 58 bedoelde verklaring wordt in de bedrijfsadministratie bewaard als bijlage bij het ingevolge artikel 54, tweede lid, terug ontvangen exemplaar van de losverklaring. +Vervallen ### Artikel 61 @@ -544,7 +545,7 @@ c. een en ander blijkt uit een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in par In afwijking van het verbod van artikel 4 kan voorts in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht: -a. regenwater, buiswater of ballastwater dat, blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank; +a. ballastwater uit ballasttanks, ballastwater dat blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6 afkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank, regenwater of buiswater; b. waswater dat afkomstig is van een bezemschone gangboord of van een andere licht verontreinigde oppervlakte van het schip of c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4. @@ -574,7 +575,7 @@ Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, dra **1.** Het in ontvangst nemen van afvalwater dat ladingrestanten bevat wordt bevestigd door invulling en ondertekening van de daartoe bestemde rubrieken van de ingevolge artikel 66 voorgelegde losverklaring in tweevoud voorgelegde verklaringen. De ontvangstvoorziening bezorgt na ondertekening een exemplaar van de ondertekende losverklaring terug aan de schipper. -**2.** De houder van de inrichting als bedoeld in artikel 67 bewaart een van de in het eerste lid bedoelde losverklaring in zijn administratie. +**2.** Degene die de inrichting drijft als bedoeld in artikel 67 bewaart een exemplaar van de door hem, de ladingontvanger of de overslaginstallatie, en de schipper ingevulde en ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden na afgifte in zijn administratie. **3.** De schipper bewaart de van de inrichting terugontvangen ondertekende losverklaring gedurende ten minste zes maanden aan boord. @@ -595,7 +596,7 @@ De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschi De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van vloeibare lading van of uit een schip a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 43 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en +b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden en c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. ### Artikel 71 @@ -603,7 +604,7 @@ c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ont De ontvanger is jegens de afzender en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van droge lading van of uit een schip: a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 42 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en +b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien het schip goederen heeft vervoerd waarvan de ladingrestanten overeenkomstig de losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften van aanhangsel III bij de Uitvoeringsregeling niet met het waswater in het water geloosd mogen worden en c. ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is beëindigd, de in artikel 45 bedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater en het onder c bedoelde regenwater of buiswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a, b en c bedoelde maatregelen; e. de in artikel 53 bedoelde maatregel te treffen. @@ -624,7 +625,9 @@ Indien de afzender dan wel de ontvanger gebruik maakt van een overslaginstallati ### Artikel 74 -In afwijking van het bepaalde in artikel 73 rust met betrekking tot een passagiersschip dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater de verplichting tot aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening op de exploitant van dat schip. +**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 73 rust met betrekking tot een passagiersschip dat is uitgerust met een boordzuiveringsinstallatie voor afvalwater de verplichting tot aanbieden van het zuiveringsslib van die installatie bij een ontvangstvoorziening op de exploitant van dat schip. + +**2.** De schipper van een passagiersschip dient zeker te stellen dat het bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, op een passende wijze aan boord van het schip wordt verzameld en bij een ontvangstvoorziening wordt afgegeven, voor zover het passagiersschip niet over een zuiveringsinstallatie als bedoeld in artikel 76, beschikt. ### Artikel 75 @@ -785,7 +788,7 @@ In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Ministe ### Artikel 100a -Voorzover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit op de artikelen 8.44, 10.15, 10.17 en 10.40a, tweede lid, van die wet. +Voor zover dit besluit berust op de Wet milieubeheer, berust dit op de artikelen 8.42a, 9.5.2. en 10.40a, tweede lid, van die wet. ### Artikel 101