From 05c36a1e95af589641697525d1f044e19e4d91cd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-01-01 | BWBR0002844 | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 --- .../BWBR0002844/README.md | 10 +++++----- 1 file changed, 5 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md b/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md index 04fe4ada0ff..d8a1a113a27 100644 --- a/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md +++ b/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md @@ -166,8 +166,8 @@ c. uit het laatstelijk voor de vervolging door hem uitgeoefende beroep of bedrij De in de vorige leden bedoelde grondslag wordt bepaald op: -a. tenminste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2020: € 2.313,08 en -b. ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2020: € 4.801,96. +a. tenminste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2021: € 2.319,79 en +b. ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2021: € 4.815,89. **8.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, als bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan. @@ -187,8 +187,8 @@ a. 85% voor de gehuwde vervolgde, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is; b. 75% voor de gehuwde vervolgde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, zevende lid, onder b; c. 80% voor de ongehuwde vervolgde met minderjarige kinderen; d. 75% voor de alleenstaande vervolgde; -e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.533,89 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2020: € 3.137,88; -f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.357,75 per maand per 1 juli 1976 per 1 juli 2020: € 2.919,79. +e. 75% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde met minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.533,89 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2021: € 3.146,98; +f. 70% voor de weduwe en de weduwnaar van de vervolgde zonder minderjarige kinderen, met dien verstande dat de uitkering ten hoogste wordt bepaald op een bedrag van € 2.357,75 per maand per 1 juli 1976 per 1 januari 2021: € 2.928,26. **2.** @@ -329,7 +329,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de **4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 11 worden de inkomsten uit arbeid in beroep of bedrijf in mindering gebracht voorzover de som van de uitkering en die inkomsten de grondslag, bedoeld in artikel 8, overtreft. -**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis gesteld op het in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ten eerste genoemde percentage van het gedeelte van het vermogen dat behoort tot rendementsklasse I, vermeerderd met het in dat lid ten tweede genoemde percentage van het gedeelte van het vermogen dat behoort tot rendementsklasse II. De omvang van het gedeelte van het vermogen dat behoort tot een van beide rendementsklassen wordt bepaald aan de hand van de voor die twee rendementsklassen geldende percentages in de eerste vermogensschijf van de in dat artikel genoemde tabel. Van het aldus berekende bedrag wordt een bedrag vrijgelaten, waarvan de hoogte door Onze Minister wordt bepaald. +**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden op jaarbasis gesteld op 1,78% van het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Van het aldus berekende bedrag wordt een bedrag vrijgelaten, waarvan de hoogte door Onze Minister wordt bepaald. **6.** Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder *c* en het vijfde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing.