2016-10-06 | BWBR0002042 | Besluit tot uitvoering van artikel 12 der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

This commit is contained in:
Coornhert 2016-10-06 12:00:00 +00:00
parent 19ca5e9a0e
commit 05d865ff86

View file

@ -24,9 +24,9 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. indien loon wordt genoten het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 per jaar en niet meer dan € 1605 per jaar;
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487 per jaar, en
b. het bedrag van het over het jaar 2000 toegepaste reiskostenforfait tot een maximum van € 939 per jaar,
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 per jaar en niet meer dan € 1605 per jaar;
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487 per jaar, en
b. het bedrag van het over het jaar 2000 toegepaste reiskostenforfait tot een maximum van € 939 per jaar,
met dien verstande evenwel, dat, in afwijking van artikel 2.17 van de Wet IB 2001,
@ -50,13 +50,13 @@ e. een krachtens de artikelen 7 tot en met 19 van de Wet uitkeringen vervolgings
f. een krachtens de artikelen 7 tot en met 24 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 verleende uitkering of toeslag;
g. een door een gemeente verstrekte bijdrage in de kosten ter verbetering van de woning;
h. de van de Sociale verzekeringsbank krachtens artikel 4:98 van de Algemene wet bestuursrecht ontvangen wettelijke rente;
i. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet en artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet.
i. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet en artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet.
### Artikel 3
Het bedrag van de verrekenbare inkomsten, bedoeld in artikel 2, wordt verminderd met:
a. het door de Sociale verzekeringsbank vast te stellen kapitaalsinteringsbestanddeel van periodieke uitkeringen, welke aan de gepensioneerde opkomen ingevolge een uit zijn vermogen afkomstige prestatie.
a. het door de Sociale verzekeringsbank vast te stellen kapitaalsinteringsbestanddeel van periodieke uitkeringen, welke aan de gepensioneerde opkomen ingevolge een uit zijn vermogen afkomstige prestatie;
b. de inkomsten, welke onverplicht door derden aan de gepensioneerde worden verschaft;
c. de, tengevolge van inkomstenstijging uit onderneming of arbeid gederfde baten, welke voortvloeien uit de onder 2 bedoelde onverplichte bijdragen van derden, indien en voorzover de omstandigheden naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank daartoe aanleiding geven;