diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-wmo-2015/BWBR0035733/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-wmo-2015/BWBR0035733/README.md index 9e4fd69ae29..e43451badc4 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-wmo-2015/BWBR0035733/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-wmo-2015/BWBR0035733/README.md @@ -189,7 +189,7 @@ f. door de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste e g. indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdrage onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de cliënt; h. indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstellingen van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een cliënt die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente. -**5.** Het college geeft onmiddellijk voor het toepassen van het vierde lid, onderdelen c, g en h, bij het CAK aan over hoeveel bijdrageperioden als bedoeld in het derde lid geen bijdrage verschuldigd is. De ingangsdatum van de bijdrageperiode waarover geen bijdrage verschuldigd is, wordt niet gesteld op een datum die is gelegen voor de dag waarop het oordeel van het college als bedoeld in het vierde lid, de onderdelen f en g, aan het CAK kenbaar is gemaakt. Een herziening van de periode waarover geen bijdrage verschuldigd is heeft geen betrekking op de perioden die liggen voor de ingangsdatum van de eerste bijdrageperiode waarover geen bijdrage is verschuldigd. +**5.** Het college geeft onmiddellijk voor het toepassen van het vierde lid, onderdelen c, g en h, bij het CAK aan over hoeveel bijdrageperioden als bedoeld in het derde lid geen bijdrage verschuldigd is. De ingangsdatum van de bijdrageperiode waarover geen bijdrage verschuldigd is, wordt niet gesteld op een datum die is gelegen voor de dag waarop het oordeel van het college aan het CAK kenbaar is gemaakt. Een herziening van de periode waarover geen bijdrage verschuldigd is heeft geen betrekking op de perioden die liggen voor de ingangsdatum van de eerste bijdrageperiode waarover geen bijdrage is verschuldigd. **6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de betalingscapaciteit, bedoeld in het vierde lid, onderdeel g, door het college wordt beoordeeld. @@ -221,24 +221,6 @@ h. indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nad ### Artikel 3.10a -Over een gedeelte van de maand is de bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, gelijk aan het volledige bedrag, bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, of 2.1.4a, vierde lid, van de wet of een lager bedrag dat de gemeente op grond van artikel 3.8 heeft vastgesteld. - -### Artikel 3.10b - -**1.** Het college ziet toe op het niet overschrijden van de kostprijs van een hulpmiddel of woningaanpassing, bedoeld in artikel 2.1.4a, zesde lid, van de wet, aan de hand van de totale kostprijs. - -**2.** Indien het college het CAK in kennis stelt van de totale kostprijs, bedoeld in het eerste lid, ziet het CAK voor het college toe op het niet overschrijden van die kostprijs. - -**3.** Bij het bepalen of de kostprijs niet wordt overschreden, wordt door het CAK, in afwijking van artikel 3.8, tweede en vierde lid, het bedrag, bedoeld in artikel 2.1.4 derde lid, of 2.1.4a, vierde lid van de wet, elke maand in mindering gebracht op de kostprijs. - -**4.** Het CAK gaat bij een samenloop van meerdere voorzieningen voor een cliënt uit van de kostprijs van één door het college aangewezen voorziening. Het college geeft aan bij welke voorziening het CAK toeziet op het niet overschrijden van de kostprijs, bedoeld in het eerste lid. - -**5.** Indien de totale kostprijs wordt bereikt geeft het CAK daarvan onmiddellijk kennis aan het college. - -**6.** Het CAK staakt de inning van de bijdrage nadat het college om staking van de inning heeft verzocht. Als de resterende totale kostprijs lager is dan de verschuldigde bijdrage per maand wordt die bijdrage niet geïnd. - -### Artikel 3.10a - Vervallen ### Paragraaf 3. Bijdragen voor beschermd wonen @@ -562,11 +544,8 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van d De gemeenteraad regelt bij verordening als bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid, van de wet, in ieder geval dat het college, voor het leveren van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet, vaststelt: -a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met de derde; of -b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: - -1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en -2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. +a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of +b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde. **2.**