2025-10-10 | BWBR0047444 | Uitvoeringsregeling GLB 2023
This commit is contained in:
parent
915e003b4e
commit
060168ec28
1 changed files with 19 additions and 16 deletions
|
|
@ -206,6 +206,8 @@ b. een perceel landbouwgrond met alleen een landschapselement met een afgeronde
|
|||
|
||||
**8.** Het maximum subsidiabele areaal wordt vastgesteld per referentieperceel waarbij een marge als bedoeld in artikel 2, zevende lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2022/1172, kan worden gehanteerd van maximaal 125 cm, rekening houdend met de omtrek en conditie van het referentieperceel.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het verschil tussen het subsidiabele areaal en het totale areaal dat op grond van artikel 10, tweede lid, is opgegeven niet meer dan 0,1 ha bedraagt, wordt het subsidiabele areaal gelijkgesteld aan het opgegeven areaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van landschapselementen op de referentiepercelen van het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
|
||||
|
|
@ -288,8 +290,9 @@ f. indien van toepassing een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 5, der
|
|||
|
||||
De landbouwer houdt gedurende de periode tussen 15 mei en 15 oktober van het aanvraagjaar de bij de aanvraag ingediende gegevens actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan, onverwijld door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier een wijziging van de gegevens wordt ingediend, voor zover die wijziging betrekking heeft op:
|
||||
|
||||
a. de gewassen die per perceel worden geteeld; of
|
||||
b. de in de aanvraag per perceel opgenomen eco-activiteiten als bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd.
|
||||
a. de gewassen die per perceel worden geteeld;
|
||||
b. de in de aanvraag per perceel opgenomen eco-activiteiten als bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd; of
|
||||
c. het aanwezig zijn van noemenswaardige hinder voor de uitoefening van landbouwactiviteiten op een perceel.
|
||||
|
||||
**4.** Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in het derde lid en artikel 59, zesde lid, van verordening (EU) 2021/2116, die tot en met 15 oktober kunnen worden ingediend, en gevallen als bedoeld in artikel 46.
|
||||
|
||||
|
|
@ -385,7 +388,7 @@ b. een *vezelgewas*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
2°. artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de teelt van hennep.
|
||||
c. een *stikstofbindend gewas*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking of teelt een gewas uit de gewassenlijst 'stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 in combinatie met graan, waarbij het aandeel van stikstofbindende gewassen meer dan 50% is; en
|
||||
1°. de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking of teelt een gewas uit de gewassenlijst 'stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 in combinatie met graan, waarbij de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 50% met stikstofbindende gewassen; en
|
||||
2°. de landbouwer past deze eco-activiteit niet toe op een perceel dat het voorgaande jaar blijvend grasland was.
|
||||
d. een *verlengde teelt*, vanaf het tweede jaar, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -400,7 +403,7 @@ f. *kruidenrijk grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
|
||||
1°. de landbouwer teelt:
|
||||
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober minimaal 25 procent van het perceel uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt is waarvan minimaal 25% met kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25% met gras, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 juni tot 1 oktober en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken of de boomkwekerijgewassen, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
|
||||
2°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
g. een *natte teelt,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
|
@ -416,7 +419,7 @@ h. een *vroeg ras rooigewas 1 september*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
i. *voedselbos* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het gaat om een voedselbos als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, dat in de periode van 2015 tot 2023 werd aangemerkt als landbouwareaal;
|
||||
2°. het toepassen van bestrijdingsmiddelen of bemesting is niet toegestaan;
|
||||
2°. het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden en bemesting is niet toegestaan;
|
||||
3°. het keren, ploegen, spitten of woelen van de grond is niet toegestaan;
|
||||
4°. het perceel voedselbos heeft een aaneengesloten oppervlak van minimaal 0,5 hectare;
|
||||
5°. per hectare staan er minimaal 15 verschillende soorten voedselproducerende bomen en struiken, van de soorten, bedoeld in de Soortenlijst behorende bij de gewascode voedselbossen van de Stichting Voedselbosbouw; en
|
||||
|
|
@ -427,7 +430,7 @@ b. het ontwerp van het voedselbos; en
|
|||
c. wanneer en wat voor voedsel de eetbare soorten zullen opleveren.
|
||||
j. *grasklaver*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. van 1 april tot 1 juli bestaat minimaal 25 procent van het perceel uit gras en minimaal 25 procent uit klaver, met een zichtbare bedekking van grasklaver; en
|
||||
1°. van 1 april tot 1 juli wordt de oppervlakte van het betreffende perceel volledig zichtbaar bedekt waarvan minimaal 25% met gras en minimaal 25% met klaver; en
|
||||
2°. gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
k. *strokenteelt*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
|
|
@ -443,12 +446,12 @@ De Eco-activiteiten in de categorie bodemgewas zijn:
|
|||
a. *onderzaai vanggewas,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een vanggewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als onderzaai in combinatie met de hoofdteelt, zodat dit leidt tot zichtbare bodembedekking direct na de oogst van de hoofdteelt;
|
||||
2°. tot ten minste 1 december bestaat de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven vanggewas;
|
||||
2°. tot ten minste 1 december is de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven vanggewas;
|
||||
3°. de hoofdteelt en de onderzaai zijn verschillende gewassen; en
|
||||
4°. het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel is na de oogst van de hoofdteelt niet toegestaan.
|
||||
b. *groenbedekking,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas bestaat;
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart waarbij de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt is met het aangegeven gewas;
|
||||
2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende landbouwareaal;
|
||||
3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas; en
|
||||
4°. het gewas mag doodvriezen.
|
||||
|
|
@ -527,7 +530,7 @@ De eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn:
|
|||
|
||||
weiden categorie 1 of weiden categorie 2 onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer verleent toestemming als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdeel d; en
|
||||
1°. de landbouwer verleent toestemming als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, onderdeel d; en
|
||||
2°. de landbouwer neemt deel aan een erkend certificeringsschema als bedoeld in artikel 22b en voldoet volgens vaststelling door de certificerende instantie aan de eisen van dit certificeringsschema.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
|
@ -610,7 +613,7 @@ De Eco-activiteiten in de categorie niet-productieve grond zijn:
|
|||
a. *heg, haag, struweel,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer houdt een heg, haag, of struweel gelegen op of grenzend aan landbouwgrond in stand van 1 januari tot en met 31 december;
|
||||
2°. een heg, haag of struweel bestaat uit een lijnvormig element met aaneengesloten opgaande begroeiing van voornamelijk inheemse struiken, waarbij uitheemse soorten en bomen worden verwijderd;
|
||||
2°. een heg, haag of struweel bestaat uit een lijnvormig element met aaneengesloten opgaande begroeiing van voornamelijk inheemse struiken, waarbij uitheemse soorten en bomen worden verwijderd en waarbij voor een nieuw aangeplante heg, haag of struweel geldt dat aan deze voorwaarde wordt voldaan als de plantdichtheid bij aanplant zodanig is dat binnen drie jaar na die aanplant een aaneengesloten opgaande begroeiing aanwezig is;
|
||||
3°. een heg, haag of struweel wordt in stand gehouden door periodiek te snoeien of te knippen, zodat de begroeiing bestaat uit alleen opgaande begroeiing; en
|
||||
4°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
|
||||
b. *landschapselement hout*, onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
|
@ -621,7 +624,7 @@ c. *groene braak*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
|
||||
1°. de landbouwer teelt voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland;
|
||||
2°. het perceel is minimaal drie meter breed;
|
||||
3°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus en voor het jaar 2024 van 15 juli tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
|
||||
3°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus is de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80% zichtbaar bedekt met het aangegeven gewas;
|
||||
4°. het is niet toegestaan om tijdens en na de braakperiode het aanwezige gewas in het betreffende aanvraagjaar alsnog te oogsten, te bemesten of er chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op toe te passen;
|
||||
5°. beweiden of oogsten van het aangegeven gewas is het gehele aanvraagjaar niet toegestaan; en
|
||||
6°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland.
|
||||
|
|
@ -662,20 +665,20 @@ b. heeft voor de subsidiabele hectares per regio een minimaal aantal punten volg
|
|||
c. heeft voor de subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en
|
||||
d. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eco-activiteiten op de subsidiabele hectares die op de peildatum bij hem in gebruik zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel d en vierde lid, onderdeel c, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel b en derde lid, onderdeel b, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Uitbetaling kan worden gevraagd voor de uitvoering van verschillende, elkaar niet uitsluitende eco-activiteiten op hetzelfde perceel, als bedoeld in bijlage 2, waarbij zowel de punten als de waardes van die eco-activiteit bij elkaar mogen worden opgeteld.
|
||||
**1.** Uitbetaling kan worden gevraagd voor de uitvoering van verschillende, elkaar niet uitsluitende eco-activiteiten op hetzelfde perceel, als bedoeld in bijlage 2, onderdeel D, waarbij zowel de punten als de waardes van die eco-activiteit bij elkaar mogen worden opgeteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de uitvoering van verschillende eco-activiteiten op hetzelfde perceel die dezelfde handeling omvatten als bedoeld in bijlage 2:
|
||||
Bij de uitvoering van verschillende eco-activiteiten op hetzelfde perceel die dezelfde handeling omvatten als bedoeld in bijlage 2, onderdeel D:
|
||||
|
||||
a. worden de punten toegekend van de activiteit die het hoogste aantal te behalen punten oplevert; en
|
||||
b. wordt de waarde toegekend van de activiteit die de hoogste waarde oplevert.
|
||||
|
||||
**3.** Indien naast een aanvraag om uitbetaling voor het uitvoeren van een eco-activiteit voor dezelfde handeling op hetzelfde perceel tevens een aanvraag wordt gedaan om uitbetaling in het kader van de subsidieregelingen ANLb, wordt voor de eco-activiteit geen waarde toegekend.
|
||||
**3.** Indien naast een aanvraag om uitbetaling voor het uitvoeren van een eco-activiteit voor dezelfde handeling op hetzelfde perceel of deel van het perceel tevens een aanvraag wordt gedaan om uitbetaling in het kader van de subsidieregelingen ANLb, wordt voor het overlappende deel van het perceel voor de eco-activiteit geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -1011,7 +1014,7 @@ c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.
|
|||
|
||||
Indien sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het van de begunstigde in een kalenderjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro en dit bedrag geen sanctie betreft als bedoeld in artikel 34; of
|
||||
a. het van de begunstigde over een aanvraagjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro per betaling als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en dit bedrag geen sanctie betreft als bedoeld in artikel 34; of
|
||||
b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.
|
||||
|
||||
**2.** Ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, van verordening (EU) 2022/128 wordt wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstig afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht indien de begunstigde het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue