2008-11-01 | BWBR0024379 | Besluit brandveilig gebruik bouwwerken

This commit is contained in:
Coornhert 2008-11-01 12:00:00 +00:00
parent d5c6017309
commit 0605ebc72f

View file

@ -26,6 +26,7 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor
* gebruiksfunctie:* gebruiksfunctie als bedoeld in het Bouwbesluit 2003;
* gebruiksmelding:* melding als bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid;
* gebruiksoppervlakte:* gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;
* gebruiksvergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 2.11.1, eerste lid;
* meetniveau:* meetniveauals bedoeld in het Bouwbesluit 2003;
* milieugevaarlijke stoffen:* gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;
* NEN:* door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;
@ -74,15 +75,15 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor
**3.** Op een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie voor zorg en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, 2.4.3 en 2.8.1 niet van toepassing.
**4.** Op een gemeenschappelijke ruimte van een in een woongebouw gelegen woonfunctie voor kamergewijze verhuur en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.2.1, vierde lid, 2.3.7 en 2.8.1 niet van toepassing.
**4.** Op een gemeenschappelijke ruimte van een in een woongebouw gelegen woonfunctie voor kamergewijze verhuur en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.2.1, vierde lid, 2.3.7 en 2.8.1 en paragraaf 2.11 niet van toepassing.
**5.** Op een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, eerste lid, en 2.8.1 niet van toepassing.
**5.** Op een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, eerste lid, en 2.8.1 en paragraaf 2.11 niet van toepassing.
**6.** Op een gemeenschappelijke ruimte van een in een woongebouw gelegen niet in het tweede en vierde lid genoemde woonfunctie en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.2.1, vierde lid, 2.3.7, 2.4.2 en 2.8.1 en paragraaf 2.12 niet van toepassing.
**6.** Op een gemeenschappelijke ruimte van een in een woongebouw gelegen niet in het tweede en vierde lid genoemde woonfunctie en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.2.1, vierde lid, 2.3.7, 2.4.2 en 2.8.1 en de paragrafen 2.11 en 2.12 niet van toepassing.
**7.** Op een niet-gemeenschappelijke ruimte van een niet in het derde en vijfde lid genoemde woonfunctie en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, 2.4.3 en 2.8.1 en paragraaf 2.12 niet van toepassing.
**7.** Op een niet-gemeenschappelijke ruimte van een niet in het derde en vijfde lid genoemde woonfunctie en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, 2.4.3 en 2.8.1 en de paragrafen 2.11 en 2.12 niet van toepassing.
**8.** Op een niet in een logiesgebouw gelegen logiesfunctie en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, 2.4.3 en 2.8.1 en paragraaf 2.12 niet van toepassing.
**8.** Op een niet in een logiesgebouw gelegen logiesfunctie en een nevenfunctie daarvan zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.2.1, vierde lid, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.5, eerste lid, 2.3.7, 2.3.10, 2.3.11, 2.4.2, 2.4.3 en 2.8.1 en de paragrafen 2.11 en 2.12 niet van toepassing.
**9.** Op een overige gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m2 die niet voor het publiek toegankelijk is en op een lichte industriefunctie is artikel 2.3.7 niet van toepassing.
@ -98,7 +99,7 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor
**1.** Onze Minister kan ten behoeve van experimenten tijdelijk van de in dit besluit gegeven voorschriften afwijken of afwijking daarvan toestaan.
**2.** Onze Minister maakt geen gebruik van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid dan nadat het bevoegd gezag in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Onze Minister maakt geen gebruik van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid dan nadat burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het bouwwerk geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen.
**3.** De tijdsduur van een afwijking als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste 24 maanden.
@ -186,7 +187,7 @@ Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of
### Artikel 2.1.7
Onderdelen van de bouwconstructie als bedoeld in het Bouwbesluit 2003 die uitsluitend met een aanvullende behandeling kunnen voldoen aan de in het Bouwbesluit 2003 gestelde eisen met betrekking tot brandveiligheid zijn voorzien van een geldig door het bevoegd gezag aanvaard document waaruit blijkt dat deze aanvullende behandeling adequaat is toegepast.
Onderdelen van de bouwconstructie als bedoeld in het Bouwbesluit 2003 die uitsluitend met een aanvullende behandeling kunnen voldoen aan de in het Bouwbesluit 2003 gestelde eisen met betrekking tot brandveiligheid zijn voorzien van een geldig door burgemeester en wethouders aanvaard document waaruit blijkt dat deze aanvullende behandeling adequaat is toegepast.
### Artikel 2.1.8
@ -213,11 +214,13 @@ b. brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmteontwikkel
c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;
d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;
e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61°C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter, en
f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is toegestaan.
f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de Wet milieubeheer is toegestaan.
**4.** Bij het berekenen van een toegestane hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
**4.** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van een in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde toegestane hoeveelheid.
^1 Eenheid bepaald overeenkomstig bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht.
**5.** Bij het berekenen van een toegestane hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
^1 Eenheid bepaald overeenkomstig het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
### Artikel 2.1.9
@ -264,7 +267,7 @@ b. de totale vloeroppervlakte van de besloten ruimte van waaruit in slechts een
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor kamergewijze verhuur indien elke wooneenheid in een afzonderlijk subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068: 2004, inclusief wijzigingsblad A2: 2005, bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van het subbrandcompartiment naar een besloten ruimte in het brandcompartiment die niet lager is dan 30 minuten.
**6.** Een installatie als bedoeld in het eerste lid voldoet aan NEN 2535: 1996, inclusief wijzigingsblad A1: 2002, en aan een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen als bedoeld in deze norm.
**6.** Een installatie als bedoeld in het eerste lid voldoet aan NEN 2535: 1996, inclusief wijzigingsblad A1: 2002, en aan een door burgemeester en wethouders goedgekeurd programma van eisen als bedoeld in deze norm.
**7.** Een installatie als bedoeld in het eerste lid functioneert overeenkomstig de op de installatie van toepassing zijnde voorschriften.
@ -350,11 +353,11 @@ b. met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179: 1997, i
### Artikel 2.3.6
**1.** Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie die voldoet aan NEN 2575: 2004 en aan een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen als bedoeld in deze norm.
**1.** Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie die voldoet aan NEN 2575: 2004 en aan een door burgemeester en wethouders goedgekeurd programma van eisen als bedoeld in deze norm.
**2.** Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur is de in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie een luidalarminstallatie die in elke verblijfsruimte voldoende hoorbaar is. Deze installatie heeft ten minste een signaalgever in een gezamenlijke keuken en een per bouwlaag in een ruimte waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert.
**3.** Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in artikel 2.2.1, vierde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie met automatisch ontruimingssignaal die voldoet aan NEN 2575: 2004 en aan een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen als bedoeld in deze norm.
**3.** Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in artikel 2.2.1, vierde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie met automatisch ontruimingssignaal die voldoet aan NEN 2575: 2004 en aan een door burgemeester en wethouders goedgekeurd programma van eisen als bedoeld in deze norm.
**4.** Het beheer, de controle en het onderhoud van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste tot en met derde lid voldoet aan NEN 2654-2: 2004.
@ -380,7 +383,7 @@ b. met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179: 1997, i
### Artikel 2.3.9
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rook- en warmteafvoerinstallatie of ander rookbeheersingssysteem is voorzien van een geldig door het bevoegd gezag aanvaard document waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd.
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rook- en warmteafvoerinstallatie of ander rookbeheersingssysteem is voorzien van een geldig door burgemeester en wethouders aanvaard document waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd.
### Artikel 2.3.10
@ -421,7 +424,7 @@ Een bij of krachtens de wet voorgeschreven blusmiddel is duidelijk zichtbaar opg
### Artikel 2.5.1
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig door het bevoegd gezag aanvaard document waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd.
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig door burgemeester en wethouders aanvaard document waaruit blijkt dat deze voorziening adequaat functioneert, wordt onderhouden en gecontroleerd.
### Paragraaf 2.6. Voor de brandweer noodzakelijke voorzieningen
@ -487,7 +490,7 @@ d. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.
### Artikel 2.10.1
**1.** In een bouwwerk waarop voorschriften uit dit hoofdstuk van toepassing zijn, is een logboek aanwezig. Dit logboek ligt evenals een afschrift van de vergunning voor brandveilig gebruik, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, en een afschrift van de gebruiksmelding ter inzage van degenen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de voorschriften van dit besluit.
**1.** In een bouwwerk waarop voorschriften uit dit hoofdstuk van toepassing zijn, is een logboek aanwezig. Dit logboek ligt evenals een afschrift van de gebruiksvergunning en een afschrift van de gebruiksmelding ter inzage van degenen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de voorschriften van dit besluit.
**2.** Een logboek als bedoeld in het eerste lid bevat een volledig en chronologisch overzicht van buitengebruikstellingen en van op grond van dit besluit uitgevoerde onderhouds- en controleactiviteiten en storings- en alarmmeldingen van installaties als bedoeld in dit besluit alsmede van andere werkzaamheden aan deze installaties.
@ -503,27 +506,115 @@ c. het verslag van ontruimingsoefeningen.
### Artikel 2.11.1
Vervallen
**1.**
Het is verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders:
a. een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken voor zover daarin bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen;
b. een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken voor zover daarin dagverblijf zal worden verschaft aan:
1° meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of
2° meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen.
**2.** In een bouwverordening als bedoeld in artikel 8 van de wet, kan worden afgeweken van het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde aantal personen.
### Artikel 2.11.2
Vervallen
**1.** Een aanvraag om gebruiksvergunning wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het bouwwerk geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen.
**2.** Een aanvraag wordt gedaan op een door Onze Minister vastgesteld formulier dat door burgemeester en wethouders op zijn verzoek aan de aanvrager beschikbaar wordt gesteld.
**3.**
Voor zover dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is om aannemelijk te maken dat het gebruik voldoet aan de bij of krachtens de wet geldende eisen verstrekt de aanvrager bij de aanvraag een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner mag zijn dan 1:1000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner mag zijn dan 1:100 bij een gebouw met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 m² en niet kleiner dan 1:200 bij een grotere oppervlakte.
Op de plattegrondtekening is aangegeven:
a. schaalaanduiding;
b. per bouwlaag:
° hoogte van de vloer boven het meetniveau;
° gebruiksoppervlakte, en
° maximaal aantal personen;
c. per ruimte:
° vloeroppervlakte;
° gebruiksbestemming;
° bij ruimten voor meer dan 25 personen, de hoogste bezetting van die ruimte, en
° opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in de artikelen 2.3.1 en 2.3.2;
d. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn:
° brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies;
° vluchtroutes;
° draairichting van deuren;
° zelfsluitende deuren als bedoeld in de artikelen 2.1.5 en 2.3.3;
° sluitwerk van deuren als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid;
° vluchtroute-aanduidingen;
° noodverlichting;
° oriëntatieverlichting als bedoeld in artikel 2.3.10;
° brandmeldcentrale en brandmeldpaneel;
° brandslanghaspels;
° mobiele brandblusapparaten;
° droge blusleidingen;
° brandweeringang;
° sleutelkluis of -buis, en
° brandweerlift.
De aanduidingen zijn conform NEN 1414: 2007, voor zover deze norm daarin voorziet.
**4.** Bij toepassing van een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, verstrekt de aanvrager voor zover dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is tevens gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk wordt gemaakt.
**5.** Het aanvraagformulier en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend.
**6.** Een aanvraag kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen.
### Artikel 2.11.3
Vervallen
**1.** Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om gebruiksvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag en kunnen hun beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.
**2.**
In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en wethouders de beslissing aan indien:
a. voor het bouwwerk een bouwvergunning is vereist en zij nog niet op de aanvraag om bouwvergunning hebben beslist;
b. voor het bouwwerk een aanschrijving is uitgevaardigd wegens strijd met voorschriften van het Bouwbesluit 2003 en de aanschrijving binnen de in het eerste lid bedoelde termijn is verzonden en nog niet aan de aanschrijving is voldaan.
**3.** De in het tweede lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken nadat is beslist op een aanvraag om bouwvergunning als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, dan wel zes weken nadat is voldaan aan de aanschrijving, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
### Artikel 2.11.4
Vervallen
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden indien deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.
**2.** Bij een aanvraag om gebruiksvergunning voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk kan in de gebruiksvergunning worden bepaald voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar de vergunning is verleend.
### Artikel 2.11.5
Vervallen
Een gebruiksvergunning mag slechts en moet worden geweigerd indien:
a. de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van het bouwwerk in relatie tot de beoogde gebruiksfunctie geen brandveilig gebruik is en door het stellen van voorwaarden geen brandveilig gebruik kan worden bereikt, of
b. de bouwvergunning is geweigerd.
### Artikel 2.11.6
Vervallen
**1.**
Burgemeester en wethouders kunnen de gebruiksvergunning wijzigen:
a. indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk die bij de verlening van de gebruiksvergunning een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, of
b. op verzoek van de vergunninghouder.
**2.**
Burgemeester en wethouders kunnen de gebruiksvergunning intrekken:
a. indien blijkt dat zij de vergunning op grond van onjuiste of onvolledige gegevens hebben verleend;
b. indien blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan aan een voorwaarde van de vergunning;
c. indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 30 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning;
d. indien van de vergunning gedurende een aansluitende periode van 30 weken of langer geen gebruik is gemaakt;
e. indien het belang in verband waarmee de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk blijkt door wijziging van de vergunning dat belang voldoende te beschermen of
f. op verzoek van de vergunninghouder.
**3.** Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking of wijziging van de gebruiksvergunning dan nadat zij de vergunninghouder in de gelegenheid hebben gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
### Paragraaf 2.12. Gebruiksmelding
@ -537,7 +628,7 @@ a. een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, toe te p
b. een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken indien daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn;
c. een woonfunctie in gebruik te nemen of te gebruiken voor kamergewijze verhuur.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarvoor een vergunning voor brandveilig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarvoor een gebruiksvergunning is vereist.
**3.**
@ -550,31 +641,63 @@ b. een tunnel die uitsluitend dan wel mede bestemd is voor motorrijtuigen als be
### Artikel 2.12.2
**1.** Een gebruiksmelding wordt ten minste vier weken voor de aanvang van het gebruik schriftelijk ingediend bij het bevoegd gezag.
**1.** Een gebruiksmelding wordt ten minste vier weken voor de aanvang van het gebruik schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het bouwwerk geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen.
**2.** Indien een activiteit ten aanzien waarvan een gebruiksmelding is vereist, verband houdt met een activiteit die behoort tot een categorie waarvoor ingevolge artikel 2.1 of 2.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een vergunning is vereist, kan de gebruiksmelding, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, tegelijkertijd met de indiening van de aanvraag om die vergunning worden gedaan. In dat geval wordt de gebruiksmelding op dezelfde wijze als die aanvraag ingediend.
**2.** Een gebruiksmelding wordt gedaan op een door Onze Minister vastgesteld formulier dat door burgemeester en wethouders op zijn verzoek aan de melder beschikbaar wordt gesteld.
### Artikel 2.12.2a
**3.** Bij de gebruiksmelding, bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, onderdeel a, verstrekt de melder voor zover dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk wordt gemaakt.
**1.** Een gebruiksmelding langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de gebruiksmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op die gebruiksmelding is artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing.
**4.**
**2.** Een gebruiksmelding anders dan langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Indien de gebruiksmelding tegelijkertijd met de indiening van een aanvraag om vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt gedaan, wordt van de gebruiksmelding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden hetzelfde aantal exemplaren ingediend als op grond van artikel 4.2, tweede en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht van de aanvraag om vergunning en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden wordt ingediend. Indien de gebruiksmelding afzonderlijk wordt gedaan, worden deze en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden in drievoud ingediend.
Voor zover dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is om aannemelijk te maken dat het gebruik voldoet aan de bij of krachtens de wet geldende eisen verstrekt de melder bij de gebruiksmelding, bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, onderdelen b en c, een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner mag zijn dan 1:1000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner mag zijn dan 1:100 bij een gebouw met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 m² en niet kleiner dan 1:200 bij een grotere oppervlakte.
**3.** Bij de gebruiksmelding, bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, onderdeel a, verstrekt de melder voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is gegevens en bescheiden waarmee de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk wordt gemaakt.
Op de plattegrondtekening is aangegeven:
**4.** Bij de gebruiksmelding, bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, onderdelen b en c, verstrekt de melder voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is om aannemelijk te maken dat het gebruik voldoet aan de bij of krachtens de wet geldende eisen een situatieschets en een plattegrondtekening. De eisen die krachtens artikel 4.4, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht worden gesteld aan de bij een aanvraag om vergunning voor brandveilig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te verstrekken situatieschets en plattegrondtekening zijn van overeenkomstige toepassing.
a. schaalaanduiding;
b. per bouwlaag:
**5.** Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd.
° hoogte van de vloer boven het meetniveau;
° gebruiksoppervlakte, en
° maximaal aantal personen;
c. per ruimte:
**6.** Een gebruiksmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen.
° vloeroppervlakte;
° gebruiksbestemming;
° bij ruimten voor meer dan 25 personen, de hoogste bezetting van die ruimte, en
° opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in de artikelen 2.3.1 en 2.3.2;
d. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn:
° brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies;
° vluchtroutes;
° draairichting van deuren;
° zelfsluitende deuren als bedoeld in de artikelen 2.1.5 en 2.3.3;
° sluitwerk van deuren als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid;
° vluchtroute-aanduidingen;
° noodverlichting;
° oriëntatieverlichting als bedoeld in artikel 2.3.10;
° brandmeldcentrale en brandmeldpaneel;
° brandslanghaspels;
° mobiele brandblusapparaten;
° droge blusleidingen;
° brandweeringang;
° sleutelkluis of -buis, en
° brandweerlift.
De aanduidingen zijn conform NEN 1414: 2007, voor zover deze norm daarin voorziet.
**5.** Het meldingsformulier en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend.
**6.** Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd.
**7.** Een gebruiksmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen.
### Artikel 2.12.3
De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.
De melder krijgt door of namens burgemeester en wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.
### Artikel 2.12.4
**1.** Het bevoegd gezag kan na een melding van een gebruik als bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, onderdeel b, besluiten nadere voorwaarden op te leggen indien deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.
**1.** Burgemeester en wethouders kunnen na een melding van een gebruik als bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, onderdeel b, besluiten nadere voorwaarden op te leggen indien deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.
**2.** Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
@ -582,12 +705,12 @@ De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toege
**1.**
Het bevoegd gezag kan de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.12.4, eerste lid, wijzigen:
Burgemeester en wethouders kunnen de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.12.4, eerste lid, wijzigen:
a. indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk die bij de beoordeling van de melding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, en
b. op verzoek van de melder.
**2.** Het bevoegd gezag gaat niet over tot wijziging van de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.12.4, eerste lid, dan nadat het de melder in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2.** Burgemeester en wethouders gaan niet over tot wijziging van de nadere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.12.4, eerste lid, dan nadat zij de melder in de gelegenheid hebben gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
## Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen