2012-01-01 | BWBR0009508 | Bankwet 1998
This commit is contained in:
parent
8d96569d57
commit
0625630e43
1 changed files with 31 additions and 21 deletions
|
|
@ -20,10 +20,10 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
|
||||
b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
|
||||
c. het Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
|
||||
d. de Europese Centrale Bank: de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 4A van het Verdrag;
|
||||
e. het Europees Stelsel van Centrale Banken: het Europees Stelsel van Centrale Banken, bedoeld in artikel 4A van het Verdrag;
|
||||
f. de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 4A van het Verdrag.
|
||||
c. het Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
|
||||
d. de Europese Centrale Bank: de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
|
||||
e. het Europees Stelsel van Centrale Banken: het Europees Stelsel van Centrale Banken, bedoeld in artikel 282, eerste lid, van het Verdrag;
|
||||
f. de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 129, tweede lid, van het Verdrag.
|
||||
|
||||
**2.** De Bank vormt een integrerend onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken met betrekking tot de taken en plichten die het Verdrag aan dat Stelsel opdraagt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -35,9 +35,9 @@ f. de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de Statuten van het
|
|||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van het Verdrag heeft de Bank als doelstelling het handhaven van prijsstabiliteit.
|
||||
|
||||
**2.** Ter uitvoering van het Verdrag ondersteunt de Bank, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, het algemene economische beleid in de Europese Gemeenschap teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van het Verdrag omschreven doelstellingen van de Gemeenschap.
|
||||
**2.** Ter uitvoering van het Verdrag ondersteunt de Bank, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, het algemene economische beleid in de Europese Gemeenschap teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie.
|
||||
|
||||
**3.** De Bank handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 3 A van het Verdrag.
|
||||
**3.** De Bank handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119 van het Verdrag.
|
||||
|
||||
**4.** De Bank heeft voorts als doelstelling het uitvoeren van taken, anders dan die bedoeld in artikel 3, voorzover deze haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -48,12 +48,12 @@ f. de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de Statuten van het
|
|||
Ter uitvoering van het Verdrag draagt de Bank in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken bij aan de vervulling van de volgende taken
|
||||
|
||||
a. het bepalen van het monetaire beleid en het ten uitvoer leggen van dat beleid;
|
||||
b. het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met artikel 109 van het Verdrag;
|
||||
b. het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met artikel 219 van het Verdrag;
|
||||
c. het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves;
|
||||
d. het verzorgen van de geldsomloop voorzover deze uit bankbiljetten bestaat;
|
||||
e. het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer.
|
||||
|
||||
**2.** Ter uitvoering van het Verdrag draagt de Bank in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken bij tot een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel.
|
||||
**2.** Ter uitvoering van het Verdrag draagt de Bank in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken bij tot een goede beleidsvoering van de bevoegde autoriteiten ten aanzien van het bedrijfseconomisch toezicht op banken en de stabiliteit van het financiële stelsel.
|
||||
|
||||
**3.** Ter uitvoering van het Verdrag is het de Bank toegestaan bij de uitoefening van haar taken en plichten ingevolge het eerste en tweede lid instructies te vragen aan en te aanvaarden van uitsluitend de Europese Centrale Bank.
|
||||
|
||||
|
|
@ -79,6 +79,20 @@ De Bank is bevoegd die werkzaamheden te verrichten die nodig zijn ter uitvoering
|
|||
|
||||
De Bank is bevoegd tot het uitgeven van bankbiljetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
**1.** De Bank kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van artikel 6, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG L 181).
|
||||
|
||||
**2.** De Bank kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van artikel 6, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG L 181).
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50 000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Met het toezicht op de naleving van de verplichtingen gesteld in de verordening, genoemd in het eerste en tweede lid, zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen.
|
||||
|
||||
**6.** Van een besluit als bedoeld in het vijfde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
De Bank is bevoegd de Europese Centrale Bank bij te staan bij het verzamelen van gegevens op de voet van artikel 5 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken.
|
||||
|
|
@ -107,7 +121,7 @@ Artikel 153 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de B
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 108 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.
|
||||
Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 131 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,6 +135,10 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s
|
|||
|
||||
**5.** De salarissen en de toezeggingen omtrent het pensioen alsmede regelingen omtrent vergoeding van onkosten van de president en de directeuren worden vastgesteld door de raad van commissarissen en goedgekeurd door Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De raad van commissarissen bestaat uit tenminste negen en ten hoogste twaalf leden.
|
||||
|
|
@ -133,7 +151,7 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Ten behoeve van Onze Minister kan degene die ingevolge artikel 13, tweede lid, tot lid van de raad van commissarissen is benoemd op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 107 van het Verdrag bij de directie van de Bank gegevens en inlichtingen inwinnen over de wijze waarop de Bank haar taken uitvoert. Hij kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 107 van het Verdrag zijn bevindingen aan Onze Minister kenbaar maken.
|
||||
**1.** Ten behoeve van Onze Minister kan degene die ingevolge artikel 13, tweede lid, tot lid van de raad van commissarissen is benoemd op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag bij de directie van de Bank gegevens en inlichtingen inwinnen over de wijze waarop de Bank haar taken uitvoert. Hij kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag zijn bevindingen aan Onze Minister kenbaar maken.
|
||||
|
||||
**2.** De directie van de Bank is gehouden de in het eerste lid bedoelde persoon telkens op diens aanvraag al die gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke hij tot behoorlijke uitoefening van zijn taak als bedoeld in het eerste lid, nodig acht, met uitzondering van gegevens en inlichtingen die ingevolge het Verdrag of de in artikel 4 bedoelde wettelijke regelingen geheim zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -173,13 +191,13 @@ c. ten minste negen en ten hoogste elf leden die steeds voor vier jaar worden be
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is, met inachtneming van artikel 107 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering.
|
||||
**1.** Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering.
|
||||
|
||||
**2.** De Bank is, met inachtneming van artikel 10.4 en artikel 38 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen te verstrekken.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 107 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 38 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord.
|
||||
Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 38 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -203,15 +221,7 @@ Wijzigt de Muntwet 1987.
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Tot het tijdstip dat de Europese Centrale Bank en het Europees Stelsel van Centrale Banken worden opgericht overeenkomstig artikel 109 L, eerste lid, van het Verdrag, gelden de volgende leden.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen, waarin Onze Minister zulks ter coördinatie van de monetaire en financiële politiek van de Regering en de politiek van de Bank noodzakelijk acht, geeft hij, de bankraad gehoord, aan de directie de ter bereiking van dat doel nodige aanwijzingen. Behoudens het bepaalde in het volgende lid, is de directie gehouden die aanwijzingen op te volgen.
|
||||
|
||||
**3.** De directie kan tegen het opvolgen van een aanwijzing als in het tweede lid bedoeld bezwaar maken. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift drie dagen. De artikelen 7:2 tot en met 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. Onze Minister beslist op het bezwaar in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de beslissing van Onze Minister overeenkomstig het derde lid ertoe leidt dat de aanwijzingen zullen worden opgevolgd, wordt, indien het landsbelang zich hiertegen naar het oordeel van de ministerraad niet verzet, van het bezwaar van de directie en de beslissing van Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het eerste lid bedoelde tijdstip wordt door Onze Minister in de Staatscourant bekend gemaakt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue