2004-12-22 | BWBR0004149 | Mediawet
This commit is contained in:
parent
e9176489a6
commit
064647c4ea
1 changed files with 10 additions and 4 deletions
|
|
@ -577,7 +577,7 @@ d. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling of die do
|
|||
Een omroepvereniging komt slechts in aanmerking voor een erkenning, indien:
|
||||
|
||||
a. de omroepvereniging in het jaar voorafgaande aan de periode van erkenning, zendtijd als omroepvereniging heeft gehad; en
|
||||
b. door het Commissariaat voor de Media is vastgesteld dat de omroepvereniging ten minste 300 000 leden heeft.
|
||||
b. door het Commissariaat voor de Media is vastgesteld dat de omroepvereniging ten minste 150 000 leden heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Een erkenning geeft aan de erkende omroepinstelling gedurende de periode waarvoor erkenning is verleend recht op zendtijd en een financiële bijdrage voor de verzorging van het programma.
|
||||
|
||||
|
|
@ -712,7 +712,12 @@ De artikelen 36a en 36b zijn van overeenkomstige toepassing op omroepvereniginge
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** De omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen, hebben jaarlijks de beschikking over 650 uren zendtijd voor televisie en 3000 uren zendtijd voor radio.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen, hebben jaarlijks de beschikking over de volgende hoeveelheid zendtijd:
|
||||
|
||||
a. omroepverenigingen waarvan het Commissariaat bij de erkenningverlening heeft vastgesteld dat zij 300 000 of meer leden hebben: 650 uren voor televisie en 3000 uren voor radio;
|
||||
b. omroepverenigingen waarvan het Commissariaat bij de erkenningverlening heeft vastgesteld dat zij ten minste 150 000, doch minder dan 300 000 leden hebben: 325 uren voor televisie en 1500 uren voor radio.
|
||||
|
||||
**2.** De omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, hebben jaarlijks de beschikking over 100 uren zendtijd voor televisie en 450 uren zendtijd voor radio.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2246,8 +2251,9 @@ Onze Minister stelt de bedragen, bedoeld in artikel 101, eerste lid, ter beschik
|
|||
|
||||
De raad van bestuur stelt jaarlijks voor 1 januari, op basis van het door Onze Minister met toepassing van artikel 101, eerste lid, onderdeel a, genomen besluit, vast welke bedragen voor het volgende kalenderjaar ter beschikking worden gesteld aan de Programmastichting en de omroepverenigingen die zendtijd hebben verkregen, ten behoeve van de verzorging van hun televisieprogramma's, onderscheidenlijk radioprogramma's, en de activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de Programmastichting en de omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen, elk hetzelfde bedrag ontvangen; en
|
||||
b. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, elk een bedrag ontvangen ter hoogte van vijftien procent van het bedrag, bedoeld in onderdeel a.
|
||||
a. de Programmastichting en de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 39, eerste lid, aanhef en onderdeel a, elk hetzelfde bedrag ontvangen;
|
||||
b. de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 39, eerste lid, aanhef en onderdeel b, elk een bedrag ontvangen ter hoogte van vijftig procent van het bedrag, bedoeld in onderdeel a; en
|
||||
c. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, elk een bedrag ontvangen ter hoogte van vijftien procent van het bedrag, bedoeld in onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van bestuur stelt jaarlijks voor 1 januari, op basis van het door Onze Minister met toepassing van artikel 101, eerste lid, onderdelen d en e, genomen besluit, vast welk bedrag per uur zendtijd voor televisieprogramma's, onderscheidenlijk radioprogramma's, die is toegewezen en gebruikt, voor het volgende kalenderjaar ter beschikking wordt gesteld aan de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag die zendtijd hebben verkregen, en aan de overheid ten behoeve van overheidsvoorlichting.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue