From 0657cb966cebe6fc4b91373cffd5f47de82d626a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Apr 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-04-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 65 ++++++++++--------- 1 file changed, 34 insertions(+), 31 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index 062280daa9f..e126a638e39 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -917,9 +917,9 @@ Artikel 3.37c VV beschrijft wat wordt verstaan onder actoren van bescherming. De De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, als artikel 3.37d, VV van toepassing is. Paragraaf C2/3.4 Vc is van toepassing. -#### 3.2. Artikel 29 eerste lid, aanhef en onder a Vw, vluchtelingschap +#### 3.2 -Artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het aanmerken als vluchteling is niet afhankelijk van een beoordeling door een individuele staat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is wel geregeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw in combinatie met artikel 3.105b, Vb. +Artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag geeft aan welke vreemdeling ‘vluchteling’ is. Het aanmerken als vluchteling is niet afhankelijk van een beoordeling door een individuele staat. Het Vluchtelingenverdrag kent geen verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De verplichting om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen is wel geregeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw in combinatie met artikel 3.105c, Vb. De IND houdt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een alleenstaande minderjarige vreemdeling rekening met de paragrafen 213 tot en met 219 van het Handboek van de UNHCR. @@ -940,8 +940,7 @@ De IND oordeelt dat er geen sprake is van ophouden van bescherming of bijstand: • op grond van het enkele feit dat de vreemdeling zich bevindt buiten het gebied waarin het UNRWA werkzaam is; of, • in het geval van vrijwillig vertrek van de vreemdeling uit dat gebied. - -De IND past dan de uitsluitingsgrond artikel 1D toe. +• De IND past dan de uitsluitingsgrond artikel 1D toe. De bescherming of bijstand door de UNRWA van de staatloze Palestijnse vreemdeling is beëindigd indien sprake is van een of meerdere van de volgende situaties: @@ -990,7 +989,7 @@ De IND verleent de vreemdeling die voldoet aan artikel 3.37b VV, een verblijfsve Ook indien de activiteiten van de vreemdeling, die de vreemdeling heeft ondernomen na zijn vertrek uit het land van herkomst, niet volgen op activiteiten die de vreemdeling al in het land van herkomst heeft ondernomen vóór zijn vertrek kan de IND een vreemdeling aanmerken als ‘refugié sur place’. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden: -• de autoriteiten in het land van herkomst zijn bekend met of de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten in het land van herkomst op de hoogte zullen raken van deze activiteiten van de vreemdeling; en, +• de autoriteiten in het land van herkomst zijn bekend met of de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat de autoriteiten in het land van herkomst op de hoogte zullen raken van deze activiteiten van de vreemdeling; en • deze activiteiten leveren een gegronde vrees voor vervolging op in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. De IND beoordeelt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met inachtneming van artikel 3.37 VV. Artikel 3.37 VV noemt onder meer de volgende gronden: @@ -1020,7 +1019,7 @@ De IND merkt een vreemdeling aan als lid van een sociale groep als hij behoort t • een lesbische gerichtheid; • een homoseksuele gerichtheid; -• een biseksuele gerichtheid; +• een biseksuele gerichtheid. In verband met de gendergerelaterde aspecten worden ook transgenders tot deze sociale groep gerekend. Een vreemdeling die behoort tot deze sociale groep wordt hierna LHBT genoemd. @@ -1042,7 +1041,7 @@ De vreemdeling hoeft zich bij het uiting geven aan zijn seksuele gerichtheid eve De IND beoordeelt of de aannemelijk geachte uitingen van de seksuele gerichtheid van de vreemdeling in het land van herkomst tot vervolging zullen leiden. Hiertoe toetst de IND of de wijze waarop de vreemdeling aangeeft zijn seksuele gerichtheid te zullen uiten na terugkeer in het land van herkomst aannemelijk wordt geacht. Indien een deel van die verklaringen als onaannemelijk moet worden gezien, bijvoorbeeld omdat deze niet stroken met de uitingen in Nederland of elders voorafgaand aan zijn vertrek naar Nederland, zullen de gestelde uitingen niet bij de beoordeling worden betrokken. -De IND beoordeelt de wel aannemelijk geachte uitingen tegen het licht van de situatie in het land van herkomst. De IND verlangt van de vreemdeling geen terughoudendheid bij de invulling van zijn seksuele gerichtheid en hanteert om die reden, bij de beoordeling van het risico op vervolging, steeds een zekere ‘ondergrens’. Uitgangspunt is dat iemand zijn gerichtheid zal uiten en relaties zal aangaan op een manier die niet wezenlijk anders is dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. +De IND beoordeelt de wel aannemelijk geachte uitingen tegen het licht van de situatie in het land van herkomst. De IND verlangt van de vreemdeling geen terughoudendheid bij de invulling van zijn seksuele gerichtheid en hanteert om die reden, bij de beoordeling van het risico op vervolging, steeds een zekere “ondergrens”. Uitgangspunt is dat iemand zijn gerichtheid zal uiten en relaties zal aangaan op een manier die niet wezenlijk anders is dan van heteroseksuelen in het betreffende land van herkomst is geaccepteerd. Voorts gaat de IND er bij de beoordeling van het risico op vervolging vanuit dat de directe omgeving van de vreemdeling op de hoogte is of zou kunnen geraken van de seksuele gerichtheid. @@ -1072,23 +1071,23 @@ De IND merkt in ieder geval de volgende situaties aan als politieke overtuiging, De beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vrouw die zich beroept op het risico van het ondergaan van genitale verminking, wordt beschreven in paragraaf C2/3.3 Vc. -De IND verleent, onder toepassing van artikel 3.36 VV, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling die zich beroept op dienstweigering of desertie, als de vreemdeling voldoet aan tenminste één van de volgende voorwaarden: +Het enkele feit dat een vreemdeling, die weigert zijn militaire dienst te vervullen, bestraft wordt met een gevangenisstraf of ontslag uit het leger is op zich onvoldoende om dit als vervolging aan te merken. -• de vreemdeling heeft een gegronde vrees voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing, tenuitvoerlegging van de straf, of een andere discriminatoire behandeling vanwege zijn dienstweigering of desertie op basis van een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag; -• de vreemdeling heeft ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege zijn godsdienstige of andere diepgewortelde overtuiging, die geleid hebben tot zijn dienstweigering of desertie, terwijl er voor de vreemdeling geen mogelijkheid bestond om ter vervanging van zijn militaire dienst een niet-militaire dienstplicht te vervullen; -• de vreemdeling heeft geweigerd deel te nemen aan een militaire actie die is veroordeeld door de internationale gemeenschap als strijdig met de grondbeginselen van humaan gedrag of die in strijd is met fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. Dit geldt ook als de vreemdeling gegronde vrees heeft in een conflict te worden ingezet tegen zijn eigen volk of familie. +Artikel 3.36 lid 2, onder b en c van het Voorschrift Vreemdelingen is alleen toepasselijk indien is vastgesteld dat artikel 3.36 lid 2, onder e niet toepasselijk is. Dat wil zeggen dat de IND, indien de vreemdeling een beroep doet op het feit dat hij dienst heeft geweigerd of is gedeserteerd omdat hij vreesde anders te hebben moeten deelnemen aan oorlogsmisdrijven, eerst toetst of de vreemdeling op deze grond vluchteling is. Als gebleken is dat daarvan geen sprake is, wordt pas getoetst aan onevenredige of discriminatoire bestraffing dan wel gewetensbezwaren). -De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als de vreemdeling vreest voor een bestraffing vanwege dienstplichtweigering of desertie (zie ook Handboek UNHCR, paragrafen 167 tot en met 172) zonder dat daarbij sprake is van een discriminatoire behandeling. +De IND verleent, onder toepassing van artikel 3.36 van het Voorschrift Vreemdelingen en overeenkomstig vorenstaande een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling die zich beroept op dienstweigering of desertie, als de vreemdeling voldoet aan tenminste één van de volgende voorwaarden: -Een militaire actie geldt uitsluitend als strijdig met de grondbeginselen van humaan gedrag, als de Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering van de VN of de Algemene Raad/Raad van Ministers van de EU de militaire actie veroordeeld heeft. De militaire actie als zodanig moet daarbij worden aangemerkt als niet rechtmatig. +1. De vreemdeling heeft, overeenkomstig artikel 3.36 lid 2, onder e, van het Voorschrift Vreemdelingen aannemelijk gemaakt te vrezen voor vervolging of bestraffing wegens de weigering militaire dienst te vervullen tijdens een conflict, wanneer het vervullen van militaire dienst strafbare feiten of handelingen inhoudt die onder de uitsluitingsclausule van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag vallen. -Een militaire actie geldt als strijdig met fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict, als dit is vastgesteld door onder andere: +Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dienen alle omstandigheden van het geval betrokken te worden, met name de situatie in het land van herkomst op het betreffende moment en de situatie van betrokkene. -• de Veiligheidsraad; -• de Algemene Vergadering van de VN; -• een daartoe bevoegde rechtbank, zoals het Internationaal Gerechtshof in 's-Gravenhage, het Joegoslavië-tribunaal of het Rwanda-tribunaal. +De IND hanteert hierbij de volgende drie cumulatieve voorwaarden: -De IND beoordeelt de weigering van een vreemdeling deel te nemen aan een conflict tegen het volk waartoe de vreemdeling behoort, in samenhang met de beoordeling of er ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren zijn. De IND verleent in ieder geval geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als de vreemdeling de weigering om deel te nemen aan een conflict tegen het eigen volk niet heeft onderbouwd. +a. De vreemdeling dient aannemelijk te maken dat sprake is van een gewapend conflict waarbij oorlogsmisdrijven worden begaan dan wel de kans zeer groot is dat dergelijke misdrijven worden begaan. Indien sprake is van een conflict dat door de internationale gemeenschap is veroordeeld of indien door de bevoegde internationale rechtsprekende instanties (International Criminal Court, VN-tribunalen) uitspraken zijn gedaan omtrent schendingen van de fundamentele normen, wordt in beginsel aangenomen dat, zo er al geen duidelijke informatie is over reeds gepleegde oorlogsmisdrijven, de kans groot is dat oorlogsmisdrijven worden gepleegd. De bewijslast wordt voor de vreemdeling daarentegen verzwaard, indien het land van herkomst de betreffende militaire acties uitvoert krachtens een mandaat van de VN dan wel op basis van internationale consensus. Dan vindt de IND in beginsel niet aannemelijk dat door het land van herkomst oorlogsmisdrijven worden gepleegd dan wel dat de kans daarop groot is. De bewijslast wordt voor de vreemdeling ook verzwaard indien in het land van herkomst oorlogsmisdrijven, gepleegd door eigen legeronderdelen, niet aanvaardbaar worden geacht en actief (strafrechtelijk) worden vervolgd. +b. De vreemdeling dient te behoren tot het militaire personeel, met inbegrip van het logistieke of ondersteunende personeel. Hij dient aannemelijk te maken dat hij een functie en taken had of deze zou moeten vervullen, waardoor hij direct deelneemt aan deze oorlogsmisdrijven dan wel onontbeerlijke ondersteuning zou (moeten) bieden voor de voorbereiding of uitvoering van deze oorlogsmisdrijven. Indien een vreemdeling is opgeroepen voor het verrichten van militaire dienst, maar nog niet weet wat zijn taken zullen zijn, betrekt de IND de schaal waarop oorlogsmisdrijven worden begaan bij de vraag of het aannemelijk is dat de vreemdeling zich daaraan schuldig zou (moeten) hebben gemaakt. Daarnaast beoordeelt de IND wat de persoonlijke betrokkenheid van de vreemdeling bij het begaan van oorlogsmisdrijven zou zijn. +c. De vreemdeling dient aannemelijk te maken dat dienstweigering (of desertie) in zijn situatie het enige middel is om deelname aan oorlogsmisdrijven te voorkomen. Als de vreemdeling een ander middel daartoe had, dan kan bescherming op grond van artikel 3.36 lid 2, onder e VV niet worden ingeroepen. Als de vreemdeling binnen het leger de mogelijkheid had om op grond van gewetensbezwaren vrijgesteld te worden, en hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt, kan hij dus geen beroep doen op bescherming op grond van deze bepaling. Hierbij betrekt de IND ook of de vreemdeling vrijwillig in dienst is getreden en of hij zijn dienst heeft verlengd. Hierbij houdt de IND rekening met de situatie, zoals deze op het moment van vrijwillige dienstneming of verlenging van de dienstneming bestond, dat wil zeggen in hoeverre het de vreemdeling toen al duidelijk was of had moeten zijn dat sprake was van een gewapend conflict, waarbij oorlogsmisdrijven werden gepleegd en hij door die vrijwillige dienstneming daar deel aan zou gaan nemen. +2. De vreemdeling heeft een gegronde vrees voor een onevenredige of discriminatoire bestraffing, tenuitvoerlegging van de straf, of een andere discriminatoire behandeling vanwege zijn dienstweigering of desertie op basis van een van de gronden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Voor deze categorie geldt dat het gewone beleid van toepassing is, zoals hierboven in deze paragraaf uiteengezet is. De IND beoordeelt in zo’n geval derhalve de ernst van de behandeling, waarvoor de vreemdeling te vrezen heeft op grond van de dienstweigering of desertie, met name een behandeling in de zin van artikel 3.36 lid 2, onder b en c, van het Voorschrift Vreemdelingen. +3. De vreemdeling heeft ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege zijn godsdienstige of andere diepgewortelde overtuiging, die geleid hebben tot zijn dienstweigering of desertie, terwijl er voor de vreemdeling geen mogelijkheid bestond om ter vervanging van zijn militaire dienst een niet-militaire dienstplicht te vervullen. Dit geldt ook als de vreemdeling gegronde vrees heeft in een conflict te worden ingezet tegen zijn eigen volk of familie. De IND toetst alle aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd individueel, ook als de vreemdeling eerder door de UNHCR als vluchteling is erkend. @@ -1101,7 +1100,7 @@ De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als terugkeer De IND neemt geen aanvraag in behandeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een vreemdeling, die zich voor bescherming meldt bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of een derde land. De vreemdeling wordt door de medewerker van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging doorverwezen naar de autoriteiten van het land, waar de vreemdeling zich bevindt of naar de UNHCR of UNDP. -De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn: +De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw, indien alle volgende voorwaarden van toepassing zijn: • de vreemdeling vreest bestraffing in zijn land van herkomst vanwege een commuun delict; • de vrees voor bestraffing vanwege een commuun delict vormt de enige grondslag van de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. @@ -3071,34 +3070,34 @@ e. de Militaire Veiligheidsdienst; en #### 13.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag -##### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van +##### 13.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf De IND merkt Iraakse LHBT’s aan als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag. -##### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van +##### 13.3.2. Risicogroepen in de zin van paragraaf Geen bijzonderheden. #### 13.4. Ernstige schade in de zin van -##### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van +##### 13.4.1. Uitzonderlijke situatie in de zin van paragraaf De IND wijst uitsluitend de volgende gebieden in Irak aan als gebieden waarin sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b Vw: -– De volgende provincies: +− De volgende provincies: • Anbar, • Ninewa, • Salaheddin, -• Ta’min, en +• Ta’mim, en • Diyala. -– De delen van de ring ‘rondom’ de stad Bagdad (de zogenaamde *Baghdad-belts*) waar gevochten wordt tegen ISIS. +− De delen van de ring rondom de stad Bagdad (de zogenaamde Baghdad-belts), die grenzen aan de provincies Anbar, Salaheddin en Diyala. -##### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van +##### 13.4.2. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf Geen bijzonderheden. -##### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van +##### 13.4.3. Kwetsbare minderheidsgroepen in de zin van paragraaf De IND merkt uitsluitend de volgende groepen aan als kwetsbare minderheidsgroep: @@ -3125,20 +3124,22 @@ Uitzondering op de regel dat een alleenstaande vrouw bij terugkeer een reëel ri #### 13.5. Bescherming -##### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van +##### 13.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Centraal en Zuid-Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Centraal- en Zuid-Irak. De IND neemt aan dat het mogelijk is voor vreemdelingen afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio (KAR) de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties. -##### 13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van +##### 13.5.2. Vlucht- en vestigingsalternatief in de zin van paragraaf + +Vlucht en vestigingsalternatief in Bagdad en Zuid-Irak. De IND beoordeelt of sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan in individuele gevallen geconcludeerd kan worden dat de persoon zich buiten het gebied van herkomst, bijvoorbeeld in de stad Bagdad, kan vestigen. De IND neemt aan dat, in beginsel, in ieder geval voor de volgende categorieën Iraakse asielzoekers afkomstig uit een van de gebieden genoemd in paragraaf C7/13.4.1 Vc geen sprake is van een binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief in andere delen van Irak: -− minderjarige vreemdelingen die geen familie hebben in het gebied dat als vlucht- of vestigingsalternatief zou gelden; en -− vreemdelingen die behoren tot een kwetsbare minderheidsgroep als bedoeld in paragraaf C7/13.4.3 Vc. +– minderjarige vreemdelingen die geen familie hebben in het gebied dat als vlucht- of vestigingsalternatief zou gelden; en +– vreemdelingen die behoren tot een kwetsbare minderheidsgroep als bedoeld in paragraaf C7/13.4.3 Vc. De IND neemt aan dat een vreemdeling afkomstig uit een van de gebieden genoemd in paragraaf C7/13.4.1 Vc geen binnenlands vlucht- of vestigingsalternatief heeft in de KAR, tenzij er sprake is van concrete aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de persoon zich in de KAR kan vestigen. @@ -3157,6 +3158,8 @@ Geen bijzonderheden. #### 13.8. Bijzonderheden +Fayli-Koerden + De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben. ### 14. Het asielbeleid ten aanzien van Iran