2015-07-24 | BWBR0036875 | Beleidsregels financieel toezicht Autoriteit woningcorporaties 2015

This commit is contained in:
Coornhert 2015-07-24 12:00:00 +00:00
parent 5a9f9542ec
commit 06604cb8eb

View file

@ -14,11 +14,11 @@ Het navolgende betreft de vaststelling van Beleidsregels financieel toezicht Aut
## . Inleiding
De Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting is op 1 juli 2015 in werking getreden. Dat betekent onder andere dat op 1 juli 2015 de Autoriteit woningcorporaties (hierna te noemen: Aw) is opgericht. De Aw ressorteert onder de minister voor Wonen en Rijksdienst. De Aw houdt integraal toezicht op de corporaties. Dat betekent dat de Aw toeziet op de rechtmatigheid, governance, integriteit en financieel toezicht houdt op de corporaties.
De Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting is op 1 juli 2015 in werking getreden. Dat betekent onder andere dat op 1 juli 2015 de Autoriteit woningcorporaties (hierna te noemen: Aw) is opgericht. De Aw ressorteert onder de minister voor Wonen en Rijksdienst. De Aw houdt integraal toezicht op de corporaties. Dat betekent dat de Aw toeziet op de rechtmatigheid, governance, integriteit en financieel toezicht houdt op de corporaties.
Het zelfstandig bestuursorgaan CFV is met ingang van 1 juli 2015 van rechtswege opgehouden te bestaan. De Beleidsregels 2015 van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (hierna te noemen: CFV) zijn vanaf dat moment dan ook komen te vervallen. Dat betekent onder andere dat de hoofdstukken Adviestaken, Projectsteun, Sanering, Bijdrageheffing en Bijzondere projectsteun (met uitzondering van de Eindafrekening bijzondere projectsteun) zijn vervallen.
Het zelfstandig bestuursorgaan CFV is met ingang van 1 juli 2015 van rechtswege opgehouden te bestaan. De Beleidsregels 2015 van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (hierna te noemen: CFV) zijn vanaf dat moment dan ook komen te vervallen. Dat betekent onder andere dat de hoofdstukken Adviestaken, Projectsteun, Sanering, Bijdrageheffing en Bijzondere projectsteun (met uitzondering van de Eindafrekening bijzondere projectsteun) zijn vervallen.
Op 1 juli 2015 treden de Beleidsregels financieel toezicht van de Aw in werking. Vanaf dat moment vervangen deze Beleidsregels de Beleidsregels 2015 van CFV. Deze beleidsregels gaan alleen over het financieel toezicht en niet over het toezicht op rechtmatigheid, governance en integriteit. De Aw heeft in de Herzieningswet per 1 juli 2015 de volgende nieuwe taken betreffende het financiële toezicht gekregen:
Op 1 juli 2015 treden de Beleidsregels financieel toezicht van de Aw in werking. Vanaf dat moment vervangen deze Beleidsregels de Beleidsregels 2015 van CFV. Deze beleidsregels gaan alleen over het financieel toezicht en niet over het toezicht op rechtmatigheid, governance en integriteit. De Aw heeft in de Herzieningswet per 1 juli 2015 de volgende nieuwe taken betreffende het financiële toezicht gekregen:
• Het goedkeuren van verbindingen.
• Het verlenen van ontheffing voor toekenning van vermogen aan een verbinding, anders dan via aandelen of via een interne lening.
@ -37,7 +37,7 @@ Deze nieuwe taken worden nader uitgewerkt door de Aw. Het beleid omtrent deze on
| *c. het desgevraagd en uit eigen beweging informeren van Onze Minister over ontwikkelingen omtrent de toegelaten instellingen en de dochtermaatschappijen die in het belang van het toezicht zijn en het op grond daarvan doen van voorstellen.* |
| *Blijkens het vijfde lid van artikel 61 zal de bevoegdheid om in verband daarmee aanwijzingen te geven en andere maatregelen te nemen aan de autoriteit moeten worden gemandateerd. In artikel 123 van het BTIV staan de toezichttaken en de handhavingsmaatregelen die aan de autoriteit zullen worden gemandateerd.* |
De huidige wettelijke grondslag voor de werkzaamheden van de Aw is gebaseerd op de artikelen 60 tot en met 61c van de Woningwet. In de Woningwet is aangegeven dat op onderdelen nadere regels gesteld worden bij algemene maatregel van bestuur. Deze zijn verwoord in het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV, Stb. 2015, nr. 231). In artikel 123 van het BTIV staan de bevoegdheden omschreven die de minister mandateert aan de Aw. Dit is gebeurd in het Besluit mandaat Aw en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNT (Stcrt. 29 juni 2015, nr. 17887). Voor zover de Aw beoordelingsruimte toekomt bij de invulling van zijn bevoegdheden/ taken met betrekking tot het financieel toezicht, vult zij die oordeelsruimte in met deze Beleidsregels financieel toezicht Aw.
De huidige wettelijke grondslag voor de werkzaamheden van de Aw is gebaseerd op de artikelen 60 tot en met 61c van de Woningwet. In de Woningwet is aangegeven dat op onderdelen nadere regels gesteld worden bij algemene maatregel van bestuur. Deze zijn verwoord in het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV, Stb. 2015, nr. 231). In artikel 123 van het BTIV staan de bevoegdheden omschreven die de minister mandateert aan de Aw. Dit is gebeurd in het Besluit mandaat Aw en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNT (Stcrt. 29 juni 2015, nr. 17887). Voor zover de Aw beoordelingsruimte toekomt bij de invulling van zijn bevoegdheden/ taken met betrekking tot het financieel toezicht, vult zij die oordeelsruimte in met deze Beleidsregels financieel toezicht Aw.
Hoofdstuk 1 gaat over het financieel toezicht en het financieel toezichtproces. Hoofdstuk 2 van de beleidsregels gaat in op de zes domeinen waarop de Aw financieel toezicht houdt. Hoofdstuk 3 behandelt de bijdrageheffing voor de toezichtkosten. Hoofdstuk 4 gaat over de Eindafrekening bijzondere projectsteun. Vanwege het belang van transparantie en openbaarheid van toezichtinformatie wordt hier in hoofdstuk 5 apart aandacht aan besteed.
@ -68,7 +68,7 @@ De Aw maakt in het financieel toezicht risicogericht keuzes en stelt vanuit vere
Om de risicos die van invloed zijn op het voortbestaan van corporaties in beeld te krijgen, heeft de Aw een risicodetectiesysteem ontwikkeld. Op basis van evaluatie en nieuwe ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel van de sector of individuele corporaties, is het denkbaar dat voor 2015 enkele signaalpunten vervallen en vervangen worden door nieuwe signaalpunten. De signaalpunten publiceert de Aw op zijn website.
De signaalpunten tezamen vormen een dashboard. Met behulp van dit dashboard en eventueel aanvullend onderzoek, stelt de Aw uiteindelijk voor 1 november van elk jaar een oordeel op over de financiële positie van iedere corporatie. Dit oordeel wordt vastgelegd in een toezichtbrief. De toezichtbrieven worden na hoor- en wederhoor openbaar gemaakt door plaatsing op de website van de Aw onder corporaties. Vanwege het maatschappelijke doel van woningcorporaties hecht de Aw groot belang aan het openbaar maken van zijn beoordelingen en informatie opdat checks and balances door stakeholders kunnen plaatsvinden. De Aw stelt dat gegevens in beginsel openbaar zijn, maar toetst zorgvuldig of er sprake is van (bedrijfs-)vertrouwelijke informatie.
De signaalpunten tezamen vormen een dashboard. Met behulp van dit dashboard en eventueel aanvullend onderzoek, stelt de Aw uiteindelijk voor 1 november van elk jaar een oordeel op over de financiële positie van iedere corporatie. Dit oordeel wordt vastgelegd in een toezichtbrief. De toezichtbrieven worden na hoor- en wederhoor openbaar gemaakt door plaatsing op de website van de Aw onder corporaties. Vanwege het maatschappelijke doel van woningcorporaties hecht de Aw groot belang aan het openbaar maken van zijn beoordelingen en informatie opdat checks and balances door stakeholders kunnen plaatsvinden. De Aw stelt dat gegevens in beginsel openbaar zijn, maar toetst zorgvuldig of er sprake is van (bedrijfs-)vertrouwelijke informatie.
Naast individuele oordelen rapporteert de Aw ook over de sector als geheel. Naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen die het risicoprofiel van de sector raken, kunnen ook thema-onderzoeken worden uitgevoerd. Ook kan de Aw de minister financieel adviseren, vanwege de aard van een op te leggen handhavingsmaatregel door de minister, indien de minister voornemens is een handhavingsmaatregel op te leggen.
@ -79,7 +79,7 @@ Om de toezichttaak goed uit te kunnen voeren, worden jaarlijks prognose- en vera
• de prognose gegevens zoals opgenomen in de dPi (de Prospectieve informatie) en de verantwoordingsinformatie (dVi);
• de voorgeschreven accountantsverklaring, mededelingen en rapportages, zoals aangegeven in artikel 37 Woningwet.
De stukken moeten jaarlijks vóór 15 december en 1 juli (in 2017 voor 1 mei) ontvangen zijn. Het bestuur van de corporatie is verantwoordelijk voor tijdige en kwalitatief correcte aanlevering. De stukken dienen aangeleverd te worden bij CorpoData.
De stukken moeten jaarlijks vóór 15 december en 1 juli (in 2017 voor 1 mei) ontvangen zijn. Het bestuur van de corporatie is verantwoordelijk voor tijdige en kwalitatief correcte aanlevering. De stukken dienen aangeleverd te worden bij CorpoData.
CorpoData is verantwoordelijk voor ontvangst, rappel, (kwaliteits-)controle en verwerking van de gevraagde gegevens. De corporaties zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun gegevens. Als de gegevens niet op tijd of de kwaliteit van de gegevens onvoldoende is, kan de Aw een handhavingsmaatregel opleggen.
@ -159,7 +159,7 @@ Bij systeemgericht toezicht wordt onder andere het volgende vastgesteld:
### 1.5. Beoordelingen
Toezicht is een continu proces. Het is echter van belang dat dit proces een ijkpunt kent. Daarom brengt de Aw jaarlijks een toezichtbrief uit. In deze brief geeft de toezichthouder een reflectie op de uitkomsten van het beoordelingsproces. Uiterlijk 1 november brengt de Aw per corporatie een toezichtbrief uit. In bijzondere gevallen kan de Aw hiervan afwijken. Wanneer een corporatie in gebreke blijft met het aanleveren van gegevens, heeft de toezichtbrief noodgedwongen een beperkter karakter, omdat de Aw dan geen integraal oordeel kan hebben over de financiële positie van de corporatie. De nadruk ligt dan op maatregelen zonder een precieze uitspraak over de financiële beoordeling. Vanwege het niet integraal kunnen beoordelen, is niet te bepalen wat de risicos precies zijn. Zolang een dergelijke situatie duurt, beperkt een handhavingsmaatregel de corporatie tot het nemen van rechtshandelingen.
Toezicht is een continu proces. Het is echter van belang dat dit proces een ijkpunt kent. Daarom brengt de Aw jaarlijks een toezichtbrief uit. In deze brief geeft de toezichthouder een reflectie op de uitkomsten van het beoordelingsproces. Uiterlijk 1 november brengt de Aw per corporatie een toezichtbrief uit. In bijzondere gevallen kan de Aw hiervan afwijken. Wanneer een corporatie in gebreke blijft met het aanleveren van gegevens, heeft de toezichtbrief noodgedwongen een beperkter karakter, omdat de Aw dan geen integraal oordeel kan hebben over de financiële positie van de corporatie. De nadruk ligt dan op maatregelen zonder een precieze uitspraak over de financiële beoordeling. Vanwege het niet integraal kunnen beoordelen, is niet te bepalen wat de risicos precies zijn. Zolang een dergelijke situatie duurt, beperkt een handhavingsmaatregel de corporatie tot het nemen van rechtshandelingen.
Mochten zich na het uitbrengen van de toezichtbrief nieuwe feiten voordoen, kan dat reden zijn voor aanpassing van de beoordeling en het opleggen van (nieuwe) interventies.
@ -239,7 +239,7 @@ De Aw heeft in het kader van het financieel toezicht de volgende handhavingsmaat
• het opleggen van een bestuurlijke boete
• het onthouden van compensatie
De Aw heeft deze maatregelen op grond van artikel 61, lid 5, van de Herzieningswet. Dit artikel bepaalt dat de minister aan de Aw mandaat verleent voor het geven bovengenoemde handhavingsmaatregelen. Dit is gebeurd in artikel 3 van het Besluit mandaat Autoriteit woningcorporaties en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNT (Stcrt. 29 juni 2015, nr. 17887). De Aw toetst bij het opleggen van een handhavingsmaatregel onder andere de eisen van zorgvuldigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit. Dit brengt onder andere mee dat de Aw een corporatie zal horen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van een handhavingsmaatregel.
De Aw heeft deze maatregelen op grond van artikel 61, lid 5, van de Herzieningswet. Dit artikel bepaalt dat de minister aan de Aw mandaat verleent voor het geven bovengenoemde handhavingsmaatregelen. Dit is gebeurd in artikel 3 van het Besluit mandaat Autoriteit woningcorporaties en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNT (Stcrt. 29 juni 2015, nr. 17887). De Aw toetst bij het opleggen van een handhavingsmaatregel onder andere de eisen van zorgvuldigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit. Dit brengt onder andere mee dat de Aw een corporatie zal horen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van een handhavingsmaatregel.
De Aw kan een aanwijzing geven indien dat in het belang van de volkshuisvesting is. Het belang van de volkshuisvesting omvat onder andere het voeren van een zodanig financieel beleid en beheer, dat het voortbestaan van de corporatie in financieel opzicht is gewaarborgd en het uitsluitend bestemmen van batige saldi voor werkzaamheden op het gebied van de volkshuisvesting.
@ -253,7 +253,7 @@ De Aw kan in het belang van de volkshuisvesting bepalen dat een corporatie bepaa
| *Artikel 61g van de Woningwet bepaalt dat Onze Minister in het belang van de volkshuisvesting kan bepalen dat een toegelaten instelling of een dochtermaatschappij voor een door hem te bepalen tijdvak, door hem aangegeven handelingen, slechts verricht na goedkeuring van een of meer door hem aangewezen instanties, dan wel na zijn goedkeuring.* |
| --- |
Corporaties moeten uiterlijk 1 juli de verantwoordingsinfomatie indienen bij de Aw.
Corporaties moeten uiterlijk 1 juli de verantwoordingsinfomatie indienen bij de Aw.
Voor de Aw is van belang dat corporaties de informatie die zij de Aw dienen te verstrekken, daadwerkelijk en tijdig indienen. Deze informatie wordt gebruikt ten behoeve van het toezicht op en kunnen beoordelen van corporaties.
@ -280,12 +280,12 @@ Voor invulling van de term substantieel in de eerste bullet, wordt in begi
| Aantal VHE | Rechtshandelingen boven onderstaande bedragen moeten worden voorgelegd |
| --- | --- |
| < 500 |  50.000, |
| 5011500 | € 100.000, |
| 15015.000 | € 250.000, |
| 5.00120.000 | € 500.000, |
| 20.00150.000 | € 1.000.000, |
| > 50.001 | € 5.000.000, |
| < 500 | 50.000, |
| 5011500 | € 100.000, |
| 15015.000 | € 250.000, |
| 5.00120.000 | € 500.000, |
| 20.00150.000 | € 1.000.000, |
| > 50.001 | € 5.000.000, |
In beginsel worden de volgende rechtshandelingen verboden zonder voorafgaande goedkeuring van de Aw:
@ -454,13 +454,13 @@ Signalen die bij dit toezichtdomein onder andere van belang zijn:
Op grond van de beleidsregels derivaten heeft de Aw een aantal taken en bevoegdheden gekregen zoals:
• De beoordeling van de plannen betreffende de afbouw van derivatencontracten waarin clausules zijn opgenomen die het toezicht kunnen belemmeren.
• De naleving van de bepalingen bij het afsluiten van nieuwe derivatentransacties per 1 oktober 2012.
• De naleving van de bepalingen bij het afsluiten van nieuwe derivatentransacties per 1 oktober 2012.
• De beoordeling van de benodigde liquiditeitsbuffer (2%) om de liquiditeitsverplichtingen uit hoofde van de derivatencontracten te kunnen voldoen.
• De beoordeling van de interne organisatie rond financiële derivaten.
In de beleidsregels derivaten is bepaald dat de Aw de risicos vanwege het bezit van financiële derivaten bij zijn jaarlijkse oordeel over de corporaties betrekt. Daarnaast actualiseert de Aw periodiek de bestaande Q&A betreffende de Beleidsregels derivaten en publiceert deze op de website van de Aw.
Op 1 juli 2015 is de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in werking getreden en zijn de Beleidsregels derivaten ingetrokken. In artikel 45, derde lid, van de Regeling is overgangsrecht opgenomen, inhoudende dat de Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen van kracht blijven tot het tijdstip waarop de minister het regelement inzake het financieel beleid en beheer heeft goedgekeurd.
Op 1 juli 2015 is de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in werking getreden en zijn de Beleidsregels derivaten ingetrokken. In artikel 45, derde lid, van de Regeling is overgangsrecht opgenomen, inhoudende dat de Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen van kracht blijven tot het tijdstip waarop de minister het regelement inzake het financieel beleid en beheer heeft goedgekeurd.
Op grond van artikel 45 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 dienen corporaties, die toezichtbelemmerende bepalingen in bestaande derivatencontracten hebben, zich in te spannen om deze bepalingen te elimineren uit de contracten. Hiervoor hebben corporaties in 2014 een plan van aanpak opgesteld en aangeleverd aan CFV (nu:Aw). Deze plannen zijn beoordeeld door CFV (nu Aw) en corporaties is verzocht om voortvarend uitvoering te geven aan de genoemde maatregelen. Corporaties dienen aan te tonen dat zij alle mogelijkheden zijn nagegaan en zo mogelijk hebben uitgevoerd om de toezichtbelemmerende bepalingen in de contracten te elimineren. De Aw monitort de uitvoering van de maatregelen, mede op basis van een door corporaties eind 2014 opgegeven actuele stand van zaken. Daar waar het de corporatie niet is gelukt om de bepalingen uit de contracten te elimineren, dient de corporatie zich te blijven inspannen om de bepalingen te elimineren en de Aw daarvan jaarlijks op de hoogte te houden. De Aw blijft deze corporaties toetsen of zij actief blijven om de toezichtbelemmerende bepalingen uit de contracten te elimineren. Corporaties die nog contracten met toezichtbelemmerende bepalingen hebben, worden in 2015 standaard in het reguliere beoordelingsproces nader onderzocht op de voortgang van de genomen maatregelen.
@ -557,17 +557,17 @@ De bekostiging van de diensten en activiteiten die met het toezicht zijn gemoeid
### 3.1. Bepaling van het bedrag bij heffing toezichtkosten
Het bedrag voor de heffing voor de toezichtkosten wordt als volgt bepaald: de helft van de heffing wordt omgeslagen naar rato van het aantal woongelegenheden en de andere helft naar rato van de totale WOZ-waarde van het bezit van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen in verhouding tot het landelijke totaal. Het aantal woongelegenheden en de totale WOZ-waarde van het bezit van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen wordt bepaald op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is en wordt gebaseerd op de gegevens zoals de corporatie die heeft opgegeven in de dVi. Wanneer er specifieke sanctie-instrumenten (aanwijzing, aanstellen toezichthouder) worden ingezet richting een toegelaten instelling, dienen de kosten daarvan door de betreffende individuele instelling te worden betaald.
Het bedrag voor de heffing voor de toezichtkosten wordt als volgt bepaald: de helft van de heffing wordt omgeslagen naar rato van het aantal woongelegenheden en de andere helft naar rato van de totale WOZ-waarde van het bezit van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen in verhouding tot het landelijke totaal. Het aantal woongelegenheden en de totale WOZ-waarde van het bezit van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen wordt bepaald op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is en wordt gebaseerd op de gegevens zoals de corporatie die heeft opgegeven in de dVi. Wanneer er specifieke sanctie-instrumenten (aanwijzing, aanstellen toezichthouder) worden ingezet richting een toegelaten instelling, dienen de kosten daarvan door de betreffende individuele instelling te worden betaald.
### 3.2. Procedure rond vaststelling en betaling van de bijdrage
De Aw stelt per toegelaten instelling de bijdrageheffing voor de toezichtkosten vast en maakt deze uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarover deze verschuldigd is bekend aan de toegelaten instellingen kenbaar. De bijdrage moet worden betaald binnen een maand na dagtekening van de bijdragebrief. Bij niet tijdige betaling treedt vanaf de datum van verstrijken, de verplichting tot het betalen van rente in werking, bepaald overeenkomstig afdeling 4.4.2. van de Awb. Indien er in het jaar voorafgaande aan het heffingsjaar een fusie heeft plaatsgevonden, dient de fusiedrager de bijdrage te betalen over het gezamenlijke aantal woningen van de fusiepartners. Heeft de fusie in het jaar voorafgaande aan het heffingsjaar op zodanig tijdstip plaatsgevonden dat geen aparte jaarstukken van de fusiepartners zijn opgemaakt, dan gelden uitsluitend de geconsolideerde jaarstukken als uitgangspunt voor de bepaling van de bijdrage.
De Aw stelt per toegelaten instelling de bijdrageheffing voor de toezichtkosten vast en maakt deze uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarover deze verschuldigd is bekend aan de toegelaten instellingen kenbaar. De bijdrage moet worden betaald binnen een maand na dagtekening van de bijdragebrief. Bij niet tijdige betaling treedt vanaf de datum van verstrijken, de verplichting tot het betalen van rente in werking, bepaald overeenkomstig afdeling 4.4.2. van de Awb. Indien er in het jaar voorafgaande aan het heffingsjaar een fusie heeft plaatsgevonden, dient de fusiedrager de bijdrage te betalen over het gezamenlijke aantal woningen van de fusiepartners. Heeft de fusie in het jaar voorafgaande aan het heffingsjaar op zodanig tijdstip plaatsgevonden dat geen aparte jaarstukken van de fusiepartners zijn opgemaakt, dan gelden uitsluitend de geconsolideerde jaarstukken als uitgangspunt voor de bepaling van de bijdrage.
Er zijn geen gronden voor kwijtschelding van de bijdrageheffing toezichtskosten.
## 4. Eindafrekening bijzondere projectsteun
In 2008 heeft CFV de taak gekregen om de bijzondere projectsteun ten behoeve van de 40 wijken uit te voeren. Uitgangspunt was dat voor corporaties in de 40 wijken per jaar extra financiële steun beschikbaar was voor activiteiten uit het wijkactieplan. De bijzondere projectsteun voor de wijkenaanpak is in 2013 afgeschaft. Er kunnen sinds 2013 geen nieuwe aanvragen worden gedaan voor bijzondere projectsteun. Er lopen tot op heden nog wel activiteiten door die voor 2013 met een projectplan zijn aangevangen. Zodra die activiteiten zijn afgerond, dienen corporaties een eindafrekening bijzondere projectsteun in te dienen bij de Aw op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit mandaat Aw en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNT (Stcrt. 29 juni 2015, nr. 17887).
In 2008 heeft CFV de taak gekregen om de bijzondere projectsteun ten behoeve van de 40 wijken uit te voeren. Uitgangspunt was dat voor corporaties in de 40 wijken per jaar extra financiële steun beschikbaar was voor activiteiten uit het wijkactieplan. De bijzondere projectsteun voor de wijkenaanpak is in 2013 afgeschaft. Er kunnen sinds 2013 geen nieuwe aanvragen worden gedaan voor bijzondere projectsteun. Er lopen tot op heden nog wel activiteiten door die voor 2013 met een projectplan zijn aangevangen. Zodra die activiteiten zijn afgerond, dienen corporaties een eindafrekening bijzondere projectsteun in te dienen bij de Aw op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit mandaat Aw en aanwijzing toezichthouders Woningwet en WNT (Stcrt. 29 juni 2015, nr. 17887).
De eindafrekening bij verstrekte bijzondere projectsteun voor de wijkaanpak bestaat in ieder geval uit een verklaring van het College van Burgemeester en Wethouders. Daarin moet vermeld staan in hoeverre de activiteiten, waarvoor de bijzondere projectsteun is verleend, daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Als sprake is van vervangende dan wel aanvullende activiteiten, moeten deze expliciet in de verklaring van de gemeente worden betrokken. Het kan zijn dat de Aw daarnaast om een afschrift van de verantwoording aan de gemeente vraagt. Deze extra verantwoordingsverplichting wordt in het concrete geval gemotiveerd.
@ -581,7 +581,7 @@ Indien blijkt dat de corporatie feitelijk minder onrendabel heeft geïnvesteerd
Het doel van de projectsteun voor de wijkenaanpak is het stimuleren dat de beoogde additionele inzet ook wordt gerealiseerd. Wat betreft de verantwoording ligt het accent daarom op de vraag of de voorgenomen activiteiten zijn gerealiseerd; dit biedt corporaties de ruimte om de verkregen bijzondere projectsteun onderling te herverdelen.
De Aw wil een redelijke verhouding waarborgen tussen enerzijds de omvang van de werklast van zowel de Aw als de corporatie bij de afhandeling van de verantwoording over de toegekende steun, en anderzijds de financiële baten en risicos die bij de steuntoekenning aan de orde zijn. Daarom wordt een ondergrens van € 50.000, bepaald, waaronder aan de steuntoekenning geen bijzondere (verantwoordings)verplichtingen worden verbonden. Deze lichtere verantwoordingsvereisten nemen echter niet weg, dat ook deze steunbesluiten correct moeten worden nageleefd.
De Aw wil een redelijke verhouding waarborgen tussen enerzijds de omvang van de werklast van zowel de Aw als de corporatie bij de afhandeling van de verantwoording over de toegekende steun, en anderzijds de financiële baten en risicos die bij de steuntoekenning aan de orde zijn. Daarom wordt een ondergrens van € 50.000, bepaald, waaronder aan de steuntoekenning geen bijzondere (verantwoordings)verplichtingen worden verbonden. Deze lichtere verantwoordingsvereisten nemen echter niet weg, dat ook deze steunbesluiten correct moeten worden nageleefd.
Als de Aw van mening is dat de corporatie niet voldoet aan de in de subsidietoekenning opgenomen verplichtingen, kan tot wijziging of intrekking van de subsidie en terugvordering van de reeds uitgekeerde gelden worden overgegaan. De Algemene wet bestuursrecht biedt daarvoor mogelijkheden. Tevens kan de Aw gebruik maken van handhavingsmaatregelen in het kader van het financieel toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van een aanwijzing.