2023-01-01 | BWBR0017321 | Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang
This commit is contained in:
parent
ce6a887d5a
commit
0667f4e4b5
1 changed files with 15 additions and 28 deletions
|
|
@ -53,9 +53,9 @@ De hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt voor iedere kalendermaand afzonderlij
|
|||
|
||||
De maximum uurprijs bedraagt voor:
|
||||
|
||||
a. dagopvang € 8,50;
|
||||
b. buitenschoolse opvang € 7,31; en
|
||||
c. gastouderopvang € 6,52.
|
||||
a. dagopvang € 8,97;
|
||||
b. buitenschoolse opvang € 7,72; en
|
||||
c. gastouderopvang € 6,73.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum uurprijs wordt bij de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag per kind in plaats van de prijs per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,7 +68,10 @@ b. het verschil tussen de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20%
|
|||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 5 worden de bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor het berekeningsjaar 2022 geïndexeerd met 0,51%.
|
||||
In afwijking van artikel 5 worden voor het berekeningsjaar 2023:
|
||||
|
||||
a. de bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, geïndexeerd met 5,58%; en
|
||||
b. het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, geïndexeerd met 3,22%.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,35 +100,19 @@ Vervallen
|
|||
Het aantal uren kinderopvang dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind niet meer dan:
|
||||
|
||||
a. 230 uren per kalendermaand;
|
||||
b. per berekeningsjaar:
|
||||
b. per berekeningsjaar 230 uren, vermenigvuldigd met het aantal maanden waarin de ouder of partner in dat berekeningsjaar:
|
||||
|
||||
1°. 140 procent van het aantal gewerkte uren, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, voor dagopvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, gezamenlijk;
|
||||
2°. 140 procent van het aantal gewerkte uren, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, voor buitenschoolse opvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd waarop kinderen naar het basisonderwijs kunnen gaan, gezamenlijk;
|
||||
3°. de duur van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet uitgedrukt in kalendermaanden, vermenigvuldigd met 230 uren per kalendermaand;
|
||||
4°. de duur van het recht op zorg, bedoeld in artikel 1.6, achtste of negende lid, van de wet, uitgedrukt in kalendermaanden, vermenigvuldigd met 230 uren per kalendermaand;
|
||||
5°. de duur van de vrijheidsbenemende straf of maatregel, bedoeld in artikel 1.6, tiende of elfde lid, van de wet, uitgedrukt in kalendermaanden, vermenigvuldigd met 230 uren per kalendermaand.
|
||||
1°. arbeid heeft verricht als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen a of b, of derde lid, onderdeel a, van de wet;
|
||||
2°. gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet;
|
||||
3°. aanspraak op kinderopvangtoeslag behoudt op grond van artikel 1.6, vijfde of zevende lid, van de wet;
|
||||
4°. recht heeft op zorg als bedoeld in artikel 1.6, achtste of negende lid, van de wet; of,
|
||||
5°. veroordeeld is tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, gedurende de periode waarin die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 1.6, tiende of elfde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het aantal uren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgegaan van het aantal uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar het minste uren heeft gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus heeft gevolgd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ouder of partner op hetzelfde moment in een berekeningsjaar kan worden aangemerkt als ouder, bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet en als ouder, bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel g of j, van de wet wordt voor het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van het subonderdeel dat leidt tot het meeste aantal uren als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt indien een ouder of zijn partner aanspraak op een kinderopvangtoeslag behoudt op grond van artikel 1.6, vijfde of zevende lid, van de wet, uitgegaan van het aantal uren dat een ouder of zijn partner voorafgaand aan de beëindiging van de arbeid als bedoeld in dat artikel verrichtte.
|
||||
**2.** Voor het aantal uren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgegaan van het aantal uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar het minste aantal maanden heeft gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus heeft gevolgd of aanspraak heeft behouden op kinderopvangtoeslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 8b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8a bedraagt voor de berekeningsjaren 2020 en 2021 het aantal uren kinderopvang dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, voor ieder kind niet meer dan:
|
||||
|
||||
a. 230 uren per kalendermaand; en
|
||||
b. voor de berekeningsjaren 2020 en 2021 230 uren per kalendermaand vermenigvuldigd met het aantal maanden waarin de ouder of partner in dat berekeningsjaar:
|
||||
|
||||
1°. arbeid heeft verricht als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a of b, of derde lid, onderdeel a, van de wet; of
|
||||
2°. gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het aantal uren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het aantal maanden van de ouder of partner die in de berekeningsjaren 2020 of 2021 het minste aantal maanden heeft gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus heeft gevolgd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, en onder b, aanhef en onderdeel 1° wordt indien een ouder of zijn partner in de berekeningsjaren 2020 of 2021 aanspraak op kinderopvangtoeslag behoudt op grond van artikel 1.6, vijfde of zevende lid, van de wet, uitgegaan van het aantal uren kinderopvang dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking kwam voor de beëindiging van de arbeid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue