2022-10-01 | BWBR0046993 | Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
This commit is contained in:
parent
38d6e3bb1b
commit
06775732e8
1 changed files with 278 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,278 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
|
||||
bwb_id: BWBR0046993
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2022-10-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046993
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *adres:* adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
|
||||
- *advieskosten:* kosten die gemaakt worden voor het laten opstellen van een energieadvies of een advies als bedoeld in bijlage 3 onderdelen A.1, A.2, A.3, K.1 of L.1;
|
||||
- *algemene groepsvrijstellingsverordening:*
|
||||
Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
|
||||
- *eigenaar:* eigenaar, erfpachter of opstalhouder van een gebouwde onroerende zaak;
|
||||
- *energieadvies:* advies als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
- *energieadviseur:* onderneming die bedrijfsmatig onderzoek doet naar en adviseert over mogelijke te nemen verduurzamingsmaatregelen en die niet werkzaam is bij de eigenaar van het maatschappelijk vastgoed;
|
||||
- *energielabel:* energielabel als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen;
|
||||
- *energieprestatie:* berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;
|
||||
- *gebouwde onroerende zaak:* gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen, met uitzondering van gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;
|
||||
- *integraal verduurzamingsproject:* project met een hoge duurzaamheidsambitie op basis van een maatregelenpakket dat voortkomt uit een advies, als bedoeld in bijlage 3, onderdelen A.1, A.2, A.3, of L.1;
|
||||
- *gebruiksoppervlakte:* gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;
|
||||
- *Kaderbesluit:*
|
||||
Kaderbesluit BZK-subsidies;
|
||||
- *maatschappelijk vastgoed:*
|
||||
|
||||
a. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een provincie, een gemeente of een waterschap;
|
||||
b. uit ’s Rijks kas bekostigd schoolgebouw of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
c. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in hoofdstuk 1, titel 3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of hoofdstuk 1, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
d. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een zorgaanbieder met een in bijlage 2, onderdeel A, opgenomen SBI-code;
|
||||
e. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een culturele instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling of in eigendom van een culturele instelling gelieerd aan een instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling;
|
||||
f. rijksmonument: monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, met uitzondering van gebouwen of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012; of
|
||||
g. gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van kerkgenootschappen, stichtingen, verenigingen of coöperaties met een in bijlage 2, onderdeel B, opgenomen SBI-code, waaronder in elk geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum, gebedshuis of gemeenschapscentrum;
|
||||
- *minister:* Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
|
||||
- *portefeuilleroutekaart:* een handelingsplan van eigenaren van maatschappelijk vastgoed voor te nemen maatregelen om de CO_2-reductie te verminderen;
|
||||
- *projectkosten:* kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor indexering, sloop en lood- en asbestverwijdering;
|
||||
- *publieksfunctie:* een gebouwde onroerende zaak dat openbaar toegankelijk is voor het publiek of bedoeld is voor gemeenschappelijk gebruik;
|
||||
- *rijksmonument:* monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister;
|
||||
- *rijksmonumentenregister:* register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;
|
||||
- *SBI-code:* code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;
|
||||
- *verduurzamingsmaatregel:* maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies, niet zijnde een gedragsmaatregel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Deze regeling heeft tot doel eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed te stimuleren om te investeren ineen combinatie van verduurzamingsmaatregelen of een integraal verduurzamingsproject ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie van maatschappelijk vastgoed.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De minister kan aan een eigenaar van bestaand maatschappelijk vastgoed op aanvraag subsidie verstrekken voor een investering in maatregelen die zijn opgenomen in bijlage 3 en die bestaan uit:
|
||||
|
||||
a. ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen; of
|
||||
b. een integraal verduurzamingsproject.
|
||||
|
||||
**2.** Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt voor verduurzamingsmaatregelen of integrale verduurzamingsprojecten die aanvangen vanaf 3 oktober 2022 met uitzondering van de subsidie voor advies als bedoeld in artikel 8, onderdeel b, en artikel 15, onderdeel b, van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend van 3 oktober 2022 tot en met 31 december 2023.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 150.000.000 tot 1 januari 2024.
|
||||
|
||||
**2.** De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Een subsidie als bedoeld in artikel 8, onderdelen a en c, en artikel 15, onderdelen a en c, kan staatsteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de artikelen 38, 41 of 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
**2.** Een subsidie als bedoeld in artikel 8, onderdeel b, en artikel 15, onderdeel b, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de de-minimisverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De minister publiceert binnen zes maanden nadat de subsidie is verleend de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, als de subsidie aan een project meer bedraagt dan € 500.000.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Subsidie voor (combinaties van) verduurzamingsmaatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, kan worden verleend voor:
|
||||
|
||||
a. de projectkosten van een verduurzamingsmaatregel of een combinatie van maximaal drie verduurzamingsmaatregelen als bedoeld in bijlage 3 voor investeringen in bestaand maatschappelijk vastgoed;
|
||||
b. de advieskosten voor een energieadvies of een advies als bedoeld in bijlage 3 onderdeel L.1; of
|
||||
c. de advieskosten voor een energielabel als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1.
|
||||
|
||||
**2.** De advieskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, komen alleen voor subsidie in aanmerking, als een aanvraag voor verstrekking van subsidie voor verduurzamingsmaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouwde onroerende zaak verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten met een minimum bedrag van € 5.000 per aanvraag en een maximum bedrag van € 2.500.000 per gebouwde onroerende zaak.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid bedraagt de subsidie voor een energieadvies of een advies als bedoeld bijlage 3, onderdeel L.1, 50% van de advieskosten en voor het laten opstellen van een energielabel als bedoeld bijlage 3, onderdeel K.1, 50% van de certificeringskosten.’
|
||||
|
||||
**3.** Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op verduurzamingsmaatregelen waar een bestuursorgaan of de Europese Commissie reeds een subsidie voor heeft verstrekt, kan slechts een bedrag aan subsidie worden verstrekt waarmee het maximale subsidiebedrag van die regeling niet wordt overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, ten minste:
|
||||
|
||||
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
b. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in verduurzamingsmaatregelen in maatschappelijk vastgoed; en
|
||||
c. een energieadvies dat niet ouder is dan 36 maanden op het moment van de aanvraag; of
|
||||
d. een portefeuilleroutekaart die niet ouder is dan 36 maanden op het moment van de aanvraag en die ingaat op de onderdelen van de rapportage van het energieadvies.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, af voor zover:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland;
|
||||
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die de aanvraag indient of een onderneming die de aanvraag indient ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
c. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelasting in Nederland betaalt en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
|
||||
d. de subsidie wordt aangevraagd voor maatregelen die zijn uitgevoerd voorafgaand aan de aanvangsdatum als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
|
||||
e. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds vastgestelde Europese regelgeving;
|
||||
f. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
|
||||
g. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;
|
||||
h. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouwde onroerende zaak dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² die niet beschikt over een geldig energielabel; of
|
||||
i. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte en de oppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties groter is dan 100 m² en dat niet beschikt over ten minste energielabel C, met uitzondering van rijksmonumenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 21 van het Kaderbesluit, is de subsidieontvanger verplicht:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 24 maanden na de subsidieverlening te realiseren; en
|
||||
b. voor subsidies van meer dan € 25.000: de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een maal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 19 van het Kaderbesluit is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De minister keert bij subsidiebedragen vanaf € 25.000 een voorschot uit van 70% van het verleende bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Het voorschot wordt in een keer betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, die minder dan € 25.000 bedraagt direct vast conform artikel 16, tweede lid, onderdeel a van het Kaderbesluit.
|
||||
|
||||
**2.** De minister stelt een subsidie vanaf € 25.000 als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt:
|
||||
|
||||
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
|
||||
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
|
||||
c. wat het totale bedrag is van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden;
|
||||
d. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten is; en
|
||||
e. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 12, derde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Subsidie voor integrale verduurzamingsprojecten
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kan worden verleend voor:
|
||||
|
||||
a. de projectkosten die betrekking hebben op het pakket aan verduurzamingsmaatregelen welke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, die leiden tot het verbeteren van de energieprestatie van bestaand maatschappelijk vastgoed;
|
||||
b. de advieskosten, bedoeld in bijlage 3, onderdelen A.1, A.2, A.3, of L.1; of
|
||||
c. de kosten voor een energielabel als bedoeld in bijlage 3, onderdeel K.1.
|
||||
|
||||
**2.** De advieskosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, komen alleen voor subsidie in aanmerking als een aanvraag voor verlening van subsidie voor projectkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Subsidie op grond van het eerste lid wordt slechts eenmaal per gebouwde onroerende zaak verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 30% van de projectkosten van de subsidiabele activiteiten met een minimum bedrag van € 25.000 per aanvraag en een maximum bedrag van € 2.500.000 per gebouwde onroerende zaak.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid bedraagt de subsidie voor een advies als bedoeld in bijlage 3, onderdelen A1, A2, A3, K.1, of L.1, 50% van de advieskosten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op verduurzamingsmaatregelen waar een bestuursorgaan of de Europese Commissie reeds een subsidie voor heeft verstrekt, kan slechts een bedrag aan subsidie worden verstrekt waarmee het maximale subsidiebedrag van die regeling niet wordt overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
In aanvulling op de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ten minste:
|
||||
|
||||
a. het adres of de kadastrale aanduiding van het maatschappelijk vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
b. een verklaring dat de aanvraag betrekking heeft op investeringen in maatschappelijk vastgoed;
|
||||
c. een advies of een rapport als bedoeld in bijlage 3, onderdelen A.1, A.2, A.3 of L.1 dat niet ouder is dan 36 maanden op het moment van de aanvraag; en
|
||||
d. een beschrijving van het maatregelenpakket waar de aanvraag betrekking op heeft met een onderbouwing van de potentiële energiebesparing of potentiële reductie van koolstofdioxide-uitstoot.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, af voor zover:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland;
|
||||
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening die de aanvraagt indient of een onderneming die de aanvraag indient ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
|
||||
c. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelasting in Nederland betaalt en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
|
||||
d. de subsidie wordt aangevraagd voor integrale verduurzamingsprojecten die zijn uitgevoerd voorafgaand aan de aanvangsdatum als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
|
||||
e. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds vastgestelde Europese regelgeving;
|
||||
f. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
|
||||
g. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;
|
||||
h. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² dat niet beschikt over een geldig energielabel; of
|
||||
i. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw waarbij de gebruiksoppervlakte van kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte en de oppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties groter is dan 100 m² en dat niet beschikt over ten minste energielabel C, met uitzondering van rijksmonumenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 21 van het Kaderbesluit, is de subsidieontvanger verplicht:
|
||||
|
||||
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uit te voeren binnen 36 maanden na de subsidieverlening; en
|
||||
b. de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een maal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 19 van het Kaderbesluit is niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De minister keert een voorschot uit van 70% van het verleende bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** Het voorschot wordt in een keer betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt:
|
||||
|
||||
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
|
||||
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
|
||||
c. wat het totale bedrag is van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden; en
|
||||
d. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten; en
|
||||
e. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 19, derde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn aangevraagd of verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. behorende bij
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue