diff --git a/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0025851/README.md b/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0025851/README.md index 1623f9ee2d7..45ddaccd64e 100644 --- a/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0025851/README.md +++ b/beleidsregel/inkomstenbelasting-kapitaalverzekering-eigen-woning-spaarrekening-eigen-woning-b/BWBR0025851/README.md @@ -18,11 +18,48 @@ Het besluit van 23 november 2006, nr. CPP2006/737M, wordt opnieuw uitgebracht. D ## 1. Inleiding -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In dit besluit zijn de beleidsstandpunten opgenomen op het terrein van de kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW). Met ingang van 1 januari 2008 geldt de fiscale faciliëring voor een KEW op overeenkomstige wijze ook voor een spaarrekening en een beleggingsrecht eigen woning. De voorwaarden die aan een KEW zijn gesteld, zijn zoveel mogelijk overgenomen voor de SEW en de BEW, behalve voor zover er verschillen zijn die voortkomen uit het verschil in karakter tussen verzekeringen en spaarrekeningen. Waar in dit besluit wordt gesproken over een SEW wordt eenvoudshalve ook een BEW bedoeld. + +Ook zijn de beleidsstandpunten opgenomen over vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die met toepassing van de Invoeringswet zijn of worden omgezet in een KEW. + +Daarnaast zijn de beleidsstandpunten opgenomen die met het oog op de toepassing van de Invoeringswet zijn ingenomen. Deze beleidsstandpunten zien op vóór 2001 gesloten kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een KEW. In vrijwel alle gevallen gaat het om kapitaalverzekeringen die behoren tot box 3. Voor dergelijke kapitaalverzekeringen blijft gedurende de gehele looptijd de Wet IB 1964 mede van toepassing. + +De beleidsstandpunten uit het besluit van 3 juni 2008, nr. CPP2008/288M (Echtscheidingsbesluit; kapitaalverzekering eigen woning en ‘oude’ kapitaalverzekeringen) zijn in dit besluit opgenomen (paragrafen 2.1.2 en 7.5.4). Het echtscheidingsbesluit heeft daardoor zijn belang verloren en wordt ingetrokken. + +Naast de aanpassingen van het besluit aan de SEW zijn in dit besluit nieuwe standpunten opgenomen over, dan wel toegevoegd aan de volgende onderwerpen: + +– Verzekering gesplitst in een KEW die uitkeert bij in leven zijn en een overlijdensuitkering die behoort tot de grondslag van box 3 (paragraaf 2.4). +– SEW; doorschuiven bij overlijden; redelijke termijn (paragraaf 2.5). +– Herstel administratieve fout met terugwerkende kracht voor kapitaalverzekeringen (paragraaf 2.6). +– Wijziging wetgeving (WIA); premieverlaging voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (paragraaf 3.1.5). +– Aanpassing kapitaalverzekering bij echtscheiding; wijziging verzekerde persoon en premiebandbreedte (paragraaf 3.1.6). +– Toerekening van betaalde premies of inleggelden aan de verzekerings- of contractjaren (paragraaf 3.5). +– Vrijstellingen bij fictieve uitkeringen of deblokkeringen; aflossingseis (paragraaf 4.3). +– SEW; waardeveranderingen tussen tijdstip van overlijden en tijdstip van aflossen eigenwoningschuld (paragraaf 4.6). +– Overschrijding 30-jaarstermijn KEW (paragraaf 4.7). +– Gevolgen afkoop of deblokkering; omzetting bij echtscheiding (paragraaf 5.2). +– KEW voortgekomen uit Pré Brede Herwaarderingpolis (paragraaf 6.2). +– Begeleiding omzetting kapitaalverzekering gesloten vóór 2001 in een SEW (paragraaf 6.2). +– Beëindiging KEW; voortzetting in box 3 met bijzondere waardevrijstelling (paragraaf 6.4). +– Wijziging wetgeving (WIA); verhoging verzekerd kapitaal (paragraaf 7.8). + +De geactualiseerde standpunten zijn thematisch gerangschikt en zoveel mogelijk samengevoegd. + + ### . Gebruikte begrippen en afkortingen -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +| Wet inkomstenbelasting 2001 | Wet IB 2001 | +| --- | --- | +| Wet op de inkomstenbelasting 1964 | Wet IB 1964 | +| Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 | Invoeringswet | +| Algemene wet inzake rijksbelastingen | AWR | +| Kapitaalverzekering eigen woning | KEW | +| Spaarrekening eigen woning | SEW | +| Beleggingsrecht eigen woning | BEW | +| Wet op het financieel toezicht | Wft | +| Wet IB 1964; regime 1992 t/m 2000 | Brede Herwaardering | +| Wet IB 1964; regime vóór 1992 | Pré Brede Herwaardering | ## 2. Voorwaarden KEW en SEW @@ -170,7 +207,9 @@ Vanaf 1 januari 2006 geldt als gevolg van de Wet werk en inkomen naar arbeidsver ##### -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verlaging van de premie voor een kapitaalverzekering louter als gevolg van de wijziging van de WIA die leidt tot overschrijding van de bandbreedte-eis voor de premies, leidt niet tot een in aanmerking te nemen overschrijding van de bandbreedte-eis (zie ook paragraaf 3.1.4). + +Deze goedkeuring is van overeenkomstige toepassing op kapitaalverzekeringen waarop op grond van de onderdelen AL en AM van de Invoeringswet de bepalingen van de Wet IB 1964, zoals deze luidden op 31 december 2000, van toepassing blijven. #### 3.1.6. Aanpassing KEW bij echtscheiding; wijziging verzekerde persoon en premiebandbreedte @@ -178,7 +217,9 @@ Bij echtscheiding of beëindiging van een duurzaam gezamenlijk gevoerde huishoud ##### -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Ik vind het maatschappelijk ongewenst dat in deze situaties het recht op de vrijstelling van de kapitaaluitkering mogelijk verloren gaat. Ik keur daarom op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed dat in dergelijke situaties de wijziging van de verzekerde persoon niet tot overschrijding van de bandbreedte-eis leidt. Ik stel hierbij de voorwaarde dat buiten deze aanpassing de premiebetaling geen wijzigingen ondergaat. + +Deze goedkeuring is van overeenkomstige toepassing voor kapitaalverzekeringen waarop op grond van de onderdelen AL en AM van de Invoeringswet de bepalingen van de Wet IB 1964, zoals deze luidden op 31 december 2000, van toepassing blijven. ### 3.2. Premiedepot bij KEW; Koopsomstorting of jaarlijkse premiebetaling @@ -284,6 +325,8 @@ Belanghebbende heeft een kapitaalverzekering met een verzekeringsjaar dat loopt #### 3.5.5. Toerekening bij kapitaalverzekeringen waarop de Wet IB 1964 van toepassing is +Wat in paragraaf 3.5 is opgenomen ten aanzien van de KEW is van overeenkomstige toepassing op kapitaalverzekeringen waarop op grond van de onderdelen AL en AM van de Invoeringswet de bepalingen van de Wet IB 1964, zoals deze luidden op 31 december 2000, van toepassing blijven. + ## 4. Vrijstellingen ### 4.1. Vrijstellingen bij minderjarige kinderen en partners @@ -408,17 +451,28 @@ Ook verzoeken om met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) ka ### 6.4. Beëindiging KEW; voortzetting in box 3 met bijzondere waardevrijstelling -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Indien een KEW niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden, moet over de waarde daarvan in box 1 worden afgerekend. De KEW wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen. In een aantal gevallen kan daarbij een vrijstelling van het regime van de KEW worden benut. Na afrekening gaat de kapitaalverzekering tot de grondslag van box 3 behoren indien de waarde daarvan niet wordt uitgekeerd. Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt gezamenlijk in box 3 de bijzondere waardevrijstelling van ten hoogste € 123 428 (onderdeel AN van de Invoeringswet) mits aan de voorwaarden van het vierde lid van die bepaling wordt voldaan. Op grond van de letterlijke wettekst geldt deze bijzondere waardevrijstelling ook voor rechten op kapitaaluitkeringen van een uiterlijk op 14 september 1999 tot stand gekomen kapitaalverzekering die op enig tijdstip is omgezet in een KEW en waarover op de hiervóór beschreven wijze is afgerekend in box 1 en die vervolgens is gaan behoren tot de grondslag van box 3. Om misverstanden te voorkomen, wijs ik er op dat op uitkeringsniveau de Wet IB 1964 niet herleeft. + +Voor rechten op tegoeden van een SEW voortkomend uit de omzetting van een op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekering, al dan niet na omzetting in een KEW, waarover is afgerekend en die is overgegaan naar box 3, geldt de bijzondere waardevrijstelling op grond van de wettekst niet omdat die niet geldt voor spaarrekeningen in box 3. ## 7. Vóór 2001 bestaande kapitaalverzekeringen die niet zijn omgezet in een KEW ( ### 7.1. Fiscale gevolgen van schikking Spaarbeleg Kas NV met Stichting Spaardersbelangen -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Spaarbeleg Kas NV (hierna: Spaarbeleg) heeft een regeling getroffen met een groep houders van zogenoemde spaarkascontracten (hierna: spaarders). Spaarbeleg heeft gedurende een zekere periode spaarkasproducten verkocht zonder op de polis expliciet de premie voor de in het product aanwezige overlijdensrisicoverzekering te vermelden. Een dergelijke vermelding was echter wel verplicht. Begin 1999 is deze fout gesignaleerd en is er een stichting opgericht, de Stichting Spaardersbelangen, om op te komen voor een ieder die hierdoor zou zijn benadeeld. Met deze partijen heeft Spaarbeleg een schikking bereikt. Onderdeel van die schikking maken de volgende punten uit: + +1. Alle spaarders die hun polis vóór 1 januari 1996 hebben afgesloten, ontvangen aan het eind van de volledige looptijd van hun polis een extra uitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun leeftijd en van de looptijd van de polis. +2. Spaarders die een polis hebben afgesloten vóór 1 januari 1996 en die na 1 januari 1996 hun inleg hebben verhoogd, ontvangen bovendien voor het verhoogde deel van de inleg een extra uitkering als hun polis afloopt. + +De deelnemers gaan niet meer betalen, hun maandelijkse inleg blijft gelijk. Er is van de zijde van de deelnemer dus geen sprake van een tegenprestatie. + +Deze schikking is tot stand gekomen in verband met het herstel van een fout in de oorspronkelijke overeenkomsten. De in verband met de schikking gewijzigde aanspraak op een uitkering bij leven heeft vanaf het sluiten van de spaarkasovereenkomst in het contract besloten gelegen. Op grond hiervan is er geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal bij leven. Bij uitvoering van de schikking zoals hiervoor omschreven is dus geen sprake van een zodanige verhoging van het verzekerde kapitaal dat de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de desbetreffende kapitaalverzekeringen verloren gaat. Ook voor de toepassing van onderdeel AN van de Invoeringswet is geen sprake van een verhoging van het verzekerde kapitaal. ### 7.2. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 op grond van optieclausule -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Voor op 14 september 1999 bestaande kapitaalverzekeringen geldt een bijzondere waardevrijstelling in box 3 van in totaal € 123.428 (onderdeel AN, eerste lid, van de Invoeringswet). De vrijstelling geldt uitsluitend als aan de voorwaarden van het vierde lid is voldaan waaronder de eis dat het verzekerd kapitaal daarvan na 13 september 1999 niet is verhoogd (onderdeel AN, vierde lid, onderdeel a, van de Invoeringswet). Er zijn verzekeringsovereenkomsten waarvan het verzekerd kapitaal is verhoogd of nog kan worden verhoogd op grond van een indexclausule of optieclausule. + +De bepaling over de verhoging van het verzekerde kapitaal moet zoveel mogelijk worden toegepast in overeenstemming met artikel 76 van de Wet IB 1964, zoals die bepaling luidde op 31 december 2000. Dit betekent onder meer dat verhogingen op grond van indexclausules of ‘normale en gebruikelijke’ optieclausules niet leiden tot het verlies van de vrijstelling in box 3. Voorwaarde hierbij is dat die clausules al vóór 14 september 1999 deel uitmaakten van de overeenkomst. ### 7.3. Verhoging verzekerd kapitaal na 13 september 1999 als gevolg van verhoging maximum werknemersspaarregeling @@ -436,7 +490,9 @@ Ik heb in 2001 goedgekeurd dat een verhoging van het verzekerd kapitaal die leid #### 7.5.1. Inleiding -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór de invoering van de Wet IB 2001 bestaan twee regelingen met eerbiedigende werking. In de eerste plaats de regeling voor kapitaalverzekeringen die zijn gesloten vóór 1 januari 1992 om de werking van het regime van de Wet IB 1964 te behouden (artikel 76 van de Wet IB 1964). In de tweede plaats gaat het om de bijzondere waardevrijstelling die in box 3 kan gelden voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 15 september 1999 (onderdeel AN van de Invoeringswet). Bij de omzetting van een kapitaalverzekering in een andere kapitaalverzekering mag het verzekerde kapitaal niet worden verhoogd als men het regime van vóór 1 januari 1992 van de Wet IB 1964 wil behouden. Dezelfde voorwaarde geldt voor het behoud van het recht op de bijzondere waardevrijstelling van € 123 428 in box 3 voor de omgezette kapitaalverzekering. + +Als een verzekerd kapitaal ontbreekt − bij een unit-linked-verzekering – geldt als voorwaarde dat het bedrag van de premies niet is verhoogd. Een verhoging van het verzekerd kapitaal, dan wel een verhoging van de premies, die plaatsvindt op grond van een normale en gebruikelijke optieclausule wordt hierbij niet beschouwd als een verhoging. #### 7.5.2. Afzonderlijke toets uitkeringen bij leven en overlijden @@ -450,7 +506,18 @@ Bij unit-linkedverzekeringen vormen de afzonderlijke premiedelen voor leven en o ##### -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Bij omzetting van een gemengde kapitaalverzekering kunnen desgewenst de *in totaal* overeengekomen en betaalde premies op jaarbasis (dus de premiedelen voor de uitkering bij leven en ten gevolge van overlijden samen) als maatstaf worden genomen. De eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 en onderdeel AN van de Invoeringswet blijft behouden als die totaalpremie in het kader van de omzetting niet wordt verhoogd. + +Ik stel hierbij de volgende cumulatieve voorwaarden: + +a. Er vindt bij de omzetting geen verlenging van de premiebetalende periode plaats. +b. Er vindt bij de omzetting geen verlenging van de looptijd van de verzekering plaats. +c. Er vindt geen wijziging plaats van het verzekerd lijf. +d. Een nieuw verzekerd risico bij overlijden betreft qua hoogte een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden. + +Van een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden is bijvoorbeeld sprake bij een omzetting in een gemengde universal life verzekering (een verzekering die uitkeert bij in leven zijn op een bepaalde datum of bij eerder overlijden) waarbij in geval van overlijden 90% of 110% van de waarde van de units (beleggingen) wordt uitgekeerd. + +Als een unit-linkedverzekering wordt omgezet in een gemengde euroverzekering, is bijvoorbeeld sprake van een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden als bij overlijden hetzelfde bedrag als bij in leven zijn of de restitutie van de betaalde of de in totaal te betalen premies wordt verzekerd. #### 7.5.3. Berekeningsmethode voor omzetting euroverzekeringen in unit-linkedverzekeringen @@ -467,7 +534,7 @@ De prognoseberekening moet plaats vinden op basis van de kostenstructuur zoals d #### 7.5.4. Verdeling kapitaalverzekering bij echtscheiding; wijziging verzekerde persoon en eerbiedigende werking -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Bij echtscheiding en beëindiging van een duurzaam gezamenlijk gevoerde huishouding kan het noodzakelijk zijn om bij omzetting van kapitaalverzekeringen de verzekerde persoon te wijzigen. Hierdoor is het mogelijk dat het verzekerd risico wijzigt. Dit kan gevolgen hebben voor zowel de hoogte van het deel van de totale premie dat betrekking heeft op de verzekerde uitkering bij leven, als voor het deel van de premie dat betrekking heeft op de verzekerde uitkering bij overlijden. Bij een verhoging van één van die premiedelen kan de eerbiedigende werking (artikel 76 van de Wet IB 1964 en onderdeel AN van Hoofdstuk 2, artikel I, van de Invoeringswet) voor de daarmee overeenkomende verzekerde uitkering verloren gaan. ##### @@ -475,11 +542,15 @@ Ik vind het maatschappelijk ongewenst dat in deze situaties de eerbiedigende wer ### 7.6. Afronding verzekerd kapitaal naar boven door invoering euro; geen verlies bijzondere waardevrijstelling in box 3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In verband met de omzetting van gulden naar eurobedragen hebben sommige verzekeringsmaatschappijen na toepassing van de wettelijke omrekenregels het verzekerd kapitaal van kapitaalverzekeringen in het voordeel van de belanghebbende naar boven afgerond op een hele euro. + +Deze geringe afronding leidt niet tot verlies van de bijzondere waardevrijstelling in box 3 (onderdeel AN van de Invoeringswet) of tot verlies van de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964. Ik stel hierbij de voorwaarde dat voor het overige de juiste omrekenregels zijn toegepast. Voor zover verzekeringsmaatschappijen niet de juiste regels hebben toegepast – bij voorbeeld te globale omrekenverhoudingen hebben toegepast – is de bijzondere waardevrijstelling behouden gebleven als uiterlijk in het jaar 2001 herstel heeft plaatsgevonden. ### 7.7. Wijziging wetgeving; premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In paragraaf 3.1.4 is aangegeven dat de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2004 kan leiden tot verlaging van de premie voor de KEW. Als in deze situatie de contractueel verschuldigde totale premie niet wordt aangepast, heeft dit automatisch tot gevolg dat het verzekerde kapitaal van de kapitaalverzekering wordt verhoogd. + +Deze verhoging kan tot gevolg hebben dat de bijzondere waardevrijstelling in box 3 voor bestaande kapitaalverzekeringen (onderdeel AN van de Invoeringswet) en van de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de belastingheffing over kapitaaluitkeringen niet meer van toepassing is. #### . Goedkeuring @@ -487,11 +558,11 @@ Hier is sprake van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de ### 7.8. Wijziging wetgeving ( -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De in paragraaf 3.1.5 genoemde wijziging van de WIA leidt tot een verlaging van een premie voor een kapitaalverzekering. Als de contractueel verschuldigde totaalpremie gelijk blijft, leidt deze premieverlaging ertoe dat het verzekerde kapitaal van de kapitaalverzekering automatisch wordt verhoogd. Een verhoging van het verzekerde kapitaal van een kapitaalverzekering die op 14 september 1999 of op 31 december 1991 bestond leidt er toe dat de bijzondere waardevrijstelling in box 3 (onderdeel AN van de Invoeringswet) respectievelijk de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964 voor de belastingheffing over kapitaaluitkeringen niet meer van toepassing zijn. #### . Goedkeuring -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Omdat hier sprake is van een bijzondere omstandigheid (wetswijziging) waarop de bij de kapitaalverzekering betrokken partijen geen invloed hebben gehad, keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed. Een verhoging van het verzekerde kapitaal louter als gevolg van de wijziging van de WIA leidt niet tot verlies van de bijzondere waardevrijstelling in box 3 en van de eerbiedigende werking van artikel 76 van de Wet IB 1964. ## 8. Ingetrokken regelingen