2009-03-01 | BWBR0011440 | Gaswet
This commit is contained in:
parent
c31773f01e
commit
06a408d811
1 changed files with 39 additions and 0 deletions
|
|
@ -1017,6 +1017,45 @@ Een gastransportnet dat door een netbeheerder in het kader van de uitoefening va
|
|||
|
||||
### Paragraaf 5.1a. Coördinatie van de aanleg of uitbreiding van gasinfrastructuur
|
||||
|
||||
### Artikel 39b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De procedures, bedoeld in artikel 3.28 of artikel 3.29 en artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet ruimtelijke ordening, zijn van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een uitbreiding van het landelijk gastransportnet, voor zover het betreft de van dat net deel uitmakende leidingen met een druk van ten minste 40 bar en een diameter van ten minste 45,7 centimeter;
|
||||
b. de aanleg of uitbreiding van een landsgrensoverschrijdend gastransportnet als bedoeld in artikel 18h;
|
||||
c. de aanleg of uitbreiding van een LNG-installatie met een capaciteit van ten minste 4 miljard m^3.
|
||||
|
||||
**2.** Een gasbedrijf meldt een voornemen tot aanleg of uitbreiding van een net of installatie als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van een net of een deel daarvan of een installatie als bedoeld in het eerste lid, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding van dat net of die installatie benodigde besluiten, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van de procedures, bedoeld in het eerste lid, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan Onze Minister bepalen dat:
|
||||
|
||||
a. geen van de procedures, bedoeld in de artikelen 3.28 of 3.29 en 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a,
|
||||
b. uitsluitend de procedure, bedoeld in de artikelen 3.28 of 3.29,
|
||||
c. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder a, of
|
||||
d. de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b,
|
||||
|
||||
van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is op de aanleg of de uitbreiding van dat net of die installatie. Hij hoort het desbetreffende gasbedrijf en de betrokken bestuursorganen over een voornemen toepassing te geven aan de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 39c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is de aangewezen minister, bedoeld in artikel 3.35, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.28, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening treden, in afwijking van dat artikellid, Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gezamenlijk in de plaats van burgemeester en wethouders ten aanzien van de bevoegdheden en verplichtingen, bedoeld in dat artikellid.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepalen dat Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, met overeenkomstige toepassing van artikel 3.35, derde lid, vierde volzin, van de Wet ruimtelijke ordening, één of meer besluiten nemen die nodig zijn voor de aanleg of uitbreiding van een daarbij aangewezen net of installatie als bedoeld in artikel 39b, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 39d
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de besluiten aangewezen die voor de aanleg of uitbreiding van een net of installatie als bedoeld in artikel 39b, eerste lid, in ieder geval besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ruimtelijke ordening zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan, ten behoeve van de aanleg of uitbreiding van een net of installatie als bedoeld in artikel 39b, eerste lid, tevens één of meer andere besluiten dan de bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluiten aanwijzen als besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ruimtelijke ordening.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan, indien een bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluit de toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 39b, eerste lid, zou belemmeren of ernstig bemoeilijken, bepalen dat het desbetreffende besluit, in afwijking van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur, niet als een besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ruimtelijke ordening wordt aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. Energiebesparing en bevordering van duurzame energie en van veiligheid
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue