2005-02-25 | BWBR0002246 | Waterleidingwet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-02-25 12:00:00 +00:00
parent 0865dd9249
commit 06a7017d6f

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Waterleidingwet
bwb_id: BWBR0002246
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2000-08-01'
datum_inwerkingtreding: '2004-09-09'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002246
citeertitel: Waterleidingwet
---
@ -18,29 +18,45 @@ citeertitel: Waterleidingwet
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a. 'Onze Minister': Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. «leidingwater»: water, bestemd om te drinken, te koken, voedsel te bereiden of andere huishoudelijke doeleinden, dat door een waterleidingbedrijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden ter beschikking wordt gesteld;
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. «leidingwater»: water, bestemd om te drinken, te koken, voedsel te bereiden of andere huishoudelijke doeleinden, dat door een waterleidingbedrijf of een collectieve watervoorziening aan derden ter beschikking wordt gesteld;
c. «drinkwater»: leidingwater, bestemd of mede bestemd om te drinken;
d. 'waterleidingbedrijf':
d. «waterleidingbedrijf»:
1°. een bedrijf uitsluitend of mede bestemd tot openbare drinkwatervoorziening door levering van drinkwater aan verbruikers;
2°. een bedrijf uitsluitend of mede bestemd tot levering van drinkwater in het groot aan bedrijven als bedoeld onder 1°;
3°. een bedrijf, zowel bestemd tot openbare drinkwatervoorziening door levering van drinkwater aan verbruikers, als tot levering van drinkwater in het groot aan bedrijven als bedoeld onder 1°;
e. 'distributiegebied': het gebied waarbinnen de eigenaar van een waterleidingbedrijf bevoegd is tot levering van drinkwater aan verbruikers;
f. 'watervoorzieningswerken': werken tot winning, opslag of overbrenging van water en daarmee rechtstreeks verband houdende werken en beschermingsvoorzieningen ten dienste van waterleidingbedrijven;
g. «collectieve watervoorziening»:
e. «publiekrechtelijke rechtspersoon»: staat, provincie, gemeente, waterschap of gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen;
f. «gekwalificeerde rechtspersoon»:
1°. publiekrechtelijke rechtspersoon;
2°. naamloze of besloten vennootschap die voldoet aan de volgende voorwaarden:
i. in de statuten is bepaald dat de aandelen in zijn kapitaal uitsluitend middellijk of onmiddellijk worden gehouden door publiekrechtelijke rechtspersonen en
ii. de vennootschap heeft zich niet verbonden de zeggenschap over het waterleidingbedrijf dat haar toebehoort of zal toebehoren, uit te oefenen of te doen uitoefenen tezamen met anderen dan een publiekrechtelijke rechtspersoon of een vennootschap als bedoeld in dit onderdeel;
3°. coöperatie waarvan de leden voldoen aan de voorwaarden, bedoeld onder 2°;
g. «bestaand waterleidingbedrijf»: waterleidingbedrijf dat op 1 september 2000 drinkwater leverde, alsmede diens rechtsopvolger onder algemene of bijzondere titel voorzover deze een gekwalificeerde rechtspersoon is;.
h. «distributiegebied»: het gebied waarbinnen de eigenaar van een waterleidingbedrijf bevoegd is tot levering van drinkwater aan verbruikers;
i. «watervoorzieningswerken»: werken tot winning, opslag of overbrenging van water en daarmee rechtstreeks verband houdende werken en beschermingsvoorzieningen ten dienste van waterleidingbedrijven;
j. «collectieve watervoorziening»:
1°. landgebonden voorziening, niet zijnde een waterleidingbedrijf, voor de winning of behandeling van water, dat met behulp van een leiding of distributienet als leidingwater ter beschikking wordt gesteld;
2°. voorziening voor de winning, behandeling of distributie van water dat als leidingwater ter beschikking wordt gesteld, die aanwezig is op een mijnbouwinstallatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, gelegen binnen het Nederlands territoir of het Nederlandse deel van het continentale plat;
h. «collectief leidingnet»: leidingen, fittingen en toestellen, tijdelijk, doch anders dan ten behoeve van bevoorrading, of permanent aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening, met behulp waarvan leidingwater aan derden ter beschikking wordt gesteld;
i. «woninginstallatie»: leidingen, fittingen en toestellen, aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening of op een collectief leidingnet, en deel uitmakend van een woning;
j. de inspecteur: de ter plaatse bevoegde inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid, die door Onze Minister is aangewezen.
k. «de commissie»: de commissie, bedoeld in artikel 2.
k. «collectief leidingnet»: leidingen, fittingen en toestellen, tijdelijk, doch anders dan ten behoeve van bevoorrading, of permanent aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening, met behulp waarvan leidingwater aan derden ter beschikking wordt gesteld;
l. «woninginstallatie»: leidingen, fittingen en toestellen, aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening of op een collectief leidingnet, en deel uitmakend van een woning;
m. «inspecteur»: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
n. «de commissie»: de commissie, bedoeld in artikel 2.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat onderdelen van deze wet niet van toepassing zijn met betrekking tot water dat uitsluitend bestemd is voor bij die maatregel aangegeven doeleinden, waarvoor de kwaliteit van het water niet van invloed is op de gezondheid van de betrokken verbruikers.
**3.** Indien de eigenaar van een waterleidingbedrijf niet zelf dit bedrijf exploiteert, wordt voor de toepassing van het in deze wet bepaalde onder eigenaar van een waterleidingbedrijf mede verstaan de exploitant van een zodanig bedrijf.
**4.** Voor de toepassing van hoofdstuk IA wordt met een bestaand waterleidingbedrijf respectievelijk met een waterleidingbedrijf gelijkgesteld een bedrijf, genoemd in de bij deze wet behorende bijlage.
### Artikel 1a
De overheid draagt zorg voor de openbare drinkwatervoorziening.
### Artikel 2
Er is een Commissie drinkwatervoorziening.
@ -153,6 +169,119 @@ De commissie houdt de op de door haar uitgebrachte adviezen betrekking hebbende
De commissie stelt nadere regels betreffende haar werkwijze en de werkwijze van de subcommissies en zendt deze aan Onze Minister.
## Hoofdstuk IA. De openbare drinkwatervoorziening
### Afdeling Eerste. De productie en de levering van drinkwater
### Artikel 3i
Het is verboden drinkwater:
a. te produceren ten behoeve van verbruikers, of
b. te leveren.
### Artikel 3j
**1.**
Het verbod in artikel 3i, aanhef en onderdeel a, geldt niet:
a. voor een bestaand waterleidingbedrijf waarover de zeggenschap uitsluitend wordt uitgeoefend door gekwalificeerde rechtspersonen;
b. voor degene die een inrichting drijft als bedoeld in de Wet milieubeheer:
1e. voor het produceren ten behoeve van verbruikers binnen die inrichting, alsmede ten behoeve van verbruikers in een dergelijke inrichting die eerder onderdeel uitmaakte van de eerstbedoelde inrichting;
2e. voor het produceren ten behoeve van verbruikers in een dergelijke inrichting, die voor het tijdstip van ingang van het in dit lid bedoelde verbod was aangesloten op de collectieve watervoorziening van de in de aanhef bedoelde inrichting.
**2.**
Het verbod in artikel 3i, aanhef en onderdeel b, geldt niet:
a. voor een bestaand waterleidingbedrijf waarover de zeggenschap uitsluitend wordt uitgeoefend door gekwalificeerde rechtspersonen: in het bij ministeriële regeling per bedrijf vast te stellen distributiegebied.
b. voor degene die een inrichting drijft als bedoeld in de Wet milieubeheer:
1e. voor het leveren aan verbruikers binnen die inrichting, alsmede voor het leveren aan verbruikers in een dergelijke inrichting die eerder onderdeel uitmaakte van de eerstbedoelde inrichting;
2e. voor het leveren aan verbruikers in een dergelijke inrichting, die voor het tijdstip van ingang van het in dit lid bedoelde verbod was aangesloten op de collectieve watervoorziening van de in de aanhef bedoelde inrichting;
c. voor de eigenaar van een collectief leidingnet.
**3.**
Op een daartoe strekkende aanvraag kan Onze Minister aan de eigenaar van een collectieve watervoorziening ontheffing verlenen van de in artikel 3i gestelde verboden, voor het produceren ten behoeve van en het leveren aan verbruikers in een of meerdere inrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeheer, indien:
a. de aansluiting van die inrichting of inrichtingen op het leidingnet van een waterleidingbedrijf naar het oordeel van Onze Minister in strijd is met het belang van een doelmatige openbare drinkwatervoorziening, en
b. het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet.
**4.** Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Onze Minister kan de voorschriften en beperkingen wijzigen.
**5.** De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op een aanvraag als bedoeld in het derde lid.
**6.**
Onze Minister kan de ontheffing intrekken, indien de houder van de ontheffing:
a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
b. de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt;
c. niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid.
**7.** Paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking krachtens het zesde lid.
### Artikel 3k
Degene die bevoegd is in een distributiegebied drinkwater te leveren, kan die bevoegdheid geheel of gedeeltelijk overdragen aan een waterleidingbedrijf waarover de zeggenschap uitsluitend wordt uitgeoefend door gekwalificeerde rechtspersonen.
### Afdeling Tweede. De zeggenschap over een waterleidingbedrijf
### Artikel 3l
**1.**
De eigenaar van een waterleidingbedrijf meldt de volgende handelingen terstond aan Onze Minister:
a. het wijzigen van de statuten;
b. het uitgeven van aandelen in het kapitaal van het waterleidingbedrijf;
c. het overdragen van de eigendom van watervoorzieningswerken of werken ten behoeve van de productie van drinkwater;
d. het belasten van watervoorzieningswerken of werken ten behoeve van de productie van drinkwater met enig zakelijk of persoonlijk recht;
e. het belasten van de winst met enig zakelijk of persoonlijk recht;
f. het sluiten van een overeenkomst waardoor zeggenschap over het waterleidingbedrijf door of tezamen met derden wordt uitgeoefend dan wel waardoor deze daartoe feitelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
**2.** Bij de melding geeft hij aan of er sprake is van een overdracht als bedoeld in artikel 3k.
### Artikel 3m
Het is verboden een rechtshandeling te verrichten, die tot gevolg heeft dat middellijk of onmiddellijk, alleen of tezamen met derden, door anderen dan een gekwalificeerde rechtspersoon zeggenschap wordt verkregen over een waterleidingbedrijf of een deel daarvan of over de bedrijfsvoering van een waterleidingbedrijf of een deel van die bedrijfsvoering.
### Artikel 3n
Tot de handelingen, bedoeld in artikel 3m, behoren in ieder geval:
a. het wijzigen van de bepalingen in de statuten van een waterleidingbedrijf zodanig dat daardoor de mogelijkheid wordt geboden dat een derde, niet zijnde een gekwalificeerde rechtspersoon, houder wordt van de aandelen;
b. het overdragen van aandelen in het kapitaal van een waterleidingbedrijf aan een derde als bedoeld in onderdeel a;
c. het overdragen aan een zodanige derde van de eigendom van watervoorzieningswerken of werken ten behoeve van de productie van drinkwater in het kader van een waterleidingbedrijf;
d. het belasten of bezwaren van watervoorzieningswerken of werken ten behoeve van de productie van drinkwater ten behoeve van een zodanige derde met enig zakelijk of persoonlijk recht indien als gevolg daarvan de zeggenschap over het waterleidingbedrijf feitelijk niet meer zelfstandig wordt uitgeoefend door een gekwalificeerde rechtspersoon;
e. het belasten of bezwaren van de winst van een waterleidingbedrijf ten behoeve van een zodanige derde met enig zakelijk of persoonlijk recht;
f. het aangaan van een overeenkomst waardoor zeggenschap over een waterleidingbedrijf door of tezamen met een zodanige derde wordt uitgeoefend dan wel waardoor deze daartoe feitelijk in de gelegenheid wordt gesteld.
### Artikel 3o
**1.** Indien er naar het oordeel van Onze Minister sprake is van een handeling als bedoeld in artikel 3m, geeft hij een aanwijzing aan de daarbij betrokken partijen tot het ongedaan maken van de gevolgen daarvan.
**2.** Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan tevens een last onder dwangsom worden opgelegd.
**3.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**4.** Van een aanwijzing doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
## Hoofdstuk IB. Aansluit- en leveringsplichten voor eigenaren van waterleidingbedrijven
### Artikel 3p
**1.** De eigenaar van een waterleidingbedrijf is verplicht, binnen het distributiegebied waarin hij bevoegd is drinkwater te leveren, degene die daarom verzoekt een aanbod te doen te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde leidingnet.
**2.** De eigenaar van een waterleidingbedrijf is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen met gebruikmaking van het door hem beheerde leidingnet drinkwater te leveren.
**3.** De eigenaar van een waterleidingbedrijf hanteert tarieven en voorwaarden die redelijk, transparant en niet discriminerend zijn.
**4.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken, regels stellen in verband met de toepassing van het eerste tot en met derde lid. De regeling, bedoeld in de eerste volzin wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
## Hoofdstuk II. Het toezicht op waterleidingbedrijven in het belang der volksgezondheid
### Artikel 4
@ -204,7 +333,7 @@ l. de kwaliteit van het water waaruit leidingwater wordt bereid, ingeval het wat
### Artikel 4b
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk is belast de Inspecteur.
Vervallen
### Artikel 5
@ -313,7 +442,7 @@ De eigenaar van een collectief leidingnet verstrekt de verbruikers overeenkomsti
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald dat de eigenaren van daarbij aangewezen categorieën van collectieve leidingnetten metingen verrichten ten aanzien van de kwaliteit van het door hen beschikbaar gestelde leidingwater.
**2.** Zij houden de resultaten van de metingen gedurende drie jaren ter beschikking van de ingevolge artikel 15f aangewezen ambtenaren.
**2.** Zij houden de resultaten van de metingen gedurende vijf jaren ter beschikking van de ingevolge artikel 15f aangewezen ambtenaren.
**3.** Indien uit de metingen blijkt dat niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 4, tweede lid, onder a, of negende lid juncto tweede lid, onder a, gestelde eisen, dan wel dat anderszins de deugdelijkheid van het leidingwater wordt aangetast, geven zij daarvan onverwijld kennis aan de ingevolge artikel 15f aangewezen ambtenaren.
@ -742,17 +871,17 @@ Het is de eigenaar van een waterleidingbedrijf verboden een watervoorzieningswer
### Afdeling Derde. Toezicht
## Hoofdstuk V. Handhaving
### Artikel 61
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de tweede afdeling van dit hoofdstuk bepaalde, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk II en de tweede afdeling van hoofdstuk IV bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
## Hoofdstuk V. Dwang- en strafbepalingen
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
### Artikel 62
**1.** Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde negende en tiende lid, 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, 9, 12, 13, eerste lid, 14a, tweede lid, 15a, tweede lid, 15c, 15d, 15e of 63c bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of met een geldboete van de tweede categorie.
**1.** Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde negende en tiende lid, 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, 9, 12, 13, eerste lid, 14a, tweede lid, 15a, tweede lid, 15c, 15d, 15e of 63c bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of met een geldboete van de tweede categorie.
**2.** Met gelijke straf als bedoeld in het eerste lid wordt gestraft hij die handelt in strijd met het verbod gesteld bij artikel 58.
@ -797,3 +926,11 @@ Deze wet kan worden aangehaald onder de titel 'Waterleidingwet'.
### Artikel 66
Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag. Voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan kan de inwerkingtreding op verschillende tijdstippen worden vastgesteld.
## Bijlage . behorend bij
Lijst van bedrijven die gelijkgesteld worden met een bestaand waterleidingbedrijf respectievelijk een waterleidingbedrijf.
NV Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch
NV Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland.