2011-01-01 | BWBR0002489 | Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2dcd117823
commit 06bd6b1251

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
bwb_id: BWBR0002489
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2010-01-01'
datum_inwerkingtreding: '2011-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002489
citeertitel: Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
---
@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
### Artikel 1
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 4, 7, 11a, 15a, 18a, 18g, 18h, 19a, 19e, 33, 34, 35, 35f, 35g en 35n van de Wet op de loonbelasting 1964.
**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 4, 7, 11a, 18a, 18g, 18h, 19a, 31a, 33, 34, 35, 35f, 35g en 35n van de Wet op de loonbelasting 1964.
**2.**
@ -128,7 +128,7 @@ b. degene die de arbeid verricht, door middel van een gezamenlijke verklaring va
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. *partner:* een in artikel 3.91, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 5°, van de Wet inkomstenbelasting 2001 aangeduide persoon;
a. *partner:* een in artikel 3.91, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wet inkomstenbelasting 2001 aangeduide persoon;
b. *een aanmerkelijk belang:* een aanmerkelijk belang in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.
### Artikel 3
@ -155,25 +155,16 @@ Vervallen
### Artikel 7
**1.**
**1.** De belasting naar het belastbare loon dat wordt genoten door de in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, van de wet bedoelde werknemers, bedraagt het in de voor hen geldende loonbelastingtabel aangewezen percentage van het tabelloon, met dien verstande dat dit percentage wordt verhoogd tot 52 ingeval de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt dan wel, ingeval de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, zijn identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig artikel 28, onderdeel e, van de wet, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten.
Bij ministeriële regeling worden loonbelastingtabellen vastgesteld voor:
a. uitvoerders van aangenomen werk, hun hulpen, degenen wier arbeidsverhouding ingevolge artikel 2b of artikel 2c als dienstbetrekking wordt beschouwd en bij ministeriële regeling aangewezen sekswerkers wier arbeidsverhouding op grond van artikel 2g als dienstbetrekking wordt beschouwd;
b. degenen die uitkeringen ontvangen ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren.
**2.** De belasting naar het belastbare loon dat wordt genoten door de in het eerste lid bedoelde werknemers, bedraagt het in de voor hen geldende loonbelastingtabel aangewezen percentage van het tabelloon, met dien verstande dat dit percentage wordt verhoogd tot 52 ingeval de werknemer zijn naam, adres of woonplaats niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt dan wel, ingeval de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, zijn identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig artikel 28, onderdeel e, van de wet, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten.
**3.**
**2.**
Het tabelloon is:
a. in de gevallen bedoeld in het eerste lid, onderdeel a: het loon vermeerderd met de bedragen bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 2° en 3°, van de wet en verminderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
b. in de gevallen bedoeld in het eerste lid, onderdeel b: het loon in geld, nadat dit is verminderd met de door de inhoudingsplichtige voor zijn rekening genomen belasting.
a. in de gevallen, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet: het loon in geld, nadat dit is verminderd met de door de inhoudingsplichtige voor zijn rekening genomen belasting;
b. in de gevallen, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet: het loon vermeerderd met de bedragen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 2° en 3°, van de wet, en verminderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
**4.** Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing met betrekking tot uitkeringen ingevolge sociale verzekeringswetten die zonder tussenkomst van de inhoudingsplichtige worden genoten.
**5.** Voor gevallen waarin artikel 27b, eerste lid, van de wet toepassing vindt, worden de in het eerste lid bedoelde tabellen zodanig vastgesteld dat telkens de belasting en de premie voor de volksverzekeringen in één percentage worden opgenomen.
**3.** Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing met betrekking tot uitkeringen ingevolge sociale verzekeringswetten die zonder tussenkomst van de inhoudingsplichtige worden genoten.
## Hoofdstuk 2a. Voorwerp van de belasting (
@ -191,127 +182,19 @@ b. in de gevallen bedoeld in het eerste lid, onderdeel b: het loon in geld, nada
**6.** Onze Minister maakt het aanwijzen als een lichaam als bedoeld in het eerste lid op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. Indien Onze Minister een aanwijzing intrekt, maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend.
## Hoofdstuk 3. Vrije vergoedingen en verstrekkingen (
## Hoofdstuk 3
### Artikel 8
**1.** In dit hoofdstuk en de daarop berustende regelingen zijn de volgende definities van toepassing.
**2.**
Verstaan wordt onder:
a. extraterritoriale werknemers: ingekomen werknemers en uitgezonden werknemers;
b. ingekomen werknemer: door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet, met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is;
c. uitgezonden werknemer: werknemer in de zin van artikel 2 van de wet, door een inhoudingsplichtige naar het buitenland gezonden met het oog op:
1°. plaatsing als ambtenaar bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland (post);
2°. tewerkstelling als ambtenaar, rechterlijk ambtenaar of militair op de Nederlandse Antillen of Aruba;
3°. tewerkstelling als militair buiten het Koninkrijk der Nederlanden;
4°. tewerkstelling in een bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Ontwikkelingssamenwerking, aangewezen regio;
5°. het beoefenen van wetenschap of het geven van onderwijs.
d. looptijd: de periode gedurende welke dit hoofdstuk voor een werknemer van toepassing is.
**3.** Een werknemer wordt slechts als uitgezonden aangemerkt indien hij in een periode van twaalf maanden ten minste 45 dagen ten behoeve van zijn werkzaamheden verblijft in een of meer plaatsen waarnaar hij is gezonden. Bij de bepaling of aan deze voorwaarde is voldaan worden verblijfsperioden van minder dan 15 dagen niet in aanmerking genomen en worden dagen waarop de werknemer zonder onderbreking naar de desbetreffende plaatsen en terug reist of zou reizen bij gebruikmaking van het voor werknemers in het algemeen meest gebruikelijke vervoermiddel als dagen van verblijf in die plaatsen aangemerkt. Indien aan de voorwaarde is voldaan, kan de werknemer tevens als uitgezonden worden beschouwd gedurende alle overige dienstreizen van ten minste 10 dagen naar de desbetreffende plaatsen.
**4.**
Ambtenaren bij een post zijn:
a. overplaatsbare ambtenaren van de Dienst Buitenlandse Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zijnde ambtenaren die zijn aangesteld om waar ook ter wereld werkzaam te zijn;
b. niet-overplaatsbare ambtenaren van die Dienst Buitenlandse Zaken die tijdelijk aan een post zijn toegevoegd;
c. ambtenaren van andere ministeries die op een post zijn tewerkgesteld;
d. militairen en burgerpersoneel van het ministerie van Defensie die op een post zijn geplaatst, alsmede vlag- en opperofficieren die zijn geplaatst op internationale staven in het buitenland;
e. werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht na uitzending vanuit Nederland werkzaamheden verrichten bij een post.
**5.**
Onder het beoefenen van wetenschap of het geven van onderwijs wordt verstaan:
a. het buiten Nederland verrichten van onderzoek op de financiële basis van:
1°. een beurs of stipendium van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek of de Stichting voor wetenschappelijk onderzoek van de tropen;
2°. een NATO-fellowship;
3°. door Onze minister aan te wijzen vergelijkbare beurzen, stipendia en fellowships;
b. het als leerkracht of beoefenaar van wetenschap door een instelling op het gebied van onderwijs of wetenschap worden uitgezonden dan wel op uitnodiging van een dergelijke in het buitenland gevestigde instelling zich naar het buitenland begeven, met het doel aldaar onderwijs te geven aan een instelling op het gebied van onderwijs of wetenschap of wetenschappelijk onderzoek te verrichten voor een dergelijke instelling.
**6.** Schoolgelden zijn uitgaven voor het door kinderen van de extraterritoriale werknemer volgen van basisonderwijs of voortgezet onderwijs aan internationale scholen en internationale afdelingen van niet-internationale scholen, tot de bedragen die door de school overeenkomstig haar tarieven voor onderwijs in rekening worden gebracht, met uitzondering van kosten van kost en inwoning maar met inbegrip van vervoerskosten.
Vervallen door vernummering.
### Artikel 9
**1.**
Vergoedingen en verstrekkingen aan extraterritoriale werknemers van kosten, respectievelijk ter voorkoming van kosten van verblijf buiten het land van herkomst worden, ten aanzien van ingekomen werknemers op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de inhoudingsplichtige, in elk geval beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot (bewijsregel):
a. 30% van de grondslag, waarbij de grondslag is de som van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ter zake van het verblijf buiten het land van herkomst voorzover de ingekomen of uitgezonden werknemer ter zake geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting, en de vergoeding voor extraterritoriale kosten;
b. het bedrag van de schoolgelden.
**2.** In geval van verstrekkingen zijn de waarderingsregels krachtens artikel 13 van de wet van toepassing.
### Artikel 9a
**1.**
Bij de beoordeling of een ingekomen werknemer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt in onderlinge samenhang rekening gehouden met de volgende factoren, voorzover relevant:
a. het niveau van de door de werknemer gevolgde opleiding;
b. de voor de functie relevante ervaring van de werknemer;
c. het beloningsniveau van de onderhavige functie in Nederland in verhouding tot het beloningsniveau in het land van herkomst van de werknemer.
**2.** Een werknemer van het middenkader of hoger kader van een internationaal concern met ten minste twee en een half jaar ervaring in dat concern die in het kader van roulatie wordt uitgezonden naar Nederland, wordt geacht specifieke deskundigheid te bezitten die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is.
### Artikel 9b
**1.** Voor ingekomen werknemers bedraagt de looptijd van de bewijsregel maximaal tien jaar, ingaande op de eerste dag van de tewerkstelling door de inhoudingsplichtige.
**2.** Voor uitgezonden werknemers is de looptijd van de bewijsregel gelijk aan de duur van de uitzending.
### Artikel 9c
**1.** Indien een ingekomen werknemer tijdens de looptijd een andere inhoudingsplichtige krijgt, blijft op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de nieuwe inhoudingsplichtige de bewijsregel gedurende de resterende looptijd van toepassing, mits de periode tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de aanvang van de tewerkstelling door de nieuwe inhoudingsplichtige niet langer is dan drie maanden.
**2.** Bij een dergelijk verzoek moet door de nieuwe inhoudingsplichtige opnieuw aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
### Artikel 9d
**1.** Indien de ingekomen werknemer niet langer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt de looptijd verminderd tot op het moment waarop deze situatie zich gaat voordoen, maar tot op niet minder dan vijf jaar.
**2.** Met ingang van het zesde jaar van de looptijd kan de inspecteur de inhoudingsplichtige verzoeken aannemelijk te maken dat de werknemer nog steeds behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
**3.** Indien de inhoudingsplichtige met ingang van het zesde jaar van de looptijd aannemelijk maakt dat de werknemer op dat moment nog steeds behoort te worden aangemerkt als een ingekomen werknemer, is het tweede lid gedurende de resterende looptijd niet meer van toepassing.
### Artikel 9e
**1.** Indien de ingekomen werknemer voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven, wordt de looptijd verminderd met de perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf.
**2.** Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan vijftien jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen.
**3.** Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan tien jaar maar minder dan vijftien jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen indien de ingekomen werknemer in de periode van tien jaar niet in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland tewerkgesteld indien hij in elk kalenderjaar van de periode van tien jaar maximaal 20 dagen hier te lande heeft gewerkt.
**5.** Voor de toepassing van het derde lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland verbleven indien hij in elk kalenderjaar van de periode van tien jaar in totaal niet langer dan zes weken in Nederland is verbleven wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden, waarbij in de periode van tien jaar eenmalig een periode van maximaal drie aaneengesloten maanden in Nederland wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden niet in aanmerking wordt genomen.
### Artikel 9f
Indien een verzoek om toepassing van de bewijsregel als bedoeld in artikel 9h niet is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, wordt de looptijd verminderd met de periode tussen het tijdstip waarop de ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige is tewerkgesteld en het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 9h, voor het eerst van toepassing is.
### Artikel 9g
Bij vermindering van de looptijd volgens dit hoofdstuk wordt een periode waarmee de looptijd wordt verminderd naar boven afgerond op gehele kalendermaanden.
### Artikel 9h
**1.** Een verzoek om toepassing of voortgezette toepassing van de bewijsregel ten aanzien van een ingekomen werknemer wordt gedaan aan de inspecteur. Deze beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**2.** Indien het verzoek is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer door de inhoudingsplichtige, werkt de beschikking terug tot en met de aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer. Indien het verzoek later is gedaan, is de beschikking van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.
Vervallen door vernummering.
### Artikel 10
De inhoudingsplichtige wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk ten aanzien van een ingekomen werknemer geacht dezelfde inhoudingsplichtige te zijn als de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtigen van de werknemer mits:
a. de inhoudingsplichtige en de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige behoren tot een zelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van de wet, en
b. aannemelijk is dat de werknemer opnieuw zou worden aangemerkt als ingekomen werknemer indien artikel 9c zou worden toegepast.
Vervallen door vernummering.
## Hoofdstuk 4. Pensioenregelingen (
@ -351,8 +234,8 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
| Indien bij een eindloonloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 70% van | |
| --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | |
| | 1,8% | € 10 481 |
| 1,8% | 1,9% | € 11 597 |
| | 1,8% | €€ 10 667 |
| 1,8% | 1,9% | € 11 803 |
**2.**
@ -361,8 +244,8 @@ g. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
| Indien bij een middelloonstelsel bij de toepassing van artikel 18a van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a, eerste volzin, bedoelde bedrag vervangen door 70% van | |
| --- | --- | --- |
| meer dan | maar niet meer dan | |
| | 2,05% | € 10 481 |
| 2,05% | 2,15% | € 11 597 |
| | 2,05% | € 10 667 |
| 2,05% | 2,15% | € 11 803 |
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 18a, derde lid, van de wet.
@ -461,27 +344,140 @@ e. niet aan een juiste wijze van uitvoering van de in het tweede lid, onderdeel
**7.** Onze Minister maakt het aanwijzen als een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, dan wel het aanwijzen als een pensioenfonds als bedoeld in het tweede lid, op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. Indien Onze Minister een aanwijzing intrekt, maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend.
## Hoofdstuk 4a. Heffing van de inhoudingsplichtige (
### Artikel 10e
Vervallen
**1.** In dit hoofdstuk en de daarop berustende regelingen zijn de volgende definities van toepassing.
**2.**
Verstaan wordt onder:
a. extraterritoriale werknemers: ingekomen werknemers en uitgezonden werknemers;
b. ingekomen werknemer: door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet, met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is;
c. uitgezonden werknemer: werknemer in de zin van artikel 2 van de wet, door een inhoudingsplichtige naar het buitenland gezonden met het oog op:
1°. plaatsing als ambtenaar bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden in het buitenland (post);
2°. tewerkstelling als ambtenaar, rechterlijk ambtenaar of militair op Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
3°. tewerkstelling als militair buiten het Koninkrijk der Nederlanden;
4°. tewerkstelling in een bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, aangewezen regio;
5°. het beoefenen van wetenschap of het geven van onderwijs.
d. looptijd: de periode gedurende welke dit hoofdstuk voor een werknemer van toepassing is.
**3.** Een werknemer wordt slechts als uitgezonden aangemerkt indien hij in een periode van twaalf maanden ten minste 45 dagen ten behoeve van zijn werkzaamheden verblijft in een of meer plaatsen waarnaar hij is gezonden. Bij de bepaling of aan deze voorwaarde is voldaan worden verblijfsperioden van minder dan 15 dagen niet in aanmerking genomen en worden dagen waarop de werknemer zonder onderbreking naar de desbetreffende plaatsen en terug reist of zou reizen bij gebruikmaking van het voor werknemers in het algemeen meest gebruikelijke vervoermiddel als dagen van verblijf in die plaatsen aangemerkt. Indien aan de voorwaarde is voldaan, kan de werknemer tevens als uitgezonden worden beschouwd gedurende alle overige dienstreizen van ten minste 10 dagen naar de desbetreffende plaatsen.
**4.**
Ambtenaren bij een post zijn:
a. overplaatsbare ambtenaren van de Dienst Buitenlandse Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zijnde ambtenaren die zijn aangesteld om waar ook ter wereld werkzaam te zijn;
b. niet-overplaatsbare ambtenaren van die Dienst Buitenlandse Zaken die tijdelijk aan een post zijn toegevoegd;
c. ambtenaren van andere ministeries die op een post zijn tewerkgesteld;
d. militairen en burgerpersoneel van het ministerie van Defensie die op een post zijn geplaatst, alsmede vlag- en opperofficieren die zijn geplaatst op internationale staven in het buitenland;
e. werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht na uitzending vanuit Nederland werkzaamheden verrichten bij een post.
**5.**
Onder het beoefenen van wetenschap of het geven van onderwijs wordt verstaan:
a. het buiten Nederland verrichten van onderzoek op de financiële basis van:
1°. een beurs of stipendium van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek of de Stichting voor wetenschappelijk onderzoek van de tropen;
2°. een NATO-fellowship;
3°. door Onze minister aan te wijzen vergelijkbare beurzen, stipendia en fellowships;
b. het als leerkracht of beoefenaar van wetenschap door een instelling op het gebied van onderwijs of wetenschap worden uitgezonden dan wel op uitnodiging van een dergelijke in het buitenland gevestigde instelling zich naar het buitenland begeven, met het doel aldaar onderwijs te geven aan een instelling op het gebied van onderwijs of wetenschap of wetenschappelijk onderzoek te verrichten voor een dergelijke instelling.
**6.** Schoolgelden zijn uitgaven voor het door kinderen van de extraterritoriale werknemer volgen van basisonderwijs of voortgezet onderwijs aan internationale scholen en internationale afdelingen van niet-internationale scholen, tot de bedragen die door de school overeenkomstig haar tarieven voor onderwijs in rekening worden gebracht, met uitzondering van kosten van kost en inwoning maar met inbegrip van vervoerskosten.
### Artikel 10ea
**1.**
Vergoedingen en verstrekkingen aan extraterritoriale werknemers van kosten, respectievelijk ter voorkoming van kosten van verblijf buiten het land van herkomst worden, ten aanzien van ingekomen werknemers op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de inhoudingsplichtige, in elk geval beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot (bewijsregel):
a. 30% van de grondslag, waarbij de grondslag de som is van:
1°. het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ter zake van het verblijf buiten het land van herkomst waarover met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b belasting wordt geheven, voor zover de ingekomen of uitgezonden werknemer ter zake geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting;
2°. de vergoeding voor extraterritoriale kosten, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel e, van de wet;
b. het bedrag van de schoolgelden.
**2.** In geval van verstrekkingen zijn de waarderingsregels krachtens artikel 13 van de wet van toepassing.
### Artikel 10eb
**1.**
Bij de beoordeling of een ingekomen werknemer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt in onderlinge samenhang rekening gehouden met de volgende factoren, voorzover relevant:
a. het niveau van de door de werknemer gevolgde opleiding;
b. de voor de functie relevante ervaring van de werknemer;
c. het beloningsniveau van de onderhavige functie in Nederland in verhouding tot het beloningsniveau in het land van herkomst van de werknemer.
**2.** Een werknemer van het middenkader of hoger kader van een internationaal concern met ten minste twee en een half jaar ervaring in dat concern die in het kader van roulatie wordt uitgezonden naar Nederland, wordt geacht specifieke deskundigheid te bezitten die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is.
### Artikel 10ec
**1.** Voor ingekomen werknemers bedraagt de looptijd van de bewijsregel maximaal tien jaar, ingaande op de eerste dag van de tewerkstelling door de inhoudingsplichtige.
**2.** Voor uitgezonden werknemers is de looptijd van de bewijsregel gelijk aan de duur van de uitzending.
### Artikel 10ed
**1.** Indien een ingekomen werknemer tijdens de looptijd een andere inhoudingsplichtige krijgt, blijft op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de nieuwe inhoudingsplichtige de bewijsregel gedurende de resterende looptijd van toepassing, mits de periode tussen het einde van de tewerkstelling door de oude inhoudingsplichtige en de aanvang van de tewerkstelling door de nieuwe inhoudingsplichtige niet langer is dan drie maanden.
**2.** Bij een dergelijk verzoek moet door de nieuwe inhoudingsplichtige opnieuw aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
### Artikel 10ee
**1.** Indien de ingekomen werknemer niet langer specifieke deskundigheid bezit die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, wordt de looptijd verminderd tot op het moment waarop deze situatie zich gaat voordoen, maar tot op niet minder dan vijf jaar.
**2.** Met ingang van het zesde jaar van de looptijd kan de inspecteur de inhoudingsplichtige verzoeken aannemelijk te maken dat de werknemer nog steeds behoort te worden aangemerkt als ingekomen werknemer.
**3.** Indien de inhoudingsplichtige met ingang van het zesde jaar van de looptijd aannemelijk maakt dat de werknemer op dat moment nog steeds behoort te worden aangemerkt als een ingekomen werknemer, is het tweede lid gedurende de resterende looptijd niet meer van toepassing.
### Artikel 10ef
**1.** Indien de ingekomen werknemer voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven, wordt de looptijd verminderd met de perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf.
**2.** Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan vijftien jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen.
**3.** Perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf die meer dan tien jaar maar minder dan vijftien jaar voorafgaand aan de tewerkstelling zijn geëindigd, worden niet in aanmerking genomen indien de ingekomen werknemer in de periode van tien jaar niet in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland tewerkgesteld indien hij in elk kalenderjaar van de periode van tien jaar maximaal 20 dagen hier te lande heeft gewerkt.
**5.** Voor de toepassing van het derde lid is de ingekomen werknemer niet in Nederland verbleven indien hij in elk kalenderjaar van de periode van tien jaar in totaal niet langer dan zes weken in Nederland is verbleven wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden, waarbij in de periode van tien jaar eenmalig een periode van maximaal drie aaneengesloten maanden in Nederland wegens vakantie, familiebezoek of andere persoonlijke omstandigheden niet in aanmerking wordt genomen.
### Artikel 10eg
Indien een verzoek om toepassing van de bewijsregel als bedoeld in artikel 10ei niet is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige, wordt de looptijd verminderd met de periode tussen het tijdstip waarop de ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige is tewerkgesteld en het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 10ei, voor het eerst van toepassing is.
### Artikel 10eh
Bij vermindering van de looptijd volgens dit hoofdstuk wordt een periode waarmee de looptijd wordt verminderd naar boven afgerond op gehele kalendermaanden.
### Artikel 10ei
**1.** Een verzoek om toepassing of voortgezette toepassing van de bewijsregel ten aanzien van een ingekomen werknemer wordt gedaan aan de inspecteur. Deze beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**2.** Indien het verzoek is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer door de inhoudingsplichtige, werkt de beschikking terug tot en met de aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer. Indien het verzoek later is gedaan, is de beschikking van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.
### Artikel 10ej
De inhoudingsplichtige wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk ten aanzien van een ingekomen werknemer geacht dezelfde inhoudingsplichtige te zijn als de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtigen van de werknemer mits:
a. de inhoudingsplichtige en de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtige behoren tot een zelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen in de zin van artikel 27e van de wet, en
b. aannemelijk is dat de werknemer opnieuw zou worden aangemerkt als ingekomen werknemer indien artikel 10ed zou worden toegepast.
## Hoofdstuk 5. Aanvullende regelingen (
### Artikel 10f
**1.** Ten aanzien van de werknemers aan wie kosten verband houdende met het vervoer als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden vergoed, is het toegestaan dat deze vergoedingen slechts als loon in aanmerking worden genomen voor zover zij in totaal meer hebben bedragen dan het aantal in het kalenderjaar voor vergoeding in aanmerking gekomen kilometers vermenigvuldigd met het in de genoemde bepaling bedoelde bedrag per kilometer.
**2.** Het op de voet van het eerste lid als loon in aanmerking te nemen bedrag wordt geacht niet te behoren tot het loon van het kalenderjaar doch wordt geacht te behoren tot het loon van het volgende kalenderjaar en te zijn betaald op de laatste werkdag in januari van dat volgende kalenderjaar.
**3.** Ingeval de dienstbetrekking in de loop van het kalenderjaar is geëindigd komt bij de toepassing van het eerste en het tweede lid voor het kalenderjaar in de plaats het tijdvak gedurende hetwelk de dienstbetrekking in het kalenderjaar heeft bestaan en wordt het als loon in aanmerking te nemen bedrag geacht te behoren tot het loon van de kalendermaand volgende op die waarin de dienstbetrekking is geëindigd en te zijn betaald op de laatste werkdag van die volgende kalendermaand.
**4.** Ten aanzien van de werknemers aan wie kosten verband houdende met het vervoer als bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden vergoed, is het, indien het eerste lid geen toepassing vindt, toegestaan dat het ter zake van die vergoedingen als loon van de maand december van het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag wordt geacht niet te behoren tot het loon van die maand doch wordt geacht te behoren tot het loon van de maand januari van het volgende kalenderjaar en te zijn betaald op de laatste werkdag van deze maand.
Vervallen
### Artikel 10g
**1.** Ten aanzien van een in de onderneming van zijn ouder werkzaam kind dat behoort tot het huishouden van die ouder en niet verzekerd is ingevolge enige andere sociale verzekering dan een volksverzekering in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen of de zorgverzekering in de zin van de Zorgverzekeringswet, kan de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden toestaan dat de belasting wordt ingehouden op de eerste werkdag van het volgende kalenderjaar, met toepassing van de loonbelastingtabellen voor het kalenderjaar waarin het loon is verstrekt. Alsdan wordt het in dat kalenderjaar verstrekte loon geacht in gelijke delen te zijn verstrekt over de kalenderkwartalen waarin het kind werkzaam is geweest, en vinden artikel 26 van de wet en de krachtens dat artikel vastgestelde loonbelastingtabellen voor bijzondere beloningen geen toepassing.
**2.** Voor de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de belasting geacht te zijn ingehouden in het kalenderjaar waarin het loon is verstrekt.
Vervallen
### Artikel 11
@ -491,12 +487,12 @@ De loonbelasting wordt mede geheven van natuurlijke personen die de navolgende t
a. de navolgende termijnen van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen, negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en afkoopsommen:
1°. termijnen van lijfrenten, verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van die wet;
2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien deze uitkeringen en verstrekkingen zijn gedaan door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent;
3°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom;
1°. termijnen van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verstrekt door een kredietinstelling of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van die wet;
2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
3°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom;
4°. uitkeringen die worden verstrekt door een kredietinstelling of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
5°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven;
6°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen en afkoopsommen daarvan verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, voor zover met betrekking tot die uitkeringen of verstrekkingen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel b of d, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 de regels die daarvoor golden op 31 december 2000 op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven;
5°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven;
6°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen en afkoopsommen daarvan verstrekt door een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover met betrekking tot die uitkeringen of verstrekkingen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel b of d, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 de regels die daarvoor golden op 31 december 2000 op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven;
b. uitkeringen ingevolge de Ziektewet en ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten;
c. uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en uitkeringen of inkomensvoorzieningen ingevolge de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
d. uitkeringen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en ingevolge de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;
@ -505,27 +501,28 @@ f. uitkeringen ingevolge de Algemene Oorlogsongevallenregeling (Staatsblad van N
g. uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren alsmede de in artikel 3a bedoelde uit het familierecht voortvloeiende periodieke uitkeringen of verstrekkingen;
h. uitkeringen ingevolge de Werkloosheidswet;
i. uitkeringen uit de Stichting 1940-1945, de Stichting Friesland 1940-1945 en de Stichting Hulp voor nagelaten betrekkingen voor illegale strijders (Stichting Sneek 1940-1945);
j. uitkeringen uit de Stichting Notarieel Pensioenfonds te 's-Gravenhage;
k. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan deelneming is verplicht gesteld op grond van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;
j. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet op het notarisambt;
k. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
l. uitkeringen ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en ingevolge de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945;
m. uitkeringen ingevolge de Remigratiewet en de Remigratieregeling 1985;
n. uitkeringen ingevolge de Toeslagenwet;
o. uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
p. uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening kunstenaars en ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars;
q. premies door gemeenten verstrekt in het kader van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
q. vervallen;
r. uitkeringen als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
s. inkomensondersteunende uitkeringen ingevolge artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet;
t. uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
t. uitkeringen ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
u. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.
**2.** De in het eerste lid bedoelde inkomsten worden aangemerkt als loon uit vroegere arbeid.
### Artikel 11a
Ten aanzien van de werknemer die niet in Nederland woont en die werkzaamheden verricht of heeft verricht in de in artikel 2, derde lid, van de wet genoemde dienstbetrekkingen, zijn de in artikel 28 en 29 van de wet opgenomen verplichtingen niet van toepassing, indien het heffingsrecht over het loon uit die dienstbetrekking op grond van een belastingverdrag niet aan Nederland is toegewezen en de werknemer niet premieplichtig is voor de volksverzekeringen.
Vervallen
### Artikel 12
Ten aanzien van de in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, bedoelde werknemers, met uitzondering van degenen die een uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, herrekent de inhoudingsplichtige bij het einde van het kalenderjaar volgens bij ministeriële regeling te stellen regels de op de voet van de in die bepaling bedoelde tabel geheven belasting zodanig dat uiteindelijk de belasting zoveel mogelijk wordt geheven als hadden de werknemers loon uit vroegere arbeid genoten ander dan uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren. Bij de in de vorige volzin bedoelde herrekening wordt het bedrag van de in aanmerking te nemen heffingskorting, in afwijking in zoverre van artikel 23 van de wet, verminderd met het volgens bij ministeriële regeling te stellen regels te bepalen bedrag aan heffingskorting voor de loonbelasting, met uitzondering van de arbeidskorting, waarmee ten aanzien van de werknemer reeds rekening is gehouden bij de inhouding van belasting op ander loon.
Ten aanzien van de in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet bedoelde werknemers, met uitzondering van degenen die een uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, herrekent de inhoudingsplichtige bij het einde van het kalenderjaar volgens bij ministeriële regeling te stellen regels de op de voet van de in die bepaling bedoelde tabel geheven belasting zodanig dat uiteindelijk de belasting zoveel mogelijk wordt geheven als hadden de werknemers loon uit vroegere arbeid genoten niet zijnde uitkeringen ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren. Bij de in de vorige volzin bedoelde herrekening wordt het bedrag van de in aanmerking te nemen heffingskorting, in afwijking in zoverre van artikel 23, tweede lid, van de wet, verminderd met het volgens bij ministeriële regeling te stellen regels te bepalen bedrag aan heffingskorting voor de loonbelasting, met uitzondering van de arbeidskorting, waarmee ten aanzien van de werknemer reeds rekening is gehouden bij de inhouding van belasting op ander loon.
## Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (
@ -587,7 +584,7 @@ h. het bedrag dat elk lid van het gezelschap als kosten in aanmerking kan nemen
### Artikel 12c
Indien ten aanzien van de ingekomen werknemer over het jaar 2000 belasting is geheven met toepassing van het besluit van 29 mei 1995, nr. DB95/119M, of van een van de in onderdeel 1.9.2. van dat besluit genoemde besluiten, behoeft geen verzoek te worden gedaan voor de aansluitende toepassing van hoofdstuk 3 per 1 januari 2001. In dat geval wordt de in hoofdstuk 3 bedoelde looptijd verminderd met de periode gedurende welke dat besluit ten aanzien van hem is toegepast, geldt voor de toepassing van hoofdstuk 3 als tijdstip waarop de ingekomen werknemer door de inhoudingsplichtige is tewerkgesteld, de datum van 1 januari 2001, blijven toegepaste kortingen op de looptijd van toepassing en wordt op dat moment geacht te zijn voldaan aan de voorwaarde van specifieke deskundigheid en schaarste op de arbeidsmarkt.
Vervallen
### Artikel 12d