From 06dc86247beb2b5751e7601c6a2dbd9975176297 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-01-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet --- wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md | 114 ++++++++++++++++++++++---- 1 file changed, 100 insertions(+), 14 deletions(-) diff --git a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md index 79db5b1eb0a..3eb5dac082c 100644 --- a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md +++ b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mijnbouwwet bwb_id: BWBR0014168 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2009-03-01' +datum_inwerkingtreding: '2009-11-26' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014168 citeertitel: Mijnbouwwet --- @@ -184,7 +184,7 @@ Gedeputeerde staten van de provincie waarop de aanvraag voor een vergunning betr ### Artikel 18 -**1.** Onze Minister kan een vergunning slechts op aanvraag van de houder wijzigen. +**1.** Onverminderd artikel 32c, kan Onze Minister een vergunning slechts op aanvraag van de houder wijzigen. **2.** @@ -197,6 +197,8 @@ b. een groter gebied. **4.** Een aanvraag om verkleining van het gebied waarvoor een vergunning geldt, wordt slechts ingewilligd met inachtneming van artikel 11, derde en vierde lid. +**5.** Van een beschikking tot wijziging van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + ### Artikel 19 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over: @@ -261,8 +263,6 @@ b. als de houder een rechtspersoon is, met ingang van de dag na die waarop die p **9.** Onze Minister neemt de besluiten die verband houden met de aanwijzing op basis van de in artikel 9, eerste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde gronden. Artikel 9, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**10.** Indien voor een voorkomen zowel een opsporings- of winningsvergunning als een opslagvergunning geldt, wordt binnen beide vergunningen dezelfde persoon aangewezen. - ### Artikel 23 **1.** De houder van een winningsvergunning voor koolwaterstoffen gaat niet over tot het winnen uit een voorkomen dat naar redelijkerwijs kan worden aangenomen de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, zolang geen overeenkomst van kracht is als bedoeld in artikel 42, tweede lid, tenzij Onze Minister ontheffing heeft verleend van de verplichting om een overeenkomst te sluiten. @@ -287,6 +287,27 @@ Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 6, is niet van toepassing op het ops **2.** Een opslagvergunning wordt evenmin verleend, voorzover deze bij het in werking treden zou gaan gelden voor een voorkomen waarvoor op dat tijdstip reeds een door een ander gehouden vergunning als bedoeld in artikel 6 geldt. +**3.** Ingeval aan een houder van een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen een opslagvergunning voor hetzelfde gebied en voor dezelfde stof is verleend, vervalt de opsporings- of winningsvergunning op het tijdstip waarop de verleende opslagvergunning onherroepelijk wordt. + +**4.** Met ingang van het tijdstip waarop een winningsvergunning als bedoeld in het derde lid vervalt, gelden de delfstoffen in het gebied waarvoor de winningsvergunning gold, als stoffen die na winning door de houder van de opslagvergunning, bedoeld in het derde lid, zijn opgeslagen en waarvan de eigendom bij hem berust. + +**5.** Het derde lid is niet van toepassing op een houder van een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen indien hem voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze leden een onherroepelijke opslagvergunning voor hetzelfde gebied en voor dezelfde stof is verleend. + +### Artikel 26a + +**1.** Zodra een aanvraag om een opslagvergunning is ingediend, worden anderen in de gelegenheid gesteld om aanvragen om een opslagvergunning in te dienen voor hetzelfde gebied. + +**2.** Onze Minister plaatst hiertoe een uitnodiging in de Staatscourant. De uitnodiging maakt melding van het bepaalde in artikel 17. + +**3.** Anderen kunnen aanvragen indienen tot dertien weken na de dag van plaatsing van de uitnodiging in de Staatscourant. + +**4.** + +De procedure, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, wordt niet toegepast met betrekking tot: + +a. een aanvraag die wordt ingediend overeenkomstig het derde lid; +b. vergunningen waarop artikel 26, eerste of tweede lid, van toepassing is. + ### Artikel 27 **1.** @@ -297,9 +318,11 @@ a. op grond van de technische of financiële mogelijkheden van de aanvrager, b. op grond van de manier waarop de aanvrager voornemens is de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten, c. op grond van het gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager blijk heeft gegeven bij activiteiten onder een eerdere vergunning op grond van deze wet, d. in het belang van de veiligheid, -e. in het belang van de landsverdediging, of +e. in het belang van de landsverdediging, f. in het belang van een planmatig beheer van voorkomens van delfstoffen of aardwarmte, -g. ter nakoming van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27). +g. ter nakoming van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27), +h. indien het algemeen belang vereist dat het gebied waarvoor een opslagvergunning wordt aangevraagd, wordt gebruikt voor de opslag van andere dan in de aanvraag omschreven stoffen, of +i. indien een keuze moet worden gemaakt uit twee of meer aanvragen om een vergunning die bij een beoordeling op grond van de onderdelen a tot en met h gelijkwaardig zijn gebleken, in het belang van het doelmatig en voortvarend opslaan. **2.** Een vergunning kan op grond van de financiële mogelijkheden van de aanvrager worden geweigerd als onvoldoende verzekerd is dat de aanvrager zal voldoen aan hem op te leggen verplichtingen als bedoeld in de artikelen 46, 47 en 102. @@ -320,7 +343,11 @@ b. de stoffen definitief in de ondergrond achtergelaten moeten worden. ### Artikel 30 -Onze Minister kan een opslagvergunning wijzigen of intrekken, indien dit wordt gerechtvaardigd op grond van de in artikel 29, tweede lid, bedoelde belangen. +**1.** Onze Minister kan een opslagvergunning wijzigen of intrekken, indien dit wordt gerechtvaardigd op grond van de in artikel 29, tweede lid, bedoelde belangen. + +**2.** Voorts kan Onze Minister een opslagvergunning wijzigen of intrekken, indien niet wordt voldaan aan artikel 39a. + +**3.** Van een beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 31 @@ -330,6 +357,49 @@ De houder van een opslagvergunning kan zijn vergunning slechts met schriftelijke Ten aanzien van een opslagvergunning zijn de artikelen 14, 17, 19, 21, met uitzondering van het vierde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing. +## Hoofdstuk 3a. Gebiedsverkleining + +### Artikel 32a + +**1.** + +Onze Minister inventariseert jaarlijks voor 1 april de delen van een gebied, waarvoor een vergunning voor het winnen van koolwaterstoffen of een opslagvergunning geldt, waar: + +a. in de voorafgaande twee kalenderjaren geen significante activiteiten met betrekking tot het opsporen of winnen van koolwaterstoffen of het opslaan van stoffen hebben plaatsgevonden; +b. de winningsactiviteiten zijn gestaakt. + +**2.** Van de inventarisatie wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 32b + +**1.** Onze Minister kan een gebied waarvoor een vergunning voor het winnen van koolwaterstoffen of opslagvergunning geldt, verkleinen met een deel ervan indien in dat deel gedurende een periode van de voorafgaande twee kalenderjaren geen significante activiteiten met betrekking tot het opsporen of winnen van koolwaterstoffen of het opslaan van stoffen hebben plaatsgevonden of de winningsactiviteiten zijn gestaakt. + +**2.** Onze Minister stelt de houder van een winnings- of opslagvergunning schriftelijk in kennis van zijn voornemen tot gebiedsverkleining als bedoeld in het eerste lid over te gaan en stelt hem daarbij in de gelegenheid binnen zes maanden, ingaande op de eerste dag na de dag van verzending van de kennisgeving, aannemelijk te maken dat in dat deel significante activiteiten als bedoeld in het eerste lid zijn of zullen worden verricht. + +**3.** + +Van significante activiteiten als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval sprake indien: + +a. opsporings-, winnings- of opslagactiviteiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, f respectievelijk i, zijn verricht of binnen een naar het oordeel van Onze Minister redelijke termijn zullen worden verricht; +b. een winningsplan als bedoeld in artikel 34 is ingediend; +c. een opslagplan als bedoeld in artikel 39 in samenhang met artikel 34 is ingediend. + +**4.** Uiterlijk vier maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, of, indien de houder van de vergunning binnen die termijn schriftelijk heeft medegedeeld dat geen activiteiten zijn of zullen worden verricht, uiterlijk vier maanden nadat die mededeling is gedaan, geeft Onze Minister een beschikking omtrent verkleining van een vergunningsgebied. Onze Minister kan beperkingen en voorschriften verbinden aan de beschikking. Indien Onze Minister geen beschikking heeft gegeven binnen de termijn, bedoeld in de eerste volzin, wordt het gebied aangemerkt als niet te zijn verkleind. + +### Artikel 32c + +**1.** Een beschikking als bedoeld in artikel 32b wordt zodanig gegeven dat zowel het vergunningsgebied dat na de verkleining resteert, als het deel waarmee het vergunningsgebied wordt verkleind voldoen aan artikel 11, derde en vierde lid. + +**2.** + +In de beschikking wordt in elk geval vermeld: + +a. het vergunningsgebied dat na de verkleining resteert, +b. het deel waarmee het vergunningsgebied wordt verkleind en +c. het tijdstip waarop de verkleining van het gebied waarvoor een vergunning geldt, zal ingaan. + +**3.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. + ## Hoofdstuk 4. De zorg voor een goede uitvoering van activiteiten ### Paragraaf 4.1. Algemene verplichtingen @@ -400,6 +470,10 @@ De artikelen 34 tot en met 38 zijn van overeenkomstige toepassing op: a. het winnen van aardwarmte, en b. het opslaan van stoffen. +### Artikel 39a + +Binnen een termijn van twaalf maanden, nadat een opslagvergunning onherroepelijk is geworden, dient de houder van de opslagvergunning of de krachtens artikel 22 aangewezen persoon een opslagplan in bij Onze Minister. + ### Artikel 40 **1.** Dit artikel is van toepassing in die gevallen waarin hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer niet van toepassing is op een mijnbouwwerk. @@ -755,7 +829,9 @@ Tot het in artikel 66, eerste lid, bedoelde resultaat worden niet gerekend: a. afschrijving op de koopsom ter zake van de overname van een opsporingsvergunning, voorzover deze koopsom de door de overdrager van die vergunning nog niet reeds ten laste van een winst- en verliesrekening gebrachte kosten te boven gaat; b. de waarde van de in het winningsbedrijf gewonnen en verbruikte koolwaterstoffen. -**4.** Indien door of aan de houder dan wel de medehouder voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van de voorwaarden die in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen, wordt het in artikel 66, eerste lid, bedoelde resultaat bepaald alsof die laatstbedoelde voorwaarden zouden zijn overeengekomen. +**4.** Indien de inspecteur vooraf bij voor bezwaar vatbare beschikking, eventueel onder het stellen van nadere voorwaarden, heeft vastgesteld dat een rechtshandeling strekt tot het afdekken van een prijs- of koersrisico dat ter zake van gewonnen of te winnen koolwaterstoffen wordt gelopen, behoort het resultaat uit de desbetreffende rechtshandeling tot het in artikel 66, eerste lid, bedoelde resultaat. + +**5.** Indien door of aan de houder dan wel de medehouder voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van de voorwaarden die in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen, wordt het in artikel 66, eerste lid, bedoelde resultaat bepaald alsof die laatstbedoelde voorwaarden zouden zijn overeengekomen. ### Artikel 68 @@ -773,6 +849,14 @@ c. dotaties aan de voorziening ter zake van de uit een overgenomen winningsvergu **4.** Voorzover bij of krachtens de Wet inkomstenbelasting 2001 of de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de bevoegdheid is verleend om bij algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk bij ministeriële regeling regels te stellen en het voor een goede afstemming van het eerste lid, op die regels nodig is om dit artikel aan te passen, kan bij algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk bij ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, deze aanpassing worden geregeld. +### Artikel 68a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 68b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 69 **1.** Het tarief bedraagt 50%. @@ -809,7 +893,7 @@ Onverminderd het overigens bij of krachtens deze paragraaf bepaalde geschieden d **1.** Artikel 30f, eerste en derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de heffingsrente met betrekking tot het winstaandeel. -**2.** Artikel 30f, tweede en derde lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de heffingsrente met betrekking tot de cijns en het oppervlakterecht. +**2.** Artikel 30f, tweede en derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de heffingsrente met betrekking tot de cijns en het oppervlakterecht. ### Artikel 74 @@ -845,7 +929,7 @@ Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing e ### Artikel 80 -Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. +Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. ### Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap @@ -856,9 +940,9 @@ Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag w In deze afdeling wordt verstaan onder: a. de vennootschap: de vennootschap, bedoeld in artikel 82, eerste lid; -b. opsporingswerkzaamheden: werkzaamheden die op grond van een opsporingsvergunning voor de zeezijde, bedoeld in artikel 54, onderdeel e, worden of kunnen worden verricht of werkzaamheden die voortvloeien uit het doen van verkenningsonderzoeken naar de aanwezigheid van koolwaterstoffen binnen het vergunningsgebied, dan wel naar nadere gegevens omtrent die koolwaterstoffen; +b. opsporingswerkzaamheden: werkzaamheden die op grond van een opsporingsvergunning worden of kunnen worden verricht of werkzaamheden die voortvloeien uit het doen van verkenningsonderzoeken naar de aanwezigheid van koolwaterstoffen binnen het vergunningsgebied, dan wel naar nadere gegevens omtrent die koolwaterstoffen; c. mijnbouwwerkzaamheden: winnings- en opsporingswerkzaamheden die op grond van een winningsvergunning worden of kunnen worden verricht of werkzaamheden die voortvloeien uit het doen van verkenningsonderzoeken naar de aanwezigheid van koolwaterstoffen binnen het vergunningsgebied, dan wel naar nadere gegevens omtrent die koolwaterstoffen; -d. opsporingsovereenkomst: een overeenkomst van samenwerking tussen de houder van een opsporingsvergunning voor de zeezijde en de vennootschap inzake het verrichten van opsporingswerkzaamheden; +d. opsporingsovereenkomst: een overeenkomst van samenwerking tussen de houder van een opsporingsvergunning en de vennootschap inzake het verrichten van opsporingswerkzaamheden; e. mijnbouwovereenkomst: een overeenkomst van samenwerking tussen de houder van een winningsvergunning en de vennootschap inzake het verrichten van mijnbouwwerkzaamheden. ### Artikel 82 @@ -1090,7 +1174,7 @@ Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing e **2.** Aan de betrokkene wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht over het bedrag waarvoor overeenkomstig artikel 25 van de Invorderingswet 1990 uitstel van betaling is verleend. De rente wordt berekend over het tijdvak waarvoor uitstel is verleend. -**3.** Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. +**3.** Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. **4.** Een rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is aan de staat verschuldigd met ingang van de dag na die waarop de vaststelling aan de betrokkene bekend is gemaakt. Artikel 100 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betaling en de invordering van deze rente. @@ -1625,9 +1709,11 @@ b. niet de rente over het eigen vermogen van de vennootschap. **2.** Onze Minister stelt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet de bij de vergunning behorende beperkingen en voorschriften vast. De beperkingen en voorschriften worden afgestemd op de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. De overeenkomst vervalt op het tijdstip waarop de beperkingen en voorschriften onherroepelijk van kracht worden. +**3.** Artikel 26, derde lid, alsmede hoofdstuk 3a zijn niet van toepassing op de houder van een winningsvergunning als bedoeld in het eerste lid. + ### Artikel 150 -**1.** Ten aanzien van een winningsvergunning als bedoeld in artikel 143, tweede lid, aanhef en onderdeel a of b, wordt artikel 21, eerste lid, onderdeel b, slechts toegepast tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling. +**1.** Ten aanzien van een winningsvergunning als bedoeld in artikel 143, tweede lid, aanhef en onderdeel a of b, wordt artikel 21, eerste lid, onderdeel b, of artikel 32b slechts toegepast tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling. **2.** Een winningsvergunning als bedoeld in artikel 143, tweede lid, die in de plaats komt van een in dat lid bedoeld besluit dat is genomen voor 1 januari 1965, vervalt twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, indien gedurende vijf jaren voor die inwerkingtreding geen opsporing of winning heeft plaatsgevonden.