2024-02-29 | BWBR0046622 | Subsidieregeling ESF+ 2021–2027

This commit is contained in:
Coornhert 2024-02-29 12:00:00 +00:00
parent aca4153a94
commit 07070e2f17

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Subsidieregeling ESF+ 20212027
bwb_id: BWBR0046622
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2023-11-17'
datum_inwerkingtreding: '2024-02-20'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046622
citeertitel: Subsidieregeling ESF+ 20212027
---
@ -17,6 +17,7 @@ citeertitel: Subsidieregeling ESF+ 20212027
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *arbeidsbelemmerde:* Persoon die jegens het college van burgemeester en wethouders van zijn woonplaats aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Participatiewet en naar het oordeel van dat college een lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperking heeft;
- *arbeidsorganisatie:* onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 6 van de Handelsregisterwet 2007, waarin door werknemers arbeid wordt verricht;
- *basisvaardigheden:* vaardigheden die de noodzakelijke basis vormen voor het leerproces, bedoeld in de Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2018, inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (2018/C 189/01) en waaronder in elk geval taalvaardigheden, rekenvaardigheden, digitale vaardigheden en financiële vaardigheden vallen;
- *Bbz 2204:*
Besluit bijstandverlening zelfstandigen;
@ -39,8 +40,18 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *IOAZ:*
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
- *jongere:* persoon jonger dan 28 jaar;
- *kennisinstelling:*
a. instelling voor hoger onderwijs, genoemd in de onderdelen a, b, g of h van de bijlage, behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de bijlage behorende bij die wet;
b. andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;
c. geheel of gedeeltelijk meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:
1°. openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis, gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a;
2°. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;
d. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in onderdelen a tot en met c;
- *KvK-nummer:* uniek nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
- *loonverletkosten:* loonkosten voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de werkgever;
- *maatschappelijke organisatie:* organisatie zonder winstoogmerk die een sociaal of maatschappelijk doel nastreeft;
- *materiële basishulp:* beschikbaar stellen van goederen om te voldoen aan de basisbehoeften voor een waardig leven, zoals kleding, toiletartikelen, met inbegrip van producten voor vrouwelijke hygiëne, en schoolbenodigdheden;
- *meerwerk:* werk waarbij een parttime werknemer meer dan zijn contracturen werkt, maar niet meer dan de normale arbeidsduur die in de organisatie geldt;
- *meest behoeftige personen:* natuurlijke personen, zijnde individuen, gezinnen, huishoudens of groepen van personen, met inbegrip van kinderen in kwetsbare situaties en daklozen, van wie de financiële middelen niet toereikend zijn om in eigen levensonderhoud en dat van eventuele gezinsleden te kunnen voorzien en van wie de behoefte aan hulp aan de hand van objectieve criteria door de subsidieontvanger is vastgesteld;
@ -60,6 +71,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *projectperiode:* periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden beëindigd;
- *sector:* arbeidsorganisaties die actief zijn in dezelfde branche;
- *sociale inclusie:* het bieden van hulp om gelijkwaardig te kunnen participeren in de maatschappij;
- *sociale innovatie:* het ontwerp en de implementatie van nieuwe oplossingen die conceptuele, proces-, product-, of organisatorische veranderingen teweegbrengen en uiteindelijk gericht zijn op het verbeteren van het welzijn van individuen en gemeenschappen.
- *subproject:* op zichzelf staand onderdeel van een project;
- *subsidieaanvrager:* aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
- *subsidieontvanger:* subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;
@ -87,7 +99,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
**4.** Indien de Europese Commissie niet instemt met het Programma, kan de Minister de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.
**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 tot en met 2E in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 2E.
**5.** Voor zover de bepalingen uit hoofdstuk 2 tot en met 2f in tegenspraak zijn met hoofdstuk 1, prevaleren de bepalingen in hoofdstuk 2 tot en met 2f.
### Artikel 1.3
@ -104,7 +116,8 @@ b. het verbeteren van de arbeidsmarktpositie voor personen in een justitiële in
c. het bevorderen van de toegang tot werk in de arbeidsmarktregios, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2B;
d. het verlenen van voedselhulp, materiele basishulp en begeleidende maatregelen voor de meest behoeftigen, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2C;
e. het bevorderen van sociale inclusie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2D;
f. het ondersteunen van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2E.
f. het ondersteunen van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2E;
g. het beschikbaar stellen van middelen voor innovatieve activiteiten ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties.
### Artikel 1.5
@ -197,28 +210,29 @@ c. kosten voor opleidingsvouchers, op voorwaarde dat:
3°. de subsidiabele kosten worden bepaald op basis van de daadwerkelijk aan de deelnemers of aan de opleiders uitbetaalde bedragen voor opleidingskosten;
4°. de datum van afronding van de opleiding binnen de projectperiode valt en de opleiding niet is gestart vóór 14 september 2022.
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn kosten gemaakt door verbonden organisaties slechts subsidiabel op basis van directe loonkosten.
**2.**
**3.**
Activiteiten zijn uitsluitend subsidiabel op basis van directe loonkosten, indien deze zijn uitgevoerd door:
Onder een verbonden organisatie als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie:
a. de subsidieaanvrager, een begunstigde of een partij in het samenwerkingsverband, bedoeld in de artikelen 2e.7 of 2f.5;
b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager of in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2e.7 en 2f.5, of een begunstigde;
c. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
a. waarop de subsidieontvanger of een bij het project betrokken partij direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen;
b. die direct of indirect een overheersende invloed op de subsidieontvanger of een bij het project betrokken partij kan uitoefenen; of
c. die tezamen met de subsidieontvanger of met een bij het project betrokken partij direct of indirect onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere organisatie uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
1°. in het bestuur van de subsidieaanvrager zijn vertegenwoordigd;
2°. in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2e.7 en 2f.5 zijn vertegenwoordigd; of
3°. in het bestuur van een begunstigde zijn vertegenwoordigd;
d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
1°. de subsidieaanvrager;
2°. een partij uit het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2e.7 of 2f.5; of
3°. een begunstigde;
e. een organisatie waarin de subsidieaanvrager, een partij uit het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2e.7 en 2f.5, of een begunstigde, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
f. een organisatie waarin zich, overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PbEU 2018, L 193) of anderszins een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
**3.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van het project zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering of het beheer van het project zijn toe te rekenen.
**4.**
Overheersende invloed als bedoeld in het derde lid wordt vermoed, indien een organisatie direct of indirect, ten opzichte van een andere organisatie:
a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de organisatie bezit;
b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de organisatie uitgegeven aandelen zijn verbonden; of
c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de organisatie kan benoemen.
**5.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van het project zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering of het beheer van het project zijn toe te rekenen.
**6.**
Een subsidie kan de volgende vormen aannemen:
a. vergoeding van subsidiabele kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt door een begunstigde en die zijn betaald voor de uitvoering van concrete acties;
@ -226,7 +240,7 @@ b. standaardschalen van eenheidskosten;
c. lump sums;
d. forfaitaire financiering, bepaald door een percentage toe te passen op een of meer gedefinieerde categorieën kosten.
**7.** De Minister stelt vast welke subsidievorm wordt toegepast, waarbij een combinatie van subsidievormen mogelijk is.
**5.** De Minister stelt vast welke subsidievorm wordt toegepast, waarbij een combinatie van subsidievormen mogelijk is.
### Artikel 1.12
@ -438,7 +452,7 @@ c. het project een startdatum en een einddatum heeft die ligt tussen 1 januari
**2.**
Voor subsidiëring komen de kostensoorten, bedoeld in artikel 1.11, zesde lid, onderdeel b, in aanmerking en de volgende standaardbedragen per dag per deelnemer in de periode van het traject waarbinnen een deelnemer wordt begeleid met als doel naar werk bemiddelbaar te zijn of na dat verblijf inpasbaar te zijn in een arbeidsmarkt gerelateerd programma of een regulier opleidingstraject:
Voor subsidiëring komen de kostensoorten, bedoeld in artikel 1.11, vierde lid, onderdeel b, in aanmerking en de volgende standaardbedragen per dag per deelnemer in de periode van het traject waarbinnen een deelnemer wordt begeleid met als doel naar werk bemiddelbaar te zijn of na dat verblijf inpasbaar te zijn in een arbeidsmarkt gerelateerd programma of een regulier opleidingstraject:
a. voor de sector gevangeniswezen: € 14,50;
b. voor de sector forensische zorg: € 21,00;
@ -774,7 +788,7 @@ Voor subsidie komen enkel activiteiten in aanmerking die de doelgroep, bedoeld i
**2.** De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van extern ingekochte trajecten zijn uitsluitend subsidiabel voor zover de relatie met de activiteiten, bedoeld in artikel 2D.8, voldoende aannemelijk is.
**3.** De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 1.8 of in een wijziging van de beschikking tot subsidieverlening gedurende de uitvoering van het project het gebruik van nader te bepalen standaard eenheidskosten als bedoeld in artikel 1.11, zesde lid, onderdeel b, voor een subsidiabele activiteit verplicht stellen.
**3.** De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 1.8 of in een wijziging van de beschikking tot subsidieverlening gedurende de uitvoering van het project het gebruik van nader te bepalen standaard eenheidskosten als bedoeld in artikel 1.11, vierde lid, onderdeel b, voor een subsidiabele activiteit verplicht stellen.
**4.** Een wijziging van de beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in het derde lid heeft geen betrekking op de periode gelegen voor de datum van die beschikking.
@ -987,7 +1001,7 @@ De marktconformiteit van tarieven die meer bedragen dan de tarieven als bedoeld
a. een offerteprocedure is uitgevoerd waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure heeft plaatsgevonden.
**3.** Artikel 1.11, tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste lid, onderdeel a tot en met c van dit artikel.
**3.** Artikel 1.11, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste lid, onderdeel a tot en met c van dit artikel.
### Artikel 2e.15
@ -1030,6 +1044,165 @@ a. de subsidieontvanger aan de hand van een financiële rapportage in de vorm va
b. het verzoek uiterlijk na 14 maanden vanaf de start van het project samen met een voortgangsverslag wordt ingediend; en
c. de minister heeft vastgesteld dat de financiële rapportage, bedoeld in tweede lid, onderdeel a, een juiste weergave vormt van de projectadministratie op het moment van indiening.
## Hoofdstuk 2f. Sociale innovatie voor een meer genderevenwichtige arbeidsmarkt
### Artikel 2f.1
Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden ingediend in het aanvraagtijdvak van 6 mei 2024, 09.00 uur tot en met 7 juni 2024, 17.00 uur.
### Artikel 2f.2
**1.** Het beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie op basis van dit hoofdstuk bedraagt € 5.500.000,.
**2.** De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op basis van een tendersysteem indien de binnen het tijdvak ontvangen subsidieaanvragen het subsidieplafond overstijgen.
### Artikel 2f.3
**1.** Een subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft tot doel het beschikbaar stellen van middelen voor sociale innovatie ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties.
**2.**
De sociale innovatie ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid, bedoeld in het eerste lid, ziet op het onderzoeken, ontwikkelen, verder ontwikkelen, toepassen of het delen van uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde praktijk- en wetenschappelijke kennis voor minimaal één van de volgende themas:
a. vrouwen in de sectoren exacte wetenschappen, technologie, techniek en toegepaste wiskunde;
b. betere combinatie arbeid en mantelzorg;
c. het stimuleren van economische zelfstandigheid;
d. gelijkere verdeling van werk en zorg- en huishoudtaken;
e. loontransparantie.
### Artikel 2f.4
**1.** Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door een hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2f.5.
**2.** Een hoofdaanvrager kan binnen het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2f.1, slechts één aanvraag indienen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk.
### Artikel 2f.5
**1.** Een samenwerkingsverband bestaat uit een of meer maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen of arbeidsorganisaties.
**2.** In het samenwerkingsverband is in ieder geval een maatschappelijke organisatie of een kennisinstelling vertegenwoordigd en daarnaast een arbeidsorganisatie.
**3.** Een bij het samenwerkingsverband betrokken arbeidsorganisatie zorgt ervoor dat de werknemersvertegenwoordiging van die organisatie actief wordt geïnformeerd over en betrokken bij de planvorming, implementatie en evaluatie van het project.
**4.**
Het samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, waarin:
a. de hoofdaanvrager wordt gemachtigd om de andere partijen binnen het samenwerkingsverband gedurende het subsidieproces in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
b. een gemeenschappelijke doelstelling wordt bepaald;
c. een taakverdeling wordt bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen in de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risicos, alsmede in de resultaten;
d. wordt geborgd dat de aangesloten kennisinstellingen het onderzoek onafhankelijk kunnen uitvoeren; en
e. wordt weergegeven hoe de werknemersvertegenwoordiging van de arbeidsorganisatie wordt geïnformeerd en betrokken, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 2f.6
**1.**
Onverminderd artikel 1.6 vermeldt de aanvrager in het projectplan:
a. een probleemanalyse met een interventielogica waarin inzicht wordt gegeven in de aard van de problematiek op het gebied van gendergelijkheid en een omschrijving van de wijze waarop het project hiervoor een oplossing kan bieden;
b. een activiteitenplan waarin wordt uiteengezet op welke wijze het doel, bedoeld in artikel 2f.3, wordt bereikt met de ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie, het opschalen of het verspreiden van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid;
c. een planning van de werkzaamheden van het project en een financieringsplan met een begroting van de kosten van het project, met in achtneming van voorschotbehoefte en een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren;
d. een beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing, waarbij de aanvrager in een daarvoor digitaal beschikbaar gesteld format vermeldt op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen de aanvrager neemt om ervoor te zorgen dat aan de verantwoordingsvereisten wordt voldaan;
e. een beschrijving van de relevante kennis en ervaring van de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers in het kader van de uitvoering van het project; en
f. een beschrijving waaruit blijkt hoe gelijke kansen en non-discriminatie worden bevorderd.
**2.** Indien de subsidieaanvraag gericht is op de activiteiten, bedoeld in artikel 2f.8, onderdelen c of d, vermeldt de aanvrager in aanvulling op het eerste lid in het projectplan de mediastrategie ten behoeve van de verspreiding van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid.
### Artikel 2f.7
Een project in het kader van dit hoofdstuk vindt plaats in de periode vanaf het moment van toekenning van de subsidie tot uiterlijk 31 december 2027.
### Artikel 2f.8
Voor subsidie komen uitsluitend activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van het doel, bedoeld in artikel 2f.3 in aanmerking, voor zover deze gericht zijn op:
a. het genereren en verder ontwikkelen van ideeën voor de aanpak van gendergelijkheid;
b. het evalueren en eventueel toetsen van een innovatieve aanpak van gendergelijkheid;
c. het delen van kennis en ervaringen zowel tijdens de onderzoeksfase als over de resultaten; of
d. het implementeren en opschalen van een bewezen effectieve aanpak op het gebied van gendergelijkheid.
### Artikel 2f.9
**1.**
Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, de Minister de subsidieaanvraag niet afwijst op grond van artikel 1.9 en de aanvraag voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in dit hoofdstuk, kent de Minister na advies van de beoordelingscommissie het projectplan van de aanvrager een score toe, aan de hand van de volgende criteria:
a. kwaliteit en onderbouwing van de probleemanalyse met een interventielogica waarin inzicht wordt gegeven in de aard van de problematiek op het gebied van gendergelijkheid en de wijze waarop het project hiervoor een oplossing kan bieden (maximaal 20 punten);
b. kwaliteit en onderbouwing van het activiteitenplan waarin wordt uiteengezet op welke wijze het doel, bedoeld in artikel 2f.3, wordt bereikt met de ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie, het opschalen of het verspreiden van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 30 punten);
c. kwaliteit en onderbouwing van de planning van de werkzaamheden van het project en het financieringsplan (maximaal 20 punten);
d. kwaliteit en onderbouwing van de beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing (maximaal 10 punten);
e. de beschrijving van de aanwezige relevante kennis en ervaring van de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers in het kader van de uitvoering van het project en behoeve van de verspreiding van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 10 punten);
f. kwaliteit en onderbouwing van de beschrijving waaruit blijkt hoe gelijke kansen en non-discriminatie worden bevorderd (maximaal 10 punten).
**2.**
De punten voor de verschillende criteria in het eerste lid worden als volgt verdeeld:
a. zeer hoge mate van kwaliteit en onderbouwing: 100% van de beschikbare punten;
b. hoge mate van kwaliteit en onderbouwing: 75% van de beschikbare punten;
c. gemiddelde mate van kwaliteit en onderbouwing: 50% van de beschikbare punten;
d. lage mate van kwaliteit en onderbouwing: 25% van de beschikbare punten;
e. zeer lage mate van kwaliteit en onderbouwing: 0% van de beschikbare punten.
**3.** Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, zet de Minister de projecten in afwijking van artikel 1.7 in een volgorde waarbij de hoogst scorende subsidieaanvraag als eerst subsidie verleend krijgt, daarna de op één na hoogst scorende subsidieaanvraag, en zo verder, totdat het subsidieplafond is bereikt.
**4.** Indien volledige honorering van een subsidieaanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, kan de Minister besluiten om een gedeelte van het aangevraagde subsidiebedrag te verlenen, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
**5.** Indien het subsidieplafond wordt overschreden, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van de aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.
### Artikel 2f.10
**1.** Het aangevraagd subsidiebedrag bedraagt minimaal € 300.000, en maximaal € 1.500.000, per project.
**2.** In afwijking van artikel 1.10 bedraagt de subsidie op grond van dit hoofdstuk maximaal 95% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2f.11.
### Artikel 2f.11
**1.**
Onverminderd de kosten, bedoeld in artikel 1.11, zijn de kosten in geval van externe opdrachtverlening met een opdrachtwaarde van meer dan € 50.000, subsidiabel indien deze marktconform zijn, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van:
a. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure; of
b. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieontvanger.
**2.** Voor de overige indirecte kosten, waaronder kosten voor projectadministratie en projectmanagement is een toeslag van 7% subsidiabel, welke berekend wordt over het totaal van de directe externe kosten en de directe loonkosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid.
### Artikel 2f.12
In aanvulling op artikel 1.12 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;
b. kosten voor verbruiksgoederen.
### Artikel 2f.13
**1.** Na verlening van de subsidie kan de Minister, indien daarom in de subsidieaanvraag is verzocht, een voorschot van maximaal 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag verstrekken.
**2.**
De Minister kan gedurende de looptijd van het project op verzoek van de hoofdaanvrager besluiten om een aanvullend voorschot te verlenen tot maximaal 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximale subsidiebedrag, indien:
a. de subsidieontvanger aan de hand van een financiële rapportage in de vorm van een door de Minister beschikbaar gesteld formulier de reeds gemaakte kosten, waarop het gevraagde voorschot betrekking heeft, voldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd;
b. het verzoek uiterlijk binnen vier weken na afloop van het eerste, tweede of derde jaar vanaf de start van het project samen met een voortgangsrapportage, als bedoeld in artikel 2f.14, wordt ingediend; en
c. de Minister heeft vastgesteld dat de financiële rapportage, bedoeld in tweede lid, onderdeel a, een juiste weergave vormt van de projectadministratie op het moment van indiening.
### Artikel 2f.14
**1.** De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van twaalf, vierentwintig en zesendertig maanden van het project, een voortgangsrapportage in over de voorafgaande twaalf maanden.
**2.** De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening.
**3.** In afwijking van de artikelen 1.13, vijfde lid, 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid, dient de subsidieontvanger geen deelnemersadministratie met het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project in.
**4.**
Bij de einddeclaratie, bedoeld in artikel 1.16, wordt een rapport ingediend met de geleerde lessen, waar in ieder geval wordt ingegaan op:
a. wijze waarop project is ingericht en uitgevoerd;
b. de feitelijke werking van de interventie; en
c. de beoogde en niet beoogde effecten.
## Hoofdstuk 3. Slotartikelen
### Artikel 3.1