2015-01-01 | BWBR0030105 | Wet uniformering loonbegrip

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent f0daf814d9
commit 0714e7f7dc

View file

@ -152,7 +152,7 @@ Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
### Artikel XXXIV
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.
### Artikel XXXV
@ -164,27 +164,27 @@ Wijzigt de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.
### Artikel XXXVII
**1.** Artikel 17, vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, zoals dat luidde op 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing met betrekking tot premie die over de jaren tot de inwerkingtreding van deze wet is betaald.
**1.** Artikel 17, vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, zoals dat luidde op 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing met betrekking tot premie die over de jaren tot de inwerkingtreding van deze wet is betaald.
**2.** Artikel 50 van de Zorgverzekeringswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing met betrekking tot inkomensafhankelijke bijdrage die over de jaren tot de inwerkingtreding van deze wet is ingehouden.
**2.** Artikel 50 van de Zorgverzekeringswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing met betrekking tot inkomensafhankelijke bijdrage die over de jaren tot de inwerkingtreding van deze wet is ingehouden.
### Artikel XXXVIII
Tijdelijke heffingskorting met betrekking tot de inkomstenbelasting
1. In de eerste drie kalenderjaren dat deze wet in werking is, geldt een heffingskorting met betrekking tot de inkomstenbelasting voor de belastingplichtige die bij het einde van het kalenderjaar, of indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar is geëindigd, bij het einde van de belastingplicht, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet ingevolge een pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 waarop de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet wordt ingehouden.
2. In het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 1% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 182.
3. In het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,67% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 121.
4. In het tweede jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,33% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 61.
2. In het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 1% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 182.
3. In het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,67% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 121.
4. In het tweede jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,33% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 61.
### Artikel XXXIX
Tijdelijke heffingskorting met betrekking tot de loonbelasting
1. In de eerste drie kalenderjaren dat deze wet in werking is, geldt een heffingskorting met betrekking tot de loonbelasting voor de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding waarop de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet wordt ingehouden.
2. In het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 1% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 182.
3. In het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,67% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 121.
4. In het tweede jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,33% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 61.
2. In het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 1% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 182.
3. In het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,67% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 121.
4. In het tweede jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,33% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 61.
### Artikel XL
@ -202,7 +202,7 @@ Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
**1.** Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
**2.** In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XXXIII, onderdeel A, en XXXIV in werking met ingang van 1 januari 2015.
**2.** In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XXXIII, onderdeel A, en XXXIV in werking met ingang van 1 januari 2015.
### Artikel XLIV