1997-12-17 | BWBR0009027 | Reglement voor de binnenvisserij 1985

This commit is contained in:
Coornhert 1997-12-17 12:00:00 +00:00
parent 93b07bf3d5
commit 0760d5c115

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Reglement voor de binnenvisserij 1985
bwb_id: BWBR0009027
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2012-09-22'
datum_inwerkingtreding: '1997-12-17'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009027
citeertitel: Reglement voor de binnenvisserij 1985
---
@ -22,7 +22,7 @@ c. «fuik»: vistuig, bestaande uit om twee of meer hoepels gespannen netwerk, v
d. «visfuik»: fuik waarvan het netwerk, met uitzondering van de inkelingen, een maaswijdte heeft van tenminste 45 mm;
e. «aalfuik»: fuik waarvan het netwerk een maaswijdte heeft van ten hoogste 35 mm;
f. «ankerkuil»: vistuig bestaande uit een trechtervormig net dat aan de voorzijde wordt opengehouden door een rechthoekig raamwerk of twee horizontale bomen, voorzien van een inkeling waarbij het gedeelte achter de inkeling is opgehoepeld aan tenminste drie hoepels, welke niet meer dan 1 m van elkaar verwijderd zijn, terwijl de zich achter het opgehoepelde deel bevindende zak korter is dan 50 cm;
g. «aalkistje»: vistuig bestaande uit een langwerpige doos waarin aan de uiteinden inkelingen zijn aangebracht, waarin ten minste in elke inkeling één zuiver rond ringetje van metaal of enige andere niet rekbare stof met een middellijn van tenminste 12 mm binnenwerks is aangebracht of, waarin in de zijwanden tenminste twee gaten met een middellijn van tenminste 12 mm binnenwerks zijn aangebracht;
g. «aalkistje»: vistuig bestaande uit een langwerpige doos waarin aan de uiteinden inkelingen zijn aangebracht, waarin tenminste in elke inkeling één zuiver rond ringetje van metaal of enige andere niet rekbare stof met een middellijn van een door Onze Minister tenminste vastgestelde maat binnenwerks is aangebracht en, onderscheidenlijk of, waarin in de zijwanden tenminste twee gaten met een middellijn van een door Onze Minister tenminste vastgestelde maat binnenwerks zijn aangebracht;
h. «aalhoekwant»: vistuig bestaande uit een lange lijn met daaraan aan zijlijntjes bevestigde enkeltandige haken, waarvan de kortste afstand tussen de punt en de steel tenminste 7 mm bedraagt;
i. «aaldogger»: vistuig bestaande uit een drijver met een daaraan bevestigde lijn voorzien van één enkeltandige haak, waarvan de kortste afstand tussen de punt en de steel tenminste 7 mm bedraagt;
j. «zegen»: vistuig bestaande uit een van drijvers voorziene bovenpees en een verzwaarde onderpees met daartussen het netwerk met een, al dan niet van een inkeling voorziene uitstulping of zak en waarvan de aan de boven- en onderpees bevestigde lijnen een lengte van ten hoogste 100 m hebben of, in geval de bovenpees langer is, niet langer dan de lengte van de bovenpees;
@ -31,15 +31,11 @@ l. «aaskuil»: vistuig bestaande uit een trechtervormig net met in de laatste 5
m. «staand net»: vistuig bestaande uit een van drijvers voorziene bovenpees en een verzwaarde onderpees met daartussen een één- of meerwandig netwerk, hetwelk noch door de stroom noch door enigerlei trekkracht wordt voortbewogen;
n. «gebbe»: vistuig bestaande uit een boom van tenminste 3 m lengte met daaraan bevestigd een vork waartussen netwerk met een maaswijdte van ten hoogste 25 mm is aangebracht;
o. «kruisnet»: vistuig bestaande uit een netwerk met een maaswijdte van ten hoogste 25 mm dat op enigerlei wijze wordt opengehouden en aan één centraal bevestigde lijn wordt opgehaald;
p. «electrovisapparaat»: vistuig bestaande uit één of twee negatieve polen en één positieve pool waartussen met al of niet pulserende gelijkstroom een spanningsverschil wordt opgewekt;
q. «kreeftenkorf»: vistuig bestaande uit een frame van kunststof of een ander niet vervormbaar materiaal, met een maximale afmeting van 100 cm lengte, 100 cm breedte en 60 cm hoogte, voorzien van een niet vervormbare omkleding, dan wel een omkleding van netwerk, met een open inzwemopening met een inkeling van niet vervormbaar materiaal met een doorsnede van minimaal 20 mm;
r. «schepnet»: vistuig bestaande uit een aan een stok of steel gemonteerd frame dat voorzien is van een zakvormig knoop- of strikwerk waarvan de diepte ten hoogste 150 cm bedraagt, en een framebreedte heeft van ten hoogste 100 cm, een framehoogte van ten hoogste 80 cm, dan wel een frameoppervlak van ten hoogste 0,8 m^2.
p. «electrovisapparaat»: vistuig bestaande uit één of twee negatieve polen en één positieve pool waartussen met al of niet pulserende gelijkstroom een spanningsverschil wordt opgewekt.
**2.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder het IJsselmeer mede verstaan de daaraan gelegen open havens.
**3.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder het IJsselmeer mede verstaan het Markermeer en het IJmeer.
**4.**
**3.**
Waar het IJsselmeer in verbinding staat met andere binnenwateren geldt als grens:
@ -54,7 +50,7 @@ Het is verboden te vissen met andere vistuigen dan de volgende:
a. de hengel;
b. de peur;
c. de kreeftenkorf;
c. het spieringtuig;
d. de visfuik;
e. de aalfuik;
f. de ankerkuil;
@ -67,21 +63,17 @@ l. de aaskuil;
m. het staand net;
n. de gebbe;
o. het kruisnet;
p. het electrovisapparaat;
q. het schepnet.
p. het electrovisapparaat.
**2.**
**2.** Het gebruik van een schepnet is slechts toegestaan om gevangen vis op te scheppen, over te zetten of te vervoeren.
Het gebruik van een schepnet is slechts toegestaan om:
a. gevangen vis op te scheppen of over te zetten, of
b. vis te vangen, mits de gevangen vis levend in hetzelfde water wordt teruggezet.
**3.** Het is verboden te vissen met een vistuig waarvan het netwerk van metaal- of niet vervormend kunststofgaas is vervaardigd, met uitzondering van de kreeftenkorf.
**3.** Het is verboden te vissen met een vistuig waarvan het netwerk van metaal- of niet vervormend kunststofgaas is vervaardigd.
### Artikel 3
Het is degene die vist met de hengel of de peur verboden de daarmee gevangen vis in de handel te brengen, te koop aan te bieden of te vervreemden.
**1.** Het is verboden te vissen met gebruikmaking van een electrovisapparaat zonder vergunning van Onze Minister.
**2.** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid slechts verleend, indien redelijkerwijze mag worden verwacht, dat geen bij de visserij in het water of complex van wateren, waarin de electro-visserij zal worden uitgeoefend, betrokken belangen van derden in aanmerkelijke mate zullen worden geschaad en dat de veiligheid zal zijn verzekerd zowel van degenen die het visapparaat zullen bedienen als van derden.
### Artikel 4
@ -93,11 +85,9 @@ a. de aalzegen en het kruisnet: 20 mm
b. de ankerkuil: 25 mm
c. het staand net: 101 mm
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat het in een daarbij te bepalen periode verboden is met het staand net te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan het in die regeling genoemde aantal millimeters.
**2.** Het is verboden met de aalfuik te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan 20 mm tenzij in de buitenwand daarvan een aantal zuiver ronde ringetjes van metaal of enige andere niet rekbare stof met een middellijn van tenminste 13 mm binnenwerks zijn geplaatst binnen 6 mazen achter de aanhechting van de laatste inkeling of de laatste hoepel. Dit aantal bedraagt bij 300 of minder mazen opzet om de eerste hoepel achter de vleugels tenminste twee en bij meer dan 300 mazen opzet om de eerste hoepel achter de vleugels tenminste vier.
**3.** Het is verboden met de aalfuik te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan 20 mm tenzij in de buitenwand daarvan een aantal zuiver ronde ringetjes van metaal of enige andere niet rekbare stof met een middellijn van tenminste 13 mm binnenwerks zijn geplaatst binnen 20 mazen achter de aanhechting van de laatste inkeling of de laatste hoepel aan de bovenzijde van de fuik. Dit aantal bedraagt bij 300 of minder mazen opzet om de eerste hoepel achter de vleugels tenminste twee en bij meer dan 300 mazen opzet om de eerste hoepel achter de vleugels tenminste vier.
**4.** Het is verboden te vissen met een vistuig,, indien met betrekking tot dat vistuig enige handeling is verricht of enig middel is aangewend, waardoor het ontsnappen van vis kan worden bemoeilijkt of belet.
**3.** Het is verboden te vissen met een vistuig, waarvoor een minimummaaswijdte is vastgesteld, indien met betrekking tot dat vistuig enige handeling is verricht of enig middel is aangewend, waardoor het ontsnappen van vis kan worden bemoeilijkt of belet.
### Artikel 5
@ -109,7 +99,7 @@ Het verbod geldt niet voor het vissen met:
a. de hengel;
b. de peur;
c. het schepnet;
c. het spieringtuig;
d. de aaskuil in het IJsselmeer;
e. de zegen, mits deze is voorzien van een bovenpees van een lengte van meer dan 100 m en wordt voortgetrokken met een snelheid van minder dan 2 km/uur, gemeten ten opzichte van het water.
@ -119,17 +109,15 @@ e. de zegen, mits deze is voorzien van een bovenpees van een lengte van meer dan
Het is verboden te vissen van 1 april tot en met 31 mei met:
a. de hengel, voor zover geaasd met slachtproducten, een dood visje, een stukje vis of enig kunstaas met uitzondering van kunstvliegen met een afmeting van ten hoogste 2,5 cm;
a. de hengel, voor zover geaasd met slachtproducten, worm, een levend of dood visje, een stukje vis of enig kunstaas met uitzondering van kunstvliegen met een afmeting van ten hoogste 2,5 cm;
b. de visfuik;
c. de ankerkuil;
d. de zegen;
e. het staand net.
**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het vissen in de wateren van Walcheren, Schouwen-Duiveland, Tholen en Noord-Beveland, in het kanaal van Zuid-Beveland, in de Haven van Goes, in het Veerse Meer en het Grevelingenmeer en in de met die meren in open gemeenschap staande inhammen, kreken, spranken, killen en gaten.
**2.** Het verbod geldt niet voor het vissen in de wateren van Walcheren, Schouwen-Duiveland, Tholen en Noord-Beveland, in het kanaal van Zuid-Beveland, in de Haven van Goes, in het Veerse Meer en het Grevelingenmeer en in de met die meren in open gemeenschap staande inhammen, kreken, spranken, killen en gaten.
**3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor zover het kunstaas betreft, geldt niet voor het vissen in de Geul en haar zijbeken.
**4.** Onze Minister kan het vissen verbieden in een of meer door hem aan te wijzen wateren met één of meer door hem aan te wijzen vistuigen gedurende het gehele jaar dan wel gedurende een nader te bepalen gedeelte van het jaar. Daarbij kan worden afgeweken van het eerste lid.
**3.** Onze Minister kan het vissen verbieden in een of meer door hem aan te wijzen wateren met één of meer door hem aan te wijzen vistuigen gedurende het gehele jaar dan wel gedurende een nader te bepalen gedeelte van het jaar. Daarbij kan worden afgeweken van het eerste lid.
### Artikel 7
@ -139,45 +127,49 @@ e. het staand net.
Het verbod geldt niet:
a. voor het vissen met de hengel in andere dan door Onze Minister aangewezen wateren;
b. voor het vissen met de peur, het aalkistje, het aalhoekwant en de aaldogger;
c. voor het te water hebben van de aalfuik, het staand net, de visfuik, de ankerkuil en de kreeftenkorf;
d. voor het vissen met de aalzegen in andere wateren dan het IJsselmeer;
e. voor het vissen in de Rijn, de Maas, de IJssel en alle andere stromende wateren die met deze wateren in open verbinding staan en daarvan water afvoeren.
a. voor het vissen met de hengel in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus in andere dan door Onze Minister aangewezen wateren;
b. voor het vissen met de peur, de ankerkuil, het aalkistje, het aalhoekwant, de aaldogger en het kruisnet;
c. voor zover het betreft het te water hebben van de in artikel 2, onderdelen d tot en met i en m genoemde vistuigen;
d. voor het vissen met de aalzegen in andere wateren dan het IJsselmeer.
### Artikel 7a
**3.**
**1.** Het is verboden te vissen met de vistuigen genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen c tot en met q, tenzij dat vissen plaatsvindt in het IJsselmeer.
Voorts geldt het verbod niet voor het vissen in de wateren:
**2.** Het verbod is niet van toepassing op de visrechthebbende en de houder van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963, die beroepsmatig de visserij uitoefent en voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden.
1°. de Rijn, de Maas en alle andere stromende wateren, welke met de twee eerstgenoemde in open gemeenschap staan en daarvan water afvoeren;
2°. de wateren gelegen in de Dordtsche en Brabantsche Biesbosch, voor zover zij in open gemeenschap staan met enig in het eerste onderdeel bedoeld water;
3°. de Hollandsche IJssel beneden de afdamming bij Gouda;
4°. de Donge, beneden de lijn, gaande van het punt van samenvloeiing met de 's-Gravenmoersche Vaart, haaks over de stroom;
5°. het Oude Maasje en het Zuiderkanaal tot de Schutsluis in de haven van Waalwijk en de daaraan gelegen open havens en de daarmee in open gemeenschap staande inhammen, kreken, stranken, hanken, killen en gaten beneden de volgende grenzen:
1°. in de Lek: de lijn gaande van de Waag te Ammerstol naar de mond van Sluiskil, gelegen op de grens tussen de gemeenten Groot-Ammers en Streefkerk;
2°. in de Merwede: de lijn gaande van de Waterpoort te Woudrichem naar het zuidelijke uiteinde van de Kraaiweg onder Dalem;
3°. in de Bergsche Maas: de as van de brug westelijk van Heusden.
### Artikel 8
**1.** Het is verboden te vissen in het IJsselmeer zonder voorzien te zijn van een vergunning van Onze Minister geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend.
**2.** Het verbod geldt niet voor zover wordt gevist met ten hoogste twee hengels.
**2.**
Het verbod geldt niet voor zover wordt gevist met ten hoogste twee hengels en:
a. baars, onmiddellijk nadat deze is opgehaald weer in het water wordt teruggezet met dien verstande, dat het elke visser is toegestaan een hoeveelheid baars van ten hoogste 30 stuks te behouden;
b. snoekbaars, onmiddellijk nadat deze is opgehaald weer in het water wordt teruggezet met dien verstande, dat het elke visser is toegestaan een hoeveelheid snoekbaars van ten hoogste vijf stuks te behouden.
**3.** Het is verboden op of in de onmiddellijke nabijheid van het IJsselmeer een hoeveelheid van meer dan 30 stuks baars dan wel vijf stuks snoekbaars voorhanden of in voorraad te hebben dan wel te vervoeren, indien niet kan worden aangetoond dat deze overeenkomstig het bepaalde bij dit artikel is gevangen.
### Artikel 9
**1.** Bij ministeriële regeling kan het vissen bij vispassages, stuwen, sluizen of gemalen worden verboden.
**1.**
**2.**
Het is verboden met enig vistuig te vissen in de rivieren de Neder-Rijn, de Maas, de Lek en de Overijsselsche Vecht:
Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald:
a. binnen een afstand van 75 m stroomafwaarts van een stuw;
b. in een bij een stuw aangebrachte vispassage;
c. binnen een straal van 25 m voor de bovenmond van een bij een stuw aangebrachte vispassage.
a. op welk water het verbod van toepassing is;
b. op welke vispassage, stuw, sluis of gemaal het verbod van toepassing is;
c. binnen welke afstand tot de vispassage, stuw, sluis of gemaal het verbod van toepassing is.
**3.** Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat het verbod niet van toepassing is, indien aan bij die regeling te stellen voorwaarden wordt voldaan.
**4.**
De voorwaarden, bedoeld in het derde lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de vistuigen waarmee wordt gevist;
b. de periode waarin wordt gevist;
c. het terugzetten van gevangen vis.
**2.** Het verbod geldt niet gedurende de tijden dat de stuw buiten werking is gesteld.
### Artikel 10
@ -185,25 +177,11 @@ c. het terugzetten van gevangen vis.
Het is verboden op of in de nabijheid van enig binnenwater een of meer vistuigen voorhanden te hebben indien:
a. het gebruik daarvan in het betrokken water bij of krachtens de artikelen 2 tot en met 9 verboden is;
a. het gebruik daarvan in het betrokken water ingevolge het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 9 verboden is;
b. men niet bevoegd is daarmee te vissen;
c. men niet gerechtigd is in het betrokken water daarmee te vissen.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet, indien het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand is, dat dadelijk gebruik daarvan niet mogelijk is.
**3.** Het is verboden op het IJsselmeer, anders dan in een haven, vistuig aan boord van een vissersvaartuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 te hebben, indien het gebruik daarvan, ingevolge het bij of krachtens dit besluit bepaalde, verboden is.
### Artikel 10a
**1.** Een ieder die vis van de door Onze Minister aangewezen soorten aanvoert, aan- of verkoopt of onder zich houdt, of die bemiddeling verleent bij het veilen van die vis, is verplicht een administratie te voeren en aan Onze Minister periodiek of op verzoek opgave te doen van de hoeveelheden vis door hem aangevoerd, aan- of verkocht, onder zich gehouden, dan wel aan hem ter veiling aangeboden.
**2.** In aanvulling op het eerste lid, is een ieder die vis van de door Onze Minister aangewezen soorten aanvoert, tevens verplicht een administratie te voeren en aan Onze Minister periodiek of op verzoek opgave te doen van andere bij ministeriële regeling aangewezen gegevens betreffende visserij-inspanning, dan wel andere gegevens die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de visstand in het IJsselmeer.
**3.** Onze Minister stelt nadere regels ten aanzien van de eisen waaraan de in het eerste lid bedoelde administratie dient te voldoen en de wijze waarop de in dat lid bedoelde opgave dient te geschieden, en kan voorschriften geven in het belang van de naleving van deze regels.
### Artikel 10b
In het belang van de visserij is Onze Minister bevoegd regelen te stellen ter uitvoering van op grond van internationale overeenkomsten of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties opgelegde verplichtingen of verleende bevoegdheden.
2. Het verbod geldt niet, indien het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand is, dat dadelijk gebruik daarvan niet mogelijk is.
### Artikel 11