diff --git a/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md b/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md index ff78b01c83b..e5aa628f384 100644 --- a/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md @@ -50,7 +50,8 @@ l. toezichthoudende autoriteit: de instantie waaraan in enige staat ingevolge ee m. bijkantoor: één of meer onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid van een effecteninstelling die in een andere staat zijn gevestigd dan die waar de effecteninstelling is gevestigd; n. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; o. openbaar bod: een door middel van een openbare mededeling gedaan aanbod als bedoeld in artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek buiten een besloten kring, op effecten, dan wel een uitnodiging tot het doen van een aanbod, buiten een besloten kring, op effecten, waarbij de bieder het oogmerk heeft deze effecten te verwerven; -p. bieder: een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, dan wel enig naar buitenlands recht daarmee vergelijkbaar lichaam of samenwerkingsverband, door wie of namens wie al dan niet tezamen met een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden een openbaar bod wordt voorbereid of uitgebracht, dan wel is uitgebracht. +p. bieder: een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, dan wel enig naar buitenlands recht daarmee vergelijkbaar lichaam of samenwerkingsverband, door wie of namens wie al dan niet tezamen met een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden een openbaar bod wordt voorbereid of uitgebracht, dan wel is uitgebracht; +q. prospectusverordening: verordening nr. 809/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van advertenties betreft (PbEU L 149). ### Artikel 2 @@ -67,45 +68,66 @@ De omstandigheid dat de koper van effecten zich bij de koop heeft verbonden tot ### Artikel 3 -**1.** Het is verboden in of vanuit Nederland buiten een besloten kring bij uitgifte effecten aan te bieden dan wel zodanige aanbieding door middel van advertenties of documenten in het vooruitzicht te stellen. +**1.** Het is verboden in Nederland bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen effecten aan te bieden, tenzij ter zake van de aanbieding een prospectus algemeen verkrijgbaar is dat is goedgekeurd door Onze Minister of door een toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de aanbieding. -**2.** +**2.** Onze Minister keurt een prospectus goed indien het voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. -Het eerste lid is niet van toepassing indien: +**3.** Onze Minister kan in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen het prospectus ter zake van een aanbieding van effecten in een andere lidstaat goedkeuren. Het eerste lid, tweede volzin, en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. -a. de aan te bieden effecten zijn toegelaten tot de notering aan een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, of aannemelijk is dat zij daartoe spoedig zullen worden toegelaten; -b. ter zake van een aanbod een prospectus algemeen verkrijgbaar is dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, mits daarnaar in elke schriftelijke bekendmaking van het aanbod wordt verwezen; -c. ter zake van een aanbieding die in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels; of -d. de aan te bieden effecten rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen. +**4.** -**3.** +Het is verboden in of vanuit Nederland andere dan de in het eerste lid bedoelde effecten aan te bieden dan wel een zodanig aanbieding door middel van advertenties of documenten in het vooruitzicht te stellen, tenzij: -Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt met het in Nederland bij uitgifte aanbieden van effecten gelijkgesteld het voor de eerste keer in Nederland aanbieden van effecten van een soort dat: +a. ter zake van de aanbieding een prospectus verkrijgbaar is dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels; of +b. ter zake van de aanbieding dan wel de in het vooruitzicht gestelde aanbieding wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. -a. sedert de uitgifte nog niet verkrijgbaar is geweest in Nederland; -b. sedert de uitgifte nog niet verkrijgbaar is geweest in Nederland buiten een besloten kring; -c. sedert de uitgifte nog niet verkrijgbaar is geweest in Nederland buiten een kring van natuurlijke personen en rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in effecten; of -d. sedert de uitgifte nog niet verkrijgbaar is geweest in Nederland anders dan uitsluitend als pakket tegen een waarde van ten minste een door Onze Minister te bepalen bedrag per belegger. +**5.** Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing indien de aan te bieden effecten rechten van deelneming betreffen in een beleggingsinstelling, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet toezicht belegginginstellingen, die op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. + +### Artikel 3a + +**1.** Onze Minister maakt na ontvangst van een aanvraag van goedkeuring zijn besluit omtrent de goedkeuring binnen een termijn van tien werkdagen bekend aan de aanvrager. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn bedraagt ten hoogste twintig werkdagen indien sprake is van een aanbieding van effecten van een instelling waarvan nog geen effecten zijn aangeboden. + +**3.** Indien de door de aanvrager ingediende documenten onvolledig zijn of onder toepassing van artikel 3, derde alinea, 22, eerste lid, derde alinea, 23, eerste lid of derde lid, tweede alinea, van de prospectusverordening aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling van het vermogen, de financiële positie, het resultaat of de vooruitzichten van de instelling of de aan de effecten verbonden rechten en plichten, stelt Onze Minister de aanvrager hiervan binnen de termijn, bedoeld in het eerste of, indien van toepassing, het tweede lid op de hoogte en stelt hij hem in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen. Indien de aanvrager niet binnen de gestelde termijn de aanvraag heeft aangevuld, kan Onze Minister besluiten de aanvraag niet verder te behandelen. + +**4.** Ingeval het derde lid, eerste volzin, wordt toegepast gaan de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid, opnieuw in, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de aanvrager de aanvullende informatie heeft verstrekt. + +**5.** Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht blijft buiten toepassing. + +### Artikel 3b + +**1.** Het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanbieding van effecten ter zake waarvan het prospectus overeenkomstig artikel 3 is goedgekeurd, indien zich voorafgaand aan de afsluiting van de aanbieding van effecten een belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid voordoet of door de aanvrager geconstateerd wordt die verband houdt met de informatie in het prospectus en van invloed kan zijn op de beoordeling van de aangeboden effecten, tenzij een document ter aanvulling van het prospectus door Onze Minister is goedgekeurd en algemeen verkrijgbaar is. + +**2.** Onze Minister keurt het in het eerste lid bedoelde aanvullende document goed indien wordt voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels en maakt zijn besluit omtrent goedkeuring van dit document binnen een termijn van zeven werkdagen bekend aan de aanvrager. Het vijfde lid van artikel 3a is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 4 -**1.** Onze Minister kan vrijstelling of, op verzoek, ontheffing verlenen van artikel 3, eerste lid. +**1.** Onze Minister kan vrijstelling of, op verzoek, ontheffing verlenen van artikel 3, eerste of vierde lid. **2.** Aan een vrijstelling en aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten. +**3.** Indien een op grond van het eerste lid verleende vrijstelling betrekking heeft op het aanbieden van effecten aan bepaalde door Onze Minister aan te wijzen personen, houdt Onze Minister een register bij waarin de namen van die personen worden opgenomen. + ### Artikel 5 -**1.** Instellingen te wier laste in of vanuit Nederland buiten een besloten kring effecten zijn uitgegeven, zonder dat daartoe effecten behoren die zijn toegelaten tot de notering aan een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, stellen omtrent hun bedrijf informatie algemeen verkrijgbaar, voor zover deze verplichting niet reeds voortvloeit uit boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze informatie alsmede de wijze van verkrijgbaarstelling ervan dienen te voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels en heeft betrekking op periodieke verslaggeving inzake de financiële positie van de uitgevende instelling alsmede op feiten omtrent de uitgevende instelling waarvan een aanzienlijke invloed op de koers van de effecten van de uitgevende instelling kan uitgaan. +**1.** + +Instellingen waarvan in of vanuit Nederland effecten zijn aangeboden, stellen periodiek informatie omtrent hun bedrijf algemeen verkrijgbaar. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: + +a. de soort en inhoud van de informatie; +b. de termijnen waarbinnen deze informatie algemeen verkrijgbaar wordt gesteld; en +c. de wijze waarop de informatie algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. **2.** Onze Minister kan van de op grond van het eerste lid gestelde regels vrijstelling of, op verzoek, ontheffing verlenen. **3.** Aan een vrijstelling en aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten. -**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op een beleggingsinstelling die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen. +**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op een beleggingsinstelling die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en het rechten van deelneming betreft die op verzoek van de houder ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. ### Artikel 6 -**1.** Indien Onze Minister vaststelt dat een instelling te wier laste effecten zijn uitgegeven die zijn toegelaten tot de notering aan een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs zich niet houdt of heeft gehouden aan de regels van de effectenbeurs waaraan die instelling in verband met die toelating is onderworpen, vestigt hij daarop de aandacht van de houder van die effectenbeurs. Zonodig doet Onze Minister deze mededeling vergezeld gaan van dan wel volgen door een aanwijzing met betrekking tot een door deze jegens de instelling te volgen gedragslijn met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten. +**1.** Indien Onze Minister vaststelt dat een instelling waarvan effecten zijn uitgegeven die zijn toegelaten, of waarvan aannemelijk is dat deze spoedig zullen worden toegelaten, tot de handel op een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, of degene die deze effecten aanbiedt, zich niet houdt of heeft gehouden aan het bij of krachtens artikel 3 bepaalde of aan de regels van de effectenbeurs waaraan die instelling in verband met de toelating is onderworpen, vestigt hij daarop de aandacht van de houder van die effectenbeurs. Zonodig doet Onze Minister deze mededeling vergezeld gaan van dan wel volgen door een aanwijzing met betrekking tot een door de houder van de effectenbeurs jegens de instelling te volgen gedragslijn met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten. **2.** De houder van de effectenbeurs volgt de in het eerste lid bedoelde aanwijzing op binnen een door Onze Minister te bepalen termijn. @@ -451,6 +473,14 @@ f. indien de houder niet meer voldoet aan bij of krachtens deze wet gestelde reg ## Hoofdstuk V. Register +### Artikel 20a + +**1.** Onze Minister houdt een register bij waarin zijn opgenomen de prospectussen die zijn goedgekeurd op grond van artikel 3, eerste of derde lid. + +**2.** Onze Minister houdt de gegevens in het register voor een ieder kosteloos ter inzage. + +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de inrichting en de werking van het register en de wijze waarop wijzigingen in het register worden aangebracht. + ### Artikel 21 **1.** Onze Minister houdt een register waarin zijn opgenomen de effecteninstellingen die ingevolge een vergunning of ingevolge artikel 7, tweede lid, aanhef en onder h, i of j, als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder hun diensten mogen aanbieden of verrichten alsmede de aan de desbetreffende vergunning of vrijstelling gestelde beperkingen of verbonden voorschriften. In het register zijn tevens opgenomen de effecteninstellingen die ingevolge een vrijstelling als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder hun diensten mogen aanbieden of verrichten alsmede de aan de desbetreffende vrijstelling gestelde beperkingen of verbonden voorschriften, indien zij ingevolge een voorschrift dat aan die vrijstelling is verbonden Onze Minister in kennis hebben gesteld van hun voornemen om de desbetreffende effectendiensten aan te bieden of te verrichten (2e nota van wijziging). @@ -554,11 +584,11 @@ f. indien de houder van de verklaring van geen bezwaar niet meer voldoet aan bij ### Artikel 28 -**1.** Indien Onze Minister vaststelt dat een instelling te wier laste effecten zijn uitgegeven, een bieder, bestuurder, commissaris of functionaris als bedoeld in artikel 6a, derde lid, een effecteninstelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder h, i of j, of een instelling als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, de bij of krachtens de artikelen 3 tot en met 5, 6a, tweede en derde lid, 6b, 11, eerste lid, 18a, eerste lid, onderscheidenlijk 18b, tweede lid, gestelde regels niet naleeft, vestigt hij daarop de aandacht van de betrokkene. +**1.** Indien Onze Minister vaststelt dat een instelling waarvan effecten zijn aangeboden of zullen worden aangeboden, degene die deze effecten aanbiedt, een bieder, bestuurder, commissaris of functionaris als bedoeld in artikel 6a, derde lid, een effecteninstelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder h, i of j, of een instelling als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, de bij of krachtens de artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, 5 eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen b en c, en derde lid, 6a, tweede en derde lid, 6b, 11, eerste lid, 18a, eerste lid, onderscheidenlijk 18b, tweede lid, gestelde regels niet naleeft, vestigt hij daarop de aandacht van de betrokkene. **2.** Zonodig doet Onze Minister de mededeling, bedoeld in het eerste lid, vergezeld gaan van dan wel volgen door een aanwijzing om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten. -**3.** De instelling volgt de in het tweede lid bedoelde aanwijzing op binnen een door Onze Minister te bepalen termijn. +**3.** Degene tot wie de in het tweede lid bedoelde aanwijzing is gericht volgt deze aanwijzing op binnen een door Onze Minister te bepalen termijn. **4.** @@ -618,7 +648,7 @@ Indien een accountant naar het oordeel van Onze Minister niet of niet meer de no Onze Minister kan bij: -a. instellingen te wier laste buiten een besloten kring effecten zijn uitgegeven; +a. instellingen waarvan effecten zijn aangeboden of zullen worden aangeboden en bij degene die deze effecten aanbiedt; b. aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid; c. aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid; d. effecteninstellingen; @@ -690,6 +720,8 @@ a. voor zover het beoogde gebruik niet in strijd is met het eerste of tweede lid b. voor zover die buitenlandse instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; alsmede c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten. +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het verstrekken van gegevens aan buitenlandse overheidsinstanties of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties in het kader van het aanbieden van effecten en het algemeen verkrijgbaarstellen van een prospectus. + ### Artikel 33a **1.** Onze Minister kan, in afwijking van artikel 31, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die belast is met het toezicht uit hoofde van artikel 64 van de Faillissementswet op de curator die betrokken is bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel van een effecteninstelling. @@ -823,7 +855,7 @@ e. een termijn als bedoeld in artikel 45, vierde lid, wordt bepaald. ### Artikel 42 -Onze Minister dan wel een rechtspersoon waaraan ingevolge artikel 40 taken en bevoegdheden zijn overgedragen, kan de kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van die taken en de uitoefening van die bevoegdheden volgens door Onze Minister te stellen regels in rekening brengen bij houders van effectenbeurzen, bij instellingen te wier laste effecten zijn uitgegeven die zijn toegelaten tot de notering aan een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, bij instellingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bij bieders, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, of artikel 6c, eerste lid, bij effecteninstellingen, bij aanvragers van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bij aanvragers van een erkenning als bedoeld in artikel 22, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, bij aanvragers van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, bij houders van een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 16, derde lid, alsmede bij instellingen als bedoeld in artikel 18a, eerste lid. +Onze Minister dan wel een rechtspersoon waaraan ingevolge artikel 40 taken en bevoegdheden zijn overgedragen, kan de kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van die taken en de uitoefening van die bevoegdheden volgens door Onze Minister te stellen regels in rekening brengen bij houders van effectenbeurzen, bij aanbieders van effecten, bij de personen waarvan de namen zijn opgenomen in het register, bedoeld in artikel 4, derde lid, bij instellingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bij bieders, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, of artikel 6c, eerste lid, bij effecteninstellingen, bij aanvragers van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bij aanvragers van een erkenning als bedoeld in artikel 22, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, bij aanvragers van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, bij houders van een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 16, derde lid, alsmede bij instellingen als bedoeld in artikel 18a, eerste lid. ## Hoofdstuk X. Beroep @@ -835,9 +867,9 @@ Tegen een besluit van een houder van een op grond van artikel 22 erkende effecte **1.** In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd. -**2.** Op een besluit op grond van deze wet terzake van de regels, gesteld bij of krachtens hoofdstuk II A, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 48c, is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. +**2.** Op een besluit op grond van deze wet terzake van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 3 tot en met 4 of hoofdstuk II A, met uitzondering van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 48c, is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. -**3.** In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten terzake van de regels, gesteld bij of krachtens Hoofdstuk IIA, met uitzondering van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 48c, het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd. +**3.** In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten terzake van de regels, gesteld bij of krachtens de artikelen 3 tot en met 4 of Hoofdstuk IIA, met uitzondering van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 48c, het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd. ## Hoofdstuk XI. Betrekkingen met derde landen @@ -976,7 +1008,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, ### Artikel 48b -**1.** Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, tweede lid, onder b en c, 4, tweede lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste en tweede lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 15, tweede lid, 16, eerste, zevende, achtste en tiende lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste en derde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, en 46c, vierde lid. +**1.** Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, tweede lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste en tweede lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 15, tweede lid, 16, eerste, zevende, achtste en tiende lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste en derde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, en 46c, vierde lid. **2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. @@ -984,7 +1016,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, ### Artikel 48c -**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, eerste en tweede lid, onder b en c, 4, tweede lid, 5, eerste en derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste tot en met vijfde lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde lid, zesde lid, eerste volzin, zevende en negende lid, 14, eerste en vierde lid, 15, tweede lid, 15a, eerste, tweede en derde lid, 15b, eerste en tweede lid, 16, eerste, zevende, achtste en tiende tot en met twaalfde lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste, derde en vijfde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 46, eerste lid, 46a, eerste lid, 46b, eerste, derde en vijfde lid, 46c, vierde lid, 46d en 47. +**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, tweede lid, 5, eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen a, b en c, en derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste tot en met vijfde lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde lid, zesde lid, eerste volzin, zevende en negende lid, 14, eerste en vierde lid, 15, tweede lid, 15a, eerste, tweede en derde lid, 15b, eerste en tweede lid, 16, eerste, zevende, achtste en tiende tot en met twaalfde lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste, derde en vijfde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 46, eerste lid, 46a, eerste lid, 46b, eerste, derde en vijfde lid, 46c, vierde lid, 46d, 47 en de artikelen 26, vijfde lid, 30 en 34 van de prospectusverordening. **2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de staat. Voor zover Onze Minister met toepassing van artikel 40, eerste lid, de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete heeft overgedragen aan een rechtspersoon, komt de boete toe aan die rechtspersoon. @@ -1000,7 +1032,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, **4.** Onze Minister kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. -**5.** Voor overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 3, tweede lid, onder b en c, 5, eerste lid, tweede volzin, 6a, derde lid, 7, vierde lid, 11, eerste lid en tweede lid, 11a, vijfde lid, 17, eerste lid, of 18a, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in die algemene maatregel van bestuur. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing. +**5.** Voor overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 3, eerste en vierde lid, 5, eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen a, b en c, 6a, derde lid, 7, vierde lid, 11, eerste lid en tweede lid, 11a, vijfde lid, 17, eerste lid, of 18a, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in die algemene maatregel van bestuur. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 48e @@ -1079,7 +1111,7 @@ De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete w Onze Minister kan, in afwijking van artikel 31, teneinde de naleving van deze wet te bevorderen ter openbare kennis brengen: a. zijn weigering om een aangevraagde vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar te verlenen, wanneer deze weigering niet meer in beroep kan worden getroffen en de aanvrager handelt als was hem de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar verleend; -b. het feit dat degene die bij uitgifte effecten aanbiedt en op wie naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van toepassing is, in strijd handelt met dat verbod; +b. het feit dat degene die effecten aanbiedt en op wie naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste of vierde lid, van toepassing is, in strijd handelt met dat verbod; c. het feit dat een effecteninstelling waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van toepassing is, niet over een vergunning beschikt; d. het feit dat degene waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 10 van toepassing is, zich niet houdt aan de voorschriften die aan die vrijstelling zijn verbonden; e. het feit dat de houder van een effectenbeurs waarop naar zijn oordeel het verbod, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van toepassing is, niet over een erkenning of ontheffing beschikt; of