2022-08-01 | BWBR0036592 | Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs, enz. (overgang wettelijke taken van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven naar Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven)

This commit is contained in:
Coornhert 2022-08-01 12:00:00 +00:00
parent 829de40c74
commit 078a551ce6

View file

@ -45,7 +45,7 @@ d. de overige activa en de passiva van de kenniscentra, voor zover deze zijn toe
**2.** Een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid leidt ertoe dat het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven na de beëindiging van de bekostiging op grond van artikel VI geen financiële aanspraken op het Rijk meer heeft.
**3.** Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, leggen voor 1 juni 2015, of, indien dat later is, binnen 2 maanden na de inwerkingtreding van dit artikel een overeenkomst die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, ter goedkeuring voor aan Onze Minister.
**3.** Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, leggen voor 1 juni 2015, of, indien dat later is, binnen 2 maanden na de inwerkingtreding van dit artikel een overeenkomst die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, ter goedkeuring voor aan Onze Minister.
**4.** Indien een of meer overeenkomsten als bedoeld in het derde lid niet of niet tijdig ter goedkeuring aan Onze Minister worden voorgelegd, kan Onze Minister een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid aanwijzen in afwijking van de eis, dat met alle kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven een door Onze Minister goedgekeurde overeenkomst is gesloten die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
@ -55,14 +55,14 @@ d. de overige activa en de passiva van de kenniscentra, voor zover deze zijn toe
### Artikel VI
**1.** De wettelijke taken en de aanspraak op bekostiging van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend op 31 juli 2015, vervallen met ingang van de datum waarop artikel I, met uitzondering van onderdeel B, en de artikelen II, III en IV van deze wet in werking treden.
**1.** De wettelijke taken en de aanspraak op bekostiging van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend op 31 juli 2015, vervallen met ingang van de datum waarop artikel I, met uitzondering van onderdeel B, en de artikelen II, III en IV van deze wet in werking treden.
**2.**
Indien op de dag waarop artikel I, met uitzondering van onderdeel B, en de artikelen II, III en IV in werking treden nog geen rechtspersoon als bedoeld in artikel I, onderdeel B, is aangewezen, blijven tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum
a. de wettelijke taken en de aanspraak op bekostiging van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven van kracht, en
b. de artikelen 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.4.1, 2.4.2, 2.4.3, 2.5.10, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 6.1.3, tweede lid, 7.2.4, tweede en derde lid, 7.2.5, 7.2.5a, 7.2.6, eerste lid, 7.2.9, tweede lid, 7.2.10, 11.1, eerste lid, 12.2.2, tweede lid, en 12.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 3, tweede lid, 15l, 15n, eerste en tweede lid, en 24f, tiende lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, de artikelen 10b3, eerste lid, 10b4 en 10b5 van de Wet voortgezet onderwijs en punt 18 van onderdeel «Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap» van bijlage 1 bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector, zoals luidend op 31 juli 2015 van toepassing.
b. de artikelen 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.4.1, 2.4.2, 2.4.3, 2.5.10, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 6.1.3, tweede lid, 7.2.4, tweede en derde lid, 7.2.5, 7.2.5a, 7.2.6, eerste lid, 7.2.9, tweede lid, 7.2.10, 11.1, eerste lid, 12.2.2, tweede lid, en 12.2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 3, tweede lid, 15l, 15n, eerste en tweede lid, en 24f, tiende lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, de artikelen 10b3, eerste lid, 10b4 en 10b5 van de Wet voortgezet onderwijs en punt 18 van onderdeel «Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap» van bijlage 1 bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector, zoals luidend op 31 juli 2015 van toepassing.
**3.** Ten aanzien van bedragen waarop de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voorafgaand aan de in het eerste of tweede lid bedoelde datum aanspraak hebben, maar die nog niet zijn vastgesteld of uitbetaald, blijven de bij of krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften zoals luidend op de dag voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde datum van toepassing.
@ -70,9 +70,9 @@ b. de artikelen 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.4.1, 2.4.2, 2.4.3, 2.5.10, 4.3.1, 4.3.2,
**1.** Bedrijven en organisaties die op de datum voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, beschikken over een gunstige beoordeling op grond van artikel 7.2.10, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend op eerstbedoelde datum, worden aangemerkt als leerbedrijven met een erkenning als bedoeld in artikel 7.2.10, tweede lid, eerste volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
**2.** Bedrijven en organisaties die op de datum voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel B, beschikken over een gunstige beoordeling op grond van artikel 10b4, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op eerstbedoelde datum, worden aangemerkt als leerbedrijven met een erkenning als bedoeld in artikel 10b4, derde lid, eerste volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**2.** Vervallen.
**3.** Bedrijven en organisaties die beschikken over een gunstige beoordeling op grond van artikel VI, tweede lid, onderdeel b, juncto artikel 7.2.10, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of 10b4 van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op 31 juli 2015, worden aangemerkt als leerbedrijven met een erkenning als bedoeld in artikel 7.2.10, tweede lid, eerste volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs onderscheidenlijk artikel 10b4, derde lid, eerste volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**3.** Bedrijven en organisaties die beschikken over een gunstige beoordeling op grond van artikel VI, tweede lid, onderdeel b, juncto artikel 7.2.10, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals luidend op 31 juli 2015, worden aangemerkt als leerbedrijven met een erkenning als bedoeld in artikel 7.2.10, tweede lid, eerste volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
### Artikel VIIa