2025-04-02 | BWBR0049842 | Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

This commit is contained in:
Coornhert 2025-04-02 12:00:00 +00:00
parent b0c4b44155
commit 07c2e96b99

View file

@ -195,7 +195,7 @@ b. is of wordt gevestigd buiten een stedelijk knooppunt.
Een aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kan worden ingediend:
a. in 2024 van 15 juli 2024, 9.00 uur tot en met 6 september 2024, 12.00 uur;
b. in 2025 van 1 april 2025, 9.00 uur tot en met 7 mei 2025, 17.00 uur.
b. in 2025 van 1 april 2025, 9.00 uur tot en met 18 juni 2025, 17.00 uur.
**2.** Een wijziging of aanvulling van een ingediende aanvraag, die na de sluiting van de aanvraagperiode op eigen initiatief door de aanvrager wordt ingediend, wordt niet bij de beoordeling betrokken.
@ -283,7 +283,7 @@ ii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een
Indien de aanvraag een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het zesde of zevende lid een kopie van de offerte waaruit blijkt dat:
a. het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
b. het voertuig over meer dan vijf zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen beschikt.
b. het voertuig over meer dan vier zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen beschikt.
**10.** De Minister kan de aanvrager naar aanleiding van de aanvraag verzoeken documenten te overleggen met betrekking tot de investering.
@ -367,7 +367,9 @@ b. het kenteken van het betrokken waterstofvoertuig.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- *afrit:* het punt waar uitwisseling kan plaatsvinden tussen een A- of N-weg en het onderliggend wegennet;
- *hernieuwbare elektriciteit:* elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- *ingang:* het punt waarop de toegangsweg overgaat in het terrein waarop de laadinfrastructuur staat of komt te staan;
- *laadinfrastructuur:* oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- *laadlocatie:* locatie met een of meer laadstations met daarbij behorende laadplekken of laadparkeervakken;
- *laadpunt:* laadpunt als bedoeld in artikel 2, punt 48, van verordening 2023/1804;
@ -385,14 +387,14 @@ Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen gericht op versne
De Minister kan op grond van deze paragraaf subsidie verstrekken voor investeringen in de aanleg of uitbreiding van een publiek toegankelijke elektrische laadlocatie in Nederland die geschikt is of wordt voor zwaar elektrisch wegvervoer tot een maximum van 3.600 kW en die:
a. over een netaansluiting van minimaal 600 kVA beschikt;
b. over minimaal 1.400 kW aan laadstations van 200 kW of meer beschikt die geschikt zijn voor zware voertuigen;
c. over minimaal twee laadstations beschikt met een vermogen van ten minste 350 kW;
d. voor alle laadpunten beschikt over een CCS- of MCS-connector;
e. voor alle laadpunten is voorzien van funderingen die geschikt zijn voor voertuigen van ten minste 50 ton;
f. voor alle laadpunten doorrijhoogtes heeft van minimaal 4,2 meter;
g. voor alle laadpunten beschikt over fysieke ruimtes voor het laden van een trekker met oplegger combinatie van 16,5 meter; en
h. te allen tijde publiek toegankelijk is, ongeacht of de laadlocatie zich op openbaar dan wel op privéterrein bevindt.
a. over minimaal 1.400 kW aan laadstations van 200 kW of meer beschikt die geschikt zijn voor zware voertuigen;
b. over minimaal twee laadstations beschikt met een vermogen van ten minste 350 kW;
c. voor alle laadpunten beschikt over een CCS- of MCS-connector;
d. voor alle laadpunten is voorzien van funderingen die geschikt zijn voor voertuigen van ten minste 50 ton;
e. voor alle laadpunten doorrijhoogtes heeft van minimaal 4,2 meter;
f. voor alle laadpunten beschikt over fysieke ruimtes voor het laden van een trekker met oplegger combinatie van 16,5 meter;
g. te allen tijde publiek toegankelijk is, ongeacht of de laadlocatie zich op openbaar dan wel op privéterrein bevindt; en
h. minimaal 40 uur per week is geopend in de periode tussen 9 uur en 21 uur.
**2.** Indien de aanvrager aangeeft dat ter plaatse van de laadlocatie waarvoor subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd, binnen twee jaar na indiening van de aanvraag onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is of zal komen, kan de Minister subsidie verstrekken voor een investering in een stationaire batterij tot een maximum van 1.400 kWh per laadlocatie.
@ -426,19 +428,34 @@ b. € 43.000 voor een laadstation met een vermogen vanaf 350 kW.
**3.** De subsidie bedraagt voor de activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, € 80 per kWh opslag.
**4.** In aanvulling op het eerste en derde lid bedraagt de subsidie ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten.
### Artikel 2.2.7
**1.** Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 15.000.000.
**1.**
Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor het jaar 2024 € 15.000.000;
b. voor het jaar 2025 € 15.000.000.
**2.** De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
**3.** Indien de Minister op dezelfde dag voor meer dan drie laadlocaties per tweecijferig postcodegebied als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling aanvragen ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
**3.**
De Minister stelt de onderlinge rangschikking van aanvragen vast door middel van loting indien hij:
a. op dezelfde dag aanvragen ontvangt voor meerdere laadlocaties per tweecijferig postcodegebied als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling; en
b. toekenning van deze aanvragen ertoe leidt dat gedurende de looptijd van de regeling subsidie wordt verleend voor meer dan vijf laadlocaties.
**4.** In afwijking van het tweede lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager.
### Artikel 2.2.8
Een aanvraag tot subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend van 1 oktober 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur.
Een aanvraag tot subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend:
a. van 1 oktober 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur;
b. van 13 mei 2025, 9.00 uur tot en met 19 december 2025, 12.00 uur.
### Artikel 2.2.9
@ -454,18 +471,29 @@ Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10 van het Kaderbes
a. gegevens over de aanvrager, waaronder het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en het post- en bezoekadres;
b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
c. offerte met merk, type en specificaties van de laadstations en van de installatiekosten waaruit het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt dat de laadinfrastructuur permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken;
d. de volledige postcode met het huisnummer of dichtstbijzijnde huisnummer van de laadlocatie;
c. de volledige postcode met het huisnummer of dichtstbijzijnde huisnummer van de laadlocatie;
d. de coördinaten van de ingang;
e. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie voor dezelfde laadlocatie;
f. toestemming de laadlocatie en het aantal laadpunten van de aanvraag anoniem te publiceren;
g. onderbouwing waaruit blijkt dat alle laadstations binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar zijn voor gebruik door zwaar elektrisch wegvervoer;
h. documenten waaruit blijkt wat het huidige aansluitvermogen en gecontracteerde transportvermogen is op de laadlocatie; en
i. documenten waaruit blijkt dat:
f. offerte met merk, type en specificaties van de laadstations en van de installatiekosten waaruit het vermogen van elk laadstation blijkt en waaruit blijkt dat de laadinfrastructuur permanent met het internet is verbonden en waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt teneinde sturing van het laden mogelijk te maken;
g. indien van toepassing bevat de aanvraag een overzicht van de overige subsidiabele kosten ten behoeve van de aanleg van laadinfrastructuur;
h. de meest recente factuur van de netbeheerder waaruit blijkt wat het huidige aansluitvermogen en gecontracteerde transportvermogen is op de laadlocatie;
i. een document waaruit blijkt dat de laadlocatie reeds over een netaansluiting van minimaal 600 kVA beschikt;
j. een onderbouwing waaruit blijkt dat de laadlocatie bereikbaar is via een verharde toegangsweg die vanaf de afrit over de gehele lengte minstens zes meter breed is, waarbij de berm niet meetelt als onderdeel van de toegangsweg, en:
i. de aanvrager aantoonbaar toestemming heeft van de eigenaar van de locatie voor het plaatsen en exploiteren van publiek toegankelijke elektrische laadstations die geschikt zijn voor zware voertuigen;
ii. de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h.
i. ligt op een bedrijventerrein, te weten een cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied; of
ii. ligt op maximaal een kilometer rijafstand van een A- of N-weg, waarbij deze afstand met een algemeen aanvaarde routeplanner wordt gemeten vanaf het einde van de dichtstbijzijnde afrit tot aan de ingang;
k. documenten waaruit blijkt dat alle laadstations binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar zijn voor gebruik door zwaar elektrisch wegvervoer, waarbij de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h;
l. documenten waaruit blijkt dat de aanvrager aantoonbaar toestemming heeft van de eigenaar van de locatie voor het plaatsen en exploiteren van publiek toegankelijke elektrische laadstations die geschikt zijn voor zware voertuigen; en
m. toestemming de laadlocatie en het aantal laadpunten van de aanvraag anoniem te publiceren.
**5.** In aanvulling op het vierde lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, een offerte met opslagcapaciteit en vermogen van de stationaire batterij waaruit blijkt dat de batterij communiceert met het laadstation waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
**5.**
In afwijking van het vierde lid, onderdeel k, hoeft de aanvrager niet te onderbouwen dat de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdeel d, indien de laadlocatie:
a. op een bedrijventerrein ligt; of
b. een bestaand tankstation of laadstation betreft dat geschikt is voor zware voertuigen.
**6.** In aanvulling op het vierde lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, een offerte met opslagcapaciteit en vermogen van de stationaire batterij waaruit blijkt dat de batterij communiceert met het laadstation waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
### Artikel 2.2.10
@ -476,7 +504,7 @@ ii. de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en me
In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
a. de te verstrekken subsidie lager is dan € 25.000, of
b. door toekenning voor meer dan drie laadlocaties per tweecijferig postcodegebied als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling subsidie zou worden toegekend.
b. gedurende enig moment tijdens de looptijd van deze regeling door toekenning subsidie zou worden verleend voor meer dan vijf laadlocaties per tweecijferig postcodegebied als bedoeld in bijlage 4 van deze regeling.
### Artikel 2.2.11
@ -484,11 +512,27 @@ Op grond van artikel 16 van het Kaderbesluit zijn de regels inzake een subsidie
### Artikel 2.2.12
**1.**
In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht:
a. alle laadpunten binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar te hebben voor gebruik door zware elektrische wegvoertuigen;
a. alle laadpunten binnen twee jaar na de subsidieverlening volledig beschikbaar te hebben voor gebruik door zware elektrische wegvoertuigen, waarbij de laadlocatie voldoet aan artikel 2.2.3, eerste lid, onderdelen a tot en met h;
b. uiterlijk ten tijde van de aanvraag tot subsidievaststelling uitsluitend hernieuwbare elektriciteit te laten leveren voor de laadstations; en
c. een laadsysteem te gebruiken dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 met CS-certificaat of hoger verloopt.
c. een laadsysteem te gebruiken dat permanent met het internet is verbonden waarbij de communicatie volgens het Open Charge Point Protocol versie 1.6 of hoger verloopt.
**2.**
In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:
a. de laadinfrastructuur in te zetten als laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen die te allen tijde voor het publiek toegankelijk is; en
b. de laadinfrastructuur als publiek toegankelijk laadstation op te laten nemen in het publieke register.
**3.**
In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, verplicht gedurende 36 aaneengesloten maanden na vaststelling van de subsidie:
a. de stationaire batterij, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben; en
b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 70% van het aantal kWh dat uit de stationaire batterij wordt ontladen, wordt geleverd aan laadstations.
### Artikel 2.2.13