2011-12-16 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2011-12-16 12:00:00 +00:00
parent 2760fcf80b
commit 07df95dc6b

View file

@ -395,7 +395,7 @@ Vervallen
Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 6.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet, voor lozingen vanuit:
a. inrichtingen type A of inrichtingen type B, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6b, 3.32 tot en met 3.34, 4.19, 4.74c, 4.104, 4.109, 4.113a; of
a. inrichtingen type A of inrichtingen type B, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6b, 3.32 tot en met 3.34, 4.19, 4.74c, 4.104, 4.109, 4.113a, 4.113b; of
b. inrichtingen type C, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6b en 3.32 tot en met 3.34.
**2.**
@ -438,6 +438,10 @@ Indien bij of krachtens dit besluit is bepaald dat een daarbij aangegeven maatre
Van de beschikking waarbij bij of krachtens dit besluit een maatwerkvoorschrift wordt gesteld, wordt kennisgegeven in één of meer dagbladen, nieuwsbladen of huis-aan-huisbladen.
### Artikel 1.9a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 1.2. Melding
### Artikel 1.10
@ -1211,9 +1215,18 @@ Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat:
a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening als bedoeld in artikel 2.9;
b. geen hemelwater is waarop de artikelen 3.33 en 3.34 van toepassing zijn.
**2.** Het lozen, bedoeld in het eerste lid, anders dan in een vuilwaterriool is toegestaan.
Bij het lozen wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vierde lid.
**3.** Het lozen, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts dan in een vuilwaterriool plaats, indien het lozen op of in de bodem, in een openbaar hemelwaterstelsel of in een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.
**2.** Het lozen van afvloeiend hemelwater vindt slechts dan in een vuilwaterriool plaats, indien het lozen op of in de bodem, in een openbaar hemelwaterstelsel of in een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.
**3.**
Gewasbeschermingsmiddelen, waaronder onkruidbestrijdingsmiddelen, worden slechts op half-open en gesloten verhardingen gebruikt, indien:
a. sprake is van pleksgewijze behandeling door middel van selectieve toepassingstechnieken; en
b. de kans op neerslag voor een periode van 24 uur na het voorgenomen gebruik niet groter is dan 40% volgens het weerbericht, bedoeld in artikel 5 van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, voor de desbetreffende regio van het land.
**4.** Gewasbeschermingsmiddelen, waaronder onkruidbestrijdingsmiddelen, worden niet gebruikt in of nabij straatkolken of putten.
#### Paragraaf 3.1.4. Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie
@ -1560,6 +1573,10 @@ b. voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen ten behoeve van he
**5.** Indien tijdens de uitvoering van de in het vierde lid bedoelde controle afwijkingen worden geconstateerd worden deze afwijkingen onverwijld opgeheven.
### Artikel 3.20a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.21
**1.** Op plaatsen waar brandstof wordt afgeleverd, die metaalhoudende additieven bevat, wordt op een label aangegeven hoeveel metaalhoudende additieven de betrokken brandstof bevat. Dit label bevat in elk geval de tekst: Bevat metaalhoudende additieven. Het wordt duidelijk zichtbaar bevestigd op de plaats waar de informatie over de brandstofsoort is aangegeven en is van zodanige afmetingen en van een zodanig lettertype dat het duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar is.
@ -3448,6 +3465,22 @@ c. door het bevoegd gezag aangewezen activiteiten in een inrichting, anders dan
**2.** Het lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers in een vuilwaterriool is verboden.
#### Paragraaf 4.8.5b. Gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op sport- en recreatieterreinen
### Artikel 4.113b
**1.** Bij het lozen van gewasbeschermingsmiddelen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op een sport- of recreatieterrein in de nabijheid van een oppervlaktewaterlichaam wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het derde lid.
**2.** Binnen een afstand van een meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam worden gewasbeschermingsmiddelen niet gebruikt met apparatuur die bestemd is voor het druppelsgewijs gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, met uitzondering van pleksgewijze onkruidbestrijding met een afgeschermde spuitdop.
**3.**
Binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam:
a. worden gewasbeschermingsmiddelen slechts gebruikt met mechanisch voortbewogen apparatuur, indien deze uitsluitend is voorzien van driftarme doppen, en zodanig is ingesteld dat de spuitdoppen zich niet hoger dan 50 cm boven de grond bevinden;
b. wordt geen gebruik gemaakt van een spuitgeweer dat is voorzien van een werveldop of dat gebruik maakt van een werkdruk van 5 bar of hoger;
c. worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt bij een windsnelheid van meer dan 5 meter per seconde gemeten op spuitdophoogte.
#### Paragraaf 4.8.6. In werking hebben acculader
### Artikel 4.114
@ -3858,6 +3891,14 @@ b. het beperken van de emissies van benzeen ten gevolge van het afleveren van li
bij maatwerkvoorschrift bepalen welke maatregelen bij een inrichting als bedoeld in het eerste lid worden getroffen.
### Artikel 6.22a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.22b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 6.12. Overgangsrecht tandheelkunde
### Artikel 6.23