From 07e73e30b24ee91bc58af4dff56e43f471316415 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Mar 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-03-01 | BWBR0001950 | Algemeen Rijksambtenarenreglement --- .../BWBR0001950/README.md | 89 +++---------------- 1 file changed, 12 insertions(+), 77 deletions(-) diff --git a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md index 607f4de10b5..3abc57c12d9 100644 --- a/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md +++ b/amvb/algemeen-rijksambtenarenreglement/BWBR0001950/README.md @@ -162,27 +162,15 @@ b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst ### Artikel 7 -**1.** +**1.** De aanstelling van de ambtenaar vindt plaats door Onze minister. Indien het een ambtenaar betreft als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, vindt de aanstelling plaats in overeenstemming met Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. -Tenzij Wij anders hebben bepaald geschiedt de aanstelling en, voor zover nodig, de vaststelling van de salarisschaal door Ons, indien het betreft: +**2.** Voor zover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de Raad van State, wordt in het eerste lid voor Onze minister respectievelijk gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman of de vicepresident van de Raad van State. -a. een lid van de Algemene Bestuursdienst; -b. de ambtenaar die een ambt vervult genoemd in de bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, niet zijnde dat van lid van de topmanagementgroep; -c. de ambtenaar die een functie vervult waarvoor salarisschaal 16 of 15 van de bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 geldt en die niet is aangewezen tot lid van de Algemene Bestuursdienst. - -**2.** - -Tenzij Wij anders hebben bepaald geschiedt de in het eerste lid bedoelde aanstelling en vaststelling van de salarisschaal op de voordracht van: - -a. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het betreft een lid van de topmanagementgroep, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a; -b. Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het betreft een ambtenaar bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c; -c. Onze Minister, indien het betreft een ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onder b of c. - -**3.** In de overige gevallen vindt de aanstelling en vaststelling van de salarisschaal plaats door Onze Minister. +**3.** De aanstelling als lid van de topmanagementgroep, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, vindt plaats bij Koninklijk Besluit op de voordracht van Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. **4.** -De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister voor een periode van maximaal zeven jaar benoemd in een van de volgende functies: +De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze minister voor een periode van maximaal zeven jaar benoemd in een van de volgende functies: • secretaris-generaal • directeur-generaal @@ -190,14 +178,13 @@ De ambtenaar die is aangesteld tot lid van de topmanagementgroep wordt door Onze • thesaurier-generaal • directeur Bureau voor de Industriële eigendom • directeur van het Centraal Planbureau +• directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau • hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. -**5.** In bijzondere gevallen kan de periode van zeven jaar, genoemd in het vierde lid, worden verlengd dan wel voortijdig worden beëindigd. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de wijze waarop tot verlenging respectievelijk voortijdige beëindiging wordt gekomen, alsmede over de gevolgen voor de rechtspositie van de ambtenaar. +**5.** In bijzondere gevallen kan de periode van zeven jaar, genoemd in het vierde lid, worden verlengd dan wel voortijdig worden beëindigd. Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de wijze waarop tot verlenging respectievelijk voortijdige beëindiging wordt gekomen, alsmede over de gevolgen voor de rechtspositie van de ambtenaar. **6.** Tenzij Wij anders hebben bepaald wordt de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, voor een periode van in beginsel ten hoogste vijf jaar in een functie benoemd. Deze benoeming duurt voort, zolang na afloop van die periode geen nieuwe functie wordt opgedragen. -**7.** Voor zover de aanstelling betrekking heeft op een functie bij de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet der Koningin, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale Ombudsman of de Raad van State, dient in het tweede en derde lid voor Onze Minister telkens te worden gelezen: het College van de Algemene Rekenkamer respectievelijk de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet der Koningin, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale Ombudsman of de vice-president van de Raad van State. - ### Paragraaf 2. Voorwaarden voor aanstelling ### Artikel 8 @@ -1165,26 +1152,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. -### Artikel 37b - -**1.** - -De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen: - -a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en -b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. - -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering. - -**3.** - -De uitkering eindigt in ieder geval: - -a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; -b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden. - -**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht. - ### Artikel 38 **1.** @@ -1254,30 +1221,6 @@ De artikelen 37, vierde lid, 37a, tweede tot en met vijfde lid, 38, 38a en 69, t Vervallen -### Artikel 40 - -**1.** - -De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging: - -a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen; -b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt; -c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. - -**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering. - -### Artikel 40b - -**1.** Het bevoegd gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. - -**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het bevoegd gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren. - -**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het bevoegd gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten. - -**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - -**5.** De ambtenaar die van mening is dat het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het bevoegd gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft. - #### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ### Artikel 40 @@ -2054,13 +1997,13 @@ De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wet **1.** -Onverminderd het bepaalde in artikel 81, eerste lid onder *k*, kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst: +Onverminderd het bepaalde in artikel 81, eerste lid onder k, kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst: a. Indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld; b. wanneer hem door het daartoe bevoegde gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven, dan wel hem die straf is opgelegd; c. wanneer, naar het oordeel van het bevoegde gezag, het belang van de dienst zulks vordert. -**2.** Schorsing geschiedt door het gezag, dat bevoegd is tot aanstelling in het ambt, waarin geschorst wordt, met dien verstande dat de schorsing van de ambtenaar, die is aangesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onder *c* geschiedt door Onze Minister. Berust die bevoegdheid bij Ons, dan geschiedt de schorsing door Onze Minister. +**2.** Schorsing geschiedt door het gezag, dat bevoegd is tot aanstelling in het ambt, waarin geschorst wordt. Berust die bevoegdheid bij Ons, dan geschiedt de schorsing door Onze minister. ### Artikel 92 @@ -2078,7 +2021,7 @@ Geen inhouding vindt plaats in geval van schorsing in het belang van de dienst, ### Artikel 93 -Ontslag wordt gegeven door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling in het desbetreffende ambt. De voordracht voor het ontslag van de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, geschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De voordracht voor het ontslag van de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, geschiedt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. +Ontslag wordt gegeven door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling in het desbetreffende ambt. De voordracht voor het ontslag van de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, geschiedt door Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het ontslag van de ambtenaar, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b of c, vindt plaats in overeenstemming met Onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. ### Artikel 94 @@ -2736,19 +2679,11 @@ Vervallen Vervallen +## Hoofdstuk XII. Slot- en overgangsbepalingen + ### Artikel 129 -Vervallen - -### Artikel 129a - -Vervallen - -### Artikel 129b - -Vervallen - -## Hoofdstuk XII. Slot- en overgangsbepalingen +Met uitzondering van de ambtenaar die is aangesteld als lid van de topmanagementgroep als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, wordt de ambtenaar die voorafgaand aan 1 maart 2007 op grond van dit besluit bij Koninklijk Besluit is aangesteld, aangemerkt als te zijn aangesteld op grond van artikel 7, eerste lid. ### Artikel 130