From 07f64e18e4c3a8ec3a0a817e389df9a20802076e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2011-07-01=20|=20BWBR0011756=20|=20Beginselenwe?= =?UTF-8?q?t=20justiti=C3=ABle=20jeugdinrichtingen?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0011756/README.md | 488 +++++++++++------- 1 file changed, 295 insertions(+), 193 deletions(-) diff --git a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md index baf24d8229e..13f345fbebe 100644 --- a/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md +++ b/wet/beginselenwet-justitiële-jeugdinrichtingen/BWBR0011756/README.md @@ -21,32 +21,34 @@ b. inrichting: justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a; c. particuliere inrichting: een inrichting die door Onze Minister wordt gesubsidieerd; d. rijksinrichting: een inrichting die door Onze Minister in stand wordt gehouden; e. afdeling: een afdeling van een inrichting als bedoeld in artikel 8, tweede lid; -f. jeugdige: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt in een inrichting; -g. bestuur: het bestuur van een rechtspersoon die een particuliere inrichting beheert; -h. directeur: de directeur van de inrichting, of diens plaatsvervanger, bedoeld in artikel 3b, derde lid, dan wel 3c, tweede lid; -i. personeelslid of medewerker: een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting; -j. Raad: Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; -k. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid; -l. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 67, eerste lid; -m. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 74, tweede lid; -n. Inspectie jeugdzorg: de inspectie, bedoeld in artikel 47 van de Wet op de jeugdzorg; -o. vrijheidsstraf: jeugddetentie en vervangende jeugddetentie; -p. vrijheidsbenemende maatregel: voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring en gijzeling voor zover de leeftijd van achttien jaren nog niet is bereikt, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, alsmede de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg; -q. strafrestant: het gedeelte van een opgelegde vrijheidsstraf dan wel van het samenstel van dergelijke straffen dat nog moet worden ondergaan; -r. verblijfsplan: een plan als bedoeld in artikel 20; -s. behandelplan: een plan als bedoeld in artikel 21; +f. afdelingshoofd: een personeelslid dat of medewerker die namens de directeur is belast met de verantwoordelijkheid voor het beheer van een afdeling; +g. jeugdige: een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt in een inrichting; +h. bestuur: het bestuur van een rechtspersoon die een particuliere inrichting beheert; +i. directeur: de directeur van de inrichting, of diens plaatsvervanger, bedoeld in artikel 3b, derde lid, dan wel 3c, tweede lid; +j. personeelslid of medewerker: een persoon die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een inrichting; +k. Raad: Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; +l. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid; +m. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 67, eerste lid; +n. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 74, tweede lid; +o. Inspectie jeugdzorg: de inspectie, bedoeld in artikel 47 van de Wet op de jeugdzorg; +p. vrijheidsstraf: jeugddetentie en vervangende jeugddetentie; +q. vrijheidsbenemende maatregel: voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring en gijzeling voor zover de leeftijd van achttien jaren nog niet is bereikt, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, alsmede de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg; +r. strafrestant: het gedeelte van een opgelegde vrijheidsstraf dan wel van het samenstel van dergelijke straffen dat nog moet worden ondergaan; +s. perspectiefplan: een plan als bedoeld in artikel 20; t. scholings- en trainingsprogramma: een programma als bedoeld in artikel 3, eerste lid; u. huisregels: regels als bedoeld in artikel 4, eerste lid; v. groep: drie of meer jeugdigen; w. kamer: de aan de jeugdige ingevolge artikel 17, tweede lid, toegewezen verblijfsruimte; x. activiteiten: activiteiten ingevolge hoofdstuk IX; ij. afzondering: het insluiten van een jeugdige in een van de groep afgescheiden ruimte; -z. tijdelijke overplaatsing: de overplaatsing voor een bepaalde tijd vanuit een behandelinrichting naar een opvanginrichting, dan wel vanuit een opvanginrichting naar een andere opvanginrichting, dan wel vanuit een behandelinrichting naar een andere behandelinrichting, op de gronden genoemd in artikel 24, eerste lid, onder a en b; -aa. selectiefunctionaris: een persoon belast met de plaatsing en overplaatsing van jeugdigen als bedoeld in artikel 16, derde lid; +z. tijdelijke overplaatsing: de overplaatsing als bedoeld in artikel 27; +aa. selectiefunctionaris: een persoon belast met de plaatsing en overplaatsing van jeugdigen als bedoeld in artikel 12, derde lid; bb. reclasseringswerker: een reclasseringswerker als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995; cc. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van een stichting, bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand; dd. stichting: een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg; -ee. raad voor de kinderbescherming: de raad als bedoeld in artikel 238 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. +ee. raad voor de kinderbescherming: de raad als bedoeld in artikel 238 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; +ff. behandeling: een samenstel van handelingen, gericht op het bij jeugdigen voorkomen, verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden; +gg. adviescommissie: de adviescommissie individuele trajectafdelingen, bedoeld in artikel 22c, vijfde lid. ## Hoofdstuk II. Doelstelling, beheer en toezicht @@ -64,20 +66,26 @@ ee. raad voor de kinderbescherming: de raad als bedoeld in artikel 238 van Boek Jeugdigen in een inrichting worden aan geen andere beperkingen onderworpen dan die welke noodzakelijk zijn voor: -a. het doel van de vrijheidsbeneming, waaronder begrepen hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling en de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan; +a. het doel van de vrijheidsbeneming, waaronder begrepen hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling en de uitvoering van het perspectiefplan; b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting. ### Artikel 3 -**1.** Een scholings- en trainingsprogramma is een samenstel van activiteiten waaraan wordt deelgenomen door jeugdigen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in aansluiting op hun verblijf in een inrichting en dat als zodanig door Onze Minister is erkend met inachtneming van de regels ingevolge het tweede lid. +**1.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen plaatsvindt kunnen in aansluiting op hun verblijf in de inrichting door de directeur met machtiging van Onze Minister in de gelegenheid worden gesteld aan een scholings- en trainingsprogramma deel te nemen. Een scholings- en trainingsprogramma is een samenstel van activiteiten waaraan wordt deelgenomen door jeugdigen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel dat als zodanig door Onze Minister is erkend, met inachtneming van de regels ingevolge het derde lid. -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven die in elk geval de inhoud, de voorwaarden voor en het toezicht op deelname, de gevolgen van niet-nakoming van de voorwaarden en de rechtspositie van de deelnemers aan een scholings- en trainingsprogramma betreffen. +**2.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van jeugddetentie plaatsvindt waarvan de totale duur die van een ondergane voorlopige hechtenis met een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen duur overschrijdt, nemen deel aan een scholings- en trainingsprogramma. Het programma staat ten dienste aan de begeleiding van de jeugdige in aansluiting op het verblijf in een justitiële jeugdinrichting. -**3.** Met inachtneming van de regels ingevolge het tweede lid kan Onze Minister bepalen welke jeugdigen voor deelname aan een scholings- en trainingsprogramma in aanmerking komen. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven die in elk geval de inhoud, de voorwaarden voor en het toezicht op deelname, de gevolgen van niet-nakoming van de voorwaarden en de rechtspositie van de deelnemers aan een scholings- en trainingsprogramma betreffen. + +**4.** Met inachtneming van de regels ingevolge het derde lid kan Onze Minister bepalen welke jeugdigen voor deelname aan een scholings- en trainingsprogramma in aanmerking komen. + +**5.** Bij het niet voldoen aan de voorwaarden voor deelname, bedoeld in het derde lid, kan de directeur de deelname beëindigen en wordt de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen in de inrichting voortgezet. + +**6.** De jeugdige heeft het recht bij de directeur een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen, strekkende tot deelname aan een scholings- of trainingsprogramma. Artikel 66, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3a -**1.** Onze Minister subsidieert of houdt in stand landelijke voorzieningen van residentiële hulpverlening bestemd voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in de artikelen 77h van het Wetboek van Strafrecht alsmede voor de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg. +**1.** Onze Minister subsidieert of houdt in stand landelijke voorzieningen van residentiële hulpverlening ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in de artikelen 77h van het Wetboek van Strafrecht alsmede voor de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg. **2.** De inrichtingen worden onderscheiden in rijksinrichtingen en particuliere inrichtingen. @@ -116,7 +124,7 @@ De directeur is bevoegd aan de jeugdigen aanwijzingen te geven, voor zover zulks a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; b. een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming; c. hun geestelijke of lichamelijke ontwikkeling; -d. de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan. +d. de uitvoering van het perspectiefplan. De jeugdigen zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen. @@ -124,16 +132,26 @@ De jeugdigen zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen. Aan de directeur is voorbehouden de beslissing omtrent: -a. de onderbrenging van een kind in een inrichting als bedoeld in artikel 13, tweede en vijfde lid; -b. de voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling, bedoeld in artikel 22a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 22b, derde lid; -c. de uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, onder a en b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid, en 24, tweede lid, alsmede de verlenging van uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; -d. de plaatsing in afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a en b, de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, derde lid, en de tenuitvoerlegging van de afzondering in een andere inrichting of afdeling, bedoeld in artikel 26; -e. de tijdelijke overplaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste, onderscheidenlijk het derde lid; -f. de beperking en de intrekking van verlof en proefverlof, bedoeld in de artikelen 28, 29, 30 en 31; -g. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; -h. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; -i. de bevestiging van mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; -j. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55, de toepassing van artikel 56, eerste en tweede lid, en artikel 57, derde en vierde lid. +a. de deelname aan en beëindiging van de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma; +b. de onderbrenging van een kind in een inrichting als bedoeld in artikel 16, eerste en vierde lid; +c. de voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling, bedoeld in artikel 22a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 22b, derde lid; +d. de uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, onder a en b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid, en 24, tweede lid, alsmede de verlenging van uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; +e. de plaatsing in afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a en b, de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, derde lid, en de tenuitvoerlegging van de afzondering in een andere inrichting of afdeling, bedoeld in artikel 26; +f. de tijdelijke overplaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste, onderscheidenlijk het derde lid; +g. de beperking en intrekking van het verlof bedoeld in de artikelen 28, 29, en 30; +h. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; +i. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; +j. de bevestiging van mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; +k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55, de toepassing van artikel 56, eerste en tweede lid, en artikel 57, derde en vierde lid. + +**5.** + +In afwijking van het bepaalde in het tweede en vierde lid, kan de directeur een afdelingshoofd machtigen tot het nemen van de volgende beslissingen: + +a. de uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten, bedoeld in de artikelen 23, derde lid, en 24, eerste lid, de verlenging van de uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten, bedoeld in artikel 23, tweede lid en vierde lid, en artikel 24, tweede lid; +b. de plaatsing in afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid. + +**6.** Indien de onder het vijfde lid genomen beslissingen worden genomen door een afdelingshoofd dan wordt de directeur daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien uren na het nemen van die beslissing, op de hoogte gesteld. ### Artikel 5 @@ -168,91 +186,49 @@ d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven om ### Artikel 7a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onze Minister houdt toezicht op het verblijf van personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een inrichting plaatsvindt. -## Hoofdstuk III. Bestemming +**2.** De door Onze Minister aangewezen ambtenaren worden daartoe alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt en zij hebben te allen tijde toegang tot een zodanige inrichting. Zij zijn, onder verplichting van geheimhouding tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is, bevoegd de op personen als bedoeld in het eerste lid betrekking hebbende stukken in te zien. + +**3.** Onze Minister stelt regels omtrent het houden van aantekeningen als bedoeld in artikel 77t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht en omtrent het houden van aantekeningen van andere belangrijke voorvallen ten tijde van het verblijf in de inrichting. Onze Minister kan daartoe een model vaststellen. + +## Hoofdstuk III. De inrichting ### Artikel 8 -**1.** Onze Minister bepaalt de bestemming van elke inrichting of afdeling ingevolge de artikelen 9 tot en met 15. Hij stelt regels voor de plaatsing en de overplaatsing van de jeugdigen. +**1.** -**2.** Onze Minister kan delen van een inrichting als afdeling met een aparte bestemming aanwijzen. +Inrichtingen zijn bestemd voor: -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de opvang en de behandeling in inrichtingen plaatshebben. +a. personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en de officier van justitie voornemens is te vorderen dat recht zal worden gedaan overeenkomstig artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht; +b. personen aan wie de straf van jeugddetentie, daaronder begrepen vervangende jeugddetentie, is opgelegd; +c. personen in vreemdelingenbewaring, voor zover zij de leeftijd van twaalf jaar wel maar die van achttien jaar nog niet hebben bereikt; +d. personen ten aanzien van wie een bevel tot gijzeling is gegeven, voor zover zij de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; +e. personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd; +f. personen ten aanzien van wie een machtiging als bedoeld in artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg is gegeven; +g. personen die in de inrichting verblijven en ten aanzien van wie een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven, in afwachting van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen; +h. personen aan wie met toepassing van artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht de maatregel van terbeschikkingstelling als bedoeld in de artikel 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht werd opgelegd, voorzover de jeugdige ten tijde van de tenuitvoerlegging de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, en ten aanzien van wie Onze Minister, of de rechter blijkens het vonnis of arrest waarbij de maatregel werd opgelegd, heeft bepaald dat de plaatsing van de jeugdige in een inrichting gelet op diens ontwikkeling aangewezen is. + +**2.** Onze Minister bepaalt de bestemming van elke inrichting of afdeling. Onze Minister kan delen van een inrichting als afdeling met een aparte bestemming aanwijzen. + +**3.** Inrichtingen of afdelingen daarvan kunnen door Onze Minister worden aangewezen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling behoeven. Deze bijzondere opvang of behandeling kan verband houden met de leeftijd, de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige of de uitvoering van het perspectiefplan, alsmede met het delict waarvoor of de titel waarop de jeugdige in een inrichting verblijft. + +**4.** Onze Minister wijst inrichtingen, afdelingen of plaatsen aan, waarin kinderen van de jeugdige tot een in de aanwijzing aangegeven leeftijd met de jeugdige kunnen worden ondergebracht. + +**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop het onderbrengen van jeugdigen in inrichtingen plaats heeft dan wel omtrent de wijze waarop de bijzondere bestemming invulling krijgt. + +**6.** Onze Minister kan ten aanzien van de in het eerste lid onder h. aangeduide personen bepalen dat de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling kan voortduren ook nadat de leeftijd van 21 jaar is bereikt, maar de behandeling zich tegen onmiddellijke overplaatsing verzet. In deze gevallen wordt de jeugdige zo snel als de behandeling dit toelaat, overgeplaatst naar een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b. van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden. ### Artikel 9 -**1.** Inrichtingen zijn te onderscheiden in opvanginrichtingen en behandelinrichtingen. +**1.** In de inrichting worden mannelijke en vrouwelijke jeugdigen gescheiden ondergebracht. -**2.** +**2.** De directeur kan jeugdigen van verschillend geslacht die in dezelfde inrichting verblijven in de gelegenheid stellen gezamenlijk aan activiteiten deel te nemen. -Opvanginrichtingen zijn bestemd voor de onderbrenging van: - -a. personen ten aanzien van wie een bevel tot voorlopige hechtenis is gegeven, voor zover zij ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waarvan zij worden verdacht, de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt; -b. personen aan wie de straf van jeugddetentie, daaronder begrepen vervangende jeugddetentie, is opgelegd; -c. personen in vreemdelingenbewaring, voor zover zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt; -d. personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, dan wel personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en ten aanzien van wie een rechterlijke machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen is gegeven, personen ten aanzien van wie artikel 29k, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg toepassing heeft gevonden en die bij plaatsing de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt voor zolang opname in de voor hen bestemde plaats niet mogelijk is dan wel voor zolang die plaats nog niet bepaald is dan wel indien voor hen geen andere plaats bestemd is; -e. personen die in een behandelinrichting verblijven en aan wie de maatregel van tijdelijke overplaatsing naar een opvanginrichting is opgelegd; -f. personen ten aanzien van wie een bevel tot gijzeling is gegeven, voor zover zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt. +**3.** Onze Minister kan inrichtingen of afdelingen aanwijzen, waarin van het eerste lid wordt afgeweken vanwege de bijzondere bestemming van de inrichting of de afdeling. ### Artikel 10 -**1.** Behandelinrichtingen zijn bestemd voor de onderbrenging van personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, alsmede voor de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in artikel 29k, tweede lid van de Wet op de jeugdzorg. - -**2.** Onder behandeling wordt verstaan een samenstel van handelingen gericht op het bij jeugdigen voorkomen, verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden. - -### Artikel 11 - -**1.** De plaatsing in een behandelinrichting van een persoon aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd geschiedt voordat de termijn van de maatregel drie maanden heeft gelopen. - -**2.** Indien de plaatsing niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn mogelijk is, kan de selectiefunctionaris deze termijn telkens met drie maanden verlengen. - -**3.** Met een beslissing tot verlenging als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld de weigering om binnen de in het eerste lid genoemde termijn te beslissen. - -### Artikel 11a - -**1.** De jeugdige ten aanzien van wie met toepassing van artikel 29k, tweede lid van de Wet op de jeugdzorg is bepaald dat hij in een inrichting wordt geplaatst, heeft aanspraak op die plaatsing. Een jeugdige heeft slechts aanspraak op deze plaatsing als de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, die werkzaam is in de provincie waarin de jeugdige duurzaam verblijft, een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat hij op die plaatsing is aangewezen. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor gevallen waarin het besluit bedoeld in de tweede volzin niet afgewacht kan worden. Daarbij kan worden afgeweken van de tweede volzin. - -**2.** De jeugdige, bedoeld in het eerste lid, kan worden overgeplaatst naar een beperkt beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a. - -### Artikel 12 - -**1.** In opvanginrichtingen worden mannelijke en vrouwelijke jeugdigen gescheiden ondergebracht. - -**2.** Onze Minister kan opvanginrichtingen of -afdelingen aanwijzen waarin van het eerste lid wordt afgeweken vanwege de bestemming van de inrichting of de afdeling voor bijzondere opvang, bedoeld in artikel 15. - -**3.** De directeur kan jeugdigen van verschillend geslacht die in dezelfde opvanginrichting verblijven in de gelegenheid stellen gezamenlijk aan activiteiten deel te nemen. - -**4.** In behandelinrichtingen worden mannelijke en vrouwelijke jeugdigen gescheiden dan wel tezamen ondergebracht. - -### Artikel 13 - -**1.** Onze Minister wijst de inrichtingen of de afdelingen aan waarin kinderen van de jeugdige tot een in de aanwijzing aangegeven leeftijd kunnen worden ondergebracht. - -**2.** - -Indien een jeugdige een kind in de inrichting of de afdeling, bedoeld in het eerste lid, wil onderbrengen ten einde het aldaar te verzorgen en op te voeden behoeft hij de toestemming van de directeur. De directeur geeft deze toestemming, voor zover dit verblijf zich verdraagt met de volgende belangen: - -a. de bescherming van de persoonlijke veiligheid of de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind; -b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; -c. de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan; -d. de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; -e. het over het kind gestelde gezag. - -**3.** De directeur kan aan de toestemming voorwaarden verbinden met het oog op een belang als bedoeld in het tweede lid. - -**4.** De directeur kan over een door hem voorgenomen onderbrenging van een kind in de inrichting of afdeling het advies inwinnen van de raad voor de kinderbescherming. - -**5.** De directeur kan de toestemming intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in het tweede lid, of indien de jeugdige een bepaalde voorwaarde niet nakomt. Indien de directeur een nader onderzoek nodig oordeelt, kan hij de medewerking van de raad voor de kinderbescherming inroepen. - -**6.** De directeur is verplicht de toestemming in te trekken, indien de onderbrenging van het kind in de inrichting in strijd komt met enige op het gezag over het kind betrekking hebbende beslissing. - -**7.** In de huisregels worden nadere regels gesteld omtrent het verblijf van kinderen in de inrichting. - -**8.** De kosten van de verzorging van het kind komen voor rekening van het Rijk, voor zover de jeugdige dan wel degene die belast is met het gezag over het kind, niet zelf in die kosten kan voorzien. - -### Artikel 14 - **1.** Inrichtingen of afdelingen daarvan zijn naar de mate van beveiliging als volgt te onderscheiden en aan te duiden: @@ -262,47 +238,92 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling. **2.** Onze Minister bepaalt ten aanzien van elke inrichting of afdeling daarvan de mate van beveiliging, bedoeld in het eerste lid. -### Artikel 15 - -**1.** Inrichtingen of afdelingen daarvan kunnen door Onze Minister worden bestemd voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling behoeven. - -**2.** De bijzondere opvang of behandeling, bedoeld in het eerste lid, kan verband houden met de leeftijd, de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdigen of de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan, alsmede met het delict waarvoor zij in een inrichting zijn opgenomen. - -**3.** Onze Minister bepaalt de criteria waaraan jeugdigen moeten voldoen om voor plaatsing in een inrichting of een afdeling met een bijzondere opvang of behandeling als bedoeld in het eerste lid, in aanmerking te komen. - ## Hoofdstuk IV. Plaatsing en plaatsingsprocedure ### Paragraaf 1. Plaatsing en overplaatsing -### Artikel 16 +### Artikel 11 -**1.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen is gelast, worden, voor zover de tenuitvoerlegging in een inrichting plaatsvindt, geplaatst in een inrichting of afdeling dan wel overgeplaatst naar een inrichting of afdeling overeenkomstig de bestemming daarvan ingevolge hoofdstuk III. Van het bepaalde omtrent de bestemming kan worden afgeweken op gronden gelegen in de persoon van de betrokkene. Indien een persoon voor plaatsing in meer dan één inrichting of afdeling in aanmerking komt, geschiedt deze met inachtneming van artikel 2, tweede, derde en vierde lid. +Onze Minister kan nadere regels stellen over: -**2.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen is gelast kunnen in aansluiting op hun verblijf in de inrichting in de gelegenheid worden gesteld tot deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. Bij het niet voldoen aan de voorwaarden voor deelname, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan de deelname worden beëindigd. +a. de plaatsing, overplaatsing en overbrenging van jeugdigen; +b. de procedure van plaatsing, overplaatsing en overbrenging; +c. de criteria waaraan jeugdigen moeten voldoen voor plaatsing in een inrichting of afdeling met een bijzondere bestemming, als bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid; +d. de onderbrenging van kinderen van jeugdigen in de inrichting, afdeling of plaats waar de jeugdige verblijft. -**3.** Met de plaatsing en overplaatsing, bedoeld in het eerste lid en de beslissingen, bedoeld in het tweede lid, zijn door Onze Minister als zodanig aangewezen selectiefunctionarissen belast. Deze zijn bevoegd de overbrenging van personen te bevelen naar de voor hen bestemde inrichting of afdeling dan wel ten behoeve van deelname aan het voor hen bestemde scholings- en trainingsprogramma dan wel de beëindiging hiervan. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe door hen aangewezen personeelsleden of medewerkers. De inrichting is verplicht de jeugdige op te nemen. +### Artikel 12 -**4.** De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van het openbaar ministerie en van de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd, in aanmerking. De selectiefunctionarissen nemen bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van de stichting voor zover mogelijk in acht. +**1.** Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen is gelast, worden, voor zover de tenuitvoerlegging in een inrichting plaatsvindt, geplaatst in een inrichting of afdeling dan wel overgeplaatst naar een inrichting of afdeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met vierde lid. De plaatsing geschiedt met inachtneming van de titel van de vrijheidsbeneming, de persoon van de jeugdige of de benodigde mate van beveiliging. -**5.** De selectiefunctionarissen nemen de beslissing om een jeugdige te plaatsen op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling als bedoeld in artikel 22a, onderscheidenlijk artikel 22b, na advies van een psychiater, die voor zover mogelijk overleg heeft gevoerd met de behandelend gedragsdeskundige. +**2.** Personen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen e en h, worden in elk geval geplaatst in een inrichting of op een afdeling waar behandeling plaats kan vinden. -**6.** In geval van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van een jeugdige kan de selectiefunctionaris, met inachtneming van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, bepalen dat de jeugdige naar een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen zal worden overgebracht om daar zolang als dat noodzakelijk is te worden verpleegd. +**3.** Met de plaatsing en overplaatsing zijn door Onze Minister aangewezen selectiefunctionarissen belast. Deze zijn bevoegd daartoe de overbrenging van personen te bevelen. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe door hen aangewezen personeelsleden of medewerkers. -**7.** Onze Minister stelt nadere regels vast omtrent de procedure van plaatsing en overplaatsing en overbrenging, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk het zesde lid, en omtrent de wijze waarop het vervoer van de jeugdige plaatsvindt. +**4.** De inrichting is verplicht de jeugdige op te nemen. -### Artikel 16a +**5.** De selectiefunctionaris neemt bij de beslissing tot plaatsing, overplaatsing of overbrenging de aanwijzingen van het openbaar ministerie en van de autoriteiten die de straf of maatregel hebben opgelegd, in aanmerking. De selectiefunctionaris neemt bij de beslissing, bedoeld in het eerste lid, de aanwijzingen van de stichting voor zover mogelijk in acht. -**1.** In afwijking van artikel 16, eerste lid, eerste volzin, kan de selectiefunctionaris bepalen dat een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel is gelast en die in een politiecel verblijft, daar voor een periode van maximaal tien dagen zal verblijven, nadat hij heeft vastgesteld dat er voor deze persoon geen plaats is in een inrichting. De politiecel voldoet aan de regels die voor politiecellencomplexen zijn vastgesteld. +**6.** De selectiefunctionaris neemt de beslissing om een jeugdige te plaatsen op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling als bedoeld in artikel 22a, onderscheidenlijk artikel 22b, na advies van een psychiater, die voor zover mogelijk overleg heeft gevoerd met de behandelend gedragsdeskundige. + +**7.** De selectiefunctionaris neemt de beslissing om een jeugdige te plaatsen op een individuele trajectafdeling als bedoeld in artikel 22c, na daarover advies te hebben ingewonnen van de adviescommissie. + +**8.** In geval van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van een jeugdige kan de selectiefunctionaris, met inachtneming van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, bepalen dat de jeugdige naar een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen zal worden overgebracht om daar zolang als dat noodzakelijk is te worden verpleegd. + +**9.** De selectiefunctionaris kan, op verzoek van de directeur, beslissen dat de vrijheidsbenemende straf tijdelijk buiten de inrichting op een plaats als bedoeld in artikel 8, vierde lid, ten uitvoer wordt gelegd. + +### Artikel 13 + +**1.** Een plaatsing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, geschiedt voordat de termijn van de maatregel drie maanden is verstreken. + +**2.** Indien de plaatsing niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn mogelijk is, kan de selectiefunctionaris deze termijn telkens met drie maanden verlengen. + +**3.** Met een beslissing tot verlenging als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld de weigering om binnen de in het eerste lid genoemde termijn te beslissen. + +### Artikel 14 + +**1.** De jeugdige ten aanzien van wie met toepassing van artikel 29k, tweede lid van de Wet op de jeugdzorg is bepaald dat hij in een inrichting wordt geplaatst, heeft aanspraak op die plaatsing. Een jeugdige heeft slechts aanspraak op deze plaatsing als de stichting, die werkzaam is in de provincie waarin de jeugdige duurzaam verblijft, een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat hij op die plaatsing is aangewezen. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor gevallen waarin het besluit bedoeld in de tweede volzin niet afgewacht kan worden. Daarbij kan worden afgeweken van de tweede volzin. + +**2.** De jeugdige, bedoeld in het eerste lid, kan worden overgeplaatst naar een beperkt beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a. + +### Artikel 15 + +**1.** In afwijking van artikel 12, eerste lid, eerste volzin, kan de selectiefunctionaris bepalen dat een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel is gelast en die in een politiecel verblijft, daar voor een periode van maximaal tien dagen zal verblijven, nadat hij heeft vastgesteld dat er voor deze persoon geen plaats is in een inrichting. De politiecel voldoet aan de regels die voor politiecellencomplexen zijn vastgesteld. **2.** Het eerste lid kan voor een jeugdige in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar worden toegepast, met dien verstande dat de maximale termijn voor verblijf in een politiecel dan drie dagen bedraagt en het verblijf alleen mag worden toegepast in afwachting van het regelen van vervoer naar de plaats in een inrichting. +### Artikel 16 + +**1.** + +Indien een jeugdige een kind in de inrichting of afdeling als bedoeld in artikel 8, vierde lid, wil onderbrengen ten einde het aldaar te verzorgen en op te voeden, behoeft hij de toestemming van de directeur. De directeur geeft deze toestemming, voor zover dit verblijf zich verdraagt met de volgende belangen: + +a. de bescherming van de persoonlijke veiligheid of de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind; +b. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; +c. de uitvoering van het perspectiefplan; +d. de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; +e. het over het kind gestelde gezag. + +**2.** De directeur kan aan de toestemming voorwaarden verbinden met het oog op een belang als bedoeld in het eerste lid. + +**3.** De directeur kan over een door hem voorgenomen onderbrenging van een kind in de inrichting of afdeling het advies inwinnen van de raad voor de kinderbescherming. + +**4.** De directeur kan de toestemming intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in het eerste lid, of indien de jeugdige een bepaalde voorwaarde niet nakomt. Indien de directeur een nader onderzoek nodig oordeelt, kan hij de medewerking van de raad voor de kinderbescherming inroepen. + +**5.** De directeur is verplicht de toestemming in te trekken, indien de onderbrenging van het kind in de inrichting in strijd komt met enige op het gezag over het kind betrekking hebbende beslissing. + +**6.** In de huisregels worden nadere regels gesteld omtrent het verblijf van kinderen in de inrichting. + +**7.** De kosten van de verzorging van het kind komen voor rekening van het Rijk, voor zover de jeugdige dan wel degene die belast is met het gezag over het kind, niet zelf in die kosten kan voorzien. + +**8.** Onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met het zevende lid kan de directeur de selectiefunctionaris verzoeken de jeugdige en het kind elders te plaatsen. + ### Artikel 17 -**1.** De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de jeugdigen die overeenkomstig artikel 16 zijn geplaatst in de inrichting of afdeling met het beheer waarvan hij is belast. +**1.** De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de jeugdigen die overeenkomstig artikel 12 zijn geplaatst in de inrichting of afdeling met het beheer waarvan hij is belast. **2.** De directeur wijst iedere jeugdige een kamer toe. -**3.** De directeur kan onderdelen van de inrichting of de afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling in de zin van artikel 15, tweede lid, behoeven. +**3.** De directeur kan onderdelen van de inrichting of de afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling in de zin van artikel 8, derde lid, behoeven. **4.** De directeur bepaalt de criteria waaraan de jeugdige moet voldoen om voor onderbrenging als bedoeld in het derde lid in aanmerking te komen. @@ -324,13 +345,12 @@ b. normaal beveiligd: een gesloten inrichting of afdeling. De betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing: -a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 11, tweede lid; -b. tot plaatsing of overplaatsing of overbrenging als bedoeld in artikel 16, eerste onderscheidenlijk vijfde lid; -c. tot plaatsing of overplaatsing op een afdeling als bedoeld in artikel 22a of 22b; -d. tot beëindiging van zijn deelname aan een scholings- en trainingsprogramma; -e. tot het gebruiken van geweld of aanwenden van vrijheidsbeperkende middelen, bedoeld in artikel 40, tweede lid. +a. tot verlenging van de termijn, bedoeld in artikel 13, tweede lid; +b. tot plaatsing of overplaatsing of overbrenging als bedoeld in artikel 12, eerste onderscheidenlijk achtste lid; +c. tot plaatsing of overplaatsing op een afdeling als bedoeld in de artikelen 22a, 22b, 22c en 22d; +d. tot het gebruiken van geweld of aanwenden van vrijheidsbeperkende middelen, bedoeld in artikel 40, tweede lid. -**2.** Op de wijze van indiening is artikel 66, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de wijze van indiening is artikel 66, tweede, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing. **3.** De selectiefunctionaris stelt de betrokkene in de gelegenheid schriftelijk of mondeling diens bezwaarschrift toe te lichten, tenzij hij het aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht. @@ -340,32 +360,25 @@ e. tot het gebruiken van geweld of aanwenden van vrijheidsbeperkende middelen, b ### Artikel 19 -**1.** - -De betrokkene heeft het recht bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot: - -a. plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling; -b. deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. +**1.** De betrokkene heeft het recht bij de selectiefunctionaris een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling. **2.** Met een verzoekschrift wordt gelijkgesteld een akkoordverklaring van de jeugdige met het selectieadvies van de directeur van de inrichting. -**3.** De artikelen 66, tweede en vierde lid, en 18, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**3.** De artikel 66, tweede en zesde lid, en 18, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. **4.** Indien het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, is afgewezen, kan twee maanden na de ontvangst van deze afwijzing opnieuw een verzoekschrift worden ingediend. -## Hoofdstuk V. Verblijfsplan en behandelplan +## Hoofdstuk V. Perspectiefplan ### Artikel 20 -**1.** De directeur van een opvanginrichting kan voor een jeugdige een verblijfsplan vaststellen. Hij stelt in elk geval een verblijfsplan vast voor een jeugdige met een strafrestant van drie maanden of meer. Alvorens het plan vast te stellen overlegt hij met de jeugdige. +**1.** De directeur van een inrichting stelt uiterlijk binnen drie weken na de binnenkomst van de jeugdige een perspectiefplan voor hem vast. Alvorens het plan vast te stellen, overlegt hij met de jeugdige. De eerste volzin is niet van toepassing op jeugdigen die in de inrichting een vervangende jeugddetentie ondergaan van een kortere duur dan drie weken. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan een verblijfsplan ten minste moet voldoen, de voorschriften die bij wijziging daarvan in acht genomen moeten worden en de periodieke evaluatie van het verblijfsplan. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan een perspectiefplan ten minste moet voldoen, de voorschriften die bij wijziging daarvan in acht genomen moeten worden en de periodieke evaluatie van het perspectiefplan. ### Artikel 21 -**1.** De directeur van een behandelinrichting draagt zorg dat binnen zes weken na binnenkomst van de jeugdige in de inrichting een behandelplan wordt vastgesteld. Alvorens het plan vast te stellen overlegt hij met de jeugdige. - -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan het behandelplan ten minste moet voldoen, de voorschriften die bij wijziging daarvan in acht genomen moeten worden en de periodieke evaluatie van het behandelplan. +Vervallen ## Hoofdstuk VI. Bewegingsvrijheid @@ -373,7 +386,7 @@ b. deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. ### Artikel 22 -In inrichtingen verblijven jeugdigen in groepen en nemen deel aan gemeenschappelijke activiteiten gedurende ten minste twaalf uren per dag gedurende de week en ten minste acht en een half uren per dag gedurende het weekeinde. De jeugdigen houden zich gedurende de voor de nachtrust bestemde uren in hun kamer op, tenzij zij als onderdeel van het regime van de inrichting deelnemen aan meerdaagse activiteiten buiten de inrichting. +In inrichtingen verblijven jeugdigen in groepen en nemen deel aan gemeenschappelijke activiteiten gedurende ten minste 77 uren per week waarvan ten minste acht en een half uren per dag. De jeugdigen houden zich gedurende de voor de nachtrust bestemde uren in hun kamer op, tenzij zij als onderdeel van het regime van de inrichting deelnemen aan meerdaagse activiteiten buiten de inrichting. ### Artikel 22a @@ -413,11 +426,38 @@ De plaatsing geschiedt alleen indien dit noodzakelijk is ter stabilisatie en beh ### Artikel 22c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Op een door Onze Minister als zodanig aangewezen individuele trajectafdeling nemen jeugdigen deel aan gemeenschappelijke activiteiten gedurende ten minste zes uren per dag door de week en ten minste vier uren in het weekeinde. + +**2.** + +Een jeugdige kan op een individuele trajectafdeling worden geplaatst indien: + +a. de jeugdige extra individuele begeleiding behoeft, +b. de behoefte aan extra individuele begeleiding het gevolg is van een persoonlijkheidsstoornis en +c. de jeugdige ten gevolge van het gestelde onder a en b niet in een inrichting kan verblijven met een regime als bedoeld in artikel 22. + +**3.** Het verblijf van de jeugdige is gericht op de bevordering van de terugkeer in een regime als bedoeld in artikel 22 of de terugkeer van de jeugdige in de samenleving. + +**4.** Een jeugdige die op een individuele trajectafdeling is geplaatst, verblijft, in afwijking van artikel 1, onder v, in een groep van tenminste twee personen. + +**5.** De directeur van de inrichting waar de jeugdige op de individuele trajectafdeling is geplaatst, bepaalt telkens binnen ten hoogste zes maanden en na het advies te hebben ingewonnen van de adviescommissie of de noodzaak tot voortzetting van het verblijf op de afdeling voor individuele trajectafdeling nog bestaat. + +**6.** Onze Minister stelt nadere regels omtrent de taak, samenstelling en werkwijze van de adviescommissie, bedoeld in het vijfde lid. ### Artikel 22d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onze Minister kan bepalen dat een jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, voor een periode van ten hoogste zeven weken ter observatie wordt geplaatst in een daartoe aangewezen inrichting. + +**2.** Onze Minister kan, indien dit noodzakelijk is, de termijn genoemd in het eerste lid met ten hoogste vier weken verlengen. + +**3.** De jeugdige keert na het verstrijken van de observatietermijn terug naar de inrichting waar hij voorheen was geplaatst, tenzij uit de observatierapportage blijkt dat overplaatsing naar een andere inrichting aangewezen is. + +**4.** + +De plaatsing ter observatie kan op verzoek van de directeur van de inrichting waar de jeugdige verblijft plaatsvinden in de volgende gevallen: + +a. indien daartoe uit het oogpunt van de behandeling van de jeugdige aanleiding bestaat; +b. indien deze noodzakelijk wordt geacht met het oog op de opstelling van een advies ten behoeve van verlenging van de maatregel. ### Artikel 23 @@ -426,7 +466,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden De directeur kan een jeugdige gedurende ten hoogste een week na zijn binnenkomst in de inrichting uitsluiten van het verblijf in een groep en zijn deelname aan gemeenschappelijke activiteiten beperken tot ten minste zes uren per dag, indien dit noodzakelijk is: a. ter voorbereiding van de beslissing omtrent onderbrenging van de jeugdige in de groep; -b. ten behoeve van de vaststelling van een verblijfs- of behandelplan. +b. ten behoeve van de vaststelling van een perspectiefplan. **2.** De directeur kan de periode, bedoeld in het eerste lid, tweemaal met ten hoogste een week verlengen, indien hij na overleg met een gedragsdeskundige tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak hiertoe nog bestaat. @@ -435,7 +475,7 @@ b. ten behoeve van de vaststelling van een verblijfs- of behandelplan. De directeur kan de jeugdige gedurende ten hoogste een week uitsluiten van verblijf in de groep of beperken in de deelname aan gemeenschappelijke activiteiten, indien dit noodzakelijk is in het belang van: a. zijn geestelijke of lichamelijke ontwikkeling; -b. de uitvoering van het hem betreffende verblijfs- of behandelplan. +b. de uitvoering van het hem betreffende perspectiefplan. **4.** De directeur kan de uitsluiting of beperking, bedoeld in het derde lid, telkens met ten hoogste een week verlengen, indien hij na overleg met een gedragsdeskundige tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak hiertoe nog bestaat. @@ -443,7 +483,11 @@ b. de uitvoering van het hem betreffende verblijfs- of behandelplan. ### Artikel 23a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Een personeelslid of medewerker kan de jeugdige voor een maximale aaneengesloten duur van een uur uitsluiten van het verblijf in de groep of van gemeenschappelijke activiteiten indien het gedrag van de jeugdige verstorend is voor de rust in de groep, en in verband daarmee de kortdurende uitsluiting ertoe bijdraagt dat het gedrag van de jeugdige gunstig wordt beïnvloed. + +**2.** Een uitsluiting als bedoeld in het eerste lid kan op een dag herhaaldelijk worden toegepast, met dien verstande dat de totale duur van de uitsluitingen de twee uren per etmaal niet overstijgt. + +**3.** De directeur houdt van de oplegging van de maatregel van uitsluiting, bedoeld in het eerste lid, en de herhaalde toepassing, bedoeld in het tweede lid, aantekening in een register. De directeur stelt aan de hand van dit register elke drie maanden de commissie van toezicht van de toepassing van de maatregel op de hoogte en treedt daarover met de commissie in overleg. ### Paragraaf 2. Ordemaatregelen @@ -554,19 +598,11 @@ b. de jeugdige een gevaar voor zichzelf of de omgeving oplevert. **4.** De directeur kan het verlof intrekken, indien dit noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de jeugdige voor de veiligheid van anderen dan de jeugdige of de algemene veiligheid van personen of goederen of indien de jeugdige een bepaalde voorwaarde niet nakomt. -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. Deze betreffen in elk geval de criteria waaraan een jeugdige moet voldoen om voor het verlof in aanmerking te komen, de bevoegdheid tot en de wijze van verlening, weigering, beperking en intrekking alsmede de duur en frequentie van het verlof en de voorwaarden die aan het verlof kunnen worden verbonden. +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof. Deze betreffen in elk geval de criteria waaraan een jeugdige moet voldoen om voor het verlof in aanmerking te komen, de bevoegdheid tot en de wijze van verlening, weigering, beperking en intrekking alsmede de duur, frequentie en het doel van het verlof en de voorwaarden die aan het verlof kunnen worden verbonden. ### Artikel 31 -**1.** De directeur kan, met machtiging van Onze Minister, de jeugdige die in de inrichting verblijft op grond van de tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, proefverlof verlenen. - -**2.** De directeur kan het proefverlof, bedoeld in het eerste lid, slechts verlenen, indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de jeugdige voor de veiligheid van anderen dan de jeugdige of voor de algemene veiligheid van personen of goederen dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is hem bij wijze van proef in de maatschappij te doen terugkeren. - -**3.** Artikel 30, tweede, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. De bijzondere voorwaarden kunnen inhouden dat de jeugdige zich voor het verkrijgen van hulp en steun wendt tot een in de machtiging van Onze Minister aangewezen instelling, die aan bepaalde, bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, voldoet. - -**4.** De jeugdige aan wie proefverlof is verleend, geniet, behoudens de verplichtingen die voortvloeien uit de hem opgelegde voorwaarden, vrijheid van beweging. - -**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het proefverlof nadere regels gesteld. +Vervallen ## Hoofdstuk VII. Controle en geweldgebruik @@ -679,7 +715,7 @@ a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; b. de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten; c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven; d. de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; -e. de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan. +e. de uitvoering van het perspectiefplan. **5.** De directeur draagt zorg dat de niet uitgereikte brieven of andere poststukken dan wel bijgesloten voorwerpen, hetzij worden teruggegeven aan de jeugdige of voor diens rekening worden gezonden aan de verzender of een door de jeugdige op te geven adres, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de jeugdige worden bewaard, hetzij met toestemming van de jeugdige worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten. @@ -720,7 +756,7 @@ l. andere door Onze Minister of de directeur aan te wijzen personen of instantie **6.** De directeur kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. -**7.** De in artikel 42, eerste lid, onder f, g en h, genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de jeugdige. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de jeugdige op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens dit bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de jeugdige onderhouden, behoudens ingeval de directeur, na overleg met de desbetreffende bezoeker, van mening is dat van de jeugdige een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker. In dat geval laat de directeur voor het bezoek weten welke toezichthoudende maatregelen genomen worden om het onderhoud zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. De toezichthoudende maatregelen mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen de jeugdige en diens rechtsbijstandverlener bij derden bekend kunnen worden. +**7.** De in artikel 42, eerste lid, onder f, g en h, genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de jeugdige. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de jeugdige op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Indien de in artikel 42, eerste lid, onder k, genoemde personen vanwege dringende verplichtingen of belemmeringen niet in staat blijken de jeugdige op de in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen gedurende de week te bezoeken, stelt de directeur hen buiten deze tijden, door de week of in het weekeinde, daartoe in de gelegenheid. Tijdens dit bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de jeugdige onderhouden, behoudens ingeval de directeur, na overleg met de desbetreffende bezoeker, van mening is dat van de jeugdige een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker. In dat geval laat de directeur voor het bezoek weten welke toezichthoudende maatregelen genomen worden om het onderhoud zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. De toezichthoudende maatregelen mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen de jeugdige en diens rechtsbijstandverlener bij derden bekend kunnen worden. ### Artikel 44 @@ -741,7 +777,7 @@ De directeur kan toestemming geven voor het voeren van een gesprek tussen de jeu a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; b. de bescherming van de openbare orde en de goede zeden; c. de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; -d. de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan; +d. de uitvoering van het perspectiefplan; e. de bescherming van de rechten en de vrijheden van anderen dan de jeugdige; f. de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten. @@ -823,7 +859,7 @@ De directeur kan een jeugdige toestemming geven hem toebehorende voorwerpen waar a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; b. de geestelijke of de lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; -c. de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan; +c. de uitvoering van het perspectiefplan; d. de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen. **3.** De directeur kan aan de toestemming, bedoeld in het tweede lid, voorwaarden verbinden die kunnen betreffen het gebruik van en de aansprakelijkheid voor deze voorwerpen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld krachtens welke de aansprakelijkheid van de directeur voor voorwerpen die een jeugdige ingevolge het tweede lid onder zich heeft wordt beperkt tot een bepaald bedrag. @@ -848,11 +884,11 @@ d. de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen. **1.** De jeugdige is verplicht tot het volgen van onderwijs dan wel tot het deelnemen aan andere activiteiten in het kader van zijn pedagogische vorming. -**2.** In het voor de jeugdige opgestelde verblijfs- of behandelplan wordt opgenomen welk onderwijs hij volgt of aan welke activiteiten in het kader van zijn pedagogische vorming hij deelneemt. Bij de keuze daarvan worden de mate van beveiliging van de inrichting of de afdeling en het voor de jeugdige geldende stelsel van vrijheden in acht genomen, en wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met redelijke wensen van de jeugdige, alsmede met die van zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders. +**2.** In het voor de jeugdige opgestelde perspectiefplan wordt opgenomen welk onderwijs hij volgt of aan welke activiteiten in het kader van zijn pedagogische vorming hij deelneemt. Bij de keuze daarvan worden de mate van beveiliging van de inrichting of de afdeling en het voor de jeugdige geldende stelsel van vrijheden in acht genomen, en wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met redelijke wensen van de jeugdige, alsmede met die van zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders. **3.** De directeur draagt zorg voor de beschikbaarheid van onderwijs en andere activiteiten in het kader van de pedagogische vorming, alsmede voor de voorziening daarin door daarvoor in aanmerking komende functionarissen. -**4.** Onze Minister stelt regels omtrent de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming kan worden verleend in de kosten die voor de jeugdige aan het volgen van onderwijs en het deelnemen aan activiteiten in het kader van zijn pedagogische vorming, voor zover hierin niet door de directeur van de inrichting kan worden voorzien, kunnen zijn verbonden. Deze voorwaarden kunnen betreffen de aard, de duur en de kosten van deze activiteiten alsmede de vooropleiding van de jeugdige en diens vorderingen. +**4.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming kan worden verleend in de kosten die voor de jeugdige aan het volgen van onderwijs en het deelnemen aan activiteiten in het kader van zijn pedagogische vorming, voor zover hierin niet door de directeur van de inrichting kan worden voorzien, kunnen zijn verbonden. Deze voorwaarden kunnen betreffen de aard, de duur en de kosten van deze activiteiten alsmede de vooropleiding van de jeugdige en diens vorderingen. **5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de eisen waaraan het onderwijs in de inrichting en de andere activiteiten in het kader van de pedagogische vorming moeten voldoen. @@ -866,7 +902,7 @@ d. de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen. **4.** De directeur draagt zorg dat de jeugdige in de gelegenheid wordt gesteld tot deelname aan recreatieve activiteiten gedurende ten minste twee uren per dag. -**5.** De directeur draagt zorg dat jeugdige in de gelegenheid wordt gesteld dagelijks ten minste een uur in de buitenlucht te verblijven. +**5.** De directeur draagt zorg dat de jeugdige in de gelegenheid wordt gesteld dagelijks ten minste een uur in de buitenlucht te verblijven. ## Hoofdstuk X. Disciplinaire straffen @@ -932,6 +968,15 @@ e. geldboete tot een bedrag van ten hoogste het zakgeld, bedoeld in artikel 51, **2.** Indien een straf ingevolge de hoofdstukken XII, XIII of XIV geheel of ten dele wordt herzien, houdt de directeur hiervan aantekening in een register. +**3.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders dan wel de stichting, worden van het opleggen van een straf, bedoeld in artikel 55, eerste lid, en van de redenen daarvan op de hoogte gesteld. Ten aanzien van jeugdigen van achttien jaar en ouder is de instemming van de jeugdige vereist. + +**4.** + +De directeur kan van het doen van mededelingen omtrent de redenen voor het opleggen van de straf afzien indien: + +a. de ouders, voogd, stiefouder of pleegouders te kennen hebben gegeven niet betrokken te willen worden bij het verblijf van de jeugdige in de inrichting; +b. zwaarwegende belangen van de jeugdige zich tegen het doen van deze mededelingen verzetten. + ### Artikel 59 **1.** De jeugdige aan wie de disciplinaire straf van opsluiting, bedoeld in artikel 55, eerste lid, onder a, is opgelegd is uitgesloten van deelname aan activiteiten, voor zover de directeur niet anders bepaalt en behoudens het dagelijks verblijf in de buitenlucht, bedoeld in artikel 53, derde lid. De directeur kan het contact met de buitenwereld, bedoeld in hoofdstuk VIII, gedurende de opsluiting beperken of uitsluiten. @@ -960,30 +1005,40 @@ c. een klaag- of beroepschrift in te dienen overeenkomstig de hoofdstukken XIII, De directeur stelt de jeugdige in de gelegenheid te worden gehoord, zoveel mogelijk in een voor de jeugdige begrijpelijke taal, alvorens hij beslist omtrent: -a. de weigering of de intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen, bedoeld in artikel 13; -b. de voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg of voor intensieve behandeling, bedoeld in artikel 22a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 22b, derde lid; -c. de uitsluiting van het verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, aanhef en onder a of b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid en 24, tweede lid, alsmede verlenging van de uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; -d. de plaatsing in afzondering en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 25, derde lid, en de toepassing van artikel 26; -e. de tijdelijke plaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste onderscheidenlijk derde lid; -f. de beperking en de intrekking van verlof en proefverlof, bedoeld in de artikelen 29, tweede lid, 30, derde en vierde lid, en 31, derde lid; -g. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; -h. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; -i. de bevestiging door mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; -j. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55 en de toepassing van de artikelen 56 en 57, derde lid; -k. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 25a, eerste lid, en 55a, eerste lid. +a. de weigering op het verzoek tot deelname aan een scholings- en trainingsprogramma, bedoeld in artikel 3, zesde lid, alsmede de beëindiging van de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma, bedoeld in artikel 3, vijfde lid; +b. de weigering of de intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen, bedoeld in artikel 16; +c. de voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg, bedoeld in artikel 22a, derde lid, op een afdeling voor intensieve behandeling, bedoeld in artikel 22b, derde lid, of een individuele trajectafdeling, bedoeld in artikel 22c, vijfde lid; +d. de uitsluiting van het verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, aanhef en onder a of b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid en 24, tweede lid, alsmede verlenging van de uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; +e. de plaatsing in afzondering en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 25, derde lid, en de toepassing van artikel 26; +f. de tijdelijke plaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste onderscheidenlijk derde lid; +g. de beperking en de intrekking van verlof, bedoeld in de artikelen 29, tweede lid, 30, derde en vierde lid; +h. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; +i. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; +j. de bevestiging door mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; +k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55 en de toepassing van de artikelen 56 en 57, derde lid; +l. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 25a, eerste lid, en 55a, eerste lid. **2.** Van het horen van de jeugdige wordt aantekening gehouden. **3.** -Toepassing van het eerste lid, onder c, d, e, f, g, h en i kan achterwege blijven indien: +Toepassing van het eerste lid, onder d, e, f, g, h, i en j kan achterwege blijven indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de gemoedstoestand van de jeugdige daaraan in de weg staat. Dit laat onverlet dat de jeugdige zo spoedig mogelijk achteraf alsnog wordt gehoord. -**4.** Een jeugdige vreemdeling wordt bij binnenkomst in de inrichting geïnformeerd over zijn recht de consulaire vertegenwoordiger van zijn land van zijn detentie op de hoogte te laten stellen. +**4.** + +Indien de beslissing tot + +a. de uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, onder a en b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid, en 24, tweede lid, alsmede de verlenging van uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; +b. de plaatsing in afzondering, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a en b, en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, derde lid; + +wordt genomen door een afdelingshoofd, stelt deze de jeugdige in de gelegenheid te worden gehoord. + +**5.** Een jeugdige vreemdeling wordt bij binnenkomst in de inrichting geïnformeerd over zijn recht de consulaire vertegenwoordiger van zijn land van zijn detentie op de hoogte te laten stellen. ### Artikel 62 @@ -1006,14 +1061,15 @@ d. de weigering van een contact met een vertegenwoordiger van de media als bedoe **1.** -De directeur draagt zorg dat ten dienste van de opvang en de behandeling van de jeugdige een dossier wordt aangelegd, waarin in ieder geval de volgende gegevens worden vastgelegd: +De directeur draagt zorg dat ten dienste van het verblijf van de jeugdige een dossier wordt aangelegd, waarin in ieder geval de volgende gegevens worden vastgelegd: a. rapporten uitgebracht door of aan de inrichting betreffende de tenuitvoerlegging van de aan de jeugdige opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel; -b. het verblijfs- of behandelplan; +b. het perspectiefplan; c. op schrift gestelde samenvattingen van besprekingen voor zover betrekking hebbende op de vaststelling en de wijziging van het verblijfs- en behandelplan; d. evaluatieverslagen; e. opname- en ontslaggegevens; -f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in artikel 58, eerste lid. +f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld in artikel 58, eerste lid; +g. adviezen en aantekeningen als bedoeld in artikel 77t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de eisen waaraan het dossier ten minste moet voldoen, de gegevens die daarin moeten worden vastgelegd, het recht op inzage of afschrift van het dossier door de betrokken jeugdige en zijn ouders of voogd, stiefouders of pleegouders dan wel de stichting en de beperkingen daarop, de termijn gedurende welke het dossier moet worden bewaard, de wijze waarop het dossier moet worden beheerd, bewaard en, na afloop van de bewaartermijn, vernietigd, alsmede de overdracht van gegevens in geval van een overplaatsing van de jeugdige. @@ -1035,7 +1091,7 @@ f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i **6.** De directeur deelt, binnen vier weken na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, de jeugdige alsmede de commissie van toezicht mede of hij het oordeel van de maandcommissaris over de grief deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. -**7.** Tegen de mededeling, bedoeld in het zesde lid, kan de jeugdige een klacht indienen bij de beklagcommissie. Ten aanzien van de behandeling van de klacht zijn het eerste tot en met zesde lid van overeenkomstige toepassing. +**7.** Tegen de beslissing, bedoeld in het zesde lid, kan de jeugdige een klacht indienen bij de beklagcommissie. In dat geval is het bepaalde in artikel 68, vierde lid, niet van toepassing. **8.** De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders hebben het recht als bedoeld in het eerste lid ter zake van een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hen heeft gedragen. Het eerste en derde tot en met zevende lid is van overeenkomstige toepassing. @@ -1043,7 +1099,23 @@ f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i ### Artikel 65 -**1.** Een jeugdige kan bij de beklagcommissie beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing. +**1.** + +Een jeugdige kan bij de beklagcommissie beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing betreffende: + +a. de weigering op het verzoek tot deelname aan een scholings-en trainingsprogramma, bedoeld in artikel 3, zesde lid, alsmede de beëindiging van de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma, bedoeld in artikel 3, vijfde lid; +b. de weigering of de intrekking van de toestemming om een kind in de inrichting onder te brengen, bedoeld in artikel 16; +c. de voortzetting van het verblijf op een afdeling voor intensieve zorg, bedoeld in artikel 22a, derde lid, op een afdeling voor intensieve behandeling, bedoeld in artikel 22b, derde lid, of een individuele trajectafdeling, bedoeld in artikel 22c, vijfde lid; +d. de uitsluiting van het verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 23, derde lid, en 24, eerste lid, aanhef en onder a of b, onderscheidenlijk artikel 23, vierde lid en 24, tweede lid, alsmede verlenging van de uitsluiting van verblijf in de groep, bedoeld in artikel 23, tweede lid; +e. de plaatsing in afzondering en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 25, eerste lid, op de grond van artikel 24, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 25, derde lid, en de toepassing van artikel 26; +f. de tijdelijke plaatsing en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 27, eerste onderscheidenlijk derde lid; +g. de beperking en de intrekking van verlof, bedoeld in de artikelen 29, tweede lid, 30, derde en vierde lid; +h. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 36, eerste lid; +i. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 37; +j. de bevestiging door mechanische middelen, bedoeld in artikel 38, eerste lid; +k. de oplegging van een disciplinaire straf, bedoeld in artikel 55 en de toepassing van de artikelen 56 en 57, derde lid; +l. de observatie door middel van een camera, bedoeld in de artikelen 25a, eerste lid, en 55a, eerste lid; +m. enige andere beslissing die een beperking inhoudt van een recht dat de jeugdige op grond van een bij of krachtens deze wet of een een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt. **2.** Met een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een verzuim of weigering om te beslissen. Het nemen van een beslissing wordt geacht te zijn verzuimd of geweigerd, indien niet binnen de wettelijke of, bij het ontbreken daarvan, binnen een redelijke termijn een beslissing is genomen. @@ -1057,11 +1129,15 @@ f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i **3.** Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. -**4.** Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende beheerst kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur. +**4.** De beklagcommissie stelt de maandcommissaris onverwijld op de hoogte van de klacht en doet hem deze onverwijld in een gesloten enveloppe toekomen. Indien de indiening van het klaagschrift heeft plaatsgevonden door tussenkomst van de directeur, dan stelt deze de maandcommissaris onverwijld op de hoogte van de klacht en doet deze toekomen aan de maandcommissaris. -**5.** Het klaagschrift wordt uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen ingediend. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de jeugdige in verzuim is geweest. +**5.** De maandcommissaris onderzoekt of terzake het onderwerp van de klacht tussen de jeugdige en de directeur kan worden bemiddeld. Artikel 64, derde tot en met zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. -**6.** Indien de jeugdige een verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, wordt, in afwijking van het vijfde lid, het klaagschrift ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige de schriftelijke mededeling van bevindingen van de maandcommissaris heeft ontvangen. +**6.** Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende beheerst kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. De vergoeding van de voor de vertaling gemaakte kosten geschiedt volgens regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur. + +**7.** Het klaagschrift wordt uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen ingediend. Een na afloop van deze termijn ingediend klaagschrift is niettemin ontvankelijk, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de jeugdige in verzuim is geweest. + +**8.** Indien de jeugdige een verzoek tot bemiddeling heeft gedaan, wordt, in afwijking van het zevende lid, het klaagschrift ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige de schriftelijke mededeling van bevindingen van de maandcommissaris heeft ontvangen. Het indienen van een verzoek tot bemiddeling, stuit de in het vorige lid genoemde termijn voor het indienen van een klaagschrift. ### Artikel 67 @@ -1081,9 +1157,7 @@ f. de aantekening omtrent de oplegging van een disciplinaire straf als bedoeld i **3.** Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen. -**4.** De beklagcommissie kan het klaagschrift in handen stellen van het lid van de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 7, vierde lid, teneinde deze in de gelegenheid te stellen terzake te bemiddelen. De secretaris doet hiervan mededeling aan de directeur. - -**5.** Indien de commissie van toezicht omtrent de beslissing waarover wordt geklaagd heeft bemiddeld en zij haar bevindingen schriftelijk aan de klager en de directeur mede heeft gedeeld, voegt de secretaris van de beklagcommissie de bevindingen bij de processtukken. +**4.** Indien de commissie van toezicht omtrent de beslissing waarover wordt geklaagd heeft bemiddeld en zij haar bevindingen schriftelijk aan de klager en de directeur mede heeft gedeeld, voegt de secretaris van de beklagcommissie de bevindingen bij de processtukken. ### Artikel 69 @@ -1200,13 +1274,15 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie. **4.** Ten aanzien van de uitspraak van de beroepscommissie zijn de artikelen 71 en 72, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing. -## Hoofdstuk XV. Beroep inzake plaatsing, overplaatsing, verlof, proefverlof, deelname aan een scholings- en trainingsprogramma en strafonderbreking +## Hoofdstuk XV. Beroep inzake plaatsing, overplaatsing, verlof, deelname aan een scholings- en trainingsprogramma en strafonderbreking ### Artikel 77 **1.** De betrokkene heeft het recht tegen de beslissing van de selectiefunctionaris op het bezwaar- of verzoekschrift voor zover dit betreft een gehele of gedeeltelijke ongegrondverklaring, onderscheidenlijk afwijzing als bedoeld in de artikelen 18 en 19 een met redenen omkleed beroepschrift in te dienen bij de commissie, bedoeld in artikel 78, eerste lid. De betrokkene heeft ook het recht een beroepschrift in te dienen in het geval dat het indienen van een bezwaarschrift op de grond als vermeld in artikel 18, vijfde lid, achterwege is gebleven. -**2.** De jeugdige heeft het recht tegen een hem betreffende beslissing aangaande verlof of proefverlof, voor zover hiertegen geen beklag ingevolge artikel 65, eerste en tweede lid, openstaat, een met redenen omkleed beroepschrift in te dienen bij de commissie, bedoeld in artikel 78, eerste lid. +**2.** De jeugdige heeft het recht tegen een hem betreffende beslissing aangaande verlof, voor zover hiertegen geen beklag ingevolge artikel 65, eerste en tweede lid, openstaat, een met redenen omkleed beroepschrift in te dienen bij de commissie, bedoeld in artikel 78, eerste lid. + +**3.** Het tweede lid is overeenkomstig van toepassing op de beslissing van de selectiefunctionaris, strekkende tot weigering van het verlenen van een machtiging tot deelname aan het scholings- en trainingsprogramma, na het verzoek, bedoeld in artikel 3, zesde lid. ### Artikel 78 @@ -1218,7 +1294,7 @@ c. vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie. **4.** -De artikelen 65, derde lid, 66, vierde lid, 68, eerste, tweede, derde en vierde lid, 69, 70, 71, 72, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, met uitzondering van de eerste volzin, 73, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie, bedoeld in het eerste lid, kan bepalen dat: +De artikelen 65, derde lid, 66, vierde lid, 68, eerste, tweede en derde lid, 69, 70, 71, 72, tweede lid, eerste en derde tot en met vijfde volzin, vierde en zevende lid, met uitzondering van de eerste volzin, 73, eerste tot en met vierde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de commissie, bedoeld in het eerste lid, kan bepalen dat: a. de betrokkenen uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten; b. de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de commissie, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden gemaakt; @@ -1238,6 +1314,32 @@ De directeur draagt zorg voor een regelmatig overleg met de jeugdigen over zaken ## Hoofdstuk XVIa. Experimenten +### Artikel 80a + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bij wijze van experiment regels worden gesteld waarmee tijdelijk wordt afgeweken van de in artikel 80b te noemen bepalingen, zulks met inachtneming van de aldaar genoemde doelen met het oog waarop afwijking van de betreffende bepaling gedurende de werkingsduur van de maatregel plaats kan hebben. + +**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. + +**3.** Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van het experiment. + +**4.** Onze Minister zendt tenminste drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk. + +**5.** De algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van ten hoogste twee jaar na inwerkingtreding daarvan. + +**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing, indien binnen de twee jaar voordracht plaatsvindt van een voorstel van wet, waarmee in het onderwerp van de maatregel wordt voorzien. + +### Artikel 80b + +Op de wijze als voorzien in artikel 80a kan worden afgeweken van: + +a. artikel 1, onderdeel v, ten aanzien van de grootte van de groep, voor zover dit dienstig is aan een experiment ingevolge de navolgende onderdelen van dit artikel en voor zover dit in het belang is van de opvoeding of de behandeling van de jeugdige; +b. artikel 3, met als doel de vaststelling van een vroeger moment waarop de jeugdige aan een scholings- en trainingsprogramma kan deelnemen; +c. artikel 10, met als doel de vaststelling van andersoortige mate van beveiliging voor zover bijzondere technologische ontwikkelingen daartoe aanleiding geven; +d. artikel 17, met als doel de vaststelling van andersoortige wijzen van onderbrenging van de jeugdige; +e. de artikelen 22 tot en met 22b, voorzover dit dienstig is aan een experiment waarbij de jeugdige in een inrichting, afdeling of plaats met een bijzondere bestemming als bedoeld in artikel 8, derde lid, verblijft en voor zover dit in het belang is van de opvoeding of de behandeling van de jeugdige; +f. artikel 49, tweede lid, met als doel het voorkomen van ordeverstorend gedrag dan wel het structureel bevorderen van de orde of veiligheid binnen de inrichting; +g. artikel 64, met als doel het bevorderen van het gebruik van de bemiddelingsprocedure als wijze van geschillenbeslechting. + ## Hoofdstuk XVII. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 81