diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-kwaliteit-kinderopvang/BWBR0017461/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-kwaliteit-kinderopvang/BWBR0017461/README.md index d34211278bb..8dd33a69362 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-kwaliteit-kinderopvang/BWBR0017461/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-kwaliteit-kinderopvang/BWBR0017461/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang bwb_id: BWBR0017461 type: beleidsregel status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2004-11-19' +datum_inwerkingtreding: '2009-10-16' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017461 citeertitel: Beleidsregels kwaliteit kinderopvang --- @@ -27,7 +27,8 @@ f. stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste de g. basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte; h. risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 51 van de wet; i. vraagouder: ouder die kinderopvang vraagt die geboden wordt door een gastouder; -j. innovatieve gastouderopvang: kinderopvang op grond van artikel 1 van het Tijdelijk besluit innovatieve kinderopvang. +j. *bemiddelingsmedewerker:* de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e; +k. *opvangadres:* het woonadres van de gastouder of het woonadres van een van de ouders waar de gastouderopvang plaatsvindt. **2.** Dit besluit berust op artikel 57a, eerste lid, van de wet. @@ -50,7 +51,7 @@ d. de wijze waarop beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door **4.** De houder en de personen werkzaam bij een kindercentrum handelen in de praktijk van dagopvang of buitenschoolse opvang naar het door de houder vastgestelde pedagogisch beleidsplan. -**5.** Een pedagogisch beleidsplan wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen zes maanden na de melding, bedoeld in artikel 45 van de wet. +**5.** Een pedagogisch beleidsplan wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen zes maanden na de aanvraag, bedoeld in artikel 45 van de wet. ### Artikel 3 @@ -155,11 +156,11 @@ b. een plan van aanpak, waarin is aangegeven welke maatregelen en binnen welke t ### Artikel 10 -**1.** Personen als bedoeld in de artikelen 50, tweede lid, en 90, derde lid, van de wet zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie of afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, voor zover zij als houder, als bestuurder of als werknemer werkzaam krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, werkzaam zijn. +**1.** Personen als bedoeld in artikel 50, derde lid, van de wet zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie of afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, voor zover zij als houder, als bestuurder of als werknemer werkzaam krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, werkzaam zijn. **2.** Voor een werknemer geldt het eerste lid, voor zover deze persoon bij een kindercentrum werkzaam is. -**3.** Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 50, derde lid, van de wet de eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een kindercentrum aanvangt. +**3.** Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 50, vierde lid, van de wet de eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een kindercentrum aanvangt. **4.** Stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een kindercentrum, zijn in het bezit van een verklaring als bedoeld in het eerste lid of voor hen is bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring aangevraagd. @@ -189,104 +190,128 @@ b. de omgang met de Wet bescherming persoonsgegevens. ### Artikel 11 -**1.** Ter uitvoering van artikel 49, tweede lid, van de wet beschikt een gastouderbureau over een pedagogisch beleidsplan, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. +**1.** Ter uitvoering van artikel 49, derde lid, van de wet beschikt een gastouderbureau over een pedagogisch beleidsplan, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. **2.** -Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijk en observeerbare termen ten minste een beschrijving van: +Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van: a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke en sociale competentie en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt; -b. de samenstelling van het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste vier kinderen onder de leeftijd van vier jaar inclusief eigen kinderen, tegelijk opvangt; en -c. de eisen die aan de opvanglocatie worden gesteld, waarbij in ieder geval als eis wordt gesteld dat de woning waar gastouderopvang door tussenkomst van het gastouderbureau plaatsvindt over voldoende speel- en slaapruimte voor kinderen beschikt en over voldoende buitenspeelmogelijkheden, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. +b. de samenstelling van het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste zes kinderen opvangt, waaronder begrepen de eigen kinderen tot de leeftijd van 10 jaar; +c. de eisen die aan de opvangadres worden gesteld, welke in elk geval overeenkomen met de eisen, bedoeld in artikel 15c. -**3.** Indien door tussenkomst van een gastouderbureau innovatieve gastouderopvang plaatsvindt, is het tweede lid, onderdeel b, niet van toepassing. +**3.** De in het tweede lid, onder c, bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek op het opvangadres. -**4.** Indien door tussenkomst van een gastouderbureau innovatieve gastouderopvang plaatsvindt, bevat een pedagogisch beleidsplan tevens een beschrijving van de wijze waarop de ondersteuning van een gastouder bij de gelijktijdige opvang van meer dan vier kinderen door een andere volwassene in geval van calamiteiten is geregeld. - -**5.** De in het tweede lid, onder c, bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek in de opvangwoning van de gastouder. - -**6.** Artikel twee, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. - -**7.** Indien door tussenkomst van een gastouderbureau innovatieve gastouderopvang plaatsvindt, is het tweede lid, onderdeel c, van toepassing, met dien verstande dat voor ‘de woning waar gastouderopvang’ wordt gelezen ‘de ruimtes op het woonadres van de gastouder of vraagouder waar innovatieve gastouderopvang’. +**4.** Het gastouderbureau informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 12 -**1.** Ter uitvoering van artikel 49, tweede lid, van de wet voert de houder een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in woningen waar gastouderopvang door zijn tussenkomst plaatsvindt zoveel mogelijk is gewaarborgd. Ter uitvoering van dat beleid zorgt de houder er in ieder geval voor dat het gedeelte van de woning waar de kinderen worden opgevangen rookvrij is ten tijde van de opvang. +**1.** Ter uitvoering van artikel 49, tweede lid, van de wet voert de houder van een gastouderbureau een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen op het opvangadres door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd. -**2.** De houder legt vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt in een risico-inventarisatie vast welke veiligheids- en gezondheidsrisico's de opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes in die woningen voor kinderen met zich brengt. Daartoe draagt de houder er zorg voor dat elke opvangwoning ten minste één keer per jaar wordt bezocht door personen werkzaam bij het gastouderbureau. Een houder draagt er zorg voor dat elke gastouder in geval van noodsituaties, waarin kinderen tijdens de opvang in en rondom een woning kunnen komen te verkeren, adequaat kan handelen. +**2.** De houder van een gastouderbureau legt vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks in een risico-inventarisatie vast welke veiligheids- en gezondheidsrisico’s de opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes met zich brengt. Dit gebeurt samen met de gastouder. Daartoe draagt de houder van een gastouderbureau er zorg voor dat elke ruimte op het opvangadres ten minste één keer per jaar wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau. -**3.** Per woning waar gastouderopvang plaatsvindt, wordt door de houder in een plan van aanpak geadviseerd welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen in verband met de in het tweede lid bedoelde risico's. +**3.** De administratie van het gastouderbureau bevat een door de bemiddelingsmedewerker en de gastouder ondertekend origineel van de risico-inventarisatie, bedoeld in het tweede lid. -**4.** De gastouder of vraagouder in wiens woning de gastouderopvang plaatsvindt wordt door de houder op de hoogte gebracht van de uitkomst van een risico-inventarisatie, evenals van het daaruit voortvloeiende plan van aanpak. De risico-inventarisatie is tevens inzichtelijk voor die ouders, wier kinderen in de betreffende woning worden opgevangen. +**4.** Op het opvangadres wordt door de houder van een gastouderbureau in een samen met de gastouder opgesteld plan van aanpak aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen in verband met de in het tweede lid bedoelde risico’s. -**5.** Artikel 8, tweede, derde, vierde, en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid bedoelde risico-inventarisatie. +**5.** De risico-inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, is tevens inzichtelijk voor de vraagouders. -**6.** - -Indien door tussenkomst van een gastouderbureau innovatieve gastouderopvang plaatsvindt is: - -a. het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat voor ‘in woningen waar gastouderopvang’ wordt gelezen ‘in ruimtes op het woonadres van de gastouder of de vraagouder, waar innovatieve gastouderopvang’; -b. het tweede lid van toepassing, met dien verstande dat in de eerste volzin voor ‘elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt’ wordt gelezen ‘elke ruimte op het woonadres van de gastouder of de vraagouder waar innovatieve gastouderopvang plaatsvindt’ en voor ‘toegankelijke ruimtes in die woningen’ gelezen ‘toegankelijke ruimtes’ en in de tweede volzin voor ‘een woning’ wordt gelezen ‘het woonadres van de gastouder of de vraagouder’; -c. het derde lid van toepassing, met dien verstande dat voor ‘Per woning waar gastouderopvang’ wordt gelezen ‘Per ruimte waar innovatieve gastouderopvang’; -d. het vierde lid van toepassing, met dien verstande dat in de eerste volzin voor ‘in wiens woning de gastouderopvang plaatsvindt’ wordt gelezen ‘op wiens woonadres de innovatieve gastouderopvang plaatsvindt’ en in de tweede volzin voor ‘in de betreffende woning’ wordt gelezen ‘op dat woonadres’. - -### Artikel 12a - -**1.** - -De houder formuleert criteria voor de kwaliteit van de gastouders en legt deze schriftelijk vast. Deze criteria hebben in ieder geval betrekking op: - -a. lichamelijke en geestelijke gezondheid; -b. bereid zijn tot samenwerking met het gastouderbureau en tot het volgen van aanvullende cursussen/trainingen/bijeenkomsten die gerelateerd zijn aan de opvangtaak; -c. respecteren van privacygevoelige gegevens en geen informatie doorspelen aan derden; -d. openstaan voor en respecteren van andere gewoontes, culturen, levenswijzen en opvoedingsideeën; -e. beschikken over goede communicatieve vaardigheden en in staat zijn om op een professionele manier contact met de vraagouders te onderhouden en afspraken te maken; -f. kennis hebben van ontwikkeling van kinderen, positief staan ten opzichte van de vier pedagogische doelstellingen zoals uitgewerkt in het pedagogisch beleidsplan, en deze in praktijk kunnen brengen; -g. kennis hebben van EHBO voor kinderen (volgens eindtermen van het Oranje Kruis); -h. in staat zijn tot reflecteren op het eigen handelen; -i. kinderen niet alleen laten of het toezicht aan anderen overlaten; -j. regelmatig en gedurende minimaal een half jaar beschikbaar zijn voor opvang; -k. goede beheersing van de Nederlandse taal; -l. goed telefonisch bereikbaar; -m. in bezit van AVP verzekering/inzittenden verzekering bij autogebruik. - -**2.** De houder beoordeelt per gastouder of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 11, onderdeel b, verantwoord is. Daarbij wordt tenminste het aantal en de leeftijd van de niet-eigen kinderen en de eigen kinderen meegewogen. - -**3.** De houder draagt er zorg voor dat de criteria, bedoeld in het eerste lid, bij de start van de opvang en daarna jaarlijks worden getoetst door middel van een bezoek door personen werkzaam bij het gastouderbureau aan de woning waar gastouderopvang plaatsvindt. - -**4.** De houder zorgt er voor dat de vraagouders kennis kunnen nemen van de criteria, bedoeld in het eerste lid. - -**5.** De houder evalueert jaarlijks mondeling de opvang met de vraagouders en legt deze schriftelijk vast. - -**6.** Ter bevordering van de deskundigheid van de gastouder biedt de houder aan een gastouder, voordat deze zijn werkzaamheden aanvangt, een introductiecursus aan die gericht is op de opvangtaken van de gastouder. In een introductiecursus als bedoeld in de eerste zin, wordt in ieder geval aandacht besteed aan de onderwerpen, genoemd in bijlage 4 bij het Convenant kwaliteit kinderopvang 2007. - -**7.** In aanvulling op het vijfde lid draagt de houder daarnaast zorg voor de organisatie van themabijeenkomsten voor gastouders en biedt hij cursussen aan of organiseert hij bijeenkomsten waar gastouders elkaar ontmoeten en ervaring uitwisselen. Het vijfde lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing. - -**8.** De houder zorgt er voor dat bij elke nieuwe koppeling tussen een vraag- en een gastouder een koppelingsgesprek plaatsvindt met deze ouders. Het koppelingsgesprek vindt plaats in de opvangwoning door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau. De intake bij vraag- en gastouder wordt persoonlijk en aan huis uitgevoerd door de bemiddelingsmedewerker. - -**9.** De houder toont aan dat een bemiddelingsmedewerker als bedoeld in het zevende lid, beschikt over voor gastouderopvang relevante pedagogische kennis. - -**10.** De houder draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover. +**6.** Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid bedoelde risico-inventarisatie. ### Artikel 13 -**1.** Elke houder draagt zorg voor ten minste twee huisbezoeken per jaar in de woning waar gastouderopvang plaatsvindt door personen werkzaam bij het gastouderbureau. Tijdens deze bezoeken wordt in ieder geval de risico-inventarisatie, bedoeld in artikel 12, uitgevoerd en vindt de jaarlijkse toetsing van de criteria voor de kwaliteit van de gastouder, bedoeld in artikel 12a, tweede lid, en de jaarlijkse evaluatie van de opvang, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, plaats. Onder een huisbezoek als bedoeld in dit artikel wordt niet begrepen het voeren van intake- en koppelingsgesprekken als bedoeld in artikel 12a, zevende lid, en de uitvoering van de risico-inventarisatie voorafgaand aan de opvang, bedoeld in artikel 12, tweede lid. +**1.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 15d. verantwoord is. -**2.** Indien door tussenkomst van een gastouderbureau innovatieve gastouderopvang plaatsvindt, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat voor ‘in de woning waar gastouderopvang’ wordt gelezen: op het woonadres van de gastouder of vraagouder waar innovatieve gastouderopvang. +**2.** De houder van een gastouderbureau toont aan dat de bemiddelingsmedewerkers, die de inhoudelijke begeleiding op het gebied van opvang en pedagogiek voor hun rekening nemen, voldoen aan opleidingseisen, bedoeld in artikel 14. + +**3.** + +Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: + +1°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, vijfde lid; +2°. Werving van de gastouder; +3°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, eerste lid; +4°. Scholing en begeleiding van de gastouder; +5°. Het begeleiden van de GGD-toetsing; +6°. De koppeling van gastouder en vraagouder; +7°. Het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 15, tweede lid; +8°. Het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 15, vierde lid; +9°. Vraagbaak voor gastouders; +10°. De bezoeken, bedoeld in artikel 15, zesde lid; +11°. Interne/externe opleiding/training; en +12°. Intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling. + +**4.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover. + +**5.** Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 56, derde lid, van de wet de eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een gastouderbureau aanvangt. + +**6.** Stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een gastouderbureau, zijn in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 50, derde lid, van de wet of is voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring aangevraagd. ### Artikel 14 -Vervallen +Aan de bemiddelingsmedewerker, werkzaam bij een gastouderbureau en belast met het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang, wordt de eis van een pedagogische opleiding op mbo-niveau, bedoeld in de CAO Kinderopvang, gesteld. Onder het tot stand brengen en begeleiden wordt in ieder geval verstaan het verzorgen van de huisbezoeken, bedoeld in artikel 15, en de inhoudelijke begeleiding op het gebied van opvang en pedagogiek van de gastouder, bedoeld in de artikelen 11 en 12. ### Artikel 15 -Personen werkzaam bij een gastouderbureau als bedoeld in de artikelen 56, derde lid, en 90, derde lid, van de wet zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie of afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, voor zover zij werkzaam zijn als houder, als bestuurder, als hoofd gastouderbureau of als bemiddelingsmedewerker werkzaam krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de opvang plaatsvindt in het huis van de gastouder zijn alle volwassen huisgenoten in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag. +**1.** Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat een intake-gesprek met de gastouder plaatsvindt op het opvangadres. De intake bij gastouder wordt persoonlijk uitgevoerd door de bemiddelingsmedewerker van het gastouderbureau. + +**2.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorgt voor dat een koppelingsgesprek plaatsvindt bij elke nieuwe koppeling tussen een vraag- en een gastouder. Het koppelingsgesprek vindt plaats op het opvangadres door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau. + +**3.** Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat tenminste jaarlijks een voortgangsgesprek met de gastouder op het opvangadres plaatsvindt. Dit gesprek wordt gevoerd door de bemiddelingsmedewerker. + +**4.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders wordt geëvalueerd en legt deze schriftelijk vast. + +**5.** De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat een intake-gesprek met de vraagouder plaatsvindt. + +**6.** Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat een bemiddelingsmedewerker in ieder geval twee maal per jaar het opvangadres bezoekt. ### Artikel 15a -Artikel 10a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘een beroepskracht of een andere, bij het kindercentrum werkzame, persoon’ wordt gelezen: een persoon, werkzaam bij het gastouderbureau, een gastouder of een volwassen huisgenoot van de gastouder. +Artikel 10a is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘een beroepskracht of een andere, bij het kindercentrum werkzame persoon’ wordt gelezen: een persoon, werkzaam bij het gastouderbureau, een gastouder of een volwassen huisgenoot van de gastouder. -### Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen +### Paragraaf 4. Kwaliteit gastouders + +### Artikel 15b + +De gastouder voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: + +a. goed telefonisch bereikbaar; +b. een goede achterwachtregeling bij de opvang van meer dan drie aanwezige kinderen. Deze achterwacht is beschikbaar en bij calamiteiten binnen aanrijtijd van een ambulance bij het opvangadres aanwezig. Deze persoon is tijdens opvangtijden altijd telefonisch bereikbaar; +c. handelt in de praktijk naar het door de houder van het gastouderbureau vastgesteld pedagogisch beleidsplan. + +### Artikel 15c + +**1.** + +Het opvangadres: + +1°. beschikt over voldoende speel- en slaapruimte voor kinderen, waaronder begrepen een voor kinderen tot de leeftijd van 1,5 jaar op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte; +2°. beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen; en +3°. is voorzien van voldoende en goed functionerende rookmelders conform de eisen uit het Bouwbesluit 2003. + +**2.** De gehele woning waar de opvang plaatsvindt is te allen tijde rookvrij. + +### Artikel 15d + +**1.** Bij een gastouder worden maximaal vijf kinderen gelijktijdig opgevangen, als de kinderen (op te vangen én eigen kinderen) allemaal jonger zijn dan 4 jaar. + +**2.** Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen gelijktijdig opgevangen, als de op te vangen kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar zijn. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend. + +**3.** In de groep, bedoeld in het eerste en tweede lid, mogen maximaal 4 kinderen van 0 en 1 jaar aanwezig zijn, waarvan maximaal 2 kinderen van 0 jaar. + +### Artikel 15e + +**1.** Er is een originele door de bemiddelingsmedewerker en de gastouder ondertekende versie van de in artikel 12 bedoelde risico-inventarisatie aanwezig op het opvangadres. Deze risico-inventarisatie is beschikbaar vóór aanvang van de opvang en wordt daarna jaarlijks opnieuw opgesteld. Deze risico-inventarisatie is in samenwerking met een bemiddelingsmedewerker van het gastouderbureau opgesteld. + +**2.** Ter uitvoering van artikel 49, tweede lid, voert de gastouder een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen op het opvangadres door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd. + +**3.** De gastouder draagt er zorg voor dat de maatregelen ten aanzien van het opvangadres, bedoeld in artikel 15c binnen de gestelde termijn zijn, respectievelijk worden genomen in verband met de in artikel 12, tweede lid, bedoelde risico’s. + +**4.** Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid bedoelde risico-inventarisatie. + +**5.** Er is een lijst van ongevallen waarop de aard en plaats van het ongeval, de leeftijd van het kind, de datum waarop het ongeval zich heeft voorgedaan wordt geregistreerd. Alsmede een overzicht van de maatregelen die de gastouder naar aanleiding van elk ongeval heeft getroffen ter voorkoming van verdere ongevallen. + +### Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 16