2022-08-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
This commit is contained in:
parent
5778885117
commit
081ea6e0a3
1 changed files with 23 additions and 32 deletions
|
|
@ -143,7 +143,7 @@ De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan d
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, evenals een standpunt over de voortzetting van die algemene maatregel van bestuur, anders dan een voortzetting als experiment.
|
||||
|
||||
**6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband tussen een instelling voor hoger onderwijs en een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, of artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. In geval van een samenwerkingsverband met een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan voor die instelling worden afgeweken van artikel 8.1.1 van die wet, indien hoofdstuk 7, titel 3, paragraaf 1, van deze wet van toepassing wordt verklaard.
|
||||
**6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband tussen een instelling voor hoger onderwijs en een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 of artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. In geval van een samenwerkingsverband met een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan voor die instelling worden afgeweken van artikel 8.1.1 van die wet, indien hoofdstuk 7, titel 3, paragraaf 1, van deze wet van toepassing wordt verklaard.
|
||||
|
||||
### Titel 2. De instellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -615,7 +615,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.18
|
||||
|
||||
**1.** Jaarlijks verstrekt Onze Minister een subsidie aan het academisch ziekenhuis dan wel aan de rechtspersoon die de educatieve voorziening, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, in stand houdt, ter tegemoetkoming in de kosten van ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen als bedoeld in de artikelen 9a van de Wet op het primair onderwijs, 18a van de Wet op de expertisecentra, 18 en 138a van de Wet op het voortgezet onderwijs en 7.1.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
**1.** Jaarlijks verstrekt Onze Minister een subsidie aan het academisch ziekenhuis dan wel aan de rechtspersoon die de educatieve voorziening, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, in stand houdt, ter tegemoetkoming in de kosten van ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen als bedoeld in de artikelen 9a van de Wet op het primair onderwijs, 18a van de Wet op de expertisecentra, 2.46 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en 7.1.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de subsidie aan het academisch ziekenhuis dan wel aan het bestuur van de rechtspersoon die de educatieve voorziening in stand houdt, wordt bepaald op basis van het leerlingenaantal dat het gemiddelde is van de hoogste dagtellingen in de maanden september tot en met april van het schooljaar 1994–1995 van leerlingen van scholen als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdeel g, van de Wet op de expertisecentra, zoals dat artikel luidde op 31 juli 1999, die waren opgenomen in het desbetreffende academisch ziekenhuis, en een bedrag per leerling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1764,7 +1764,7 @@ c. in bijzondere, door het instellingsbestuur vast te stellen en toe te lichten
|
|||
|
||||
**3.** Opleidingen die in het bijzonder zijn gericht op bepaalde beroepen omvatten in elk geval een praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van opleidingen die leiden tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 33, lid 1a, van de Wet op het voortgezet onderwijs en als bedoeld in artikel 80, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES.
|
||||
**4.** Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van opleidingen die leiden tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.12 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -1809,7 +1809,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 7.8a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan op aanvraag van een instellingsbestuur goedkeuren dat een deel van een associate degree-opleiding wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van die wet.
|
||||
**1.** Onze Minister kan op aanvraag van een instellingsbestuur goedkeuren dat een deel van een associate degree-opleiding wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van die wet.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister goedkeuring als bedoeld in het eerste lid verleent, wordt ten minste de helft van de associate degree-opleiding, waaronder in ieder geval de afstudeerfase en het afsluitend examen, verzorgd door de instelling voor hoger onderwijs. Op verzoek van het instellingsbestuur kan Onze Minister in bijzondere gevallen toestaan dat minder dan de helft van een dergelijke opleiding, met uitzondering van de afstudeerfase en het afsluitend examen, door de instelling voor hoger onderwijs wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2249,25 +2249,18 @@ In deze paragraaf wordt onder «opleiding» verstaan een associate degree-opleid
|
|||
|
||||
### Artikel 7.24
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het derde lid geldt voor de inschrijving voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als opleidingseis het bezit van:
|
||||
|
||||
a. het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 7 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
|
||||
b. het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES.
|
||||
**1.** Onverminderd het derde lid geldt voor de inschrijving voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als opleidingseis het bezit van het diploma vwo, bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het derde en het vierde lid geldt voor de inschrijving voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs als vooropleidingseis het bezit van:
|
||||
|
||||
a. het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 7 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
b. het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES,
|
||||
c. het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
d. het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 14 van de Wet voortgezet onderwijs BES,
|
||||
e. het diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d, onderscheidenlijk e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
f. het diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d, onderscheidenlijk e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES,
|
||||
g. het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of
|
||||
h. het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.
|
||||
a. het diploma vwo, bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
b. het diploma havo, bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
c. het diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d, onderscheidenlijk e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
d. het diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d, onderscheidenlijk e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES,
|
||||
e. het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of
|
||||
f. het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de inschrijving voor een opleiding of voor een onderwijseenheid, behorend tot een opleiding, aan de Open Universiteit gelden geen vooropleidingseisen, tenzij het een gezamenlijke opleiding betreft als bedoeld in artikel 7.3c. Indien geen vooropleidingseisen gelden, staat de inschrijving voor een opleiding of voor een onderwijseenheid, behorend tot een opleiding, open voor ieder die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2277,12 +2270,10 @@ h. het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedo
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het vierde lid kan bij ministeriële regeling bepaald worden dat een instellingsbestuur de mogelijkheid heeft om voor een bij die regeling aan te wijzen opleiding of groep van opleidingen enkel als studenten en extranei in te schrijven degene van wie het diploma betrekking heeft op een of meer bij die ministeriële regeling aan te wijzen profielen, bedoeld in artikel 12 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 38 van de Wet voortgezet onderwijs BES, waarbij de profielen betrekking hebben op de volgende diploma’s:
|
||||
Onverminderd het vierde lid kan bij ministeriële regeling bepaald worden dat een instellingsbestuur de mogelijkheid heeft om voor een bij die regeling aan te wijzen opleiding of groep van opleidingen enkel als studenten en extranei in te schrijven degene van wie het diploma betrekking heeft op een of meer bij die ministeriële regeling aan te wijzen profielen, bedoeld in artikel 2.20 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, waarbij de profielen betrekking hebben op de volgende diploma’s:
|
||||
|
||||
a. het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 7 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
b. het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 13 van de Wet voortgezet onderwijs BES,
|
||||
c. het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of
|
||||
d. het diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 14 van de Wet voortgezet onderwijs BES.
|
||||
a. het diploma vwo, bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
|
||||
b. het diploma havo, bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2301,7 +2292,7 @@ b. een bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder
|
|||
|
||||
**4.** Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kan worden bepaald dat voor een bij die regeling aangewezen opleiding of groep van opleidingen het instellingsbestuur een of meer van de nadere vooropleidingseisen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, stelt om te kunnen worden ingeschreven.
|
||||
|
||||
**5.** De vertegenwoordigers van de hogescholen en van de instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, kunnen gezamenlijk voorstellen doen over de gewenste invulling van de aansluiting, bedoeld in het derde lid.
|
||||
**5.** De vertegenwoordigers van de hogescholen en van de instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, kunnen gezamenlijk voorstellen doen over de gewenste invulling van de aansluiting, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de nadere vooropleidingseisen, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, van toepassing zijn, kan degene die hier niet aan voldoet toch als student of extraneus worden ingeschreven, onder de voorwaarde dat blijkens een onderzoek wordt voldaan aan inhoudelijk daarmee vergelijkbare eisen. Het instellingsbestuur bepaalt dat aan deze eisen moet zijn voldaan voor de aanvang van de opleiding dan wel uiterlijk bij afronding van de propedeutische fase of, indien die fase niet is ingesteld, bij afronding van de eerste periode in die opleiding met een studielast van 60 studiepunten. De eisen worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2330,7 +2321,7 @@ b. in voorkomende gevallen, al dan niet in aanvulling op het overleggen van een
|
|||
|
||||
### Artikel 7.26
|
||||
|
||||
**1.** Indien de uitoefening van het beroep of de beroepen waarop een opleiding voorbereidt, dan wel de organisatie en de inrichting van het onderwijs, specifieke eisen stelt ten aanzien van kennis of vaardigheden die niet of niet in voldoende mate onderdeel zijn van het voortgezet onderwijs, bedoeld in de wet op het voortgezet onderwijs en in de Wet voortgezet onderwijs BES, of van het beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, onderscheidenlijk specifieke eisen stelt ten aanzien van de eigenschappen van de student, kunnen bij ministeriële regeling opleidingen worden aangewezen die op daarbij aangegeven gronden eisen kunnen stellen in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 7.24. Het instellingsbestuur stelt een regeling vast voor de selectiecriteria en -procedure. De selectiecriteria kunnen uitsluitend eisen bevatten die direct verband houden met de gronden, bedoeld in de eerste volzin. Dit lid is niet van toepassing op opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst.
|
||||
**1.** Indien de uitoefening van het beroep of de beroepen waarop een opleiding voorbereidt, dan wel de organisatie en de inrichting van het onderwijs, specifieke eisen stelt ten aanzien van kennis of vaardigheden die niet of niet in voldoende mate onderdeel zijn van het voortgezet onderwijs, bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, of van het beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, onderscheidenlijk specifieke eisen stelt ten aanzien van de eigenschappen van de student, kunnen bij ministeriële regeling opleidingen worden aangewezen die op daarbij aangegeven gronden eisen kunnen stellen in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 7.24. Het instellingsbestuur stelt een regeling vast voor de selectiecriteria en -procedure. De selectiecriteria kunnen uitsluitend eisen bevatten die direct verband houden met de gronden, bedoeld in de eerste volzin. Dit lid is niet van toepassing op opleidingen op het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens voorschriften van procedurele aard worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2570,7 +2561,7 @@ e. op studiebegeleiding; het instellingsbestuur besteedt daarbij bijzondere zorg
|
|||
|
||||
**3.** Het instellingsbestuur van de Open Universiteit stelt ten aanzien van studenten, woonachtig buiten Nederland, regels vast met betrekking tot de in het eerste lid onder a tot en met d, bedoelde rechten.
|
||||
|
||||
**4.** Een student die een associate degree-opleiding volgt dat voor een deel wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft gedurende de tijd dat hij de opleiding volgt recht op toegang tot alle relevante onderwijsvoorzieningen van die instelling.
|
||||
**4.** Een student die een associate degree-opleiding volgt dat voor een deel wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft gedurende de tijd dat hij de opleiding volgt recht op toegang tot alle relevante onderwijsvoorzieningen van die instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.35
|
||||
|
||||
|
|
@ -2612,7 +2603,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Het instellingsbestuur kan, in afwijking van artikel 7.37, eerste lid, en onverminderd de overige bepalingen van artikel 7.37, voor een opleiding voor het studiejaar 2021–2022 of een deel daarvan degene inschrijven die ten gevolge van de uitbraak van COVID-19 niet heeft kunnen voldoen aan:
|
||||
|
||||
a. een of meer van de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.26a, 7.28, eerste lid, de zinsnede voor de eerste komma, lid 1a en tweede lid, eerste en tweede volzin, voor zover het een diploma of certificaat betreft dat wordt afgegeven op grond het bepaalde bij of krachtens artikel 117 van de Wet voortgezet onderwijs BES, derde en vierde volzin, en 7.30; of
|
||||
a. een of meer van de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.26a, 7.28, eerste lid, de zinsnede voor de eerste komma, lid 1a en tweede lid, eerste en tweede volzin, voor zover het een diploma of certificaat betreft dat wordt afgegeven op grond het bepaalde bij of krachtens artikel 2.86 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, derde en vierde volzin, en 7.30; of
|
||||
b. een of meer van de toelatingseisen, bedoeld in de artikelen 7.30b en 7.30c.
|
||||
|
||||
**2.** De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van het reguliere instroommoment voor de opleiding waarop de inschrijving betrekking heeft.
|
||||
|
|
@ -2645,7 +2636,7 @@ b. de onderwerpen waarop het beleid dat het instellingsbestuur in het kader van
|
|||
|
||||
Het instellingsbestuur kan, in afwijking van artikel 7.37, eerste lid, zinsnede voor de eerste komma, en onverminderd de overige bepalingen van artikel 7.37, voor een opleiding voor het studiejaar 2022–2023 of een deel daarvan degene inschrijven die ten gevolge van de uitbraak van COVID-19 niet heeft kunnen voldoen aan:
|
||||
|
||||
a. een of meer van de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.26a, 7.28, eerste lid, zinsnede voor de eerste komma, lid 1a, tweede lid, eerste en tweede volzin, voor zover het een diploma of certificaat betreft dat op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 117 van de Wet voortgezet onderwijs BES wordt afgegeven, derde en vierde volzin, en 7.30; of
|
||||
a. een of meer van de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.26a, 7.28, eerste lid, zinsnede voor de eerste komma, lid 1a, tweede lid, eerste en tweede volzin, voor zover het een diploma of certificaat betreft dat op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.86 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt afgegeven, derde en vierde volzin, en 7.30; of
|
||||
b. een of meer van de toelatingseisen, bedoeld in de artikelen 7.30b en 7.30c.
|
||||
|
||||
**2.** De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van het reguliere instroommoment voor de opleiding waarop de inschrijving betrekking heeft.
|
||||
|
|
@ -3343,11 +3334,11 @@ Het griffierecht bedraagt € 44 per 1 januari 2022: € 50. Dat bedrag wordt j
|
|||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 7a.2, en
|
||||
b. bekwaamheidsonderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 175 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 135 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 155 van de Wet op de expertisecentra, artikel 118o van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 201 van de Wet voortgezet onderwijs BES.
|
||||
b. bekwaamheidsonderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 175 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 135 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 155 van de Wet op de expertisecentra, of artikel 7.31 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a.2
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk heeft betrekking op de bekostigde en ingevolge artikel 6.9 aangewezen instellingen voor hoger onderwijs die voldoen aan artikel 176 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 136 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 156 van de Wet op de expertisecentra, artikel 118p van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 202 van de Wet voortgezet onderwijs BES.
|
||||
Dit hoofdstuk heeft betrekking op de bekostigde en ingevolge artikel 6.9 aangewezen instellingen voor hoger onderwijs die voldoen aan artikel 176 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 136 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 156 van de Wet op de expertisecentra, of artikel 7.32 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -4483,7 +4474,7 @@ d. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, met uitzondering va
|
|||
|
||||
**7.** De raad stelt een reglement op voor de zaken van huishoudelijke aard en regelt tevens de wijze waarop door het instellingsbestuur betaalde bedragen ten behoeve van de raad en de eventuele deelraden en commissies als bedoeld in artikel 10.34, worden verdeeld.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het eerste lid kan het Ad-programma worden beschouwd als een organisatorische eenheid waaraan een deelraad als bedoeld in artikel 10.25 is verbonden. Indien een deel van het Ad-programma wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt het personeel van die instelling voor de toepassing van het derde en het vijfde lid beschouwd als personeel van de hogeschool.
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het eerste lid kan het Ad-programma worden beschouwd als een organisatorische eenheid waaraan een deelraad als bedoeld in artikel 10.25 is verbonden. Indien een deel van het Ad-programma wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt het personeel van die instelling voor de toepassing van het derde en het vijfde lid beschouwd als personeel van de hogeschool.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.18
|
||||
|
||||
|
|
@ -5372,7 +5363,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16.16a
|
||||
|
||||
**1.** Een institutionele dan wel bestuurlijke fusie wordt niet tot stand gebracht dan nadat daarvoor goedkeuring is verleend door Onze Minister. De eerste volzin geldt eveneens indien daarbij is betrokken een bestuursoverdracht van rechtspersonen die een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs in stand houden, of een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs aan een rechtspersoon die een instelling in stand houdt.
|
||||
**1.** Een institutionele dan wel bestuurlijke fusie wordt niet tot stand gebracht dan nadat daarvoor goedkeuring is verleend door Onze Minister. De eerste volzin geldt eveneens indien daarbij is betrokken een bestuursoverdracht van rechtspersonen die een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs in stand houden, of een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 aan een rechtspersoon die een instelling in stand houdt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue