diff --git a/amvb/bemanningseisenbesluit/BWBR0005266/README.md b/amvb/bemanningseisenbesluit/BWBR0005266/README.md index 12c027226ca..ca9839093ac 100644 --- a/amvb/bemanningseisenbesluit/BWBR0005266/README.md +++ b/amvb/bemanningseisenbesluit/BWBR0005266/README.md @@ -35,7 +35,7 @@ d. middelbaar maritiem officier M: de houder van ten minste het diploma als stuu ### Artikel 3 -**1.** Scheepstechnicus is de houder van een getuigschrift als scheepstechnicus, afgegeven door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. +**1.** Scheepstechnicus is de houder van een getuigschrift als scheepstechnicus, afgegeven door de inspecteur-generaal. **2.** @@ -44,11 +44,11 @@ De adspirant scheepstechnicus dient: a. 18 jaar of ouder te zijn; b. in het bezit te zijn van het diploma scheepstechnicus, afgegeven op grond van de door Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen en Onze Minister goedgekeurde Eindexamenregeling van het project scheepstechnicus en het bijbehorende examenprogramma, dan wel van een overeenkomstig artikel 4, eerste lid, erkend bewijsstuk; c. na het behalen van het onder *b* bedoelde diploma of bewijsstuk negen maanden diensttijd te hebben behaald aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer en -d. gedurende die diensttijd ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie een praktijkboek te hebben bijgehouden. +d. gedurende die diensttijd ten genoegen van de inspecteur-generaal een praktijkboek te hebben bijgehouden. **3.** De diensttijd, bedoeld in het tweede lid, onder *c*, mag ook zijn behaald aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, mits aan boord van deze schepen een middelbaar maritiem officier M dienst doet. -**4.** Indien het praktijkboek niet in alle opzichten naar behoren is bijgehouden kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de adspirant scheepstechnicus een of meer aanvullende opdrachten geven, die binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden dienen te worden uitgevoerd. +**4.** Indien het praktijkboek niet in alle opzichten naar behoren is bijgehouden kan de inspecteur-generaal de adspirant scheepstechnicus een of meer aanvullende opdrachten geven, die binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden dienen te worden uitgevoerd. ### Artikel 4 @@ -58,7 +58,7 @@ d. gedurende die diensttijd ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspect ### Artikel 5 -Ter verkrijging van het getuigschrift als scheepstechnicus wendt de adspirant scheepstechnicus zich tot het Hoofd van de Scheepvaartinspectie onder overlegging van: +Ter verkrijging van het getuigschrift als scheepstechnicus wendt de adspirant scheepstechnicus zich tot de inspecteur-generaal onder overlegging van: a. het geldig paspoort of het monsterboekje van de aanvrager; b. het in artikel 3, tweede lid, onder b, bedoelde diploma scheepstechnicus of bewijsstuk; @@ -68,7 +68,7 @@ e. een bewijs van betaling van de in artikel 7 bedoelde kosten. ### Artikel 6 -Een duplikaat van het getuigschrift als scheepstechnicus wordt, indien het verloren gaan van het getuigschrift aannemelijk wordt gemaakt, op verzoek van belanghebbende door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven, nadat een bewijs van betaling van de in artikel 7 bedoelde kosten is overgelegd. +Een duplikaat van het getuigschrift als scheepstechnicus wordt, indien het verloren gaan van het getuigschrift aannemelijk wordt gemaakt, op verzoek van belanghebbende door of namens de inspecteur-generaal afgegeven, nadat een bewijs van betaling van de in artikel 7 bedoelde kosten is overgelegd. ### Artikel 7 @@ -76,13 +76,13 @@ Onze Minister stelt de tarieven vast voor de te berekenen kosten van de behandel ### Artikel 8 -Het model van het getuigschrift als scheepstechnicus en het model van het praktijkboek worden door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vastgesteld. +Het model van het getuigschrift als scheepstechnicus en het model van het praktijkboek worden door de inspecteur-generaal vastgesteld. ## Hoofdstuk III. Bemanningseisen ### Artikel 9 -**1.** In afwijking van het daaromtrent bepaalde in het Besluit zeevaartdiploma's en in de artikelen 110, 111 en 112 van het Schepenbesluit 1965 (*Stb.* 367) kan een schip, indien het naar het redelijk oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie daartoe geschikt is, worden bemand overeenkomstig een van de in dit besluit opgenomen bemanningssamenstellingen. De reder dient daartoe, onder opgaaf van de bemanningssamenstelling die hij wenst, een verzoek in bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. +**1.** In afwijking van het daaromtrent bepaalde in het Besluit zeevaartdiploma's en in de artikelen 110, 111 en 112 van het Schepenbesluit 1965 (*Stb.* 367) kan een schip, indien het naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal daartoe geschikt is, worden bemand overeenkomstig een van de in dit besluit opgenomen bemanningssamenstellingen. De reder dient daartoe, onder opgaaf van de bemanningssamenstelling die hij wenst, een verzoek in bij de inspecteur-generaal. **2.** In afwijking van het bepaalde in de artikelen 10 tot en met 20 met betrekking tot het bezit van diploma's en bewijzen van diensttijd, kan worden volstaan met het bezit van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid, uitgereikt op grond van artikel 119 van het Schepenbesluit 1965, waaruit blijkt dat de houder bevoegd is de desbetreffende functie te vervullen. @@ -443,7 +443,7 @@ c. bemanningssamenstelling III **1.** Onze Minister kan, na overleg met de naar zijn oordeel representatieve organisaties van werkgevers en werknemers in de zeevaart, zonodig onder nader te stellen voorschriften of beperkingen, het bezit van een ander bewijs van bekwaamheid toestaan. -**2.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan aanvulling van de bemanning ingevolge dit besluit voorschrijven, indien de inrichting, de uitrusting, de bruto-tonnage, het voortstuwingsvermogen of de bestemming van het schip hem daartoe aanleiding geven. +**2.** De inspecteur-generaal kan aanvulling van de bemanning ingevolge dit besluit voorschrijven, indien de inrichting, de uitrusting, de bruto-tonnage, het voortstuwingsvermogen of de bestemming van het schip hem daartoe aanleiding geven. ## Hoofdstuk IV. Diensttijd @@ -455,7 +455,7 @@ c. bemanningssamenstelling III **2.** De in het eerste lid bedoelde diensttijd dient te zijn doorgebracht als lid van de bemanning van een voor de vaart ter zee gebezigd schip en te zijn behaald na het verkrijgen van het voor de betreffende functie vereiste diploma. -**3.** Ter verkrijging van een bewijs van diensttijd dient een belanghebbende een verzoek in bij het Hoofd van de Scheepvaartinspectie onder overlegging van bewijsstukken met betrekking tot de behaalde diensttijd. +**3.** Ter verkrijging van een bewijs van diensttijd dient een belanghebbende een verzoek in bij de inspecteur-generaal onder overlegging van bewijsstukken met betrekking tot de behaalde diensttijd. ### Paragraaf 2. Diensttijd kapitein