2018-01-01 | BWBR0005662 | Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4f8e013e7e
commit 08835186c5

View file

@ -42,13 +42,9 @@ houder: eigenaar, houder of hoeder;
Diergezondheidsfonds: fonds als bedoeld in artikel 95a.
**2.** Voor de toepassing van het bij of krachtens de artikelen 91a tot en met 93a en 96a bepaalde wordt verstaan onder bedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet.
**2.** Voor de toepassing van het bij of krachtens artikel 96a bepaalde wordt verstaan onder bedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet.
**3.** Voor de toepassing van artikel 91e wordt verstaan onder vestiging: op één plaats gelegen bedrijf of deel van een bedrijf, bestaande uit alle aldaar gelegen aangrenzende percelen grond, gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan dat, naar de feitelijke omstandigheden beoordeeld, als functionele eenheid voor het houden van varkens in gebruik is of daartoe bestemd is.
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld waaraan percelen grond, gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan moeten voldoen om als aangrenzend in de zin van het derde lid te worden aangemerkt.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing is op handelingen met embryos voor zover deze zich buiten de baarmoeder van het dier bevinden.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing is op handelingen met embryos voor zover deze zich buiten de baarmoeder van het dier bevinden.
### Artikel 2
@ -897,10 +893,12 @@ d. de te nemen preventieve maatregelen.
**5.** Onze Minister kan bepalen, dat in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, geen tegemoetkoming wordt toegekend, dan wel dat de tegemoetkoming op een geringer bedrag wordt bepaald, voor zover het optreden van de besmettelijke ziekte mede aan betrokkene te wijten is.
**6.** Een zelfde bevoegdheid heeft Onze Minister indien wordt vastgesteld dat de eigenaar aan zijn krachtens artikel 4 of krachtens de artikelen 91a, 91h of 92 opgelegde verplichtingen niet of niet volledig heeft voldaan.
**6.** Een zelfde bevoegdheid heeft Onze Minister indien wordt vastgesteld dat de eigenaar aan zijn krachtens artikel 4 of krachtens de artikelen 91b tot en met 91h opgelegde verplichtingen niet of niet volledig heeft voldaan.
**7.** Onze Minister kan het bedrag van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien aan de aan deze tegemoetkoming krachtens het derde lid gestelde voorwaarden niet of niet ten volle is voldaan.
**8.** Op een tegemoetkoming in de schade voor dieren, producten of voorwerpen die zijn gedood of onschadelijk gemaakt als bedoeld in het eerste lid wordt de eventuele opbrengst van die dieren, producten of voorwerpen in mindering gebracht.
### Artikel 87
Alvorens dieren op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel f, worden gedood of producten en voorwerpen op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel g, onschadelijk worden gemaakt, danwel producten en voorwerpen op grond van artikel 22, tweede lid, onderdeel f, worden vernietigd of onschadelijk gemaakt of bijenvolken op grond van artikel 22, tweede lid, onderdeel g, worden vernietigd, wordt de waarde daarvan vastgesteld.
@ -933,215 +931,194 @@ Schade veroorzaakt door de toepassing van maatregelen, als bedoeld in artikel 17
### Artikel 91a
**1.**
Voor de toepassing van het bij en krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder:
Terzake van het houden van varkens wordt van de persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat een bedrijf voert onder de naam varkensheffing een heffing geheven ter bestrijding van de kosten:
a. bedoeld in artikel 83 en 88, vijfde lid, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van voor varkens op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten;
b. van de tegemoetkomingen bedoeld in artikel 86, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 90, alsmede de vergoedingen bedoeld in artikel 91, voor zover die tegemoetkomingen, respectievelijk vergoedingen, voortvloeien uit de bestrijding van voor varkens op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten;
c. van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van voor varkens op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten, waartoe tevens gerekend worden de kosten van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van die ziekten in Nederland;
d. van tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers bij varkens waartoe de houder op grond van EU-verordeningen of EU-besluiten als bedoeld in artikel 81a is gehouden, en
e. die noodzakelijk zijn met het oog op de heffing en invordering van de varkensheffing.
**2.**
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de varkensheffing, met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding van deze maatregel, tevens wordt geheven ter bestrijding van de kosten van het Diergezondheidsfonds met het oog op het weren van:
a. voor varkens op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten;
b. andere dierziekten bij varkens;
c. ziekten die door varkens kunnen worden overgebracht op de mens en die alleen de gezondheid van de mens aantasten, waarop op grond van artikel 103 bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, of
d. tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij varkens.
**3.** De heffing wordt geheven per bedrijf per kalenderjaar.
- *vaccinbroedei:* ei, afkomstig van pluimvee, dat zich in een broedmachine bevindt om te worden afgeleverd aan de farmaceutische industrie, dan wel bestemd is om voor dit doel in een broedmachine te worden gelegd.
### Artikel 91b
De varkensheffing wordt geheven naar het aantal varkens, uitgedrukt in heffingseenheden, dat gemiddeld in een kalenderjaar op het bedrijf wordt gehouden. De omrekening van varkens in heffingseenheden geschiedt overeenkomstig de bij deze wet behorende bijlage.
Onder de naam diergezondheidsheffing worden heffingen geheven ter bestrijding van de kosten:
a. bedoeld in de artikelen 83 en 88, vijfde lid, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten bij diersoorten die bij of krachtens de artikelen 91c en 91d zijn aangewezen, dan wel met het oog op het weren van de op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten of van andere dierziekten;
b. van de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 86, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en 90, alsmede de vergoedingen bedoeld in artikel 91, voor zover die tegemoetkomingen onderscheidenlijk vergoedingen voortvloeien uit de bestrijding of het weren van op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten bij diersoorten die bij of krachtens de artikelen 91c en 91d zijn aangewezen;
c. van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van voor op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten bij diersoorten die bij of krachtens de artikelen 91c en 91d zijn aangewezen, waartoe tevens gerekend worden de kosten van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van die ziekten in Nederland;
d. van tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers bij dieren die behoren tot de diersoorten die zijn aangewezen bij of krachtens de artikelen 91c en 91d, tot het nemen van welke maatregelen de houder op grond van EU-verordeningen of EU-besluiten als bedoeld in artikel 81a is gehouden;
e. van het weren van ziekten die door de diersoorten die zijn aangewezen bij of krachtens de artikelen 91c en 91d kunnen worden overgebracht op de mens en die alleen de gezondheid van de mens aantasten, en waarop op grond van artikel 103 bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard;
f. van het weren van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij diersoorten die bij of krachtens de artikelen 91c en 91d zijn aangewezen;
g. die noodzakelijk zijn met het oog op de heffing en invordering van de heffingen.
### Artikel 91c
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat over de bij die maatregel vast te stellen categorieën varkens geheel of ten dele geen varkensheffing verschuldigd is.
**1.**
De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het houden in de uitoefening van een bedrijf van:
a. kippen;
b. kalkoenen;
c. eenden;
d. schapen;
e. geiten;
f. varkens;
g. runderen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere diersoorten worden aangewezen dan die, genoemd in het eerste lid, waarvoor met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van die maatregel, de diergezondheidsheffing wordt geheven met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
**3.** De diergezondheidsheffing wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geheven voor bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen diersoorten indien het aantal dieren dat van die diersoort op het bedrijf wordt gehouden niet meer bedraagt dan een in die maatregel voor die diersoort bepaald aantal.
### Artikel 91d
**1.** Het tarief van de varkensheffing bedraagt € 5,22 per heffingseenheid.
**1.** De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het houden van schapen en geiten, anders dan in de uitoefening van een bedrijf.
**2.** Telkens met ingang van 1 januari van het kalenderjaar, volgende op een periode van drie kalenderjaren, te rekenen vanaf 1 januari 1998, kan het tarief van de varkensheffing voor de op die periode volgende periode van drie kalenderjaren worden gewijzigd. Een wijziging als bedoeld in de vorige volzin geschiedt bij algemene maatregel van bestuur die in werking treedt voor het tijdstip waarop de periode aanvangt waarop de wijziging van het tarief betrekking heeft.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere diersoorten worden aangewezen dan die, genoemd in het eerste lid, die anders dan in de uitoefening van een bedrijf worden gehouden, waarvoor met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van die maatregel, de diergezondheidsheffing wordt geheven met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
**3.**
**3.** De diergezondheidsheffing wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geheven voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten indien het aantal dieren dat van die diersoort wordt gehouden niet meer bedraagt dan een in die maatregel voor die diersoort bepaald aantal.
Wijziging van het tarief op grond van het tweede lid geschiedt op basis van het saldo van:
a. een raming van de kosten, bedoeld in artikel 91a, eerste lid, en, voor zover van toepassing, artikel 91a, tweede lid, over een periode van drie kalenderjaren, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, bij welke raming rekening wordt gehouden met het totaal van de kosten, bedoeld in artikel 91a, eerste lid, over een periode van drie jaar die eindigt op 1 juli van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de periode waarop de raming betrekking heeft;
b. ten hoogste 50% van de door het Diergezondheidsfonds gemaakte kosten, bedoeld in artikel 91a, eerste lid, over de periode vanaf de datum van invoering van de varkensheffing tot 1 januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, voor zover die kosten meer bedragen dan de totale som van de varkensheffing, bestemd voor de bestrijding van die kosten, zoals geheven over de tot laatstbedoelde datum verstreken kalenderjaren, en, voor zover van toepassing,
c. ten hoogste 50% van de door het Diergezondheidsfonds gemaakte kosten, bedoeld in artikel 91a, tweede lid, over de periode vanaf de in dat artikellid genoemde datum tot 1 januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, voor zover die kosten meer bedragen dan de totale som van de varkensheffing, bestemd voor de bestrijding van die kosten, zoals geheven over de tot laatstbedoelde datum verstreken kalenderjaren.
**4.** In afwijking van het tweede lid kan het tarief van de varkensheffing tevens worden gewijzigd binnen de in dat lid bedoelde periode van drie kalenderjaren, naar aanleiding van de inwerkingtreding van artikel XXIII, onderdeel Ac, van de Wet opheffing bedrijfslichamen. Het derde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van het desbetreffende tarief.
**5.** In geval van toepassing van artikel 91a, tweede lid, wordt bij de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur het tarief van de varkensheffing verhoogd met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding als bedoeld in artikel 91a, tweede lid. De tariefsverhoging wordt gebaseerd op een raming van de kosten, bedoeld in artikel 95c, onderdeel c, over de kalenderjaren, te rekenen vanaf de in de vorige volzin bedoelde datum tot de datum met ingang waarvan uit hoofde van het tweede lid het tarief van de varkensheffing kan worden gewijzigd, voor zover die kosten betrekking hebben op de diersoort varken.
**4.** De diergezondheidsheffing wordt niet geheven ter zake van het houden van dieren die zich bevinden in een verzamelcentrum, een slachthuis of een vervoermiddel.
### Artikel 91e
**1.**
De diergezondheidsheffing wordt geheven:
Het tarief van de varkensheffing wordt verminderd met:
a. het aantal procentpunten dat overeenkomt met de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal tot het bedrijf behorende vestigingen waarvan elke opstal of elk perceel grond op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar is gelegen buiten een concentratiegebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet en de deling van het cijfer 15 door het totaal aantal vestigingen van het desbetreffende bedrijf;
b. 40 procentpunten indien in het desbetreffende kalenderjaar ten aanzien van elke tot het bedrijf behorende vestiging noch sprake is van aanvoer van varkens, noch sprake is van afvoer van varkens aan enige andere vestiging van dat bedrijf of van enig ander bedrijf;
c. 30 procentpunten indien in het desbetreffende kalenderjaar ten aanzien van één of meer tot het bedrijf behorende vestigingen de som van het aantal vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf waaraan vanaf de desbetreffende vestiging varkens worden geleverd en het aantal vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf van waar aan de desbetreffende vestiging varkens worden geleverd gelijk is aan 1, met dien verstande dat ten aanzien van geen van de tot het bedrijf behorende vestigingen die som groter is dan 1;
d. 20 procentpunten indien in het desbetreffende kalenderjaar ten aanzien van één of meer tot het bedrijf behorende vestigingen de som van het aantal vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf waaraan vanaf de desbetreffende vestiging varkens worden geleverd en het aantal vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf van waar aan de desbetreffende vestiging varkens worden geleverd gelijk is aan 2, met dien verstande dat ten aanzien van geen van de tot het bedrijf behorende vestigingen die som groter is dan 2;
e. 10 procentpunten indien in het desbetreffende kalenderjaar ten aanzien van één of meer tot het bedrijf behorende vestigingen de som van het aantal vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf waaraan vanaf de desbetreffende vestiging varkens worden geleverd en het aantal vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf waarvandaan aan de desbetreffende vestiging varkens worden geleverd gelijk is aan 3, met dien verstande dat ten aanzien van geen van de tot het bedrijf behorende vestigingen die som groter is dan 3 en vanaf geen van de tot het bedrijf behorende vestigingen aan meer dan 2 vestigingen van dat bedrijf of enig ander bedrijf varkens worden geleverd, en
f. een bij algemene maatregel van bestuur, op ten minste 5 en ten hoogste 25, vastgesteld aantal procentpunten, indien het bedrijf deelneemt aan een samenhangend stelsel van voorwaarden met betrekking tot de gezondheid van varkens dat is gericht op de verschillende, bij de productie van varkens en varkensvlees, betrokken ondernemingen en dat voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, met ingang van 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op de datum van inwerkingtreding van die algemene maatregel van bestuur, het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde cijfer en de in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, genoemde aantallen procentpunten worden vervangen door een ander cijfer, onderscheidenlijk andere aantallen.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, met ingang van 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op de datum van inwerkingtreding van die algemene maatregel van bestuur, met het oog op de bestrijding of het weren van voor varkens besmettelijke ziekten, andere gevallen worden bepaald op basis waarvan het tarief van de varkensheffing wordt verminderd.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tarief van de varkensheffing wordt verminderd met een bij die maatregel, op ten minste 5 en ten hoogste 25, vastgesteld aantal procentpunten, indien het bedrijf op een bij die maatregel te bepalen tijdstip voldoet aan bij die maatregel te bepalen voorschriften met betrekking tot één of meer onderdelen waarover krachtens hoofdstuk III van deze wet regels zijn gesteld.
**5.** De toepassing van het eerste, tweede, derde of vierde lid, geschiedt zodanig dat in geen geval meer dan 70% korting op het tarief van de varkensheffing wordt verkregen.
a. voor het houden van dieren in de uitoefening van een bedrijf: van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een bedrijf voert waar de dieren gehouden worden;
b. voor het houden van dieren anders dan in de uitoefening van een bedrijf: van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat de dieren houdt.
### Artikel 91f
De varkensheffing wordt geheven bij wege van aanslag.
**1.** De diergezondheidsheffing voor het houden van dieren wordt geheven naar het aantal dieren van een diersoort of diercategorie dat in een kalenderjaar wordt gehouden.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de berekeningswijze van het aantal dieren, bedoeld in het eerste lid, welke regels per diersoort of diercategorie kunnen verschillen.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal in een kalenderjaar gehouden dieren van een bepaalde diersoort of diercategorie wordt bepaald, indien voor die diersoort of diercategorie in onvoldoende mate gegevens over het aantal gehouden dieren in een kalenderjaar voorhanden zijn om dat aantal op die basis met voldoende zekerheid te kunnen berekenen.
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing voor het houden van kippen, kalkoenen, eenden of dieren behorend tot een andere krachtens artikel 91c, tweede lid, aangewezen soort gevogelte, geheven naar het aantal dieren dat aan het begin van de periode waarin zij worden gehouden in een tot het bedrijf behorende stal of ruimte wordt binnengebracht.
### Artikel 91g
Vervallen
**1.**
De diergezondheidsheffing wordt geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf:
a. inleggen van broedeieren van kippen, kalkoenen of eenden in een broedmachine;
b. produceren van vaccinbroedeieren van kippen, kalkoenen of eenden.
**2.** De diergezondheidsheffing kan worden geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf verhandelen, vervoeren of slachten van dieren, het produceren, bewerken, vervoeren of verhandelen van dierlijke producten, anders dan de handelingen, genoemd in het eerste lid, of het bereiden van diervoeder in een kalenderjaar, welke heffingen dienen ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 91b, onderdelen a tot en met g.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een handeling, genoemd in het tweede lid, worden aangewezen waarvoor de diergezondheidsheffing wordt geheven met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende maatregel met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
**4.** Bij de maatregel, bedoeld in het derde lid, wordt voor een aangewezen handeling tevens de heffingsgrondslag vastgesteld.
### Artikel 91h
**1.**
Terzake van het houden van dieren, behorende tot enige andere diersoort dan de diersoort varken, kunnen bij algemene maatregel van bestuur, met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende algemene maatregel van bestuur, heffingen worden ingevoerd die worden geheven van de persoon of rechtspersoon die of het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat een bedrijf voert, welke heffingen dienen ter bestrijding van de kosten:
a. bedoeld in artikel 83 en 88, vijfde lid, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van voor andere diersoorten dan de diersoort varken op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten;
b. van de tegemoetkomingen bedoeld in artikel 86, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 90, alsmede de vergoedingen bedoeld in artikel 91, voor zover die tegemoetkomingen, onderscheidenlijk vergoedingen, voortvloeien uit de bestrijding van voor andere diersoorten dan de diersoort varken op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten;
c. van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, voor zover die kosten noodzakelijk zijn met het oog op de bestrijding van voor andere diersoorten dan de diersoort varken op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke ziekten, waartoe tevens gerekend worden de kosten van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van die ziekten in Nederland;
d. van tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers bij andere dieren dan varkens waartoe de houder op grond van EU-verordeningen of EU- besluiten als bedoeld in artikel 81a is gehouden, en
e. die noodzakelijk zijn met het oog op de heffing en invordering van de heffingen.
**2.**
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een heffing als bedoeld in het eerste lid, met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding van deze maatregel, tevens wordt geheven ter bestrijding van de kosten van het Diergezondheidsfonds met het oog op het weren van:
a. voor andere diersoorten dan de diersoort varken op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten;
b. andere dierziekten bij andere diersoorten dan de diersoort varken;
c. ziekten die door andere diersoorten dan de diersoort varken kunnen worden overgebracht op de mens en die alleen de gezondheid van de mens aantasten, waarop op grond van artikel 103 bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, of
d. tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij dieren van andere diersoorten dan de diersoort varken.
**3.** Een krachtens het eerste lid ingevoerde heffing wordt geheven per bedrijf per kalenderjaar naar het aantal dieren van de bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort dat gemiddeld in een kalenderjaar op het bedrijf wordt gehouden, met dien verstande dat, in geval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.
**4.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan gevallen bepalen waarin korting op het tarief van de desbetreffende heffing wordt verkregen. Daarbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de mate waarin het bedrijf of de bedrijfsvoering van de heffingplichtige een risico vormt voor de verspreiding van op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen en voor de bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort besmettelijke ziekten. Bij de in de eerste volzin bedoelde maatregel kan op de bij die maatregel aangegeven wijze rekening worden gehouden met de mate waarin en het tijdstip waarop voldaan is aan bij die maatregel voor de desbetreffende soort of categorie dieren te bepalen voorschriften met betrekking tot één of meer onderwerpen waarover krachtens hoofdstuk III van de wet regels zijn gesteld.
**5.** De toepassing van het vierde lid geschiedt zodanig dat in geen geval meer dan 70% korting op het tarief wordt verkregen.
**6.** Een krachtens het eerste lid ingevoerde heffing wordt geheven bij wege van aanslag.
De in artikel 91g, eerste en tweede lid, bedoelde heffingen worden geheven van de natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen die de krachtens artikel 91g, eerste of tweede lid, aangewezen handelingen verrichten.
### Artikel 91i
**1.** Het tarief van een krachtens artikel 91h, eerste lid, ingevoerde heffing wordt vastgesteld op basis van een raming van de ten aanzien van de, bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort, kosten, bedoeld in artikel 91h, eerste lid, over een periode van drie jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de heffing wordt ingevoerd. Bij de raming wordt rekening gehouden met het totaal van de ten aanzien van die diersoort gemaakte kosten, bedoeld in artikel 91h, eerste lid, over de periode van drie jaar die eindigt zes maanden voor het in de vorige volzin bedoelde tijdstip.
**1.** De diergezondheidsheffing voor het inleggen van broedeieren wordt geheven naar het aantal broedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd.
**2.** Telkens na een periode van drie kalenderjaren, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarin een heffing als bedoeld in artikel 91h, eerste lid, wordt ingevoerd, kan het tarief van de betrokken heffing voor de op die periode volgende periode van drie kalenderjaren worden gewijzigd. Een wijziging als bedoeld in de vorige volzin geschiedt bij algemene maatregel van bestuur die in werking treedt voor het tijdstip waarop de periode aanvangt waarop de wijziging van het tarief betrekking heeft.
**2.** De diergezondheidsheffing voor het produceren van vaccinbroedeieren wordt geheven naar het aantal vaccinbroedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd.
**3.**
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de berekeningswijze van het aantal ingelegde eieren, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Wijziging van het tarief op grond van het tweede lid geschiedt op basis van het saldo van:
### Artikel 91j
a. een raming van de terzake van de bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort te maken kosten, bedoeld in artikel 91h, eerste lid, en, voor zover van toepassing, artikel 91h, tweede lid, over een periode van drie kalenderjaren, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, bij welke raming rekening wordt gehouden met het totaal van de, terzake van die diersoort gemaakte kosten, bedoeld in artikel 91h, eerste lid, over een periode van drie jaar die eindigt op 1 juli van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de periode waarop de raming betrekking heeft;
b. ten hoogste 50% van de door het Diergezondheidsfonds terzake van de, bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort, gemaakte kosten, bedoeld in artikel 91h, eerste lid, over de periode vanaf de datum van invoering van die heffing tot 1 januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, voor zover die kosten meer bedragen dan de totale som van die heffing, bestemd voor de bestrijding van die kosten, zoals geheven over de tot laatstbedoelde datum verstreken kalenderjaren, en, voor zover van toepassing,
c. ten hoogste 50% van de door het Diergezondheidsfonds terzake van de, bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort, gemaakte kosten, bedoeld in artikel 91h, tweede lid, over de periode vanaf de in dat artikellid genoemde datum tot 1 januari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, voor zover die kosten meer bedragen dan de totale som van die heffing, bestemd voor de bestrijding van die kosten, zoals geheven over de tot laatstbedoelde datum verstreken kalenderjaren.
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald tot welk bedrag de uitgaven van het Diergezondheidsfonds die, in een bij die maatregel te bepalen periode van vijf kalenderjaren, zijn gedaan ten behoeve van een bepaalde diersoort of combinatie van diersoorten ten hoogste door middel van heffingen worden opgebracht.
**4.** In afwijking van het tweede lid kan het tarief van de heffing tevens worden gewijzigd binnen de in dat lid bedoelde periode van drie kalenderjaren, naar aanleiding van de inwerkingtreding van artikel XXIII, onderdeel Ae, van de Wet opheffing bedrijfslichamen. Het derde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van het desbetreffende tarief.
**2.** De vaststelling voor de eerste maal van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
**5.** In geval van toepassing van artikel 91h, tweede lid, wordt bij de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur het tarief van de desbetreffende heffing verhoogd met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding als bedoeld in artikel 91h, tweede lid. De verhoging wordt gebaseerd op een raming van de kosten, bedoeld in artikel 95c, onderdeel c, voor zover die kosten betrekking hebben op de bij de desbetreffende heffing betrokken diersoort, over de kalenderjaren, te rekenen vanaf de in de vorige volzin bedoelde datum tot de datum met ingang waarvan uit hoofde van het tweede lid het tarief van de desbetreffende heffing kan worden gewijzigd.
### Artikel 92
### Artikel 91k
**1.**
Terzake van het verhandelen, vervoeren of slachten van dieren, het produceren, vervoeren of verhandelen van dierlijke producten of het bereiden van diervoeder, dan wel terzake van het anders dan op een bedrijf houden van dieren, kunnen bij algemene maatregel van bestuur, met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende algemene maatregel van bestuur, heffingen worden ingevoerd die worden geheven van personen of rechtspersonen, dan wel samenwerkingsverbanden van personen of rechtspersonen, welke heffingen dienen ter bestrijding van de kosten:
Onverminderd artikel 91j en het derde lid wordt een tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie vastgesteld op basis van:
a. bedoeld in artikel 83 en 88, vijfde lid, voor zover die kosten noodzakelijk zijn;
b. van de tegemoetkomingen bedoeld in artikel 86, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 90, alsmede de vergoedingen bedoeld in artikel 91;
c. van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, voor zover die kosten noodzakelijk zijn, waartoe tevens gerekend worden de kosten van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren dan wel met het oog op onderzoek naar de mate van verspreiding van die ziekten in Nederland;
d. van tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers, en
e. die noodzakelijk zijn met het oog op de heffing en invordering van de heffingen.
a. een raming van de kosten, bedoeld in artikel 91b, voor de desbetreffende diersoort of diercategorie, in het kalenderjaar of deel van het kalenderjaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld;
b. de benodigde middelen om in het Diergezondheidsfonds een reserve aan te houden;
c. uitgaven van het Diergezondheidsfonds, voor zover die uitgaven niet gedekt zijn door de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 95b, onderdeel a, in het tweede tot en met zesde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie wordt vastgesteld;
d. het vastgestelde overschot of tekort bij de definitieve vaststelling van door de Europese Unie beschikbaar gestelde middelen ten opzichte van de door de Europese Unie voorlopig beschikbaar gestelde middelen voor de desbetreffende diersoort of diercategorie;
e. een schatting van het aantal dieren of andere eenheden dat de grondslag vormt voor de heffing.
**2.**
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een heffing als bedoeld in het eerste lid, met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding van deze maatregel, tevens wordt geheven ter bestrijding van de kosten van het Diergezondheidsfonds met het oog op het weren van:
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d:
a. op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten;
b. andere dierziekten;
c. ziekten die door dieren kunnen worden overgebracht op de mens en die alleen de gezondheid van de mens aantasten, waarop op grond van artikel 103 bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, of
d. tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij dieren.
a. wordt bij de heffing ten behoeve van de uitgaven, gedaan in een bepaalde periode, het voor die periode bepaalde bedrag, bedoeld in artikel 91j, toegepast, ook als die heffingen niet in die periode worden geheven;
b. worden uitsluitend de overschotten en tekorten uit de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, die niet bij een eerdere tariefvaststelling waren betrokken, meegerekend.
**3.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan gevallen bepalen op grond waarvan korting op het tarief van de desbetreffende heffing wordt verkregen. Daarbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de mate waarin de heffingplichtige activiteit een risico oplevert voor de verspreiding van besmettelijke dierziekten.
**3.** De omvang van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde reserve wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald en bedraagt voor elke krachtens artikel 91j bepaalde periode ten hoogste 40 procent van het krachtens het eerste lid van dat artikel voor de desbetreffende periode en de desbetreffende diersoort of combinatie van diersoorten bepaalde bedrag.
**4.** De toepassing van het derde lid geschiedt zodanig dat in geen geval meer dan 70% korting op het tarief van de heffing wordt verkregen.
**4.** De uitgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden zo spoedig mogelijk en gedurende ten hoogste acht kalenderjaren, in de tarieven verwerkt.
**5.** Een krachtens het eerste lid ingevoerde heffing wordt geheven bij wege van aanslag.
**5.** Bij de vaststelling van een tarief ten behoeve van de invoering van de diergezondheidsheffing voor een andere diersoort als bedoeld in de artikel 91c, tweede lid, of artikel 91d, tweede lid, dan wel een andere handeling als bedoeld in artikel 91g, derde lid, en bij de wijziging van een dergelijk tarief, worden bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, slechts de uitgaven in aanmerking genomen die zijn gedaan na de datum van de invoering van de desbetreffende heffing.
**6.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, worden alleen uitgaven van het Diergezondheidsfonds, die zijn gedaan na 1 januari 2015, en voor zover die niet gedekt zijn door ontvangsten als bedoeld in artikel 95b, onderdeel a, in aanmerking genomen.
### Artikel 91l
**1.** De tarieven voor de in artikel 91g, eerste lid, bedoelde handelingen worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 91k, met dien verstande dat deze tarieven worden berekend op basis van de uitgaven voor de bestrijding en de wering van besmettelijke dierziekten en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing van onderscheidenlijk de diersoorten kippen, kalkoenen en eenden.
**2.** De tarieven voor de in artikel 91g, tweede lid, bedoelde handelingen worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 91k, met dien verstande dat deze tarieven voor de onderscheiden handelingen worden berekend op basis van de uitgaven voor de bestrijding en de wering van besmettelijke dierziekten en de opbrengsten van de heffingen ten behoeve van de diersoort of diercategorie waar de desbetreffende handeling betrekking op heeft.
### Artikel 91m
**1.** De tarieven voor de diergezondheidsheffing worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
**2.** De in het eerste lid bedoelde tarieven worden per kalenderjaar vastgesteld.
**3.** De bekendmaking van de tarieven geschiedt uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de tarieven worden vastgesteld door publicatie van de in het eerste lid bedoelde maatregel in het Staatsblad.
**4.** Indien niet uiterlijk op het in het derde lid bedoelde tijdstip een nieuw tarief voor een diersoort, een diercategorie of een handeling is bekendgemaakt, blijft het tarief zoals dat gold op dat tijdstip, van toepassing.
**5.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing bij de invoering van een heffing gedurende een kalenderjaar op grond van de artikelen 91c, tweede lid, 91d, tweede lid, of 91g, derde lid.
**6.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt niet vastgesteld dan nadat overleg is gepleegd met belangenorganisaties van natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de diergezondheidsheffing wordt geheven.
### Artikel 91n
De tarieven voor de diergezondheidsheffing voor de jaren 2018 en 2019 voor de diersoorten runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten worden, zo nodig in afwijking van artikel 91k, zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst van de diergezondheidsheffing en de bijdragen van de sectorpartijen, bedoeld in artikel 2 van het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 20152019 (Stcrt. 2015, 13794), gerekend over de jaren 2015 tot en met 2019, niet meer bedraagt dan:
a. voor runderen: € 23.540.000;
b. voor varkens: € 53.447.000, waarvan ten hoogste € 30.000.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Afrikaanse varkenspest, en Swine Vesicular Disease;
c. voor kippen, kalkoenen en eenden: € 47.138.000, waarvan ten hoogste € 2.113.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Newcastle Disease;
d. voor schapen en geiten: € 5.074.000.
### Artikel 91o
Indien in de jaren 2015 tot en met 2019 ten laste van het Diergezondheidsfonds uitgaven worden gedaan die overeenkomstig artikel 91k worden verwerkt in de tarieven die worden vastgesteld voor de jaren 2020 en verder, blijven de in artikel 91n genoemde bedragen van toepassing bij de vaststelling van de diergezondheidsheffing voor die uitgaven.
### Artikel 92
Vervallen
### Artikel 92a
**1.** Het tarief van een krachtens artikel 92, eerste lid, ingevoerde heffing wordt vastgesteld aan de hand van een raming van de kosten, bedoeld in artikel 92, eerste lid, over een periode van drie jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de heffing wordt ingevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de over die periode geraamde som van de varkensheffing en krachtens artikel 91h ingevoerde heffingen.
**2.** Telkens na een periode van drie kalenderjaren, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarin een heffing als bedoeld in artikel 92, eerste lid, wordt ingevoerd, kan het tarief van de betrokken heffing voor de op die periode volgende periode van drie kalenderjaren worden gewijzigd. Een wijziging als bedoeld in de vorige volzin geschiedt bij algemene maatregel van bestuur die in werking treedt voor het tijdstip waarop de periode aanvangt waarop de wijziging van het tarief betrekking heeft.
**3.**
Wijziging van het tarief op grond van het tweede lid geschiedt op basis van het saldo van:
a. een raming van de kosten, bedoeld in artikel 92, eerste lid, en, voor zover van toepassing, artikel 92, tweede lid, over een periode van drie kalenderjaren, te rekenen vanaf 1 januari van het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, bij welke raming rekening wordt gehouden met de over die periode geraamde som van de varkensheffing en krachtens artikel 91h ingevoerde heffingen;
b. ten hoogste 50% van het totaal van de door het Diergezondheidsfonds tot 1 januari van het kalenderjaar, voorafgaande aan het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, gemaakte kosten, bedoeld in artikel 92, eerste lid, voor zover die kosten meer bedragen dan de totale som van de varkensheffing, bestemd voor de bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 91a, eerste lid, de totale som van de krachtens artikel 91h, eerste lid, ingevoerde heffingen, bestemd voor de bestrijding van de in dat artikellid bedoelde kosten, alsmede de totale som van krachtens artikel 92, eerste lid, ingevoerde heffingen, bestemd voor de bestrijding van de in dat artikellid bedoelde kosten, zoals geheven over de tot laatstbedoelde datum verstreken kalenderjaren, en, voor zover van toepassing,
c. ten hoogste 50% van het totaal van de door het Diergezondheidsfonds tot 1 januari van het kalenderjaar, voorafgaande aan het kalenderjaar met ingang waarvan het tarief uit hoofde van het tweede lid kan worden gewijzigd, gemaakte kosten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, voor zover die kosten meer bedragen dan de totale som van de varkensheffing, bestemd voor de bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 91a, tweede lid, de totale som van krachtens artikel 91h, eerste lid, ingevoerde heffingen, bestemd voor de bestrijding van de in artikel 91h, tweede lid, bedoelde kosten, alsmede de totale som van krachtens artikel 92, eerste lid, ingevoerde heffingen, bestemd voor de bestrijding van de in artikel 92, tweede lid bedoelde kosten, zoals geheven over de tot laatstbedoelde datum verstreken kalenderjaren.
**4.** In afwijking van het tweede lid kan het tarief van de heffing tevens worden gewijzigd binnen de in dat lid bedoelde periode van drie kalenderjaren, naar aanleiding van de inwerkingtreding van artikel XXIII, onderdeel Ag, van de Wet opheffing bedrijfslichamen. Het derde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de raming van het desbetreffende tarief.
**5.** In geval van toepassing van artikel 92, tweede lid, wordt bij de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur het tarief van de desbetreffende heffing verhoogd met ingang van een datum die volgt op de datum van inwerkingtreding als bedoeld in artikel 92, tweede lid. De verhoging wordt gebaseerd op een raming van de kosten, bedoeld in artikel 95c, onderdeel c, voor zover die kosten betrekking hebben op de kalenderjaren, te rekenen vanaf de in de vorige volzin bedoelde datum tot de datum met ingang waarvan uit hoofde van het tweede lid het tarief van de desbetreffende heffing kan worden gewijzigd en rekening houdend met de over die periode geraamde som van de varkensheffing en krachtens artikel 91h, eerste lid, ingevoerde heffingen.
Vervallen
### Artikel 92b
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de heffing, bedoeld in artikel 91a, alsmede omtrent bij algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 91h en 92 ingevoerde heffingen.
Vervallen
### Artikel 93
**1.** De heffing, bedoeld in artikel 91a, alsmede bij algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 91h en 92 ingevoerde heffingen worden door Onze Minister geheven.
**1.** De diergezondheidsheffing wordt door Onze Minister per kalenderjaar geheven.
**2.** Onverminderd het overigens bij of krachtens deze afdeling bepaalde worden de in het eerste lid bedoelde heffingen geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat van die wet buiten toepassing blijven de artikelen 2, vierde lid, 37 tot en met 39, 47a, 53, tweede en derde lid, 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87.
**2.** Onze Minister kan een voorlopige diergezondheidsheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de diergezondheidsheffing vermoedelijk zal worden vastgesteld.
**3.** Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treedt Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën. Voor de in de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde functionarissen treden in de plaats de door Onze Minister aangewezen functionarissen.
**3.** De voorlopige diergezondheidsheffing wordt verrekend met de diergezondheidsheffing.
**4.**
**4.** De diergezondheidsheffing en de voorlopige diergezondheidsheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.
Voor de toepassing van het bij of krachtens de artikelen 91a tot en met 92a bepaalde wordt artikel 52, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen als volgt gelezen:
**5.**
Administratieplichtigen zijn: de personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 91a, respectievelijk de personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in de artikelen 91h en 92.
Onze Minister kan regels stellen, op grond waarvan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen
**5.** Voor de toepassing van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn de bij regeling van Onze Minister van Financiën gestelde regels van toepassing. Door Onze Minister worden de afwijkingen daarop vastgesteld die voor de juiste toepassing van het bij of krachtens de artikelen 91a tot en met 92a bepaalde noodzakelijk zijn.
a. op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden verstrekt die voor de vaststelling van de diergezondheidsheffing van belang kunnen zijn, en
b. op verzoek van Onze Minister nadere gegevens en bescheiden verstrekt ten behoeve van de vaststelling van de diergezondheidsheffing.
**6.** In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing, in geval van toepassing van artikel 91f, vierde lid, geheven over elke periode dat kippen kalkoenen, eenden, of dieren behorend tot een andere krachtens artikel 91c, tweede lid, aangewezen soort gevogelte, in een stal of ruimte worden gehouden.
### Artikel 93a
**1.** De heffing, bedoeld in artikel 91a, alsmede bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 91h of artikel 92 ingevoerde heffingen, worden ingevorderd door de door Onze Minister aangewezen functionaris en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.
**2.** Onverminderd het overigens bij of krachtens deze afdeling bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, met dien verstande dat van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing blijven artikel 17, tweede lid, tweede volzin, alsmede de artikelen 59 en 62. Voorts blijven bij de toepassing van artikel 66 van die wet de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.
**3.** Behoudens voor zover de invordering is opgedragen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, treedt voor de toepassing van de Invorderingswet 1990 Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën.
**4.**
Met betrekking tot de invordering geldt dat:
a. voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 uitsluitend bevoegd is de door Onze Minister aangewezen functionaris;
b. de in de artikelen 10, eerste lid, 11, 12, en 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheden uitsluitend toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 26 van die wet de bij regeling van Onze Minister van Financiën gestelde regels van toepassing zijn;
c. de overige bij invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de artikelen 24, 25, en 58 van de Invorderingswet 1990, uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
d. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 24 van de Invorderingswet 1990, zowel toekomt aan de door Onze Minister aangewezen functionaris als aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris indien hij met de invordering is belast, en toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, indien deze laatste met de invordering is belast.
**5.** In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt voor de toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990 voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
**6.** Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, die is vermeld op het dwangbevel.
Vervallen
### Artikel 94
@ -1180,7 +1157,7 @@ Een tarief als bedoeld in de artikelen 94 en 94a wordt zodanig vastgesteld dat d
**1.** Er is een Diergezondheidsfonds, hierna te noemen: het fonds.
**2.** Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001.
**2.** Het fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 2.11 van de Comptabiliteitswet 2016.
**3.** Onze Minister beheert de begroting van het fonds.
@ -1188,12 +1165,10 @@ Een tarief als bedoeld in de artikelen 94 en 94a wordt zodanig vastgesteld dat d
De ontvangsten van het fonds worden gevormd door:
a. een jaarlijkse bijdrage vanuit de begroting van het Ministerie van Economische Zaken, welke bijdrage in omvang ten hoogste overeenkomt met de op deze begroting in het desbetreffende begrotingsjaar binnenkomende som van de varkensheffing;
b. het aantal jaarlijkse bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Economische Zaken dat overeenkomt met het aantal krachtens artikel 91h ingevoerde heffingen, welke bijdragen onderscheidenlijk ten hoogste overeenkomen met de op de genoemde begroting in het desbetreffende begrotingsjaar binnenkomende som van de onderscheiden heffingen;
c. het aantal jaarlijkse bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Economische Zaken dat overeenkomt met het aantal krachtens artikel 92 ingevoerde heffingen, welke bijdragen onderscheidenlijk ten hoogste overeenkomen met de op de genoemde begroting in het desbetreffende begrotingsjaar binnenkomende som van de onderscheiden heffingen;
d. overige bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Economische Zaken;
e. de door de Europese Unie ter beschikking gestelde middelen, verband houdende met het weren en de bestrijding van op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten;
f. andere ontvangsten.
a. de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 91b;
b. bijdragen vanuit de begroting van het Ministerie van Economische Zaken;
c. de door de Europese Unie ter beschikking gestelde middelen, verband houdende met het weren en de bestrijding van op grond van artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten;
d. andere ontvangsten.
### Artikel 95c
@ -1204,14 +1179,12 @@ b. terzake van door Onze Minister getroffen maatregelen en voorzieningen bedoeld
c. terzake van door Onze Minister, met het oog op het weren van krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekten, andere dierziekten of ziekteverschijnselen, gemaakte kosten;
d. terzake van door Onze Minister gemaakte kosten met het oog op tegemoetkomingen voor maatregelen ter bestrijding van zoönosen of zoönoseverwekkers waartoe de houder op grond van EU-verordeningen of EU-besluiten als bedoeld in artikel 81a is gehouden;
e. terzake van uitgaven ten behoeve van het weren van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën bij dieren;
f. terzake van de heffing en invordering van de varkensheffing en krachtens artikel 91h of 92 ingevoerde heffingen, en
f. terzake van de heffing en invordering van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 91b, en
g. terzake van andere uitgaven.
### Artikel 95d
**1.** Ten gunste van de begroting van het fonds van enig jaar wordt het gerealiseerde batig saldo van het fonds van het voorafgaande jaar gebracht.
**2.** Het fonds sluit het begrotingsjaar niet af met een negatief saldo.
Het fonds sluit het begrotingsjaar niet af met een negatief saldo.
### Artikel 95e
@ -1325,7 +1298,7 @@ Vervallen
### Artikel 110
**1.** De algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid; 15, eerste lid, onderdeel e; 33, eerste lid; 34, eerste en tweede lid; 35, eerste lid; 38; 39; 40, tweede lid, onderdeel c, en derde lid; 42; 43; 44, eerste en negende lid; 45, eerste en derde lid; 46, eerste lid; 50, tweede lid; 52, eerste lid; 53; 54; 55, eerste, tweede en derde lid; 56; 59a, tweede en vierde lid; 59b, tweede lid; 61, tweede en derde lid; 65; 68; 69, tweede lid; 70; 76, eerste lid, 91a, tweede lid, 91d, tweede lid, 91e, tweede en derde lid, 91h, tweede lid, 91i, tweede lid, 92, tweede lid, 92a, tweede lid, alsmede 96 worden aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Binnen 30 dagen na de overlegging kan door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der Kamers de wens te kennen worden gegeven dat de inwerkingtreding bij wet zal worden geregeld. Indien zodanige wens te kennen wordt gegeven, dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsvoorstel in.
**1.** De algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid; 15, eerste lid, onderdeel e; 33, eerste lid; 34, eerste en tweede lid; 35, eerste lid; 38; 39; 40, tweede lid, onderdeel c, en derde lid; 42; 43; 44, eerste en negende lid; 45, eerste en derde lid; 46, eerste lid; 50, tweede lid; 52, eerste lid; 53; 54; 55, eerste, tweede en derde lid; 56; 59a, tweede en vierde lid; 59b, tweede lid; 61, tweede en derde lid; 65; 68; 69, tweede lid; 70; 76, eerste lid, alsmede 96 worden aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Binnen 30 dagen na de overlegging kan door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der Kamers de wens te kennen worden gegeven dat de inwerkingtreding bij wet zal worden geregeld. Indien zodanige wens te kennen wordt gegeven, dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsvoorstel in.
**2.** Indien de algemene maatregel van bestuur tevens in het belang is van de volksgezondheid, wordt de voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van de algemene maatregel van bestuur gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
@ -1333,7 +1306,7 @@ Vervallen
### Artikel 110a
Uiterlijk binnen drie maanden na het tijdstip waarop een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 91h, eerste lid, dan wel een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 92, eerste lid, in werking treedt, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van de betrokken algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de Kamers der Staten-Generaal tot het niet aannemen van het voorstel besluit, wordt de betrokken maatregel ingetrokken bij algemene maatregel van bestuur, met ingang van het tijdstip waarop eerstbedoelde maatregel in werking trad.
Na het tot stand komen van een krachtens de artikelen 91c, tweede lid, 91d, tweede lid, of 91g, derde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal tot niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken, met ingang van het tijdstip waarop de maatregel in werking trad, en worden de gevolgen van die inwerkingtreding ongedaan gemaakt.
### Artikel 111