diff --git a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md index 2b572632419..e35f93698f3 100644 --- a/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md +++ b/amvb/inrichtingsbesluit-wvo/BWBR0005946/README.md @@ -69,7 +69,7 @@ a. afkomstig is van een school voor basisonderwijs en bij wie naar het oordeel v b. afkomstig is van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en aan het einde van het schooljaar de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, of c. afkomstig is van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en bij wie naar het oordeel van de directeur van de desbetreffende school of instelling de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd. -**2.** Bij beslissingen over de toelating op grond van het eerste lid betrekt het bevoegd gezag het onderwijskundig rapport dat ingevolge artikel 42 van de Wet op het primair onderwijs dan wel ingevolge artikel 43 van de Wet op de expertisecentra is opgesteld. +**2.** Het bevoegd gezag baseert zijn beslissing over de toelating op grond van het eerste lid op het schooladvies, bedoeld in artikel 42, tweede lid, eerste volzin, van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 43, tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de expertisecentra, dat voor 1 maart wordt vastgesteld. Indien het schooladvies naar aanleiding van het resultaat van de centrale eindtoets of een andere eindtoets wordt gewijzigd, dan baseert het bevoegd gezag zijn beslissing op dat gewijzigde schooladvies. **3.** De toelating tot het eerste leerjaar van een school kan niet voorwaardelijk geschieden. @@ -77,22 +77,9 @@ c. afkomstig is van een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgez ### Artikel 4 -**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 3 wordt de beslissing over de toelating van een kandidaat-leerling tot het eerste leerjaar van een school voor vwo, voor havo of voor mavo, mede gebaseerd op een onderzoek naar de geschiktheid voor het volgen van het onderwijs aan de school waarvoor de toelating wordt gevraagd. +**1.** Een onderzoek naar de geschiktheid van de kandidaat-leerling voor het volgen van het onderwijs aan de school waarvoor de toelating wordt gevraagd, kan uitsluitend worden afgenomen indien voor de kandidaat-leerling geen schooladvies is vastgesteld of indien de kandidaat-leerling geen centrale eindtoets of andere eindtoets als bedoeld in artikel 9b van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 18b van de Wet op de expertisecentra heeft afgelegd. -**2.** - -Het onderzoek naar de geschiktheid vindt plaats met behulp van ten minste één van de hierna genoemde middelen, ter keuze van het bevoegd gezag: - -a. een toelatingsexamen, door de leraren van de school afgenomen, dat zich ten minste uitstrekt over de vakken Nederlandse taal en rekenen; -b. een proefklasse; -c. een onderzoek naar de kennis en het inzicht van de kandidaat-leerling in ten minste het laatstelijk door hem gevolgde schooljaar aan de basisschool, de speciale school voor basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs, de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; -d. een psychologisch onderzoek. - -**3.** Een kandidaat-leerling wordt niet onderworpen aan een psychologisch onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *d*, dan met toestemming van hen die de ouderlijke macht of de voogdij over hem uitoefenen. Dezen worden op hun verzoek in de gelegenheid gesteld van de resultaten van het onderzoek kennis te nemen. - -**4.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het rapport van het in het tweede lid, onderdeel *d*, bedoelde psychologisch onderzoek wordt bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor het bevoegd gezag en de met het onderzoek belaste functionarissen. De ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat-leerling en de inspectie krijgen desgewenst inzage in dit psychologisch rapport. Het psychologisch rapport wordt in de school bewaard tot ten minste drie jaren en ten hoogste vijf jaren na het tijdstip waarop de leerling de school heeft verlaten en wordt in elk geval binnen twee maanden na het verstrijken van laatstbedoelde termijn van ten hoogste vijf jaren vernietigd. - -**5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een in het eerste lid genoemde school die een gemeenschappelijk eerste leerjaar heeft met een school voor vbo. +**2.** Onverminderd artikel 3, tweede lid, kan het bevoegd gezag van een school met een bijzondere inrichting waarvoor specifieke kennis of vaardigheden van de kandidaat-leerling noodzakelijk zijn, een onderzoek naar die specifieke kennis of vaardigheden bij de kandidaat-leerling afnemen. ### Artikel 5 @@ -170,6 +157,34 @@ Vervallen **4.** Het bevoegd gezag kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het bezwaar tegen een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen. +### Artikel 15a + +De deskundigen, bedoeld in artikel 17a, twaalfde lid, van de wet zijn een orthopedagoog of een psycholoog en afhankelijk van de leerling over wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts. + +### Artikel 15b + +**1.** De geschillencommissie, bedoeld in artikel 27c van de wet, bestaat uit ten minste 7 leden met verschillende deskundigheden. De leden worden benoemd op gezamenlijke bindende voordracht van de landelijke ouderorganisaties, de landelijke patiënten- en gehandicaptenorganisaties en de sectororganisaties. + +**2.** De leden worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. + +**3.** De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar en kunnen ten hoogste 2 maal worden herbenoemd. + +**4.** De commissie is zodanig samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid. Voor de behandeling van ieder ingediend geschil kiest de commissie uit haar leden één voorzitter en twee leden. De commissie bepaalt welke samenstelling bij de behandeling van het geschil het meest geschikt is. + +**5.** De leden worden ontslagen indien zij daarom verzoeken. + +**6.** De leden mogen niet deel uitmaken van het bevoegd gezag van een van de scholen die deelnemen aan het samenwerkingsverband of het bevoegd gezag van dat samenwerkingsverband dat betrokken is in het geschil en zij functioneren zonder last of ruggenspraak. + +**7.** De commissie zendt haar oordeel aan het bevoegd gezag en een afschrift van haar oordeel aan de ouders. Indien de beslissing van het bevoegd gezag van de school afwijkt van het oordeel van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld. + +**8.** Het bevoegd gezag van de school die het oordeel van de commissie heeft ontvangen, deelt schriftelijk aan de ouders en aan de commissie mee wat er met het oordeel wordt gedaan. + +### Artikel 15c + +**1.** Het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 26 van de wet, bevat ten minste informatie over naar welk vervolgonderwijs, en indien het een leerling betreft die praktijkonderwijs volgt naar welke soort arbeid uitstroom van de leerling wordt verwacht, en de onderbouwing daarvan. + +**2.** De onderbouwing bevat ten minste een weergave van de belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling. + ## Hoofdstuk III. Inrichting van het onderwijs ### Paragraaf 1. Algemeen @@ -279,7 +294,9 @@ Praktijkonderwijs omvat ten minste Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, informati ### Artikel 26 -Vervallen +**1.** Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de wet een orthopedagogisch-didactisch centrum omvat, wordt dat vermeld in het ondersteuningsplan. + +**2.** Een leerling die is of wordt ingeschreven bij een school, kan gedurende ten hoogste 2 jaren het onderwijsprogramma of een gedeelte daarvan volgen bij een orthopedagogisch-didactisch centrum. ### Artikel 26a