From 08899043fbd45823ac04e078560485bbeb0b0512 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 30 Apr 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-04-30 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000 --- .../BWBR0011453/README.md | 44 +++++-------------- 1 file changed, 12 insertions(+), 32 deletions(-) diff --git a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md index bfca806eb66..9f54028622f 100644 --- a/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md +++ b/wet/wet-studiefinanciering-2000/BWBR0011453/README.md @@ -29,7 +29,7 @@ b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a **belastbaar minimumloon**: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23-jarige op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, -**beroepsonderwijs**: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, en als bedoeld in artikel 2.13a, +**beroepsonderwijs**: opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en als bedoeld in artikel 2.13a, **collegegeldkrediet**: lening voor betaling van het collegegeld in het hoger onderwijs, @@ -210,25 +210,11 @@ b. een instelling die ten aanzien van de beroepsopleiding het in artikel 1.4.1 v **2.** De aanspraak op studiefinanciering van een deelnemer als bedoeld in artikel 2.4, die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken geen lessen, stages of beroepspraktijkvorming heeft gevolgd, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de instelling de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, aan de IB-Groep heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. -**3.** - -Een deelnemer als bedoeld in artikel 2.4 heeft slechts aanspraak op studiefinanciering indien het beroepsonderwijs voldoet aan de volgende voorwaarden: - -a. de opleiding heeft een studielast van ten minste 850 klokuren per studiejaar die worden besteed aan het volgen van lessen, stages of beroepspraktijkvorming, overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling voor de desbetreffende opleiding, en -b. de opleiding heeft per studiejaar een totale studielast van een zodanige omvang dat daarnaast geen volledige werkkring mogelijk is. - -**4.** De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een deelnemer de gegevens, bedoeld in artikel 4.19, niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak. +**3.** De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een deelnemer de gegevens, bedoeld in artikel 4.19, niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak. ### Artikel 2.6 -**1.** Indien Onze Minister heeft besloten dat een opleiding niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.5, derde lid, maakt hij dit bekend aan de instelling. De bekendmaking heeft rechtsgevolg voor 2 opeenvolgende studiejaren. Indien de bekendmaking wordt gedaan voor 1 maart, voldoet de opleiding niet gedurende de 2 studiejaren die volgen op het tijdstip van de bekendmaking. Indien de bekendmaking is gedaan op of na 1 maart voldoet de opleiding niet gedurende het tweede en derde studiejaar die volgen op het tijdstip van de bekendmaking. - -**2.** - -Voor de deelnemer die over de maand waarin het besluit tot bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, werd genomen, studiefinanciering ontving voor het volgen van die opleiding, geldt in afwijking van artikel 2.5, derde lid, dat hij zijn aanspraak op studiefinanciering behoudt: - -a. tot het einde van het kalenderjaar, indien de bekendmaking is gedaan voor 1 maart, en -b. tot het einde van het studiejaar dat volgt op het tijdstip van de bekendmaking, indien de bekendmaking is gedaan op of na 1 maart. +Vervallen ### Artikel 2.7 @@ -943,7 +929,7 @@ b. deze student is ingeschreven voor de hbo-lerarenopleiding, voor een daarbinne ### Artikel 5.9 -**1.** De omzetting, bedoeld in artikel 5.7, vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de verzending van de mededeling, bedoeld in artikel 7.9d van de WHW, of de mededeling, bedoeld in artikel 9.5, vijfde lid. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de student daarvan in kennis. +**1.** De omzetting, bedoeld in artikel 5.7, vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de verzending van de mededeling, bedoeld in artikel 7.9d van de WHW, of de mededeling, bedoeld in artikel 9.5, derde lid. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt de IB-Groep de student daarvan in kennis. **2.** Een student die het examen, bedoeld in de artikelen 5.7 of 5.8, met goed gevolg heeft afgelegd aan een instelling waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn hoger onderwijs, een door de betrokken instelling van hoger onderwijs gewaarmerkte kopie van het aan dat examen verbonden diploma aan de IB-Groep en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs. Op die kopie vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. De omzetting vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. @@ -1291,7 +1277,7 @@ In het studiejaar waarin een deelnemer de leeftijd van 18 jaren bereikt, wordt d ### Artikel 9.1 -Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.5, eerste en derde lid, 2.6, 2.13, onderdeel c, en 4.5. +Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heeft mede betrekking op de vraag of de instelling of de opleiding voldoet aan de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.5, eerste lid, 2.13, onderdeel c, en 4.5. ### Paragraaf 9.2. Verstrekken van inlichtingen @@ -1320,17 +1306,13 @@ De rechtspersoon, bedoeld in artikel 3.24, verstrekt desgevraagd aan Onze Minist **1.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.9, 2.10 en 2.11, uitgaat, is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet. -**2.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling, bedoeld in artikel 2.4, uitgaat, is verplicht voor 1 mei aan de IB-Groep te melden welke opleidingstrajecten als bedoeld in artikel 7.4.8, eerste lid, onderdeel f, van de WEB, in het eerstvolgende studiejaar door de instelling worden verzorgd. +**2.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in artikel 2.10, alsmede als bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.9, voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis. -**3.** De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het tweede lid, is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat studiejaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in artikel 2.5, derde lid, in het daaropvolgende studiejaar niet aan deze voorwaarden zal voldoen. +**3.** Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het tweede lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van 30 of 20 studiepunten niet hebben behaald. -**4.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in artikel 2.10, alsmede als bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.9, voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis. +**4.** De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het tweede lid, stuurt gelijktijdig een afschrift aan de betrokkene van de gegevens die hij over de betrokkene aan de IB-Groep verstrekt en geeft daarbij tevens aan wat de consequenties op grond van deze wet zijn voor de vorm van de studiefinanciering van betrokkene alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat. -**5.** Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van 30 of 20 studiepunten niet hebben behaald. - -**6.** De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, stuurt gelijktijdig een afschrift aan de betrokkene van de gegevens die hij over de betrokkene aan de IB-Groep verstrekt en geeft daarbij tevens aan wat de consequenties op grond van deze wet zijn voor de vorm van de studiefinanciering van betrokkene alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat. - -**7.** Onze Minister kan voor instellingen of groepen van instellingen waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, bepalen dat de natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan die instelling uitgaat, voor het einde van de maand volgend op de maand waarin een student het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling doet aan de IB-Groep en gelijktijdig de student van die mededeling in kennis stelt. +**5.** Onze Minister kan voor instellingen of groepen van instellingen waarop artikel 7.9d van de WHW niet van toepassing is, bepalen dat de natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan die instelling uitgaat, voor het einde van de maand volgend op de maand waarin een student het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan mededeling doet aan de IB-Groep en gelijktijdig de student van die mededeling in kennis stelt. ### Artikel 9.6 @@ -1358,7 +1340,7 @@ De inspecteur, bedoeld in artikel 1.6, verstrekt de gegevens inzake het verzamel ### Artikel 9.7 -Indien een instelling als bedoeld in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.11, niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in artikel 7.9a van de WHW, of in de artikelen 9.5, vijfde lid, of 10.6, vierde lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de artikelen 10a.3, vijfde lid, of 10.7, dat aan de studenten aan die instelling is toegekend. +Indien een instelling als bedoeld in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.11, niet uiterlijk 1 november volgend op het einde van het studiejaar aan de IB-Groep de gegevens, bedoeld in artikel 7.9a van de WHW, of in de artikelen 9.5, derde lid, of 10.6, vierde lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van 15% van het bedrag aan onvoorwaardelijk als gift vastgestelde studiefinanciering, bedoeld in de artikelen 10a.3, vijfde lid, of 10.7, dat aan de studenten aan die instelling is toegekend. ### Artikel 9.8 @@ -1366,9 +1348,7 @@ Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, op enig moment in ### Artikel 9.9 -**1.** Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, over een opleiding niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in artikel 9.5, derde lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan die opleiding in het studiejaar waarin deze in gebreke was, is toegekend. - -**2.** Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, ten onrechte op grond van artikel 7.4.8, eerste lid, onderdeel f, van de WEB heeft vastgesteld dat een opleidingstraject voldoet aan deze wet of ten onrechte aan de IB-Groep de melding, bedoeld in artikel 9.5, tweede lid, heeft gedaan, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de instelling ter grootte van het bedrag van als gift vastgestelde studiefinanciering dat aan de deelnemers aan dat opleidingstraject in de studiejaren waarop de vaststelling betrekking heeft, is toegekend. +Vervallen ### Paragraaf 9.4. Strafbepalingen @@ -1467,7 +1447,7 @@ c. artikel 18.20 van de WHW. **4.** De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een instelling uitgaat als bedoeld in artikel 2.10, alsmede als bedoeld in de artikelen 2.8 en 2.9, voor zover het van een bijzondere instelling uitgaande opleidingen godgeleerdheid of opleidingen gericht op een godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt betreft, stelt aan het einde van elk studiejaar de studievoortgang, bedoeld in het eerste en tweede lid, van iedere aan de instelling ingeschreven student vast en stelt betrokkene voor 1 november van het kalenderjaar waarin het desbetreffende studiejaar is geëindigd, van deze voortgang in kennis. -**5.** Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van de studievoortgang, bedoeld in het tweede of derde lid, niet hebben behaald. Op de verstrekking van die gegevens zijn de krachtens artikel 9.5, eerste en tweede lid, vastgestelde regels van toepassing. +**5.** Voorts stelt de natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, na het einde van elk studiejaar vóór 1 november daaropvolgend de IB-Groep in kennis welke studenten de norm van de studievoortgang, bedoeld in het tweede of derde lid, niet hebben behaald. Op de verstrekking van die gegevens zijn de krachtens artikel 9.5, eerste lid, vastgestelde regels van toepassing. **6.** De natuurlijke persoon of het bestuur, bedoeld in het vierde lid, stuurt gelijktijdig een afschrift aan de betrokkene van de gegevens die hij over de betrokkene aan de IB-Groep verstrekt en geeft daarbij tevens aan wat de consequenties op grond van deze wet zijn voor de vorm van de studiefinanciering van betrokkene alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat.